Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
De SP moet meer de hort op met het klassieke socialistische idee van internationale solidariteit, zegt Kamerlid Sadet Karabulut. ‘We moeten lessen trekken uit de verkiezingen.’
Het onversneden, regelrecht linkse verhaal: bestaat het nog? Wel wat betreft Sadet Karabulut (43), Kamerlid en buitenlandwoordvoerder voor de SP. In een zaterdag gehouden lezing spreekt ze onverbloemd, en tegen de in Den Haag dominante politieke stroom in, over het belang van internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid tot ver buiten de eigen landsgrenzen.
Voor Karabulut is dat volstrekt vanzelfsprekend. Maar is het dat binnen de SP ook? De laatste jaren maakt de partij een in zichzelf gekeerde indruk en lag het accent vaak op thema’s die je ook met rechts kan associëren: minder arbeidsmigratie, een strenger vluchtelingenbeleid, felle Europa-kritiek. Het leverde tijdens de Provinciale Statenverkiezingen geen stemmen op. Integendeel: de Socialistische Partij werd gehalveerd. En dat heeft de twijfel gevoed: is de partij te ver afgedreven van het oorspronkelijke gedachtegoed? Of juist niet ver genoeg?
Karabulut zit al bijna dertien jaar in de Tweede Kamer. Ze is voorzichtig met kritiek op haar SP. Maar als het gaat om haar overtuigingen is ze uitgesproken. „We zijn socialisten en die zijn per definitie internationalistisch”, zegt ze tijdens een gesprek in een Amsterdams café, kort voordat ze een keur aan partijgenoten en dissidenten uit Marokko, Turkije en Palestina zal toespreken op het SP-symposium ‘Vredesdag’. „Het begrip ‘internationale solidariteit’ is een beetje vergeten, maar het is de sleutel tot het oplossen van wereldproblemen.”
Waarom lukt het niet om de kiezer daarvan te overtuigen?
„Het lukt onvoldoende, omdat het rechtse narratief al decennia domineert. Het simpele mantra ‘individualisme, markt, ieder voor zich’. De naoorlogse verzorgingsstaat staat daardoor nu stelselmatig onder druk en de onzekerheid die hierdoor is ontstaan, ondermijnt de solidariteit. Maar intussen is ook duidelijk dat de situatie onhoudbaar is. Radicaal-rechtse krachten komen met een autoritair antwoord. Wij zeggen: solidariteit. Natuurlijk zal de laatste verkiezingsuitslag uitgebreid worden geëvalueerd. Daar zullen we lessen uit trekken. Die behoefte is er ook. Ik denk dat we er met een goed verhaal uit zullen komen.”
Vindt u dat de SP weer idealistischer moet worden?
„Ik denk dat we prachtige idealen hebben. We hebben een heel mooi beginselprogramma. Waarden als internationale solidariteit, gelijke rechten en democratie passen bij ons en die moeten we nog beter gaan uitdragen. Ik zie om me heen volop hoopvolle ontwikkelingen: jongeren gaan massaal de straat op voor het klimaat.”
In jullie verkiezingsprogramma uit 2017 komt pas in het staartje het buitenland aan bod. Dat klinkt niet als een partij die bezig is met internationale solidariteit.
„Waar klinkt mijn lezing dan naar? En ons Vredesdag-symposium? Tijdens onze laatste partijraad is een prachtige motie aangenomen met een oproep om te blijven strijden voor internationale solidariteit en tegen de grondoorzaken van veel ellende. Het lijkt alsof er veel ontwikkelingsgeld naar Afrika gaat, maar Afrika exporteert in de praktijk juist welvaart, in de vorm van grondstoffen en mensen. Wat wij in Afrika steken is een doekje voor het bloeden, want er vloeit veel geld weg door belastingontwijking en uitbuiting. Het lijkt allemaal ver weg, maar het is een gegeven dat wat daar gebeurt, uiteindelijk ook gevolgen heeft voor wat er hier gebeurt.”
Is solidariteit geen achterhoedegevecht geworden?
„Nee! Dat wordt steeds gezegd, en dat wordt gevoed, maar als ik met mensen spreek, snappen ze heel goed dat vluchtelingen vaak niet uit vrije wil vluchten, maar omdat er oorlog is of ze zo arm zijn dat ze wel moeten. Ik heb inderdaad wel de indruk dat daar in Nederland onvoldoende over gesproken wordt en mee gedaan wordt. Je kunt ervoor kiezen om níet meer mee te doen aan de permanente oorlog, gevoerd in naam van de strijd tegen terrorisme, of aan de dreigende nieuwe kernwapenwedloop. Dat is de uitdaging voor progressieven overal: om solidariteit nieuw leven in te blazen en te voorkomen dat er miljarden naar kernwapens gaan en niet naar de noden en zorgen van mensen.”
Is de door de SP zo bekritiseerde EU eigenlijk niet ook een solidariteitsmachine?
„Voor wie? Europa heeft de Grieken laten bloeden en de banken gered. Vanuit de EU worden wapens geëxporteerd die in Jemen worden gebruikt, waarbij de eigen Europese exportregels met voeten worden getreden. Wij zijn niet tegen de EU. Wij zeggen juist: de EU moet wéér gaan samenwerken. Maar waarom kan dat alleen maar door bevoegdheden af te staan? Begin eerst maar met je te houden aan je eigen regels. En wat je ook van Brexit vindt, het is wel een signaal: je moet mensen serieus nemen. Die willen meer zeggenschap.”
Over Rusland en Venezuela bent u milder.
„Dat ziet u echt totaal verkeerd. Als er sancties komen omdat Rusland illegaal annexeert dan steun ik dat. Internationaal recht is internationaal recht. Maar als Turkije of Israël uit de pas lopen, gebeurt er niets. Er wordt met twee maten gemeten. Wat betreft Venezuela: president Maduro heeft het absoluut verknald. Maar dat kan nooit de rechtvaardiging zijn voor militaire interventie of een illegale coup. Zeggen dat je de Venezolanen wilt helpen, en vervolgens de bevolking treffen met keiharde sancties, is hypocriet. Nederland laat zich daarbij voor Trumps karretje spannen.”
„Ja, ze hebben de Iran-deal zomaar opgezegd, en ook het INF-kernwapenverdrag. Ze praten in Afghanistan weer met de Taliban en besluiten zich zomaar terug te trekken uit Syrië. Niet dat ik dat zo erg vind, maar het gebeurt allemaal zonder overleg. Ik zou graag willen dat wij als klein land niet meer in dat hogere geweldsspectrum meedoen en dat we ons niet laten meeslepen in allerlei avonturen van grootmachten.”
Op Zaterdag 29 maart 2020 publiceerde NRC.nl het bericht dat Sadet Karabulut bekend maakte dat zij zichzelf voor de Verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2021 niet herkiesbaar stelt. Je leest het bericht: --- Hier ---
De aardbeving en tsunami van 1755 waarbij de Portugese hoofdstad Lissabon werd verwoest. Gravure uit A Popular Description in the Movements in the Earth’s Crust ( 1887).
Illustratie Bettmann Archive
Beide krachten zijn binnen de Europese Unie momenteel sterk
aanwezig: de praktische behoefte aan internationalisering en, aan de
andere kant, de emotionele neiging tot renationalisering. De uitkomst
is onzeker.
Zorg is binnen de EU altijd een nationale aangelegenheid gebleven,
maar de ‘lockdown’ werd op geen enkele manier
gecoördineerd: grenzen gingen dicht, Duitsland blokkeerde
transporten van medisch materiaal naar de buurlanden en Italiaanse
smeekbeden om hulp werden, net als bij de vluchtelingencrisis in
2015, opnieuw genegeerd, zelfs tests en gegevens worden niet
uitgewisseld.
In de woorden van Ursula von der Leyen, voorzitter van de
Europese Commissie: „Toen Europa werkelijk moest bewijzen dat dit
niet alleen maar een mooi-weer-unie was, weigerden te veel leden om
hun paraplu’s te delen.”
Europa heeft nu dus wonderen nodig. Het zijn doorbraken die
steevast plaatsvinden rond grote collectieve ervaringen, zoals
oorlogen en pandemieën. Zo’n noodsituatie maakt immers een einde
aan het keurslijf van alledag, opeens is er ruimte voor nieuwe vormen
en gedachten.
Na de grote pestepidemie van 1348 in Florence schoot Giovanni
Boccaccio als een leeuwerik uit de puinhopen omhoog en schiep
Decamerone, een vrijmoedig en revolutionair meesterwerk. Op
dezelfde manier had de gigantische aardbeving die Lissabon in 1755
grotendeels met de grond gelijk maakte – er vielen naar schatting
40.000 doden, eenvijfde van de bevolking – een enorme doorwerking:
op de Verlichtingsfilosofen van die tijd, met name Rousseau, Voltaire
en Immanuel Kant, en zelfs indirect op de Franse Revolutie. Na
‘Lissabon’ wilde Kant niets meer weten van het idee van een
‘goede God’: alleen de rede kon de wereld redden.
En zo’n wonder was natuurlijk ook het Europese project zelf, na
de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.
Ook in deze ramptijden vinden zulke wonderen plaats. Het duurde
bijvoorbeeld ruim drie jaar voordat ECB-president Mario Draghi in
2012 het magische ‘whatever it takes’ in de mond durfde
te nemen; zijn opvolger Christine Lagarde had daarvoor amper drie
dagen nodig. Het starre Europese regelsysteem blijkt opeens in staat
te zijn tot een ongekende flexibiliteit: fiscale grenzen worden
losgelaten, staatssteun voor bedrijven is niet meer taboe, in plaats
van ‘meer Europa’ is er nu ook alle ruimte voor ‘minder
Europa’.
Boris Johnson laat alle conservatieve principes varen: de Britse
spoorwegen worden – althans tijdelijk – genationaliseerd. De
immer zuinige Nederlandse regering strooit met miljoenen alsof het
pepernoten zijn. De Duitsers lijken hun doodsangst voor inflatie te
hebben vergeten: zelfs in Berlijn lijkt geest van John Maynard Keynes
door de regeringsgebouwen te glijden. En zo is er meer. Na al het
getob en gehannes van het afgelopen decennium kun je je ogen niet
geloven.
Oude loopgraven
Maar is het genoeg? „Wat nu nodig is, is een ondubbelzinnig
signaal van vertrouwen en solidariteit binnen de Europese familie”,
schreef Adam Tooze, chroniqueur van de eurocrisis, deze
week in The Guardian.
Het tegendeel is het geval. De uitkomst van de Eurotop, afgelopen
donderdag, was, in al haar vaagheid, glashelder: de loopgraven van
2008 worden alweer betrokken. De ECB benut al haar monetaire
mogelijkheden tot het uiterste, maar pogingen om op Europees niveau
iets aan economische stimulering te doen – bijvoorbeeld via de
uitgifte van zogenaamde corona-obligaties – verlopen nog altijd
uiterst moeizaam.
De rijke noordelijke landen, Nederland en Duitsland voorop, voelen
er niets voor om ongelimiteerd op te draaien voor de tekorten van,
met name, Italië. Het is, wat hen betreft, ieder land voor zich.
Thuis wachten bovendien de populisten. Het is allemaal
begrijpelijk. Alleen: als deze crisis voorbij is kunnen, zonder dit
soort ingrepen, de economische verschillen tussen de lidstaten wel
eens zo groot zijn geworden dat er bijna geen Europese Unie meer
mogelijk is, laat staan een eurozone. Dat is, uiteindelijk, de prijs
voor deze Nederlandse houding: een Europese breuk. Willen we dat?
Dit is de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. En nu is
het inderdaad ‘onze beurt’. Dit is de finale test voor de
Europese Unie, de saamhorigheid binnen de Europese gemeenschap en het
staatsmanschap van de Europese leiders. Nederland deinst terug. Maar
Europa heeft meer wonderen nodig om dit te overleven. ......."
Meer van NRC over de Samenleving in Tijden van Corona:
Vele zelfstandigen en mensen
met uitzend / 0-uren contracten zijn momenteel en masse de klos. Ja, de
ZZP-ers onder hen hebben er veelal uit eigen beweging voor gekozen om
ZZP-er te worden, maar de reikwijdte van de consequenties van deze
keuzes kun je onmogelijk op het bord van het individu leggen. Als
maatschappij hebben we er van geprofiteerd dat er veel flexwerk
ontstond. De grote corporates en overheidsinstanties vonden het maar wat
handig men veel minder vast personeel meer in dienst hoefde te nemen en
sommige organisaties kozen er bijna organisatiebreed voor om alleen nog
flexwerkers in dienst te hebben. Daarbij waren tarieven vaak dermate
laag dat er nauwelijks ruimte bestond om te sparen voor een slechte dag,
te verzekeren tegen langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid. Niet
voor niets zijn er allerlei maatregelen bedacht om dat te repareren, en
ZZP-ers in een verplicht collectief stelsel toch weer wat meer zekerheid
te bieden en daarmee maatschappelijke ontwrichting tegen te gaan.
Een
grote groep zelfstandigen wordt nu onevenredig hard geraakt door de
huidige crisis en bijbehorende maatregelen die we met z'n allen nemen
voor het grotere geheel. Talloze zelfstandigen, creatievelingen,
muzikanten, kunstenaars, winkel- en horeca uitbaters, organisatoren van
evenementen en overlevingskunstenaars. Mensen die altijd hun eigen leven
hebben gevormd, die Nederland mede vormgeven en onze wereld kleurrijker
maken. Mensen die de moed hebben om ondernemer te zijn. Mensen die
altijd voor zichzelf en anderen hebben gezorgd en nu op de rand van
uitsterven staan. Studenten en anderen die afhankelijk zijn van hun
bijbaantjes om te overleven. Voor wie geen arbeidstijdverkorting
effectief is en voor wie leningen geen toekomstperspectief kunnen zijn.
Ze weten allemaal niet hoe ze hun huur, hun particuliere
ziektekostenverzekering, voedsel voor hun kinderen of andere
verplichtingen moeten betalen.
Ze hebben allemaal hulp nodig, en dat is: ONMIDDELLIJK! Niet als lening, maar als subsidie voor de omzet en inkomsten die binnen enkele dagen plotseling verdwijnen.
Nederland
is een rijk land. Wat ons land zou helpen is de invoering van een
onvoorwaardelijk basisinkomen van 800-1200 euro per persoon gedurende 6
maanden. Snel, onbureaucratisch, beperkt in de tijd. Dit zou de sociale
crash van duizenden mensen voorkomen en tegelijkertijd de koopkracht in
het land op peil houden. Want dat is het tweede wat we nodig hebben:
Mensen die geld blijven uitgeven!
Ik beperk deze petitie bewust
niet tot individuele groepen, want wat het hele land nu nodig heeft is
steun en het is ons gemeenschappelijk geld. Zij die het niet nodig
hebben kunnen het dan wellicht schenken aan iemand in hun omgeving wiens
noden voorbij gaan aan de hoogte van het basisinkomen.
Er is geen betere manier om het concept van een basisinkomen te testen - de grootste kans ligt in de crisis.
Met dank aan / geïnspireerd door een gelijksoortig initiatief in Duitsland op Change.org
Geplaatst: 16 maart 2020
(Laatst bijgewerkt: 26 maart 2020)
"‘Als een soldaat die zijn makkers ziet sneuvelen terwijl de vijand
oprukt”, antwoordde een specialist van het ziekenhuis in Bergamo op de
vraag van de journaliste hoe hij zich voelde"
&
"...De gezondheidszorg in Noord-Italië behoort tot de wereldtop. De regio
Lombardije scoort een 9,9 volgens de parameters van de OESO. Ter
vergelijking: Nederland krijgt in die ranglijst een 7,5. Maar het virus
heeft het zorgsysteem zelfs in Lombardije volledig ontwricht..."
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua, Italië. Voor NRC schrijft hij dagelijks over de impact die het coronavirus heeft op het dagelijks leven daar.
Dagboek Coronavirus
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek
schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.
In den beginne was er niet de stad, maar de markt. „Want voor je
iets kunt bouwen moet je eten, hè”, zegt stadshistoricus Henk van
Baalen. In Deventer vormde zich zodoende al in de negende eeuw iets wat
op een stad begon te lijken.
Vanaf de veertiende eeuw maakte het Hanzeverbond, een handelsroute die ....
... van Gent naar Tallinn ....
......voerde, van Deventer een echte marktstad. „Uit
heel West-Europa kwamen er handelslieden naar Deventer om hun producten
aan te prijzen.”
In dit eeuwenoude decor klappen nog steeds tweemaal per week kooplui
’s ochtends in alle vroegte hun kraam open. Van Baalen: „Ook op vrijdag,
zodat de Joodse handelaren die op zaterdag niet werkten ook wat geld
konden verdienen.” De markt vormt ook de grootste lakmoesproef van ons
sociaal vertrouwen: producten worden getest, geknepen en gewogen. Ze
gaan van hand tot hand. Dat vertrouwen lijkt daags nadat er ongekende
sterke maatregelen zijn afkondigd nog grotendeels intact.
Lees ook: Al die ruimte om zelf te beslissen leidt maar tot verwarring
De kaasblokjes liggen gewoon uitgestald en vinden gretig aftrek,
guldens zijn er nog altijd daalders waard en contanten worden dan ook
gewoon geaccepteerd. Er wordt gehamsterd noch gemeden.
Kaasboer Henk Beugeling (68) staat al 52 jaar op de markt. „600
gram”, „één kilo’, „een pondje”: zijn klanten hebben aan het noemen van
het aantal grammen genoeg om hun bestelling op te geven.
Beugeling weet
precies wat ze lekker vinden. Of hij overwoog zijn kazen nog even op de
plank te laten vanwege het coronavirus? „Welnee, ’t kumt zoals ’t kumt.
Dat waren de laatste woorden van mijn moeder en daar leef ik nog mee.
Laatst was ik er even vier, vijf maanden uit vanwege mijn enkel. Toen ik
terugkwam, was ik een beetje bang: zouden mijn klanten wel weer komen?
Maar ze kwamen. Daarom ben ik er nu ook voor mijn klanten. Die zal ik
nooit zomaar in de steek laten.”
Pestepidemie
Historicus Van Baalen kan zich niet herinneren dat de markt ooit
dicht moest blijven vanwege een virus. Zelfs de Pestepidemie in de
veertiende eeuw heeft deze markt doorstaan, hoewel die ziekte vreselijk
huishield onder de bevolking. Vooral, ook toen, door internationale
handel. Een markt hier 8.469 kilometer vandaan, in Wuhan, dreigt nu in
Deventer toch roet in het eten te gooien. Of de markt deze zaterdag weer
opengaat, is nog onzeker. In de appgroepen van de marktkooplui gonst
het: „Rotterdam is al dicht.” Een groenteboer zucht: „Als ze elders ook
markten gaan sluiten, kan ik straks voor veertien man ww gaan
aanvragen.”
Intussen is het deze vrijdagochtend in Deventer net zo rustig als op
een normale regenachtige vrijdag. „Het voordeel is dat je nóóit aan 100
mensen tegelijk komt”, grapt kaasboer Beugeling er maar over. „En als de
supermarkten open mogen blijven, dan de markt toch zeker? Je zit hier
midden in de frisse lucht.”
De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel spande om die reden
een kort geding aan tegen de gemeente Dordrecht, een van de eerste
gemeenten die tot een verbod besloten. De uitspraak van de rechter hoopt
de brancheclub ook te gebruiken voor andere gemeenten waar de markten
niet door mogen gaan. De vereniging noemt een verbod terwijl
supermarkten openblijven „100 procent onrechtvaardig.” In den beginne
was er de markt. En het ziet er naar uit dat het ook het laatste is wat
stilvalt. Zelfs in tijden van corona.
SHARTIE AART DEKKER: Ook als in principe kansloze (want de Democratische Partijleiding wil Bernie Sanders niet als hun kandidaat) oppositionele Presidents-kandidaat, kan je heel veel invloed hebben op het Beleid; Bernie Sanders bewijst dat deze cyclus opnieuw, want Biden neemt forse Programmapunten van Sanders (en Warren) over. Warren 'Running Mate' van Biden? Nu moeten de Democraten - Bernie voorop - nog een manier weten te vinden om Bernie's Aanhang ook achter Biden - en naar de Stembus in November weten te krijgen... Bernie als Minister van...? (AD) (Afbeelding overgenomen van 'Bigger than any one of us', mprnews.org)
Groene-redacteur Casper Thomas schrijft vanuit Washington
over het Amerika van Donald Trump. In aflevering achttien: het eerste
debat tussen Joe Biden en Bernie Sanders als een omkering van rollen.
Het was een vreemd debat, afgelopen zondag, tussen de twee
overgebleven kanshebbers bij de Democratische voorverkiezingen. Vreemd
omdat er geen publiek in de studio zat, vanwege het coronavirus. Bijna
net zo leeg als de zaal was het podium. Twee weken geleden was de race
om het presidentskandidaatschap nog een mêlee van zeer verschillende
kandidaten. Nu waren er twee mannen van achter in de zeventig over. Nog
opmerkelijker: de verschillen tussen Joe Biden en Bernie Sanders worden
kleiner, in plaats van groter.
Het begon ermee dat Biden vlak voor het debat aankondigde twee van de
meest kenmerkende plannen van zijn concurrenten over te nemen. ‘In het
hele land drukken schulden op families uit de middenklasse en
arbeidersklasse’, twitterde Biden. ‘Dat is een enorm probleem, en we
hebben de beste ideeën nodig om dat op te lossen.’ Uit de hoed kwam het
voorstel om hoger onderwijs gratis te maken voor iedereen wiens ouders
minder dan 125.000 dollar verdienen. Niet precies waar Bernie Sanders en
Elizabeth Warren voor pleitten, maar een aardig eind in de richting.
Nog opmerkelijker was Bidens omarming van Warrens ‘bankroetwet’, die
de mogelijkheid biedt om studieschuld te laten kwijtschelden bij een
faillissement en schuldvergeving over de gehele linie makkelijker maakt.
Hoewel die term natuurlijk eigenlijk aan het Sanders-kamp toebehoort,
was dit niet minder dan revolutionair. Biden en Warren hebben jarenlang
strijd gevoerd over de faillissementswetten in de VS, waarbij de oud
vicepresident de kant koos van creditcardmaatschappijen die graag zien
dat mensen tot in lengte der dagen vastzitten aan hun
schuldverplichtingen. Tijdens debatten van de voorverkiezingen duurde
dit conflict voort. Plotseling gaf Biden het gelijk aan Warren.
Is dit een voorbode voor meer? Blijkbaar laat Biden zich naar links
duwen naarmate zijn kans om presidentskandidaat te worden groeit.
Ongetwijfeld speelt hier een dosis pragmatisme. Het Democratisch
electoraat vraagt om progressieve plannen, en dat negeren zou zijn
kansen om daadwerkelijk president te worden kleiner maken. Het is goed
mogelijk dat Biden, mocht hij president worden, ook op zoek gaat naar
een goede invulling van de green new deal zoals bedacht door anderen.
Biden heeft eigenlijk weinig eigen ambities met het presidentiële ambt.
Hij wil Trump verslaan. Ongetwijfeld wil hij ook zijn eerdere mislukte
pogingen om president te worden uitwissen. Alle ruimte dus voor de mensen met wie hij zich wil omringen om hun
agenda uit voeren. Het is niet uitgesloten dat hij Warren vraagt haar
eigen plannen in de praktijk te brengen, misschien zelfs als
vicepresident. Het is in ieder geval zeker dat Biden voor een vrouw
kiest. Die toezegging deed hij tijdens het debat. Sanders hield het op
een ‘waarschijnlijk’ toen hem gevraagd of hij een vrouw aan zijn zijde
zou vragen. Dat het Biden was die zich hier committeerde aan
progressieve verandering, terwijl Sanders de mogelijkheid wil openhouden
om twee mannen tegenover het duo Trump-Pence te zetten, onderstreept
hoe makkelijk rollen wisselen in de Amerikaanse politiek. Dat geldt ook
voor de rol van vergeetachtige oude man. Het was Sanders die een betoog
afstak over ebola, om er na een paar zinnen achter te komen dat hij
corona bedoelde.
De debatleiders moest het twee keer vragen: ‘Zegt u nu, hier op tv, dat u een vrouwelijke running mate
zal kiezen?’ Toen Biden volmondig ja zei, werd mij duidelijk dat hij
een slimme strategie had gevonden om zijn voorsprong op Sanders te
verstevigen. Hij kwam over als vooruitstrevend en als een potentiële
president met een plan. Sanders’ aarzeling kon je interpreteren als een
signaal dat hij nog niet dacht aan de inrichting van zijn Witte Huis.
Een gewiekste politicus had ter plekke geïmproviseerd en volmondig ‘ja,
natuurlijk’ gezegd, al was het maar om zijn opponent niet te laten
pronken met andermans veren. Wat was het ergste dat had kunnen gebeuren?
Dat Sanders, mocht Biden om onverwachte redenen geen
presidentskandidaat worden, een vrouw moet kiezen?
‘Het debat laat zien dat Bernie geen echte revolutionair is’, zei een
bevriende Sanders-stemmer tegen me de volgende dag. ‘Hij is niet
genadeloos, hij ging niet voor de kill.’ Er klonk lichte
teleurstelling door in zijn stem. Inderdaad was het debat tam. Misschien
kwam het door de coronacrisis. Een gemeenschappelijke biologische
vijand, en een incompetente bestrijder in het Witte Huis, maakt keiharde
onderlinge strijd tussen twee mannen die voor dezelfde partij willen
uitkomen wat ongepast. Er wordt volop gespeculeerd over de vraag of de
coronacrisis Trump zal nekken. In ieder geval leek het Sanders’
politieke vuur enigszins te doven.
Tegelijkertijd werd tijdens het debat duidelijk waar de grenzen
liggen van een progressieve Biden.
Gratis gezondheidszorg voor iedereen
gaat er op zijn voorspraak niet komen. Volgens Sanders toonde corona de
noodzaak van ‘medicare for all’ aan. Biden vond van niet. Hij wilde een
pakket crisismaatregelen waarbij iedereen met een besmetting gratis
wordt behandeld. Dat, plus financiële soelaas voor wie in een door het
virus ontregelde economie zijn inkomsten kwijtraakt, was volgens hem
voldoende. Ook dat was een bewijs dat corona de zuurstof uit het
politieke debat zuigt. De grote verschillen in de mate waarin Amerikanen
zijn beschermd tegen het noodlot gaan veel verder dan deze ene
uitbraak. Maar op het moment dat het crisis is, is het de crisis die het
debat bepaalt. ‘Geen revolutie maar resultaten’, was de oneliner die
Biden had ingestudeerd.
Misschien lees ik er teveel in, maar even leek het alsof Sanders voor
zichzelf besloot dat hij genoegen nam met wat hij kon krijgen. ‘Joe mag
dan meer Staten gewonnen hebben, wij winnen de ideologische strijd’,
zei hij. Ziedaar het vredesbestand dat in korte tijd uit de
Democratische voorverkiezingen is komen rollen. Of het robuust is moet
blijken uit het aantal Sanders-kiezers dat, mocht ‘Joe’ het inderdaad
worden, op 3 november Democratisch stemt.
...is sinds 2010 redacteur bij De Groene Amsterdammer.
Momenteel schrijft hij vanuit standplaats Washington DC over de
democratie in Amerika en elders in de wereld. In 2018 verscheen zijn
boek De autoritaire verleiding.
Over de opmars van de antiliberale wereldorde, gebaseerd op onderzoek
en reportage in Rusland, Turkije, Hongarije, India en de VS.
Voordat hij redacteur werd bij De Groene werkte Casper bij
de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar hij onderzoek
deed naar de oorzaken van de financiële crisis. Casper volgde een
liberal arts-opleiding aan University College Maastricht en studeerde
Europese geschiedenis aan University College Londen.
New Age of wetenschap: wat hebben we aan de Gaia-hypothese?
James Lovelock
(100) stelt de aarde voor als een zelfregulerend systeem, waarin
stenen, atmosfeer en leven één systeem vormen dat de boel in evenwicht
houdt. De Gaia-theorie werd in de jaren ’70 populair in de
milieubeweging en kritisch benaderd door evolutiebiologen. Maar is deze
theorie van Lovelock vandaag nog relevant?
Vijftig jaar geleden ontwikkelde James Lovelock de Gaia-hypothese.
Sindsdien heeft hij niet stilgezeten, de inmiddels honderdjarige
wetenschapper schreef dit jaar een nieuw boek. Biologieredacteur Gemma
Venhuizen bezocht hem in zijn huis in Engeland en sprak hem over hoe
relevant de Gaia-hypothese anno 2020 is.
‘Als ik begon te janken ging het nooit over basketbal’
Emese Hof | Basketbalster Emese Hof (23) speelde op jonge leeftijd collegebasketbal in Florida en is nu prof bij de beste club van Spanje. Leuk vindt ze dat sportleven lang niet altijd. „Als ik drie dagen vrij heb neem ik het vliegtuig naar Nederland.”
Ongeveer tweeënhalf uur rijden ten westen van Madrid ligt Salamanca. Een studentenstad met kronkelige straten, klassieke gebouwen en het beste vrouwenbasketbalteam van Spanje. Op loopafstand van het centrale plein woont de Nederlandse basketbalster Emese Hof (23) in een tweekamerappartement. Met haar blonde lokken en 1,90 meter valt ze tussen de kleinere Spanjaarden, zacht gezegd, op . „Soms denk ik: hoe ben ik hier terechtgekomen?”, zegt ze in haar woonkamer. „Ik vond het gewoon leuk om te basketballen, en nu zit ik opeens hier.”
Afgelopen zomer verhuisde Hof naar de basketbalhoofdstad van Spanje. Bij Perfumerías Avenida speelt ze met vijf WNBA-speelsters, die na de Amerikaanse basketbalcompetitie de oceaan oversteken om een extra zakcentje te verdienen. Na vier jaar collegebasketbal bij Miami Hurricanes werd ze uitgenodigd voor een trainingskamp bij drievoudig WNBA-kampioen Phoenix Mercury. Daar trainde ze twee weken met wereldsterren als Diana Taurasi en Brittney Griner. Als laatste viel ze af. Haar agent wist op de valreep een plek te regelen in Salamanca, een buitenkans.
Haar basketbalcarrière begon toen ze werd uitgenodigd om te spelen bij CTO Amsterdam, waar talentvolle sporters de kans krijgen voltijds met hun sport bezig te zijn. Om bij dat team te kunnen basketballen moest ze haar ouderlijk huis in Utrecht verlaten en gaan wonen in de hoofdstad. Ze was vijftien jaar oud. „Opeens moest ik koken, zelf boodschappen en de was doen, letten op mijn geld. In korte tijd maakte ik veel stappen. Niet alleen op het basketbalveld, maar ook persoonlijk. Ik werd een stuk volwassener. Je kan niet de hele week op yoghurtjes of de frituurpan leven.”
Tijdens haar jaren bij CTO toonden Amerikaanse colleges al interesse in de center. Dat ze na haar periode in Amsterdam vertrok naar Miami kwam dan ook voor weinig basketballiefhebbers als een verrassing. Met twee andere Nederlandse sporters en hond Buddy woonde ze tussen de palmbomen in een appartement. „Ik maakte reuzensprongen met basketbal.
Hoe dat kwam? Dat weet ik niet zo goed. Het is een beetje hetzelfde als wanneer iemand gaat afvallen. In het begin was je dik en daarna niet meer.
Wanneer ben je dan zoveel afgevallen? Ergens daar tussenin. In mijn laatste collegejaar leerde ik dat ik wedstrijden voor mijn team kon beslissen. Ik mocht doen wat ik dacht dat goed was. Steeds vaker bleek dat het goede te zijn.”
Maar in de Sunshine State krijgt ze ook last van heimwee. „Ik heb er een geweldige tijd gehad, maar in het begin heb ik me er ook flink kut gevoeld. Het was een hele verandering om daar te gaan wonen. Daar ben ik in het algemeen niet goed in, dat ik afscheid moet nemen van mensen. Ook al doe ik het mezelf telkens weer aan.”
Wat vind je daar zo lastig aan?
„Het voelt alsof ik mijn treintje van spoor laat wisselen en het spoor waarop ik zat verder gaat. Zonder mij. Als ik dan weer eens de mensen spreek van wie ik onderweg afscheid heb genomen, denk ik toch: mis ik iets van het normale leven? Het leven waarin je gaat studeren na de middelbare school, het leven dat al mijn vrienden in Nederland leiden. Mijn leven wijkt zo af van die norm.” „In Miami heb ik daarover veel met een sportpsycholoog gesproken. Als ik daar begon te janken, ging het nooit over basketbal. Als ik niet goed speel komt dat meestal door wat anders. Ik miste dingen in Nederland. Dingen waar ik het liefst bij had willen zijn. Maar dat doe ik mijn hele leven al, dingen missen voor mijn sport.”
Dat vind je zwaar.
„Ja, dat vind ik altijd wel lastig. Het is het lastigst aan mijn leven als topsporter. Dingen missen, momenten missen. Zoals toen mijn broertje zijn middelbare school afrondde, of toen ik in Amerika zat en mijn ouders uit elkaar gingen. Ik heb van die scheiding niet zoveel meegekregen, want ik was er nooit. Mijn broertje woonde nog thuis en die moest het allemaal in zijn eentje doen. Dat had ik hem willen ontnemen.”
Zou je zo’n ‘normaal’ leven willen leiden?
„Dat weet ik ook weer niet. Nu zit ik altijd in highs of lows. Je zit nooit in het stabiele midden, nooit in het grijze deel. Als basketbal slecht gaat, gaat het ook niet heel goed met Emese. Het is hier mijn eerste jaar, mijn eerste jaar professioneel basketbal ook.”
Het klinkt alsof je zoekt naar zingeving.
„Dagelijks ben ik daarmee bezig.”
Wat is dat voor jou dan?
„Daar ben ik nog niet helemaal uit.”
Ben je gelukkig met het leven in Salamanca? „Op dit moment wel. Maar als ik drie dagen vrij heb, neem ik het vliegtuig naar Nederland. Ik heb hier buiten basketbal om geen vrienden. Het zijn altijd je teamgenoten. Dat had ik in Miami in het begin ook, en daarvoor in Amsterdam. In het begin had ik het ook hier niet makkelijk. Een vreemde taal, een Spaanse coach [Miguel Ángel Ortega]. Dan liep hij met zijn handen in de lucht te schelden, en ik wist niet precies wat hij zei. Achteraf bleek dan dat ik het allemaal verkeerd begrepen had.”
Als dit topsportleven zo’n gevecht is met jezelf, waarom doe je het dan?
„Voor de sport, voor mijn carrière.”
Basketbal vind je leuk, maar alles eromheen niet.
„Hoe hoger je komt te spelen, hoe meer politiek. Dat vind ik wel jammer, maar het hoort erbij. Zo ben ik hier ook terechtgekomen, door diezelfde politiek. Ik ben er onderdeel van. Natuurlijk vind ik basketbal leuk. Ik heb er zoveel uren, jaren aan besteed. Nu kom ik eindelijk op het punt dat ik wat van de sport terug kan krijgen. Ik was een talent, maar op den duur komt er een moment dat je het ook moet gaan waarmaken. Je blijft geen talent, je blijft geen jonkie. In die fase zit ik nu.”
Wat voor fase is dat? „Ik blijf leren, dat vind ik echt heel leuk. Het enige is dat ik in dit team toch nog een jonkie ben. Zo ga ik me dan ook gedragen en voelen. Eigenlijk zou ik daar los van moeten breken. Want qua talent en kunnen weet ik dat ik mee kan met de beste speelsters. Maar omdat ik denk dat mensen dat beeld van mij hebben, ga ik me er ook naar gedragen. Dat is niet expres, eerder een self-fulfilling prophecy.”
Je speelt in een ondergeschikte rol?
„Ja, ik vind het belangrijk dat andere mensen het naar hun zin hebben. Daar moet je in de topsport een beetje mee uitkijken. Want om in de WNBA te kunnen spelen, moet je niet alleen een goede basketbalster zijn. Je moet ook belangrijke wedstrijden voor je team kunnen winnen. Dat kan ik in dit team nu nog niet. Volgend jaar wil ik er klaar voor zijn en het opnieuw proberen in de WNBA te spelen. Als ik nu ga, wil ik het ook halen. Een heel andere mindset dan ik had toen ik op trainingskamp ging met Phoenix. Ik ga er niet meer heen omdat het leuk is dat ik mee mag doen als opvulling.”
Het naar je zin hebben is ook belangrijk, lijkt me.
„Toen ik net bij dit team kwam, werd de coach boos als ik moest lachen tijdens het basketballen. Daar was ik diep door geraakt, omdat ik nou eenmaal zo ben. Moet ik mezelf ook nog gaan veranderen om in dit systeem te passen? Lachen hoort bij mij. Ik probeer het voor mijn teamgenoten zo ook een stukje leuker te maken. Wat blijer en lichter. Als iemand een slechte dag heeft, wil ik diegene zijn die haar wat beter laat voelen. Uiteindelijk gaat het daar om. Niet om het basketballen. Gewoon om al deze mensen, al die individuen. Dat is lastig als je op professioneel niveau speelt. Dan is het helemaal niet meer de bedoeling dat het altijd leuk is. Het mag niet meer leuk zijn, het is je baan geworden. Daarin probeer ik mezelf te blijven.”