Dat het ze menens was bleek ook uit een
begeleidend schrijven van de directeur van Stadsbeheer over het hoe en
waarom van deze „spoedeisende bestuursdwang”, wat dat laatste ook mag
betekenen. Wat ik er van begreep is dat ik volgens de directeur „het
gemeentelijk beleid gericht op het schoon houden van de stad had
verstoord”, waardoor zijn medewerkers met spoed hadden moeten uitrukken
om mijn vuilniszak af te voeren. En dat de kosten voor die extra
uitruk-actie daarom op mij worden verhaald.
Ik besloot hem er dit keer (voor het allereerst in mijn leven!) demonstratief naast te zetten
Wel werd eerder al toegegeven dat het nieuwe systeem met
‘elektronische vulgraadmeters’ nog gebreken vertoont. Alle 6540
Rotterdamse afvalcontainers zijn in 2017 uitgerust met sensoren die
aangeven wanneer een container moet worden geleegd. Maar die dingen gaan
nogal eens stuk en ook blijken sommige containers sneller vol te zitten
dan de bedoeling is. „We moeten het ritme van de stad leren begrijpen”,
zei wethouder Wijbenga vorig jaar nog. Steeds wordt beterschap beloofd
en zegt Stadsbeheer op zoek te gaan naar de oorzaak van het
vuilprobleem.
Dus toen ik na een aantal vruchteloze gesprekken met Stadsbeheer die bewuste ochtend met mijn afvalzak voor de zoveelste keer die week bij een volle afvalcontainer aankwam, besloot ik hem er dit keer (voor het allereerst in mijn leven!) demonstratief naast te zetten. Tussen een tiental zakken van buren die er kennelijk ook genoeg van hadden, want meestal nemen zij – net als ik – hun zak keurig mee terug naar huis als de container vol zit. Het was bedoeld om een signaal af te geven, een middelvinger naar een falende gemeente en naar de vuilnisman die naar mijn mening zijn werk niet goed deed.
Ik mag nog bezwaar aantekenen tegen de boete, schreef de directeur van Stadsbeheer me. Niet bij de rechtbank, de gemeentebelasting of de ophaaldienst, maar bij het college van burgemeester en wethouders zelf. Meneer Wijbenga kan een lange, boze brief verwachten van een gefrustreerde stadsgenoot die beter beleid eist. Want niet ík had moeten worden beboet, maar de wethouder zelf zou eens goed op zijn falie moeten krijgen.
Dus toen ik na een aantal vruchteloze gesprekken met Stadsbeheer die bewuste ochtend met mijn afvalzak voor de zoveelste keer die week bij een volle afvalcontainer aankwam, besloot ik hem er dit keer (voor het allereerst in mijn leven!) demonstratief naast te zetten. Tussen een tiental zakken van buren die er kennelijk ook genoeg van hadden, want meestal nemen zij – net als ik – hun zak keurig mee terug naar huis als de container vol zit. Het was bedoeld om een signaal af te geven, een middelvinger naar een falende gemeente en naar de vuilnisman die naar mijn mening zijn werk niet goed deed.
Ik mag nog bezwaar aantekenen tegen de boete, schreef de directeur van Stadsbeheer me. Niet bij de rechtbank, de gemeentebelasting of de ophaaldienst, maar bij het college van burgemeester en wethouders zelf. Meneer Wijbenga kan een lange, boze brief verwachten van een gefrustreerde stadsgenoot die beter beleid eist. Want niet ík had moeten worden beboet, maar de wethouder zelf zou eens goed op zijn falie moeten krijgen.
Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.
Een versie van
dit artikel
verscheen ook in
NRC Handelsblad
van 15 februari 2020
SHARTIE AART DEKKER
Een Rubriek op mijn Blog: Nederland-Treiterland
Over hoe de Overheid en/of Politiek het Vertrouwen van de Burger verwoest, en het Eigen Gezag ondermijnt...
Moet ik nog meer uitweiden? Of zeggen mijn titel en de bovenstaande Column van Mirjam deWinter wel genoeg?Reageren?
Graag!!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten