woensdag 17 december 2014

Leuke testjes: 'Which-ancient-religion-does-your-spirit-belong-to'?

Altijd leuk - voor tussendoor, als je even de gedachten wilt verzetten -, een simpel testje dat pretendeert zelfinzicht te verschaffen - en dat soms ook nog een klein beetje doet... - Deze keer (met dank aan mijn broer Richard):

-- Which-ancient-religion-does-your-spirit-belong-to? --

Does the Earth call to you? Or perhaps the Heavens of old? Come find out which ancient religion best suits your unique self and spirituality!

maandag 15 december 2014

Denken over Sport: 'Op naar de Schaats (minstens) Zevenkamp'!

Aan het einde van het vorige schaatsseizoen schreef ik onderstaand(e) brief/voorstel naar KNSB, enkele 'Cracks' - waaronder mijn favoriete sportman Erben Wennemars -, en wat sportredacties van kranten. Ik heb er weinig reactie erop gehad. Maar de discussie gaat door...,
...en ik kan me niet herinneren ooit zo weinig mensen op de tribunes van Thialf te hebben gezien - bij belangrijke Internationale wedstrijden - als dit weekend.

Eerst nog eens mijn oplossingrichting, daaronder het artikel dat NRC afgelopen zaterdag schreef.

Huidige All-Round-discipline Schaatsen is helemaal niet all-round!

We hebben de lente al haast achter de rug, maar nu pas is het (lange) schaatsseizoen eindelijk achter de rug. Lang niet alle topschaatsers hebben het seizoen ook echt tot het eind volbracht, (bijna) alleen echte broodschaatsers en jonge honden die edelmetaal roken vonden de kracht om ook ver in maart nog eens volle bak te gaan.

In stadion Thialf zaten nog zat knettergekke schaatsfans, maar of ook de Nederlandse Televisie-kijkers nog voor hoge scores zorgden waag ik te betwijfelen, en dat er in al het schaats-buitenland bijna niemand meer enige interesse had voor het WK All-Round lijkt mij welhaast zeker.

De roep om veranderingen in de antieke vorm waarin het Lange-baan Schaatsen is gegoten lijkt wel haast groter en sterker dan ooit. En schoorvoetend lijken KNSB en ISU daar ook wel de noodzaak van in te zien.

Een paar tips van een (ooit) simpele Natuurijsschaatser, die zelf buiten 'een Kruisje' slechts kleinere prestaties leverde op de schaats, maar zichzelf nog wel steeds ziet als 'schaatser' en de sport een goed hart toedraagt.

Nederland is het enige land met een fatsoenlijk aantal All-Rounders; hier is zoveel concurrentie dat ster Sven Kramer dit jaar niet een All-Round-titel binnenhaalde. En daar zat hij niet eens echt mee, dat geeft de betrekkelijke waarde van dit onderdeel van de schaatssport eigenlijk veelzeggend aan...

Ik ving dit seizoen dan ook ideeën op om dan maar over te stappen naar 'de Kleine Vierkamp' op een of meer grote Internationale Kampioenschappen. Een wonderlijke gedachte; welke zichzelf respecterende sport denkt dat ze er beter van zou worden door zichzelf uit te kleden? Een levende sport groeit, ontwikkelt zich, en bouwt uit!

Daarom zomaar wat gedachten van deze schaatsliefhebber, die ook lang niet meer alles live uitzit voor de TV.

Ga van een Vierkamp naar (minimaal) een Zevenkamp voor All-Rounders op minimaal EK en WK, en voeg dit element ook toe aan de Olympische Spelen.

Mogelijke extra onderdelen voor de All-Round:
-100 meter sprint
-1.000 meter
-een Marathon met Massastart

Nog verdere uitbreiding naar misschien wel zelfs een heuse Tienkamp is dan denkbaar in het toevoegen van:
-Short Track onderdelen op nieuw aan te leggen korte baantjes op het middenterrien van de traditionele 400-meter-banen, die daardoor weer multi-functioneler worden en daarmee beter te exploiteren, en/of
-Achtervolgingen, en/of
-Afvalraces

Wellicht kunnen echte schaats-insiders, door bordurend in deze denkrichting, nog wel enkele (betere) elementen bedenken voor enkele van bovenstaande opties. Daarmee wens ik hen veel succes.

Vanzelfsprekend dient zo'n nieuwe Meerkamp zich ook over meer dagen te verdelen, tenzij men er een echte uitputtingsslag van zou willen maken , zoals in de Atletiek natuurlijk wel gebeurt.
Naast de uitbreiding van de Individuele Schaatsonderdelen, de Maraton als op zichzelf staand nummer zou natuurlijk ook aan het Internationale programma dienen te worden toegevoegd, en ook 'echt Internationale' Natuurijs-onderdelen zouden op Winterspelen niet misstaan, zou dan ook het aantal Team-onderdelen wat verder uitgebreid kunnen/moeten worden.

Het zijn maar wat gedachten, ik hoop dat de schaatswereld er wat aan heeft.
Maar dat er niet 'iets', maar flink wat moet gebeuren lijkt mij overduidelijk!

Aart Dekker,
denker over sport,
Den Haag



Maurits Hendriks gaat voor veel medailles; hoe lang nog?


NRC, 13 december 2014:
Is dit nog spannend?

Schaatsen De toekomst van het schaatsen ligt meer open dan ooit. Er bestaan zorgen over de spanning en de populariteit, maar er zijn ook tal van initiatieven. Wat willen de buitenlandse topschaatsers?
Door onze redacteuren Maarten Scholten en en Rob Schoof | pagina 34 - 35
Op een bankje naast het ijs, na zomaar een ochtendtraining in Thialf, vat Shani Davis de toestand in het internationale langebaanschaatsen kernachtig samen. „Jullie in Nederland hebben alles, wij hebben niets.” De tweevoudig olympisch kampioen is pessimistisch over de toekomst van zijn sport. „Ik zie het schaatsen het op deze manier geen tien jaar meer volhouden.”
In Nederland is de afgelopen jaren volop discussie ontstaan over vernieuwing van het langebaanschaatsen. Maar wat vinden de buitenlanders eigenlijk? Naast Davis vinden ook meervoudig olympisch, Europees en wereldkampioene Martina Sáblíková, de Belgische allrounder Bart Swings en de Poolse olympisch kampioen Zbigniew Brodka dat veranderingen hard nodig zijn om de toekomst van de sport veilig te stellen.

1 Vijf kilometer (vrouwen) en tien kilometer (mannen) afschaffen?
Brodka: „Onmiddellijk afschaffen. Voor het publiek is het niet interessant, het duurt veel te lang. Je ziet het in meer sporten. De trend is korter, niet langer.”
Davis: „Het niveau in de wereld is lang niet zo hoog als in Nederland. Er is internationaal geen traditie meer over. De schaatsers willen het werk niet meer doen dat nodig is om met de Nederlanders te kunnen strijden. De tien is cool, maar de beste dagen ervan zijn voorbij. Het sterft langzaam uit.”
Sáblíková: „Ik houd van de vijf kilometer, en trouwens ook van de tien kilometer bij de mannen. Mensen mogen zeggen dat het saai is. Maar je ziet ook mooie gevechten. En in de atletiek schaf je toch ook de marathon niet af? Je hebt sprint, middenafstand, lange afstand. Dat is in schaatsen precies hetzelfde.”
Swings: „Wij als buitenlanders rijden twee tien kilometers per seizoen, in de wereldbeker en op de WK afstanden. Tenzij je het als allrounder goed doet. Maar voor die twee races ga je niet in de zomer elke dag drie uur op de fiets zitten. Dat doen buitenlanders niet. Toch mag de tien niet verdwijnen. Het is een te mooie afstand, met veel historie. Ik rijd hem graag.”

2 Allroundtoernooien zonder vijf (vrouwen) en tien kilometer (mannen)?
Davis: „Hadden ze dat maar tien jaar geleden gedaan. Elke allroundcompetitie zonder tien kilometer is spannender. Maar als je het echt goed bekijkt, zie je dat de beste tijd voor het allrounden sowieso voorbij is. De jaren dat Chad Hedrick en ik streden, met Enrico Fabris, een paar Noren, Carl Verheijen, de jonge Sven in opkomst. Zelfs Erben deed mee. Those were the days voor het allrounden. Maar helaas, het is niet meer. Dat geldt een beetje voor schaatsen in het algemeen. Het wordt vlakker, minder spannend.”
Sáblíková: „Als je de vijf kilometer bij de vrouwen vervangt door een duizend meter mag je het geen allrounden meer noemen. Dan is het alleen nog maar voor sprinters, wie goed is op de lange afstanden heeft er niets meer te zoeken. Als dit doorgaat doe ik vanaf volgend jaar niet meer mee aan de EK allround.”
Swings: „Verandering is mogelijk voor EK en WK allround. Maar ik ben niet blij met de duizend meter in plaats van de tien kilometer. Dan wordt het een enorm kleine vierkamp, bijna een tweede WK sprint. Dan moet je als sprinter alleen de vijf kilometer overleven. Voor mij is dat natuurlijk geen goede zaak. Vervang de tien dan liever door de drie kilometer.”

3 Nieuwe onderdelen toevoegen, zoals de massastart?
Swings: „Ik vind het supergaaf. Er komen shorttrackers op af, marathonschaatsers. De mensen die mij volgen vinden dit onderdeel het leukst. Het is een beetje als wielrennen op het ijs: het spelletje dat ik ook vanuit het skeeleren ken. Elke wereldbeker doen er meer rijders aan mee. Als het de olympische status krijgt kan het heel interessant worden.”
Brodka: „Nieuwe onderdelen kunnen interessant zijn, ook de massastart. Maar de regels moeten eerst duidelijk worden uitgewerkt. Over beschermende kleding, het gebruik van de inrijbaan, over de lengte van de race en het aantal deelnemers. Anders is het te gevaarlijk.”
Davis: „De massastart is cool om naar te kijken. Maar ik ben bang dat op een dag iemand serieus gewond gaat raken. Te veel schaatsers in de baan, scherpe ijzers, roekeloos rijden. Zeker als het om een wereldtitel gaat of om olympisch goud. Het is een wonder dat er nog nooit ernstige ongelukken zijn gebeurd.”

4 ‘Wereldschaatsspelen’, met kunstrijden, shorttrack en langebaan?
Brodka: „Goed idee, het zou helpen voor de promotie van het langebaanschaatsen buiten Nederland. Landen met een traditie in het kunstrijden of shorttrack komen in contact met de langebaan. En schaatsers uit de verschillende disciplines kunnen ideeën uitwisselen.”
Swings: „Dat zou een mooi evenement kunnen worden. Je krijgt ook veel meer aandacht van de media, denk ik. Maar ook voor de atleten zelf lijkt me dit cool. Een nieuwe omgeving, nieuwe prikkels.”
Sáblíková: „Een idee van Ard Schenk? Ik houd van nieuwe ideeën, en helemaal als het komt van iemand vanuit onze sport die zich er nog altijd nauw bij betrokken voelt. Dit moeten we doen. Dan kijken we vanzelf wel of het werkt.”

5 Icederby, voor veel geld schaatsen in Dubai op een baan van 220 meter?
Davis: „Dat biedt een geweldige kans. Het geeft de sport een nieuw podium op wereldniveau en er valt voor schaatsers veel geld te verdienen. Doen! Ik ben het niet eens met de ISU [internationale schaatsbond] dat ze dit verbieden. Het kan de groei en ontwikkeling van het schaatsen juist helpen, zeker internationaal. Er zijn zoveel niet-Nederlandse schaatsers die nauwelijks van de sport kunnen leven. De besten redden het net met wat prijzengeld. Maar in de tijd dat ik bijna elke wedstrijd won, verdiende ik in totaal per jaar wat ik bij Icederby in een week bij elkaar kan rijden.”
Sáblíková: „Het is meer show dan afzien, en we kunnen big money verdienen. Schaatsen is het hele jaar door ons beroep. Met Icederby kunnen we daar de vruchten van plukken. De ISU verbiedt het, maar dat snap ik niet. De bestaande competities komen niet in gevaar.”
Swings: „Ik zou het zeker willen proberen als we mee mogen doen van de ISU. Het lijkt me leuk om tussendoor te doen. Maar ik ben begonnen met schaatsen voor de Olympische Spelen, dus dat ga ik niet aan de kant zetten voor Icederby.”

6 Andere ideeën voor een gezonde toekomst van het schaatsen?
Davis: „In de rest van de wereld zie je best talentvolle schaatsers, maar niemand brengt het tot het hoge niveau als in Nederland. Alleen daar is geld. In de ideale wereld zou je een internationaal steunpunt oprichten in Calgary, in Inzell, in Seoul of Nagano. Dan heb je een basis om gelijke competitie te creëren. Maar dat komt niet van de grond. Er is te veel isolatie. Zonde.”
Swings: „In de set-up zou je wat kunnen veranderen. Bijvoorbeeld starten met commerciële ploegen in de wereldbekers. Dat maakt het veel interessanter voor sponsors. Wij proberen het nu met Stressless [internationale ploeg van coach Bart Veldkamp]. Met België hebben we vorig jaar mooie ploegachtervolgingen gereden, maar als je buitenlandse toppers bij elkaar kan zetten, gaat Nederland niet meer elke keer zo makkelijk winnen. Het zou zich dan ook internationaal meer ontwikkelen, omdat het voor een sponsor belangrijk is om vier goede rijders bij elkaar te krijgen. Dan kan de sport verder groeien.”

NBA is weer gang...Grote Verhalen van dit Seizoen (Deel-1): Kobe Bryant - 'Kobe Twilight the Saga'

NBA weer van start... (Deel-3: Kobe Bryant)

Het is een Debat waar eenvoudig weg nooit een eind aan zal komen, maar wel leuk, en met zijn allen slaan we er op deze aardkloot immens veel uren op stuk, en blijven we de vraag opgooien "Wie is nu echt 'de Beste Ooit', 'the Best Ever'?

Tot voor kort waren de meeste basketball-liefhebbers - in ieder geval hier in Nederland - ervan overtuigd dat het antwoord hierop kort en onbetwistbaar was: 'MJ', of wel Michael Jordan. Waarom? En was het terecht? Ik denk dat - juist in Nederland - maar weinigen daar echt gefundeerd iets over kunnen zeggen... Waarom? Omdat wij nauwelijks echt iets gezien hebben van spelers zoals Elgin Baylor, George Mikan, Bill Russell, Jerry West - ze zullen die man toch niet voor niets tot NBA-Logo hebben gebombardeerd? -, Wilt Chamberlain, en - zelfs - Kareem Abdul Jabbar hebben we (in his prime) maar heel beperkt kunnen volgen. Maar toen het 'tijdperk MJ' begon, toen kregen we daarvan hier in Nederland juist relatief veel mee.

Voor mezelf had ik vragen - en dan heb ik het dus alleen over het tijdperk van NBA-Basketball op TV in Nederland -, of er niet momenten waren dat spelers zoals Bird, Magic, Haleem, Rodman en Pippin - op hun top - niet minstens even goed waren als MJ op zijn best. Ik weet het, er zijn dan gelijk nogal wat mensen die me voor gek verklaren, maar ik meen het serieus; niet dat ik er zeker van ben, maar ik vraag het me gewoon af...

Sinds dat tijdperk kwamen er nieuwe sterren: Kobe Bryant, Shaquille O'Neal, LeBron James, Derrick Rose, Kevin Durant, ik noem er maar een paar...

Ik heb het genoegen mogen smaken Kobe een paar keer live te mogen aanschouwen. En toen dacht ik "Hij kan alles wat MJ kon, en soms beter; dus waarom is iedereen er zo van overtuigd dat het een uitgemaakte zaak is; 'MJ is de Beste' ?" De man won ook 5 'Ringen', MJ had er 6...maar Jordan had twee keer drie titels lang een erg goed roster om hem heen, waarschijnlijk beter dan Kobe op sommige momenten. Ze deden het met dezelfde coach...en moeten we - om de vraag beantwoord te krijgen -, niet ook naar de concurrentie kijken? En wat te denken van het TEAM 'San Antonio Spurs'? Inmiddels ook 5 Ringen, maar dat team speelt nog en is dus 'still counting'! Ik herinner me dat nog maar enkele jaren geleden je compleet voor gek werd versleten als je daar 'fan' van was. En eigenlijk pas zeer recent is dat sentiment (hier) omgeslagen, en daar hebben dat ook de (halve) Nederlander(s) Tony Parker en Francisco Elson nog iets mee te maken. Waarom hoor je bijna nooit dat Tim Duncan toch ook wel heeeel erg goed is, waarom is die niet in de race voor 'the Best Ever'?

Nou ja, zoals ik aan het begin al schreef: het Debat zal nooit klaar zijn, en dat maakt het allemaal alleen maar leuker. In ieder geval weten we dat Kobe Bryant aan de verkeerde kant van de top van zijn carrière beland is, zijn team en lijf zijn niet meer zo goed zijn als ze ooit waren; het lijkt een onmogelijkheid dat die 6e Ring er ooit nog komt voor hem als 'LA Laker'. Zou ook hij in zijn nadagen wellicht nog elders aan zijn resumé verder kunnen werken?

Maar dat hij een absolute Topspeler is/was zal niemand toch betwisten!?

Eerst een clip waarin Kobe de vijfde speler in de geschiedenis van de NBA wordt met een score van over de 30.000 punten:
Kobe Bryant's 30,000th Point from All Angles




Sports Illustrated - in mijn ogen onovertroffen als Sport-magazine en Website - schreef een lang verhaal over de schemerfase van de loopbaan van Kobe Bryant, de fase waarin het waarschijnlijk alleen maar minder wordt. Kobe heeft geloof ik nog twee jaar over op zijn lopende contract, verdient bakken met geld, maar waar leidt het allemaal nog toe? Het onderstaande verhaal lijkt me een goed achtergrond om die laatste periode van de Superster Kobe Bryant mee te volgen...


Twilight the Saga (SI.com)

For even the most competitive athlete, the transition game is never easy. So what drives Kobe Bryant at age 36, as he comes off serious injury and prepares for his 19th NBA season—and all that lies beyond?

BY CHRIS BALLARD



The thick-armed man moves quickly, establishing a perimeter and securing the entryway. This is his seventh year on Kobe Bryant’s overseas security team, and he knows how quickly things can go sideways, especially in China. Once, four years ago in Shandong Province, a guy slept overnight on the roof of a gym, curled in the darkness, and then, when Kobe approached, leaped from a low overhang, yelling, “Kohhhh-beeee!” In one fluid motion Attila Portik—for that is the muscle-bound man’s name, of Hungarian origin—intercepted the crazed fan and hurled him aside, as if bailing out a boat. Another time, the mob breached the perimeter and swarmed in, so close that one ripped out Bryant’s earring. Just a year ago teenagers in Shanghai scaled police cars to get a view. The cops didn’t stop them; they too were trying to see. Now Attila and his counterpart, a buzz-cut L.A. police officer named Robert Lara, insist on metal barricades and use decoy cars. You have not seen hysteria, Attila explains, until you’ve seen Kobe in China.

On this late-July­ afternoon, fans have been massing for hours in the humid air outside Jiangwan Stadium, here in the northeast part of Shanghai, amid the high-rises and the smog and the clamor. They arrive wearing Kobe jerseys and shirts that read ring collector and 24 on the floor. They carry poster boards and giant banners. One reads pray for kobe, above a photo of Bryant holding his cracked kneecap. Another reads forever young, with the tagline to the great father, excellent player. Two nearby outdoor basketball courts are polka-dotted with yellow-and-purple ­number 24 jerseys—short, skinny Kobes driving on chubby Kobes then passing to wiry, bespectacled Kobes. Nearby, vendors hawk homemade kobe hats and black mamba temporary tattoos. Conspicuously, no one wears generic Lakers gear. They do not care about the team, only Kobe. He is like a cross between Justin Bieber and Neo from The Matrix.

At 5:45 p.m. the riot cops arrive, wearing helmets and toting shields and long metal poles that end in U-shaped curves wide enough to corral a man’s neck. By 6:30 the street is clogged with gold jerseys. Fans climb lampposts and scramble up trees. Some have tickets for tonight’s event; others will wait more than five hours just to see Kobe walk into a building.

This summer’s stop in Shanghai was Bryant’s ninth visit to China in the past 15 years, and the fervor over his presence was greater than ever. The autorities, clearly, were prepared to handle the throngs of fans who turned out—most in Kobe gear—to catch a glimpse of their idol.

Just after sundown it happens. A black van with tinted windows pulls through the iron gates. The mob, thousands strong, begins pogoing up and down, emitting a guttural noise. Koohhhh-beeee! Kooohhh-bee! The riot cops tense, ready to hold the line. And now Bryant emerges, wearing a white T-shirt and shorts. This is his ninth visit to China in the last 15 years, but he is still surprised every time he sees the fervor anew. So Bryant waves and moves quickly, striding up the stairs and into the gym, past a row of purple spotlights and two life-size porcelain statues of himself in mid-dunk and into what was once a gymnasium but for the week has been remade by Nike into something that can only be described as a temple, and that is unironically dubbed the House of Mamba.

Is Kobe worshipped in China? Nike’s House of Mamba, complete with life-sized statues, was a virtual temple.

Striding past the wall-sized rack of purple basketballs, down a hall lined with giant inspirational Kobe quotes and trailed by a team of nearly a dozen handlers, Bryant is directed to a room marked VVIP. There he is outfitted with a microphone headset and transponders on each triceps. In the next three hours he will preside over a bizarre basketball TV show, part American Idol, part Hunger Games, part Terry Gilliam fever dream, that is held on an LED-lit court while Chinese emcees scream in Mandarin and young women weep. And then, at night’s end, Bryant will, to the shock and dismay of his handlers, go off-script and challenge a Chinese teenager to a full-court game of one-on-one on his rebuilt knee and Achilles, footage of which will later leak onto the Web. Afterward a young man in a 24 jersey will leap from the stands and literally prostrate himself in front of Bryant, hands clasped together in prayer to a roundball deity.

And this is only Kobe’s first day in China.

Back in the States, if all goes as planned, Bryant will, a little more than two months from now, jog down a tunnel in Staples Center, acknowledge a cheering crowd and play in his first NBA game since fracturing his left kneecap last Decem­ber. It will mark his 19th season in the league, a career during which time he has won five titles and one MVP award, and logged more minutes than all but 12 men in NBA history. Barring any transactional miracles, his most-talented teammates this season will be Carlos Boozer, Jeremy Lin and Julius Randle. Naturally, Bryant is certain that this makeshift crew is capable of greatness. “I hear people say, ‘They don’t have a championship team,’?” Bryant said a week earlier, while peering out an eighth-floor window at the Beverly Hills Hilton. “Yeah, maybe from your perspective”—and here Bryant pauses, narrows his eyes—“but Boozer does this, Jordan Hill does that, Lin adds that. What’s the best way to put all these pieces together and use them to win? That’s the puzzle to figure out, and if we can figure out that puzzle, we’ll shock a lot of people.” Bryant was at the Hilton on this afternoon to promote an upcoming Showtime documentary, for which he is an executive producer. He’d just finished sitting on a media panel alongside Showtime executive Stephen Espinoza and the film’s director, Gotham Chopra. Almost immediately, a reporter veered off topic and asked about the Lakers’ future. And then about LeBron. Espinoza guy cut off the question, snapping, “You’re not wasting [any more of] our time.” But Bryant waved him off. He understands that people only care about the movie because they care about his career. As he put it, “That’s part of the entire damn story.”

A new kind of Showtime: Bryant (here with the network’s Espinoza, far left, and Chopra) is the focus of an upcoming documentry entitled Kobe Bryant’s Muse. The filmmaker, like his subject, was raised by a famous father.

Kobe Bryant's Muse: The Sacrifice For Greatness" SHOWTIME Documentary Trailer:


De hele 'Kobe Bryant: ESPN SportsCentury Documentary' (39 min):



Now, up in a sprawling eighth-floor suite with views of the Hollywood hills, Bryant continues to talk optimistically about what’s to come. His confidence is as admirable as it is predictable. And yet on paper the Lakers look an awful lot like a lottery team that is overly reliant on one aging star. There is not much hope on the horizon, either. Seven months after he ruptured his left Achilles ­tendon—and three weeks before he fractured his left ­kneecap—Bryant­ signed a $48.5 million, two-year deal. The contract, widely derided as the worst in the game, makes Bryant nearly impossible to move, even were the Lakers to try. Asked about Kobe’s value on the market, one GM answers definitively: “Zero. Look at that number. Who takes him?”

This is by design, of course. It ensures that Bryant accomplishes something very few pro athletes have: playing an entire career with one team. Bryant’s plan is to retire in two years, though he says he reserves the right to change his mind. Thus one of the game’s greatest players and one of its two fiercest ­competitors—Michael­ Jordan being the ­other—will likely exit the league laboring for an undermanned squad in a stacked conference. It seems wrong. Never the type for farewell tours, Bryant bristles at the idea of parading from arena to arena, receiving parting gifts and teary-eyed salutes. “No, no, no, no, I’m good,” he says, waving his hands. “If you booed me for 18, 19 years, boo me for the 20th. That’s the game, man.”

Bryant bristles at the idea of parting gifts and teary-eyed salutes: “If you booed me for 18, 19 years, boo me for the 20th. That’s the game, man.” But most of them won’t boo. Much as happens with other sports villains in their later years, fans have warmed to Bryant. It helps that in his latest iteration he has become the truthsayer of the NBA, the closest there is to Charles Barkley among the playing ranks, ready to tell it like it is. Most people hit the f-it stage of life at age 70 or 75. Bryant, who will turn 36 shortly after returning to the States, appears to have arrived there already. (“It’s because I’m 70 in basketball years,” he jokes.)

Eighteen months is a long time, though. Before his Achilles injury, he was an MVP candidate and the Lakers had Dwight Howard and Pau Gasol. Now? Now he’s got Nick Young and Wesley Johnson while the national conversation centers around KD and LeBron and Kevin Love.

Bryant understands this, even if he won’t abide it. This may be “the finale of my career,” as he calls it, but he intends to go out as he came in, guns firing. Still, as he prepares for the comeback from his comeback, Bryant has become more introspective. He is interested in his place in the game, in documenting his life. He wants to disseminate what he’s learned. To spread the gospel of Kobe. Which helps explain why he has come to China.

The crowds in Shanghai, bordering at times on mobs, clamored for—and photographed—Kobe at every stop on his tour.


Nike built an LED court for Kobe Bryant in China

At 8:25 a.m. on Bryant’s second day in Shanghai, he walks into the near-empty gym on the fourth floor of the towering Shangri-La hotel in west Shanghai. Seeing a reporter, he smiles, saying, “So you made it out after all.” And with that, Bryant begins one of his legendary workouts.

He starts on the stationary bike, which he rides leisurely for 15 minutes, staring out the window through a light drizzle at the morning traffic on the Yan’an Elevated Road. Then it’s on to some leg extensions, followed by body weight exercises. Throughout, Bryant keeps up a running conversation with his good friend and Nike account manager, Nico Harrison, an easygoing former Montana State forward. Some of Kobe’s favorite topics of conversation include: what Bryant read on Techcrunch the night before, the latest news on Buzzfeed and whether Katy Perry is a genius businesswoman or just a plain genius. (Bryant has been a longtime admirer of Perry’s and was nervous when he met her for the first time recently, when both happened to be dining at Chateau Marmont in Los Angeles.) At one point Bryant even appears to break a sweat.

Now more introspective, Bryant wants to disseminate what he has learned, to spread the gospel of Kobe. Which helps explain why he has come to China. This is the dirty little secret that becomes apparent while spending a week around Bryant in Shanghai: He is human. He does not wake at 2 a.m. to run wind sprints through the streets of the city. He does not spend three hours a day doing visualization exercises while chanting samurai mantras. And sometimes his workout in a hotel gym is pretty much the same as the workout you or I would do in a hotel gym. This is the reality of being 35 years old, with the legs of a 45-year-old.

While he retains his superhuman ­tolerance—“He has the highest pain threshold I’ve ever seen,” says his longtime physical therapist, Judy Seto—even Bryant knows that he can only push so far. He is coming off two significant injuries. His body needs to rest. Recently he saw a top nutritionist, hoping to find some magic diet that would restore his energy to its earlier levels, as if aging is but a matter of changing your carbs-to-protein ratio. “There are certain things that my body can’t do that I used to be able to do,” Bryant admits. “And you have to be able to deal with those. First you have to be able to figure out what those are. Last year when I came back, I was trying to figure out what changed. And that’s a very hard conversation to have.” Bryant pauses. “So when I hear the pundits and people talk, saying, ‘Well, he won’t be what he was.’ Know what? You’re right! I won’t be. But just because something evolves, it doesn’t make it any less better than it was before.”

Despite spending the better part of the last two seasons recovering from a pair of injuries, Bryant is optimistic that he can close out his nearly two-decade career on a high.


Kobe’s focus these days is on efficiency. Over the summer he’s trained nearly every day, either at the Lakers’ facility or at a gym near his house in Orange County. Sometimes he’ll have a partner join him for drills– often 27-year-old Lakers small forward Wesley Johnson. In these instances Bryant takes on a mentoring role, pointing out Johnson’s wasted steps and where he can be more effective. Other times Bryant works out by himself, except for two ball boys, shooting and sweating for up to two hours, never talking. His goal is to regain his conditioning—after adding some body fat earlier in the year, he now looks almost frail with his shirt off. The end goal, of course, is to evolve. “I’ll be sharper,” he says. “Much sharper. Much more efficient in areas. I’ll be limited in terms of what you see me do, versus a couple years ago. But very, very methodical, very, very purposeful.” On this morning in Shanghai, his hotel workout is certainly purposeful. He is done within an hour. Bryant heads to his room to get ready. Today is Design Day. Kobe has been to China so many times now that he has done all the tourist stuff. So a young Nike rep was tasked with putting together an itinerary of unusual experiences, broken down by theme. Yesterday was Greatness Day, today is Design Day and tomorrow, when Nike has arranged to close down a local museum, is Art Day. Bryant’s black luxury van arrives in the early afternoon in the trendy M50 neighborhood, where he meets an ­artist-designer named Zhang Zhoujie, who has been given Nikes to wear for the occasion. Zhoujie, a thin, nervous man in white jeans and wide-frame glasses, uses a computer to individually map each chair he designs so no two are alike. His personal narrative appeals to Bryant: Turned down by studios, Jie spent four years teaching himself how to produce the chairs. Now he sells them for 10 grand apiece and recently held a show in L.A., from which he returned with bags of official Kobe gear for his friends. Now he is meeting the actual man in the flesh, and he is having a hard time keeping it together. Tentatively, he presents a slide show to Bryant, who appears genuinely curious, putting his finger on his chin and nodding seriously, asking questions throughout. Bryant asks about process, about production scale. Asked to sit on the $10,000 chair, Bryant lowers himself slowly, then says, “This might be the most comfortable chair I’ve ever sat in. Seriously”—and here he motions at Nico—“you gotta try this.” (Afbeelding ????, wie vindt hem voor me?) Take a chair: On his “Design Day” in China, Bryant got the lowdown from artist Zhang Zhoujie, whose unique, computer-mapped pieces sell for $10,000 each. After a test seating, Kobe proclaimed it “the most comfortable chair I’ve ever sat in.” This side of Kobe, the inquisitive entre­preneur, is a relatively new development. Early in his rehab from the knee injury, he was limited to 45 minutes a day on the exercise bike, which left him 23 hours and 15 minutes to focus on something other than basketball. It was hell. “You get this feeling that you’re living without a purpose,” says Bryant. “And that’s not O.K.” So Bryant watched Modern Family with his kids and read business tomes and spent long hours talking with people he admires and filling a series of notebooks. He’s on his fourth now. “Just nothing but sketches and drawing and org charts and direction and all this s---. Conversations I’ve had with muses, how they built their company, notes and all kinds of s---.” (One of Bryant’s conversational fallbacks is swearing in situations where swearing doesn’t necessarily seem warranted. It is a way to soften himself, an attempt to bridge the gap he assumes exists when talking to people unlike himself.) “You know how it’s been hard for Jordan in retirement?” says one GM. “It’s going to be way worse to be Kobe. At least MJ likes to golf and play cards.” Of late, Bryant has become obsessed with obsessives, and he devours biographies of iconoclasts. Often he’ll divulge some factoid like, “Did you know that Leonardo da Vinci didn’t break onto the art scene until he was 46 years old? Forty-six?!?” Bryant recently cold-called Apple exec Jonathan Ive and Oprah Winfrey, among others, asking for business advice. He is curious in a manner most athletes aren’t. He wants to know how and why things work. Last year he formed Kobe Inc., hiring away creative talents he admired from companies he’d worked with. (Bryant, who got his killer instinct from his strong-willed mother, hired Andrea Fairchild, formerly of Gator­ade, as his CEO.) Among those Bryant ­idolizes—Steve Jobs and Bruce Lee, for ­instance—there is often a common theme. They are outsiders. They buck the system. Succeed against the odds. In their lives Bryant sees not just road maps but validation. Earlier this year Bryant heard a story about Michael Jackson, one of his idols. It was about how, before Thriller came out, Jackson was obsessed with the Bee Gees, and in particular their Saturday Night Fever soundtrack, which then was the best-selling album of all time. Determined to eclipse the Bee Gees, Jackson began listening to Saturday Night Fever over and over. Such was his obsession that for two years straight, Jackson told friends, he listened to the album 10 times a day, until he knew every note, every beat. Until he’d internalized it, deciphered its magic and taken it for his own. A year later Thriller came out. It went on to sell more than 60 million copies and become the best-selling album of all time. When Bryant first heard this anecdote, he was ecstatic. “I f------ love that story,” Bryant said. Here, crystallized, was everything Bryant held dear: the value of work ethic and passion and obsessive quests, all doused in mythology. Did Jackson actually listen to Saturday Night Fever 10 times a day, or was it more like five? Did he do it for two years, or two months? These were not questions Bryant asked. Better to build up a myth than tear it down.
Fan support for Bryant in China goes beyond mere cheering to a deeper sense of engagement. The man who told Bryant that story about Michael Jackson was 39-year-old director ­Gotham Chopra. The son of New Age guru Deepak Chopra, Gotham grew up amid his own surreal media bubble: on TV as a boy, shot by paparazzi as a teen, published author while still in college. His childhood was as surreal as Bryant’s, if in a different way. Kobe and Gotham met two years ago, through a mutual friend, and first bonded over comic books. Bryant was interested in documenting his comeback from an Achilles injury. Gotham, a personable man with big brown eyes—and a die-hard Celtics fan, something which Kobe loves to needle him about—signed on, even though the project was nebulous. “Hey, if Kobe wants you to film, you film,” he says. Then Kobe’s knee buckled, and the movie had to become about something else. So it became about Kobe’s ­inspiration—his “muses” as Bryant calls them. Gotham has now spent roughly 70 days with Bryant over the course of more than a year. He has reams and reams of footage, and a team of young, bearded, energetic twenty-somethings sifting through footage day and night back at a second-floor apartment office in Santa Monica that feels more like a tech start-up. The movie is supposed to air on Showtime in early November, right after Kobe’s return. Gotham says he’s about 95 percent done filming and desperately needs to be in the editing room. But Kobe said, ‘Come to Shanghai,’ so Gotham came. This is how a lot of the filming has gone. Gotham will get a text at 5 A.M. “Meet me in Newport Beach at 6 A.M.” So Gotham grabs his crew and speeds toward the coast, no idea what he is about to film. Sometimes he receives a text halfway there from Kobe’s personal assistant, Ashley, telling him that the unspecified event is now a no-go. Like any auteur, Chopra wants to make a revealing film. Which means he is in a difficult position. A lifetime spent in front of cameras—a lifetime of creating personas and reinforcing them, of burnishing his own mythology, just as Michael Jackson once did—makes it hard for Kobe to let down his guard, even when he tries. At one point I ask Bryant why he has yet to sign on for a ghost-written autobiography. He says he’s thought about it. That he’s read Andre Agassi’s book and admires it. But if he did it, Bryant says, he’d want to actually write the book himself. Even so, he says, “I’m not ready yet. Writing carries such a level of transparency. I think if you’re going to write a book, you have to be ready to be completely transparent about everything that’s taken place. And I’m not at that place yet.” Bryant’s focus at this point in his life and career is on efficiency. He knows what he needs to do to return to the level of play that expects for himself and for his team. He is also keenly aware of the importance of finding a purpose for his life beyond basketball.
For now Bryant often speaks in parables, all of which have roughly the same moral: Never give up, and if you work hard, you will succeed. In interviews and at basketball camps and in speeches, again and again, he tells the same stories: about that summer in Philly where, as a wiry kid, he failed to score during the entirety of the Sonny Hill summer league. (“Zero points!”) And the one about how at four years old he was forced to fight an older, better kid at karate and got his ass kicked only to realize he’d survived and was now stronger for it. Such are his charisma and social skills—dramatizing big moments, enunciating key words—that he makes each story feel new and insightful, the way a skilled politician can.
“Somebody told me, When you go to China, you’ll see people really­ respond to his teachings,” ... ...Chopra says with a laugh. “Kobe has teachings?” The Kobe Way can be applied to any endeavor. When he spoke recently with one of his various Kobe Inc. partners, a moment caught by Gotham on film, Bryant groused about “this thing where we seem to be O.K. for kids to receive medals for fourth place.?.?.?. It’s bull----.” Instead Kobe wants to use his company to foster, as he calls it, “the spirit of competition.” At home, Bryant drills his eight-year old daughter on winning, only he calls it “competing.” The lesson remains the same: Sometimes you lose, but when you do, it just reminds you of how much you like to win. Says Chopra, “Sometimes I tell Kobe, You’ve obviously been successful. Whatever you’ve done seems to have worked. But this losing/winning mentality you have, where everything is a competition? In basketball, yes. Maybe even in business, yes. But parenting, not so much. Relationships? There’s compromise. At least that’s my experience. But, you know, he kind of hasn’t had to till now.” (At one point Gotham introduced his seven-year-old son to Kobe. Afterward, Bryant turned to Gotham and said, “I’m thinking of creating one of those,” as if a son were a product.) At this point, Bryant has institutionalized his mentality. Again and again over the week, he repeats his mantras, telling the Chinese kids to “be strong” and “learn from failure” and “never stop working to get better.” Here is the thing: Bryant encourages these kids to grow from weakness, but he never shows any himself. You know how Kobe deals with a torn Achilles? He tries to pull the damn thing up, then stays in the game to take, and make, two free throws. Aging? Kobe has publicly scoffed at the notion that Father Time is undefeated. Armed with a roster of Lins and Boozers, Kobe says he’s thinking championship. And he really does buy into this stuff. “First of all, I’m sure he believes they can make the playoffs,” says one GM. “And second of all, I’m sure he believes it will be on his shoulders. That’s what makes him Kobe. That unnatural confidence.”
Call it the blending of the guards. Bryant’s chemistry in the backcourt with former opponent Lin (17) will help decide just how far the Lakers go in 2014-15. Now it’s day three of Bryant’s visit, and he’s back at the House of Mamba, filming. The online reality show is the brainchild of Nike, though it is full of Kobe’s input, of course. Everything you see involving Kobe includes his input; hence his line of shoes named after people he admires, including the Bruce Lee, the Beethoven and the Thriller. The TV show is essentially one long, overt Nike advertisement, part of a concentrated effort by both athletic companies and the NBA to make China the next frontier for basketball. (The league is building a 130,000-square-foot structure in Beijing and commissioner Adam Silver recently said he sees the country as a key to the NBA’s continued growth.) In Nike’s case the company solicited 30-second video clips from teenagers across China, then chose the most interesting. During week one LeBron James came through and narrowed the field down to 30. Now Kobe will narrow that field to 10. Despite the star power and relevancy of James, ­Attila says there is no comparison when it comes to popularity. He has spent nearly a decade on Asian security detail for NBA stars and watched over LeBron just the week before. “You can tell one is trying to get where the other is,” Attila says. Asked if he means there are more fans for Kobe, he nods. “Lots more.” On this afternoon Kobe tutors the players on specific skills. He is exacting but patient, showing a chubby, big-eared kid how to shoot a fadeaway from the right post, a shot that this kid should probably not even consider taking until he’s mastered more rudimentary moves. Still, Kobe sticks with him as he flubs shot after shot. “Fake left, shoot it over your right shoulder,” Bryant says. “Don’t use the dribble.” The kid tries again and makes the shot. Kobe is happy. He is clearly a good teacher. Though he says he has no interest in coaching, he would be a good one. If he had the patience for it. It’s interesting that he equates joy with hard work, as if it must be earned. In Kobe’s world, anything that comes easy is, by its very nature, not worth treasuring. The Chinese teenagers, chosen by Nike as much for their backstories as their skill, need plenty of help. A handful might qualify as D-III players in the U.S. Many wouldn’t make a high school JV squad. There are no Yao Ming–esque giants. Most hew closer to the Jeremy Lin model: quick on the dribble, attack the basket, suspect jumper, pass-second. This last element becomes magnified when Kobe is watching. Over the course of the week the contestants rotate through half-court five-on-five games. When Bryant is near, whichever kid has the ball invariably backs up and waves away his teammates, then goes one-on-five and attempts a crazy finish. Doing his best to be diplomatic, Bryant offers encouragement. “That’s some good D!” he says. Ostensibly, the hysterical fans who arrive during the week are there to cheer on the reality show, but they couldn’t care less about these teenagers. Rather,they wait for Bryant to turn in their direction, at which point they raise their banners and their light-up MVP signs and scream their throats out. Every minute or so they break into spontaneous KOH-BEE! chants. For two hours. It looks exhausting. In the U.S., or many other places, there would be an acknowledgement of the show’s naked marketing, an eye-rolling, snark-soliciting acquiescence by those on hand. Not here. Here they eat it up. Jake Bloch, Gotham’s 25-year-old producer, who happens to be half Chinese, refers to it as China’s “preironic” mind-set. When Kobe signs basketballs at the end of one taping and throws them to the crowd, scrums break out as dozens of teens grapple and fall and tear at the leather. It is disturbing. Like Lord of the Flies. At one point during the taping of the show, a girl plays the trumpet for Kobe, one-handed, while dribbling a basketball, and the song is Celine Dion’s “My Heart Will Go On,” the romantic ballad from Titanic. Amid everything else, it seems totally normal. Why does China love Kobe? Why does Kobe love China? The answer on both fronts might be that it’s uncomplicated. In an autocratic country, the very idea of Bryant may be liberating. He represents the best of the West, Easternized: the validation of work ethic as the path to success. If he so chose, after his retirement in the NBA, Bryant could easily spend his golden years holding clinics in China. Like David Hasselhoff in Germany, only taller and less cheesy. As for Kobe, here in China he really is, as the sign reads, forever young. Here the local media dotes. The fans not only adore him but arrive with no expectations beyond glimpsing the icon. Hang around a Lakers’ road hotel in the U.S., and you’ll see groupies and autograph hounds awaiting the bus, and if the players don’t acknowledge them, angry 40-year-old men will berate them. In Shanghai, I saw one group of nearly a dozen teenagers outside the Shangri-La hotel at 10 in the morning one day; at 11:30 p.m. they were still there, waiting, hopeful, asking any Westerner who entered if they knew when Kobe might return. They carried a succession of handwritten placards, in English, that, one holding each, read kobe can we take photo with u [heart sign]?
The fan reaction to Kobe in China is different than it is in the U.S. In Shanghai, these admirers showered him with unconditional love. This kind of unconditional love is rare. Growing up, Kobe received it, like most kids, from his parents. Now he gets it from 17-year-old Chinese kids. Kobe’s relationship with his father is complicated. Joe Bryant was a good NBA player and an exceptional international one, a power forward who played with panache. But Kobe sees little of his father in himself. “We couldn’t be more opposite, frankly,” he says. Told that it seems he has taken more joy in the game of late, as Jellybean once did, Kobe thinks for a moment, then nods. “It’s interesting, and you’re right—my dad just exuded joy for the game,” Kobe says. “But I would say I love the game even more, because I love the game so much I did it every day, nonstop for hours and hours and hours and hours. I just f------ love it, man. So watching me play, I want to compete and play as hard as I can because this is what I f------ love doing.”
While Kobe says that he and his father, Joe (Jellybean) Bryant, “couldn’t be more opposite,” the son has lately been showing the sort of joy in the game for which his father was so well known. It’s interesting that he equates joy with hard work, as if it must be earned. In Kobe’s world, anything that comes easy is, by its very nature, not worth treasuring. He sees his role on the Lakers in the final third of his career as, in essence, a------ in chief. “You can’t afford to placate people,” he explains, his voice rising. “You can’t afford to do that. You’re a leader. You’re not here to be a social butterfly. You’re here to get them to the promised land. A lot of people shy away from that because a lot of people want to be liked by every­body. I want to be liked too. But I know that years from now they’ll appreciate how I pushed them to get us to that end result.” Bryant sits back, letting the thoughts sit in the air for a moment. Then he continues. “It’s never easy, man. This s--- is hard. So when players look in the distance and see us winning championships and see us celebrating and having a good time, they think, ‘Oh, this is what leadership is, this is how you win, everyone gets along, we’re all buddy-buddy, we all hang out, blah, blah.’?” Talk to him now about solitude and he acknowledges the role it’s played in his life. “Being alone, you can’t hide, man, you can’t fool yourself,” he says. Bryant shifts in his seat, leans forward. “No it’s not like that. You talk to Lamar [Odom], Adam Morrison. We were at each other’s throats every day. Challenging each other, confronting each other. That’s how it gets done. But that’s hard, because it’s uncomfortable, right? It’s uncomfortable.” This approach—Bryant likens it to the unpleasant task of telling a dinnermate he has “s--- in his teeth”—does not go over well all the time. Like with Dwight Howard, for example. Others appreciate it. During filming, Chopra interviewed a number of Bryant’s teammates, current and former, and he asked them to describe Bryant in three words. After each interview Kobe would text Chopra, eager to hear what people said. Most answered with some variation of “the ultimate competitor” or “killer instinct.” But when Chopra asked Steve Nash, he said something different. After thinking for a moment, Nash answered, slowly, in three beats: “Mother .?.?. f------ .?.?. a------.” Kobe thought this was awesome. Steve Nash -- The Lakers Will NEVER Dump Kobe Bryant Asked to describe his celebrated teammate, Nash (left) responded with an emphatic—and off-color assessment that please Bryant more than any other. It’s easy to forget just how much Bryant has changed during his career. He evolved from a brash kid with a baby fro and a killer Michael Jordan impression to a star who won titles with Shaq—even if he was ill-suited to the sidekick role the big man relegated him to. Then came the rape case—ultimately­ dropped—in Eagle, Colo. All the sponsors fled except Nike, which he’d signed with only a week earlier. Kobe turned inward, became the pure competitor he was destined to be. For roughly the next five years we saw the Mercenary Kobe, and it was glorious. He berated teammates, demeaned opponents, scored 81 points because he could. Finally, in 2009, he won a title on his own terms. The burden lifted. And yet, the image that sticks out from covering that championship is of Bryant, at 2 a.m., during the series, sitting in a hotel lobby with a Corona, among friends but yet still alone, staring off into the distance. Some people are forced into isolation. Kobe seeks it. He refers to himself as “just a kid from Italy.” He speaks with pride of growing up in his backyard, shooting imaginary jumpers, forging his confidence in one-on-none situations. Talk to him now about solitude, and he acknowledges the role it’s played in his life. “Being alone, you can’t hide, man, you can’t fool yourself,” he says. So Kobe found his drive in being different, in being alone. That’s why he studies the iconoclasts. It’s why he’s close to so few people in the NBA. And it’s why, while some like Phil Jackson think he will prosper upon leaving the game, others aren’t so sure. “You know how it’s been hard for Jordan in retirement?” says one GM. “It’s going to be way worse to be Kobe. He has fewer friends and the same competitive drive. At least MJ likes to golf and play cards.” Bryant’s career has been marked by transformation. He began as the precocious heir to MJ, then won titles as the uneasy sidekick to Shaquille O’Neal, weathered a reputation-damaging trial for sexual assault (the charges eventually dropped) and finally emerged in 2009 as a champion again, this time on his own.
Now it’s Sunday afternoon, Kobe’s fifth full day in Shanghai, and he’s burned out. It’s been a long week of glad-handing, photo shoots, design summits, late-night dinners and court christenings. Slowly, Bryant lowers himself onto a couch in the VVIP room, his legs sore from a morning workout. Asked how he processes all this—the adulation, the fans, the statues of him—he looks surprised. Statues? He hadn’t noticed them, he claims. It’s been too crazy. (Later, on the ride home, he will turn to the crew and ask if they saw the statues. Heads will nod. “What do you think of them?” Bryant will ask. “They’re cool,” Nico will assure him. “Yeah, they’re cool,” Bryant will say, then pause. “Right?”) All week Kobe has been trying hard. Playing a role. At one event after another he fixes his face into an awkward perma-grin, as he turns and acknowledges one screaming fan section after another. He raises his hands in twin V’s. During the player talent evaluations, he is dead set on being a positive influence. In keeping with the spirit of Kobe being a Force for Good, he insists on playing the role of a “mentor,” rather than a Simon Cowell figure. So when it’s time to cut players, Kobe chooses the ones who move on, rather than singling out those who won’t. His commentary as he watches the kids bungle layups and go one-on-four is forcedly diplomatic. “It’s going on right now.” .?.?. “Oooh, had a good look” He can only contain himself for so long, though. Which brings us back to the one-on-one game against the Chinese teen, back on Wednesday night, four nights earlier, the one that went viral. The title of the video when it showed up on sports blogs was along the lines of “Kobe destroys Chinese fans at one-on-one!” It showed Bryant draining deep threes against a lanky kid, and it all fit in perfectly with the Kobe narrative. The Mamba Mythology. Though rusty at first on the court with the young Chinese students, Bryant settled into his game and in the end gave the players and the fans their chance to see him up close. Only that’s not what happened. What actually transpired was that Bryant became increasingly geeked as the night went on, watching all these kids chuck up jumpers. First he began dribbling a ball between his legs. Then he bit his lip. Then, when the show was supposed to be wrapping up, he grabbed the mike from the emcee. “They probably haven’t seen me play in a while, so we’ll do a little one-on-one game,” Kobe said, and this was true because no one had seen him play in over a year. Not Gotham. Not his handlers. “We used to call the game ‘sunrise’ in Philly,” Bryant continued. “Whoever scores stays on.” The two emcees were surprised but went with it as Kobe extricated himself from his headset and took some practice shots. Then Bryant handpicked the three best opponents among the 30 campers and they began a rotating game of one-on-one, winner stays on, to five buckets. The crowd, as you can imagine, went bonkers. At first Kobe looked rusty. Really rusty. His jumpers hit the front iron. He threw up an air ball. He ended up backing down the kids and shooting five-foot jump hooks. It looked as if maybe his comeback was not as far along as advertised. Then, slowly, Bryant came alive. He sunk deep into a stance on D, he chased down long rebounds, pivoted and fired up high-arcing baseline fadeaways. Against a particularly ­frenetic guard, he backed him down, then dribbled around the kid’s back and spun to score, sending the crowd and emcees into spasms of joy. This is what they came to see. As Kobe will explain later, “They want to know what it’s like to actually see it, up close. To have that experience.” Kobe Bryant 1-on-1 in China 2014 There was only one problem with the narrative: Kobe lost. This is the part you don’t see on the viral videos. He thought he had the game in hand, with four points tallied in a game to five. Then the tallest of the Chinese kids, wearing a number 10 jersey, sank an impressive 17-foot fadeaway bank shot on Kobe to score his third point. After which number 10 proceeded to score on the other two kids while Kobe watched helplessly from the sidelines. Ballgame. Some random Chinese kid just beat Kobe in a one-on-one contest. This was personal. So the campers cleared the floor for a showdown between one of the five greatest players in NBA history and a kid from Who-Knows-Where, China. Clearly, this could not stand. While the kid raised his arms in celebration, Kobe gave him exactly three courtesy claps before grabbing the mike again. He was no longer smiling, no longer jovial. “O.K., we’re going to play again,” Kobe announced. “First to five and we’ll play like I did growing up. Full court.” The two emcees looked both surprised and concerned. “Are you sure?” one asked. On the sideline Team Kobe stood up. Full court on a reconstructed knee? When Kobe hadn’t played competitively in almost a year? You could just see the headlines: kobe reinjures knee while taping bizarre chinese game show. There was no dissuading Kobe, though. Similarly, there was no discussion about the other two kids from the previous game. They were shooed off the court. This was personal. So the campers cleared the floor for a showdown between one of the five greatest players in NBA history and a kid from Who-Knows-Where, China. Again Kobe started slow, missing his shot for outs, but it was clear that there was no way he was losing this time. At one point he blocked the kid’s shot out-of-bounds and, without pausing—and without regard for the rules—took possession himself. Then it happened. He nailed a 23-footer. Running back down the court, he started moving his shoulders. Feeling it. Then a 22-footer. Now Kobe was firing the finger guns, and licking his fingertips. A 26-footer followed and the place erupted. Then a 30-footer. Sure the lanky kid answered with a layup, and answered again with a three, but Kobe wasn’t really guarding him and it didn’t matter anyway. We all knew what was coming. And so on game point Bryant pivoted and pivoted again just above the free throw line and then faded that Kobe fade and unleashed that gooseneck follow-through and the ball splashed in and the crowd went berserk and the watching players pumped their fists while Kobe stood, arms outstretched as if he’d just won his sixth ring and not an informal game of one-on-one in Shanghai. Afterward, in true Kobe fashion, he took the mike and explained to the kid that he needed to work on his left hand, making sure the emcees translated it correctly. It made for great theater. All week Kobe tried to be supportive, to be the good cop. But only on this night did he truly communicate, giving them what they came for, something they could actually learn from. He could have showed up, done the grip-and-grin, and headed back to the hotel. Instead he went nearly an hour over the allotted taping time and ended up at midcourt, arms around four different players, in a sweat-soaked shirt and—since he’d given away his shoes—floppy white socks. Here was the truth behind the Mamba Mythology. The message behind the message. That in reality it’s never easy. That sometimes you gotta challenge some punk teenager to a double-or-nothing game. And then you have to elbow him in the post, and cheat on the out-of-bounds play, and impose your will on the poor sap, because when it comes down to it, sometimes that’s what it takes to win, son. His 19th season awaits him, and Bryant appears determined to will himself and his team to a level beyond what reasonably could be expected. Beyond that, the NBA’s most fearsome competitor faces new challenges with the same fierce spirit.
Meer verhalen over Kobe: www.si.com/nba/2014/08/26/kobe-bryant-lakers-dwight-howard-tony-allen-retirement hardwoodparoxysm.com/2014/10/21/kobe-bryant-lebron-james-tables-turned/ lakeshowlife.com/2014/11/05/carlos-boozer-kobe-wired-differently Nieuwe trailer van de aankomende documentaire ' Kobe's Muze ':

zondag 14 december 2014

Crowd Eats Up 'Awkward Dad Dance Cam' at Timberwolves-Spurs Game

By Kyle Newport , Featured Columnist Dec 9, 2014



The only thing these guys cared about was giving the people what they wanted, which was a show.

During Saturday night's game between the Minnesota Timberwolves and the San Antonio Spurs, the "Awkward Dad Dance Cam" captured some seriously silly moves. Most of the participants got really into it, their kids and wives hiding their faces in shame. Success.

There's something about grown men dancing on camera that is awkwardly fantastic.



In Turkey they also have 'Akward Dads Dancing':
GÖNÜL LİMANINDAN GÖNÜLDEN GELEN ŞARKILAR. DJ SEVİLAY
Bunlar kayışı iyice sıyırmışlar




En daar wordt het ook al een serieuze sport, met talentontwikkeling en alles wat daarbij hoort:

(https://www.facebook.com/DjSeviLay?fref=photo)

Coach Greg 'Pop' Popovic, Tony Parker, Tim Duncan en Manu Ginobili (Spurs) praten met/over Elkaar

Champions Revealed-- Expectations


Champions Revealed: 2014 San Antonio Spurs- On Spurs Organization being family


Champions Revealed: Ginobili Sinks Best Trick Shot Ever?!


A Championship Look Back at the Spurs Season!


En nog meer van zulk fraais over -- misschien wel het Beste TEAM Ooit --

2014 San Antonio Spurs Finals Mini Movie (34min)


-- hangtime.blogs.nba.com --

Photo's Dordtse Biesbosch & The Old Center of Dordrecht

I spent all of my youth on 'the Isle of Dordrecht', not only one finds there one of the most beautiful cities of The Netherlands;



but there's also a lot of fantastic nature;


There's a contest now with the most beautiful nature pics of 2014 -- where you find many more if these pics --

zaterdag 13 december 2014

Column: SPM Shoeters in de EuroCup Challenge “Heya Den Bosch, heya Den Bosch, heya, heya...”

Ik ken het woord 'heya' uit het schaatsen – ik schreef het vaker – want dat was was ik eerder; schaatser, meer nog dan basketballer. Schaatsen leerde ik toen ik 4 jaar oud was, in de 'Winter van 1963', en mijn Droom als kind was de Elfstedentocht schaatsen, en dat is me – gelukkig – een keer gelukt ('86), maar – jammer genoeg – door heel verschillende oorzaken dus niet in '85, '97. Nederlandse sportboeken waren er nauwelijks in mijn jeugd. Maar schaatsboeken waren de uitzondering. Ik las dus al jong alles wat er bestond op dat gebied. “Heya, heya”, dat kende ik uit het Noorse Schaatsen; dat werd er gebruld als er op het natuurijs van Bislet fraaie prestaties werden geleverd; dan werden schaatsers vooruit geblazen door het “Heya, heya” uit vele duizenden, zo niet tienduizenden kelen die zich in de vrieskou warm probeerden te schreeuwen. Ook het Nederlandse schaatspubliek nam die kreet over: “Heya Jan Bols, heya Ard Schenk, ...”

Nu zijn mij weinig voorbeelden bekend van 'Bossche Schaats-cracks', toch is er een moment geweest waarop de Bossche Basketballfans zich deze scandeerleuze eigen hebben gemaakt, want al geruime tijd is het in de Maaspoort de aanmoediging die wordt gebruikt. Er zijn vast 'die-hearts' in het Bossche, die mij precies zullen gaan vertellen hoe dat zit, op welk moment de kreet in zwang kwam, en misschien ook nog wel wat er de achtergrond van is...

Foto van Christian Aarts

Het publiek dus, ik schreef het vorig seizoen en nu ook weer: het Publiek is niet spreekwoordelijk 'de Zesde Man', het Publiek kan letterlijk die zesde man in de wedstrijd worden. Het kan energie in een team schreeuwen, het kan de scheidsrechters ten faveure van het thuisteam beïnvloeden, het kan de tegenstander het gevoel van een 'uphill-battle' geven – en deze vervolgens breken/knakken; letterlijk 'de moed ontnemen' of 'het geloof in eigen kunnen laten verliezen' –.

Foto van Christian Aarts

Afgelopen dinsdag zat de Maaspoort lekker vol, maar uitverkocht – dat gerucht ging rond – bleek het uiteindelijk niet. Maar er zaten zeker genoeg mensen om de hal tot een inferno voor het relatief jonge Duits team om te vormen. Het gaat te ver om te zeggen dat het een 'matte boel' was, maar die 'Hel' – ik schrijf het nog maar eens: “Zoals de Maaspoort er vroeger een kon zijn” – , was het absoluut niet. Terwijl een goed waarnemer wel degelijk zonder veel moeite het effect kon zien van het zich roeren van het publiek. Er waren kleine 'groepkes' die de rest probeerden mee te krijgen – en met “Heya, heya” begonnen – , maar bijna altijd gaven ze het na weinige seconden alweer op als het niet snel door meer mensen werd opgepikt. Vaak viel het publiek ook snel weer stil als de mechanische wijze van sfeeropwekking weggedraaid werd – en dat moet nu eenmaal vaak vanwege reglementaire beperkingen daarvan –... Een keer dacht ik “Wat krijgen we nou?!”; dat was toen in het laatste Kwart ineens een Carnavalsfanfare op volle kracht bijsprong; ik had echt iets van “waar komen die ineens vandaan?”. “Uit de kroeg” werd mij toen toegefluisterd, maar of dat klopte heb ik niet kunnen vaststellen. Al met al; de bijdrage van het publiek aan 'het (Europese) Spektakel' is in de Maaspoort allang niet veel meer dan 'een soort echo uit een ver en roemrucht verleden'. En dat maakt het er niet gemakkelijker op voor team en organisatie om dat 'Prachtige Verleden' – want anders kan je de 'Bossche Basketball-geschiedenis' niet typeren – te laten herleven.

Dit is dus 'Conclusie-1' na weer een (eerste) Groepsfase EuroCup Challenge in Den Bosch; werken aan die Spionkop lijkt me een steeds beter idee – ook omdat die soort geluid niet door regels wordt ingeperkt! –.

Dan 'Reden-2' waardoor ik denk dat SPM Shoeters, ondanks een mooi resultaat, en – bij tijden – flitsend en bijna vlekkeloos spel, niet alles deed wat er volgens mij voor hen inzat; namelijk de tegenstander afslachten en een overwinning van 20-30 punten boeken. Daarmee kon een bonuspunt worden binnengehaald waarmee het onderlinge voordeel ten opzichte van zowel Ulm als Brindisi verzekerd zou zijn geweest. Vrijwel iedereen was dus laaiend enthousiast – of tenminste tevreden – over het Europese Avontuur tot en met de vijfde wedstrijd. Ontevreden mag je ook niet zijn, als je tegen ploegen speelt met budgetten van 5-6 keer het jouwe. Maar wel als je er niet 'Alles – maar dan ook echt ALLES(!)' – uit hebt gepeurd wat erin zat, en precies dat is toch het gevoel dat wedstrijd-1 (Brindisi, een nipte winst na een megavoorsprong), wedstrijd-3 (Sodertalje, een hele grote achterstand omgezet in een regulier 10-punten-overwinning), en wedstrijd-5 (Ulm werkelijk weggevaagd in het Eerste Kwart, om vervolgens niet zo gemakkelijk Kwart-2 te verliezen), bij mij opkwam – en tot de dag van vandaag bleef hangen – .

Natuurlijk vroeg ik er de coaches – Sam Jones en Sander van der Holst – naar, en besprak ik mijn gevoel met nog een paar mensen, ook keek ik nog eens intensief naar de Stats – als je die, sec (zonder daadwerkelijk de wedstrijd te hebben gezien), bekijkt; er is weinig mis mee –, maar toch...

Dus besloot ik er nog eens wat nachtjes over te slapen, en alles nog eens wat vaker te overdenken.

Het volgende is het resultaat van die exercitie.

Ik ga – bij sommigen – door voor 'de Eeuwige, dan wel Onverbeterlijke Optimist' als het om het Nederlandse Basketball gaat. Wellicht ben ik dat (ook) een beetje. Maar ik denk tegelijk dat mij dat stempel wordt opgedrukt, omdat vrijwel iedereen zo onrealistisch negatief is over onze mooie sport. Ik zie mezelf meer als iemand die erg genuanceerd is, maar zich af en toe wel eens wat minder genuanceerd uitdrukt. Ik kan niet goed tegen ongenuanceerdheid; of het nu overdreven negativiteit, dan wel positiviteit betreft, dan ik komt bij mij de neiging op om tegenwicht te gaan geven.

Ik zag in Den Bosch – na afloop van de wedstrijd – heel veel opgetogen gezichten, en meende bij een deel van de meest bij het team betrokkenen ook wel een zweempje opluchting te bespeuren. Er was tenslotte thuis steeds gewonnen, zelfs van de Italiaanse en Duitse tegenvoeters. En van dat soort tegenstanders wordt in het kleine Nederlandse Basketball-wereldje nu eenmaal verwacht dat 'ze veel beter' zijn, en ze hebben ook nog eens veel meer geld! Logisch toch, dat iedereen het nog gelooft ook?! En dan ligt het voor de hand dat ook mensen in en direct rond het team die heersende kijk op de zaak overnemen; je kunt nu eenmaal niet steeds tegen de bierkaai vechten – zeker niet in Den Bosch...

Maar ik heb sinds 1999 vele honderden wedstrijden in zowat 'alle buitenlanden in Europa' gezien. Merendeels Nationale Jeugd-teams, maar – waar maar – mogelijk ook Senioren; zowel Clubs als Nationale Teams. Van mij werd verwacht, dat ik door alle schijn heen zou kijken, dus dat heb altijd geprobeerd. Dus ik denk dat ik enig recht van spreken heb bij het maken van de vergelijking.
Ik roep al jaren: “Ja, het niveau is na een aantal jaren van sterke verbetering (tot en met 2008-2009), weer flink gezakt”, maar ik zeg er vaak bij “Maar denk je dat dat alleen in Nederland zo is? Die ontwikkeling heeft zich – door de opeenvolgende financiële/economische crisissen – in heel veel landen afgespeeld!” En: “...er zijn ook veel positieve ontwikkelingen in het Nederlandse Basketball, sinds een jaar of vijftien; professionalisering, veel meer aandacht voor de ontwikkeling van jeugdig talent, een veel intensere manier van spelen, minder buitenlanders en meer Nederlanders op het veld, ik noem er maar en paar...” Is dat 'voldoende'? “NEE! En dat zal het ook NOOIT zijn!! Er zijn altijd weer nieuwe en andere punten die om aandacht schreeuwen.”

Ik heb SPM Shoeters de laatste zes weken dus drie helften – van de zes – zien vlammen; en dus ook drie helften een stuk minder goed zien spelen. Zowel Brindisi als Ulm, werden aanvankelijk compleet weggespeeld. Natuurlijk weet ik dat je dat nooit 40 minuten vol kan houden, zeker niet met een behoorlijk ondiep team. En ik begrijp ook dat de DBL nu eenmaal weinig diepte, en een enorm verval in kwaliteit – 'top to bottom' – kent. Dus worden het beste team – op dit moment is dat gewoon SPM – te weinig 'getest'. In de Italiaanse en Duitse Leagues is dat eerder regel dan uitzondering. Dus gooien de coaches er andere spelers in, en proberen ze van alles om de wedstrijd na zo'n 'veeg' te doen kantelen, dat is bij de beste Nederlandse clubs op dit moment lastig; dan gaat ook vermoeidheid een rol spelen. Als dat gebeurde, dan zag ik de overtuigdheid van eigen kunnen en de agressiviteit – die Den Bosch eerst toonde – goeddeels (en heel snel) wegzakken. En zag ik al helemaal geen team dat ging voor 'the Kill'. En als je aarzelend gaat spelen...dan weten dat soort teams daar wel raad mee...

Dus: waarom is iedereen zo snel tevreden? Waarom zouden 'wij' niet kunnen tippen aan teams uit de subtop van België, Frankrijk, Italië en Duitsland? Waarom lijkt iedereen wel bijna bang om te zeggen wat ik toch echt serieus meen; dit Den Bosch was – thuis en op zijn top spelend –, geen 2 punten beter dan Brindisi (maar 10+), en niet 12 punten beter dan Ulm zoals het gisteren speelde, maar eerder 20-30... En vorig seizoen gewoon twee keer duidelijk beter dan Antwerpen, en Dyon. Die Franse coach had vorig seizoen gewoon gelijk, toen hij zei dat “de Nederlandse Competitie vergelijkbaar is met die van Frankrijk en België”. Hij heeft natuurlijk geen gelijk in absolute zin; de hele competitie is niet vergelijkbaar, maar wel het deel waarin hij zich had verdiept – de Top van de DBL – dus. Het aantal teams op ongeveer hetzelfde niveau is onvergelijkbaar, maar dat wist hij niet!

Dus is'Conclusie-2': iedereen in het Bossche Basketball mag best wat meer zelfvertrouwen en overtuiging in eigen kunnen hebben, en TONEN! En SPM mag blij zijn dat ze voor een schijntje op het shirt staan van een heuse Europese subtopper...


TOP 5 SPM Shoeters vs Ratiopharm Ulm

En nu maar hopen dat er in de laatste speelronde geen 'gekke dingen' gebeuren, en dat iedereen de komende maanden gelijk een herkansing krijgt om het nog beter te doen dan nu al in de Eerste Voorronde. SPM Shoeters is er goed genoeg voor!


AART DEKKER, meer (Basketball) van Aart op zijn – Weblog --