donderdag 31 juli 2014

"Kaartje kopen?"

Iedere sportfan die regelmatig grote internationale sportevenementen heeft bijgewoond, kent het fenomeen; sjacheraars die - meestal illegaal - kaartjes verkopen tegen een veelvoud van de officiele prijs. Dat gebeurde natuurlijk ook weer tijdens het WK Voetbal in Brazilië, en zo zal het binnenkort bij het WK Basketball in Spanje wel ook weer gaan... Die brazillianen die een aantal maandsalarissen opstreken voor hun kaartje waar ze maar een fractie van dat bedrag hadden betaald, geef ik trouwens groot gelijk! En de echte woekeraars? Ach die lijken altijd weer buiten schot te blijven...

Hoe Chinese boeven 1000 dollar vragen voor Argentinië - Bosnië, of deze fans ook zoveel voor hun kaart neertelden staat nog te bezien...(foto: grappige-fotos.blogspot.ie/2014/05/brazilie-voetbal-fans-bosnische
argentinie


Fans van Bosnië tijdens het duel tegen Argentinië.

NRC.nl, 16 juni 2014, door Tim de Wit - Columnist

Ok, sprak ik met mezelf af. Maximaal 750 reais, wat neerkomt op 250 euro. Argentinië - Bosnië is misschien niet het affiche waar je je kleinkinderen nog over vertelt, maar tijdens het WK voetbal 90 minuten lang opgaan in de emotiegolven van het Maracanã-stadion in Rio de Janeiro – dat wilde ik wel meemaken.

Via de officiële weg was het schier onmogelijk om kaartjes voor deze wedstrijd te bemachtigen. Daarvoor was de vraag uit buurland Argentinië simpelweg te groot. De Copacabana kleurde gisteren volledig blauw en wit. Een doorn in het oog van Brazilianen trouwens, want die kunnen het Argentijnse voetbalbloed wel drinken. ‘Porteños’, worden ze genoemd, met name die uit Buenos Aires. Arrogante zakken. Alsof er plotseling veertigduizend Duitse voetbalfans “Schade Holland, alles ist vorbei!” schreeuwend het Leidseplein innemen.

Maar bij het stadion wilde ik het toch proberen. Met een klont lokale cash verdeeld over mijn broekzakken en sokken – je kan in Rio niet voorzichtig genoeg zijn – ging ik met de metro naar het beroemdste stadion ter wereld. Op de voetgangersbrug, op zo’n 150 meter van de voetbaltempel, gebeurde het. Ik zag veel bordjes boven de mensenmenigte uitsteken met “I need tickets” en ondertussen ook veel schimmige groepjes mannen die schichtig om zich heen kijkend voortdurend grote hoeveelheden geld door hun vingers lieten glijden. En kaartjes.

Mijn eerste poging doe ik bij drie Brazilianen. “How much?”, kom ik maar meteen to-the-point. Hij pakt zijn telefoon en toetst 1000 in. “Reais?”, vraag ik nog in al mijn naïviteit. “No, no, no. Dollars.” Ah juist, een uur voor de wedstrijd Argentinië - Bosnië verwisselen kaartjes voor twee lokale maandsalarissen van eigenaar. Dit is duidelijk het moment om te cashen. En omdat kaartjes doorverkopen verboden is, moet het allemaal in het geniep. Het korte-lontjes-cordon aan ME wat overal in Rio opduikt, is niet bepaald bereid om in discussie te gaan.

Verderop zie ik drie zenuwachtige jongetjes van rond de 20, leunend tegen de reling. Ik begin de kaartenhandelaar al snel van de voetbalsupporter te onderscheiden. Een van de jongens geeft me het originele kaartje, om me te laten zien dat ie echt is. Categorie 4, staat er op. Dat is de categorie kaartjes speciaal bedoeld voor de Brazilianen zelf, die voor een hele redelijke prijs ook het WK in eigen land kunnen bezoeken. Maar als er zoveel mee te verdienen valt, slaan velen met liefde dat potje voetbal kijken over. 10 euro, is de officiële prijs. Hij wil er 500 euro voor hebben.

De tijd dringt. Ik heb de ijdele hoop dat de prijzen van de kaartjes drastisch zullen zakken naar mate de aftrap dichterbij komt. Straks zijn ze niets meer waard, dus dan moéten ze die dingen toch kwijt? Maar de vraag is te groot, het aanbod is te klein. Het kapitalisme floreert in al haar gedaantes. Ik meng me nog tussen een groep Chinese boeven, maar ook die blijven met een stalen gezicht 1000 dollar vragen.

Zoek het uit, denk ik, en ik wandel terug naar de metro. Overal om me heen teleurgestelde Argentijnen, bij wie het ook niet gelukt is. Vermoedelijk nog de spaarpotten van de kinderen omgedraaid in de hoop hun helden in het echt te aanschouwen en dan strand je voor de deur. Dan maar weer terug naar de Copacabana, denken ze. Kunnen ze in elk geval nog Braziliaantje pesten.

Tim de Wit is tijdens het WK in Brazilië (onder andere op de Oranjecamping) en schrijft voor nrc.nl over wat er naast het veld gebeurt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen