vrijdag 16 januari 2015

Longread via NRC.nl: 'De Kulluk, het gezicht van de mislukte poolexpeditie van Shell' (New York Times)

Shell oil rig ran aground

De Kulluk gestrand voor de kust van Alaska, hier op een foto van de Amerikaanse kustwacht. Foto EPA / Jon Klingenberg
Het nieuwe jaar is nog maar amper begonnen als op de vroege morgen van 1 januari 2013 een reusachtig gevaarte strandt voor de kust van het onbewoonde eiland Sitkalidak. De ronde, stalen kolos steekt scherp af tegen de donkerbruine heuvels van Alaska achter hem. Op de boeg staat slechts een woord: Kulluk.
Het betekent zoveel als ‘donder’, in het dialect van de inheemse volken van Noord-Canada. Maar van donderen is het nooit gekomen in de 10 jaar dat Shell het grote boorplatform bezat. In plaats van een toonbeeld van exploratiedrift is de Kulluk het gezicht geworden van een mislukte poolexpeditie.

DE ZOEKTOCHT NAAR OLIE ONDER HET POOLIJS

Het is 2005 als Shell – op dat moment het op drie na grootste oliebedrijf ter wereld - besluit op zoek te gaan naar olie en gas op de Noordpool. Het Brits-Nederlandse concern heeft nieuwe oliereserves nodig om ook in de toekomst mee te kunnen doen met de grote olieconcerns. En onder de poolkappen ligt een schat aan olie en gas.
Om in de ijskoude en vaak bevroren wateren rondom de Noordpool te kunnen boren, schaft Shell de Kulluk aan. Hoeveel het bedrijf daaraan heeft uitgegeven, werd nooit bekendgemaakt. Maar duidelijk is wel dat Shell na aanschaf nog eens meer dan 200 miljoen dollar uitgaf om het platform op te tuigen.
Maar door een ongelukkige samenloop van omstandigheden loopt het anders en wordt de Kulluk niet de wichelroede die Shell naar de olie onder de poolkappen leidt, maar onderdeel van een mislukte miljardeninvestering.  

LEES MEER op NRC.nl OVER:
BOORPLATFORM
SHELL

Lees in The New York Times hoe het ambitieuze project van Shell in een jaar verandert in een fiasco (Leestijd: 40 minuten).






Photo

The Kulluk in the Beaufort Sea as it prepared to drill an ex

           
In 2005, Royal Dutch Shell, then the fourth-largest company on Earth, bought a drill rig that was both tall, rising almost 250 feet above the waterline, and unusually round. The hull of the Kulluk, as the rig was called, was made of 1.5-inch-thick steel and rounded to better prevent its being crushed. A 12-point anchor system could keep it locked in place above an oil well for a full day in 18-foot seas or in moving sea ice that was four feet thick. Its drill bit, dropped from a 160-foot derrick, could plunge 600 feet into the sea, then bore another 20,000 feet into the seabed, where it could verify the existence of oil deposits that were otherwise a geologist’s best guess. It had a sauna. It could go (in theory) where few other rigs could go, helping Shell find oil that (in theory) few other oil companies could find.

pensive effort to open Arctic waters to oil production.Runaway Oil Rig Under Control, Shell SaysDEC. 31, 2012
The purchase was important not because Shell needed oil in 2005. The company had plenty of oil. It was important because Shell had spent the previous year engulfed in a scandal involving what are known as proved reserves: a petroleum company’s most sacred promise about the future. Proved reserves are measured in barrels of oil, but the oil in question is still in the ground. Its total volume is unknowable, or rather it is constantly changing, because the amount a given deposit could produce depends as much on human factors as it does on geology. The same deposit will yield more or less if production methods improve (as was the case with hydraulic fracturing), if prices go up or down (some tar-sand deposits simply aren’t worth pursuing when oil is cheap), if the regulatory environment changes (like the United States moratorium, after the Deepwater Horizon disaster in 2010, on some offshore drilling) or if the actual environment changes (melt in the high Arctic may put difficult deposits within reach).

Lees de rest van het artikel:
-- op de site van de New York Times --


Geen opmerkingen:

Een reactie posten