woensdag 15 maart 2017

MARK 'FLUTTE' RUTTE HEEFT HET ZWAAR GEHAD...

Eigenlijk had ik op deze plaats een artikel van 'Intermediair' uit 1999 voor u in petto: 'Leugenaars zijn prettig gezelschap', met als commentaar "...maar of je er op moet stemmen..?"

Helaas zorgde MS-Windows ervoor dat ik het niet kon scannen, dus heb ik iets -eigenlijk nog toepasselijkers- gevonden in een 'Groene Amsterdammer' van 2013; inderdaad, Mark Rutte heeft het zwaar gehad -niet vanwege zijn eigen gespinde rol als verantwoordelijkheid nemend politicus- maar...omdat steeds liegen nog niet zo gemakkelijk is...

De man is dus echt aan rust toe; stem hem dus weg!





Niet eerlijk zijn is zwaar

Al is de leugen nog zo snel...


Jokken mag niet, leren we als kind. Maar toch doen we het allemaal. Leugenaars zijn zelfs populair gezelschap.

Medium aukjeliegen

Als ik in mijn geheugen terug ga, denk ik dat de eerste keer dat ik me ervan bewust was dat ik loog in de biechtstoel was. Ik loog op zesjarige leeftijd dat ik had gelogen. Je moest immers een zonde opbiechten aan de priester die aan de andere kant van het luikje zat. En de juffrouw op de lagere school had liegen als voorbeeld gegeven. Net als het stelen van een koekje uit de koektrommel en onaardig zijn tegen een broertje of zusje. Ik denk dat de priester veel van deze zondes kreeg opgebiecht die vrijdagochtenden als wij in kolonne naar de kerk liepen om daar om vergeving te vragen.
Had ik daarvoor dan nog nooit gelogen? Natuurlijk wel, alleen herinnerde ik me dat niet als ik tegenover de priester zat. Mijn leugen in de biechtstoel was dan ook in werkelijkheid niet zo’n grote of zelfs helemaal geen leugen, waarschijnlijk had ik de maand daarvoor echt wel een keer de waarheid verdraaid of verzwegen. Maar in de biechtstoel zelf was ik me daar niet van bewust en diste ik dus voor mijn gevoel een leugentje op om me sociaal wenselijk voor te doen. Ik kon de priester toch niet teleurstellen, die zat daar tenslotte om zondes uit mijn mond te horen.
Het boek De psychologie van de leugenaar van de Nederlandse, in Groot-Brittannië werkende hoogleraar sociale psychologie Aldert Vrij dateert al weer uit het eind van de vorige eeuw, maar voor wie geïnteresseerd is in waarom we liegen, hoe vaak we liegen, en hoe moeilijk het is leugens te ontmaskeren is het de moeite waard. Met mijn leugentje in de biechtstoel gedroeg ik me overigens, zo leer ik uit dit boek, helemaal volgens een vast patroon: vrouwen liegen vooral in het belang van de ander, om die ander te behagen, terwijl mannen leugens vooral vertellen uit eigenbelang.
Dit verschil tussen de seksen begint, zo blijkt uit onderzoek, inderdaad al op vroege leeftijd. Daarin was ik niet bijzonder. Ook dat ik me het voorval in de biechtstoel herinner, past in het patroon: vrouwen voelen zich ongemakkelijker bij liegen dan mannen. Keerzijde van dit verschil tussen de seksen in het gemak waarmee ze liegen, is dat vrouwen verbitterder zijn over leugens die hun worden verteld dan mannen. Wie zelf niet makkelijk liegt, zich niet op haar gemak voelt als ze het toch doet en het dan meestal doet om een ander te behagen, snapt niet dat de ander om heel andere redenen liegt en het dan ook nog eens langs zich af laat glijden.
Dat we elke dag wel een leugen of leugentje vertellen, schijnen we ons niet te realiseren, zo blijkt uit onderzoek. Mensen antwoorden op de vraag of ze zelf goed kunnen liegen vaak dat dat niet het geval is. Maar we blijken dus wel goed te kunnen liegen, zij het dat de een het makkelijker doet dan de ander, ook binnen de seksen zijn er verschillen. Een opmerkelijke uitkomst van wetenschappelijk onderzoek: we gaan graag om met mensen die liegen.
In vakliteratuur worden mensen die veel en makkelijk liegen uit eigenbelang ‘machiavellisten’ genoemd, naar de Italiaanse politiek filosoof uit de Renaissance Niccolò Machiavelli. In zijn boek somt Aldert Vrij een aantal kenmerken op waaraan deze machiavellisten voldoen. Ze hebben een cynische kijk op hun medemens. Ze zijn niet moralistisch. Ze geven openlijk toe dat ze via list en bedrog op hun doel af gaan. Ze zijn charmant en populair als levenspartner.
Het heeft iets vreemds: we belijden met de mond dat liegen niet mag – daar hoef je niet eens gelovig voor te zijn opgevoed – maar liegen zelf blijkbaar gemiddeld ruim één keer per dag en vallen voor leugenaars.
Liegen blijkt voor een deel dan ook een smeermiddel te zijn in de dagelijkse omgang. Waarom iemand vertellen dat de nieuwe jurk of het nieuwe pak niet goed staat? Waarom een cadeau direct becommentariëren met ‘dat is niet wat ik wilde’? Waarom jezelf niet net even mooier voordoen dan je in werkelijkheid bent? Het maakt het sociale verkeer zoveel makkelijker en zachter.
We denken niet alleen dat we zelf niet goed zijn in liegen, maar ook dat we wel goed zijn in het ontmaskeren van de leugen van een ander. Maar ook dat laatste is niet waar. We zijn daar helemaal niet goed in, niet in de laatste plaats omdat we er vaak helemaal niks mee opschieten. Als ouder moet je optreden als je hebt gemerkt dat je kind tegen je gelogen heeft. Dat zorgt voor ruzies en scènes. De leugen negeren houdt het thuis een stuk prettiger. Ook als docent een student aanspreken op een leugen over de herkomst van zijn scriptie kost meer energie en gedoe dan wegkijken.
Alle details van de leugen moeten kloppen, niet alleen binnen de eigen leugen maar ook met andere verhalen
Uit wetenschappelijk onderzoek mag dan blijken dat we leugenaars vaak prettig in de omgang vinden, dat we zelf vaker liegen dan we ons bewust zijn of durven toegeven, en dat we minder goed zijn in het doorprikken van leugens dan we denken – toch is regelrecht liegen niet makkelijk. Wie het non-fictieverhaal De tegenstander leest van de Franse schrijver Emmanuel Carrère realiseert zich hoe ingewikkeld het moet zijn geweest voor de hoofdpersoon Jean-Claude Romand om vanaf zijn tweede studiejaar medicijnen zijn leven bij elkaar te verzinnen. Romand studeerde niet meer, werd geen arts, had geen baan bij een internationale organisatie, maar deed tegenover zijn vrouw wel alsof, en zij geloofde de leugens die hij over zijn artsenstudie en zijn artsenwerk vertelde allemaal. Toen Romand er niet meer uitkwam, vermoordde hij haar en hun twee kinderen.
In het recente artikel A Cognitive Approach to Elicit Verbal and Nonverbal Cues to Deceit, dat Aldert Vrij schreef samen met Ronald P. Fisher van Florida International University en Hartmut Blank die net als Vrij aan University of Portsmouth werkt, leggen de drie wetenschappers uit waarom regelrecht liegen mentaal belastender is dan je houden bij de waarheid. Regelrecht liegen is dan wat anders dan je verhaal met enige overdrijving vertellen of er subtiel informatie uit weglaten. Ze benoemen zeven redenen waarom liegen belastend is voor de geest. De eerste is dat een leugen verzinnen ingewikkelder is dan de waarheid vertellen. Een hoogste ambtenaar die eens tegen toenmalig CDA-bewindspersoon Dries van Agt gezegd zou hebben: ‘Probeer het eens met de waarheid’ zal waarschijnlijk mede hierom dat advies hebben gegeven. Alle details van de leugen moeten immers kloppen, niet alleen binnen de eigen leugen maar ook met andere, eerdere verhalen.
Wat liegen ook mentaal belastend maakt, is dat leugenaars niet zonder meer op hun eigen geloofwaardigheid durven te vertrouwen. Daarom gaan ze extra veel moeite doen om eerlijk over te komen. Om te kijken of ze daarin slagen, proberen ze veel meer dan waarheidsvertellers bij hun luisteraars na te gaan of die hen geloven. Ook dat maakt liegen vermoeiender.
Daar komt nog eens bij dat leugenaars niet alleen het gedrag van hun toehoorders observeren, maar ook heel erg met hun eigen gedrag bezig zijn. Ze moeten hun leugen immers acteren en daarbij rolvast proberen over te komen. Dat kost meer energie dan jezelf zijn.
De geest van een leugenaar blijkt vervolgens ook druk bezig met het rechtvaardigen van de leugen. Ook daardoor is zijn geest meer belast dan die van iemand die de waarheid vertelt. De geest van een leugenaar moet ook actief de waarheid onderdrukken. Ook daar hoeft iemand die niet liegt geen energie in te steken. Het laatste wat de drie wetenschappers aanvoeren als mentaal belastend is dat de waarheid als vanzelf in de herinnering oppopt. De leugen echter moet steeds weer met enige inspanning in het geheugen worden opgeroepen.
Voor wie toch wil liegen, zijn er ook ‘adviezen’ van de drie wetenschappers. Een leugen die vooraf in het hoofd is ingestudeerd is makkelijker enigszins naturel te berde te brengen dan een leugen die op het moment zelf verzonnen moet worden. Een leugen over een voorval dat al enige tijd geleden is, is minder belastend omdat ook degene aan wie de leugen wordt verteld de details is vergeten. Wat het ook makkelijker maakt is als de leugenaar slechts één of twee details in zijn verhaal verandert en dus niet een heel verhaal construeert. De leugenaar vertelt dan naar waarheid waar hij de avond daarvoor uit is gegaan, maar niet de hele waarheid, door weg te laten dat hij op stap was met een collega op wie hij verliefd is geworden.
Een leugenaar kan zich er bovendien aan optrekken dat de toehoorder blijkbaar niet goed is in het ontmaskeren van een leugen. Uit wetenschappelijk onderzoek waarin alleen wordt gewerkt met het observeren van en luisteren naar iemand die een verhaal vertelt, blijkt dat in 54 procent van de gevallen accuraat wordt aangegeven of iemand loog of niet. De onderzoekers voegen daaraan toe dat dit ongeveer gelijk staat met het gooien van een muntstuk om dan met kop of munt te bepalen of er een leugenaar of een waarheidsverteller tegenover je zit. Je zou dus net zo goed kunnen gokken.
De drie wetenschappers gaan in hun artikel ook in op manieren om een leugenaar onder druk te zetten en zo de waarheid te achterhalen. De recherche zou er haar voordeel mee kunnen doen, maar ook in werk- of privé-omstandigheden kunnen de adviezen mogelijk van pas komen. Al zal een werkgever of een ouder niet zo gauw aan een werknemer of kind vragen om zijn verhaal eens in omgekeerde volgorde te vertellen. De reden daarvoor mag duidelijk zijn: om als leugenaar alle details op een – omgekeerd – rijtje te hebben is niet makkelijk.
Wat ook schijnt te helpen is oogcontact houden tijdens het verhaal. Mensen die liegen blijken toch eerder hun ogen af te wenden, omdat iemand blijven aankijken hen afleidt van hun verhaal en daarvoor hebben ze juist alle energie nodig. Laatste tips. Vraag om meer en meer details. Dat is moeilijk als je een verhaal moet verzinnen. Het kan de leugen verraden. Wat ook ontregelend schijnt te werken: verras de persoon die je verdenkt van een leugen met onverwachte vragen.
Dat had de priester al die jaren geleden moeten doen in die biechtstoel. Maar waarschijnlijk wist hij dat ik loog. Hij wilde mij niet in verlegenheid brengen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen