.jpg)
Hoe Trump Europa’s aandacht kaapt–Chaospolitiek
Waar Donald Trump in zijn eerste termijn vooral de aandacht van de
Amerikanen kaapte, exporteert hij deze aanpak nu naar het
wereldtoneel, het meest recent naar Groenland. Europa moet zich
weerbaar tonen met een eigen veiligheidsstrategie.
Catherine
de Vries
19 januari 2026 – verschenen in nr.
04
Er zijn politici die de actualiteit proberen te begrijpen en
politici die haar willen maken. Donald Trump behoort tot die tweede
categorie, niet omdat hij bovengemiddeld geïnteresseerd is in wat er
op het spel staat, maar omdat hij een feilloos instinct heeft voor
wat in de politiek bepalend is geworden: aandacht. De Amerikaanse
rechtsgeleerde Tim Wu beschreef in zijn boek The Attention
Merchants hoe we leven in een aandachtseconomie, waarin
niet kennis maar menselijke aandacht de schaarse grondstof is die
wordt ontgonnen en verhandeld.
In dit licht moeten we Trumps recente dreigementen richting
Groenland en Denemarken, een Navo-bondgenoot, ook zien. Dat de
Amerikaanse president ‘controle’ wil over een semi-autonoom deel
van Denemarken past bij het beeld dat de VS onder Trump terugkeren
naar de oude politiek van invloedssferen en brute macht, als
alternatief voor het systeem van regels, verdragen en
bondgenootschappen dat de internationale orde vormgaf na de Tweede
Wereldoorlog. Maar de internationale politiek tijdens de tweede
ambtstermijn van Trump laat ook iets nieuws zien: het kapen van
aandacht als strategisch wapen in de internationale politiek.
De aandacht kapen werd door de regering-Trump in de eerste termijn
al ingezet in de binnenlandse politiek. Het werd door Trumps politiek
adviseur Steve Bannon ooit ‘flood the zone with shit’
genoemd. Dat wil zeggen, creëer een incident dat niet genegeerd kan
worden, dwing anderen tot reactie, en ga daarna direct door naar de
volgende rel. Hierdoor hebben je tegenstanders geen mentale ruimte
meer om een eigen strategie te ontwikkelen. Deze ‘flood the
zone’-strategie wordt nu ingezet in het buitenlands beleid.
Vorige week herhaalde Donald Trump dat de Verenigde Staten
Groenland ‘moeten hebben’, dat iets anders ‘onacceptabel’ zou
zijn. Immers, de Navo zou er volgens Trump ‘sterker’ van worden
als Groenland Amerikaans was. De Deense regering en Europese
bondgenoten reageerden voorspelbaar verontwaardigd. Groenland zelf
deed wat het al jaren doet wanneer Washington de verleiding niet kan
weerstaan om luidop te fantaseren over annexatie: het wees erop dat
Groenland zijn eigen toekomst bepaalt en niet te koop is.
Dit zijn geen losstaande provocaties, maar is onderdeel van een
bredere strategie van geopolitieke clickbait: permanent het nieuws en
de agenda beheersen, om zo de aandacht van andere regeringsleiders af
te leiden.
Trumps politieke stijl wordt vaak omschreven als politiek theater,
als een spektakel. Maar in het theater heeft een voorstelling een
omlijnd script, met een begin en een einde, en gaat het publiek na
afloop naar huis. Trumps aandachtsstrategie lijkt meer op een vorm
van reality-tv: er is geen einde, de camera blijft continu draaien,
en het publiek blijft kijken omdat er altijd weer een volgende
aflevering begint.
Dat is precies waarom Groenland zo’n geschikt onderwerp is. Het
is strategisch belangrijk, maar ook ver genoeg weg, zodat veel mensen
er weinig van weten. Daarom leent het zich om de agenda te kapen:
groot genoeg voor headlines, vaag genoeg voor eindeloos commentaar.
Tegelijk zaait het idee van een mogelijke annexatie paniek: het raakt
de nationale veiligheid, de solidariteit tussen Navo-leden en de
kwetsbaarheid van het Arctische gebied. Denemarken heeft, met hulp
van andere Europese landen en zelfs Canada, inmiddels de militaire
aanwezigheid in Groenland versterkt. Niet omdat men verwacht dat
Amerikaanse mariniers morgen in Nuuk landen, maar omdat de combinatie
van retoriek en geopolitieke druk niet zonder gevolgen kan blijven en
men de kosten van een eventuele aanval wil verhogen.
Maar de kern is niet of Donald Trump werkelijk denkt dat hij
Groenland gaat annexeren. De kern is dat hij er baat bij heeft dat
Europeanen erover móeten praten. Oftewel de ‘flood the
zone’-strategie: overspoel het debat met de zoveelste rel, zodat
media en oppositie niet meer in staat zijn om onderscheid te maken
tussen hoofd- en bijzaken. Met het gevolg dat de aandacht versnipperd
raakt, mensen overbelast worden en iedereen alleen maar reageert.
Waar Trump tot nu toe vooral de Amerikaanse aandachtseconomie
domineerde, exporteert hij deze aanpak nu naar het wereldtoneel: van
Venezuela tot Iran, van Nigeria tot Groenland. Het gevolg is dat
buitenlandse regeringsleiders niet langer alleen toeschouwers zijn,
maar figuranten zijn geworden in de Trump-show.
Het gemak waarmee Europese leiders Trumps uitspraken lang
wegzetten als ‘typisch Trump’ is begrijpelijk, maar inmiddels is
het duidelijk dat er een strategie achter zit. Neem de inhoud van de
recent gepubliceerde National Security Strategy, waarin
Europa explicieter dan voorheen wordt genoemd. Europa wordt neergezet
als een continent in verval, terwijl de EU wordt afgeschilderd als
een ‘door de elite gedreven, antidemocratische inperking van
fundamentele vrijheden’.
Het document zet ook in op een verdeel-en-heersstrategie richting
Europese hoofdsteden: hoe rechtser en hoe Trump-vriendelijker
Europese leiders zijn, hoe meer steun ze zouden kunnen verwachten uit
Washington. Dat is een fundamentele verschuiving. Trumps
buitenlandpolitiek is nu transactioneel: loyaliteit is iets wat je
koopt, afdwingt of inzet als drukmiddel. In zo’n wereld zijn
bondgenoten pas bondgenoten als ze nuttig en gehoorzaam zijn.
Groenland is in die logica niet alleen een eiland met een
strategische ligging en grondstoffen, maar ook een machtsinstrument,
bedoeld om Denemarken en Europa te laten voelen wie de agenda
bepaalt. Trumps strategie produceert namelijk iets waar Europa
bijzonder slecht tegen bestand is: versnippering van de eigen
aandacht.
Elke crisis heeft haar eigen geografische zwaartepunt. Groenland
raakt Scandinavië. Tarieven raken vooral exportlanden.
Oekraïne-uitspraken raken Oost-Europa existentiëler dan
Zuid-Europa. En dus reageert Europa telkens met nieuwe, ad hoc
gevormde coalities van landen in de voorhoede, afhankelijk van waar
de klap op dat moment het hardst aankomt.
Dat is precies het probleem. Want als elk nieuw incident telkens
een nieuw Europees meningsverschil oplevert, ontstaat er geen
momentum voor een gezamenlijke strategie. Europa lijkt permanent
afgeleid door dit specifieke dreigement, die specifieke uitspraak of
deze specifieke actie. En Donald Trump weet wat dat betekent: zolang
Europa vooral bezig is met reageren, komt het niet aan strategisch
denken toe.
Dit is nu precies de politieke logica van de aandachtseconomie: de
prijs van het kapen van aandacht is strategische kortzichtigheid.
Alles voelt acuut, waardoor niets wordt opgelost. En ondertussen
raakt Europa steeds verder verwijderd van de vraag die er werkelijk
toe doet: wat is onze eigen strategie? Wie Trumps chaospolitiek
continu beantwoordt met verontwaardiging, wordt onderdeel van zijn
script. Wat Europa nu nodig heeft is de discipline om aan een eigen
veiligheidsstrategie te werken.
Europa zal daarom een tweesporenbeleid moeten voeren. Het eerste
spoor is de reactie op Trumps laatste ‘stuk rood vlees’, en dit
moet koel en weloverwogen gebeuren. Ja, Europa moet reageren als
een Amerikaanse president dreigt met ‘acties’ tegen een lidstaat
of bondgenoot. Niet omdat elke uitspraak van Trump een
beleidswijziging zou moeten betekenen, maar omdat de principes die
hier geraakt worden wél fundamenteel zijn: territoriale integriteit,
internationaal recht en respect voor zelfbeschikking.
Maar die reactie moet niet de vorm aannemen die de Amerikaanse
president uitlokt: verontwaardiging zonder gevolg, nationale solo’s
of eindeloze talkshowrondes waarin Europa vooral naar zichzelf
luistert. Wat nodig is, is juist het tegenovergestelde: één
boodschap, één lijn en een onderling afgestemde inzet.
Het tweede spoor is om los van de dagelijkse Trump-relletjes aan
een eigen Europese veiligheidsstrategie te werken. Dit is het
moeilijkste spoor, omdat het geduld en vooral veel inspanning vergt.
En omdat het weinig nieuwswaarde heeft. Maar het is precies wat
Trumps aandachtsoorlog probeert te saboteren: dat Europa zijn eigen
prioriteiten formuleert en uitvoert.
Wat betekent dat concreet? Europa heeft geen behoefte aan één
groot ‘strategisch kompas’ dat na een Europese top weer in een la
verdwijnt. Het heeft behoefte aan een aantal heldere speerpunten die
samenhang hebben.
Welke speerpunten zijn dat? Drie terreinen liggen voor de hand:
veiligheid, geo-economische weerbaarheid en politieke richting.
Europa kan niet blijven doen alsof Amerikaanse binnenlandse politiek
een tijdelijk ongemak is dat weer overwaait. Trump laat zien dat de
VS makkelijk kunnen terugvallen op transactioneel nationalisme. Dat
betekent dat Europa versneld moet investeren in defensiecapaciteit
die niet bij elke verkiezing ter discussie staat: luchtverdediging,
munitieproductie, cyber en logistieke infrastructuur et cetera. Dat
is geen anti-Amerikaanse reflex, maar een Europese noodzaak. Een
bondgenootschap werkt sowieso het best als je niet structureel
afhankelijk bent van de grillen van een ander. Mochten de VS in de
toekomst weer richting Europa draaien, dan is dat mooi meegenomen,
maar daar kunnen we niet langer van uitgaan.
Ten tweede heeft Europa een eigen geo-economische agenda nodig om
zijn eigen kwetsbare afhankelijkheden te verminderen, vooral op het
gebeid van energie en tech. Dit gaat over het creëren van meer
concurrentiekracht, met meer strategische handels- en
industriepolitiek. Niet als protectionistische kramp, maar uit de
wens van meer weerbaarheid.
Ten slotte: Europa heeft geen gebrek aan analyse, die is er in
overvloed, denk aan de rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi. De
zwakte is een gebrek aan besluitvaardigheid. Zolang buitenlands
beleid bij elk incident terugvalt op nieuwe meningsverschillen en
nationale veto’s, blijft Europa een aantrekkelijk doelwit voor druk
van buiten. Minder verdeeldheid is daarbij niet alleen een mooie
waarde, maar de kern van Europa’s macht. Dat vraagt om betere
crisiscoördinatie, heldere communicatie en, waar nodig, coalities
binnen de Europese Unie die verder durven te gaan wanneer een
minderheid blijft tegenstribbelen.
Het belangrijkste inzicht uit het eerste jaar van Trump II is
misschien dit: een aandachtsoorlog win je niet door mee te doen, maar
door je eigen aandacht beter te organiseren. Dat vraagt dat Europese
leiders ophouden elke provocatie als een op zichzelf staand incident
te behandelen. De juiste reactie begint bij strategische helderheid:
weten wat Europa wil, wat het moet beschermen, en welke lijn het
consequent volhoudt. Het wordt tijd dat Europa het initiatief
terugpakt en waar nodig zijn eigen koers vaart.
Lees ook:
Alberto
Alemanno 19 januari 2026
Lotfi El
Hamidi 19 januari 2026
Rutger
van der Hoeven en Casper
Thomas 27
&
Machtsdenken
‘Zeer verrast’ was David van Weel door Trumps heffingen
vanwege Europa’s verkenningsmissie in Groenland. Dat typeert de
Nederlandse handelwijze sinds Trumps aantreden: de auto van mijlenver
zien aankomen en alsnog als een konijn in de koplampen kijken.
Lotfi El
Hamidi
Kan Nederland zich een voorstelling maken van een wereld met de
Verenigde Staten als vijand? Misschien is die vraag al hopeloos
achterhaald, nu de Amerikaanse president Donald Trump dreigt met
importheffingen tegen acht Europese landen, waaronder Nederland. Een
‘strafmaatregel’ nadat de Europese Navo-landen aankondigden een
militaire verkenningsmissie naar Groenland te sturen. Trump zinspeelt
al geruime tijd op annexatie van het gebied dat tot het Deense
koninkrijk behoort.
David van Weel, demissionair minister van Buitenlandse Zaken, was
al weken beducht voor ‘escalatie’ vanwege Groenland. De VVD’er
liet begin deze maand weten dat Nederland achter ‘onze Deense
vrienden’ staat, maar liet ook herhaaldelijk weten begrip te hebben
voor de ‘terechte zorgen’ van de Amerikanen. Nadat Nederland
bekendmaakte twee militairen te sturen (die intussen alweer terug
zijn) werd de toorn van Trump alsnog gewekt.
‘Kennisgenomen van de aankondiging van president Trump over
tarieven’, noteerde Van Weel droogjes via Elon Musks verkapte
pornosite X. ‘De militaire inspanningen voor oefeningen in
Groenland zijn juist bedoeld om bij te dragen aan veiligheid in het
Arctisch gebied’, voegde hij daaraan toe, in de tamelijk naïeve
hoop dat ze in Washington nog te sensibiliseren zijn.
Van Weel had al eerder ‘kennisgenomen’ van Amerikaanse
verklaringen zonder daar serieus tegenwicht aan te bieden.
Kritiekloos nam hij de afgelopen periode de talking points
over van de Trump-regering dat er Russische en Chinese schepen rond
Groenland varen die daarmee een gevaar vormen voor de Amerikaanse
veiligheid. ‘Die zijn daar niet op zoek naar dolfijntjes of
oesters’, citeerde hij zijn Amerikaanse ambtsgenoot Marco Rubio.
Dat Scandinavische diplomaten en militaire bronnen onder andere in de
Financial Times melden dat er al jaren geen Russische of
Chinese schepen in de buurt zijn gesignaleerd, werd vakkundig
genegeerd.
Een dag na de aangekondigde heffingen van Trump durfde Van Weel
bij WNL op Zondag opeens wel het woord ‘chantage’ in de
mond te nemen, nadat andere Europese leiders al meteen lieten weten
zich niet te laten chanteren en intimideren. Hij zei tegelijkertijd
‘zeer verrast’ te zijn door de actie van de Amerikaanse
president. Dat laatste typeert wel de Nederlandse handelwijze sinds
Trumps aantreden: de auto van mijlenver zien aankomen en alsnog als
een konijn in de koplampen kijken.
De onderdanige opstelling van het demissionaire kabinet staat niet
op zichzelf. Nederland behoort van oudsher tot de landen die
onversneden pro-Amerikaans zijn, ongeacht de hoofdbewoner van het
Witte Huis. Bewindspersonen gaan doorgaans prat op de hechte relatie
met de VS en typeren zich zelfvoldaan als ‘trans-Atlanticus’.
Mark Rutte noemde Nederland een aantal jaren geleden ‘misschien wel
het meest trans-Atlantische land in de Europese Unie’. Twee
decennia eerder, onder premier Jan Peter Balkenende, verleende
Nederland ‘politieke steun’ aan de illegale Amerikaanse invasie
van Irak. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop
Scheffer werd vervolgens weinig toevallig benoemd tot
secretaris-generaal van de Navo.
Zoals Nederland zich toen als loyale bondgenoot liet meeslepen in
de buitenlandse avonturen van president George Bush jr., zo laat het
zich weer gewillig bespelen door autocraat Donald Trump. In een
radio-interview onlangs met Sven Kockelmann stelde Van Weel dat
Nederland zich nou eenmaal moet verhouden tot mogendheden die hun
eigen veiligheidsbelangen vooropstellen, en ‘dat we weer in macht
moeten leren denken’. De minister liet vervolgens een zeer beperkt
vermogen tot machtsdenken blijken door te stellen dat ‘we’ tussen
drie grootmachten kunnen kiezen – de VS, Rusland en China – en
dat hij ‘elke dag van de week’ de Amerikanen prefereert, maar wel
‘graag op gelijke voet’. Europa speelt kennelijk geen rol van
betekenis.
Het is overigens een valse tegenstelling geworden. In zijn
herschikking van de internationale orde kiest Washington er liever
voor om op ‘gelijke voet’ te rivaliseren met de Russen en
Chinezen dan te investeren in de relatie met zijn oude bondgenoten.
Trump gelooft niet in diplomatie en soft power maar in invloedssferen
en dictaten. Wanneer hij zegt ‘spring’, wil hij alleen horen ‘hoe
hoog?’.
Terwijl Nederland blijft hameren op ‘eensgezindheid’ binnen de
Navo, mét de VS, creëren andere landen nieuwe speelruimte voor
zichzelf. Zo haalde Canada afgelopen week de banden aan met China om
de afhankelijkheid van de Amerikanen te verminderen. Dát is
machtsdenken.
De ongemakkelijke maar harde waarheid: de Pax Americana is
voorbij. Nederland kan niet meer leunen op de Amerikanen. Binnen het
Amerikaanse imperium rest Nederland hooguit een vazalstatus. Dat
besef moet kennelijk nog indalen voordat Den Haag ook maar een begin
kan maken aan het afbouwen van de afhankelijkheid van de VS. Aan de
volgende minister van Buitenlandse Zaken om daar serieus werk van te
maken.
Lees ook:
Catherine
de Vries 19 januari 2026