In het nieuws
Het nieuwe D66 en de prijs van tempo en Torentje
Het nieuwe kabinet botste in de eerste week al op een muur van onvrede door het eenzijdig openbreken van het zwaar onderhandelde pensioenakkoord uit 2019.
Coen van de Ven beeld Milo
4 maart 2026 – verschenen in nr. 10 Het originele artikel op Groene.nl leest u --- Hier ---
‘Hoe mooi zou het zijn als wij met achttien miljoen mensen weer één team Nederland vormen?’ Rob Jetten sprak zaterdag zijn partijgenoten van D66 toe. Hij had inspiratie gehaald bij de olympische atleten die met goud behangen terug waren gekeerd uit Italië, maar hij prees ook de mensen die boodschappen doen voor zieke buurvrouwen, oliebollen bakken voor de hele straat of elkaar uitnodigen samen het vasten te breken tijdens ramadan. ‘Zo zitten Nederlanders in elkaar.’
Hij riep iedereen, inclusief de oppositie, op tot samenwerking. ‘Of je nou rechts bent of links, conservatief of progressief, we zitten allemaal in datzelfde Team Nederland.’
In de gangen van de congreshal werd ondertussen het eerste chagrijn opgetekend van D66’ers over het loslaten van ideologische veren en de ruk naar rechts onder Jetten. Maar het kon de fierheid over het veroveren van het Torentje niet overschaduwen. Jetten ís premier en op een manier waarop we die al eventjes niet meer hadden. Statig, ernstig, onberispelijk. Misschien zelfs wel met gravitas. Na tweeënhalf jaar Schoof krijgt Nederland een leider die weet wat hij wil.
Zijn regeringsverklaring wilde hij ‘vooral benutten om antwoord te geven op één vraag: wat voor kabinet willen we zijn?’ Hij had een kort antwoord voorbereid en somde op: grote keuzes voor de toekomst, noodzakelijke knopen doorhakken én samenwerking. O, en ‘graag ook een beetje tempo’.
Als iets deze formatie typeerde dan was het dat laatste. Snelheid. In lijn met de ‘het kan wél’-belofte dicteerde pragmatisme het ritme van een vlugge formatie. Je zag het aan alles. Toen Hans Wijers moest wijken wilde Jetten geen nieuwe D66’er maar direct door. En nadat hij samen met het cda aan een tussendocument had gewerkt en verder moest onderhandelen met een koppige Dilan Yesilgöz gold opnieuw: tempo is alles. Het lijkt er zelfs op dat onder tijdsdruk de vvd bijna ongehinderd het financiële korset mocht ontwerpen voor dit kabinet.
‘Wij hebben minder binnengehaald omdat onze onderhandelaars snel een akkoord wilden’, zei een D66-Kamerlid kort na het verschijnen van het coalitieakkoord. Tempo en Torentje waren de mantra geweest. Wat dat oplevert? Een bordesfoto nog vóór de gemeenteraadsverkiezingen, een stembusgang waarbij landelijke dynamieken – pardon, vibes – zwaar kunnen meewegen.
Maar al die snelheid komt ook met een prijs. Behalve mokkende partijgenoten die hun eigen verkiezingsprogramma wel heel snel hadden zien verdampen blijkt in de eerste weken van deze coalitie dat ‘tempo’ ook het ideaal van ‘samenwerken’ frustreert.
Dat zit zo: ‘samen’ kan nogal veel betekenen. Je kunt ermee bedoelen: we gaan samen zitten, elkaars posities onderzoeken en verschillen overbruggen. Of het betekent: doe eens niet zo flauw, sluit je aan in mijn ‘Team Nederland’ en doe vrolijk met ons mee.
Een oudere definitie van ‘samen’ is wat in Nederland ‘polderen’ is gaan heten. Het is de wat archaïsche term voor een bestuurlijke traditie die zeer kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond en neerkwam op: eindeloos overleggen met betrokkenen om compromissen te sluiten. Het betekende dat werkgevers en werknemers hun aloude strijd tussen kapitaal en arbeid voerden in achterkamers, net zo lang tot ze op een dag samen naar buiten kwamen om juichend hun compromis aan de wereld te tonen.
De laatste keer dat dat lukte was in 2019. Na tien jaar van keihard onderhandelen werd er een pensioenakkoord beklonken waarbij – in Jettens woorden – ‘grote keuzes voor de toekomst’ werden gemaakt en ‘lastige knopen’ doorgehakt. Onder meer de aow werd toekomstbestendig gemaakt. Iedereen tekende mee: werkgevers, werknemers, regering van dat moment én een groot deel van de oppositie.
Het is voor Jetten de blauwdruk van hoe het moet. ‘Polderen is iets prachtigs’, zei hij in het parlement. ‘Omdat dat dé manier is om allerlei gevoelens en stromingen in de samenleving bij elkaar te brengen en om tot breed maatschappelijk draagvlak te komen.’
Het enige nadeel? Tempo. Decennialang onderhandelen verhoudt zich slecht tot de can do-mentaliteit van het nieuwe D66, zeker tijdens een zoektocht naar defensie-miljarden in combinatie met het stringente financiële vvd-korset. Dus brak het kabinet dat zwaar onderhandelde pensioenakkoord uit 2019 eenzijdig open. Het boekte een forse aow-bezuiniging in en zei tegen de polder: die afspraken die we na lang samenwerken ooit met jullie maakten zijn bij nader inzien toch niets waard.
Een groot deel van de oppositie is woedend, net als de vakbonden. Zelfs de werkgevers zijn verbaasd over hoe ook hun akkoord zomaar is aangetast. ‘Afspraak is afspraak’, zeggen ook zij. Het zijn de eerste barsten in ‘Team Nederland’.
Héél even leek Jetten daar vorige week in het parlement last van te hebben. Al in zijn eerste week botste hij op een muur van onvrede. Tot er plots een uitweg lonkte. Twee uiterst rechtse fracties – de sgp en de pvv-dissidenten van Gidi Markuszower – hielpen hem aan een krappe 76 zetels om zijn gezicht te redden.
Dat uiterst rechtse afsnijweggetje sloeg Jetten gretig in. Het was opnieuw een keuze voor tempo in plaats van dat veel bredere maar ook modderigere pad van echte langdurige samenwerking.
Lees verder:
De politieke cultuur van het kabinet-Jetten
Jetten, Bontenbal en Yesilgöz prediken ‘de polder’ maar schofferen die al in hun wittebroodsweken
Joost Bekendam en Coen van de Ven 4 maart 2026


/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2018/03/georginaverbaan0-2.jpg)


