— Ruben L. Oppenheimer 🏴☠️ (@RLOppenheimer) May 22, 2026
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
— Ruben L. Oppenheimer 🏴☠️ (@RLOppenheimer) May 22, 2026
Ongelofelijk: sinds #Lubbers 't als 1e deed, snapt zelfs @cdavandaag nu dat politici niet vrij over dooor burgers/werkgevers)voor 'n bepaald doel betaalde premies kunnen beschikken. @D66 & @VVD snappen dus zelfs nu nog niet dat 'n greep uit de kas #diefstal is! #dagVertrouwen https://t.co/t5aO57EbSS
— Aart Dekker (@AartDekker) May 13, 2026
Nou, waar wachten we dan nog op?!? #Doen! #Doorpakken #Schoof! Dit is jullie kans om te scoren! https://t.co/tn2DWYzZcz
— Aart Dekker (@AartDekker) December 30, 2024
https://t.co/eHWhRt6oBB interessante column: "Hier zijn mannen écht veel beter in dan vrouwen" https://t.co/SohSywgDA6 Dáárom is NLD toe aan ´n vrouwelijke premier. @BenTiggelaar_BT over #PeterPrinciple & #PaulaPrinciple. Aanv: niet hetende Dilan,Fleur,Mona,Sophie of Caroline...
— Aart Dekker (@AartDekker) December 29, 2024
Originele Column van Ben Tiggelaar op NRC.nl, vind je --- Hier ---
--- Meer --- van Ben Tiggelaar op NRC.nl --- Hier ---.
Veel mensen hebben wel eens gehoord van het ‘Peter Principle’. Dat luidt ongeveer als volgt: in een hiërarchische organisatie kunnen medewerkers opklimmen zolang ze goed presteren. Dat gaat door totdat ze een niveau bereiken waar ze de competenties eigenlijk niet voor hebben. Net één promotie te veel dus. Gevolg: veel hogere posities worden bekleed door incapabele mensen. En hun falen wordt opgevangen door de collega’s die nog niet aan hun plafond zitten. Saillant: onderzoek laat zien dat het Peterprincipe echt bestaat, maar vooral opgaat voor mannen.
Het Peterprincipe werd in 1969 gelanceerd door de Canadese onderwijspsycholoog Laurence J. Peter en co-auteur Raymond Hull in een satirisch bedoeld boek. Het leidde tot brede herkenning én wetenschappelijke support. Economen van de University of Minnesota onderzochten bijvoorbeeld de promoties van ruim 1.500 verkopers van 2005 tot en met 2011. Conclusie: goed scorende verkopers werden veelal middelmatige verkoopmanagers. In 2018 stelde beleidsonderzoeker en auteur Tom Schuller het Paulaprincipe tegenover het Peterprincipe: vrouwen werken in veel gevallen juist beneden hun competentieniveau. Schuller laat zien dat in de meeste OESO-landen vrouwen gemiddeld hoger opgeleid zijn dan mannen, maar achterlopen qua promoties en salaris. Oorzaken zijn onder meer: discriminatie, het gegeven dat vrouwen meer zorgtaken op zich nemen, maar ook onderschatting van de eigen capaciteiten.
Dat laatste punt raakt aan de kern van het Peterprincipe. Voor een promotie zijn tenslotte twee partijen nodig. Werkgever en werknemer moet beiden verwachten dat zo’n stapje hoger een succes wordt. En mannen blijken dat eerder te geloven dan vrouwen. Onderzoekers noemen dat het ‘male hubris, female humility’-probleem. Mannen scoren bijvoorbeeld ook doorgaans lager op een IQ-test dan ze zelf hadden verwacht. En vrouwen juist hoger. Terwijl psychologisch onderzoek intussen laat zien dat mannen en vrouwen niet verschillen qua intelligentie. Een gerelateerd fenomeen volgens de Harvard Business Review: vrouwen nemen de eisen die aan een sollicitant worden gesteld heel serieus. Mannen nemen die met een korreltje zout.
Dus? Mannen blijken gewillige slachtoffers van het Peterprincipe. Als ze kans maken op een promotie, veronderstellen ze doorgaans dat dit terecht is. Dit ijzeren geloof in eigen kunnen heeft ook nadelen. Sinds 1998 worden jaarlijks de Darwin Awards uitgereikt aan mensen die door bijzonder stom gedrag om het leven zijn gekomen. Volgens de initiatiefnemers van deze zwart humoristisch bedoelde awards bewijzen ze daarmee de menselijke evolutie een dienst. In een van de kerstnummers van het British Medical Journal, traditioneel gewijd aan onderzoek met een knipoog, constateerden onderzoekers dat de Darwin Award in overweldigende mate – 88,7 procent – wordt gewonnen door mannen. Wat nog eens onderstreept dat mannen in één ding écht bewezen heel veel beter zijn dan vrouwen: zelfoverschatting.
Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 23 november 2024.
13 sep 2024 BRUSSEL Arbeidsduurverkorting oftewel minder uren per week werken en toch je maandloon behouden, bij AFAS kan het. Maar zullen ook andere bedrijven in de toekomst gaan aanbieden? En wat is de link met automatisering door AI? Professor arbeidseconomie Stijn Baert van UGent @ Work licht toe bij VRT Laat.
00:00 - Waarom bieden sommige bedrijven een vierdaagse werkweek aan?
00:43 - Minder uren werken in plaats van een bedrijfswagen?
01:23 - Zal automatisering via AI niet sowieso leiden tot minder werkuren of jobs?
02:53 - Is de vierdaagse werkweek met behoud van loon haalbaar?
04:22 - In welke bedrijven is arbeidsduurverkorting mogelijk?
Persoonlijk ben ik er al een jaar of 30 van overtuigd dat er maar één oplossing is om heel veel problemen rond werk & inkomen op te lossen: het Basisinkomen.
Maar die inmiddels 30 jaar sinds ik er een tijdje best wel veel tijd heb ingestoken om dat systeem politiek iets dichterbij te brengen, hebben mij er wel van overtuigd dat - alhoewel het systeem bewezen werkt(e) op heel andere plekken van de wereld - Nederland wel een van de allerlaatste landen zal zijn waar het er ooit van komt.
Waarom?
Vanwege de typisch Nederlandse Calvinistische moraal van ´Wie niet werkt die zal niet eten´!
Want zelfs al werkt(e) het systeem al bewezen goed op andere plekken in de wereld.
Zelfs al zou het de administratieve last op de beschikbare arbeidscapaciteit aanzienlijk verlichten en daardoor kostbare menskracht vrijmaken voor nu niet te vervullen vacatures.
Zelfs al zou het voor talloze mensen waarvoor dat nu niet opportuun lijkt – of is – het ondernemerschap stukken dichterbij brengen.
Zelfs al zou het de mogelijkheden om mensen die nu – door ´vlekjes´, beperkingen of omstandigheden die in loondienst lastig maken – niet werken, en veelal in uitkeringen vast zitten, weer betaald werk te laten doen en zo herintegreren, aanzienlijk vergroten.
En zelfs als het dus eerlijker zou zijn en ´Werken meer zou laten Lonen´ – is dat niet een hoofddoelstelling van het huidige kabinet?
In Nederland wil een groot deel van de mensen er niet aan omdat men het anderen domweg niet gunt ´gratis geld´ te krijgen...
Maar goed, dat terzijde...
Dat de toekomst van ´Werken´ er heel anders uit gaat zien, en dat daarbij steeds grotere uitdagingen zullen moeten worden opgelost, dat zullen weinigen weerspreken; 400.000 onvervulbare vacatures in Nederland, vergelijkbare verschijnselen in de hele Westerse - maar daar niet alleen - wereld. AI, robotisering, vergrijzing, migratiedruk door oorlogen en klimaatverandering, om maar een paar oorzaken te noemen zorgen er wel voor dat er heel veel gaat veranderen.
En zo kwam het dat AFAS aankondigde de Vierdaagse Werkweek in te gaan voeren met behoud van een Vijfdaags Salaris... Kijk de clip hierboven, en de column hieronder; genoeg om over na te denken....
*
19 juni 2024 – verschenen in nr.
25 Originele artikel op Groene.nl en nog veel meer --- Hier ---
Het is de droom van alle voorstanders van arbeidstijdverkorting: een groot bedrijf dat spontaan de vierdaagse werkweek invoert zonder dat werknemers er een cent voor hoeven in te leveren. Het Nederlandse softwarebedrijf Afas gaat het volgend jaar doen. Dit lijkt haaks te staan op het samenlevingsbrede geworstel met personeelskrapte, maar dat is schijn. Het is juist de ultieme stunt om in deze barre tijden personeel te trekken en te behouden. Afas Software kan het zich financieel veroorloven, het maakte vorig jaar 170.000 euro winst per medewerker.
Zo kwam er vorige week plots weer wat muziek in de discussie over de kortere werkweek, een thema dat al een jaartje of veertig zo dood is als een pier. In Nederland doen we namelijk niet aan arbeidstijdverkorting, we doen deeltijd. Het verschil: deeltijd kun je je alleen veroorloven met een hoog uurloon of een goedverdienende partner. Het mooie van een generieke kortere werkweek is dat die kortere week wél een volledig salaris oplevert, en dus de spreekwoordelijke caissière ook kan leven van vier werkdagen per week. Bijkomend voordeel: leidinggeven in drie of vier dagen wordt normaler.
In dezelfde week verscheen ook een onderzoek van het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging. In Nederland, zo blijkt, vallen steeds minder werknemers onder een cao, een collectieve arbeidsovereenkomst. Het gaat hier over werknemers, dus dit staat los van het toenemend aantal zzp’ers. Steeds meer werkgevers sluiten geen cao af maar bedenken zelf iets, al dan niet in overleg met een personeelsvertegenwoordiging. En dat heeft gevolgen. Want anders dan een cao hebben die afspraken geen wettelijke status – in slechte tijden kunnen de arbeidsvoorwaarden plots veranderen. Zonder cao kunnen er bovendien naar hartenlust extra individuele afspraken gemaakt worden tussen werknemer en werkgever, wat de verschillen tussen de werknemers al snel vergroot: wie een sterke onderhandelingspositie heeft is spekkoper, anderen hebben pech.
Ontvang de selectie van de dag, met op zondag een terugblik op onze belangrijkste verhalen
Inmiddels valt in Nederland nog geen 72 procent van de werknemers onder een cao. Neem je de zzp’ers mee in de berekening, dan heeft nog maar zes van de tien werkenden een cao. Ook valt een steeds kleiner percentage onder een bedrijfstak-cao, oftewel een overeenkomst die voor de hele bedrijfstak geldt. Dergelijke cao’s helpen bij het vakbondswerk – het is immers onmogelijk voor de bonden om in honderdduizenden bedrijven aparte cao’s af te spreken. Bedrijfstak-cao’s zijn ook van belang voor werkgevers, want ze zorgen dat bedrijven elkaar niet kapot concurreren op personeel (door te knijpen op de personeelskosten of juist elkaars personeel weg te kapen met cadeaus). Als er binnen een branche genoeg werkgevers meedoen aan zo’n bedrijfstak-cao, wordt deze door de minister van Sociale Zaken algemeen verbindend verklaard en moet de hele bedrijfstak meedoen: geen individueel gestunt of geduik meer.
Daarmee zijn we weer bij softwarebedrijf Afas. Want als er één sector is waar vrijwel niemand onder een cao valt is het wel de ICT. En inderdaad, Afas is daar geen uitzondering op. In Nederland werken 250.000 mensen bij een ICT-bedrijf en slechts zesduizend van hen vallen onder een cao. Afas heeft voor haar zeshonderd werknemers slechts een ‘personeelshandboek’ dat tot stand gekomen is in overleg met een ‘Raad van inspiratie’ waarin vier medewerkers zitten. Dus ook geen echte OR. En daarmee valt het bedrijf wel een beetje door de mand.
Prachtig, medewerkers fulltime te betalen voor vier dagen werken, maar onttrek je niet aan de basis van goed werkgeverschap. Fatsoenlijk belasting betalen, een echte cao afsluiten en de organisatiegraad van werkgevers en werknemers bevorderen zijn de basis. Daar bovenóp mag je gerust andere goeie dingen doen en jezelf in de zon zetten.
In een net aangenomen Europese richtlijn (dezelfde die vereist dat het minimuminkomen in Nederland flink omhoog moet) staat dat tachtig procent van werknemers in een land onder een cao moet vallen. Dat wordt hard werken voor Nederland. Ideetje van de vakbondsonderzoekers: alleen bedrijven met een cao komen nog in aanmerking voor overheidsaanbestedingen. Voor de ICT-sector is dat waarschijnlijk heel effectief.
Mirjam de Rijk 11 maart 2015
Reageren? derijk@groene.nl
'We are the Champions...
— Aart Dekker (@AartDekker) August 1, 2024
we are the Champions!
Not only from The Netherlands,
but also from Europe...
We are the Champions...
we are the Champions!' https://t.co/tWyoVMdAU9

De Europese verkiezingen komen dichterbij en de verkiezingsprogramma’s beginnen langzaam vorm te krijgen. Hoe democratisch is de EU volgens de SP? En wat vindt de partij van de klimaatwetgeving en de aanpak van de migratie?
5 februari 2024 Yves Lacroix (Deze samenvatting is overgenomen van --- Hier ---)
De belangen van het kapitaal domineren de Europese Unie. Dat stelt de Socialistische Partij (SP) in haar concept-verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen: ‘Samen voor de werkende klasse’. Volgens de socialisten bevordert het kapitalisme de uitbuiting van mensen. Het zorgt voor een tweedeling in de samenleving en de vervuiling van het milieu.
En hoewel de SP internationale samenwerking belangrijk vindt, is daar geen Europese integratie voor nodig. De SP wil de macht van de EU aan banden leggen en de soevereiniteit van de landen behouden.
Partijen als Volt of D66 willen een wijziging van de EU-verdragen om de EU meer macht te geven. Maar de SP wil een nieuw Europees verdrag om juist de zelfstandigheid van lidstaten te versterken. De verdragen van Maastricht (1993) en in Lissabon (2009) bepalen hoe de EU werkt. Als het aan de SP ligt, gaat er een streep door heel wat zaken.
De socialisten willen bijvoorbeeld dat de besluitvorming in Brussel transparanter wordt. Het is vaak moeilijk te achterhalen hoe de EU-ministers in raadsvergaderingen gestemd hebben. Daar moet een einde aan komen. Ook moeten de documenten openbaar worden. En in plaats van het Europees Comité van de Regio’s, de spreekbuis van regio’s en steden in de EU, wil de SP een volksraadpleging.
De SP wil ook de Europese Commissie afschaffen. In plaats daarvan moet het Europees Parlement meer macht krijgen. De nationale parlementariërs, in Nederland dus Tweede Kamerleden, krijgen de mogelijkheid tot een dubbelmandaat. Op die manier staan burgers dichter bij besluiten in Brussel.
Dat de EU iets kan doen aan de opwarming van de aarde, ontkent de SP niet. Toch uit de partij kritiek op de Europese Green deal, een pakket aan wetgeving dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet maken. De Green Deal steunt immers de belangen van de industrie en grote multinationals. Deze klimaatwetten houden geen rekening met de gewone burger, stelt de SP.
De partij wil zich ontfermen over de gewone Nederlander, die hard getroffen werd door de stijging van energieprijzen. Het allemaal maar overlaten aan de markt, vindt de SP geen goed idee. Door de energie-unie, waarin de concurrentie tussen energiebedrijven aangemoedigd wordt, zijn Nederlandse energiebedrijven geprivatiseerd. De democratische invloed op hun beleid is dus weggevallen, aldus de partij. De SP wil daarom een einde maken aan de energie-unie en lidstaten de kans geven energie publiek te maken.
EU-burgers die in een andere EU-lidstaat willen werken, moeten weer een werkvergunning krijgen. De SP ziet problemen in het vrije verkeer binnen de Schengenzone. Door ongecontroleerde arbeidsmigratie, stelt de SP, worden werknemers uitgebuit en staan publieke voorzieningen zoals huisvesting onder druk. Jaarlijks moet er volgens de SP dan een vast aantal werkvergunningen beschikbaar zijn.
En vluchtelingen moeten vooral buiten de EU opgevangen worden. Bij voorkeur in de regio. Migratie-deals zijn daarom mogelijk, zolang de opvang op een menswaardige manier gebeurt. Landen in de buurt van conflictgebieden worden daarbij geholpen. De SP is het overigens niet eens met de recent afgesloten Tunesiëdeal. Die deal beantwoordt niet aan de voorwaarden volgens de partij.
Verder moeten vluchtelingen sneller weten of ze kans maken op asiel. Men moet ze sneller terugsturen, wanneer die kans er niet is. Landen die niet meewerken aan de terugkeer moeten sancties opgelegd krijgen, zegt de partij.

Al zeker twee jaar verblijven duizenden vluchtelingen op noodopvanglocaties waar de kwaliteit van de leefomstandigheden ver door de bodem is gezakt. Ook in Ter Apel konden we de gevolgen zien van het tekort aan opvangplekken en de problemen bij de huisvesting van vluchtelingen. Dat er meer menselijke opvangplekken nodig zijn, daar is iedereen het over eens.
De komende drie maanden berekent het ministerie van Justitie en Veiligheid hoeveel opvangplekken er nodig zijn. Gemeenten kunnen alvast opvangplekken aanbieden, waarvoor zij een bonus krijgen. Als gemeenten er niet uitkomen, kan het Rijk met de nieuwe wet zelf geschikte opvanglocaties aanwijzen. Dan wordt een gemeente hiertoe verplicht. Maar dit gebeurt alleen als laatste redmiddel. Bij de verdeling van het aantal asielzoekers wordt dan ook gekeken naar de financiële draagkracht van gemeenten.
De wet is een antwoord op de crisis van afgelopen jaren, maar ondertussen verblijven er vele duizenden vluchtelingen en asielzoekers in locaties die niet geschikt zijn voor een langer verblijf. Deze wet gaat daar niet op korte termijn verandering in brengen. Daar komt bij dat veel noodopvanglocaties komende tijd hun deuren sluiten, waardoor de druk op de opvang blijft. Het kan nog vele maanden duren voordat asielzoekers en vluchtelingen eerlijk over het land worden verdeeld en in opvanglocaties verblijven die geschikt zijn voor langdurig verblijf. VluchtelingenWerk ziet de spreidingswet vooral als een kans op een doorbraak om opvangcrises in de toekomst te voorkomen. Maar voor de crisis van vandaag is meer nodig.
Er is dus een tussenoplossing nodig. Want het gaat nog lang duren voor vluchtelingen iets gaan merken van deze wet. En die tijd is er niet meer. De manier waarop duizenden mensen in (crisis)noodopvanglocaties worden opgevangen, is schadelijk voor hun fysieke en mentale gezondheid. Er zijn daarom zo snel mogelijk meer en betere opvanglocaties nodig, die voldoen aan de Europese richtlijnen. Denk bijvoorbeeld aan hotels en vakantieparken, waar asielzoekers een menswaardige plek hebben om te leven. De spreidingswet zou zulke tijdelijke oplossingen op termijn overbodig maken.
Nu de spreidingswet er komt, wensen wij dat er - behalve capaciteit en spreiding - ook nadruk wordt gelegd op kleinschaligheid en de kwaliteit van de opvang. Denk aan goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer, de mogelijkheid om te kunnen koken, privacy en toegang tot onderwijs. Opvang moet menswaardiger en midden in de samenleving plaatsvinden, waarbij het meedoen van de asielzoeker en vluchteling centraal staat.
Met jouw bijdrage kunnen wij de Nederlandse en Europese politiek blijven aansporen tot een humaner vluchtelingenbeleid. Jouw steun is onmisbaar voor vluchtelingen die gedwongen zijn alles achter zich te laten op zoek naar veiligheid. Hartelijk bedankt!
Een punt dat Lilian Marijnissen - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP - regelmatig maakte - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor - was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!
Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...
De Groene Amsterdammer - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!
En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...
De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere financiële avonturiers zijn de lachende derde.
Mirjam de Rijk beeld Kamagurka
– verschenen in nr. 9
De economische groei gaat aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat, ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen valt.
De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia. Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of ‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke beslissingen.
Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist, want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie, maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar de plek waar het het meest rendeert.
Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’ ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.
Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.
‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso, niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.
Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).
Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze elders hogere rendementen kunnen krijgen.
Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers, benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot koersstijgingen.’
Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie van het bedrijf.
Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand, want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’
Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de publieke sector.
Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).
Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid. Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’
Econoom Aldert Boonen van de fnv: ‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen: ‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’
Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor lage lonen en hoge winsten.
Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot: ‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’
Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.
De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de positie van werkenden juist verzwakt.
Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de binnenlandse vraag naar producten en diensten.
En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv. ‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv: ‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat, inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.
Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan. Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’
De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.
De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48 procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon zitten.
Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was
het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan
kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid:
‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan
uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat
betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het
minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van
de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte
van het minimumloon.
De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken. Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers vergrootten.
Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk alternatief voor werkgevers.
Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op, zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’
Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa, ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme, flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt op.
Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel. De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten, waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’, zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.
De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de oeso, het imf en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.
Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.
Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden. Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.
De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.
Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen. Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen: ‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren, sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’
Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu), omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders. Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.
In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf valt dat personeel niet onder de eigen cao, en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’ noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van de Universiteit van Tilburg dat.
De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te verhogen.
Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel: wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.
Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda. ‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het internationale Institute for New Economic Thinking (inet), is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’
Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen. Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.
Bij de dertien bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen, collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’
Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’
‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt overgelaten.’
Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden, middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken: woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen, grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist door een sterke toename van de welvaart.
De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’
Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect: ‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’
31 dec 2023
Het zijn zware tijden voor duo’s.
Nick en Simon zijn niet meer en over het songfestival durven we helemaal niks te zeggen.
Maar er is goed nieuws: Lebbis en Jansen zijn terug uitroepteken.
Tegen alle verwachtingen in (en zeker niet voor het geld) komt er, voor het eerst sinds 2006, weer een oudejaars van het illustere duo, en wel: SUBLIEM-
Oudejaars 2023 Voor de zomer worden wat kleine zalen bespeeld, van 1 september tot 1 januari 2024 70 voorstellingen, zaaltjes, zalen, schouwburgen. Waarom? Zoals ze zelf zeggen in hun traditionele afsluiter van de oudejaarsavonden in het theater- intussen een klassieker –
Terug- Niemand zit te wachten op Rutte-5, 6, 7
Niemand wil dat Groningen nog onverwacht gaat beven
Niemand is van plan Vandaag Inside íets te vergeven
En iedereen wil weten wat de zin is van dit leven
Niemand zit te wachten op b-keus BBB
Niemand weet iets zeker, geef het toe, het is oké
Niemand wil nog rappen op n track van Ali B
En iedereen wil weten: waar en hoeveel stijgt de zee?!
Geen zorgen voor morgen, geen last op je rug
Geen trein met vertraging, geen wijdopen brug
Geen tijd te verspillen, maar vliegens en vlug:
Lebbis & Jansen zijn terug! SUBLIEM, dat is het.
*
In hun Ouderjaars Conference over 2023 doen Hans Sibbel & Dolf Jansen – ofwel Lebbis en Jansen – aan de formerende kliek onder leiding van PvdA'er Ronald Plasterk voor hoe het zou kunnen....
In een kwartiertje schetsen zij een KERN-COALITIEAKKOORD waar iedereen van (uiterst) Rechts tot Links wel iets van zijn/haar gading kan vinden...een aardig uitgangspunt dus!
Subliem? Nou...best een aardige start...lijkt mij...
Een NIEUW SOCIAAL CONTRACT; het zit erin, vermits er tenminste voor Iedereen iets uit de koker van Rechts-Ultra-rechtse beraad gaat komen!
O ja, dat was het eerste kwartiertje...maar in de rest van hun voorstelling behandelen Lebbis en Jansen toch echt wel zo'n beetje alles wat er in 2023 gebeurde...
Van Boeren-opstand en Blauw-Wit-Rood t/m Mia Nicolai & Dion Cooper - Burning Daylight (niet zoveel 'Votes')...
Van Groen en Duurzaam en minder vlees eten tot het Afschaffen van Latte Havermelk en Barista's...
(Schokkend is wel de onthulling van de uitspraken van Caroline van der Plas over Varkensstal-branden...!)
Ook alle Geloven en Heilige Boeken van Bijbel, Koran t/m Torah en Bhagawat Gita komen aan de orde, en de conclusie is...
O ja, ook belangrijk: het Statiegeldvraagstuk (en hoe we 'het probleem' oplossen)!
En nog heel veel meer...
Dus dat kwartiertje is eigenlijk 'Must-see'...maar de rest is ook de moeite best wel waard...
Veel plezier!
(Want een beetje lachen over de misère verzacht de pijn...)
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .