Jan Willem
Jansen (44)_Nu aan de top, straks misschien terug naar af
Jan Willem Jansen (44) heeft binnen
twee jaar vanuit het niets een topteam opgebouwd. De basketbalcoach
enthousiasmeert, stimuleert en motiveert....
Volkskrant, Tynke Landsmeer 5 april 1997, Originele artikel via
Topics.nl ---
Hier ---
JAN WILLEM JANSEN roept niet naar zijn spelers, hij brult. Hij
maait met zijn armen om zijn ongenoegen uit te drukken of om het
publiek erop te attenderen dat het zich wat meer moet roeren. Er
staat een stoel voor hem klaar, maar die gebruikt hij slechts om af
en toe tegenaan te leunen. Jan Willem Jansen heeft geen zitvlees.
Onrustig beent de basketbalcoach van Finish Profiles AmsterdamAstronauts op en neer langs het veld.
Er staat een hoop op het spel. De Amsterdam Astronauts zitten in
de halve finales van de play-offs, maar er is veel meer te verdienen
dan alleen een plaats in de finale. Net nu Jansen topbasketbal heeft
teruggebracht in Amsterdam overweegt de sponsor zich terug te
trekken.
In de Apollohal, thuishaven van zijn club, maakt Jansen zich vlak
voor de tweede wedstrijd tegen het Groningse Donar verschrikkelijk
kwaad over de halflege tribunes. 'Er is weer veel te weinig aan
publiciteit gedaan. Het moet hier vol zitten, maar dat gebeurt niet
zomaar. Daar moet je wel in investeren.' Geagiteerd vliegen zijn ogen
over de toeschouwers.
Gaandeweg de verbeten strijd keert er een voorzichtige glimlach
terug op zijn gezicht. De tribunes lopen langzaam vol. En in de
laatste seconden staat het publiek, opgezweept door de geblesseerde
Ed de Haas, te springen op de banken wanneer Donar twee vrije worpen
mist en Amsterdam met een laatste schot van Milco Lieverts voorbij
Donar kruipt.
Jansen is de stuwende kracht achter het succes van de Amsterdam
Astronauts. Uit het niets heeft hij in twee jaar weer een topteam
opgebouwd. Hij motiveert, enthousiasmeert en stimuleert. Met een mix
van jong talent en ervaren krachten is Amsterdam de weg naar de top
ingeslagen.
Twee jaar geleden trok Finish Profiles, een bedrijf in dakplaten,
zich het lot aan van drie basketballers. Zij wilden met een
Amsterdamse club terug naar de eredivisie. Het vriendenclubje werd
geen succes. Het werd weliswaar toegelaten tot de hoogste divisie,
maar interne problemen kregen al gauw de overhand. Binnen een half
jaar werd een beroep gedaan op de hulp van Jansen.
De coach, die was ontslagen bij Gent, zag er in eerste instantie
weinig in, maar hielp het team toch. Hij miste het basketbal in de
Apollohal. 'Ik heb er zelf altijd gespeeld. Ik vind het belangrijk
dat jeugdbasketballers in Amsterdam een voorbeeld hebben. Ik heb een
jeugdplan geschreven en de training op me genomen. Maar het coachen
zag ik nog niet zo zitten.'
De gedreven Jansen werd toch geraakt door het enthousiasme bij de
club. De sponsor was niet de beroerdste als er nieuwe spelers
aangetrokken moesten worden. 'Ik heb nog nooit zo'n sponsor
meegemaakt. De directeur is fan geworden. Er waren wat spelers
weggegaan, hij kocht nieuwe aan. Hij vroeg: wat is het probleem? Waar
schieten we te kort? En dan zorgde hij ervoor dat er weer een speler
aan het team werd toegevoegd. Hij heeft een ondernemersmentaliteit.
Hij wil winnen.'
En Jansen had geluk. Vasco Tonch, een Amerikaanse jongen uit
Suriname, bezocht zijn familie in Nederland en kwam zomaar de
Apollohal binnengelopen. Hij bleef. Hetzelfde gold voor Marco
Lieverts. In België werd de oud-international op medische gronden de
laan uitgestuurd. Hij vroeg aan Jansen of hij mee kon trainen en
bleef. Jerome de Vries, een 20-jarig talent, kwam beschikbaar, omdat
Goba op het laatste moment afhaakte. De Vries kon meer dan alleen
goed invallen.
Het zijn spelers die de ploeg sterker maken. En het succes kwam
dan ook snel. De doelstelling - een plaats bij de beste vier - is al
bereikt. Maar Jansen wil meer. 'Voor mezelf ligt het doel veel hoger.
Dat klinkt misschien streberig, maar ik wil alles winnen. Ik wil
kampioen worden. Of dat reëel is weet ik niet, dat zullen we de
komende dagen zien.
'De kracht van deze ploeg is wilskracht. De jongens spelen met hun
hart. We zijn geen ploeg die het van individuele klasse moet hebben,
maar, dat zeg ik in alle eerlijkheid, we zijn ook geen ploeg waar
saamhorigheid op de eerste plaats komt. De wil om te winnen houdt de
ploeg bij elkaar.'
Maar de basis is wankel. Spelers houden niet meer vast aan
clubliefde, maar aan salaris. Jansen is zich daar als geen ander van
bewust. 'Natuurlijk heb ik ambivalente gevoelens overgehouden aan de
periode dat ik bij de Canadians werkte. Het ene moment zit je in de
halve finale en twee weken later bestaat de club niet meer.
'Succes kan ook alleen aan de buitenkant zitten. Een holle ton,
waar je heel hard op blijft slaan. Het is nog een hele jonge
organisatie en het bestuur moet zich nog waanzinnig waarmaken. Er is
altijd een kans dat het volgend jaar weer over is. Als de sponsor
afhaakt en de boel uit elkaar valt, ben je terug bij af. Dat mag niet
gebeuren.
'Toch ben ik niet bang dat het team leeg zal lopen en dat daar
geen spelers voor terug zullen komen. Als stad heeft Amsterdam
aantrekkingskracht. Er spelen veel Amsterdammers in de rest van
Nederland. Die willen misschien wel eens terugkomen.'
Jansen is meer dan alleen coach. Ook voor het voortbestaan van de
club zet hij zich met ziel en zaligheid in. Met de Canadians, dat
problemen had om zijn jeugdselecties financieel te ondersteunen,
heeft de club een samenwerkingsverband gesloten. De Amsterdam
Astronauts zorgt voor vervoer, kleding, scheidsrechters en training.
Jansen is niet zelden op de trainingen van de jeugdteams te vinden.
'Op deze manier hoop ik de doorstroming veilig te stellen. Ik heb
twee jonge spelers in mijn team die nauwelijks speeltijd krijgen.
Voor hun opleiding moeten ze toch minimaal 25 minuten in het veld
staan. Ik hoop nog een satelietclub te vinden, waardoor we een team
in de promotiedivisie kunnen laten spelen. We hebben bij de Canadians
een juniorenselectie die de potentie heeft om door te stromen, maar
niet direct eredivisieniveau heeft. Die moeten ten minste een jaar
doorgroeien in de promotiedivisie.'
In zijn studententijd was Jansen een fervent popmuzikant. Hij was
de slaggitarist in bandjes met Henk Westbroek en Henk Temming, die
later bekend zouden worden met Het Goede Doel. Zijn wortels liggen in
de kelders langs de Utrechtse grachten, maar zijn hart heeft hij
verpand aan het Amsterdamse basketbal.
'Het zou voor mij zinloos zijn om mijn energie alleen in dit team
te stoppen en dan te roepen: dit is succes. Ik loop niet met mijn
borst vooruit als wij weer een wedstrijdje winnen. Ik geniet veel
meer als de junioren na drie, vier maanden enorm veel progressie
boeken, of wanneer er tweeduizend man op de tribune zitten.
'Dan heb ik wel duizend kaarten weggegeven, maar dat is de enige
manier om publiek binnen te krijgen. Als je wilt oogsten, moet je ook
zaaien. Ik speel liever voor duizend dan voor vierhonderd mensen. Er
gaan nu zelfs supportersbussen mee naar uitwedstrijden. Dat zijn de
krenten in de pap.
'Het is waanzinnig hoeveel kinderen geïnteresseerd zijn in
basketbal. In de Apollohal stonden vijftig kinderen op een
wachtlijst, die dus niet konden trainen. Ik ben zaterdagochtend toch
in de Apollohal en daar had ik nog wel een veldje over. Dus ik regel
twee spelers die training willen geven. Zijn die kinderen blij en de
spelers ook, want die krijgen er weer een vergoeding voor.
'Het is natuurlijk niet structureel, ik ben slechts een spinnetje
in een web, maar ze hebben nu wel één keer in de week training.
Liever kleinschalig, dan helemaal niet. Ik doe wat ik kan. Eigenlijk
heb ik daar helemaal geen tijd voor, maar misschien kunnen we al die
kleine dingen samen tot iets structureels maken. Van de universiteit
doen twee teams mee aan de studentenkampioenschappen, maar zij hadden
geen trainer. Belden ze mij. Ik kan dan geen nee zeggen.
'Mijn doel is het opbouwen van een structurele basketbalopleiding
in Amsterdam, die wordt gedragen door gekwalificeerde mensen. Als
iedereen zijn eigen tokootje nu goed doet, dan wordt het misschien
nog wel eens wat.'