Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
‘Conservatisme’ is een glibberig begrip. Wat ermee bedoeld wordt
hangt af van wat men wil conserveren, van het soort verandering dat men
wil terugdraaien of juist versnellen. Want wat wil de conservatieveling
behouden? Een christelijke deugd of een pre-christelijke
schaamteloosheid? Een dorpse rust of een VOC-mentaliteit? Met wat
selectieve geschiedschrijving kan iedereen zich conservatief kleden –
als hedonistische dandy, nette aristocraat, of als een burcht
bestormende Viking. Dus ja, wat is conservatisme? De vraag is actueel.
Onze tijd is die van conservatieve techno-utopisten en revolutionaire
behoudzucht. Allerlei conservatieve partijen, in Nederland en
daarbuiten, hangen een ander verleden en toekomstbeeld aan. Wat bindt
hen?
In dit nummer (pagina 36) biedt politicoloog Joris Melman ons de
gelegenheid deze thema’s vanuit een nieuw perspectief te bezien. Hij
vertelt over het onwaarschijnlijke leven en werk van de beruchte Duitse
oorlogsschrijver, filosoof en zoöloog Ernst Jünger (1895-1998) – en de
Konservative Revolution waar hij na de Eerste Wereldoorlog deel van
uitmaakte.
Jünger was een jonge, in onderscheidingen gehulde veteraan toen in 1920 zijn eerste, overrompelende boek verscheen. In In Stahlgewittern
konden zijn landgenoten lezen over die zachte ondergrond waarover hij
als soldaat zo vaak had moeten rennen, zo zacht dat hij zich
aanvankelijk, al rennend en onder de begeleiding van oorverdovend
kanongebulder, afvroeg: waarom is de grond zo zacht? Het antwoord kwam
later. Lijken. Een hele generatie Duitsers had over kameraden moeten
rennen.
Jünger groeide direct uit tot een filosofische gids voor een
gedesillusioneerde generatie. Hij betoogde dat die zinloze oorlog ook
zin had gehad, iets had getoond. Het geweld had vriend en vijand
verslonden, maar het had ook een venster geboden op grootsheid en moed,
op wat mensen onder extreme omstandigheden in hun mars hebben, op de
broederschap die dan ontstaat – op dat wat de nette burgermaatschappij
hun ontzegt. In Stahlgewittern was daarmee zowel een aanklacht tegen als een ode aan het oorlogsgeweld.
De huidige interesse van onder meer Elon Musk en Maga in Jüngers
erfenis verklaart Melman aan de hand van Jüngers techniekfilosofie. De
oorlog had volgens Jünger immers getoond dat de moderne wereld en haar
oorlogen onvermijdelijk door techniek gedomineerd zullen worden, maar
ook dat menselijke grootsheid te midden van alle bouten en moeren een
rol zal kunnen blijven spelen. Melman laat zien dat Jüngers
techno-optimisme goed bij Silicon Valley past.
Maar zou er niet ook iets breders kunnen meespelen in Jüngers huidige
aantrekkingskracht, iets wat prominent aanwezig was in zijn
‘conservatieve revolutie’? Zijn conservatisme ging namelijk niet over
het herstellen van een of ander verleden, maar over een esthetisering
van politiek en leven – en ook dat trekt Maga-esque figuren.
Volgens Ernst Jünger ontbrak het de democratische wereld aan
levenskunst. Waar waren moed en volharding gebleven? Vandaag appelleert
Jüngers conservatisme in diezelfde geest aan een wereld van programmeurs
en ondernemers die niet alleen willen programmeren en ondernemen, maar
ook willen ‘strijden’ en winnen, die verlangen naar schisma en
bandeloosheid, naar een dramatisering van het leven.
Wat Jünger ons leert is dat de moderne waardering van regel en recht
ook leidt tot een verlangen naar dramatiek, offer en schoonheid, en dat
het zaak is deze behoeften te erkennen, juist zodat antidemocratische
narcisten geen monopolie verkrijgen op de esthetiek van strijdlust en
doorzettingsvermogen. Die beeldtaal trekt nou eenmaal mensen aan. Laat
onze democratie daarom ruimte bieden aan een strijdvaardige vrede en
dappere deugden. Aan politieke esthetiek.
En dat kan. De VS en Rusland dreigen de EU aan te vallen en die
dreiging maakt onze manieren van leven, onze pluriforme democratie, onze
welvaart en onze vrienden tot symbolen – symbolen die eervol verdedigd
kunnen worden. Een ander soort conservatisme.
"It is up to all of us to fix this," Obama said during a speech at Hamilton College. "It’s not going to be because somebody comes and saves you. The most important office in this democracy is the citizen, the ordinary person who says, no, that’s not right."
Na
de provinciale verkiezingen van 15 maart, kiezen de nieuwe Statenleden
eind mei de Eerste Kamer. Getrapt kiezen, heet dat. Tiny Kox is de
voorgedragen kandidaat om de lijst van de SP aan te voeren. Een stem op
de SP op 15 maart telt dubbel, zegt hij: ‘Je krijgt dan een sterke SP
in de provincie, met beter beleid - én een sterke SP in de Eerste Kamer.
Gebruik zo’n kans, zeg ik!’
Je bent de nestor van de Eerste Kamer, wat betekent dat?
‘Dat
ik sinds 2003 iedereen daar heb zien komen - en velen zien gaan. Ik ben
er het hele neoliberale tijdvak bij gebleven, de periode dat de
politiek dacht: de samenleving loopt vast, we moeten het anders doen.
Allebei waar - maar opeenvolgende regeringen, met steun van de meeste
partijen, hebben wél finaal de verkeerde weg gekozen. Als SP hebben we
daar al die tijd tegenwicht aan geboden. Wij zijn de partij die nooit is
gaan geloven dat het uitverkopen van de publieke zaak aan de markt een
duurzame verbetering voor gewone mensen zou opleveren. Anderen zeiden
dat we niet met de tijd meegingen. Maar nu is het tijd dat andere
politici erkennen dat zíj de verkeerde afslag hebben genomen - en gewone
mensen daar de rekening van betalen. Of het nu gaat om te hoge huren,
te weinig woningen, een falend milieu- en klimaatbeleid, tekorten in de
zorg, problemen in het onderwijs en onzekere pensioenen. Het roer moet
nu echt om, om erger te voorkomen en de samenleving eindelijk beter en
eerlijker te maken. Kortom: het wordt nu ónze tijd – laten we die tijd
gebruiken!’
Wat is het verschil tussen toen je begon en nu?
‘Dat
iedereen nu wél begrijpt dat we op een aantal essentiële punten
doorgeschoten zijn. Zelfs de minister-president - en die is niet de
rapste om zijn ongelijk toe te geven. In coronatijd moesten we ongekend
ingrijpende maatregelen nemen om de economie en de samenleving overeind
te houden. Met een samenleving waarin de overheid en de gemeenschap meer
te vertellen had gehad, was dat een stuk makkelijker geweest. In de
financiële crisis zagen we dat de banken zoveel macht hadden, dat we ze
met enorm kostbare maatregelen overeind moesten houden. En nu, in de
energiecrisis, zien we dat we vrijwel niks te zeggen hebben over onze
energievoorziening. Nog niet zo lang geleden waren de energiebedrijven
van onze provincies en gemeenten. Maar onder druk van de politiek zijn
ze in de uitverkoop gedaan, goeddeels aan buitenlandse bedrijven. Wij
hebben dat altijd dom en kortzichtig genoemd. Terecht, zoals nu blijkt.’
Wat moeten we anders doen?
‘De
zeggenschap die we hebben weggegeven, weer terugnemen. De kortste
uitweg uit een doodlopende straat is omdraaien. Dat geldt voor de
energievoorziening, het openbaar vervoer, de ruimtelijke ordening en de
aanpak van milieuvervuiling en klimaatverandering. Dan kunnen we het
samen beter gaan doen, en hoeven niet alles te vragen aan grote concerns
of aan miljardairs die nu over van alles en nog wat de baas menen te
mogen spelen. De regie terugnemen, radicaal kiezen voor echte
democratische zeggenschap over zaken die van ons allemaal horen te
zijn. Daar ben ik voor. Dat is ook het pleidooi van Lilian Marijnissen
in haar boek ‘De winst van eerlijk delen’. Ik vind dat een hoopvolle
oproep, waar we met ons allen vol voor moeten gaan. De tijd is er klaar
voor.’
Naast Eerste Kamerlid ben je nu ook president van de
parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Wat is dat precies en
blijf je dat ook doen?
In de Raad van Europa zitten
vertegenwoordigers van de parlementen van 46 Europese lidstaten, van
IJsland tot Turkije en van de Noordpool tot de Middellandse Zee. De
organisatie heeft samenwerken tot behoud en bevordering van de vrede in
heel Europa tot doel – iets waar wij als vredespartij SP ook pal voor
staan. De rol die ik als president vervul is ontzettend eervol en
belangrijk. Dit jaar wil ik dat dus zeker blijven doen, als ik eind
januari tenminste herkozen word door de leden van de parlementaire
assemblee. Ik denk dat de meesten tevreden zijn over mijn eerste jaar en
dat ze me ook een tweede - en laatste - termijn zullen gunnen. Ik heb
nog een stevige agenda! ’
Dat betekent waarschijnlijk hard werken - maar levert het ook resultaten op?
‘In
mijn eerste termijn heb ik er nadrukkelijk aan bijgedragen dat we
Rusland uit de organisatie hebben gezet vanwege de oorlog tegen
Oekraïne. Hard maar absoluut nodig. Als je vrede moet beschermen, ga je
geen aanvalsoorlog beginnen. Punt uit. Ik zet me ook permanent in voor
effectieve hulp aan Oekraïne, waar duizenden mensen gedood en gewond
zijn en miljoenen mensen op de vlucht. De wederopbouw van dat vernielde
land behoeft hoge prioriteit van de internationale gemeenschap. Ik ben
daarom kort na de Russische inval al naar Oekraïne gereisd voor overleg
met het parlement hierover en overleg nog steeds over wat nodig is. Nu
ligt er een actieplan van de Raad van Europa, het grootste ooit.
Ik
heb met succes geijverd voor een topconferentie van alle staatshoofden
en regeringsleiders van de 46 overgebleven lidstaten, half mei in
Reykjavik. Die bijeenkomst - de vorige was in 2005 - zal erover gaan hoe
we de multilaterale samenwerking tussen Europese landen herstellen,
versterken en waar nodig opnieuw moeten uitvinden. Ook iets waar we ons
als SP voor inzetten omdat alleen zo gevaarlijk unilateraal handelen van
machtige staten, zoals nu Rusland, en straks wellicht andere staten,
aan banden gelegd worden, en landen op basis van gelijkheid samenwerken,
in ieders belang. Op die topconferentie mag ik de parlementaire
assemblee vertegenwoordigen en onze voorstellen toelichten. Als
president zet ik me ook extra in voor betere naleving van het Verdrag
ter preventie van geweld tegen vrouwen, in heel Europa. En ik ijver
overal voor vrijlating van politieke gevangenen. Mijn motto is dat
politici in parlementen en het publieke debat horen, niet achter
tralies. Niet in Turkije, niet in Azerbeidzjan, niet in
Groot-Brittannië, nergens in Europa.’
Dat klinkt erg ambitieus!
‘Het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens van de Raad van Europa is
prachtig en geldt in heel Europa, ook bij ons, als bindend recht. Landen
móeten zich eraan houden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
Zeker nu we een bloedige oorlog in Europa meemaken en heel wat lidstaten
eerder voor minder mensenrechten en minder democratie lijken te kiezen.
Ik heb dus inderdaad een uitdagende job, dat wel.
De
parlementaire assemblee geldt als de politieke motor van de Raad van
Europa. Hoe beter die werkt, hoe beter het resultaat om de vrede te
helpen beschermen en mensenrechten, rechtsstatelijkheid en democratie in
heel Europa te versterken. Daar zet ik me voor in, en dat lijkt te
lukken. Ik vind het een eer om dit allemaal als SP’er te mogen doen. Het
past prima in ons programma. Ik hoop dat ook onze kiezers en leden blij
zijn met mijn acties in Europees verband. Zoals gezegd: socialisten
horen ook internationalisten te zijn.’
Doen
de provinciale verkiezingen er dan wel toe als je tegelijkertijd bezig
bent met grote internationale zaken als oorlog en vrede?
‘Er
bestaat een raar idee bij sommigen, ook in Den Haag, dat provinciale
verkiezingen niet zo veel voorstellen. Ik zeg dat ze juist van groot
belang zijn. De provinciale volksvertegenwoordigers gaan over
ruimtelijke ordening, waar we huizen bouwen, bedrijventerreinen
aanleggen, de natuur de ruimte geven, ons water herbergen. Over de
inrichting van de landbouw, het beschermen van ons milieu, hoe we ons
vervoeren, over de infrastructuur. Zeg maar eens dat die zaken niet voor
heel veel mensen belangrijk zijn! En daarbij hoop ik dat politici en
media de aandacht ook zullen richten op de landelijke component van de
provinciale verkiezingen: de verkiezing van de Eerste Kamer en de
gevolgen voor het regeringsbeleid. Die kunnen immers groot zijn.
Als
we provinciaal goed scoren, kunnen we ook weer aan de knoppen zitten,
zoals tussen 2015 en 2019, toen we in de helft van alle provincies
meebestuurden. In mijn eigen provincie, Noord-Brabant, konden we toen
een aantal verstandige afspraken maken om de negatieve invloed van de
landbouw op de omgeving terug te dringen en om de Brabantse natuur beter
te beschermen dan de regering wilde. In de afgelopen jaren zijn die
afspraken weer deels losgelaten. Heel dom. De SP weet wat boeren zijn,
wat burgers zijn en wat buitenlui zijn, wij komen onder alle mensen, dat
is onze aard. Opmerkingen over ‘de provincialen van de SP’ heb ik
altijd als geuzennaam gedragen. Niks mis met een goede provinciaal. Den
Haag is echt niet het epicentrum van de wereld. Politiek pakt uit in je
straat, je gemeente, je regio, je provincie - en soms nog veel verder
weg. Politiek bemoeit zich met iedereen - daarom moet iedereen zich bij
verkiezingen met de politiek bemoeien!’
4x de SP-Senaatsfractie in actie
Dat de Eerste Kamer er toe doet blijkt wel uit deze vier onderwerpen waar de SP-senatoren vol op hebben ingezet.
Huurstop afgedwongen
In coronatijd stelde Tiny Koxvoor
om een tijdelijke huurstop in te voeren. De meerderheid van de Eerste
Kamer was het met hem eens. Minister Ollongren niet – zij weigerde tot
twee maal toe de maatregel uit te voeren. Daarop nam de Eerste Kamer,
voor het eerst in 145 jaar, een motie van afkeuring, ingediend door Kox,
aan. Een jaar later werden de sociale huren bevroren. Helaas slechts
voor één jaar dus er is nog meer te doen.
Parlementaire zeggenschap in coronatijd vastgelegd
De
regering stelde bijzondere wetgeving op om in de coronatijd lockdowns
te kunnen instellen. In eerste instantie zouden de Eerste en de Tweede
Kamer daar niet bij betrokken worden. Een motie van SP-senator Rik Janssen
eiste echter dat beide Kamers ‘bepalende zeggenschap’ moesten krijgen.
Zijn motie werd aangenomen, en in juli 2021 nam de Eerste Kamer een
wetsvoorstel daarover bijna unaniem aan. Alleen de VVD stemde tegen.
Digitale overheid moet veilig zijn
Al in 2010 stelde Arda Gerkens
- toen nog Tweede Kamerlid voor de SP - vragen over de onveiligheid van
DigID. Nog steeds is de veiligheid onvoldoende gewaarborgd volgens
haar. Grote bedrijven spelen een te belangrijke rol - die eigenlijk
toekomt aan de overheid. Zij krijgen persoonlijke informatie in handen
waar ze niets mee mogen doen. Maar omdat ze zo machtig zijn, zijn ze
nauwelijks gevoelig voor boetes. Arda Gerkens wil dat er gebruik wordt
gemaakt van open source software, zodat duidelijk is wat er met onze
informatie gebeurt.
CETA: de draai van de PvdA
Bastiaan van Apeldoorn
heeft zich, met veel maatschappelijke organisaties, fel verzet tegen
Nederlandse instemming met CETA, het omstreden handelsverdrag met
Canada. De SP is niet tegen handel, maar geeft de voorkeur aan eerlijke
handel boven vrijhandel, waar veel beschermende regelgeving wordt
afgeschaft. Daarnaast zit er in CETA een afspraak dat handelsconflicten
niet voor de rechter komen, maar voor een apart hof van arbitrage, met
eigen regels. Het verzet in de Eerste Kamer was succesvol – totdat de
PvdA in de Eerste Kamer omging en het verdrag toch werd goedgekeurd.
De meeste mensen vinden
dat er te veel partijen in de Tweede Kamer zitten. Een meerderheid is
daarom voorstander van een kiesdrempel. Maar volgens politicoloog
Kristof Jacobs gaat dat de problemen niet oplossen.
Na de Tweede
Kamerverkiezingen van 2021 kwamen er zeventien partijen in de Tweede
Kamer. Doordat verschillende Kamerleden zich afsplitsten van hun partij
zijn er nu 21 verschillende fracties, een record. Dat aantal is volgens
de meeste mensen te hoog, blijkt uit onderzoek onder het EenVandaag
Opiniepanel.
'Veel partijen, geen oplossingen'
Een ruime meerderheid (79 procent) vindt
het een slechte zaak dat er zoveel partijen in de Tweede Kamer zitten.
Deelnemers zeggen dat het hoge aantal partijen de besluitvorming
vertraagt. Zo is het volgens hen lastiger om compromissen te sluiten,
meerderheden te vinden en om coalities te vormen.
"Hoe meer partijen, hoe meer controverse",
schrijft iemand. Een ander: "Veel partijen - veel meningen - geen
oplossingen." En dat is in de ogen van velen niet goed voor het
vertrouwen in de politiek.
Gevaar voor democratie
Bovendien duren debatten met zoveel
sprekers voor veel mensen te lang en zorgen vooral de kleinste fracties
ervoor dat de kwaliteit van de politiek achteruit gaat. De werkdruk is
voor hen veel te hoog: fracties met één of enkele Kamerleden kunnen zich
nooit overal goed over inlezen, is de gedachte.
Tegelijk stemmen ze wel over alle onderwerpen mee. Daar schuilt een gevaar voor de democratie in, vinden de panelleden.
Een meerderheid (71 procent) zou daarom
graag zien dat er in Nederland een kiesdrempel van minimaal 2 zetels
wordt ingevoerd. Nu komt een partij in Nederland in de Tweede Kamer als
ze genoeg stemmen hebben voor 1 zetel.
Maar om het aantal partijen in het
parlement te verminderen zien veel kiezers graag dat die lat hoger wordt
gelegd. Sommigen vinden 2 zetels genoeg, anderen zeggen dat partijen
minstens 5 zetels moeten halen om in de Tweede Kamer te komen.
Zo hoog zou een kiesdrempel volgens panelleden moeten zijn
Huidig systeem democratischer
Niet iedereen ziet zo'n kiesdrempel zitten.
Bijna een kwart wil de situatie graag houden hoe die nu is.
Tegenstanders vinden het huidige systeem democratisch omdat iedereen
hierdoor een stem kan krijgen in de Tweede Kamer.
"Ook kleine partijen vertegenwoordigen een
deel van de bevolking en het is juist een kracht van Nederland dat die
hier een kans krijgen", schrijft iemand. "Zie bijvoorbeeld de BBB, die
met 1 zetel in de Kamer kwam."
BBB-stemmers voor kiesdrempel
Kiezers van vrijwel alle partijen zijn in
meerderheid voorstander van een kiesdrempel. Een uitzondering daarop
vormen mensen die nu Forum voor Democratie (FVD) of SGP willen stemmen:
ongeveer tweederde van die groepen ziet een kiesdrempel van 2 of meer
zetels niet zitten.
Zowel Caroline van der Plas als Pieter Omtzigt hebben op dit moment een zetel in de Tweede Kamer en zouden dus bij een kiesdrempel van twee of hoger, en het niet mee mogen nemen van hun zetel bij afsplitsen nu niet in de Kamer zitten. (Cartoon van Korneel Jeuken, overgenomen van AD.nl, horende bij dit artikel --- Hier ---)
De meeste BBB-stemmers zijn wél voor. De partij van Caroline van der Plas doet het momenteel goed in de zetelpeiling,
maar heeft nu 1 zetel in de Tweede Kamer en had het bij de vorige
verkiezingen dus niet gehaald als er toen een kiesdrempel was geweest.
Welke kiezers zijn voor of tegen een kiesdrempel?
'Kiesdrempel lost weinig op'
Ook veel wetenschappers en politicologen
zijn kritisch over de invoering van een kiesdrempel. Zo denkt
politicoloog Kristof Jacobs van de Radboud Universiteit in Nijmegen dat
een drempel van een paar procent om het parlement in te komen weinig
zoden aan de dijk zet.
"Een kiesdrempel wordt vaak als een soort
ei van Columbus gepresenteerd tegen het versplinterde politieke
landschap, maar in de praktijk valt dat vaak tegen", zegt hij. "Als je
bijvoorbeeld de lat legt op 2 of 3 procent, een kiesdrempel 'light' zeg
maar, dan elimineer je misschien een paar partijen. In 2017 had dit
bijvoorbeeld tot veertien partijen geleid, in plaats van zeventien. Dat
lost dus heel weinig op."
Drempel heel hoog leggen
Volgens hem is een kiesdrempel pas echt
effectief als die drempel heel hoog ligt. Zoals bijvoorbeeld op 10
procent, zoals we zien in een land als het Verenigd Koninkrijk. "Dan ga
je daadwerkelijk naar drie à vier partijen terug, maar dat vind ik weer
niet bij ons systeem passen."
"Dan ga je heel kunstmatig terug naar vier
stromingen, waarin mensen zich niet per se vertegenwoordigd voelen",
benadrukt de politicoloog. "En gaan er miljoenen stemmen verloren. Dat
is weer niet goed voor het vertrouwen. Dus een 'echte' kiesdrempel zie
ik in Nederland niet zo snel gebeuren."
Wat een kiesdrempel doet tegen versplintering in de politiek
Andere oorzaak
Ook denkt Jacobs dat de oorzaak van het
versplinterende politieke landschap ergens anders ligt: "Wat je vooral
ziet, is dat de grote middenpartijen veel kleiner zijn geworden. Vroeger
hadden die vaak rond de 40 zetels."
Hij vervolgt: "Ik denk dat als het om
bestuurbaarheid van het land gaat, je veel meer daar naar moet kijken.
Wat de oorzaak daarvan is. In plaats van een bout middel als een
kiesdrempel invoeren en daar vervolgens alle heil van verwachten."
Inmiddels zijn er dus 21 fracties. Dat komt
doordat Kamerleden ervoor mogen kiezen hun zetel zelf te houden als ze
zich afsplitsen van hun partij. Zo kan het dat bijvoorbeeld Pieter
Omtzigt, die eerst bij het CDA zat, oud-FVD'er Wybren van Haga en
Nilüfer Gündoğan (ex-Volt) nu op eigen titel in de Tweede Kamer zitten.
Het CDA, FVD en Volt hebben hierdoor minder zetels dan voorheen.
Om het aantal kleine fracties in de Tweede
Kamer te verminderen, moet ook daar verandering in komen, als het aan
het Opiniepanel ligt. De meeste mensen (71 procent) vinden dat als
iemand uit de fractie vertrekt, diegene zijn of haar zetel altijd moet
teruggeven aan de partij.
Omtzigt mag blijven, Gündoğan niet
Maar, voegen velen daaraan toe, een
uitzondering daarop zijn politici die bij de verkiezingen zelf veel
voorkeurstemmen hebben gekregen. Als dat er genoeg waren voor een hele
zetel (in 2021 waren er bijna 70.000 stemmen nodig voor 1 zetel), mogen
ze hun zetel wél meenemen in het geval van afsplitsing.
Pieter Omtzigt en Wybren van Haga, die elk
flink wat stemmen haalden bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen,
mochten volgens deze panelleden dus op persoonlijke titel verder, maar
de zetel van Nilüfer Gündoğan had bij Volt moeten blijven.
Hieronder een voorpublicatie op basis van een nieuw boek van Casper Thomas in de Groene Amsterdammer waarin hij de turbulente fase nu in de Amerikaanse democratie vergelijkt met die van 100 jaar geleden - toen er veel van dezelfde verschijnselen speelden als nu. Een verhaal dat de moeite van het lezen meer dan waard is. Al was het maar dat een gezegde zegt dat 'Alles wat in de VS gebeurt, gebeurt in Nederland 10 jaar later (ook)...
Je kunt het originele artikel op de site van de Groene --- Hier --- lezen (of hieronder)
De toekomst van de Verenigde Staten
Altijd schaven
Bidens hervormingspolitiek of Trumps autoritairisme: hoe gaan de
komende jaren eruitzien? Ondanks de tegenkrachten is telkens de stap
vooruit gezet. Dat stemt optimistisch.
We kunnen het leven niet langer behandelen alsof het ons is komen
aanwaaien. We moeten er bewust mee omspringen, het opnieuw ontwerpen
en onze methodes en doelen kiezen.’ Dit was de opdracht die een
jonge journalist genaamd Walter Lippmann ongeveer een eeuw geleden
aan Amerika gaf. Hij schreef een baanbrekend boek waarin hij uitlegde
dat de Verenigde Staten ‘op drift’ waren geraakt. Het land had
geen greep meer op sociale, economische en technologische
veranderingen. In Amerika leefde puissante rijkdom vol in het
blikveld van rauwe armoede. Emotie en ratio trokken Amerikanen
psychologisch uiteen. Politieke patstelling was het gevolg. Maar
Amerika was in staat tot beheersing, betoogde Lippmann, als de juiste
politieke keuzes werden gemaakt en noodzakelijke hervormingen werden
doorgevoerd. Lippmanns boek heette Drift and Mastery: An Attempt
to Diagnose the Current Unrest. Het boek bestempelde het gebrek
aan controle als de fundamentele oorzaak van Amerika’s problemen.
Het onvermogen om greep te krijgen op levensomstandigheden had
Amerikanen nerveus, angstig en boos gemaakt, betoogde Lippmann, en
daarmee kwam het Amerikaanse experiment van politieke vrijheid in
gevaar.Drift and Mastery verscheen in een tijd die door Mark
Twain de gilded age werd gedoopt, het tijdperk waarin
grootindustriëlen uit onder andere de staal- en olie-industrie en
het bankwezen de Amerikaanse economie domineerden. Op het eerste
gezicht leek deze klasse te bestaan uit kampioenen van de vrije
markt. In werkelijkheid was hun rijkdom te danken aan goede banden
met de politiek. Het waren politici die ze land- en
exploitatierechten gaven, hun zakelijke belangen beschermden en hun
winsten veiligstelden met lage belastingen. Dit, volgens Lippmann,
was corruptie in zijn zuiverste vorm: rijk worden door de macht van
politiek en overheid in te zetten voor privaat gewin. Overal zag hij
de een-tweetjes terug waarmee sommige Amerikanen rijk werden, op het
niveau van stad, staat en natie. De corrupte klasse verdedigde zich
door te zeggen dat ze geen wet gebroken had, en dat haar gedrag
daarom ook moreel geoorloofd was. Wat onvermeld bleef, was dat deze
klasse een stevige vinger in de pap had bij het schrijven van die
wetten.
Ongelijkheid was het grote sociaal-economische kenmerk van de
gilded age. Amerika’s rijkste één procent had bijna de
helft van al het vermogen in Amerika in bezit en haalde jaarlijks
twintig procent binnen van alles wat er in Amerika verdiend werd. De
problemen van die tijd – armoede, sociale ontrafeling, onderling
wantrouwen – vloeiden daaruit voort. Aan het begin van de vorige
eeuw werd Amerika ook gekenmerkt door sterke politieke polarisatie.
Samenwerking tussen partijen in het Congres was een zeldzaamheid. De
Amerikaanse Burgeroorlog ebde nog na, en het idee dat het andere kamp
niet bestond uit politieke rivalen maar uit doodsvijanden die het
land ten gronde wilden richten vormde de basis voor de politiek in
Washington.
Lippmann vond dat Amerika democratie, wetenschap en expertise
moest omarmen om het tij te keren. Hij was daarmee een bijzonder
denker, omdat hij geloofde in de noodzaak van bestuur door experts én
door sterke, inspirerende leidersfiguren. In Lippmanns wereldbeeld
konden gevoel en rede zo een verbintenis aangaan, in plaats van
elkaars vijanden zijn. Amerika moest zijn democratie versterken,
betoogde hij, omdat alleen democratie een alternatief kon bieden voor
de situatie waarbij (on)gelijk hebben en krijgen geen kwestie van
leven of dood is. En dat betekende volgens hem geen grote politieke
vergezichten schetsen, maar kleine hervormingen doorvoeren waar
iedere burger een bijdrage aan kon leveren door ervoor de straat op
te gaan, door die in praktijk te brengen in het eigen leven en de
politieke klasse toe te manen via de stembus.
Drift and Mastery werd een bestseller, en Lippmann werd
op jonge leeftijd een van de invloedrijkste stemmen in het
Amerikaanse debat. Hij had de veranderende tijdgeest weten te vatten.
In de periode dat Lippmanns boek verscheen maakte Amerika ‘een
verbijsterende set hervormingen en innovaties mee, die de basis van
het huidige Amerika vormen’, schrijft politicoloog Robert Putnam in
The Upswing: How America Came Together a Century Ago and How We
Can Do It Again. Putnam geeft een selectie: de mogelijkheid om
anoniem te stemmen, directe verkiezing van politieke kandidaten en
senatoren, vrouwenkiesrecht, nationale inkomstenbelasting, de Federal
Reserve, rechten voor werknemers, het minimumloon,
anti-monopoliewetgeving, bescherming van natuur, regulering van
voedsel en medicijnen, vakbonden en ontelbare andere
belangenorganisaties, gratis middelbaaronderwijs, parken,
bibliotheken en speeltuinen, kortom een vlechtwerk van instituties
dat een stabiele basis onder het land legde. Niet dat Amerika perfect
werd – het bleef een land van raciaal geweld, om het grootste
onrecht te noemen – maar in ieder geval werd er een beweging naar
boven ingezet, als gevolg van ‘de algehele impuls tot kritiek en
verandering die overvloedig aanwezig was na 1900’, in de woorden
van historicus Richard Hofstadter. Langzaam werd Amerika zo gelijker,
eerlijker en minder verdeeld. De gilded age maakte plaats
voor de progressive era.
Luister naar De Groene
In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den
Bosch Casper Thomas over de toekomst van Amerika en over zijn
correspondentschap aldaar. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis
beschikbaar.
Het Amerika waar ik najaar 2017 arriveerde als correspondent was
het product van een tweede gilded age. Na driekwart eeuw
‘upswing’ werd de neerwaartse beweging weer ingezet.
Economische verschillen waren toegenomen tot aan een verdeling van
inkomen en welvaart die behoorlijk leek op het Amerika van een eeuw
geleden. Opnieuw was bijna de helft van het vermogen in bezit van de
rijkste één procent. De omslag was begonnen eind jaren zestig, toen
het gemiddelde salaris van de bestuurder 28 keer zo hoog was als dat
van een werknemer. Dat groeide uit tot 158 keer zoveel, terwijl
gezinsinkomens enkel konden bijbenen door van een een- naar
tweeverdienersmodel te gaan. Zonder die extra inkomsten zou de
inkomensgroei vrijwel stilgevallen zijn. Ook het politieke
cliëntelisme, de onvrede over elites en het algehele idee dat het
lot meester is over het individu in plaats van andersom keerden
terug. Aan de top van dit systeem stond op dat moment een president
die van zijn ambt een verdienmodel had gemaakt, door publieke gelden
richting zijn privé-ondernemingen te sluizen. Zijn macht diende ter
versterking van het merk ‘Trump’. Zijn ministersploeg, de rijkste
ooit in de geschiedenis van de VS, liet zich vooral leiden door
corporate interests.
Dit Amerika leek ook weinig controle over zichzelf te hebben. De
coviduitbraak maakte dit bijzonder duidelijk. Uiteindelijk zou
Amerika, de machtigste democratie ter wereld, van alle ontwikkelde
landen naar verhouding de meeste doden betreuren omdat het maar geen
greep wist te krijgen op het virus. Op 17 mei 2022 registreerde
Amerika het miljoenste coronaslachtoffer. Sinds de vaccins
beschikbaar kwamen, in april 2021, kwamen er vierhonderdduizend
sterfgevallen bij. Vanaf dat moment had Amerika te maken met twee
pandemieën. In de districten waar zestig procent van de inwoners op
Trump had gestemd, lag het sterftecijfer meer dan twee keer zo hoog
als in de delen van Amerika waar Biden de populairste president was,
zo becijferde nieuwsdienst npr. In de gebieden waar de steun voor
Trump groter was, lag ook het sterftecijfer hoger. Trumpisme, dat
vaccinscepsis in het ideologisch repertoire had opgenomen, bleek een
onderliggende aandoening te zijn.
Het gebrek aan beheersing toonde zich ook in het collectieve
temperament. Ieder verschil van mening leek te worden opgeblazen tot
een existentieel conflict. Negen op de tien Republikeinen omschrijft
zichzelf als ‘boos of zeer boos’ over de staat van het land, zo
peilde cnn in september 2021. Voor Democraten was dat 67 procent. In
de jaren daarvoor waren die cijfers ongeveer omgekeerd. Ook in andere
statistieken tekent zich een collectieve ontploffing van Amerika af.
Vechtpartijen, schietincidenten, geweld tegen hulpverleners: alle
uitingen van opgekropte frustratie namen de afgelopen jaren toe. In
januari 2022 berichtte de aaa, de Amerikaanse anwb, over een
alarmerende toename van agressief rijgedrag. Een derde van de
bestuurders gaf toe recentelijk bewust een andere weggebruiker te
hebben afgesneden. Het gedrag op de weg spiegelde het gedrag in de
politiek, zo lijkt het. Amerika is nog altijd in de ban van politieke
road rage.
Mede daarom kon vier jaar lang een boze man ook de machtigste
zijn. Trump had door wat anderen in zijn partij over het hoofd zagen
– of bewust negeerden. Hij omarmde woede als de drijvende kracht in
de politiek. In 2016, toen Trump nog weggelachen werd als mogelijke
presidentskandidaat, zei Nikki Haley, destijds de Republikeinse
gouverneur van South Carolina, dat het ‘in onzekere tijden
verleidelijk is gehoor te geven aan de lokroep van de boze stem’.
Volgens Haley moest Amerika die verleiding weerstaan. Het was een
toespeling op Trump, die direct de camera’s van cnn onder zijn neus
kreeg. ‘Ik ben boos, en vele anderen zijn ook boos, over hoe
incompetent dit land wordt bestuurd’, sprak Trump. ‘En wat mij
betreft is woede oké, woede is wat dit land nodig heeft.’
Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een
Green New Deal
Als president heeft Trump die woede nooit productief aangewend.
Toen ik na vier jaar Trump de balans opmaakte van de politieke
hervorming die hij als president had doorgevoerd, was ik snel klaar.
Helemaal in het begin van zijn presidentschap had hij een
belastingverlaging door het Congres geloodst. Uit alle berekeningen,
inclusief die van zijn eigen ambtenaren, bleek dat die vooral de hoge
inkomens begunstigde. Daarna viel het stil op wetgevend vlak. De
grote paradox van de Trump-jaren is dat, ondanks dat ze turbulent
aanvoelden, hij de basisstructuren van het land min of meer heeft
achtergelaten zoals hij ze aantrof.
Wel vormde woede de basis van een aanval op de Amerikaanse
democratie. Toen ik naar Washington vertrok stond Dat gebeurt
hier niet, de roman van Sinclair Lewis uit 1935 waarin het
presidentschap wordt gegrepen door een populist, opnieuw op de
bestsellerlijsten. ‘Vulgair’, ‘een halve analfabeet’,
‘eenvoudig te betrappen op openlijke leugens’ en ‘met bijna
idiote “ideeën”’, zo omschrijft Lewis deze Buzz Windrip, die
van Amerika een dictatuur maakt en het volk opzet tegen de pers en de
politieke elite en uiteindelijk een machtsgreep pleegt. De suggestie
dat Amerika onder Trump in het rijtje van onder andere Rusland,
Turkije en Hongarije thuis hoorde, landen waarin autoritair
leiderschap een grote aantrekkingskracht had, werd vaak weggewuifd.
Maar ook mijn nieuwe gastland toonde zich uiterst vatbaar voor de
autoritaire verleiding. Het gebeurde daar wel degelijk.
Ook keerde Amerika naar binnen. Trumps grote project was een
grensmuur die, hoewel de bouw nooit echt van de grond kwam, een
ultiem symbool was. Het Amerika van het steeds verder oprekken van
zijn eigen grenzen had plaatsgemaakt voor een Amerika dat de wereld
liever buiten hield. Ook op het gebied van buitenlands beleid nam
Trump afscheid van het idee dat Amerika de wereld naar zijn hand kon
zetten. Het was een impliciet opgeven van de beheersing waar Lippmann
voor pleitte, maar dan op wereldschaal. De Trump-jaren werden zo een
geopolitieke herschikking, met voor het eerst een Amerikaanse
president met een openlijke minachting voor de Navo, vijandigheid
jegens Europa en bewondering voor Rusland, het land dat chaos en
vernietiging tot wezenskenmerk heeft gemaakt.
Toch – of juist als gevolg hiervan – besloten de VS te midden
van diepe polarisatie Donald Trump, de president die Amerika uiteen
spleet, in te ruilen voor Joe Biden, die zich opwierp als de
president die een verscheurde natie weer zou kunnen helen. Op de gure
januaridag waarop Biden werd ingezworen als 46ste president van de
Verenigde Staten kon ik zijn stem horen, afkomstig uit een versterker
die iemand had neergezet op een straathoek in Washington. De meeste
pers en het grote publiek werden ver weggehouden van de trappen van
het Capitool waar Biden zijn eed aflegde. Washington leek een stad
onder militaire bezetting, met overal hekken, checkpoints en
soldaten. De extreme veiligheidsmaatregelen waren het antwoord op 6
januari, de dag waarop Trump-aanhangers het Capitool waren
binnengevallen om het vaststellen van de verkiezingsuitslag te
verhinderen. Dat was het voorlopige dieptepunt van het afglijden van
Amerika’s democratie, en een wond die zou blijven etteren.
Hoe dan ook gaat Joe Biden de geschiedenis in als de man die de
meest omstreden president uit de Amerikaanse geschiedenis bij de
stembus versloeg. Alleen al daarom kan hij aanspraak maken op de
claim dat hij de autocratie in Amerika, in ieder geval tijdelijk, een
halt toeriep. In hoeverre Biden echt in de galerij der groten zal
plaatsnemen hangt af van de vraag of zijn onverwacht grote ambities
op het gebied van klimaat, economie en raciale gelijkheid worden
waargemaakt of dat hij uiteindelijk stuk slaat op de rotsen van
Amerika’s politiek van bittere verdeeldheid.
Toen Trump in 2016 verkozen werd, was de grote vraag wat dit zei
over Amerika, de huidige tijd en de verhoudingen in de wereld. Als de
journalistiek consequent wil zijn is dezelfde vraag nu net zo
belangrijk, en gezien het aantal stemmen dat Biden kreeg misschien
nog wel belangrijker: een ietwat saaie, oudere man die zijn hele
leven in Washington heeft rondgelopen en zich plotseling ontpopt tot
hervormer: wat zegt dát over Amerika en de wereld? Als Trump een
fundamentele uitdrukking is van Amerika, dan is Joe Biden dat net zo
goed. Hoe Trump de democratie in Amerika op haar grondvesten deed
schudden heeft een stapel boeken opgeleverd die twee meter aan
planken in mijn werkkamer inneemt. De poging van Amerika om weer
vaste grond onder de voeten te krijgen dient net zo goed beschreven
te worden. Herstel is net zo belangrijk als afbraak.
De president is daarbij slechts een aanleiding, een signaal vanuit
welke richting de wind in Amerika deze vier jaar waait. Het verhaal
van democratisch herstel, een poging verschillen te verkleinen in
plaats van te vergroten en een ‘wij’ boven het ‘zij’ te
zetten vindt overal in de Verenigde Staten plaats. Vaak stilletjes en
buiten het zoeklicht zijn de wondverzorgers waar Walt Whitman over
dichtte volop aan het werk. Of ze slagen, en of Bidens missie als
president slaagt, is allesbehalve zeker. De omstandigheden wijzen op
een haast onmogelijke opgave. Zestig procent van de Democraten ziet
de andere partij als ‘een serieuze bedreiging voor de Verenigde
Staten’, zo blijkt uit peilingen. Bij de Republikeinen is dat bijna
zeventig procent. Meer dan de helft van de Amerikanen ziet
medeburgers als grootste gevaar voor de VS, groter dan natuurgeweld
of buitenlandse vijanden. De toekomst van Amerika als functionele
democratie hangt af van de mate waarin dat wederzijdse wantrouwen
verminderd kan worden.
Inmiddels zijn er in Amerika desondanks nieuwe wegen ingeslagen.
Er zijn nog steeds krachten die worden gedreven door Amerika’s
zelfgekozen opdracht iedere keer weer te schaven aan de eigen
democratie. Alleen een Amerika dat gelooft in gelijkwaardigheid wordt
massaal op de been gebracht door de slogan dat ieder leven evenveel
waard is. De Black Lives Matterprotesten, die Amerika uit de lockdown
trokken, zijn het nieuwe startschot geweest om de eigen geschiedenis
van raciaal geweld en onderdrukking in de ogen te kijken. Daarvoor
worden letterlijk de graven geopend en de lichamen opgegraven.
Negen op de tien Republikeinen omschrijft zichzelf als ‘boos of
zeer boos’ over de staat van het land
De VS zijn op deze manier bezig met het vormen van een nieuwe
herinneringscultuur. Daarin verdwijnen militairen die tijdens de
Burgeroorlog vochten voor behoud van slavernij van hun sokkel en
wordt er stilgestaan bij geweld tegen Afro-Amerikanen in plaats van
het weg te moffelen. Montgomery, Alabama, is nu een plek waar
uitersten een monumentale uitdrukking krijgen. Je kunt er een bezoek
brengen aan het alternatieve Witte Huis, waar tijdens de Burgeroorlog
de president van de Confederatie zetelde. Op een steenworp afstand
staat het National Memorial for Peace and Justice, zes hectare gevuld
met roestbruine gedenkstenen waarop de namen en locaties van
honderden lynchpartijen worden herdacht die plaatsvonden tot in de
jaren tachtig van de vorige eeuw.
Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een
Green New Deal. Het restje vitaliteit dat de Amerikaanse democratie
nog in zich heeft levert dit soort plannen op: de volledige
samenleving mobiliseren om de opwarming van de planeet, voor zover
nog mogelijk, tegen te gaan. Biden omarmde de term niet, maar kwam
wel met de grootste verduurzamingsoperatie die de VS ooit zijn
begonnen. Hij trok de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord naar
voren. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen zijn gehalveerd,
en Amerika lijkt op weg die missie te halen. Ook stelde hij een plan
op om winstbelasting voor bedrijven mondiaal gelijk te trekken, een
poging de internationale wedloop om het meest gunstige fiscale tarief
een halt toe te roepen.
En ondanks de verlamming in Washington staan er politici op die
nog geloven dat Amerika tot grootsheid in staat is, enkel wanneer de
overheid het heft in handen neemt en regels uitvaardigt die voorkomen
dat het palet aan menselijke tekortkomingen – inhaligheid, egoïsme
en kortetermijndenken – minder kans krijgen. Een voorbeeld dus als
Elizabeth Warren, senator uit Massachusetts. Zij is de belichaming
van een politieke onderstroom die minstens zo sterk is als de
maga-beweging. Warren pleit voor kapitalisme met duidelijke
spelregels en kaders. Haar economie is er een van grenzen, aan
hoeveel bedrijven en individuen kunnen verdienen voordat ze aan meer
belastingafdracht worden onderworpen, aan hoe groot het marktaandeel
van bedrijven kan zijn voordat er anti-monopoliewetgeving in werking
treedt, aan hoeveel schuld een gezin op zich kan nemen en aan hoeveel
burgers moeten betalen voor basisvoorzieningen.
Precies dat is in het verleden een recept gebleken waarmee Amerika
controle over zichzelf kreeg. Op aandrang van individuele hervormers
en politici die naar hen luisterden eindigde begin vorige eeuw een
tijdperk van grote economische ongelijkheid, ongebreidelde macht voor
het bedrijfsleven en corruptie in de politiek. Op die manier begon
wat Robert Putnam ‘de opwaartse beweging’ noemt, een langdurige
periode waarin alle belangrijke indexen voor een succesvolle
samenleving omhoog gaan: onderling vertrouwen, gelijkheid,
gemeenschapszin, sociale cohesie. Putnams these is een historische:
als Amerika eerder uit het dal is gekropen, dan kan dat nog een keer
gebeuren.
Dat de geschiedenis zich zal herhalen is een kwestie van hoop, en
geen wetenschap. Niemand weet of het dieptepunt al bereikt is of nog
moet komen. Wel is duidelijk dat Amerika achtereenvolgens twee keer
iets nieuws heeft uitgeprobeerd. Het eerste experiment werd
afgebroken voordat het een onuitwisbare stempel op de VS kon drukken.
Autoritair leiderschap bleef vooralsnog beperkt tot vier jaar. Het
stiekeme feit van trumpisme is dat het tot nog toe meermaals een
verliesgevend model is gebleken. Trump kon één keer president
worden, met het voordeel van de nieuwkomer tegenover een impopulaire
tegenstander. De twee verkiezingen die volgden – de midterms van
2018, de presidentsverkiezingen van 2020 – werden verloren door de
Republikeinen. Biden is in de peilingen een van de minst populaire
presidenten ooit, maar wint volgens diezelfde peilingen nog steeds
van Trump.
Ook Biden was een uitprobeersel. Hij stapte vooral in de ring om
een tweede Trump-termijn te voorkomen. Hij slaagde tegen de
verwachting in. Vervolgens ontpopte Biden zich tot de president met
de meest vergaande plannen voor een nieuwe omgang met economie,
klimaat en democratie die Amerika in bijna een eeuw tijd gezien
heeft. Biden was geen eenzame voorganger. Hij belichaamde de gedeelde
mening van zijn partij en achterban, zoals hij dat zijn hele
politieke carrière heeft gedaan. Ook in die zin zijn Biden en Trump
elkaars spiegelbeeld: allebei zijn ze een uitsnede van verschillende
soorten Amerika, het land dat groot genoeg is om vrijwel iedere
tegenstelling binnen zijn grenzen te kunnen herbergen. De komende
jaren gaan bepalen welke van de twee 21ste-eeuwse Amerikaanse
experimenten de toekomst heeft.
Trumps fossiele, conservatieve autoritarisme en Bidens
progressieve hervormingspolitiek sluiten elkaar fundamenteel uit.
Amerika heeft vaker voor binaire keuzes gestaan: als het ging om
slavernij en burgerrechten, bijvoorbeeld. Ondanks de tegenkrachten is
telkens de stap vooruit gezet – altijd te laat, maar niettemin werd
die stap wel gezet. Dat is reden tot optimisme. Het aantal Amerikanen
dat autoritaire politiek afwijst, een rechtvaardiger economie wenst
en meent dat het land af moet van de verslaving aan fossiele
brandstoffen is numeriek groter dan het andere kamp. Twee derde van
het land is ‘ontevreden over hoe welvaart verdeeld is’ en vindt
dat de rijken en bedrijven meer belasting moeten afdragen, zo peilde
denktank Brookings. Twee derde van Amerika wil dat de overheid meer
doet om de opwarming van de planeet tegen te gaan, blijkt uit
onderzoeken van Pew Research.
Als het gaat om de fictie van ‘gestolen verkiezingen’ komt
diezelfde verdeling terug. In januari 2022 peilde npr in samenwerking
met opiniepeiler Ipsos dat ‘een derde van alle kiezers denkt dat
president Biden gewonnen heeft met behulp van kiesfraude’.
In het voorjaar van 2022 werd mijn aandacht getrokken door een
andere peiling onder Amerikanen. Ontzetting en verbittering trokken
op dat moment door de gesprekken in de VS. Aanleiding was een
schietpartij op een school in Uvalde, Texas. Een achttienjarige man
was een school binnengedrongen en had negentien kinderen en twee
docenten doodgeschoten. De dader had een manifest achtergelaten,
grotendeels gekopieerd van de teksten die andere gewelddadige
rechtsextremisten hadden geschreven. Het document ging over de
zogeheten ‘great replacement’, een complottheorie waarin
machthebbers de witte bevolking van westerse landen proberen te
‘vervangen’ door niet-witte immigranten en zo verkiezingen
proberen te winnen. Associated Press ging na hoeveel Amerikanen dit
soort ideeën koesteren. Een op de drie, bleek het antwoord.
Ook die achterdochtige dertig procent belichaamt een Amerikaanse
traditie. In Drift and Mastery waarschuwde Lippmann al voor
het al te griffe geloof in duistere plannen, bekokstoofd in politieke
achterkamertjes. ‘Het is griezelig hoezeer er een gevoel heerst dat
er complotten worden gesmeed’, schreef hij in het openingshoofdstuk
van zijn boek. ‘Het is niet moeilijk jezelf in een
geestesgesteldheid te manoeuvreren waarbij je de wereld ziet als een
grote samenzwering en waarbij de dagelijkse gang van zaken wordt
verstoord door een alarmerend en knagend gevoel dat het kwaad in
ieder hoekje schuilt.’ Lippmann vond deze paranoïde staat
on-Amerikaans. Optimisme was volgens hem de nationale karaktertrek,
en niet het wantrouwen. Dat de Verenigde Staten de open blik hadden
verruild voor de turende ogen lag volgens hem ten grondslag aan het
slecht functioneren van de democratie. Immers, als je er bij voorbaat
van uitgaat dat iedere politicus eropuit is om jou een loer te
draaien en zichzelf te verrijken, waarom zou je dan ooit nog in
vertrouwen een stembiljet invullen?
Lippmanns diagnose doet opnieuw opgeld en het is niet zozeer de
vraag of de complotdenkers overtuigd kunnen worden van het tegendeel
als wel in hoeverre de Republikeinen verkiezingsoverwinningen kunnen
baseren op dit derde deel. De volgende test komt aankomende november,
tijdens de midtermverkiezingen.
Dit stuk is gebaseerd op Amerika’s laatste kans: Over de
toekomst van de democratie in de Verenigde Staten, dat deze week
verschijnt bij Atlas Contact en waarmee Casper Thomas zijn
correspondentschap in de Verenigde Staten afsluit
Als politiek
afglijdt tot juichen voor zichzelf en afrekenen met de ander
Deze week: als
het hele Haagse bouwwerk wankelt: een epidemie van bedreigde
politici, een onmachtige staat, een formatie met lage aspiraties,
Europese kritiek op de democratie. Ofwel:
wie doorbreekt
deze malaise nu eindelijk eens?
De week bracht moment na moment waarop je dacht: het is alsof het
hele Haagse bouwwerk wankelt. Normaal leest de nationale politiek
Europa graag de les. Vrijdag las de Raad van Europa de nationale
politiek de les – en niet over een paar regeltjes, maar over de
democratie zelf.
Tien maanden terug beloofde het kabinet-Rutte III de slachtoffers
van de Toeslagenaffaire te helpen. Maandag constateerde
de Nationale Ombudsman dat de overheid onmachtig is de meeste
slachtoffers te helpen.
Donderdag maakte één van de beste Kamerleden, Bart Snels
(GroenLinks), zijn
vertrek bekend – uit verzet tegen innige samenwerking met de
PvdA, en uit weerzin tegen de „destructieve politiek” in de
Kamer.
Over de formatie hoorde je dat een bescheiden beleidsagenda
voorlopig de kansrijkste manier is om de zaak gaande te houden. Na de
moeizame maanden zijn relaties tussen betrokken politici broos, en is
het vertrouwen in het nieuwe kabinet klein, dus in de top van een van
de onderhandelende partijen hoorde je woensdag: „We missen de
kracht om veel gewaagde keuzes te maken.”
En als klap op de vuurpijl was er dinsdag D66-leider Sigrid Kaag,
die de strafzaak bijwoonde
tegen een man die haar met de dood bedreigde, later in de week
gevolgd door een NOS-bericht over talrijke
doodsbedreigingen aan het adres van premier Mark Rutte.
Het bevestigde dat het abnormale nu normaal is: elke bekende
politicus moet leven met het vooruitzicht dat boze landgenoten hun
intimidaties omzetten in daden.
Dus de democratie zelf, de overheid, de Kamer, formerende
partijen, partijleiders: ze kwamen allemaal aan de beurt – en je
vroeg je af: wie doorbreekt deze malaise nou eindelijk eens?
Er werden wel pogingen gedaan – maar helaas onderstreepten die
het probleem alleen maar. Zo had Platform O, een
interessante publicatie op het snijvlak van ambtenarij en
bestuurskunde, de aankondiging van een Succesverhalenfestival.
„Iedereen die betrokken is bij de publieke sector”, stond
er, „wordt uitgenodigd waargebeurde en vooral mooi vertelde
verhalen in te sturen over kleine en grote overwinningen in
overheidsland.”
Goed bedoeld natuurlijk, aantonen dat de overheid méér is dan de
Toeslagenaffaire, maar je dacht: als ze elkaar gaan aansporen vooral
positief over zichzelf te zijn, doen ze precies wat iederéén in Den
Haag al doet.
Want wie de malaise probeerde te doorgronden, stuitte in de meeste
Haagse domeinen op hetzelfde gedragspatroon: juichen voor jezelf en
afrekenen met de ander.
En het interessante was: als je hoorde wat voor teksten verdachten
van de bedreiging van politici uitslaan, zijn het vaak boze mensen
die ook willen dat hun voortreffelijke inzichten worden gehoord. En
nú luister jij eens naar mij.
Je kon dit afdoen als het gedrag van gefrustreerde warhoofden,
maar wie de aanbevelingen van de Raad van Europa voor de Nederlandse
democratie las kwam in feite hetzelfde ongerief tegen. De Raad wil
dat de positie van volksvertegenwoordigers tegenover de regering
wordt versterkt met geld voor medewerkers en recht op informatie.
Tegenmacht.
Kamerleden moeten kortom kunnen zeggen: en nu luisteren jullie
eens naar ons.
Alleen: uit de kritiek van het vertrokken Kamerlid Snels, nota
bene de initiator van het parlementair onderzoek naar de
Toeslagenaffaire, kon je opmaken dat ook de volksvertegenwoordiging
niet bescheiden is in het opdringen, aan anderen, van haar
opvattingen en analyses.
Zo laakte Snels de wens om politici te „beschadigen”,
„ambtenaren in het beklaagdenbankje” te zetten en bewindslieden
„om de haverklap voor leugenaar” uit te maken.
Zo werkt Den Haag nu: vanuit elk domein worden eisen aan andere
domeinen gesteld - waarmee iedereen het probleem buiten zichzelf
plaatst. Kinderlijke onredelijkheid, die ook iets ernstigs onthult:
de verhoudingen tussen kabinet, Kamer, ambtenaren en burgers zijn uit
het lood geslagen, en hebben een nieuw evenwicht nodig.
Het heeft ook te maken met het veranderende democratiebesef in de
maatschappij. De vermoeidheid over democratische gewoonten leeft vrij
breed. Het trage zoeken naar evenwicht in besluitvorming – een
bestuurlijke traditie – verliest het van het verlangen naar
snelheid – de korte klap. Genoeg gepraat. Geen getalm meer. Nu ben
ik.
De versplintering is hier natuurlijk ook een uiting van. Kiezers
identificeren zich liever niet meer met partijen waarin mensen met
afwijkende meningen of een andere identiteit zitten: in de veiligheid
van gelijkgezinden is het gemakkelijker afrekenen met anderen.
De paradox is dat politicologen er vaak op
wijzen dat versplintering goed is voor het vertrouwen in de
democratie. Op zich logisch: meer mensen vinden een politiek thuis.
Maar het nadeel is ook enorm: juist het laatste half jaar, met
negentien fracties in de Kamer, liet zien dat diezelfde
versplintering spektakelleegte stimuleert: Kamerleden, vooral nieuwe,
die moeite hebben de aandacht op zich te vestigen - en dus de raarste
fratsen uithalen.
Extra handicap is dat ze opereren in een periode van
mediavermoeidheid. De angst voor corona daalt, dus na 2020, met
torenhoge kijk- en klikcijfers, consumeren mensen nu minder nieuws en
informatie. Sjoerd Pennekamp van Stichting Kijkonderzoek stuurde me
data waaruit blijkt dat informatieve programma’s en talkshows
afgelopen september zelfs minder kijkers hadden dan september 2019.
Een ongemakkelijke werkelijkheid voor Kamerleden: meer
concurrentie in Den Haag, minder belangstelling in het land.
Oplossing: méér capriolen.
Het maakt de cirkel rond, want bij die buitenissigheid hoort dat
de polarisatie in de nationale vergaderzaal verscherpt. De NCTV
noteerde
nog in april dat „negatieve vormen van polarisatie”
„maatschappelijke onrust” en „radicaliseringsprocessen”
bevorderen, zeker ook door de coronabestrijding.
Dus Kamerdebatten waarin grove taal, zware beschuldigingen en
complottheorieën hand in hand gaan, zijn allang geen entertainment
meer: zij onderstrepen een parlementair beschavingsverlies waar de
hele democratie onder lijdt.
Een overgangsperiode als deze, en de malaise waarin de
politiek-bestuurlijke gemeenschap zich bevindt, kan pas aan zijn
einde komen als politiek leiders er hun gezag voor in de waagschaal
durven stellen. Rutte is hiervoor de eerst aangewezene. Het duurt
alleen zorgelijk lang voordat hij zich op dit punt laat gelden.
Maar uiteindelijk gaat het over meer dan de premier. De relatie
tussen Kamer en kabinet moet zich opnieuw zetten. De relatie tussen
Kamer en ambtenaren. De werkafspraken van de Kamer zelf. Met drie
parlementaire enquêtes voor de boeg maakt men zich wel erg kwetsbaar
als meer vertrekkende Kamerleden zoals Snels vaststellen dat het
parlement vooral uit is op „beschadiging” van andere politici.
Maar het voornaamste is natuurlijk dat de overheid weer vertrouwd
kan worden door haar burgers. En dat aan het hoofd van die overheid
iemand staat die dit besef bij voortduring wil uitstralen. Die weet
dat de ontstane vertrouwensbreuk niet met wat leuke beloftes geheeld
is.
Want denken dat je deze malaise achter je laat met enkele extra
Succesverhalenfestivals, miskent de diepte van het vraagstuk. Den
Haag heeft in zijn verschillende hoedanigheden nu wel genoeg gejuicht
voor zichzelf, en voldoende afgerekend met anderen.
Wat dit betreft zou – als oefening – een omdraaiing wel een
boeiend experiment voor Kamerleden, bewindslieden en ambtenaren zijn:
een jaar of drie verplicht juichen voor de burger, en alleen
afrekenen met zichzelf.
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden