Posts tonen met het label Democratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Democratie. Alle posts tonen

dinsdag 17 maart 2026

VERKIEZINGEN GEMEENTERADEN 2026 / Wordt #FvD groot? Of andere Anti-Democraten? Dat wordt nog meer ruzie! / #CARTOON #Milo Groene Amsterdammer /

 

De Anti-Democraten van FvD e.a. rechts-extremisten,

Dat wordt gebakkelei!

Cartoon van  'Milo'  in de Groene Amsterdammer 22-1-2026

Bij het redactionele commentaar: ´Laat esthetiek niet over aan antidemocraten´

Meer Cartoons van de Groene Amsterdammer   ---  Hier  --

Meer over de artiest en meer Cartoons/Beeld van 'Milo'   ---  Hier  ---


In het nieuws

Laat esthetiek niet over aan antidemocraten

Thor Rydin beeld Milo

nr. 04

‘Conservatisme’ is een glibberig begrip. Wat ermee bedoeld wordt hangt af van wat men wil conserveren, van het soort verandering dat men wil terugdraaien of juist versnellen. Want wat wil de conservatieveling behouden? Een christelijke deugd of een pre-christelijke schaamteloosheid? Een dorpse rust of een VOC-mentaliteit? Met wat selectieve geschiedschrijving kan iedereen zich conservatief kleden – als hedonistische dandy, nette aristocraat, of als een burcht bestormende Viking. Dus ja, wat is conservatisme? De vraag is actueel. Onze tijd is die van conservatieve techno-utopisten en revolutionaire behoudzucht. Allerlei conservatieve partijen, in Nederland en daarbuiten, hangen een ander verleden en toekomstbeeld aan. Wat bindt hen?

In dit nummer (pagina 36) biedt politicoloog Joris Melman ons de gelegenheid deze thema’s vanuit een nieuw perspectief te bezien. Hij vertelt over het onwaarschijnlijke leven en werk van de beruchte Duitse oorlogsschrijver, filosoof en zoöloog Ernst Jünger (1895-1998) – en de Konservative Revolution waar hij na de Eerste Wereldoorlog deel van uitmaakte.

Jünger was een jonge, in onderscheidingen gehulde veteraan toen in 1920 zijn eerste, overrompelende boek verscheen. In In Stahlgewittern konden zijn landgenoten lezen over die zachte ondergrond waarover hij als soldaat zo vaak had moeten rennen, zo zacht dat hij zich aanvankelijk, al rennend en onder de begeleiding van oorverdovend kanongebulder, afvroeg: waarom is de grond zo zacht? Het antwoord kwam later. Lijken. Een hele generatie Duitsers had over kameraden moeten rennen.

Jünger groeide direct uit tot een filosofische gids voor een gedesillusioneerde generatie. Hij betoogde dat die zinloze oorlog ook zin had gehad, iets had getoond. Het geweld had vriend en vijand verslonden, maar het had ook een venster geboden op grootsheid en moed, op wat mensen onder extreme omstandigheden in hun mars hebben, op de broederschap die dan ontstaat – op dat wat de nette burgermaatschappij hun ontzegt. In Stahlgewittern was daarmee zowel een aanklacht tegen als een ode aan het oorlogsgeweld.

De huidige interesse van onder meer Elon Musk en Maga in Jüngers erfenis verklaart Melman aan de hand van Jüngers techniekfilosofie. De oorlog had volgens Jünger immers getoond dat de moderne wereld en haar oorlogen onvermijdelijk door techniek gedomineerd zullen worden, maar ook dat menselijke grootsheid te midden van alle bouten en moeren een rol zal kunnen blijven spelen. Melman laat zien dat Jüngers techno-optimisme goed bij Silicon Valley past.

Maar zou er niet ook iets breders kunnen meespelen in Jüngers huidige aantrekkingskracht, iets wat prominent aanwezig was in zijn ‘conservatieve revolutie’? Zijn conservatisme ging namelijk niet over het herstellen van een of ander verleden, maar over een esthetisering van politiek en leven – en ook dat trekt Maga-esque figuren.

Volgens Ernst Jünger ontbrak het de democratische wereld aan levenskunst. Waar waren moed en volharding gebleven? Vandaag appelleert Jüngers conservatisme in diezelfde geest aan een wereld van programmeurs en ondernemers die niet alleen willen programmeren en ondernemen, maar ook willen ‘strijden’ en winnen, die verlangen naar schisma en bandeloosheid, naar een dramatisering van het leven.

Wat Jünger ons leert is dat de moderne waardering van regel en recht ook leidt tot een verlangen naar dramatiek, offer en schoonheid, en dat het zaak is deze behoeften te erkennen, juist zodat antidemocratische narcisten geen monopolie verkrijgen op de esthetiek van strijdlust en doorzettingsvermogen. Die beeldtaal trekt nou eenmaal mensen aan. Laat onze democratie daarom ruimte bieden aan een strijdvaardige vrede en dappere deugden. Aan politieke esthetiek.

En dat kan. De VS en Rusland dreigen de EU aan te vallen en die dreiging maakt onze manieren van leven, onze pluriforme democratie, onze welvaart en onze vrienden tot symbolen – symbolen die eervol verdedigd kunnen worden. Een ander soort conservatisme.

 

 

maandag 7 april 2025

PIETER DERKS ZIET LICHTPUNTJE IN #Schoof: #FaberGate geeft #Hoop aan hele volksstammen #Hoop - One Team, Wanbeleid / EN WAT DOEN WE ERAAN? OBAMA WIJST DE DEMOCRATISCHE WEG /

 

2 apr 2025 Pas als je vijf lintjes niet wil uitreiken, dan breekt echt de pleuris uit. Het is nogal wat aan de late kant natuurlijk….


 

 

WATCH: 'It's up to all of us to fix this,' Obama says about democracy

PBS NewsHour

"It is up to all of us to fix this," Obama said during a speech at Hamilton College. "It’s not going to be because somebody comes and saves you. The most important office in this democracy is the citizen, the ordinary person who says, no, that’s not right."

 

 

dinsdag 9 juli 2024

dinsdag 9 april 2024

#TRUMULT CARTOON: Giant Crane Struggless to remove Huge Obstruction from American Politics / @montewolverton / TRUMP / RECHTSTAAT /

 

Cartoon van Monte Wolverton

"Giant Crane Struggless to remove Huge Obstruction from American Politics"

 Meer Cagle Cartoons --- Hier ---

woensdag 21 februari 2024

dinsdag 14 november 2023

HET BELANG VAN BETROKKENHEID BIJ DE POLITIEK / WIJZE LES TINY KOX: 'Iedereen moet zich met de politiek bemoeien' - Tiny Kox(SP), nestor van de Eerste Kamer & president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa

 

Tiny Kox(SP), nestor van de Eerste Kamer & president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa

(Foto: SP-Tribune, Maurits Gemmink)


'Iedereen moet zich met de politiek bemoeien'

Na de provinciale verkiezingen van 15 maart, kiezen de nieuwe Statenleden eind mei de Eerste Kamer. Getrapt kiezen, heet dat. Tiny Kox is de voor­gedragen kandidaat om de lijst van de SP aan te voeren. Een stem op de SP op 15 maart telt dubbel, zegt hij: ‘Je krijgt dan een sterke SP in de provincie, met beter beleid - én een sterke SP in de Eerste Kamer. Gebruik zo’n kans, zeg ik!’

Je bent de nestor van de Eerste Kamer, wat betekent dat?

‘Dat ik sinds 2003 iedereen daar heb zien komen - en velen zien gaan. Ik ben er het hele neoliberale tijdvak bij gebleven, de periode dat de politiek dacht: de samenleving loopt vast, we moeten het anders doen. Allebei waar - maar opeenvolgende regeringen, met steun van de meeste partijen, hebben wél finaal de verkeerde weg gekozen. Als SP hebben we daar al die tijd tegenwicht aan geboden. Wij zijn de partij die nooit is gaan geloven dat het uitverkopen van de publieke zaak aan de markt een duurzame verbetering voor gewone mensen zou opleveren. Anderen zeiden dat we niet met de tijd meegingen. Maar nu is het tijd dat andere politici erkennen dat zíj de verkeerde afslag hebben genomen - en gewone mensen daar de rekening van betalen. Of het nu gaat om te hoge huren, te weinig woningen, een falend milieu- en klimaatbeleid, tekorten in de zorg, problemen in het onderwijs en onzekere pensioenen. Het roer moet nu echt om, om erger te voor­komen en de samenleving eindelijk beter en eerlijker te maken. Kortom: het wordt nu ónze tijd – laten we die tijd gebruiken!’

Wat is het verschil tussen toen je begon en nu?

‘Dat iedereen nu wél begrijpt dat we op een aantal essentiële punten doorgeschoten zijn. Zelfs de minister-president - en die is niet de rapste om zijn ongelijk toe te geven. In coronatijd moesten we ongekend ingrijpende maatregelen nemen om de economie en de samenleving overeind te houden. Met een samenleving waarin de overheid en de gemeenschap meer te vertellen had gehad, was dat een stuk makkelijker geweest. In de financiële crisis zagen we dat de banken zoveel macht hadden, dat we ze met enorm kostbare maatregelen overeind moesten houden. En nu, in de energiecrisis, zien we dat we vrijwel niks te zeggen hebben over onze energievoorziening. Nog niet zo lang geleden waren de energiebedrijven van onze provincies en gemeenten. Maar onder druk van de politiek zijn ze in de uitverkoop gedaan, goeddeels aan buitenlandse bedrijven. Wij hebben dat altijd dom en kortzichtig genoemd. Terecht, zoals nu blijkt.’

Wat moeten we anders doen?

‘De zeggenschap die we hebben weggegeven, weer terugnemen. De kortste uitweg uit een doodlopende straat is omdraaien. Dat geldt voor de energievoorziening, het openbaar vervoer, de ruimtelijke ordening en de aanpak van milieuvervuiling en klimaatverandering. Dan kunnen we het samen beter gaan doen, en hoeven niet alles te vragen aan grote concerns of aan miljardairs die nu over van alles en nog wat de baas menen te mogen spelen. De regie terugnemen, radicaal kiezen voor echte democratische zeggenschap over zaken die van ons alle­maal horen te zijn. Daar ben ik voor. Dat is ook het pleidooi van Lilian Marijnissen in haar boek ‘De winst van eerlijk delen’. Ik vind dat een hoopvolle oproep, waar we met ons allen vol voor moeten gaan. De tijd is er klaar voor.’

Naast Eerste Kamerlid ben je nu ook president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Wat is dat precies en blijf je dat ook doen?

In de Raad van Europa zitten vertegenwoordigers van de parlementen van 46 Europese lidstaten, van IJsland tot Turkije en van de Noordpool tot de Middellandse Zee. De organisatie heeft samenwerken tot behoud en bevordering van de vrede in heel Europa tot doel – iets waar wij als vredespartij SP ook pal voor staan. De rol die ik als president vervul is ontzettend eervol en belangrijk. Dit jaar wil ik dat dus zeker blijven doen, als ik eind januari tenminste herkozen word door de leden van de parlementaire assemblee. Ik denk dat de meesten tevreden zijn over mijn eerste jaar en dat ze me ook een tweede - en laatste - termijn zullen gunnen. Ik heb nog een stevige agenda! ’

Dat betekent waarschijnlijk hard werken - maar levert het ook resultaten op?

‘In mijn eerste termijn heb ik er nadrukke­lijk aan bijgedragen dat we Rusland uit de organisatie hebben gezet vanwege de oorlog tegen Oekraïne. Hard maar absoluut nodig. Als je vrede moet beschermen, ga je geen aanvalsoorlog beginnen. Punt uit. Ik zet me ook permanent in voor effectieve hulp aan Oekraïne, waar duizenden mensen gedood en gewond zijn en miljoenen mensen op de vlucht. De wederopbouw van dat vernielde land behoeft hoge prioriteit van de internationale gemeenschap. Ik ben daarom kort na de Russische inval al naar Oekraïne gereisd voor overleg met het parlement hierover en overleg nog steeds over wat nodig is. Nu ligt er een actieplan van de Raad van Europa, het grootste ooit.

Ik heb met succes geijverd voor een topconferentie van alle staatshoofden en regeringsleiders van de 46 overgebleven lidstaten, half mei in Reykjavik. Die bijeenkomst - de vorige was in 2005 - zal erover gaan hoe we de multilaterale samenwerking tussen Europese landen herstellen, versterken en waar nodig opnieuw moeten uitvinden. Ook iets waar we ons als SP voor inzetten omdat alleen zo gevaarlijk unilateraal handelen van machtige staten, zoals nu Rusland, en straks wellicht andere staten, aan banden gelegd worden, en landen op basis van gelijkheid samenwerken, in ieders belang. Op die topconferentie mag ik de parlementaire assemblee vertegenwoordigen en onze voorstellen toelichten. Als president zet ik me ook extra in voor betere naleving van het Verdrag ter preventie van geweld tegen vrouwen, in heel Europa. En ik ijver overal voor vrijlating van politieke gevangenen. Mijn motto is dat politici in parlementen en het publieke debat horen, niet achter tralies. Niet in Turkije, niet in Azerbeidzjan, niet in Groot-Brittannië, nergens in Europa.’

Dat klinkt erg ambitieus!

‘Het Europees Verdrag voor de rechten van de mens van de Raad van Europa is prachtig en geldt in heel Europa, ook bij ons, als bindend recht. Landen móeten zich eraan houden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker nu we een bloedige oorlog in Europa meemaken en heel wat lidstaten eerder voor minder mensenrechten en minder democratie lijken te kiezen. Ik heb dus inderdaad een uitdagende job, dat wel.

De parlementaire assemblee geldt als de poli­tieke motor van de Raad van Europa. Hoe beter die werkt, hoe beter het resultaat om de vrede te helpen beschermen en mensenrechten, rechtsstatelijkheid en democratie in heel Europa te versterken. Daar zet ik me voor in, en dat lijkt te lukken. Ik vind het een eer om dit allemaal als SP’er te mogen doen. Het past prima in ons programma. Ik hoop dat ook onze kiezers en leden blij zijn met mijn acties in Europees verband. Zoals gezegd: socialisten horen ook internatio­nalisten te zijn.’

Doen de provinciale verkiezingen er dan wel toe als je tegelijkertijd bezig bent met grote internationale zaken als oorlog en vrede?

‘Er bestaat een raar idee bij sommigen, ook in Den Haag, dat provinciale verkiezingen niet zo veel voorstellen. Ik zeg dat ze juist van groot belang zijn. De provinciale volksvertegenwoordigers gaan over ruimte­lijke ordening, waar we huizen bouwen, bedrijventerreinen aanleggen, de natuur de ruimte geven, ons water herbergen. Over de inrichting van de landbouw, het beschermen van ons milieu, hoe we ons vervoeren, over de infrastructuur. Zeg maar eens dat die zaken niet voor heel veel mensen belangrijk zijn! En daarbij hoop ik dat politici en media de aandacht ook zullen richten op de landelijke component van de provinciale verkiezingen: de verkiezing van de Eerste Kamer en de gevolgen voor het regeringsbeleid. Die kunnen immers groot zijn.

Als we provinciaal goed scoren, kunnen we ook weer aan de knoppen zitten, zoals tussen 2015 en 2019, toen we in de helft van alle provincies meebestuurden. In mijn eigen provincie, Noord-Brabant, konden we toen een aantal verstandige afspraken maken om de negatieve invloed van de landbouw op de omgeving terug te dringen en om de Brabantse natuur beter te beschermen dan de regering wilde. In de afgelopen jaren zijn die afspraken weer deels losgelaten. Heel dom. De SP weet wat boeren zijn, wat burgers zijn en wat buitenlui zijn, wij komen onder alle mensen, dat is onze aard. Opmerkingen over ‘de provincialen van de SP’ heb ik altijd als geuzennaam gedragen. Niks mis met een goede provinciaal. Den Haag is echt niet het epicentrum van de wereld. Politiek pakt uit in je straat, je gemeente, je regio, je provincie - en soms nog veel verder weg. Politiek bemoeit zich met iedereen - daarom moet iedereen zich bij verkiezingen met de politiek bemoeien!’

4x de SP-Senaatsfractie in actie

Dat de Eerste Kamer er toe doet blijkt wel uit deze vier onderwerpen waar de SP-senatoren vol op hebben ingezet.

Huurstop afgedwongen

In coronatijd stelde Tiny Kox voor om een tijdelijke huurstop in te voeren. De meerderheid van de Eerste Kamer was het met hem eens. Minister Ollongren niet – zij weigerde tot twee maal toe de maatregel uit te voeren. Daarop nam de Eerste Kamer, voor het eerst in 145 jaar, een motie van afkeuring, ingediend door Kox, aan. Een jaar later werden de sociale huren bevroren. Helaas slechts voor één jaar dus er is nog meer te doen.

Parlementaire zeggenschap in coronatijd vastgelegd

De regering stelde bijzondere wetgeving op om in de coronatijd lockdowns te kunnen instellen. In eerste instantie zouden de Eerste en de Tweede Kamer daar niet bij betrokken worden. Een motie van SP-senator Rik Janssen eiste echter dat beide Kamers ‘bepalende zeggenschap’ moesten krijgen. Zijn motie werd aangenomen, en in juli 2021 nam de Eerste Kamer een wetsvoorstel daarover bijna unaniem aan. Alleen de VVD stemde tegen.

Digitale overheid moet veilig zijn

Al in 2010 stelde Arda Gerkens - toen nog Tweede Kamerlid voor de SP - vragen over de onveiligheid van DigID. Nog steeds is de veiligheid onvoldoende gewaarborgd volgens haar. Grote bedrijven spelen een te belangrijke rol - die eigenlijk toekomt aan de overheid. Zij krijgen persoonlijke informatie in handen waar ze niets mee mogen doen. Maar omdat ze zo machtig zijn, zijn ze nauwelijks gevoelig voor boetes. Arda Gerkens wil dat er gebruik wordt gemaakt van open source software, zodat duidelijk is wat er met onze informatie gebeurt.

CETA: de draai van de PvdA

Bastiaan van Apeldoorn heeft zich, met veel maatschappelijke organisaties, fel verzet tegen Nederlandse instemming met CETA, het omstreden handelsverdrag met Canada. De SP is niet tegen handel, maar geeft de voorkeur aan eerlijke handel boven vrijhandel, waar veel beschermende regelgeving wordt afgeschaft. Daarnaast zit er in CETA een afspraak dat handelsconflicten niet voor de rechter komen, maar voor een apart hof van arbitrage, met eigen regels. Het verzet in de Eerste Kamer was succesvol – totdat de PvdA in de Eerste Kamer omging en het verdrag toch werd goedgekeurd.

zondag 20 augustus 2023

VERKIEZINGEN 2023 / DEMOCRATIE / UITSLAG EENVANDAAG ENQUETE: ´Kiezers willen massaal een kiesdrempel tegen versnippering: dit is waarom dat volgens experts niet gaat helpen´ / CARTOON KORNEEL JEUKEN, AD /

Kiezers willen massaal een kiesdrempel tegen versnippering: dit is waarom dat volgens experts niet gaat helpen

De meeste mensen vinden dat er te veel partijen in de Tweede Kamer zitten. Een meerderheid is daarom voorstander van een kiesdrempel. Maar volgens politicoloog Kristof Jacobs gaat dat de problemen niet oplossen.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 kwamen er zeventien partijen in de Tweede Kamer. Doordat verschillende Kamerleden zich afsplitsten van hun partij zijn er nu 21 verschillende fracties, een record. Dat aantal is volgens de meeste mensen te hoog, blijkt uit onderzoek onder het EenVandaag Opiniepanel.

'Veel partijen, geen oplossingen'

Een ruime meerderheid (79 procent) vindt het een slechte zaak dat er zoveel partijen in de Tweede Kamer zitten. Deelnemers zeggen dat het hoge aantal partijen de besluitvorming vertraagt. Zo is het volgens hen lastiger om compromissen te sluiten, meerderheden te vinden en om coalities te vormen.

"Hoe meer partijen, hoe meer controverse", schrijft iemand. Een ander: "Veel partijen - veel meningen - geen oplossingen." En dat is in de ogen van velen niet goed voor het vertrouwen in de politiek.

Gevaar voor democratie

Bovendien duren debatten met zoveel sprekers voor veel mensen te lang en zorgen vooral de kleinste fracties ervoor dat de kwaliteit van de politiek achteruit gaat. De werkdruk is voor hen veel te hoog: fracties met één of enkele Kamerleden kunnen zich nooit overal goed over inlezen, is de gedachte.

Tegelijk stemmen ze wel over alle onderwerpen mee. Daar schuilt een gevaar voor de democratie in, vinden de panelleden.

Bekijk ook

Minimaal 2 of 5 zetels?

Een meerderheid (71 procent) zou daarom graag zien dat er in Nederland een kiesdrempel van minimaal 2 zetels wordt ingevoerd. Nu komt een partij in Nederland in de Tweede Kamer als ze genoeg stemmen hebben voor 1 zetel.

Maar om het aantal partijen in het parlement te verminderen zien veel kiezers graag dat die lat hoger wordt gelegd. Sommigen vinden 2 zetels genoeg, anderen zeggen dat partijen minstens 5 zetels moeten halen om in de Tweede Kamer te komen.

Zo hoog zou een kiesdrempel volgens panelleden moeten zijn

Huidig systeem democratischer

Niet iedereen ziet zo'n kiesdrempel zitten. Bijna een kwart wil de situatie graag houden hoe die nu is. Tegenstanders vinden het huidige systeem democratisch omdat iedereen hierdoor een stem kan krijgen in de Tweede Kamer.

"Ook kleine partijen vertegenwoordigen een deel van de bevolking en het is juist een kracht van Nederland dat die hier een kans krijgen", schrijft iemand. "Zie bijvoorbeeld de BBB, die met 1 zetel in de Kamer kwam."

BBB-stemmers voor kiesdrempel

Kiezers van vrijwel alle partijen zijn in meerderheid voorstander van een kiesdrempel. Een uitzondering daarop vormen mensen die nu Forum voor Democratie (FVD) of SGP willen stemmen: ongeveer tweederde van die groepen ziet een kiesdrempel van 2 of meer zetels niet zitten.


Zowel Caroline van der Plas als Pieter Omtzigt hebben op dit moment een zetel in de Tweede Kamer en zouden dus bij een kiesdrempel van twee of hoger, en het niet mee mogen nemen van hun zetel bij afsplitsen nu niet in de Kamer zitten. (Cartoon van Korneel Jeuken, overgenomen van AD.nl, horende bij dit artikel   ---  Hier ---)

De meeste BBB-stemmers zijn wél voor. De partij van Caroline van der Plas doet het momenteel goed in de zetelpeiling, maar heeft nu 1 zetel in de Tweede Kamer en had het bij de vorige verkiezingen dus niet gehaald als er toen een kiesdrempel was geweest.

Welke kiezers zijn voor of tegen een kiesdrempel?

'Kiesdrempel lost weinig op'

Ook veel wetenschappers en politicologen zijn kritisch over de invoering van een kiesdrempel. Zo denkt politicoloog Kristof Jacobs van de Radboud Universiteit in Nijmegen dat een drempel van een paar procent om het parlement in te komen weinig zoden aan de dijk zet.

"Een kiesdrempel wordt vaak als een soort ei van Columbus gepresenteerd tegen het versplinterde politieke landschap, maar in de praktijk valt dat vaak tegen", zegt hij. "Als je bijvoorbeeld de lat legt op 2 of 3 procent, een kiesdrempel 'light' zeg maar, dan elimineer je misschien een paar partijen. In 2017 had dit bijvoorbeeld tot veertien partijen geleid, in plaats van zeventien. Dat lost dus heel weinig op."

Drempel heel hoog leggen

Volgens hem is een kiesdrempel pas echt effectief als die drempel heel hoog ligt. Zoals bijvoorbeeld op 10 procent, zoals we zien in een land als het Verenigd Koninkrijk. "Dan ga je daadwerkelijk naar drie à vier partijen terug, maar dat vind ik weer niet bij ons systeem passen."

"Dan ga je heel kunstmatig terug naar vier stromingen, waarin mensen zich niet per se vertegenwoordigd voelen", benadrukt de politicoloog. "En gaan er miljoenen stemmen verloren. Dat is weer niet goed voor het vertrouwen. Dus een 'echte' kiesdrempel zie ik in Nederland niet zo snel gebeuren."

Wat een kiesdrempel doet tegen versplintering in de politiek

Andere oorzaak

Ook denkt Jacobs dat de oorzaak van het versplinterende politieke landschap ergens anders ligt: "Wat je vooral ziet, is dat de grote middenpartijen veel kleiner zijn geworden. Vroeger hadden die vaak rond de 40 zetels."

Hij vervolgt: "Ik denk dat als het om bestuurbaarheid van het land gaat, je veel meer daar naar moet kijken. Wat de oorzaak daarvan is. In plaats van een bout middel als een kiesdrempel invoeren en daar vervolgens alle heil van verwachten."

Bekijk ook

Niet meer afsplitsen

Inmiddels zijn er dus 21 fracties. Dat komt doordat Kamerleden ervoor mogen kiezen hun zetel zelf te houden als ze zich afsplitsen van hun partij. Zo kan het dat bijvoorbeeld Pieter Omtzigt, die eerst bij het CDA zat, oud-FVD'er Wybren van Haga en Nilüfer Gündoğan (ex-Volt) nu op eigen titel in de Tweede Kamer zitten. Het CDA, FVD en Volt hebben hierdoor minder zetels dan voorheen.

Om het aantal kleine fracties in de Tweede Kamer te verminderen, moet ook daar verandering in komen, als het aan het Opiniepanel ligt. De meeste mensen (71 procent) vinden dat als iemand uit de fractie vertrekt, diegene zijn of haar zetel altijd moet teruggeven aan de partij.

Omtzigt mag blijven, Gündoğan niet

Maar, voegen velen daaraan toe, een uitzondering daarop zijn politici die bij de verkiezingen zelf veel voorkeurstemmen hebben gekregen. Als dat er genoeg waren voor een hele zetel (in 2021 waren er bijna 70.000 stemmen nodig voor 1 zetel), mogen ze hun zetel wél meenemen in het geval van afsplitsing.

Pieter Omtzigt en Wybren van Haga, die elk flink wat stemmen haalden bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, mochten volgens deze panelleden dus op persoonlijke titel verder, maar de zetel van Nilüfer Gündoğan had bij Volt moeten blijven.

Bekijk ook

  • 08-09-2021

MEER Onderzoeken van 1Vandaag

 

vrijdag 4 november 2022

AANRADER! / VOORPUBLICATIE: 'Amerika’s laatste kans: Over de toekomst van de democratie in de Verenigde Staten' - Casper Thomas / GROENE / TRUMP & BIDEN EN TURBULENTE TIJDEN; NET ALS 100 JAAR GELEDEN /

 

Hieronder een voorpublicatie op basis van een nieuw boek van Casper Thomas in de Groene Amsterdammer waarin hij de turbulente fase nu in de Amerikaanse democratie vergelijkt met die van 100 jaar geleden  - toen er veel van dezelfde verschijnselen speelden als nu. Een verhaal dat de moeite van het lezen meer dan waard is. Al was het maar dat een gezegde zegt dat 'Alles wat in de VS gebeurt, gebeurt in Nederland 10 jaar later (ook)...

Je kunt het originele artikel op de site van de Groene  --- Hier ---  lezen (of hieronder)


De toekomst van de Verenigde Staten

Altijd schaven

Bidens hervormingspolitiek of Trumps autoritairisme: hoe gaan de komende jaren eruitzien? Ondanks de tegenkrachten is telkens de stap vooruit gezet. Dat stemt optimistisch.

Casper Thomas

12 oktober 2022 – verschenen in nr. 41

© Angel Boligan / Cagle Cartoons

We kunnen het leven niet langer behandelen alsof het ons is komen aanwaaien. We moeten er bewust mee omspringen, het opnieuw ontwerpen en onze methodes en doelen kiezen.’ Dit was de opdracht die een jonge journalist genaamd Walter Lippmann ongeveer een eeuw geleden aan Amerika gaf. Hij schreef een baanbrekend boek waarin hij uitlegde dat de Verenigde Staten ‘op drift’ waren geraakt. Het land had geen greep meer op sociale, economische en technologische veranderingen. In Amerika leefde puissante rijkdom vol in het blikveld van rauwe armoede. Emotie en ratio trokken Amerikanen psychologisch uiteen. Politieke patstelling was het gevolg. Maar Amerika was in staat tot beheersing, betoogde Lippmann, als de juiste politieke keuzes werden gemaakt en noodzakelijke hervormingen werden doorgevoerd. Lippmanns boek heette Drift and Mastery: An Attempt to Diagnose the Current Unrest. Het boek bestempelde het gebrek aan controle als de fundamentele oorzaak van Amerika’s problemen. Het onvermogen om greep te krijgen op levensomstandigheden had Amerikanen nerveus, angstig en boos gemaakt, betoogde Lippmann, en daarmee kwam het Amerikaanse experiment van politieke vrijheid in gevaar.Drift and Mastery verscheen in een tijd die door Mark Twain de gilded age werd gedoopt, het tijdperk waarin grootindustriëlen uit onder andere de staal- en olie-industrie en het bankwezen de Amerikaanse economie domineerden. Op het eerste gezicht leek deze klasse te bestaan uit kampioenen van de vrije markt. In werkelijkheid was hun rijkdom te danken aan goede banden met de politiek. Het waren politici die ze land- en exploitatierechten gaven, hun zakelijke belangen beschermden en hun winsten veiligstelden met lage belastingen. Dit, volgens Lippmann, was corruptie in zijn zuiverste vorm: rijk worden door de macht van politiek en overheid in te zetten voor privaat gewin. Overal zag hij de een-tweetjes terug waarmee sommige Amerikanen rijk werden, op het niveau van stad, staat en natie. De corrupte klasse verdedigde zich door te zeggen dat ze geen wet gebroken had, en dat haar gedrag daarom ook moreel geoorloofd was. Wat onvermeld bleef, was dat deze klasse een stevige vinger in de pap had bij het schrijven van die wetten.

Ongelijkheid was het grote sociaal-economische kenmerk van de gilded age. Amerika’s rijkste één procent had bijna de helft van al het vermogen in Amerika in bezit en haalde jaarlijks twintig procent binnen van alles wat er in Amerika verdiend werd. De problemen van die tijd – armoede, sociale ontrafeling, onderling wantrouwen – vloeiden daaruit voort. Aan het begin van de vorige eeuw werd Amerika ook gekenmerkt door sterke politieke polarisatie. Samenwerking tussen partijen in het Congres was een zeldzaamheid. De Amerikaanse Burgeroorlog ebde nog na, en het idee dat het andere kamp niet bestond uit politieke rivalen maar uit doodsvijanden die het land ten gronde wilden richten vormde de basis voor de politiek in Washington.

Lippmann vond dat Amerika democratie, wetenschap en expertise moest omarmen om het tij te keren. Hij was daarmee een bijzonder denker, omdat hij geloofde in de noodzaak van bestuur door experts én door sterke, inspirerende leidersfiguren. In Lippmanns wereldbeeld konden gevoel en rede zo een verbintenis aangaan, in plaats van elkaars vijanden zijn. Amerika moest zijn democratie versterken, betoogde hij, omdat alleen democratie een alternatief kon bieden voor de situatie waarbij (on)gelijk hebben en krijgen geen kwestie van leven of dood is. En dat betekende volgens hem geen grote politieke vergezichten schetsen, maar kleine hervormingen doorvoeren waar iedere burger een bijdrage aan kon leveren door ervoor de straat op te gaan, door die in praktijk te brengen in het eigen leven en de politieke klasse toe te manen via de stembus.

Drift and Mastery werd een bestseller, en Lippmann werd op jonge leeftijd een van de invloedrijkste stemmen in het Amerikaanse debat. Hij had de veranderende tijdgeest weten te vatten. In de periode dat Lippmanns boek verscheen maakte Amerika ‘een verbijsterende set hervormingen en innovaties mee, die de basis van het huidige Amerika vormen’, schrijft politicoloog Robert Putnam in The Upswing: How America Came Together a Century Ago and How We Can Do It Again. Putnam geeft een selectie: de mogelijkheid om anoniem te stemmen, directe verkiezing van politieke kandidaten en senatoren, vrouwenkiesrecht, nationale inkomstenbelasting, de Federal Reserve, rechten voor werknemers, het minimumloon, anti-monopoliewetgeving, bescherming van natuur, regulering van voedsel en medicijnen, vakbonden en ontelbare andere belangenorganisaties, gratis middelbaaronderwijs, parken, bibliotheken en speeltuinen, kortom een vlechtwerk van instituties dat een stabiele basis onder het land legde. Niet dat Amerika perfect werd – het bleef een land van raciaal geweld, om het grootste onrecht te noemen – maar in ieder geval werd er een beweging naar boven ingezet, als gevolg van ‘de algehele impuls tot kritiek en verandering die overvloedig aanwezig was na 1900’, in de woorden van historicus Richard Hofstadter. Langzaam werd Amerika zo gelijker, eerlijker en minder verdeeld. De gilded age maakte plaats voor de progressive era.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Casper Thomas over de toekomst van Amerika en over zijn correspondentschap aldaar. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar.

Het Amerika waar ik najaar 2017 arriveerde als correspondent was het product van een tweede gilded age. Na driekwart eeuw ‘upswing’ werd de neerwaartse beweging weer ingezet. Economische verschillen waren toegenomen tot aan een verdeling van inkomen en welvaart die behoorlijk leek op het Amerika van een eeuw geleden. Opnieuw was bijna de helft van het vermogen in bezit van de rijkste één procent. De omslag was begonnen eind jaren zestig, toen het gemiddelde salaris van de bestuurder 28 keer zo hoog was als dat van een werknemer. Dat groeide uit tot 158 keer zoveel, terwijl gezinsinkomens enkel konden bijbenen door van een een- naar tweeverdienersmodel te gaan. Zonder die extra inkomsten zou de inkomensgroei vrijwel stilgevallen zijn. Ook het politieke cliëntelisme, de onvrede over elites en het algehele idee dat het lot meester is over het individu in plaats van andersom keerden terug. Aan de top van dit systeem stond op dat moment een president die van zijn ambt een verdienmodel had gemaakt, door publieke gelden richting zijn privé-ondernemingen te sluizen. Zijn macht diende ter versterking van het merk ‘Trump’. Zijn ministersploeg, de rijkste ooit in de geschiedenis van de VS, liet zich vooral leiden door corporate interests.

Dit Amerika leek ook weinig controle over zichzelf te hebben. De coviduitbraak maakte dit bijzonder duidelijk. Uiteindelijk zou Amerika, de machtigste democratie ter wereld, van alle ontwikkelde landen naar verhouding de meeste doden betreuren omdat het maar geen greep wist te krijgen op het virus. Op 17 mei 2022 registreerde Amerika het miljoenste coronaslachtoffer. Sinds de vaccins beschikbaar kwamen, in april 2021, kwamen er vierhonderdduizend sterfgevallen bij. Vanaf dat moment had Amerika te maken met twee pandemieën. In de districten waar zestig procent van de inwoners op Trump had gestemd, lag het sterftecijfer meer dan twee keer zo hoog als in de delen van Amerika waar Biden de populairste president was, zo becijferde nieuwsdienst npr. In de gebieden waar de steun voor Trump groter was, lag ook het sterftecijfer hoger. Trumpisme, dat vaccinscepsis in het ideologisch repertoire had opgenomen, bleek een onderliggende aandoening te zijn.

Het gebrek aan beheersing toonde zich ook in het collectieve temperament. Ieder verschil van mening leek te worden opgeblazen tot een existentieel conflict. Negen op de tien Republikeinen omschrijft zichzelf als ‘boos of zeer boos’ over de staat van het land, zo peilde cnn in september 2021. Voor Democraten was dat 67 procent. In de jaren daarvoor waren die cijfers ongeveer omgekeerd. Ook in andere statistieken tekent zich een collectieve ontploffing van Amerika af. Vechtpartijen, schietincidenten, geweld tegen hulpverleners: alle uitingen van opgekropte frustratie namen de afgelopen jaren toe. In januari 2022 berichtte de aaa, de Amerikaanse anwb, over een alarmerende toename van agressief rijgedrag. Een derde van de bestuurders gaf toe recentelijk bewust een andere weggebruiker te hebben afgesneden. Het gedrag op de weg spiegelde het gedrag in de politiek, zo lijkt het. Amerika is nog altijd in de ban van politieke road rage.

Mede daarom kon vier jaar lang een boze man ook de machtigste zijn. Trump had door wat anderen in zijn partij over het hoofd zagen – of bewust negeerden. Hij omarmde woede als de drijvende kracht in de politiek. In 2016, toen Trump nog weggelachen werd als mogelijke presidentskandidaat, zei Nikki Haley, destijds de Republikeinse gouverneur van South Carolina, dat het ‘in onzekere tijden verleidelijk is gehoor te geven aan de lokroep van de boze stem’. Volgens Haley moest Amerika die verleiding weerstaan. Het was een toespeling op Trump, die direct de camera’s van cnn onder zijn neus kreeg. ‘Ik ben boos, en vele anderen zijn ook boos, over hoe incompetent dit land wordt bestuurd’, sprak Trump. ‘En wat mij betreft is woede oké, woede is wat dit land nodig heeft.’

Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een Green New Deal

Als president heeft Trump die woede nooit productief aangewend. Toen ik na vier jaar Trump de balans opmaakte van de politieke hervorming die hij als president had doorgevoerd, was ik snel klaar. Helemaal in het begin van zijn presidentschap had hij een belastingverlaging door het Congres geloodst. Uit alle berekeningen, inclusief die van zijn eigen ambtenaren, bleek dat die vooral de hoge inkomens begunstigde. Daarna viel het stil op wetgevend vlak. De grote paradox van de Trump-jaren is dat, ondanks dat ze turbulent aanvoelden, hij de basisstructuren van het land min of meer heeft achtergelaten zoals hij ze aantrof.

 

© Angel Boligan / Cagle Cartoons

Wel vormde woede de basis van een aanval op de Amerikaanse democratie. Toen ik naar Washington vertrok stond Dat gebeurt hier niet, de roman van Sinclair Lewis uit 1935 waarin het presidentschap wordt gegrepen door een populist, opnieuw op de bestsellerlijsten. ‘Vulgair’, ‘een halve analfabeet’, ‘eenvoudig te betrappen op openlijke leugens’ en ‘met bijna idiote “ideeën”’, zo omschrijft Lewis deze Buzz Windrip, die van Amerika een dictatuur maakt en het volk opzet tegen de pers en de politieke elite en uiteindelijk een machtsgreep pleegt. De suggestie dat Amerika onder Trump in het rijtje van onder andere Rusland, Turkije en Hongarije thuis hoorde, landen waarin autoritair leiderschap een grote aantrekkingskracht had, werd vaak weggewuifd. Maar ook mijn nieuwe gastland toonde zich uiterst vatbaar voor de autoritaire verleiding. Het gebeurde daar wel degelijk.

Ook keerde Amerika naar binnen. Trumps grote project was een grensmuur die, hoewel de bouw nooit echt van de grond kwam, een ultiem symbool was. Het Amerika van het steeds verder oprekken van zijn eigen grenzen had plaatsgemaakt voor een Amerika dat de wereld liever buiten hield. Ook op het gebied van buitenlands beleid nam Trump afscheid van het idee dat Amerika de wereld naar zijn hand kon zetten. Het was een impliciet opgeven van de beheersing waar Lippmann voor pleitte, maar dan op wereldschaal. De Trump-jaren werden zo een geopolitieke herschikking, met voor het eerst een Amerikaanse president met een openlijke minachting voor de Navo, vijandigheid jegens Europa en bewondering voor Rusland, het land dat chaos en vernietiging tot wezenskenmerk heeft gemaakt.

Toch – of juist als gevolg hiervan – besloten de VS te midden van diepe polarisatie Donald Trump, de president die Amerika uiteen spleet, in te ruilen voor Joe Biden, die zich opwierp als de president die een verscheurde natie weer zou kunnen helen. Op de gure januaridag waarop Biden werd ingezworen als 46ste president van de Verenigde Staten kon ik zijn stem horen, afkomstig uit een versterker die iemand had neergezet op een straathoek in Washington. De meeste pers en het grote publiek werden ver weggehouden van de trappen van het Capitool waar Biden zijn eed aflegde. Washington leek een stad onder militaire bezetting, met overal hekken, checkpoints en soldaten. De extreme veiligheidsmaatregelen waren het antwoord op 6 januari, de dag waarop Trump-aanhangers het Capitool waren binnengevallen om het vaststellen van de verkiezingsuitslag te verhinderen. Dat was het voorlopige dieptepunt van het afglijden van Amerika’s democratie, en een wond die zou blijven etteren.

Hoe dan ook gaat Joe Biden de geschiedenis in als de man die de meest omstreden president uit de Amerikaanse geschiedenis bij de stembus versloeg. Alleen al daarom kan hij aanspraak maken op de claim dat hij de autocratie in Amerika, in ieder geval tijdelijk, een halt toeriep. In hoeverre Biden echt in de galerij der groten zal plaatsnemen hangt af van de vraag of zijn onverwacht grote ambities op het gebied van klimaat, economie en raciale gelijkheid worden waargemaakt of dat hij uiteindelijk stuk slaat op de rotsen van Amerika’s politiek van bittere verdeeldheid.

Toen Trump in 2016 verkozen werd, was de grote vraag wat dit zei over Amerika, de huidige tijd en de verhoudingen in de wereld. Als de journalistiek consequent wil zijn is dezelfde vraag nu net zo belangrijk, en gezien het aantal stemmen dat Biden kreeg misschien nog wel belangrijker: een ietwat saaie, oudere man die zijn hele leven in Washington heeft rondgelopen en zich plotseling ontpopt tot hervormer: wat zegt dát over Amerika en de wereld? Als Trump een fundamentele uitdrukking is van Amerika, dan is Joe Biden dat net zo goed. Hoe Trump de democratie in Amerika op haar grondvesten deed schudden heeft een stapel boeken opgeleverd die twee meter aan planken in mijn werkkamer inneemt. De poging van Amerika om weer vaste grond onder de voeten te krijgen dient net zo goed beschreven te worden. Herstel is net zo belangrijk als afbraak.

De president is daarbij slechts een aanleiding, een signaal vanuit welke richting de wind in Amerika deze vier jaar waait. Het verhaal van democratisch herstel, een poging verschillen te verkleinen in plaats van te vergroten en een ‘wij’ boven het ‘zij’ te zetten vindt overal in de Verenigde Staten plaats. Vaak stilletjes en buiten het zoeklicht zijn de wondverzorgers waar Walt Whitman over dichtte volop aan het werk. Of ze slagen, en of Bidens missie als president slaagt, is allesbehalve zeker. De omstandigheden wijzen op een haast onmogelijke opgave. Zestig procent van de Democraten ziet de andere partij als ‘een serieuze bedreiging voor de Verenigde Staten’, zo blijkt uit peilingen. Bij de Republikeinen is dat bijna zeventig procent. Meer dan de helft van de Amerikanen ziet medeburgers als grootste gevaar voor de VS, groter dan natuurgeweld of buitenlandse vijanden. De toekomst van Amerika als functionele democratie hangt af van de mate waarin dat wederzijdse wantrouwen verminderd kan worden.

Inmiddels zijn er in Amerika desondanks nieuwe wegen ingeslagen. Er zijn nog steeds krachten die worden gedreven door Amerika’s zelfgekozen opdracht iedere keer weer te schaven aan de eigen democratie. Alleen een Amerika dat gelooft in gelijkwaardigheid wordt massaal op de been gebracht door de slogan dat ieder leven evenveel waard is. De Black Lives Matterprotesten, die Amerika uit de lockdown trokken, zijn het nieuwe startschot geweest om de eigen geschiedenis van raciaal geweld en onderdrukking in de ogen te kijken. Daarvoor worden letterlijk de graven geopend en de lichamen opgegraven.

Negen op de tien Republikeinen omschrijft zichzelf als ‘boos of zeer boos’ over de staat van het land

De VS zijn op deze manier bezig met het vormen van een nieuwe herinneringscultuur. Daarin verdwijnen militairen die tijdens de Burgeroorlog vochten voor behoud van slavernij van hun sokkel en wordt er stilgestaan bij geweld tegen Afro-Amerikanen in plaats van het weg te moffelen. Montgomery, Alabama, is nu een plek waar uitersten een monumentale uitdrukking krijgen. Je kunt er een bezoek brengen aan het alternatieve Witte Huis, waar tijdens de Burgeroorlog de president van de Confederatie zetelde. Op een steenworp afstand staat het National Memorial for Peace and Justice, zes hectare gevuld met roestbruine gedenkstenen waarop de namen en locaties van honderden lynchpartijen worden herdacht die plaatsvonden tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een Green New Deal. Het restje vitaliteit dat de Amerikaanse democratie nog in zich heeft levert dit soort plannen op: de volledige samenleving mobiliseren om de opwarming van de planeet, voor zover nog mogelijk, tegen te gaan. Biden omarmde de term niet, maar kwam wel met de grootste verduurzamingsoperatie die de VS ooit zijn begonnen. Hij trok de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord naar voren. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen zijn gehalveerd, en Amerika lijkt op weg die missie te halen. Ook stelde hij een plan op om winstbelasting voor bedrijven mondiaal gelijk te trekken, een poging de internationale wedloop om het meest gunstige fiscale tarief een halt toe te roepen.

En ondanks de verlamming in Washington staan er politici op die nog geloven dat Amerika tot grootsheid in staat is, enkel wanneer de overheid het heft in handen neemt en regels uitvaardigt die voorkomen dat het palet aan menselijke tekortkomingen – inhaligheid, egoïsme en kortetermijndenken – minder kans krijgen. Een voorbeeld dus als Elizabeth Warren, senator uit Massachusetts. Zij is de belichaming van een politieke onderstroom die minstens zo sterk is als de maga-beweging. Warren pleit voor kapitalisme met duidelijke spelregels en kaders. Haar economie is er een van grenzen, aan hoeveel bedrijven en individuen kunnen verdienen voordat ze aan meer belastingafdracht worden onderworpen, aan hoe groot het marktaandeel van bedrijven kan zijn voordat er anti-monopoliewetgeving in werking treedt, aan hoeveel schuld een gezin op zich kan nemen en aan hoeveel burgers moeten betalen voor basisvoorzieningen.

Precies dat is in het verleden een recept gebleken waarmee Amerika controle over zichzelf kreeg. Op aandrang van individuele hervormers en politici die naar hen luisterden eindigde begin vorige eeuw een tijdperk van grote economische ongelijkheid, ongebreidelde macht voor het bedrijfsleven en corruptie in de politiek. Op die manier begon wat Robert Putnam ‘de opwaartse beweging’ noemt, een langdurige periode waarin alle belangrijke indexen voor een succesvolle samenleving omhoog gaan: onderling vertrouwen, gelijkheid, gemeenschapszin, sociale cohesie. Putnams these is een historische: als Amerika eerder uit het dal is gekropen, dan kan dat nog een keer gebeuren.

Dat de geschiedenis zich zal herhalen is een kwestie van hoop, en geen wetenschap. Niemand weet of het dieptepunt al bereikt is of nog moet komen. Wel is duidelijk dat Amerika achtereenvolgens twee keer iets nieuws heeft uitgeprobeerd. Het eerste experiment werd afgebroken voordat het een onuitwisbare stempel op de VS kon drukken. Autoritair leiderschap bleef vooralsnog beperkt tot vier jaar. Het stiekeme feit van trumpisme is dat het tot nog toe meermaals een verliesgevend model is gebleken. Trump kon één keer president worden, met het voordeel van de nieuwkomer tegenover een impopulaire tegenstander. De twee verkiezingen die volgden – de midterms van 2018, de presidentsverkiezingen van 2020 – werden verloren door de Republikeinen. Biden is in de peilingen een van de minst populaire presidenten ooit, maar wint volgens diezelfde peilingen nog steeds van Trump.

Ook Biden was een uitprobeersel. Hij stapte vooral in de ring om een tweede Trump-termijn te voorkomen. Hij slaagde tegen de verwachting in. Vervolgens ontpopte Biden zich tot de president met de meest vergaande plannen voor een nieuwe omgang met economie, klimaat en democratie die Amerika in bijna een eeuw tijd gezien heeft. Biden was geen eenzame voorganger. Hij belichaamde de gedeelde mening van zijn partij en achterban, zoals hij dat zijn hele politieke carrière heeft gedaan. Ook in die zin zijn Biden en Trump elkaars spiegelbeeld: allebei zijn ze een uitsnede van verschillende soorten Amerika, het land dat groot genoeg is om vrijwel iedere tegenstelling binnen zijn grenzen te kunnen herbergen. De komende jaren gaan bepalen welke van de twee 21ste-eeuwse Amerikaanse experimenten de toekomst heeft.

Trumps fossiele, conservatieve autoritarisme en Bidens progressieve hervormingspolitiek sluiten elkaar fundamenteel uit. Amerika heeft vaker voor binaire keuzes gestaan: als het ging om slavernij en burgerrechten, bijvoorbeeld. Ondanks de tegenkrachten is telkens de stap vooruit gezet – altijd te laat, maar niettemin werd die stap wel gezet. Dat is reden tot optimisme. Het aantal Amerikanen dat autoritaire politiek afwijst, een rechtvaardiger economie wenst en meent dat het land af moet van de verslaving aan fossiele brandstoffen is numeriek groter dan het andere kamp. Twee derde van het land is ‘ontevreden over hoe welvaart verdeeld is’ en vindt dat de rijken en bedrijven meer belasting moeten afdragen, zo peilde denktank Brookings. Twee derde van Amerika wil dat de overheid meer doet om de opwarming van de planeet tegen te gaan, blijkt uit onderzoeken van Pew Research.

Als het gaat om de fictie van ‘gestolen verkiezingen’ komt diezelfde verdeling terug. In januari 2022 peilde npr in samenwerking met opiniepeiler Ipsos dat ‘een derde van alle kiezers denkt dat president Biden gewonnen heeft met behulp van kiesfraude’.

In het voorjaar van 2022 werd mijn aandacht getrokken door een andere peiling onder Amerikanen. Ontzetting en verbittering trokken op dat moment door de gesprekken in de VS. Aanleiding was een schietpartij op een school in Uvalde, Texas. Een achttienjarige man was een school binnengedrongen en had negentien kinderen en twee docenten doodgeschoten. De dader had een manifest achtergelaten, grotendeels gekopieerd van de teksten die andere gewelddadige rechtsextremisten hadden geschreven. Het document ging over de zogeheten ‘great replacement’, een complottheorie waarin machthebbers de witte bevolking van westerse landen proberen te ‘vervangen’ door niet-witte immigranten en zo verkiezingen proberen te winnen. Associated Press ging na hoeveel Amerikanen dit soort ideeën koesteren. Een op de drie, bleek het antwoord.

Ook die achterdochtige dertig procent belichaamt een Amerikaanse traditie. In Drift and Mastery waarschuwde Lippmann al voor het al te griffe geloof in duistere plannen, bekokstoofd in politieke achterkamertjes. ‘Het is griezelig hoezeer er een gevoel heerst dat er complotten worden gesmeed’, schreef hij in het openingshoofdstuk van zijn boek. ‘Het is niet moeilijk jezelf in een geestesgesteldheid te manoeuvreren waarbij je de wereld ziet als een grote samenzwering en waarbij de dagelijkse gang van zaken wordt verstoord door een alarmerend en knagend gevoel dat het kwaad in ieder hoekje schuilt.’ Lippmann vond deze paranoïde staat on-Amerikaans. Optimisme was volgens hem de nationale karaktertrek, en niet het wantrouwen. Dat de Verenigde Staten de open blik hadden verruild voor de turende ogen lag volgens hem ten grondslag aan het slecht functioneren van de democratie. Immers, als je er bij voorbaat van uitgaat dat iedere politicus eropuit is om jou een loer te draaien en zichzelf te verrijken, waarom zou je dan ooit nog in vertrouwen een stembiljet invullen?

Lippmanns diagnose doet opnieuw opgeld en het is niet zozeer de vraag of de complotdenkers overtuigd kunnen worden van het tegendeel als wel in hoeverre de Republikeinen verkiezingsoverwinningen kunnen baseren op dit derde deel. De volgende test komt aankomende november, tijdens de midtermverkiezingen.

Dit stuk is gebaseerd op Amerika’s laatste kans: Over de toekomst van de democratie in de Verenigde Staten, dat deze week verschijnt bij Atlas Contact en waarmee Casper Thomas zijn correspondentschap in de Verenigde Staten afsluit


 

vrijdag 8 juli 2022

AANRADER! Ahmed Aboutaleb: over de (ontbrekende) Menselijke Maat, doorgeschoten Markt, Domme/Laffe Politiek e.a. zaken - DREES-LEZING(2022) // PAARD, Den Haag / BESCHOUWING & PERSOONLIJKE NOOT POLITIEK NEDERLAND ANNO 2022 / PvdA /

Helaas heeft de streamer dezes de optie 'Delen op uw Blog' uitgezet...niet slim als je het mij vraagt... Maar goed, je ziet hem   ---  Hier  ---

 

DREESLEZING(2022)

door AHMED ABOUTALEB

PAARD, Den Haag

Live gestreamd op 27 jun. 2022 Link: https://www.paard.nl/event/dreeslezin...


 

 

maandag 25 oktober 2021

EVEN NADENKEN OVER (ONZE) DEMOCRATIE: 'Als het hele Haagse bouwwerk wankelt: een epidemie van bedreigde politici, een onmachtige staat, een formatie met lage aspiraties, Europese kritiek op de democratie' / COLUMN TOM-JAN MEEUS /

Cartoon van NRC.nl/Opinie, 16 oktober 2021, Ruben L. Oppenheimer, meer @RLOppenheimer op NRC.nl   ---  Hier  ---

Als politiek afglijdt tot juichen voor zichzelf en afrekenen met de ander

Deze week: als het hele Haagse bouwwerk wankelt: een epidemie van bedreigde politici, een onmachtige staat, een formatie met lage aspiraties, Europese kritiek op de democratie. Ofwel: wie doorbreekt deze malaise nu eindelijk eens?

De week bracht moment na moment waarop je dacht: het is alsof het hele Haagse bouwwerk wankelt. Normaal leest de nationale politiek Europa graag de les. Vrijdag las de Raad van Europa de nationale politiek de les – en niet over een paar regeltjes, maar over de democratie zelf.

Tien maanden terug beloofde het kabinet-Rutte III de slachtoffers van de Toeslagenaffaire te helpen. Maandag constateerde de Nationale Ombudsman dat de overheid onmachtig is de meeste slachtoffers te helpen.

Donderdag maakte één van de beste Kamerleden, Bart Snels (GroenLinks), zijn vertrek bekend – uit verzet tegen innige samenwerking met de PvdA, en uit weerzin tegen de „destructieve politiek” in de Kamer.

Over de formatie hoorde je dat een bescheiden beleidsagenda voorlopig de kansrijkste manier is om de zaak gaande te houden. Na de moeizame maanden zijn relaties tussen betrokken politici broos, en is het vertrouwen in het nieuwe kabinet klein, dus in de top van een van de onderhandelende partijen hoorde je woensdag: „We missen de kracht om veel gewaagde keuzes te maken.”

En als klap op de vuurpijl was er dinsdag D66-leider Sigrid Kaag, die de strafzaak bijwoonde tegen een man die haar met de dood bedreigde, later in de week gevolgd door een NOS-bericht over talrijke doodsbedreigingen aan het adres van premier Mark Rutte.

Het bevestigde dat het abnormale nu normaal is: elke bekende politicus moet leven met het vooruitzicht dat boze landgenoten hun intimidaties omzetten in daden.

Dus de democratie zelf, de overheid, de Kamer, formerende partijen, partijleiders: ze kwamen allemaal aan de beurt – en je vroeg je af: wie doorbreekt deze malaise nou eindelijk eens?

Er werden wel pogingen gedaan – maar helaas onderstreepten die het probleem alleen maar. Zo had Platform O, een interessante publicatie op het snijvlak van ambtenarij en bestuurskunde, de aankondiging van een Succesverhalenfestival.

„Iedereen die betrokken is bij de publieke sector”, stond er, „wordt uitgenodigd waargebeurde en vooral mooi vertelde verhalen in te sturen over kleine en grote overwinningen in overheidsland.”

Goed bedoeld natuurlijk, aantonen dat de overheid méér is dan de Toeslagenaffaire, maar je dacht: als ze elkaar gaan aansporen vooral positief over zichzelf te zijn, doen ze precies wat iederéén in Den Haag al doet.

Want wie de malaise probeerde te doorgronden, stuitte in de meeste Haagse domeinen op hetzelfde gedragspatroon: juichen voor jezelf en afrekenen met de ander.

En het interessante was: als je hoorde wat voor teksten verdachten van de bedreiging van politici uitslaan, zijn het vaak boze mensen die ook willen dat hun voortreffelijke inzichten worden gehoord. En nú luister jij eens naar mij.

Je kon dit afdoen als het gedrag van gefrustreerde warhoofden, maar wie de aanbevelingen van de Raad van Europa voor de Nederlandse democratie las kwam in feite hetzelfde ongerief tegen. De Raad wil dat de positie van volksvertegenwoordigers tegenover de regering wordt versterkt met geld voor medewerkers en recht op informatie. Tegenmacht.

Kamerleden moeten kortom kunnen zeggen: en nu luisteren jullie eens naar ons.

Alleen: uit de kritiek van het vertrokken Kamerlid Snels, nota bene de initiator van het parlementair onderzoek naar de Toeslagenaffaire, kon je opmaken dat ook de volksvertegenwoordiging niet bescheiden is in het opdringen, aan anderen, van haar opvattingen en analyses.

Zo laakte Snels de wens om politici te „beschadigen”, „ambtenaren in het beklaagdenbankje” te zetten en bewindslieden „om de haverklap voor leugenaar” uit te maken.

Zo werkt Den Haag nu: vanuit elk domein worden eisen aan andere domeinen gesteld - waarmee iedereen het probleem buiten zichzelf plaatst. Kinderlijke onredelijkheid, die ook iets ernstigs onthult: de verhoudingen tussen kabinet, Kamer, ambtenaren en burgers zijn uit het lood geslagen, en hebben een nieuw evenwicht nodig.

Het heeft ook te maken met het veranderende democratiebesef in de maatschappij. De vermoeidheid over democratische gewoonten leeft vrij breed. Het trage zoeken naar evenwicht in besluitvorming – een bestuurlijke traditie – verliest het van het verlangen naar snelheid – de korte klap. Genoeg gepraat. Geen getalm meer. Nu ben ik.

De versplintering is hier natuurlijk ook een uiting van. Kiezers identificeren zich liever niet meer met partijen waarin mensen met afwijkende meningen of een andere identiteit zitten: in de veiligheid van gelijkgezinden is het gemakkelijker afrekenen met anderen.

De paradox is dat politicologen er vaak op wijzen dat versplintering goed is voor het vertrouwen in de democratie. Op zich logisch: meer mensen vinden een politiek thuis. Maar het nadeel is ook enorm: juist het laatste half jaar, met negentien fracties in de Kamer, liet zien dat diezelfde versplintering spektakelleegte stimuleert: Kamerleden, vooral nieuwe, die moeite hebben de aandacht op zich te vestigen - en dus de raarste fratsen uithalen.

Extra handicap is dat ze opereren in een periode van mediavermoeidheid. De angst voor corona daalt, dus na 2020, met torenhoge kijk- en klikcijfers, consumeren mensen nu minder nieuws en informatie. Sjoerd Pennekamp van Stichting Kijkonderzoek stuurde me data waaruit blijkt dat informatieve programma’s en talkshows afgelopen september zelfs minder kijkers hadden dan september 2019.

Een ongemakkelijke werkelijkheid voor Kamerleden: meer concurrentie in Den Haag, minder belangstelling in het land. Oplossing: méér capriolen.

Het maakt de cirkel rond, want bij die buitenissigheid hoort dat de polarisatie in de nationale vergaderzaal verscherpt. De NCTV noteerde nog in april dat „negatieve vormen van polarisatie” „maatschappelijke onrust” en „radicaliseringsprocessen” bevorderen, zeker ook door de coronabestrijding.

Dus Kamerdebatten waarin grove taal, zware beschuldigingen en complottheorieën hand in hand gaan, zijn allang geen entertainment meer: zij onderstrepen een parlementair beschavingsverlies waar de hele democratie onder lijdt.

Een overgangsperiode als deze, en de malaise waarin de politiek-bestuurlijke gemeenschap zich bevindt, kan pas aan zijn einde komen als politiek leiders er hun gezag voor in de waagschaal durven stellen. Rutte is hiervoor de eerst aangewezene. Het duurt alleen zorgelijk lang voordat hij zich op dit punt laat gelden.

Maar uiteindelijk gaat het over meer dan de premier. De relatie tussen Kamer en kabinet moet zich opnieuw zetten. De relatie tussen Kamer en ambtenaren. De werkafspraken van de Kamer zelf. Met drie parlementaire enquêtes voor de boeg maakt men zich wel erg kwetsbaar als meer vertrekkende Kamerleden zoals Snels vaststellen dat het parlement vooral uit is op „beschadiging” van andere politici.

Maar het voornaamste is natuurlijk dat de overheid weer vertrouwd kan worden door haar burgers. En dat aan het hoofd van die overheid iemand staat die dit besef bij voortduring wil uitstralen. Die weet dat de ontstane vertrouwensbreuk niet met wat leuke beloftes geheeld is.

Want denken dat je deze malaise achter je laat met enkele extra Succesverhalenfestivals, miskent de diepte van het vraagstuk. Den Haag heeft in zijn verschillende hoedanigheden nu wel genoeg gejuicht voor zichzelf, en voldoende afgerekend met anderen.

Wat dit betreft zou – als oefening – een omdraaiing wel een boeiend experiment voor Kamerleden, bewindslieden en ambtenaren zijn: een jaar of drie verplicht juichen voor de burger, en alleen afrekenen met zichzelf. 

Deze beschouwende Column 'Haagse Invloeden' over de Nederlandse politiek van Tom-Jan Meeus staat wekelijks op zaterdag in NRC

Nog meer over politiek van Tom-Jan Meeus op NRC.nl   ---  Hier  ---