Posts tonen met het label Verbeteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verbeteren. Alle posts tonen

vrijdag 15 mei 2026

COLUMN AART DEKKER: Het format voor de eerste ronde playoffs is geen (optimale) promotie voor de @BNXTLeague - Suggesties voor verbetering - PROFESSIONEEL MANNEN BASKETBALL 5X5 /

Het playoff format van de BNXT-League 2026

Het format voor de eerste ronde playoffs is is geen (optimale) promotie voor de BNXT-League

De BNXT-League slaagt er vooralsnog onvoldoende in het eigen product bij het grote publiek aan de man te brengen

Wie iets van de eerste ronde mee wil krijgen moet heel snel zijn!

Het is me al vele jaren een doorn in het oog: het format van de playoffs in de eerste ronde.

Ik schreef het al vaker: als je je product wil promoten, dan is toch wel een eerste vereiste dat het GROTE PUBLIEK dat je wil veroveren WEET dat de APOTHEOSE van het SEIZOEN aanstaande is, en de kans heeft om die in de drukke agenda´s in te plannen.

Voor zo´n vier – vorig jaar nog vijf – Nederlandse clubs is het behalen van de playoffs de grote prijs van het seizoen. Met andere woorden: die clubs spelen van eind september, begin oktober tot en met begin mei voor een plekje in de eindfase; het hoogtepunt van het seizoen.

Een ellenlang seizoen dus, en als het je dan na acht, negen maanden hard werken is gelukt om dat felbegeerde plekje te pakken, dan is dat hoogtepunt met een beetje pech 50 uur nadat het begon alweer voorbij.

En omdat de landelijke media in ieder geval het Nederlandse 5X5 basketball van de clubs zo´n beetje compleet links laten liggen, moet je dus zelf je potentiële publiek zien te bereiken. Voor wat betreft de harde kern van je fans is dat niet zo´n probleem; als die mensen niet al zelf het snoepje van het seizoen dikomlijnd in hun agenda hebben gezet, dan kan je ze nog wel bereiken via email of mond-op-mond-reclame. Maar dat zijn er voor de kleinere clubs...een paar honderd?

Om die zaal dan eindelijk eens lekker vol te krijgen – liefst uitverkocht en flink warm gemaakt voor optimale support – moet je dus andere wegen bewandelen, en dat kost tijd. Tijd die er nauwelijks is, want dit seizoen werd pas in het weekend van 9&10 mei de definitieve rangschikking bepaald en staat de eerste wedstrijd van ronde-1 al op vrijdag 15 mei gepland, de return op zondag 17 mei en de eventueel beslissende wedstrijd op dinsdag 19 mei. Dat betekent dus vier, maximaal zes dagen om een wedstrijd te organiseren en dat publiek te bereiken dat wellicht eens een keertje een wedstrijd live heeft gezien, of het wellicht op afstand volgt maar nog over de streep getrokken moet worden. Misschien snap ik het allemaal niet, maar ik denk dat dat binnenhalen van relatief nieuw publiek binnen zo´n korte tijd zo goed als onmogelijk is. Laat staan dat het je lukt om ´Buzz´ te creëren voor die echte playoff-sfeer in je zaal. Als je dan ook nog eens geen thuisvoordeel hebt, dan blijft het dus bij die ene thuiswedstrijd... Dat is geen optimale promotie van je product. Want zonder die verhitte playoff-sfeer en een liefst uitverkochte zaal, met als het even kan nog vele belangstellenden die niet aan een kaartje konden komen – wat in de Finals vaak wel het geval is – is de kans dat de media – zeker landelijk, maar ik vermoed zelfs regionaal – interesse tonen ook minimaal...

Hoe het dan volgens mij wel zou moeten?

Ik denk dat je zo´n eerste ronde niet in 50 uur, of bij een derde wedstrijd binnen maximaal 100 uur/zo´n vier dagen moet afraffelen, maar dat je meer aanlooptijd moet nemen – toch zeker een dikke week – en dat je zo´n eerste ronde over een langere tijd moet uitsmeren: meer wedstrijden en meer tijd tussen die wedstrijden. Dus minimaal een Best-of-5, en dan een schema van weekend-midweeks-weekend; dus minimaal zo´n twee weken. En dan in die totaal drie weken vol in alle kanalen blazen dat er iets moois aan zit te komen of al bezig is.

´Ja maar...´ ik hoor het de leiding en de aanhang van ´de twee toppers´ die bij playoffs met zes clubs de eerste ronde ´vrij´ zijn al zeggen: ´maar dan hebben wij drie weken geen wedstrijd, wat dat niet kost!´.

Tsja, dan moet je maar met acht clubs beginnen, of ga je maar oefenwedstrijden spelen. Die eerste ronde dient ook als reclame voor jouw club! Wedstrijden worden pas rivaliteit – en dus extra aantrekkelijk – als je publiek ook die tegenstander van haver tot gort kent. Het verschaft je tijd en dus meer kans om jouw zaal al in de halve finale uitverkocht en maximaal sfeervol te krijgen. Zelfs als je verder niets aan jouw programma verandert, kan je je tegenstander nóg beter scouten en optimaal voorbereid en uitgerust tegemoet treden, dat is ook voordeel.

´Dan duurt het seizoen véél te lang!´zal een andere tegenwerping zijn. Daar ben ik het deels wel mee eens: het reguliere seizoen duurde inderdaad veel te lang, met vele weken met slechts één wedstrijd. Ik snap best dat daar ook voordelen aan zitten, dat daar voor gekozen is, maar dan speel je dus zeven, acht maanden lang slechts bij uitzondering twee wedstrijden in een week, en dan moet je in de playoffs ineens drie keer per week aan de bak. Er is een reden waarom clubs die Europees spelen aantoonbaar voordeel hebben in de nationale playoffs; die clubs zijn daar al wel aan gewend. Een reden waarom ik het diep bedroevend vind dat slechts Donar dit seizoen Europees flink aan de bak ging. Als je jezelf serieus neemt, dan doe je Europees mee als je daar recht op hebt!

Zo zullen er nog wel meer argumenten aan te voeren zijn waarom er voor het huidige format werd gekozen. Ik ben zelf ooit ook wedstrijdsecretaris geweest, heb ook voor zaalruimte moeten zorgen – wat in Nederland een crime kan zijn – en als advocaat voor de duivel kan ik met wat moeite best nog meer nadelen van mijn voorgestelde veranderingen bedenken.

Maar die vallen wat mij betreft in het niet bij: je hebt een mooi product, dat aan de man/vrouw – het grote publiek, de media – brengen is nog geen doorslaggevend succes...dan moet je dáár je prioriteit leggen, en dus niet het hoogtepunt van het seizoen in geen tijd afraffelen.

Punt!

Voor de mensen die dit stukje wel onder ogen krijgen voor de eerste ronde voorbij is – ja, ik weet het, ik ben zelf ook rijkelijk laat. Alhoewel: het gaat natuurlijk om een verandering voor vólgend seizen!

Er is nog een reden om toch liefst vanavond al, en anders zondag, dan wel maandag, naar de zalen in Leiden, Leeuwarden, Den Helder en Zwolle te snellen!

De kans is reëel dat het de laatste gelegenheid is om twee clubs met een rijke historie vooralsnog voor het laatst in BNXT-actie te zien; zowel Den Helder Suns – een opvolging van één van de beste clubs ooit in Nederland; Den Helder speelde ooit bij de Top-6/Top-8 van Europa! – als LWD Basket – ooit finalist en was vorig seizoen nog lange tijd de hoogst geplaatste Nederlandse BNXT-club! – doen na dit seizoen een stap terug en maken volgend seizoen geen deel meer uit van de BNXT-League.

Uw laatste kans om deze clubs te zien en een waardig afscheid te bezorgen!

Aanvullend op het bovenstaande zou ik de BNXT-Bobo´s nog één extra suggestie aan de hand willen doen voor de playoffs van volgend seizoen. Aangezien er dan dus nog slechts vijf Nederlandse clubs meedoen, lijkt het voor de hand te liggen om met vier clubs playoffs te gaan spelen, wellicht met een play-in voor de nummers vier en vijf. Ik zou dringend willen adviseren om dat met minimaal zes, maar liever nog met acht clubs te doen: dus de nummers één tot en met drie van de Promotiedivisie aan de eerste ronde mee te laten doen. Ja, dan liggen grote verschillen voor de hand. Maar alle argumenten van hierboven blijven onverkort van kracht. En ooit zal het Nederlandse contingent clubs toch uitgebreid moeten worden. Met het scheppen van aansluiting kan niet vroeg genoeg begonnen worden: geef die clubs en hun publiek een extra prijs om voor te spelen, en laat ze ruiken aan het BNXT-niveau. Dat zal helpen mensen, clubs en andere benodigde partijen warm maken voor de BNXT-League. En dat is heel, HEEL HARD NODIG!

Ik heb ook nog een vraag: waarom werd er gekozen voor dezelfde speeldata in Belgie en in Nederland? Waarom niet alternerend? Er zullen niet zo heel veel mensen alles willen volgen, maar voor de echte die-hards is dat nu geen optie, terwijl het gemakkelijk zou kunnen.

Ik wens eenieder leuke, aantrekkelijke, spannende en verrassende playoffs toe.

AART DEKKER

donderdag 29 december 2022

KUDO 2004 / EVEN TERUGKIJKEN/NADENKEN OVER DE TOEKOMST VAN SPORT: 'Echte Sport' - CITAAT: "Maar die gehandicapten gaan voorop lopen!" / GROENE COLUMNIST OPHEFFER / KNIPSEL UIT DE OUDE DOOS /

Rubriek

Echte sport

Opheffer

17 september 2004 – verschenen in nr. 38  

Originele Column in het archief op Groene.nl   ---  Hier  ---

Wanneer je van sport hield en aan sport deelnam, betekende dat dat je een zeker idealisme had. Je ging uit van de gedachte dat een gezonde geest in een gezond lichaam zat. Dat Hitler zich dolgraag liet zien op de Olympische Spelen kwam voort uit die gedachte: waarschijnlijk was hij ervan overtuigd dat het blanke ras - en met name het Duitse - tot ongekend grote sportprestaties in staat zou zijn, wat tevens zou betekenen dat het blanke ras het gezondste, dus intelligentste zou zijn.

We hebben de sport zien veranderen. Sport heeft niets meer met idealisme te maken maar alles met commercialiteit. Het heeft ook niets meer met een gezond lichaam te maken. Het lichaam is een economisch product geworden - dat was het altijd al, maar via sport en dus je lichaam kun je een veelvoud verdienen. Een Engelse jongen van achttien, een voetballer, wordt verkocht voor 48 miljoen euro. Een Amerikaanse basketballer van 21 jaar brengt al gauw honderd miljoen dollar op. Het lichaam is amusement. Sport is amusement.

Nu gaan zich in de toekomst wat problemen voordoen. Ik keek naar de Paralympics die deze week zijn begonnen en zag een man met een kunstbeen. Nu was dat geen houten geval meer of iets van ijzer met pinnen, maar een schitterend geconstrueerd, computergestuurd apparaat dat feilloos de stap kon imiteren, bijna op iedere gewenste snelheid, en voortgedreven door de sporter zelf.

Mag je op de «gewone» Olympische Spelen met een kunstoor spelen? Of met een kunstoog? Als je mag honkballen met een dikke handschoen, mag je dan ook honkballen met een kunsthand? Als dat allemaal mag, mag je dan ook aan de gewone Olympische Spelen meedoen met een kunstbeen? Waarom niet, zou je zeggen. Wanneer je nu dat kunstbeen zo kunt maken dat het harder loopt dan een gewoon been, heb je dan een onrechtvaardig voordeel op een renner die bijvoorbeeld gezonde benen heeft, maar een kunstoog? Met andere woorden: wanneer ben je eigenlijk nog een gewone sporter?

Een bril mag, contactlenzen mogen ook, maar zou je ook kunstogen mogen hebben waarmee je beter kunt zien? Trouwens, wanneer houdt een mens eigenlijk op een mens te zijn? We hebben al kunstharten, kunstnieren, kunstoren die op muizen worden gekweekt - die zaken worden binnen niet al te lange tijd sterk verbeterd. Wielrenners rijden nu al met een zogenaamd «oortje» in, waarmee ze naar hun trainer kunnen luisteren. Waarom zouden voetballers niet zo’n oortje op het veld kunnen dragen? En als je bij de penaltyreeks nog je laatste invaller mag inzetten, waarom hou je dan straks niet iemand achter de hand met een fantastisch metalen kunstbeen dat schiet op dynamiet en absoluut onhoudbare schoten levert?

Denk ik nu dat in de toekomst de sport door de zogenaamde «cyborgs» gespeeld gaat worden? Die mooie samenstelling tussen mens en machine? Ik vermoed van wel.

We streven naar «zuivere» sporters, maar wat is zuiver? Raszuiver? Hoe ben je consequent in je zuiverheid? Wat mag wel en wat niet? Geen kunstbeen, maar wel een kunstarm? Of geen kunstarm, maar wel een kunstoog? Of zeg je: niets mag? Dat kan, maar de commercie heeft het voor het zeggen. Als wij een mens die voor driekwart uit machines bestaat nog een mens vinden en die mens loopt het hardst en juist dát willen we zien en juist daar willen we voor betalen, dan gaan we daarnaar kijken, en dan is dat fijne, zuivere sportieve lichaam goed voor de amateurs en kan het nooit ingezet worden om er het grote geld mee te verdienen.

Maar als dat mag, als je een kunstarm mag hebben - in de toekomst - wat weerhoudt ons, of vader Krajicek, er dan van om een tennisracket, desnoods tijdelijk, aan de arm van zijn dochter te monteren? En als je een kunstbeen mag hebben - en de techniek schrijdt voort -, waarom dan niet steeds het been van Cruijff overgezet? Of gewoon weer dat kanon dat met dynamiet schiet?

Kijk eens wat een gewone voetballer al aan kunstmatigs heeft. Hij heeft speciale schoenen, hij heeft speciale scheenbeschermers, hij heeft speciale bandages om, hij heeft speciale brillen, en speciale voetbal shirts. En kijk eens naar de zwemmers. Die hebben speciale zwempakken - hoogwaardig technisch vernuft -, speciale zwemkappen en soms speciale zwembrillen. Dat mag allemaal. Wanneer wordt een zwemmer een motorboot? De tijd is niet ver meer dat je dat nauwelijks zult kunnen zien.

Commercieel interessante sport kun je niet meer uitvoeren zonder technische hulpmiddelen. Bij de sporten waar dat wél kan, kun je je afvragen of dat wel sportieve sporten zijn. Darts is populair, maar toch echt geen sport, met die dikke bier drinkende gezelligerds. Judo is een keurige sport, maar daar kijkt niemand naar. Hockey? Hallo zeg, dat is dommig voetbal met een extra houten been.

Laatst was ik bij een vriend en we speelden op de computer voetbal. Ik vond dat net zo spannend als het EK voetbal van afgelopen zomer. Sterker, thuis droomde ik ervan. Ik overweeg de aanschaf van zo'n spelletjescomputer. Er moeten meer mensen zijn zoals ik, die zulks aardiger vinden dan de werkelijke sport. Wat betekent dat voor het voetbal? Nu doet het computerspel het spel in het veld na, maar misschien volgt het voetbal straks de computer.

Ik begon te vertellen over de Paralympics. Daar kijkt geen hond naar. We zien niet graag zieken, tenzij ze, zoals Lance Armstrong in de Tour, een ziekte overwinnen. Maar die gehandicapten gaan voorop lopen - vergeef me het woordspelige karakter van deze zin. De benen die nu nog worden gemist, worden vervangen door exemplaren die straks harder kunnen lopen dan de benen van wie ook. Tijden van acht seconden op de honderd meter liggen in het verschiet. De Olympische Spelen zijn dan veel minder belangrijk dan de Paralympics. Para gaat staan voor snelheid, vernieuwing, technische hoogstandjes. Voor Echte Sport door mensen die Echt Lijden.


zaterdag 16 november 2019

SHARTIE AART DEKKER: 'Kans op een Betere Wereld!' - / AANRADER / NRC HUMOR: Ik wil grappig(er) worden, daar is een cursus voor_Comedy Wie aan stand-upcomedy wil doen kan op les gaan. „Grappen schrijven kan je trainen.”

NRC Illustratie Lotte Dijkstra

SHARTIE AART DEKKER

De Wereld Zou er Stukken op Vooruit Gaan, vermits mensen Meer Gevoel voor Humor zouden hebben

Als meer mensen de kunst van de Echte Humor en Gepast Gebruik daarvan onder de knie zouden hebben, in plaats van vele situaties waarin meer humorloze karakters de overhand hebben...

Zou de wereld er stukken mooier kunnen worden en veel ellende voorkomen kunnen worden., zou een cursus als die obderstaand in een NRC-verhaal wordt beschreven wellicht verplichte kost voor iedereen (bijvoorbeeld op school en met trainingen op latere leeftijd) moeten zijn...lijkt me de investeringen meer dan waard!

En aangezien een mens altijd wat kan leren, en zich altijd kan blijven verbeteren

(AD)

Ik wil grappig(er) worden, daar is een cursus voor_Comedy Wie aan stand-upcomedy wil doen kan op les gaan. „Grappen schrijven kan je trainen.”


Het is april 2018 en ik sta op een podium. Een groep van tien onbekenden bekijkt me van top tot teen. „Je bent denk ik vegetariër”, „Jij eet van die vieze maar gezonde ontbijtjes met bessen enzo”, „Je houdt van cultuur”, „Je hebt een vriend maar je bent niet getrouwd”, „Je bent een renchick”, „Je woont in Hilversum ofzo.”

Ik ben totaal verbaasd, de eerste indruk die zij van mij hebben klopt bijna helemaal. ’s Ochtends maak ik inderdaad met amandelmelk en boekweitvlokken een ontbijt dat zo stevig is dat je er ook een muurtje mee zou kunnen metselen. Ik heb fanatiek aan atletiek gedaan. Dieren eet ik niet meer sinds mijn vijftiende. Trouwen ga ik niet, al woon ik al jaren samen. Ik schrijf voor de cultuurredactie van NRC. Enige fout: ik woon niet in Hilversum, wel in Heemstede. Net zo wit, net zo rijk, net zoveel mensen lid van de hockeyclub.


Het is de eerste oefening van de comedycursus van Roel C. Verburg, gitaarkomiek en stand-upcomedian bij het Amsterdamse Comedy Cafe, waar ik aan meedoe. Ik wil grappig worden, maar ja, hoe doe je dat? De cursus zit al jarenlang elk kwartaal helemaal vol. De deelnemers, onder wie verplegers, engineers en socialemediaconsultants, willen niet allemaal net als ik op het podium staan, maar wel graag leren hoe ze grappig kunnen worden. Ook veel nieuwe bekende namen in de comedyscene begonnen bij Verburg, zoals Kasper van der Laan, winnaar van de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival 2018, en Tex de Wit, schrijver bij Zondag met Lubach. Verburg: „Ik pretendeer niet dat je meteen comedian wordt met uitverkochte zalen”, zegt Verburg, „ik kan mensen niet grappig maken, alleen wel grappiger.”

De eerste oefening over de eerste indruk is belangrijk, legt hij uit. „Als iemand die heel dik is zegt ‘ik moet op dieet’, dan kunnen mensen lachen uit herkenning. Als iemand heel dun is en dat zegt , weet je dat de grap ironisch is bedoeld. Maar ik had een comedy-collega die niet heel dik was en die zei dat hij op dieet moest. Je hoorde het publiek denken: is dat zo? Huh? En dan werkt je grap dus niet.”
Toch wordt het belang van die eerste oefening veel comedians pas na veel optredens duidelijk. Mij ook. Wel meteen toepasbaar is de definitie van een grap: een doorgaans logisch maar onverwacht vervolg. Of de tip dat het belangrijkste woord in een grap altijd aan het einde van de zin moet.

Mindmappen en associëren

Verburg raadt aan om te gaan mindmappen, associaties zijn enorm belangrijk voor grappen. „Vooral voor een onderwerp dat je boeit of dat jou typeert.” Ik denk na over mijn hobby’s en weet meteen welk woord ik op mijn kladblok moet schrijven: klimaatverandering. Ik maak lijntjes met Shell, olie, CO2, smeltende ijskappen, ijsberen, gas, Groningers, Freek de Jonge. Hilarische onderwerpen voor comedy natuurlijk. 

Even daarvoor heeft Verburg een aantal woorden opgeschreven: zelfspot, vergelijking, tegenstelling, projectie, typetje, herkenning, afzeiken, de waarheid, vergroting, 1-2-3’tje, understatement: grapvormen waar je je associaties in kunt gieten. Verburg: „Als ik nu een grap wil maken, pak ik deze lijst er natuurlijk niet meer bij. Heel af en toe denk ik nog: deze grap werkt niet, moet ik de vorm veranderen? Laatst had ik een 1-2-3’tje bedacht. Ik had: sommige mensen geven fooi in een café, anderen in een restaurant en ik geef fooi in een bank. Dat werkte niet. De vergelijking die ik daarna maakte werkte ook niet. En toen dacht ik, ik moet gewoon zeggen wat het is: ik geef graag fooi aan mensen die nooit fooi krijgen, ik geef bijvoorbeeld fooi in een bank. Dat werkte wel, de gedachte zelf is al een onlogisch vervolg.”

Ik vermoed dat het dorp met meer koeien dan inwoners mij bij mijn eerste zin al kwijt was


Jasper van der Veen - Over agressie

Jasper van der Veen won dit jaar het Leids Cabaret Festival. Hij volgde niet de hele cursus bij Verburg maar wel een paar lessen: „Die brachten techniek in het warrige verhaal dat ik als beginnend comedian aan het vertellen was.” Ook Gerthein Boersma, redacteur bij Dit Was Het Nieuws en oud-schrijver bij Zondag met Lubach, kreeg les van Verburg: „Het was superfijn, maar daarna begon het echte werk.” Een van de uitdagingen voor comedians is puzzelen met de kloof, het verschil tussen de opbouw van een grap en de inkopper. Boersma: „Die kloof moet niet te klein zijn, anders is de clou niet onverwacht. Maar ook niet te groot, want dan moet het publiek zelf te grote stappen maken. En soms is het ook leuk als niet iedereen je grap begrijpt. Ik had ooit deze: ‘Roel van Velzen heeft gezegd dat het leven net is als een rollercoaster. Maar hoe weet hij dat nou?’ Vaak lachte maar de helft. Als ik in een gulle bui was legde ik uiteindelijk uit dat Van Velzen niet in achtbanen mag. Dan lachte de andere helft.”

De weken na de theorieles gaan we met z’n allen spuien, verfijnen, schrappen en voor elkaar optreden . Ik schrijf dingen op die ik opvallend vind: Groningers die koken op gas, of dat ik om milieuredenen liever niet in een vliegtuig zit en daarom mijn schoonouders uit Portugal maar hiernaartoe laat komen. Na tien weken mag ik tien minuten optreden. Het publiek lacht hard. Op dat moment weet ik één ding zeker: ik ben echt absurd grappig. 

Ik mag vaker spelen. Bijvoorbeeld begin december 2018 in een dorpscafé in Wijdenes, een dorpje vlakbij Hoorn met 1.300 inwoners. Ik begin weer voortvarend met mijn klimaatgrappen. Aan de bar zit een man met klompen aan. Hij draait zich na de eerste opmerking hoofdschuddend om. De zaal is voor de rest doodstil. Ik denk alleen maar: wat doe ik hier? Hoezo dacht ik dat ik grappig zou kunnen zijn? Waarom zit ik niet in mijn onesie thuis op de bank de herhaling van Heel Holland Bakt te kijken?

Grappig zijn is meer dan grappen schieten

Ik leerde die avond in december op een vrij pijnlijke manier: grappig zijn is meer dan grappen schieten. „Grappen schrijven is een bepaalde manier van denken en dat kan je goed trainen”, vertelt de Nederlandse hoogleraar cultuursociologie Giselinde Kuipers die sinds kort werkt aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze deed jarenlang onderzoek naar humor. „Maar grappig zijn is eigenlijk een recept waarbij je verschillende ingrediënten moet doseren. Heel belangrijk is dat een comedian de zaal goed aanvoelt. Maak verbinding en reageer op de signalen van het publiek. Je zegt eigenlijk: ik ga met jou mijn wereldbeeld delen en ik hoop dat je meegaat. Maar je moet continu checken of ze wel mee zijn.” Een grap heeft ook altijd iets grensoverschrijdends. „Het is wel zoeken naar een balans. Als je meteen losgaat, kan het publiek denken: wat is dit voor hufter? En over sommige groepen mag je hardere grappen maken dan over andere.” Waarom? Door ingrediënt nummer drie: „Humor haalt dingen omlaag. Als je grappen maakt over mensen die een zwakkere positie hebben in de maatschappij kan het publiek denken: dit vind ik niet meer grappig. Maar mensen vinden het juist wel grappig als je machthebbers uitdaagt.” Kuipers: „Ten slotte moet je iets met je uiterlijk of met je stem doen waardoor mensen begrijpen dat je niet serieus bent. Maar dat verschilt ook per opleidingsniveau van het publiek.”

Ik denk terug aan mijn avond in Wijdenes en er vallen kwartjes. Ik vermoed dat het dorp met meer koeien dan inwoners mij bij mijn eerste zin al kwijt was: „Hallo ik ben Anouk, ik ben een idealist en ik eet geen vlees.” Ik ben na die realisatie in de war, betekent dit dat ik mijn materiaal dan moet aanpassen aan het publiek? 

NRC Illustratie Lotte Dijkstra

„Nee”, zegt Van der Veen. „Comedy wordt juist interessanter als je je eigen verhaal vertelt. Ik heb een beetje idealeschoonzoonuitstraling en mijn optredens gingen daarom nooit fout, mensen moesten altijd wel lachen. Maar bij mij ging nooit het dak eraf. Ik heb nu geleerd om nog persoonlijker te worden en daarmee ook grensoverschrijdender. Dat betekent dat mensen mij soms echt niet trekken. En ja, ik moet daarom harder werken om hen voor me te winnen. Maar als dat nu lukt, lachen ze zoveel harder.” Hij schrijft zijn materiaal ook anders. „Vroeger ging ik in een café zitten, keek ik om me heen, zag een lamp hangen en dacht ik: wat zou het publiek daar grappig aan vinden? Nu denk ik: wat wil ik zeggen?”


Je eigen verhaal mengen met het beeld dat andere mensen van je krijgen, is dat wat een goede comedian doet? Ik denk na over mijn eigen persoonlijkheid. Ik ben een veel te fanatieke, dunne veganist die vrij streng is voor zichzelf en voor de mensen om zich heen. Dat moralisme vinden sommige mensen in het publiek natuurlijk superfrustrerend. Ik besluit de frustratie die ik opwek te gebruiken in mijn optreden. Het publiek lacht direct om mijn nieuwe introductie. Even denk ik weer dat ik het heb begrepen.

Maar dat kan ik wel vergeten, lacht Van der Veen. „Uiteindelijk heb ik ook weer veel losgelaten van wat mensen adviseerden: iedereen is namelijk op zijn eigen manier grappig. Als comedian moet je om beter te worden de hele tijd dingen uitproberen waar het publiek niet altijd meteen goed op reageert. En als je een aantal goede avonden hebt gehad en denkt dat je eindelijk begrijpt hoe comedy werkt, gaat het de volgende keer weer helemaal mis.”

**
1996, 's-Hertogenbosch NL
Illustrator

Opleidingen:
-Koningstheateracademie (Bachelor of Cabaret)
-Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (Bachelor of Design Illustration)

Stage:
NRC Media (Illustratie)

Lotte heeft gewerkt voor opdrachtgevers zoals o.a:
Vogelbescherming Nederland, NRC Next, NRC Handelsblad, HKU University Of The Arts Utrecht, De Helling Groenlinks, Humanities Honours, Drawing the Times, Dutch Design Week Eindhoven, Wereldwinkel, Het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Humanitas.
  • zaterdag 10 augustus 2019

    HOORT U HET OOK EENS VAN EEN ANDER / VK OPINIE LEZERSBRIEF: Ameling Algra(Docent) - 'Met opwaartse mobiliteit is het ook bij ons droevig gesteld' / NIET 'ONLY IN THE USA' / (GEEN) GELIJKHEID / /




    Breng eis voor de universiteit omhoog naar een zeven(Brief van de Dag)

    De ingezonden brieven van zaterdag 12 augustus 2017.

    Brief van de dag: met opwaartse mobiliteit is het ook bij ons droevig gesteld

    Een Nederlandse Harvard komt er niet, het past gewoon niet in de poldercontext. En dat is maar goed ook, beschrijft Marleen Stam-Gibbs (O&D, 9 augustus). Als ervaringsdeskundige ziet zij in de VS wegen afgesneden voor leerlingen die te laat inzien dat je vooral moet doen wat de school verwacht. Fijn, een systeem waarbij het op je 17de al te laat is, verzucht zij.

    Ik bestrijd dat niet, integendeel. Maar Nederland is voor Marleen kennelijk inmiddels ver weg. Hoe is het bij ons? Dramatischer. Een 13-jarige die het belang van huiswerk niet inziet, mag naar het havo. Geen topuniversiteit meer, ook geen middelmatige. 11-jarige superslimme, creatieve adhd'ers komen vaker niet dan wel op het vwo.

    Selectieve elite-universiteiten snijden wegen af. Maar dat geldt, eerder en in sterkere mate, ook voor ons selectieve schoolsysteem. Met opwaartse mobiliteit is het ook bij ons droevig gesteld. In Amerika kan een krantenjongen tenminste nog miljonair worden.

    Hij is helaas geen uitzondering, de vwo-leerling die met zesjes genoegen neemt. Sylvia Witteman kan het plastisch beschrijven, ik ken ze uit jarenlange ervaring. Lui zijn ze niet, maar waarom zou je naar zevens streven? Er zijn andere dingen die aandacht vragen. Als een volgend kabinet daar iets aan wil doen, is er een goedkopere oplossing dan een Nederlandse Harvard: integreer havo en vwo, tot en met het examen; de onderwijsprogramma's zijn al vrijwel gelijk. Stel een simpele eis. Om te slagen zijn zesjes voldoende, voor de universiteit moet je zevens halen. De havo-leerling weet dat met extra inspanning de weg naar de universiteit open kan gaan. De vwo-leerling die op het minimum mikt, vindt ineens dat een weg is afgesloten. Loon naar werken, dat stimuleert.

    Ameling Algra, Almere, was ruim veertig jaar werkzaam in het voortgezet onderwijs, als docent wiskunde, schoolleider en bij het College voor toetsen en examens.

    **

    Meer over dit thema:

    Hoe opwaartse sociale mobiliteit te bevorderen?

    'Kinderen van hoogopgeleide ouders komen er wel, het gaat mij om de rest van de kinderen', aldus hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles donderdag in de Volkskrant in een gesprek met Ianthe Sahadat.





    Zwarten in Amerika-eigen schuld, dikke bult GROOTSTE MISLUKKING VAN AMERIKAANSE DROOM KOELTJES BEKEKEN

    IN DE VERENIGDE STATEN is geen onderwerp zo beladen als de omgang van etnische groepen met elkaar. Een mijnenveld. Spreek een woord, zet een stap buiten de met rood-witte linten gemarkeerde paden en je maakt als politicus of auteur een gerede kans de lucht in te vliegen....

    Deze hypergevoeligheid voor het afwijkende heeft een logische oorzaak. Een multiraciale samenleving onder spanning is voor haar evenwicht afhankelijk van een zekere mate van consensus over de oorzaken van de ongelijkheid en over de wegen die nog te gaan zijn om meer rechtvaardigheid te bewerkstelligen. Zo komen er (soms stilzwijgend) afspraken tot stand over vorm en inhoud van het politieke discours. Het is een praktische manier om de lont uit het kruitvat te halen.

    ....................
    ................
    .......