Op @nrc Fotoserie: "Verschroeide aarde, vernielde huizen: de ravage van de natuurbranden in Europa en Noord-Afrika in beeld" https://t.co/NusK9REX44
— Aart Dekker (@AartDekker) July 30, 2026
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Op @nrc Fotoserie: "Verschroeide aarde, vernielde huizen: de ravage van de natuurbranden in Europa en Noord-Afrika in beeld" https://t.co/NusK9REX44
— Aart Dekker (@AartDekker) July 30, 2026
Waar Donald Trump in zijn eerste termijn vooral de aandacht van de Amerikanen kaapte, exporteert hij deze aanpak nu naar het wereldtoneel, het meest recent naar Groenland. Europa moet zich weerbaar tonen met een eigen veiligheidsstrategie.
Er zijn politici die de actualiteit proberen te begrijpen en politici die haar willen maken. Donald Trump behoort tot die tweede categorie, niet omdat hij bovengemiddeld geïnteresseerd is in wat er op het spel staat, maar omdat hij een feilloos instinct heeft voor wat in de politiek bepalend is geworden: aandacht. De Amerikaanse rechtsgeleerde Tim Wu beschreef in zijn boek The Attention Merchants hoe we leven in een aandachtseconomie, waarin niet kennis maar menselijke aandacht de schaarse grondstof is die wordt ontgonnen en verhandeld.
In dit licht moeten we Trumps recente dreigementen richting Groenland en Denemarken, een Navo-bondgenoot, ook zien. Dat de Amerikaanse president ‘controle’ wil over een semi-autonoom deel van Denemarken past bij het beeld dat de VS onder Trump terugkeren naar de oude politiek van invloedssferen en brute macht, als alternatief voor het systeem van regels, verdragen en bondgenootschappen dat de internationale orde vormgaf na de Tweede Wereldoorlog. Maar de internationale politiek tijdens de tweede ambtstermijn van Trump laat ook iets nieuws zien: het kapen van aandacht als strategisch wapen in de internationale politiek.
De aandacht kapen werd door de regering-Trump in de eerste termijn al ingezet in de binnenlandse politiek. Het werd door Trumps politiek adviseur Steve Bannon ooit ‘flood the zone with shit’ genoemd. Dat wil zeggen, creëer een incident dat niet genegeerd kan worden, dwing anderen tot reactie, en ga daarna direct door naar de volgende rel. Hierdoor hebben je tegenstanders geen mentale ruimte meer om een eigen strategie te ontwikkelen. Deze ‘flood the zone’-strategie wordt nu ingezet in het buitenlands beleid.
Vorige week herhaalde Donald Trump dat de Verenigde Staten Groenland ‘moeten hebben’, dat iets anders ‘onacceptabel’ zou zijn. Immers, de Navo zou er volgens Trump ‘sterker’ van worden als Groenland Amerikaans was. De Deense regering en Europese bondgenoten reageerden voorspelbaar verontwaardigd. Groenland zelf deed wat het al jaren doet wanneer Washington de verleiding niet kan weerstaan om luidop te fantaseren over annexatie: het wees erop dat Groenland zijn eigen toekomst bepaalt en niet te koop is.
Dit zijn geen losstaande provocaties, maar is onderdeel van een bredere strategie van geopolitieke clickbait: permanent het nieuws en de agenda beheersen, om zo de aandacht van andere regeringsleiders af te leiden.
Trumps politieke stijl wordt vaak omschreven als politiek theater, als een spektakel. Maar in het theater heeft een voorstelling een omlijnd script, met een begin en een einde, en gaat het publiek na afloop naar huis. Trumps aandachtsstrategie lijkt meer op een vorm van reality-tv: er is geen einde, de camera blijft continu draaien, en het publiek blijft kijken omdat er altijd weer een volgende aflevering begint.
Dat is precies waarom Groenland zo’n geschikt onderwerp is. Het is strategisch belangrijk, maar ook ver genoeg weg, zodat veel mensen er weinig van weten. Daarom leent het zich om de agenda te kapen: groot genoeg voor headlines, vaag genoeg voor eindeloos commentaar. Tegelijk zaait het idee van een mogelijke annexatie paniek: het raakt de nationale veiligheid, de solidariteit tussen Navo-leden en de kwetsbaarheid van het Arctische gebied. Denemarken heeft, met hulp van andere Europese landen en zelfs Canada, inmiddels de militaire aanwezigheid in Groenland versterkt. Niet omdat men verwacht dat Amerikaanse mariniers morgen in Nuuk landen, maar omdat de combinatie van retoriek en geopolitieke druk niet zonder gevolgen kan blijven en men de kosten van een eventuele aanval wil verhogen.
Maar de kern is niet of Donald Trump werkelijk denkt dat hij Groenland gaat annexeren. De kern is dat hij er baat bij heeft dat Europeanen erover móeten praten. Oftewel de ‘flood the zone’-strategie: overspoel het debat met de zoveelste rel, zodat media en oppositie niet meer in staat zijn om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Met het gevolg dat de aandacht versnipperd raakt, mensen overbelast worden en iedereen alleen maar reageert.
Waar Trump tot nu toe vooral de Amerikaanse aandachtseconomie domineerde, exporteert hij deze aanpak nu naar het wereldtoneel: van Venezuela tot Iran, van Nigeria tot Groenland. Het gevolg is dat buitenlandse regeringsleiders niet langer alleen toeschouwers zijn, maar figuranten zijn geworden in de Trump-show.
Het gemak waarmee Europese leiders Trumps uitspraken lang wegzetten als ‘typisch Trump’ is begrijpelijk, maar inmiddels is het duidelijk dat er een strategie achter zit. Neem de inhoud van de recent gepubliceerde National Security Strategy, waarin Europa explicieter dan voorheen wordt genoemd. Europa wordt neergezet als een continent in verval, terwijl de EU wordt afgeschilderd als een ‘door de elite gedreven, antidemocratische inperking van fundamentele vrijheden’.
Het document zet ook in op een verdeel-en-heersstrategie richting Europese hoofdsteden: hoe rechtser en hoe Trump-vriendelijker Europese leiders zijn, hoe meer steun ze zouden kunnen verwachten uit Washington. Dat is een fundamentele verschuiving. Trumps buitenlandpolitiek is nu transactioneel: loyaliteit is iets wat je koopt, afdwingt of inzet als drukmiddel. In zo’n wereld zijn bondgenoten pas bondgenoten als ze nuttig en gehoorzaam zijn.
Groenland is in die logica niet alleen een eiland met een strategische ligging en grondstoffen, maar ook een machtsinstrument, bedoeld om Denemarken en Europa te laten voelen wie de agenda bepaalt. Trumps strategie produceert namelijk iets waar Europa bijzonder slecht tegen bestand is: versnippering van de eigen aandacht.
Elke crisis heeft haar eigen geografische zwaartepunt. Groenland raakt Scandinavië. Tarieven raken vooral exportlanden. Oekraïne-uitspraken raken Oost-Europa existentiëler dan Zuid-Europa. En dus reageert Europa telkens met nieuwe, ad hoc gevormde coalities van landen in de voorhoede, afhankelijk van waar de klap op dat moment het hardst aankomt.
Dat is precies het probleem. Want als elk nieuw incident telkens een nieuw Europees meningsverschil oplevert, ontstaat er geen momentum voor een gezamenlijke strategie. Europa lijkt permanent afgeleid door dit specifieke dreigement, die specifieke uitspraak of deze specifieke actie. En Donald Trump weet wat dat betekent: zolang Europa vooral bezig is met reageren, komt het niet aan strategisch denken toe.
Dit is nu precies de politieke logica van de aandachtseconomie: de prijs van het kapen van aandacht is strategische kortzichtigheid. Alles voelt acuut, waardoor niets wordt opgelost. En ondertussen raakt Europa steeds verder verwijderd van de vraag die er werkelijk toe doet: wat is onze eigen strategie? Wie Trumps chaospolitiek continu beantwoordt met verontwaardiging, wordt onderdeel van zijn script. Wat Europa nu nodig heeft is de discipline om aan een eigen veiligheidsstrategie te werken.
Europa zal daarom een tweesporenbeleid moeten voeren. Het eerste spoor is de reactie op Trumps laatste ‘stuk rood vlees’, en dit moet koel en weloverwogen gebeuren. Ja, Europa moet reageren als een Amerikaanse president dreigt met ‘acties’ tegen een lidstaat of bondgenoot. Niet omdat elke uitspraak van Trump een beleidswijziging zou moeten betekenen, maar omdat de principes die hier geraakt worden wél fundamenteel zijn: territoriale integriteit, internationaal recht en respect voor zelfbeschikking.
Maar die reactie moet niet de vorm aannemen die de Amerikaanse president uitlokt: verontwaardiging zonder gevolg, nationale solo’s of eindeloze talkshowrondes waarin Europa vooral naar zichzelf luistert. Wat nodig is, is juist het tegenovergestelde: één boodschap, één lijn en een onderling afgestemde inzet.
Het tweede spoor is om los van de dagelijkse Trump-relletjes aan een eigen Europese veiligheidsstrategie te werken. Dit is het moeilijkste spoor, omdat het geduld en vooral veel inspanning vergt. En omdat het weinig nieuwswaarde heeft. Maar het is precies wat Trumps aandachtsoorlog probeert te saboteren: dat Europa zijn eigen prioriteiten formuleert en uitvoert.
Wat betekent dat concreet? Europa heeft geen behoefte aan één groot ‘strategisch kompas’ dat na een Europese top weer in een la verdwijnt. Het heeft behoefte aan een aantal heldere speerpunten die samenhang hebben.
Welke speerpunten zijn dat? Drie terreinen liggen voor de hand: veiligheid, geo-economische weerbaarheid en politieke richting. Europa kan niet blijven doen alsof Amerikaanse binnenlandse politiek een tijdelijk ongemak is dat weer overwaait. Trump laat zien dat de VS makkelijk kunnen terugvallen op transactioneel nationalisme. Dat betekent dat Europa versneld moet investeren in defensiecapaciteit die niet bij elke verkiezing ter discussie staat: luchtverdediging, munitieproductie, cyber en logistieke infrastructuur et cetera. Dat is geen anti-Amerikaanse reflex, maar een Europese noodzaak. Een bondgenootschap werkt sowieso het best als je niet structureel afhankelijk bent van de grillen van een ander. Mochten de VS in de toekomst weer richting Europa draaien, dan is dat mooi meegenomen, maar daar kunnen we niet langer van uitgaan.
Ten tweede heeft Europa een eigen geo-economische agenda nodig om zijn eigen kwetsbare afhankelijkheden te verminderen, vooral op het gebeid van energie en tech. Dit gaat over het creëren van meer concurrentiekracht, met meer strategische handels- en industriepolitiek. Niet als protectionistische kramp, maar uit de wens van meer weerbaarheid.
Ten slotte: Europa heeft geen gebrek aan analyse, die is er in overvloed, denk aan de rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi. De zwakte is een gebrek aan besluitvaardigheid. Zolang buitenlands beleid bij elk incident terugvalt op nieuwe meningsverschillen en nationale veto’s, blijft Europa een aantrekkelijk doelwit voor druk van buiten. Minder verdeeldheid is daarbij niet alleen een mooie waarde, maar de kern van Europa’s macht. Dat vraagt om betere crisiscoördinatie, heldere communicatie en, waar nodig, coalities binnen de Europese Unie die verder durven te gaan wanneer een minderheid blijft tegenstribbelen.
Het belangrijkste inzicht uit het eerste jaar van Trump II is misschien dit: een aandachtsoorlog win je niet door mee te doen, maar door je eigen aandacht beter te organiseren. Dat vraagt dat Europese leiders ophouden elke provocatie als een op zichzelf staand incident te behandelen. De juiste reactie begint bij strategische helderheid: weten wat Europa wil, wat het moet beschermen, en welke lijn het consequent volhoudt. Het wordt tijd dat Europa het initiatief terugpakt en waar nodig zijn eigen koers vaart.
Alberto Alemanno 19 januari 2026
Lotfi El Hamidi 19 januari 2026
Rutger van der Hoeven en Casper Thomas 27
‘Zeer verrast’ was David van Weel door Trumps heffingen vanwege Europa’s verkenningsmissie in Groenland. Dat typeert de Nederlandse handelwijze sinds Trumps aantreden: de auto van mijlenver zien aankomen en alsnog als een konijn in de koplampen kijken.
Kan Nederland zich een voorstelling maken van een wereld met de Verenigde Staten als vijand? Misschien is die vraag al hopeloos achterhaald, nu de Amerikaanse president Donald Trump dreigt met importheffingen tegen acht Europese landen, waaronder Nederland. Een ‘strafmaatregel’ nadat de Europese Navo-landen aankondigden een militaire verkenningsmissie naar Groenland te sturen. Trump zinspeelt al geruime tijd op annexatie van het gebied dat tot het Deense koninkrijk behoort.
David van Weel, demissionair minister van Buitenlandse Zaken, was al weken beducht voor ‘escalatie’ vanwege Groenland. De VVD’er liet begin deze maand weten dat Nederland achter ‘onze Deense vrienden’ staat, maar liet ook herhaaldelijk weten begrip te hebben voor de ‘terechte zorgen’ van de Amerikanen. Nadat Nederland bekendmaakte twee militairen te sturen (die intussen alweer terug zijn) werd de toorn van Trump alsnog gewekt.
‘Kennisgenomen van de aankondiging van president Trump over tarieven’, noteerde Van Weel droogjes via Elon Musks verkapte pornosite X. ‘De militaire inspanningen voor oefeningen in Groenland zijn juist bedoeld om bij te dragen aan veiligheid in het Arctisch gebied’, voegde hij daaraan toe, in de tamelijk naïeve hoop dat ze in Washington nog te sensibiliseren zijn.
Van Weel had al eerder ‘kennisgenomen’ van Amerikaanse verklaringen zonder daar serieus tegenwicht aan te bieden. Kritiekloos nam hij de afgelopen periode de talking points over van de Trump-regering dat er Russische en Chinese schepen rond Groenland varen die daarmee een gevaar vormen voor de Amerikaanse veiligheid. ‘Die zijn daar niet op zoek naar dolfijntjes of oesters’, citeerde hij zijn Amerikaanse ambtsgenoot Marco Rubio. Dat Scandinavische diplomaten en militaire bronnen onder andere in de Financial Times melden dat er al jaren geen Russische of Chinese schepen in de buurt zijn gesignaleerd, werd vakkundig genegeerd.
Een dag na de aangekondigde heffingen van Trump durfde Van Weel bij WNL op Zondag opeens wel het woord ‘chantage’ in de mond te nemen, nadat andere Europese leiders al meteen lieten weten zich niet te laten chanteren en intimideren. Hij zei tegelijkertijd ‘zeer verrast’ te zijn door de actie van de Amerikaanse president. Dat laatste typeert wel de Nederlandse handelwijze sinds Trumps aantreden: de auto van mijlenver zien aankomen en alsnog als een konijn in de koplampen kijken.
De onderdanige opstelling van het demissionaire kabinet staat niet op zichzelf. Nederland behoort van oudsher tot de landen die onversneden pro-Amerikaans zijn, ongeacht de hoofdbewoner van het Witte Huis. Bewindspersonen gaan doorgaans prat op de hechte relatie met de VS en typeren zich zelfvoldaan als ‘trans-Atlanticus’. Mark Rutte noemde Nederland een aantal jaren geleden ‘misschien wel het meest trans-Atlantische land in de Europese Unie’. Twee decennia eerder, onder premier Jan Peter Balkenende, verleende Nederland ‘politieke steun’ aan de illegale Amerikaanse invasie van Irak. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer werd vervolgens weinig toevallig benoemd tot secretaris-generaal van de Navo.
Zoals Nederland zich toen als loyale bondgenoot liet meeslepen in de buitenlandse avonturen van president George Bush jr., zo laat het zich weer gewillig bespelen door autocraat Donald Trump. In een radio-interview onlangs met Sven Kockelmann stelde Van Weel dat Nederland zich nou eenmaal moet verhouden tot mogendheden die hun eigen veiligheidsbelangen vooropstellen, en ‘dat we weer in macht moeten leren denken’. De minister liet vervolgens een zeer beperkt vermogen tot machtsdenken blijken door te stellen dat ‘we’ tussen drie grootmachten kunnen kiezen – de VS, Rusland en China – en dat hij ‘elke dag van de week’ de Amerikanen prefereert, maar wel ‘graag op gelijke voet’. Europa speelt kennelijk geen rol van betekenis.
Het is overigens een valse tegenstelling geworden. In zijn herschikking van de internationale orde kiest Washington er liever voor om op ‘gelijke voet’ te rivaliseren met de Russen en Chinezen dan te investeren in de relatie met zijn oude bondgenoten. Trump gelooft niet in diplomatie en soft power maar in invloedssferen en dictaten. Wanneer hij zegt ‘spring’, wil hij alleen horen ‘hoe hoog?’.
Terwijl Nederland blijft hameren op ‘eensgezindheid’ binnen de Navo, mét de VS, creëren andere landen nieuwe speelruimte voor zichzelf. Zo haalde Canada afgelopen week de banden aan met China om de afhankelijkheid van de Amerikanen te verminderen. Dát is machtsdenken.
De ongemakkelijke maar harde waarheid: de Pax Americana is voorbij. Nederland kan niet meer leunen op de Amerikanen. Binnen het Amerikaanse imperium rest Nederland hooguit een vazalstatus. Dat besef moet kennelijk nog indalen voordat Den Haag ook maar een begin kan maken aan het afbouwen van de afhankelijkheid van de VS. Aan de volgende minister van Buitenlandse Zaken om daar serieus werk van te maken.
Catherine de Vries 19 januari 2026
LAZY NATO-SCUMBAGS pic.twitter.com/LozR0KQ61C
— Marian Kamensky (@MarianKamensky1) April 1, 2026
Rutger van der Hoeven beeld Milo
– verschenen in nr. 12
Het huidige moment in de wereldpolitiek is vele dingen tegelijk, maar één ding is het niet: saai. Terwijl twee van de machtigste mannen ter wereld hun helpers wegsturen om Europa’s vrede en veiligheid onderling te regelen, beleeft Duitsland een tweede Wende, wacht in Scheveningen de ex-president van een groot land op zijn berechting en ontvangt Frankrijk generaals uit praktisch alle westerse landen minus de VS voor een overleg dat luttele weken geleden nog nauwelijks voor te stellen was.
Zelfs Europa is niet meer saai. Het continent en zijn unie stonden decennialang garant voor glazige ogen op feestjes en diepterecords aan lezers of kijkers voor elk medium dat Europa als onderwerp naar voren schoof. Maar dat slaat in rap tempo om. Dat president Trump bezig is to make Europe great again is al bijna een cliché: zijn vijandigheid blaast de Europese samenwerking nieuw leven in en maakt haar tot een thema dat zich op de lijst politieke prioriteiten van Europese kiezers en partijen naast migratie en levensonderhoud wringt.
Natuurlijk is niet iedereen het met elkaar eens. Het internationale nieuws is zo veel, zo verwarrend en speelt op zoveel fronten tegelijk dat het huidige moment een soort Rorschachtest is. Sommigen zien een parmantig Europa met leiders die bezig zijn met ‘how can I make this about me?’, die veel declaraties en hoempapa laten uitgaan en weinig klaarspelen in een wereld die afgezien van Trumps theater in wezen weinig is veranderd. Anderen zien juist een angstig continent dat met de rug tegen de muur staat en zichzelf zelfvertrouwen probeert in te praten terwijl het onwennig stappen zet die jaren over datum zijn.
Het verwarrende is dat beide tegelijk waar zijn. Vrede in Oekraïne kan zomaar worden getekend én kan nog jaren buiten bereik blijven, de VS kunnen zich voor volledige rehabilitatie van Rusland inspannen of zwaardere sancties instellen, aan de bondgenootschappen van Nederland en andere landen is feitelijk niets veranderd en tegelijk van alles. En ondertussen krijgt Europa het vaandel toegeworpen van de democratische wereld terwijl het zich in een ‘democratische recessie’ bevindt, volgens het samenwerkingsverband van ngo’s Civil Liberties Union for Europe. Maar liefst zes EU-regeringen ‘ondermijnen opzettelijk de rechtsstaat in bijna alle opzichten’ terwijl in Servië, dat door vier ervan bijna wordt omsingeld, honderdduizenden mensen voor democratie en vrijheid demonstreren.
Wat te doen? Als de Rorschachtest uiteindelijk een keuze betekent tussen een nationaal gerichte en afzijdige koers of een Europese koers die actief op onze veiligheid is gericht, dan valt de publieke keuze duidelijk op de tweede. Vier op de vijf Europeanen willen meer Europese samenwerking op defensiegebied, volgens de Eurobarometer; twee derde wil meer gedeelde Europese uitgaven op dit terrein. Peilingen geven ook aan dat Europeanen zich naar elkaar wenden – zes op de zeven Duitsers noemden Frankrijk ‘betrouwbaar’, een op de zes vond dat van de VS.
Misschien is dat met de moed der wanhoop, maar het kan ook moeilijk anders. De publieke disciplinering van Oekraïne door de VS maakte letterlijk zichtbaar wat kwetsbaarheid in de wereld van nu kan betekenen: vernedering, afpersing en in de steek gelaten worden terwijl je wordt aangevallen, en natuurlijk dat je grondgebied over je hoofd wordt verkaveld.
En dus gaat niet alleen de Europese samenwerking een paar versnellingen hoger, maar bereiden Europese landen zich ook afzonderlijk voor op wat mogelijk is. ‘Die mooie goede vrede komt niet meer langs. De wereld is echt serieus veranderd’, zegt Onno Eichelsheim, onze hoogste militair, tegen Joost Ingen-Housz en Margreet Fogteloo. Voor hun achtergrond verhaal liepen zij tussen de stellingkasten met Nederlands rampbestrijdingsmateriaal dat na jaren van afknibbelen nu wordt opgetast, en door ruimtes die voor crisisoverleg worden gereserveerd voor als Nederland platligt.
En zo gaat het in heel Europa, een continent dat decennialang keek naar de Rorschachtest van wat er in de wereld gebeurde, en daar niet iets in las waar Europa wat aan moest doen. Dat is inderdaad verleden tijd.
Raak! Uiteindelijk levert het geslijm van Rutte natuurlijk niets op; ik vrees nog steeds voor het voortbestaan van de #NAVO @NATO op de langere termijn met deze 'leider' zonder ruggengraat... https://t.co/LXfEctaHzs
— Aart Dekker (@AartDekker) December 13, 2025
ddd
Op https://t.co/eHWhRt6oBB Fokke & Sukke; ´Done Deal in Alaska´ https://t.co/9Acfx0clNm
— Aart Dekker (@AartDekker) August 13, 2025
In Duitsland wordt in september een nieuwe linkse beweging gelanceerd die een sociale agenda combineert met een nationalistische inslag. Soortgelijke bewegingen zijn elders in Europa al een succes. En ook Nederland lijkt ontvankelijk voor dit ‘hoefijzermodel’, waarbij het rechter en het linker uiteinde van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen. (Illustratie Bas van der Schot)
*
*
Sociaaleconomisch links en cultureel rechts – het is een combinatie die op diverse flankpartijen in Europa aantrekkingskracht uitoefent. In Duitsland, Frankrijk, Engeland en Denemarken groeit de ontvankelijkheid voor een verzorgingsstaat met nationalistische trekken. Ook in Nederland is beweging.
Ariejan
Korteweg3 augustus 2018 (Originele artikel op VK.nl --- Hier ---)
Politicologen hebben voor een dergelijke ontwikkeling, waarbij de uitersten van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen, een term gemunt: het hoefijzermodel. Bij de klassieke indeling in links en rechts wordt gedaan alsof opvattingen op een continuüm staan met naar de uiteinden steeds verder toenemende tegenstellingen. Een hoefijzer voegt een tweede dimensie toe: ook de tegenstelling tussen elite – middenpartijen - en buitenstaanders – flanken – wordt zichtbaar.
De verschillen tussen links en rechts worden van oudsher zichtbaar gemaakt aan de hand van sociaaleconomische standpunten. Ruwweg: een overheid die gelijke kansen voor iedereen bevordert, versus de gedachte dat iedereen z’n eigen kansen moet creëren. Twee gebeurtenissen brachten daar verandering in. Het verdrag van Maastricht werkte euroscepsis in de hand, bij het referendum van 2005 uitgedragen door zowel SP als PVV. De linkerflank verwerpt de EU als neoliberaal project, ter rechterzijde worden juist de culturele implicaties benadrukt; Europese eenwording doet afbreuk aan de nationale identiteit en soevereiniteit.
Als gevolg van de aanslagen op het WTC en Pim Fortuyn werden vervolgens cultuur, gedeelde waarden en identiteit belangrijker in het politieke debat: wie zijn we, wat vinden we belangrijk, hoe bereiken we dat? De partijen op de rechterflank ontlenen daaraan goeddeels hun bestaansrecht.
Dat de flankpartijen nog steeds volgens de klassieke links-rechts verdeling handelen, wordt bevestigd door hun stemgedrag in de Tweede Kamer; PVV en SP zitten gewoonlijk niet op één lijn. De PVV is met haar harde opstelling tegen de islam cultureel rechts, maar wordt in sociaal-economisch opzicht soms voor links versleten. Die ‘linkse’ opvattingen worden vanuit de islamkritiek beargumenteerd, met een redenering als: verzorgingshuizen voor de mensen die Nederland opbouwden, zitten nu vol met vluchtelingen. Op onderwerpen als hypotheekrenteaftrek, bijstandsfraude of schuldhulpverlening is de PVV juist klassiek rechts.
De SP is sociaaleconomisch uitgesproken links, maar haar eigen grootste tegenstander als het om vluchtelingen gaat. De oerreflex is die van een stringent migratiebeleid, omdat nieuwkomers een bedreiging zijn voor de werkgelegenheid van de achterban. Maar toen de stroom vluchtelingen in 2015 door oorlogen groeide, klonken ook andere SP-geluiden.
De strijd om het voorzitterschap tussen Sharon Gesthuizen en Ron Meyer in 2015 was ook een slag om de culturele positie van de partij. Meyer won, de SP hield vast aan een weinig ruimhartige houding jegens vluchtelingen. Op de laatste partijraad sprak SP-Kamerlid Jasper van Dijk over een ‘rechtvaardig, maar ook realistisch asielbeleid’, met een grote rol voor ‘aanmeldcentra in Noord-Afrika.’ Dat lijkt op wat de Duitse politica Wagenknecht voorstelt: ‘Armoede ter plekke bestrijden en perspectieven creëren in de thuislanden.’
In Nederland is geen SPVV in de maak, maar er is beweging op de flanken. De enige die bij de landelijke verkiezingen werk maakte van de combinatie economisch links en cultureel rechts, was het afvallige PvdA-Kamerlid Jacques Monasch. Zijn partij Nieuwe Wegen richtte zich op ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ en hoopte op ‘PVV-stemmers met het hart op de goede plek.’
Nieuwe Wegen haalde 0,14 procent. Monasch opende onlangs een kunsthandel in Brussel. De PvdA schoof sindsdien wel de door hem gewenste richting op. In juni werd met zusterpartijen uit België, Denemarken, Italië en Oostenrijk afgesproken migratie bij de bron aan te pakken, met de nadruk op opvang in eigen regio – ook de Duitse zusterpartij SPD koerst in die richting, net als de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn.
‘Dat hoefijzermodel is ooit bedacht om aan te tonen dat communisme en fascisme elkaar raken’, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn. ‘De electorale overloop tussen radicaal links en rechts is nu beperkt. Een SP-kiezer die sociaaleconomische thema’s belangrijk vindt, zal niet zomaar om culturele redenen naar de PVV overstappen, en vice versa.’ Zijn verwachting is dat in Nederland op termijn eerder een linkse partij zal sneuvelen. ‘Er is ruimte voor twee stromingen: nationalistisch conservatief links en kosmopolitisch progressief links.’
De Deense Socialdemokraterne plooiden zich al wel naar het hoefijzermodel. Ze presenteerden in februari een plan dat voorschrijft dat moslimvrouwen naar Deense normen en waarden moeten leven en grenzen stelt aan het aantal niet-westerse bewoners van achterstandswijken. Beleid dat past in het straatje van de rechts-populistische Dansk Folkeparti. Volgens peilingen zijn de sociaaldemocraten nu de grootste partij.
In Frankrijk maakte de linkerflank een vergelijkbare beweging. Jean-Luc Mélenchon, voorman van La France Insoumise, verwijt de Franse socialistische partij (PS) naïef te zijn. ‘Als die lui eenmaal hier zijn, wat wil je dan? Terugjagen de zee in? Dat kan niet. Zorg er dus voor dat ze in eigen land blijven.’ Mélenchon was een van de oorzaken van de ineenstorting van de PS, hij haalde vorig jaar 19,5 procent van de stemmen.
Linkse partijen elders in Europa zullen met argusogen volgen of Wagenknecht ook voor hen een wenkend perspectief kan ontvouwen.
Nieuws Aufstehen
In Duitsland wordt in september een nieuwe linkse beweging gelanceerd die een sociale agenda combineert met een nationalistische inslag. Soortgelijke bewegingen zijn elders in Europa al een succes. En ook Nederland lijkt ontvankelijk voor dit ‘hoefijzermodel’, waarbij het rechter en het linker uiteinde van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen.
Sterre Lindhout3 augustus 2018, 19:52
Sahra Wagenknecht en haar partij- en echtgenoot Oskar Lafontaine.Getty Images
De eerste keer dat de Duitse politica Sahra Wagenknecht (49) haar partijgenoten van Die Linke op stang joeg met haar ideeën over migratie, was in het voorjaar van 2016. ‘Wie gastrecht misbruikt, heeft het gastrecht ook verbruikt’, zei ze na de beruchte nieuwjaarsaanrandingen in Keulen, toen vers in het geheugen.
Het was een klap in het gezicht van partijgenoten die alle beperkingen van het recht op asiel als rechtse duvelstoejagerij beschouwen. Wagenknecht weigerde zich voor de opmerking te rechtvaardigen. Sterker, kritiek op de vluchtelingenpolitiek van Merkel werd het lievelingsthema van de politica die door haar onverzettelijke frons, knot en felrode mantelpakken lijkt op een samensmelting van Rosa Luxemburg en Mary Poppins.
‘Als 800 duizend immigranten naar Duitsland komen en 500 duizend zoeken een baan, versterkt dat natuurlijk de loonconcurrentie’, zei ze in mei op het partijcongres. Opnieuw oogstte ze boegeroep, maar vooral onder Oost-Duitse partijgenoten klonk nu ook applaus voor deze eigen-arbeiders-eerst-mentaliteit.
Deze Sahra Wagenknecht wil nu samen met haar partij- en echtgenoot Oskar Lafontaine (74) een nieuwe linkse beweging beginnen, die een sociale agenda combineert met een nationalistische. Het moet een thuis worden voor gedesillusioneerde politici uit de drie linkse partijen in de Bondsdag: Die Linke, de Groenen en de SPD.
‘Aufstehen’ heet de beweging waarvan de website zaterdag wordt gelanceerd; Opstaan. Over precies een maand, op 4 september, vindt de eerste bijeenkomst plaats.
De meest concrete informatie over het idee staat in een uitgelekt conceptmanifest. Het document pleit voor restauratie van de verzorgingsstaat en staat vol EU-sceptische retoriek. Tot zover alles klassiek links. ‘Opstaan’, herinnert aan ‘ontwaakt, verworpenen der aarde’, de eerste regel van de Internationale.
Nieuw is de nadruk op de nadelen van globalisering en het migratievraagstuk. In een passage over probleemwijken: ‘En dan wordt het maatschappelijke klimaat ook nog eens vergiftigd, omdat politici toekijken hoe haatpredikers van een radicale islam kinderen van vijf jaar een wereldbeeld opdringen dat integratie nagenoeg onmogelijk maakt.’ Opvallend is ook de roep om meer politie, en het streven naar ‘het behoud van culturele autonomie met respect voor traditie en identiteit.’
Wagenknecht en co. willen de stemmen terugwinnen die bij de verkiezingen in september vorig jaar verloren gingen aan de rechts-populistische AfD: 400 duizend van Die Linke en 900 duizend van de SPD. ‘Ons doel is andere politieke meerderheden en een nieuwe regering met een sociale agenda’, zei Wagenknecht vrijdag in Der Spiegel, in het enige interview dat ze over de beweging gaf. Of de Duitsers bij de volgende verkiezingen ook op ‘Opstaan’ kunnen stemmen, laat ze in het midden.
Op papier lijkt zo’n nieuwe linkse beweging in Duitsland kansrijk. De kloof tussen rijk en arm groeit, door de grote lagelonensector, een tekort aan sociale woningen en uitkeringen die niet meegroeien met de stijgende huren. De nieuwe breuklijn loopt tussen winnaars en verliezers van de globalisering, concludeerde de Bertelsmann Stiftung onlangs.
Vooral de sociaaldemocraten worden daarop aangekeken. In 1998, het jaar dat SPD’er Gerhard Schröder kanselier werd, stemde 52 procent van de Duitsers op een linkse partij. Hij versoberde de uitkeringen en dereguleerde de arbeidsmarkt. Economisch bleek het een gouden greep, electoraal een catastrofe die de partij nooit te boven kwam.
In 2017 stemde nog maar 38 procent van de Duitsers links. Van de linkse partijen wonnen alleen de Groenen wat, maar de voor Duitse begrippen ooit radicale partij heeft zich in progressief-liberale richting ontwikkeld. Het was de hoogopgeleide, kosmopolitische Groenen-achterban die in 2015 het hardst juichte voor Merkels Willkommenskultur.
Vooral tegen dit links wil de nieuwe beweging van Wagenknecht zich afzetten. Het ‘morele links’, noemt theatermaker Stegemann het in de Engelse krant The Guardian. ‘We hebben te maken met de absurde situatie dat de winnaars van het liberalisme de verliezers vertellen dat ze humaner moeten zijn.’ Stegemann haalt de oude strijdkreet van Bertolt Brecht van stal: ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.’
Met de AfD, de grootste oppositiepartij, heeft Duitsland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een grote beweging op de rechterflank. De AfD werft kiezers met teksten als ‘Vluchtelingen zijn verzorgingsstaattoeristen.’ Uit onderzoek blijkt dat vooral Oost-Duitse kiezers, die direct na de val van de muur op Die Linke of de SPD stemden, het idee hebben dat de AfD de enige partij is die voor hun sociaaleconomische belangen opkomt.
De ironie wil dat het economische gedeelte van het verkiezingsprogramma van de AfD vorig jaar liberaler was dan de leuzen deden vermoeden. Maar de partij ontdekt dat er met linkse sociale wetgeving goed te scoren valt. Zo circuleert er een voorstel voor een pensioentoelage van 180 euro per maand, alléén voor Duitse staatsburgers die minstens dertig jaar op de Duitse arbeidsmarkt actief zijn geweest.
De AfD serveert vreemdelingenhaat uit met een zekere trots. Zo ver lijkt de beweging van Wagenknecht niet te gaan, maar ze spelen in op dezelfde sentimenten bij dezelfde groep kiezers.
Veel linkse politici reageren daarom kritisch. ‘Ik zie vooral oude gezichten en hoor populistische ondertonen’, zei SPD-bestuurslid Lars Klingbeil in de Berlijnse krant de Tagesspiegel. Linke-voorzitter Katja Kipping wil dat links ‘een bastion van solidariteit met vluchtelingen’ blijft. En in een interview met de dezelfde krant vraagt ze zich af of de beweging links zal verenigen, zoals Wagenknecht suggereert, ‘of dat het toch gaat om een afsplitsing.’
De angst voor een versplintering van links voert terug naar een politiek trauma van precies een eeuw geleden. Op 9 november 1918 werden in Berlijn gelijktijdig een sociaaldemocratische en een communistische republiek uitgeroepen. Vervolgens liet de verse SPD-kanselier Friedrich Ebert de communisten neerslaan. Van dat ‘verraad’ loopt een rechtstreekse lijn naar Hitlers greep naar de macht in 1933. Een verenigde linkse beweging had dat kunnen voorkomen. Tenminste, zo wordt in Duitsland nog altijd geloofd.
<blockquote
class="twitter-tweet"><p lang="en" dir="ltr">Bruce MacKinnon
<a
href="https://twitter.com/CH_Cartoon?ref_src=twsrc%5Etfw">@CH_Cartoon</a>
<a
href="https://t.co/McX7293mQi">pic.twitter.com/McX7293mQi</a></p>—
Editorial & Political Cartoons (@EandPCartoons) <a
href="https://twitter.com/EandPCartoons/status/1895239991560937910?ref_src=twsrc%5Etfw">February
27, 2025</a></blockquote>
<script async src="https://platform.twitter.com/widgets.js"
charset="utf-8"></script>
Door herverkiezing Trump wordt EU belangrijker voor Nederland, denkt meerderheid: 'Steun uit Amerika gepasseerd station' https://t.co/UGYEFp4fC9
— Aart Dekker (@AartDekker) December 5, 2024
'We are the Champions...
— Aart Dekker (@AartDekker) August 1, 2024
we are the Champions!
Not only from The Netherlands,
but also from Europe...
We are the Champions...
we are the Champions!' https://t.co/tWyoVMdAU9
Er is geen partij waar je alles van je gading zult vinden. Dus al ben het niet op elk punt eens met de @SPnl wbt oplossingen, wel met al deze doelstellingen; omdat de SP consistent is&omdat ik vertrouwen heb in @jimmydijk en zijn mensen gaat mijn stem deze keer weer naar de SP. https://t.co/lW62UeO72T
— Aart Dekker (@AartDekker) June 1, 2024
Allereerst de slogan; geldt altijd voor iedereen die in een democratie die kans krijgt om te gaan stemmen: gewoon doen!
Traditioneel blinkt de SP uit in het maken van Verkiezingsmateriaal, vaak spectaculaire spots met goede muziek eronder.
Blijkbaar is zelfs de geldkist van de SP niet onuitputtelijk, want dit spotje lijkt me niet erg duur om te maken.
Toch...dit spotje zegt alles wat het zeggen moet, is kort en krachtig; petje af!
8 mei 2024
#jeugdjournaal #songfestival #zweden Het Songfestival is nu écht begonnen. Gisteravond was de eerste halve finale. Dit jaar is de beroemde liedjes-wedstrijd in Zweden, in de stad Malmö. In dat land is het Songfestival heel populair. Zweedse kinderen krijgen deze week speciale Songfestival-muzieklessen. #jeugdjournaal #songfestival #zweden Vragen, tips of ideeën? Stuur ons een e-mail op jeugdjournaal@nos.nl
Goed nog een paar uurtjes te gaan en dan weten we – wat meer uit eigen waarneming hoe Joost Klein scoorde in de halve finale van het Eurovisie Song Festival.
Moeten we natuurlijk wel nog even de Israëlische bijdrage voorbij...ik zeg dat niet vanwege die bijdrage, of vanwege mijn mening of ze wel of niet zou mogen deelnemen, maar slechts vanuit het feit dat er wel heel erg veel speelt rond dit ooit zo onschuldige liedjesfestijn, en aangezien Israël kort voor Klein aan de beurt is...er kan nog veel geburen dat de stemming en sfeer beïnvloedt...
Ooit – we praten vroege jaren ´90 – bracht ik in een voor mij nogal moeilijke tijd een lange vakantie door in winters Finland/Lapland. Het was niet mijn eerste keer daar, maar wel een periode waarin ik wel met heel veel verschillende Finnen in aanraking kwam. En met enige regelmaat werd mij verteld: `Wij Finnen zijn zo jaloers op jullie Nederlanders!´ Het bleek dan te gaan om de veronderstelde tegenstelling die er zou bestaan tussen ´de Nederlander´en ´de Fin´. Het beeld daar van ons bleek in aanzienlijke mate gebaseerd te zijn op twee soorten feest; (toen nog) Koninginnedag – waarvan de meest feestelijke beelden in Finland regelmatig in het TV-Journaal werden vertoond – en Oranje Voetbalfeesten... Er werd ook altijd bij verteld: ´Wij Finnen zijn zo introvert en verlegen; wij kunnen dat niet, zo feesten!´
Tijden veranderen, en ik kan nu uit eigen ervaring vertellen dat ik – als rechtgeaarte Basketball-liefhebber – juist de Finnen benijd vanwege de manier waarop zij de sporten waar ze goed in zijn weten te beleven en vieren; een tijdelijk dorp opzetten voor een week, minimaal 3000km van huis
zodat hele families de Nationale Ploeg kunnen supporten en met duizenden landgenoten Basketball vieren? In Nederland Niet! Maar de Finnen doen dat dus ´gewoon´ wel. Rond de Nationale Finse IJshockeyploeg waren taferelen die ´ons´ voetbal naar de kroon steken of zelfs ver voorbij gingen al veel eerder te zien...
Toch, we zien het ook nu weer rond Joost Klein, ´wij Nederlanders´ kunnen best wel wat, als het gaat om iets bijzonders neerzetten en daar dan massaal achter gaan staan. En als het om muziek en cultuur gaat heeft ons kleine landje echt wel veel te bieden. En dat dan ondanks de – – financiële en andersoortige - moordaanslagen die vanuit rechts – de VVD voorop; remember Halbe Zijlstra! – regelmatig op ´de cultuur` en alles wat publiek is worden gepleegd.
En dan nu naar Joost Klein. Ik weet niet of hij ´te vroeg heeft gepiekt´, afgaande op het feiten dat de eerste azijnzeikers zich alweer in talkshows hebben laten horen, en de bookmakers hem laten zakken op hun lijstjes...het zou kunnen...
Ik had – voor Joost Klein als deelnemer met zijn liedje werd gepresenteerd – nog nooit bewust van hem gehoord. nog nooit van hem gehoord, maar neef Friesland kende hem al lang, en was enthousiast. Toen ik het liedje voor het ESF twee, misschien driemaal had gehoord dacht ik: ´Misschien is dit – in deze humorloze, deprimerende tijden – wel wat Nederland, Europa (en de wereld) nu erg goed kunnen gebruiken; dit liedje kan gaan winnen en echt iets teweeg brengen, zeker zo vlak voor de Europese Verkiezingen.´
Wat een energie en vrolijkheid! Wat een stelletje creatieve mafkezen!!
Hoe meer ik ervan zag, hoe meer het bleef hangen en hoe mijn sympathie voor deze jonge gasten toenam.
Europa-Pa; wat Nederland in essentie is, en nu het meest nodig heeft...is NIET meer, Meer, MEER Wilders, maar wel meer van dit soort creatieve, energieke, en vrolijke uitbarstingen. En meer Europa natuurlijk, want hoe simpel het ook lijkt, er is echt wel over nagedacht.
Nederland bestaat WEL! Maar...Limburg is Nederland, Brabant is Nederland, Zeeland is Nederland, de Randstad is Nederland, de Kop van NH is Nederland, Flevoland, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen zijn allemaal Nederland en – de komende paar dagen – en wie weet, hoeveel langer daarna nog – is natuurlijk Friesland het brandende Hart van Nederland (en dat dan zonder dat er een Elfstedentocht is)! Hoe mooi zou het zijn als Klein zou winnen, en er volgend jaar een ESF in Leeuwarden zou worden georganiseerd!
Om alle problemen het hoofd te kunnen bieden, draait het om: Creativiteit, Positiviteit, Vriendschap
Samenwerking, Empathie, Optimisme, Menselijkheid, Multiculturaliteit & Multitaligheid, Jeugd, Enthousiasme, Durf, Muziek en Cultuur. En vast nog wel enkele zaken meer, maar dit lijstje lijkt me een aardig begin, en deze gasten hebben veel van het bovenstaande rijtje in hun mars.
Daarom zeg ik: maak deze jongen, deze enthousiaste vriendenclub Speciaal Ambassadeur van Nederland en de EU, en laat het met deze aanstekelijke energie ons land, Europa en een mooie toekomst promoten!
Dat geeft vele malen meer boost aan Volk en Vaderland, in een sterker Europa in deze tumultueuze tijden, dan NOG MEER Wilders, of Mark Rutte als nieuwe voorman van de NAVO...
Daarom; kijk, duim, organiseer wellicht zaterdag een watch-party met familie, vrienden en bekenden. Bouw een feestje en breng het enthousiasme van deze gasten over op anderen, in de hoop dat we dan dadelijk een verrassend positieve golf door land en continent zullen zien gaan, in plaats van de vele negatieve spiralen en nieuwe bruine bewegingen die Europa overspoel...
Ik (heb weer een beetje) Hoop!
Kan je heel lang op wachten denk ik! ´De Randstad´ als iets om je mee te identificeren bestaat namelijk niet...alleen om je tegen af te zetten, dat dan weer wel... Dus ik wacht op de #katwijk versie...! https://t.co/7jwDyDnBu3
— Aart Dekker (@AartDekker) May 9, 2024
Vergelijk het met een constellatie in het gesternte boven ons, waarbij een bepaalde opstelling tussen de hemellichamen of een langdurige zonsverduistering zeer zelden voorkomt. Zo ziet de electorale wereldkaart eruit in 2024: nooit eerder werden er in een jaar in zoveel landen verkiezingen gehouden, nooit eerder mochten er wereldwijd zoveel mensen naar de stembus. Meer dan vijftig landen in totaal die samen meer dan de helft van de wereldbevolking omvatten. Als stemmen inderdaad het feest van de democratie is, staan we aan het begin van een waanzinnig jubeljaar.
Was het maar zo’n feest. Het worden twaalf maanden waarin het erop of eronder is voor de democratie. ‘The year of voting dangerously’, zo noemde de geopolitiek commentator Bruno Maçaes het in The New Statesman.
Wat vooral in de waagschaal ligt is het type liberale democratie zoals dat in grote delen van het Westen voeten aan de grond kreeg: met een sterke scheiding der machten, de garantie dat electorale verliezers plaatsmaken voor de winnaars en waar de pers de macht in de gaten houdt en het publiek voorziet van feiten en behulpzame duiding. Er zijn nog meer kenmerken aan te wijzen: een electoraal stelsel dat niet al te veel verziekt is door de invloed van geld, waar politieke functionarissen dienaar zijn in plaats van kruisvaarder of borstklopper. Een politieke cultuur waar ideeën, oplossingen en toekomstvisie niet worden bedolven onder een dikke laag identitaire drek en vijanddenken. ‘Gewoon, normale democratie’, ben je haast geneigd te denken. Het punt is dat die variant al lang niet meer de norm is.
Dat bleek bijvoorbeeld in Bangladesh, het land dat ‘the year of the vote’ mocht aftrappen. ‘Ik doe mijn best om te zorgen dat democratie in dit land kan voortbestaan’, zei premier Sheikh Hasina toen ze haar stem uitbracht. Ze won een vierde opeenvolgende ambtstermijn, logisch gezien het feit dat grote delen van de oppositie gevangen zijn gezet en de opkomst bedroevend laag was.
De hekkensluiter van 2024 is meteen ook de grote klapper. In november wordt duidelijk of een nieuwe termijn in het Witte Huis erin zit voor Trump. De opmaat naar verkiezingsdag zal bestaan uit een opstapeling van waarschuwingen dat nóg een keer Trump als president het einde van de democratie in Amerika zoals we die kennen betekent. Die waarschuwing is niet van de lucht. Trumps belofte ‘geen dictator’ te zullen zijn, onderstreept alleen maar hoezeer de Verenigde Staten zijn afgedreven van hun normale democratische modus.
Tussendoor zijn er nog andere betekenisvolle verkiezingen, in het bijzonder in Indonesië (in februari) en India (in april-mei). De stembusgang daar is vooral betekenisvol ook vanwege het aandeel van deze twee landen in het vormen van het mondiale aangezicht van de democratie. Beide voldoen wellicht niet aan alle westerse maatstaven, maar evenmin zijn het schijn-democratieën. De volkswil klinkt behoorlijk zuiver door in de uitslagen zoals die nu voorspeld worden. Het roept de vraag op waar en door wie eigenlijk wordt bepaald wat dat is, democratie?
Rusland, waar in maart ook presidentsverkiezingen zijn, grijpt deze vraag aan voor cynisch opportunisme. Ongetwijfeld krijgen de Kremlin-spindoctors het voor elkaar om juist de Russische variant met enkel Poetin als mogelijke uitslag als de ware invulling van democratie te presenteren. Opmerkelijk is hier niet de platheid van de leugens, maar de behoefte van een autocraat om toch de rituele stappen van een verkiezing te zetten.
Zo bezien is democratie enkel als woord met een rudimentaire betekenis dominant geworden in de wereld. Iedereen wil democratie en verkiezingen, de grote discussie gaat over de invulling en geen enkel land of machtsblok heeft nog het overwicht in de definitiestrijd. 2024 is daarmee het jaar dat het Babylon blootlegt: verwikkeld in dezelfde onderneming, spreekt iedereen inmiddels een andere taal.
Och, en dan is er nog Nederland. Daar buigen liberalen zich samen met een politieke nieuwkomer die zegt te leven voor rechtsstatelijkheid over wat het betekent als iemand zijn plannen tot grondwetsschendingen ‘in de ijskast zet’. Wilders’ alleenheerschappij binnen de eigen ‘partij’ en zijn strafrechtelijke veroordeling blijken geen reden voor de VVD en NSC om te passen voor samenwerking. In Nederland is 2024 al in 2023 begonnen. Waren we toch weer eventjes gidsland.
Marijn Kruk 7 september 2022

De Europese verkiezingen komen dichterbij en de verkiezingsprogramma’s beginnen langzaam vorm te krijgen. Hoe democratisch is de EU volgens de SP? En wat vindt de partij van de klimaatwetgeving en de aanpak van de migratie?
5 februari 2024 Yves Lacroix (Deze samenvatting is overgenomen van --- Hier ---)
De belangen van het kapitaal domineren de Europese Unie. Dat stelt de Socialistische Partij (SP) in haar concept-verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen: ‘Samen voor de werkende klasse’. Volgens de socialisten bevordert het kapitalisme de uitbuiting van mensen. Het zorgt voor een tweedeling in de samenleving en de vervuiling van het milieu.
En hoewel de SP internationale samenwerking belangrijk vindt, is daar geen Europese integratie voor nodig. De SP wil de macht van de EU aan banden leggen en de soevereiniteit van de landen behouden.
Partijen als Volt of D66 willen een wijziging van de EU-verdragen om de EU meer macht te geven. Maar de SP wil een nieuw Europees verdrag om juist de zelfstandigheid van lidstaten te versterken. De verdragen van Maastricht (1993) en in Lissabon (2009) bepalen hoe de EU werkt. Als het aan de SP ligt, gaat er een streep door heel wat zaken.
De socialisten willen bijvoorbeeld dat de besluitvorming in Brussel transparanter wordt. Het is vaak moeilijk te achterhalen hoe de EU-ministers in raadsvergaderingen gestemd hebben. Daar moet een einde aan komen. Ook moeten de documenten openbaar worden. En in plaats van het Europees Comité van de Regio’s, de spreekbuis van regio’s en steden in de EU, wil de SP een volksraadpleging.
De SP wil ook de Europese Commissie afschaffen. In plaats daarvan moet het Europees Parlement meer macht krijgen. De nationale parlementariërs, in Nederland dus Tweede Kamerleden, krijgen de mogelijkheid tot een dubbelmandaat. Op die manier staan burgers dichter bij besluiten in Brussel.
Dat de EU iets kan doen aan de opwarming van de aarde, ontkent de SP niet. Toch uit de partij kritiek op de Europese Green deal, een pakket aan wetgeving dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet maken. De Green Deal steunt immers de belangen van de industrie en grote multinationals. Deze klimaatwetten houden geen rekening met de gewone burger, stelt de SP.
De partij wil zich ontfermen over de gewone Nederlander, die hard getroffen werd door de stijging van energieprijzen. Het allemaal maar overlaten aan de markt, vindt de SP geen goed idee. Door de energie-unie, waarin de concurrentie tussen energiebedrijven aangemoedigd wordt, zijn Nederlandse energiebedrijven geprivatiseerd. De democratische invloed op hun beleid is dus weggevallen, aldus de partij. De SP wil daarom een einde maken aan de energie-unie en lidstaten de kans geven energie publiek te maken.
EU-burgers die in een andere EU-lidstaat willen werken, moeten weer een werkvergunning krijgen. De SP ziet problemen in het vrije verkeer binnen de Schengenzone. Door ongecontroleerde arbeidsmigratie, stelt de SP, worden werknemers uitgebuit en staan publieke voorzieningen zoals huisvesting onder druk. Jaarlijks moet er volgens de SP dan een vast aantal werkvergunningen beschikbaar zijn.
En vluchtelingen moeten vooral buiten de EU opgevangen worden. Bij voorkeur in de regio. Migratie-deals zijn daarom mogelijk, zolang de opvang op een menswaardige manier gebeurt. Landen in de buurt van conflictgebieden worden daarbij geholpen. De SP is het overigens niet eens met de recent afgesloten Tunesiëdeal. Die deal beantwoordt niet aan de voorwaarden volgens de partij.
Verder moeten vluchtelingen sneller weten of ze kans maken op asiel. Men moet ze sneller terugsturen, wanneer die kans er niet is. Landen die niet meewerken aan de terugkeer moeten sancties opgelegd krijgen, zegt de partij.
https://www.groene.nl/artikel/mathieu-laurent-leon-segers-27-januari-1976-16-december-2023
Zijn aanhoudende intellectuele honger hield Mathieu Laurent Leon Segers nieuwsgierig. In zijn columns en essays voor De Groene, met verwijzingen naar literatuur, kunst, filosofie, politiek, geschiedenis en grote ideeën, wist hij altijd ‘een laag dieper’ te gaan. Een onvergelijkbaar intellectueel, en de beste buitenlandcolumnist van Nederland.
17 december 2023
Mei 2023, in een foyer van het Internationaal Theater Amsterdam, een paar honderd mensen, geroezemoes en beweging, felle podiumlichten. Het is het lustrumfeest van De Groene Amsterdammer en Mathieu Segers, op dat moment al tweeënhalf jaar ernstig ziek, zit klaar voor een live-podcast. Het is een beetje losjes en chaotisch, maar daar is dan de eerste vraag en Mathieu Segers is weg: over de stand van het intellectuele debat in Nederland, Europese idealen, The Twenty Years Crisis van E.H. Carr, dat realisme niet zonder idealisme kan en vice versa, er komt een historische vergelijking, een persoonlijke anecdote over de recente Veiligheidsconferentie van München. Het gaat over wereldwijde normatieve agenda’s, The Four Freedoms van Roosevelt, de Praagse rede van Olaf Scholz – allemaal kraakhelder uitgesproken, in hoog tempo, zonder één hapering. Als een volbloed racepaard dat geen opwarmrondes nodig heeft en recht vanuit de stal in twee passen op topsnelheid ligt.
Het was altijd weer verbazend om te zien, en Mathieu Segers deed het overal: in televisie-interviews, radiostudio’s, in collegezalen en bij conferenties. Of over een biertje of lunch, als het gesprek richting grote onderwerpen dreef. De enige keer dat ik daarover zenuwen bij hem zag was vooraf aan zijn oratie, in de Sint-Jan waar de Universiteit Maastricht naartoe uitgeweken was vanwege de grote belangstelling. Toen hij werd ingeleid, haalde hij een paar keer diep adem en focuste zoals een voetballer voor een strafschop. En daarna een uur lang een foutloos, strak verhaal, met verwijzingen naar literatuur, kunst, filosofie, politiek, geschiedenis en grote ideeën.
Het was niet zo dat Mathieu Segers daar niets voor hoefde te doen. Over de bekendste buitenlandcolumnist die Nederland ooit had, de deftige patriciër J.F. Heldring, zei een bevriende journalist me eens dat Heldring ‘de enige columnist was die zijn leven lang door bleef leren via zijn columns’. Dat was heel bijzonder, zei deze collega, omdat je als lezer meelas hoe Heldring zichzelf informeerde, en zijn wereldbeeld bijschaafde aan wat hij las. Je las geen columns van iemand die deed alsof hij alles wist, maar van iemand die veel wist, en nieuwsgierig bleef naar meer. Een rake observatie, wat mij betreft. Maar Nederland zou precies zo’n columnist opnieuw krijgen – niet een deftige patriciër, wel een lerende schrijver die voor zichzelf de lat intellectueel zeer hoog legde en gedreven was om zijn eigen standaard te halen.
Dat vereiste regelmatig doorzettingsvermogen bekende hij, om op vakantie het volgende Tsjechische of Franse meesterwerk te verteren, of (liefst in oorspronkelijke taal) niet alleen de nieuwsberichten maar de toespraken te lezen van belangrijke leiders en denkers. En het vereiste eigen denkwerk om het op orde en op papier (of in volzinnen op radio en tv) te krijgen. Dat deed hij graag rennend (later wandelend) rondom Maastricht, maar anders wanneer het maar uitkwam. ‘De fijnste tijd is die als je onverwacht moet wachten’, zei hij eens toen ik sorry-zeggend bij zijn tafel aanschoof. ‘Het zijn de puurste gegeven momenten, omdat je ze niet alvast hebt ingepland, en kunt meegaan met wat je ziet of in je hoofd invalt.’
Zulke bespiegelingen hadden natuurlijk te maken met de ziekte die eind 2020 bij hem werd vastgesteld. Maar ook als kind had Mathieu al eens een ernstige buikaandoening overleefd. In Maastricht, waar hij opgroeide in een nu zeer gegentrificeerde wijk, droomde Mathieu van profvoetballer worden en waar hij uiteindelijk terugkeerde (Maastricht was erop gebrand een local aan te stellen als hoogleraar aan zijn University College) na een snelle academische carrière via Nijmegen, Utrecht en de WRR. In Utrecht leerden we elkaar kennen als docenten en hadden meteen een klik en een gedeeld gevoel voor humor, pratend langs de Drift over over lesgeven, de binnenwereld van de universiteit, en over onze verwondering dat er zo weinig mensen van onze generatie op de universiteit rondliepen. Het liep uit op een essay over de jaren negentig, en een boek dat er nooit kwam.
Die persoonlijke link hielp toen De Groene hem, voor hij grote bekendheid kreeg, vroeg als columnist. , Hij twijfelde: niet omdat hij het niet wilde, maar omdat hij zoveel andere dingen die hij al deed óók wilde blijven doen. Maar hij deed het toch, en deed uiteindelijk nog veel meer: hij had een ontstellende productie en een aanhoudende intellectuele honger.
Hij vertelde me eens over het denkwerk dat aan het daadwerkelijke schrijven van zijn columns voorafging – om te bedenken wat hij nou eigenlijk wilde zeggen, wat hij precíes wilde zeggen. Aan zijn columns zag je dat denkwerk af. De makkelijkste columns om te lezen waren het niet, want om ze goed te begrijpen, moest je ook denkwerk in het lezen stoppen. Een typische Mathieu Segers-column begon met een simpele observatie over nieuws in de voorbije week. Of een citaat. Of een pijnlijk rake, ingekookte observatie zoals: ‘In de internationale politiek geldt: niet handelen is ook handelen.’ Of: ‘Leidende experts van de geopolitiek hebben één ding gemeen: grote veranderingen in de wereldverhoudingen zien ze niet aankomen.’
Na dit begin volgden enkele alinea’s met een beschrijving van een mondiale, Europese, of Nederlandse kwestie. Soms was die beschrijving maar een paar zinnen lang. En soms was die beschrijving er helemaal niet en dook de column head first Mathieu’s kenmerkende bezigheid in: de filosofisch angehauchte politieke bespiegeling. ‘Een laag dieper gaan’, noemde hij dat. Die bespiegeling was vaak aan de hand van een indrukwekkend hoogtepunt van de Europese literatuur. Soms aan de hand van essays, opiniestukken en onderzoeksjournalistiek. Soms van een historicus, econoom of filosoof. Soms zelfs van een filosoferende historicus-econoom – ik denk dat weinig lezers van De Groene de naam Tommaso Padoa-Schioppa of zijn lezing uit 2005 al ergens anders waren tegengekomen.
Vrijblijvende niemendalletjes waren het nooit. Mathieu Segers-columns gingen over een belangrijke zaak en waren regelmatig streng en niet vrolijk. Het tegenovergestelde van zijn karakter, eigenlijk, want hij was bijzonder goed gezelschap om mee te lachen en praten, even graag over Thomas Mann als over voetbal of muziek (liefst jaren negentig-hiphop). Maar hij maakte zich duidelijk zorgen over de toekomst van Europa en Europa’s burgers, en daar waar hij dat niet deed, vond hij niet dat politici zich op hun succes mochten voorstaan. Schaamte over dat wat níet goed was gegaan, en schaamte over wie achtergelaten werd terwijl anderen zichzelf fêteerden en feliciteerden, overtroefden dat altijd.
In de stukken van Mathieu Segers zat altijd geschiedenis om van te leren. Het woord ‘geschiedenis’ dook ook voortdurend op. Als in: ‘Het land waar poëzie stuit op de harde feiten van de geschiedenis’ (Duitsland). Of: 'Hij was een vreemde geworden in zijn eigen geschiedenis’ (Mansholt). Er was woede over politieke kortzichtigheid en opportunisme van leiders die mensen schaadt. Er was solidariteit met mensen in arme wijken, die weinig mogelijkheden hebben om de richting van beleid te beïnvloeden, en weinig kansen om die voldoende te doorgronden. Dat sentiment onderlag ook Mathieu Segers’ meest gelezen stukken voor De Groene Amsterdammer: de wijd gelezen essays over (het land van) Mark Rutte. Juist omdat die essays verder gingen dan ergernis ‘weglachen’, zoveel lagen dieper, boden ze Nederlanders zoveel inzicht.
En in de artikelen, columns en podcasts van Mathieu Segers zat vaak literatuur, niet alleen in verwijzingen maar ook in taalgebruik zelf. Over ‘de grande belleza van de bezittende klasse’, ‘dingen die zinderen aan de oppervlakte’. In volzinnen zoals deze: ‘In Oekraïne weet men echter ook dat de Europese beschaving, mede via de EU, tegen dit alles een tegenwicht heeft weten te ontwikkelen, waarin het draait om begrenzing van scepsis en universalistische idealen, overwinningen op lethargie en glorie via bindende daden van verzoening en ruimte voor verschil, in de wetenschap dat er voor het lot der mensheid geen blijvende oplossing bestaat.
Een onvergelijkbaar intellectueel, en de beste buitenlandcolumnist van Nederland.
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .