Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Lilian Marijnissen & Pieter Omtzigt in debat over bestaanszekerheid en het neoliberalisme
Pieter
Omtzigt en Lilian Marijnissen gaan onder leiding van journalist Leon
Verdonschot in debat. Bij het aanpakken van het toeslagenschandaal
trokken de partijen samen op. Waar willen ze samenwerken en waar zitten
de verschillen?
Pieter is idd héél goed, en dan trapt 'ie nog op weinig teentjes ook (zoals ik onbedoeld nog wel eens doe) en gaat hij er al helemaal nooit met twee gestrekte benen in (zoals jij de laatste tijd best vaak)! (Maar ik vind jou ook soms/vaak best wel aardig bezig hoor..) 🧐😂😜🤣 https://t.co/lcc4rJpdzp
Het is @pieterderks duidelijk geworden: Nederlanders houden niet van politiek. "We zijn een nuchter volk. Wij stemmen waarschijnlijk gewoon weer op de neoliberale kapitaaldrammers die hun radicalisme het best weten te verstoppen", zegt hij op @NPORadio1.
En TOCH is politiek zo BELANGRIJK voor zo'n beetje IEDEREEN, dus is het zo JAMMER dan zo weinig mensen er de aandacht in stoppen..! Ik postte daar onlangs dit verhaal --- Hier --- over ....
Wat zeg je tegen iemand die klimaatverandering domweg ontkent? Wat
zeg je tegen iemand die gelooft in een elite van kwaadaardige reptielen?
Ik kan ongelijk hebben en jij gelijk?
–
verschenen innr. 46 Origine post op Groene.nl --- Hier ---
‘We zitten op de snelweg naar de klimaathel, met de voet op
het gaspedaal.’ De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António
Guterres, wond er geen doekjes om in zijn openingstoespraak bij de
klimaattop in Egypte. Toch zijn de verwachtingen rondom de top niet
bijzonder hooggespannen. De oorlog in Oekraïne en de energiecrisis
hebben het klimaat van het podium gestoten. Ondertussen bereikte de
wereldwijde CO2-uitstoot vorig jaar een nieuw record. Om de opwarming te
beperken tot twee graden is er tot 2030 maar liefst dertig procent meer
reductie nodig, meldt het laatste Emissions Gap-rapport: ‘Enkel een
urgente systeemtransformatie kan een klimaatramp voorkomen.’
De situatie is dus ronduit zorgwekkend. Maar opvallend genoeg komt
het debat daarover enkel op gang als klimaatactivisten zich aan tafels
vastlijmen of nationale cultuurschatten besmeuren. En dan gaat het debat
alsnog vooral over de legitimiteit van die acties zélf. Mark Thiessen,
de gewezen digitale campagneleider van de vvd, vroeg zich af wat er zou gebeuren als iedereen zich zo zou gedragen. ‘Het gevoel dat er een existentiële dreiging
is die bestreden moet worden leeft niet alleen bij klimaatactivisten.
Dat leeft ook bij complotactivisten’, schreef hij op Twitter. Wordt zo
niet de deur opengezet naar steeds radicalere acties?
Hier vond een mooie omkering plaats. Niet de existentiële bedreiging
van de klimaatcrisis is hier het belangrijkste gevaar, maar het idee an
sich dat er een existentiële bedreiging ís. Wie gelooft in een dergelijk
acuut gevaar kan namelijk overgaan tot allerlei radicale acties.
De weerzin die klimaatactivisten oproepen is intrigerend. Het verwijt
lijkt vooral te zijn dat ze een absoluut gelijk claimen (dat ze
‘drammen’), en met doemscenario’s op de proppen komen. Alsof we
eigenlijk wat meer zelfrelativering en optimisme bij de
klimaatactivisten zouden willen zien. Deze grondhouding is eigen aan de
politieke cultuur van het midden: de afkeer van de politieke flanken met
hun geharnaste overtuigingen en ondergangsprofetieën. Daartegenover
stelt het midden vanouds de twijfel, de complexiteit en de nadruk op
onzekerheid.
Een goed voorbeeld is het vlot geschreven boek van de journalist en historicus Addie Schulte, De strijd om de toekomst. Hij behandelt daarin een reeks ‘neergangstheorieën’, van migratie tot robotisering, van klimaat tot de neoliberale race to the bottom.
Zijn stelling is dat dergelijke doemscenario’s vooral een mobiliserende
functie hebben. Het schermen met apocalyptische beelden is noodzakelijk
om de achterban te overtuigen van de urgentie van het eigen program.
Vanuit dit perspectief behoort Spenglers De ondergang van het Avondland tot eenzelfde categorie als de klimaatrapporten van de Verenigde Naties.
Ook doemscenario’s behoren tot de empirische werkelijkheid
Schulte stelt onder een interview dat hij afnam bij de Canadese
journaliste en klimaatactiviste Naomi Klein dat haar boek hem deed
denken aan het apocalyptische bijbelboek Openbaringen, met zijn
plagen voor de mensheid. Klimaatactivisten beschrijft Schulte als
profeten, en ‘iedere profeet vindt dat hij te weinig gehoor krijgt’.
Daar tegenover stelt hij een ‘filosofisch pessimisme’, een geloof in
onzekerheid. ‘Wie een open toekomst wil zien, zal onzekerheid moeten
accepteren.’ Hij raadt klimaatactivisten aan om wat minder stellig en
zeker van hun zaak te zijn.
De mensen die op deze manier denken, zijn een soort omgekeerde
wappies: ze geloven op een zeer principiële manier in twijfel en nuance
en lijken te denken dat doemscenario’s niet tot de empirische
werkelijkheid behoren.
Het is een politieke grondhouding die zijn wortels heeft in het
liberalisme van de Koude Oorlog. Volgens de Oostenrijkse filosoof Karl
Popper was het bovenal het idee van de kenbaarheid van de loop van de
geschiedenis dat leidde tot een gesloten samenleving (een dictatuur).
Popper keerde zich op beroemde wijze tegen de wetmatige
geschiedenisopvatting van Hegel en Marx, en stelde dat de open
samenleving juist berustte op voortdurende twijfel en dialoog: ‘Ik kan
ongelijk hebben en jij gelijk en met enige moeite komen we misschien
samen nader tot de waarheid.’ Vanuit popperiaans perspectief is de
klimaatwetenschap een overmoedige poging om de loop van de geschiedenis
te voorzien.
De twijfel is nadien tot ideologisch principe verheven. De socioloog
Jacques van Doorn, een van de belangrijkste liberale intellectuelen in
Nederland, noemde dat de liberale redelijkheid. ‘Dat liberalen zo vaak
niet weten hoe het moet, niet zeker zijn van hun gelijk, is juist hun
verdienste. Het liberalisme heeft als voornaamste taak, zoals [Ralf]
Dahrendorf zegt, te garanderen dat meerdere antwoorden mogelijk blijven,
wetende dat het antwoord bij niemand bekend is.’
In principe lijkt me dat een genereuze intellectuele grondhouding,
maar je zult toch ergens een lijn moeten trekken. Wat zeg je tegen
iemand die klimaatverandering domweg ontkent? Wat zeg je tegen iemand
die gelooft in een elite van kwaadaardige reptielen? Ik kan ongelijk
hebben en jij gelijk? Soms is redelijkheid juist gebaat bij het
vasthouden aan een eigen visie op de werkelijkheid. Soms is het redelijk
om bepaalde waarheden met veel geestdrift uit te dragen. Je kunt geen
klimaatbeleid stoelen op relativisme.
Prachtige en schokkende boeken over
de onderklasse van Amerika
Amerika Een fotograaf en een
journalist schreven ieder een fascinerend boek over de Amerikaanse
onderklasse. Het levert een heel ander Amerika op dan we meenden te
kennen.
Een van de foto’s uit het boek Dignity van Chris
Arnade. Foto Chris Arnade
Het is me altijd onduidelijk geweest wat Hillary Clinton bedoelde
toen ze in 2016 zei dat Amerika „already great” was. Het
was vast bedoeld als opbeurende en patriottistische repliek op het
door Trump neergezette beeld van Amerika als vermorzeld land, maar
het klonk wereldvreemd, geprivilegieerd en, eerlijk gezegd,
waanzinnig.
Hoe waanzinnig bedenk ik me al bladerend door Dignity. Seeking
Respect in Back Row America van fotograaf Chris Arnade (1965).
Hij is een voormalig Wall Street-bankier die eerst uit interesse
afreist naar de zwakste buurten van Brooklyn en zich later, nadat hij
zijn baan heeft opgezegd, helemaal stort op wat hij ‘back row
America’ noemt, de onderkant van de samenleving. In
Dignity combineert hij foto’s met essayistische reportages.
Hij laat zien dat er niets ‘great’ is aan Amerika.
Niet aan de bovenkant, maar daar kom ik zo op, en zeker niet aan de
onderkant.
Het pijnlijkst zijn Arnades foto’s van door drugs vernielde
levens en gezichten. Jaarlijks overlijden ruim zestigduizend
Amerikanen aan een overdosis – mede daardoor dáált de
levensverwachting van witte Amerikanen, maar Arnade heeft zulke
cijfers niet nodig om de crisis te laten zien. Hij fotografeert de
verweesde gezichten van een gezin dat leeft uit een winkelwagen. Van
een jong stelletje dat verslagen in de camera kijkt, in de hoek
liggen bierblikjes, op de grond pleisters die het bloeden van de
naald moeten stoppen.
Wat een armoedig, vervallen land. Wie dit Amerika wil begrijpen,
schrijft hij, moet in de McDonald’s gaan zitten. Wat er nog over is
van gemeenschappen zit dáár. McDonald’s als gemeenschapscentrum
in steden waar het enige sociale verband nog ellende lijkt te zijn.
Arnade praat er met, en fotografeert, daklozen, drugsverslaafden,
tienermoeders, bingo-spelende bejaarden, enzovoort.
Dat is wat Dignity zo sterk maakt: het toont Amerika
voorbij de verhulling van massacultuur als ware het nog steeds een
ongekend rijk land, voorbij de pretenties van politici ook, voorbij
de illusies dat het land al great is – of het zomaar weer
kan worden. Om rapper Childish Gambino aan te halen: ‘This is
America’, in al haar lelijkheid en ellende.
Het is even laf als onmogelijk om politiek uit zo’n verhaal te
houden. Dit is geen boek dat de opkomst van Trump wil verklaren,
schrijft Arnade aan het begin. Maar je kunt de sociale crisis in
Amerika ook niet los zien van Trump (en van Clinton, trouwens), denk
ik.
Diagnose
De diagnose van Arnade is dat ‘back row America’ en
‘front row America’, de culturele, politieke en
economische elites, uit elkaar zijn gegroeid. De bovenkant kijkt met
afgunst naar beneden, de onderkant returns the favour.
Arnade pleit voor meer begrip tussen de twee. Maar zou ‘meer met
elkaar praten’ echt de oplossing zijn voor de dramatische
economische omstandigheden waarin mensen aan de onderkant leven? Die
hebben weinig aan goede gesprekken en alles aan een hoger
minimumloon, aan gemeenschappen die weer floreren en aan een overheid
die zich om hen bekommert.
Dat brengt me bij Amity and Prosperity. Het is vast
beroepsdeformatie, maar tijdens het lezen dacht ik steeds: hoe
fantastisch moet het als journalist zijn om een boek te schrijven
over thema’s als ‘vriendschap’ en ‘welvaart’ dat zich
afspeelt in twee gehuchten die precies zo heten? Eliza Griswold (The
New Yorker) had dat geluk en schreef een boek dat zich meet met
de beste journalistieke boeken die de laatste jaren de teloorgang van
Amerika beschreven, zoals Janesville
en The
Unwinding.
Griswold (1973) beschrijft verhalend de strijd van Stacey Haney,
een verpleegster met twee kinderen, die in een oude boerderij woont
in Amity, Pennsylvania. Rijd door staten als Pennsylvania en West
Virginia en je ziet zulke gehuchten overal. ‘Small town USA’,
romantiseert countryster
Justin Moore het: ‘everybody knows me and I know them; and
I believe that’s the way we were supposed to live’.
Evengoed is dat het Amerika van vervallen huizen en leegstaande
fabrieken die als mausolea langs de weg staan. De banen verdwenen en
daarmee de welvaart en, zou je met enige overdrijving kunnen zeggen,
de Amerikaanse droom. Maar dan!
Boren en delven
Zoals in veel van dit soort gemeenschappen lijkt fracking,
het met zware trillingen uit de aarde delven van schalieolie en -gas,
uitkomst te bieden. Stacey Haney hoort het van buurtgenoten: laat
frackingbedrijf Range boren op je land en je krijgt er goed voor
betaald. Kan ze met dat geld dan wél de eindjes aan elkaar knopen?
Wellicht, maar je wordt er ook ernstig ziek van. Plots sterven de
dieren van Haney en worden haar kinderen ziek. Het water, ontdekt ze,
is vergiftigd.
Maar wie is verantwoordelijk? Het bedrijf Range ontkent alles,
laat onderzoeken manipuleren en doet, gesteund door de overheid,
niets voor ze.
Haney besluit terug te vechten en gaat een jarenlange juridische
strijd aan om haar kinderen en haar gemeenschap te redden. Hoewel,
‘gemeenschap’; haar buren zijn minder enthousiast over haar
strijd. Zij verdienen goed geld aan de vergoedingen die de
fracking-industrie ze betaalt voor het gebruik van hun land.
Daarmee gaat het boek eigenlijk over het tegenovergestelde van
vriendschap en welvaart; om verraad en verval.
Amity and Prosperity is het verhaal van een
gecorrumpeerde overheid die zich laat leiden door de belangen van
grote bedrijven, van een economisch systeem dat zich niets aantrekt
van de ecologische en sociale schade die het veroorzaakt – het
verhaal van het moderne Amerika dus.
En dan zie je dat het Amerika dat Chris Arnade fotografeert en
beschrijft grotendeels hetzelfde is als dat van Amity and
Prosperity. Het zijn gebroken levens en gemeenschappen, in een
gebroken samenleving, in een land waarvan je je kunt afvragen of het
nog geheeld kan worden. Dat is waarom een politieke buitenstaander
die belooft het systeem op te blazen voor veel Amerikanen
aantrekkelijker is dan een kandidaat die al decennia tot de
(gecorrumpeerde) politieke klasse behoort – een klasse die kiezers
belooft de Amerikaanse droom weer tastbaar te maken, maar zich
onderwijl onderwerpt aan de wensen van het kapitaal. De kracht van
Dignity en Amity and Prosperity is dat ze precies
dat verraad laten zien.
Chris Arnade: Dignity. Seeking Respect in Back Row America.
Penguin Putnam, 304 blz. € 26,99
●●●●●
Eliza Griswold: Amity and Prosperity. One Family and the
Fracturing of America. Headline Publishing Group, 336 blz. €
25,99
Op dat punt begint Evil Geniuses van Kurt Anderson. Hij
laat zien hoe rechts zich hergroepeerde na de culturele revolutie van
de jaren zestig. Geïnspireerd door ‘kwaadaardige genieën’ als
de econoom Milton Friedman, goeroe van de privatisering, en Grover
Norquist, gangmaker van een belastingprotest dat de staat Californië
aan de bedelstaf bracht. De verkiezing van de immer montere Reagan
bezegelde de ommekeer. De Gipper slaagde erin groepen die de
dupe werden van zijn beleid, mee te nemen in zijn droom van een
‘nieuw ochtendgloren’.
De statistieken en cijfers die Andersen aandraagt, zeggen het
onverbloemd: het modale inkomen van Amerikanen is sindsdien
gestagneerd, pensioenen en ziektekostenverzekeringen zijn
geprivatiseerd, sociale mobiliteit is in Amerika vrijwel tot
stilstand gekomen, intussen werd het hoogste belastingtarief voor de
superrijken gesnoeid van 70 tot 28 procent. Voeg daarbij de
kredietcrisis die talloze Amerikanen het faillissement injoeg, en de
ellende is compleet.
Dat heeft ook geleid tot culturele
stagnatie. Amerika is volgens Andersen nu al decennia gevangen in een
nostalgische loop op televisie, in film, muziek en mode. De gevolgen
van de Reagan-revolutie (inclusief een snelle toename van obesitas,
door de liberalisering van de fastfood-markt) gaat gepaard met een
zucht naar geborgenheid in een geïdealiseerd verleden.....
.....”
*
De complete originele recensie van de boeken
- Kurt Andersen: 'Evil Geniuses. The Unmaking of America'
- Thomas Frank: 'People Without Power'
- Michael Lind: 'The New Class War. Saving Democracy from the
Metropolitan Elite'
Hoe het neoliberalisme Amerika kapot
heeft gemaakt
Populisme in de VS Drie
vooraanstaande Amerikaanse journalisten kritiseren het neoliberalisme
dat hun samenleving heeft gespleten. Het populisme dat volgde is niet
zomaar ongeciviliseerd irrationalisme.
Zijn ze allemaal opeens knetterlinks geworden, die Amerikanen?
Komen ze er nu achter dat het ‘land van onbeperkte mogelijkheden’
is gaan lijken op een bidonville, met zinken daken en diepe
scheuren in het asfalt?
Het lijkt erop, als je de nieuwe titels leest van drie
vooraanstaande Amerikaanse journalisten. Alle drie stellen ze dat het
land ten prooi is gevallen aan een neoliberalisme dat de sociale
consensus uiteen heeft doen spatten. Michael Lind, auteur van
opiniestukken en hoogleraar Publieke Zaken, spreekt van een ‘nieuwe
klassenoorlog’. Thomas Frank, bekend van zijn boek over gewezen
Democratische kiezers (What’s the Matter with Kansas?,
2004), vaart uit tegen de linkse elite die van ‘populisme’ een
scheldwoord heeft gemaakt. En Kurt Andersen, die in Fantasyland
(2017) de Amerikaanse hang naar fantasie en ‘magisch denken’
onderzocht, inventariseert de sociale kaalslag sinds de grote
privatisering en deregulering van de jaren tachtig.
Alle drie schrijven ze, in wisselende doses, een remedie voor.
Andersen pleit voor hervormingen naar Europees model, Frank wil
populisme ontdoen van zijn slechte naam, Lind zoekt naar
‘democratisch pluralisme’. En alle drie hebben ze een eigen
aanpak: Frank schreef een polemische geschiedenisles, Andersen een
brede culturele diagnose, en Lind vooral een lang opiniestuk.
Voor Nederlandse lezers zal Frank het meest verrassend zijn. In
People Without Power verzet hij zich tegen de stigmatisering
van populisme als rancuneus, rechts, racistisch of zelfs fascistisch.
Integendeel, echt Amerikaans populisme is juist links en
democratisch, meent hij, een egalitair verzet tegen de macht van
elites. Hij onderbouwt dat met een beknopte geschiedenis van de
Populistische beweging in de VS eind negentiende eeuw. Die coalitie
van arbeiders, lokale politici en progressieve intellectuelen leidde
tot de oprichting van een Volks Partij (1891) voor sociale en
economische hervormingen, bedoeld om de macht van industriële
tycoons en politieke oligarchen te breken.
Van de weeromstuit maakte die elite het populisme verdacht als een
uitbraak van ongeciviliseerd irrationalisme, een ‘opstand der
horden’. Zoals Hilary Clinton dat een eeuw later zou doen met haar
dédain voor deplorables. Thomas Frank noemt ook de
hippies-op-wielen film Easy Rider (1969), in zijn ogen ook
een toonbeeld van minachting voor het gewone, on-hippe volk. Het is
de tragiek van het Amerikaanse populisme, meent hij: een
democratische beweging die eerst werd verketterd door een rechtse
elite, daarna door een linkse. Met als resultaat dat het etiket nu is
gekaapt door revolutionair rechts, dat juist het tegendeel nastreeft
van de oorspronkelijke populisten, namelijk: maatschappelijke
ongelijkheid in stand houden en vergroten.
Het had anders kunnen lopen, meent Frank. Weliswaar kwamen de
populisten destijds niet aan de macht, hun invloed deed zich wel
sterk gelden onder progressieve presidenten als Woodrow Wilson en
Franklin D. Roosevelt. De New Deal waarmee Roosevelt in de jaren
dertig de VS uit de crisis trok, was een ‘socialistisch’
programma van overheidsinterventie dat de basis legde voor veertig
jaar sociaaleconomische stabiliteit en gelijkheid. Die werd pas weer
doorbroken in de jaren tachtig met de Reagan-revolutie, die het
funeste idee vestigde dat overheidsregulering de vijand was.
Kwaadaardige genieën
Op dat punt begint Evil Geniuses van Kurt Anderson. Hij
laat zien hoe rechts zich hergroepeerde na de culturele revolutie van
de jaren zestig. Geïnspireerd door ‘kwaadaardige genieën’ als
de econoom Milton Friedman, goeroe van de privatisering, en Grover
Norquist, gangmaker van een belastingprotest dat de staat Californië
aan de bedelstaf bracht. De verkiezing van de immer montere Reagan
bezegelde de ommekeer. De Gipper slaagde erin groepen die de
dupe werden van zijn beleid, mee te nemen in zijn droom van een
‘nieuw ochtendgloren’.
De statistieken en cijfers die Andersen aandraagt, zeggen het
onverbloemd: het modale inkomen van Amerikanen is sindsdien
gestagneerd, pensioenen en ziektekostenverzekeringen zijn
geprivatiseerd, sociale mobiliteit is in Amerika vrijwel tot
stilstand gekomen, intussen werd het hoogste belastingtarief voor de
superrijken gesnoeid van 70 tot 28 procent. Voeg daarbij de
kredietcrisis die talloze Amerikanen het faillissement injoeg, en de
ellende is compleet.
Dat heeft ook geleid tot culturele stagnatie. Amerika is volgens
Andersen nu al decennia gevangen in een nostalgische loop op
televisie, in film, muziek en mode. De gevolgen van de
Reagan-revolutie (inclusief een snelle toename van obesitas, door de
liberalisering van de fastfood-markt) gaat gepaard met een zucht naar
geborgenheid in een geïdealiseerd verleden.
Sindsdien woedt in Amerika een nieuwe ‘klassenoorlog’,
concludeert (niet-marxist) Lind in The New Class War. Ook
hij bewondert Roosevelt, en ook hij verzet zich tegen het
‘technocratische neoliberalisme’ dat ‘van bovenaf’ een
revolutie heeft ontketend. Ook hij hekelt de stigmatisering van
populistische kiezers als racisten of halve en hele nazi’s. Maar in
tegenstelling tot Frank ziet Lind geen heil in revitalisering van
links populisme; in plaats daarvan pleit hij voor ‘democratisch
pluralisme’, een begrip dat helaas mooier klinkt dat hij in dit
boek waarmaakt met slogans over machtsdeling en inspraak.
Dat deze auteurs zo nadrukkelijk stelling nemen, maakt hun boeken
stuk voor stuk prikkelend. Het heeft ook nadelen. Zo heeft Andersen
geen oog voor de keerzijde van de economische consensus die nog in de
jaren zeventig in de VS bestond, zoals overregulering en
inefficiëntie. Milton Friedman kwam niet zomaar uit de lucht vallen.
In zijn ijver om het populisme te rehabiliteren heeft Frank op zijn
beurt te weinig oog voor de duistere kanten daarvan. Hij gaat voorbij
aan het diepe racisme dat ook bij Amerikaanse vakbonden leefde, zeker
toen in de jaren twintig de ‘grote migratie’ van zwarte arbeiders
naar het Noorden op gang kwam, onder druk van aanhoudend wit geweld
en terrorisme in het Zuiden.
Marxistische organisaties
Frank hanteert dan ook een te flatteus idee van Amerikaans
populisme. Dat is democratisch en ‘onverzettelijk optimistisch’,
eerder schatplichtig aan Thomas Jefferson en aan Thomas Paine dan aan
Karl Marx. Op de keper beschouwd is dat een herformulering van het
aloude Amerikaanse zelfbeeld: altijd monter en solidair met de
toekomst.
Bovendien besteedt Frank nauwelijks aandacht aan de verhouding van
de Populisten tot expliciet marxistische organisaties in de VS. De
Amerikaanse Communistische Partij (opgericht in 1919) speelde tot de
Koude Oorlog een grote rol in arbeidsconflicten en protesten tegen
racisme en segregatie (die pasten in Sovjetpropaganda over het
kapitalisme).
Lind is kritischer over het populisme, maar ook hij is te
ongeclausuleerd in zijn lof voor oude helden. Hij prijst Woodrow
Wilson om zijn strijd tegen big business, maar vermeldt er
niet bij dat de president, een bewonderaar van de Ku Klux Klan, de
federale overheid probeerde te segregeren.
Hoe verder? Uit de boeken spreekt een hang naar het gematigde
kapitalisme en de verzorgingsarrangementen in Noordwest-Europa.
Andersen hoopt dat de pendule na vier decennia deregulering naar de
andere kant zal uitslaan. Alle drie bevestigen ze nog eens wat vier
jaren in de Trump-carrousel duidelijk hebben gemaakt: het land heeft
dringend nieuwe stabiliteit en richting nodig, wil het niet afglijden
naar de schroothoop van vergane wereldmachten.
Kurt Andersen: Evil Geniuses. The Unmaking of America.
Klikken op de Afbeelding voor het Hele Schilderij - Veel Meerzeggende Kunst over het einde van het Neo-Liberalisme op 'Softpanorama.com' en --- Hier ---:
SHARTIE AART DEKKER
In het Kader van '1 Plaatje Zegt Meer dan 1000 Woorden':
Waar Economische- & Sociale- & Klimaat- & Ecologische- en Corona-CrisissenLeiden tot (misschien wel) de Revolutie die al zo lang Nodig Is...
Over het Belang van / en de Kracht van Kunst gesproken...
Het einde van het
(modiale) Neo-Liberale Tijdperk lijkt dichterbij dan ooit – mede
'dankzij' Trump en Brexit – maar zoals wel vaker als een tijdperk
eindigt flakkert zo'n tijdgeest dan juist extra op, alsof de
benificienten van zo'n ontwikkeling dan krampachtig proberen om hem
gaande te houden.
Als er iets Mondiaal is
geworden in recente jaren, dan is het wel de Sport – met daar dan
weer in, het Fifa Voetball en het NBA-Basketball als trendsetters –
en de Sports-media, TV en nog meer Internet die grote organisaties
als die twee van eindeloos veel financiële middelen en Podium
bieden.
Dat allemaal terwijl het
overgrote gedeelte van 'de Sport' natuurlijk juist Lokaal is; 010 vs.
020 (vs. 0XX, 0YY tot en met 0ZZ & alle andere '0-nog wats' in
Nederland zijn daarvan het bewijs. Maar in het Nederlandse Basketball
ook dat hoe groot Donar Groningen in die provicie ook is, er is
weinig belangstelling voor in de rest van het land. Landstede Hammers
Zwolle Kampioen? Leuk, voor de aanhang daar in de regio – die pas
sinds kort substantieel blijkt te groeien, daar ben ik trouwens zeer
verheugd over! – maar ten Westen van de lijn Den Helder,
Amersfoort, Limburg ligt er echt helemaal niemand wakker van (en in
het meerendeel van de gebieden ten Oosten ervan trouwensook niet, en
daar word ik danaf en toe weer een beetje droevig van...) Ik vraag
mezelf zelfs af of de trage manier waarop het seizoen 2019-2020 op
gang komt niet deels ook daarin ligt, maar misschien is dat een
beetje 'diep' voor een Column (zelfs een van mij waar de limiet van
watje nog een Column mag noemen enigzsinds diffuus is...
Overigens is het voor mij
bij mijn geschrijf overduidelijk welke steden de werkelijke
Hoofdsteden (want aan een enkele Hoofdstad heb je niet genoeg; de rivaliteit van '010 vs. 020' (e.v.a.) is ook een onmisbaar onderdeel van gezonde sport/competitie) van het Nederlandse Basketball werkelijk zouden worden,
vermits er in die steden iemand bij machte zou zijn om clubs aldaar
werkelijk op Nederlands – laat staan Internationaal! –
topniveau te brengen; Amsterdam, Rotterdam respectievelijk...wat dan
volgens mij ook weer impliceert dat ook Den Haag, Utrecht, Eindhoven,
Almere – en ga de lijst van grootste gemeenten van Nederland met
enige Economische Potentie van plek 7 tot en met xx maar af –
allemaal braakliggend, voor het Basketball ter veroveren territoir
vormen...
Goed, wat brengt mij tot
deze voor mijn doen korte bespiegeling? Dat is het korte onderstaande
artikeltje over een ontwikkeling in de Angelsaksische
Sportsmedia-wereld. Waar ik, en met mij waarschijnlijk nog wel meer
generatiegenoten, zweren bij de Sports Illustrated-familie – als
ik het goed heb bijgehouden nog steeds een tak van het
CNN-conglomeraat – zijn er in de laatste decennia natuurlijk veel
andere grote Sportsmedia-exploitanten bij gekomen; ESPN, Sky, Fox,
Ziggo, en vele anderen. Het het lijkt me dat aan de ontwikkeling van
'Eten, of gegeten worden-tendens' op dat gebied nog lang geen einde
is gekomen. TV- en On-line-rechten verkrijgen zijn daarbij een
fundamenteel, maar Kwaliteit eveneens. En een groot onderdeel van
Kwaliteit van Sportsmedia, is en blijft de kwaliteit van de
journalisten die de Content maken, of dat nu redactie, gesproken of
geschreven content betreft.
Ik heb nog geen tijd
(gehad) om in de achtergronden van het onderstaande NRC-artikeltje te
duiken, maar het lijkt mij dat de Organisatie waar 'The Athletic'
deel van uitmaakt, beoogt te doen wat Sports Illustrated met
'Fansided' al een tijd aan het doen is, alleen dan net aan de
professionele kant van de scheiding Proffesionele vs. Veredeld
Vrijwillige contentmakers...
Overigens heb ik het gevoel dat de slinger van Mondialisering in de Sportsmedia ooit ook weer eens zal keren, en dan weer langdurig de andere kant uit zal gaan, want: 'Groot,
Groter, Grootst, en dan...Dood', of met andere woorden 'Eeuwige Groei bestaat niet', en de tijd dat de Facebook's en dus ook alle andere Mediabedrijven maar ongebreideld kunnen blijven doorgroeien is eindig...
Nog een verzuchting: 'Oh,
waren de andere FEB/DBL-clubs toch maar zo verstandig geweest om het
'Plan-Pieper' indertijd niet te laten smoren voordat het
werkelijkheid werd...waar hadden we dan met het Nederlandse
Basketball inmiddels niet kunnen staan ..?!?
Wordt waarschijnlijk wel
weer eens vervolgd...
(AD)
The Athletic kaapt
Britse sportschrijvers
Bart
Hinke 6
augustus 2019 Leestijd 1 minuut, Oorspronkelijke, complete NRC-artikel en nog veel meer over dit onderwerp --- Hier ---
De transfermarkt voor Britse
voetbaljournalisten leek op hol geslagen deze zomer, met de ongekende
‘coup’ van de Amerikaanse sportwebsite The
Athletic die tientallen
gezaghebbende schrijvers weglokte bij werkgevers als The
Guardian, The
Times en The
Telegraph. The Athletic UK ging
maandag van start, een paar dagen voor het Premier League-seizoen
begint.
Abonneesite The Athletic begon drie jaar geleden in
Chicago en belooft de betalende lezer de beste
online-sportjournalistiek. De aanpak is om per club of regio een van
de meest toonaangevende verslaggevers in dienst te nemen, in de hoop
dat zijn of haar volgers – vaak devote fans van een club – een
abonnement op de site nemen.
In de VS volgt The Athletic al 270 clubs in
sporten als American football, basketbal en honkbal op zowel prof-
als ‘college’-niveau. In Groot-Brittannië heeft The Athletic nu
zijn vizier gericht op voetbal. Momenteel, zei oprichter Alex Mather
in juli tegen
persbureau Bloomberg, heeft de site een half miljoen abonnees.
Hij verwacht dat dat in 2019 nog oploopt naar een miljoen die ruim 50
euro per jaar betalen.
Mathers ambities worden gefinancierd door een aantal
partijen die voor ruim 80 miljoen euro investeerden. Gezien de omvang
van het schrijversbestand, de meesten van de ruim driehonderd
journalisten zijn fulltime in dienst, moet het aantal abonnees hard
groeien om winst te maken.
De expansie in Engeland treft vooral The
Guardian hard, met het vertrek van vier verslaggevers. De bekendste
is Daniel Taylor, die in 2016 het misbruikschandaal in Engelse
jeugdopleidingen in de vorige eeuw blootlegde. Ook een aantal
regionale kranten raakt hun lokale ‘clubwatcher’ kwijt, zoals
James Pearce (half miljoen Twittervolgers) van de Liverpool
Echo. (NRC)
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden