2006_Tom-Trouw_Çharisma (aka Leugens) vh CDA (tegen naïviteit van Links)
*
SHARTIE AART DEKKER
N.a.v. de Verkiezingen van 2021 en een Knipsel Uit De Oude Doos (2006)
CDA vs. Links - History Never Repeats, but It Rhymes;
Vervang Balkenende door Hoekstra, (Leugens over) AOW door WW, en...Bos door Links...
Ik moet toegeven; 'Ik had het helemaal Mis! Ik dacht echt dat we met de club aan CDA-ministers - o.a. Grapperhaus, de Jonge en Hoekstra - in Flutte-III een ander soort CDA-politici kregen; ik mocht ze eigenlijk alle drie wel...' (en dat geldt in een bepaalde mate nog steeds voor Grapperhaus en de Jonge, al reden die ook Scheve Schaatsen en schoten ze behoorlijk tekort...
Maar dan Wopke Hoekstra - over Scheve Schaatsen gesproken; hij zou een 11-Steden-schaatser zijn...(op de Weissensee, zei hij er zelf relativerend bij), maar toen we hem uiteindelijk zagen schaatsen (en hebben we ooit een politicus zou vaak en veel zien schaatsen?!?) begon ik daar toch wel een beetje aan te twijfelen; misschien is het een ontzettende doorzetter, maar zoals hij schaatst is 200km in Bar Weer, met een hoog startnummer...Erg Ver..!
En over 'Bar' gesproken; wat een Bar Slechte, Bar Holle, en Bar...acht; Bar, Bar, Barre politicus is die Hoekstra...nou ja, kan je hem wel politicus - in welke zin dan ook - noemen?!? Natuurlijk, hij had nog nooit campagne gevoerd, en vond zichzelf vorige zomer nog ongeschikt voor de rol van partij-leider en lijst-trekker...maar wat deed hem dan anders denken toen Hugo de Jonge zich terugtrok als voorman - want hij kan het echt niet - en aangezien hij als Minister van Financiën ook al Akelig Rechts, Akelig Weinig Empatisch en heel Erg Wereldvreemd bleek te zijn...deze overtreffende trap van Eng & Niets...nou ja; BAR dus... En natuurlijk ligt de schuld voor al die Leegheid, het Gedraai en de Incompetentie niet alleen bij hem, maar ook bij partij en campagneteam...maar toch; voor iemand met zoveel Hersens, toont het wel bar / Bitter Weinig Verstand...en dan nog eens Niet Eerlijk ook...
Brrrrrrrr..!!!
En dan loop ik natuurlijk - toeval bestaat niet - net op dat moment op tegen bovenstaande cartoon en onderstaand Trouw-Opinieartikel uit 2006 aan. Opinie van Bert de Vries - CDA-coryfee dus, en niet uit mijn brein ontsproten...
De Geschiedenis Herhaalt zich Nooit, maar ach en wee; wat Rijmt hij (vaak) wel...
(AD)
*
AOW-discussie / CDA verzwijgt
dat de klappen elders vallen (Trouw-Opinie)
Uit angst voor de kiezer belooft het CDA om niet aan de AOW te
tornen. Maar de partij vertelt er niet bij dat de rekening naar de
zwakkeren gaat.
Leo van
Essen12 september 2006,
het Originele artikel en veel meer op Trouw.nl vind je --- Hier ---
Kan het CDA zich een mild verkiezingsprogram veroorloven omdat het
de vergrijzing al jaren serieus neemt, zoals Ab Klink beweert, de
auteur van het CDA-verkiezingsprogramma? Of heeft econoom Sweder van
Wijnbergen gelijk, die concludeerde dat de spookbeelden over de
vergrijzing de afgelopen jaren alleen bedoeld waren om de
hervormingsagenda van dit kabinet erdoor te kunnen jagen?
Alarmerend vind ik de plannen voor
een ’beter werkende arbeidsmarkt’
De cijfers lijken in elk geval Van Wijnbergen gelijk te geven. Het
CPB meldde dit voorjaar dat het vergrijzingsprobleem aanzienlijk
groter is dan in 2003 vermoed, vooral door de onverwacht stijgende
zorgkosten. Alle effecten van het beleid waarnaar Ab Klink verwijst,
zijn in die prognose verwerkt. Als in 2003 volgens het
kabinet-Balkenende een hard pakket nodig was, valt moeilijk in te
zien waarom dat nu niet het geval zou zijn.
Hoe is die ommezwaai van het CDA te verklaren? Ik zie drie
mogelijke redenen. De eerste reden is dat de partij tot het inzicht
is gekomen dat een probleem van tussen de 2 en 3 procent over een
periode van meer dan 30 jaar allerminst dramatisch is. Het is minder
dan een half procent per kabinetsperiode. Ook in historisch
perspectief is dat niets bijzonders.
Maar als dat nu waar is, was het ook in 2003 waar. Daarom
concludeerde ik ik in mijn boek ’Overmoed en Onbehagen’ dat niet
de vergrijzing, maar het verlangen naar een ander soort samenleving
het motief moest zijn voor de hervormingsagenda van het kabinet. Het
CDA was in de ban van een nieuwe toekomstvisie, waarin we op weg
waren naar een netwerksamenleving van geëmancipeerde, goed opgeleide
burgers die niet meer uit de voeten konden met de verzorgingsstaat.
In de participatiemaatschappij van de toekomst zou de nadruk liggen
op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid en zou er minder
behoefte zijn aan collectief georganiseerde solidariteit. De belangen
van de weerbare middengroepen staan centraal. Er is veel ruimte om te
tornen aan inkomensbescherming voor kwetsbare groepen. Daar reken ik
ook de goed opgeleide werknemer toe die op zijn 55ste gedeeltelijk
arbeidsongeschikt en werkloos wordt en geen schijn van kans heeft op
ander werk. Zo iemand afschepen met een uitkering beneden het sociale
minimum past niet in mijn opvatting over een solidaire samenleving.
Mijn kritiek op die nieuwe visie is niet door iedereen in dank
afgenomen. Ook in de achterban van het CDA leefde echter veel
onvrede. Dat is wellicht de reden dat in het nieuwe
verkiezingsprogram die nieuwe visie niet nadrukkelijk wordt
besproken. Wie goed leest ontdekt echter dat de hervormingsagenda
onder het motto van ’investeringsagenda’ gewoon volgens plan
wordt afgewerkt.
De tweede mogelijke verklaring voor de ommezwaai van het CDA heet
kiezersangst. De dramatische uitslag van 1994, toen de ouderen
massaal afhaakten, is niet vergeten. Ouderen worden electoraal een
steeds belangrijker doelgroep. Dat kan een onzuiver motief worden om
hen te paaien met harde beloften van a) een welvaartsvaste AOW, b)
geen fiscalisering en c) geen verhoging van de AOW-leeftijd.
Objectief is de belofte dat de AOW niet zal worden gefiscaliseerd
een bewijs van onzindelijk denken. De AOW is namelijk al lang (deels)
gefiscaliseerd. Het Paarse kabinet bepaalde in 1998 een plafond voor
de AOW-premie, waardoor de premie- inkomsten steeds verder
achterblijven bij de -uitgaven. Het gat wordt gevuld uit
belastinginkomsten, waaraan ook AOW’ers hun steentje bijdragen. Dit
is feitelijk al een garantie dat jongeren niet eenzijdig de rekening
gepresenteerd krijgen.
De echte vraag is dus of we met de fiscalisering nog wat verder
moeten gaan, bijvoorbeeld door het premieplafond geleidelijk te
verlagen. Op basis van de nieuwe prognoses van het CPB is daarvoor
wel iets te zeggen. De discussie gaat over de vraag of de lasten van
de vergrijzing wel eerlijk worden verdeeld over de generaties. De
doemscenario’s waarmee het kabinet de afgelopen jaren de
samenleving heeft bestookt hebben bij jongeren de vrees versterkt dat
er weinig meer over is tegen de tijd dat zij zelf aan de AOW toe
zijn. Iets meer fiscalisering kan helpen hen te overtuigen dat ook
ouderen een eerlijk deel van de lasten dragen. Zelfs de Protestants
Christelijke Ouderen Bond heeft dat bepleit.
Het stemt niet tot vreugde als er in de politiek over het
onderwerp alleen nog op een populistische en demagogische manier kan
worden gesproken. Lans Bovenberg – tot voor kort beschouwd als het
economisch geweten van het CDA – denkt dat de uitzichtloze
discussie over de AOW vraagt om een staatscommissie van oude
coryfeeën zoals Lubbers en Kok nog uitkomst kunnen bieden.
De derde verklaring voor de ommezwaai van het CDA is dat schijn
bedriegt. Keiharde beloften aan ouderen en eigenwoningbezitters
betekenen dan alleen dat de klappen ergens anders vallen. De
financiële bijsluiter bij het CDA programma stelt in dat opzicht
niet gerust.
Op het eerste gezicht valt het wel mee. Er wordt 3,5 miljard extra
voor de zorg uitgetrokken en daar bovenop nog eens 5 miljard voor
ander nieuw beleid. Het grootste deel van die extra uitgaven, 6,5
miljard, wordt gefinancierd uit besparingen op de bureaucratie in de
zorg en bij de overheid. Van de rest moet 1 miljard komen van een
’beter werkende arbeidsmarkt’.
Ik ben nog geen deskundige tegengekomen die gelooft dat je 6,5
miljard kunt besparen op bureaucratie. Als dat ook uit de
doorrekening van het CPB komt, heeft de partij een probleem. Vooral
doordat de financiële bijsluiter ook een randvoorwaarde bevat: een
structureel begrotingsoverschot van 1 procent moet worden bereikt
zonder de collectieve lasten te verhogen. Als die randvoorwaarde het
speelveld bepaalt, moeten straks zachte ingrepen door harde worden
vervangen. Dan is er minder ruimte voor de investeringen in de zorg.
Of de eigen betalingen gaan omhoog.
Alarmerend vind ik de plannen voor die ’beter werkende
arbeidsmarkt’. Blijkens de kleine lettertjes wordt zowel de
verantwoordelijkheid voor de verzekering voor gedeeltelijk
arbeidsongeschikten als voor de WW een zaak voor de sociale partners.
Dat levert alleen een flinke besparing op als eerst de WW-aanspraken
fors worden beperkt. Werknemers moeten dan hopen dat dat via de cao
gerepareerd wordt. Wie niet onder een cao valt, kan dat bij voorbaat
vergeten. Groepen die het minst weerbaar zijn, zullen daardoor
opnieuw het sterkst worden teruggeworpen op hun zelfredzaamheid.
Ook het plan om in de belastingen de overdraagbare algemene
heffingskorting in tien jaar af te schaffen verdient meer aandacht.
Voortaan krijgen werkenden belastingvoordeel, nu nog iedereen. Dat
heeft forse negatieve koopkrachteffecten voor alleenverdieners.
Jongere generaties, die ’erop voorbereid zijn dat zij hun talenten
ontplooien in werk’ zullen daar weinig last van hebben. Vooral
oudere (en allochtone?) alleenverdieners worden getroffen. Dat roept
ook de vraag op wat de gevolgen zijn voor het sociale minimum van
gezinnen die van één uitkering moeten leven. Als het CDA dat niet
wil verlagen, dreigt er een kanjer van een armoedeval op het moment
dat één van de beide partners een baan vindt.
Daardoor zal ook duidelijker worden waarom Mark Rutte vindt dat
het schijnbaar ’duffe’ CDA-programma zulke goede
aangrijpingspunten biedt voor het realiseren van het VVD programma.
Dr. Bert de Vries is oud-fractievoorzitter van de CDA in de
Tweede Kamer.
Meer over