Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Karin Spaink in 1991 - 'Tule-rolstoel' (foto Gon Buurman, van de Blog van Karin Spaink)
*
#SHARTIE AART DEKKER - PRACHTIG IN MEMORIAM door Mounier Samuel
Karin Spaink(20 december 1957–8 mei 2026) - Monier Samuel
MOOIE BIJZONDERE VROUW - CHRONISCHE ZIEKTE MS
Ik ga niet zeggen dat ik alles van Karin Spaink gelezen heb, want dat is zeker niet zo. Maar ze was wel een bijzondere persoon waar ik vaak iets in herkende en heel veel ook weer niet. Wat we deelden was de chronische ziekte -zij MS, ik ME/CVS- ik weet zeker dat diverse specialisten waar ik --vooral in het begin van mijn eigen ziekte -begin jaren '90- 'bekeken werd'-- in eerste instantie dachten dat ik ook MS had. Dat bleek niet het geval. Maar ik ken(-de) meerdere mensen die wel MS hebben(hadden); een verschrikkelijke ziekte. Het nadeel van ME/CVS daartegenover is dat die ziekte heel lang geen duidelijke diagnose kende en -in Nederland tenminste- ook nauwelijks erkenning. Dat is nu een beetje aan het veranderen door het -in aantallen zieken- nog veel grotere probleem Long COVID, maar de manier waar de politiek daarmee omgaat is hemeltergend.
Karin Spaink was voor mij vaak een voorbeeld; de manier waarop zij met haar beperkingen omging en haar leven leefde vond ik bewonderenswaardig.
Veel meer hoef ik niet toe te voegen: het hieronder staande in memoriam van Mounier Samuel zegt alles, en wie nog meer wil weten kan alles van en over Karin Spaink lezen op haar eigen Blog --- Hier ---
Kwakzalverij, big tech, privacy, leven met MS: geen thema of
schrijver, theatermaker en feminist Karin Spaink ventileerde er wel
een mening over. En overal pakte ze het beste van het
leven.
De eerste afspraak met Karin Spaink zal ik nooit vergeten. Opeens
stond ze daar aan de achterkant van Amsterdam-Centraal met haar
Canta. De ontmoeting verliep zo vanzelfsprekend dat het eerder als
een warm weerzien voelde. Ik had nog nooit van Spaink gehoord, maar
ze had me uitgenodigd om bij haar te komen eten en kwam me
hoogstpersoonlijk ophalen. Gek genoeg aarzelde ik niet. Het was 2011,
een lievere tijd.
Enigszins fragiel, leunend op haar kruk, maar kaarsrecht stond ze
naast haar rode wagentje. Ze salueerde plechtig en opende mijn
portier als een volleerd chauffeur. Statig liep ze vervolgens naar
haar eigen zijde, grijnsde breed, trapte op het gaspedaal en stoof
het fietspad op. Ik hapte naar adem. De Canta stond stijf van de
zware shag. ‘O heb je er last van, doe maar een raampje open.’ Haar
enthousiasme was aanstekelijk. We scheurden over de Dam. ‘Kijk dan
hoe mooi!’ zei ze terwijl ze naar de stad wees. Amsterdam door de
ogen van Karin Spaink, met haar rode leren jas, haar rood gestifte
lippen, in die rode Canta, was inderdaad de mooiste stad ter wereld.
Niet eens vanwege de stad zelf, maar vanwege het leven dat zij erin
bracht.
Op vrijdag 8 mei stapte schrijver, journalist (onder meer voor De
Groene), theatermaker en rasechte feminist Karin Spaink uit het
leven. Ze zorgde ondanks haar ziekte multiple sclerose (MS) altijd
voor anderen en zichzelf. Tot ze dat niet meer kon. ‘Als alles
volgens plan is verlopen, ben ik vanochtend overleden’, schreef ze
in een blog met de titel Exit Spaink. Haar grootste angst
was niet om te sterven, maar om zichzelf niet meer te kunnen dragen.
‘Je mag altijd je eigen grenzen stellen, en daarnaar leven
– of ervoor sterven.’
Tijdens die eerste ontmoeting aten we in haar kleine woning. Ze
moest zichzelf soms omhoog hijsen, het was pijnlijk om te zien, maar
hulp wilde ze niet. Ik zag eindeloze planken vol met boeken, haar
eigen boeken. Ze had heel wat afgeschreven. Netjes stond druk na druk
op een rij. Ze pakte ze op, vertelde het verhaal achter de titels. De
bekendste waren Het strafbare lichaam (1992), een kritisch
essay over alternatieve geneeswijzen, en Vallende vrouw
(1993), een autobiografisch boek over het leven met MS.
Nieuwsbrief van de Groene
Ontvang de selectie van de dag, met op zondag een terugblik op
onze belangrijkste verhalen
Het waren de jaren negentig. New age, alternatieve geneeswijzen,
de Nederlandse gebedsgenezeres Jomanda verwierf wereldfaam. Woest
werd Spaink van al die kwakzalverij, van de these dat als je niet
genas dat aan jezelf lag. Haar scherpe en vaak met humor doorspekte
kritiek gaf haar landelijke bekendheid. Haar werk zou gelet op de
huidige ‘manifestatiecultuur’ en ‘maakbaarheidscultus’ zo
opnieuw kunnen worden uitgegeven.
Spaink kwam uit een andere tijd. Die van lange intellectuele
gesprekken. Terwijl ze haar vele katten streelde en nog maar een fles
witte wijn opentrok, praatten we uren over literatuur, politiek,
religie, feminisme en – verrassend – technologie. Ze was een
scherp denker en beet zich telkens weer vast in een ander thema.
Jaren voordat het zelfs maar een gespreksonderwerp was, waarschuwde
ze al voor een overheid die te machtig werd, de burger die te
afhankelijk werd en big tech die de democratie dreigde te
ondermijnen. De razendsnelle technologische aardverschuivingen
waren voor Spaink reden om in 1999 mee te werken aan de oprichting
van Bits for Freedom. Ze hoorde bij de prominente internet- en
privacy-activisten die toen aandacht vroegen voor digitale
burgerrechten, censuur en informatievrijheid. Door haar columns,
essays en publieke optredens hielp ze het onderwerp landelijke
bekendheid te geven. In 2018 ging ze aan de slag voor Follow the
Money als eindredacteur en pochte over ‘de strengste
eindredactie van Nederland’.
Ik leerde ook haar hartsvriendin Christiane Hardy kennen. Toen zij
ongeneselijk ziek bleek, kreeg Spaink de opdracht voor haar
nalatenschap te zorgen. Een huwelijk bleek de beste juridische
oplossing en meteen de mooiste manier om hun vriendschap te vieren.
Ongemakkelijk stond ik met een intieme groep genodigden in de nazomer
van 2012 in een zonovergoten Tolhuistuin. Wat zeg je nou op zo’n
dag? Ik wist het niet. Maar hoewel de wijn en tranen vloeiden, klonk
ook hier de luide lach van Spaink in – hoe kon het anders – een
prachtige rode jurk. De tuin was nooit zo mooi meer. Opnieuw had ze
het beste van het leven en Amsterdam samengebracht.
Spaink bleef me schrijven, doorwrochte e-mails die aan het denken
zetten. Daar waar de feministische beweging mij de rug toekeerde, had
ik volgens haar juist de ultieme feministische daad gepleegd door de
betekenis van mannelijkheid opnieuw te definiëren. Zo verschillend
als we waren, deelden we belangrijke zaken: het leven met een
chronische ziekte, de journalistiek, het schrijverschap, een als
vanzelfsprekend activisme, maar ook een diepe liefde voor mijn
vaderland, Egypte.
‘Yallah, yallah!’ riep ze al zwaaiend naar me vanuit
haar Canta, waar ze eens helemaal mee naar Polen reed en op 28 juni
2012 samen met het Nationaal Ballet in de Gashouder in het
Amsterdamse Westerpark het Nationale Canta Ballet opvoerde,
een van haar knettergekke ideeën waarmee haar hulpmiddel kunst werd.
Voor zolang ze kon bezocht ze ieder jaar Egypte. Daar liet ze zich
door knappe strandjongens desnoods met rolstoel en al te water
dragen. Eenmaal in de Rode Zee was haar lichaam vrij. Het waren haar
gelukkigste momenten, vertelde ze mij. Moge ze nu ook in het
luchtledige gelukkig zijn.
#jeugdjournaal#songfestival#zwedenHet Songfestival is nu écht begonnen. Gisteravond was de eerste halve finale. Dit jaar is de beroemde liedjes-wedstrijd in Zweden, in de stad Malmö. In dat land is het Songfestival heel populair. Zweedse kinderen krijgen deze week speciale Songfestival-muzieklessen. #jeugdjournaal#songfestival#zweden
Vragen, tips of ideeën? Stuur ons een e-mail op jeugdjournaal@nos.nl
*
COLUMN AART DEKKER
Maak Joost Klein Speciaal Ambassadeur van Nederland en de EU!
Goed nog een paar uurtjes te gaan en
dan weten we – wat meer uit eigen waarneming hoe Joost Klein
scoorde in de halve finale van het Eurovisie Song Festival.
Moeten we natuurlijk wel nog even de Israëlische bijdrage voorbij...ik zeg dat niet vanwege die bijdrage,
of vanwege mijn mening of ze wel of niet zou mogen deelnemen, maar
slechts vanuit het feit dat er wel heel erg veel speelt rond dit ooit
zo onschuldige liedjesfestijn, en aangezien Israël kort voor Klein
aan de beurt is...er kan nog veel geburen dat de stemming en sfeer beïnvloedt...
Ooit – we praten vroege jaren ´90 –
bracht ik in een voor mij nogal moeilijke tijd een lange vakantie
door in winters Finland/Lapland. Het was niet mijn eerste keer daar,
maar wel een periode waarin ik wel met heel veel verschillende Finnen
in aanraking kwam. En met enige regelmaat werd mij verteld: `Wij
Finnen zijn zo jaloers op jullie Nederlanders!´ Het bleek dan te
gaan om de veronderstelde tegenstelling die er zou bestaan tussen ´de
Nederlander´en ´de Fin´. Het beeld daar van ons bleek in
aanzienlijke mate gebaseerd te zijn op twee soorten feest; (toen nog)
Koninginnedag – waarvan de meest feestelijke beelden in Finland
regelmatig in het TV-Journaal werden vertoond – en Oranje
Voetbalfeesten... Er werd ook altijd bij verteld: ´Wij Finnen zijn
zo introvert en verlegen; wij kunnen dat niet, zo feesten!´
Tijden veranderen, en ik kan nu uit
eigen ervaring vertellen dat ik – als rechtgeaarte
Basketball-liefhebber – juist de Finnen benijd vanwege de manier
waarop zij de sporten waar ze goed in zijn weten te beleven en
vieren; een tijdelijk dorp opzetten voor een week, minimaal 3000km
van huis
zodat hele families de Nationale Ploeg
kunnen supporten en met duizenden landgenoten Basketball vieren? In
Nederland Niet! Maar de Finnen doen dat dus ´gewoon´ wel. Rond de
Nationale Finse IJshockeyploeg waren taferelen die ´ons´ voetbal
naar de kroon steken of zelfs ver voorbij gingen al veel eerder te
zien...
Toch, we zien het ook nu weer rond
Joost Klein, ´wij Nederlanders´ kunnen best wel wat, als het gaat
om iets bijzonders neerzetten en daar dan massaal achter gaan staan.
En als het om muziek en cultuur gaat heeft ons kleine landje echt wel
veel te bieden. En dat dan ondanks de – – financiële en
andersoortige - moordaanslagen die vanuit rechts – de VVD voorop;
remember Halbe Zijlstra! – regelmatig op ´de cultuur` en alles
wat publiek is worden gepleegd.
En dan nu naar Joost Klein. Ik weet
niet of hij ´te vroeg heeft gepiekt´, afgaande op het feiten dat de
eerste azijnzeikers zich alweer in talkshows hebben laten horen, en
de bookmakers hem laten zakken op hun lijstjes...het zou kunnen...
Ik had – voor Joost Klein als
deelnemer met zijn liedje werd gepresenteerd – nog nooit bewust
van hem gehoord. nog nooit van hem gehoord, maar neef Friesland kende
hem al lang, en was enthousiast. Toen ik het liedje voor het ESF
twee, misschien driemaal had gehoord dacht ik: ´Misschien is dit –
in deze humorloze, deprimerende tijden – wel wat Nederland, Europa
(en de wereld) nu erg goed kunnen gebruiken; dit liedje kan gaan
winnen en echt iets teweeg brengen, zeker zo vlak voor de Europese
Verkiezingen.´
Appie Mussa en Stuntkabouter gaan mee naar ZWEDEN! - Sophie & Jeroen | BNNVARA | NPO Start
Wat een energie en vrolijkheid! Wat een
stelletje creatieve mafkezen!!
Hoe meer ik ervan zag, hoe meer het
bleef hangen en hoe mijn sympathie voor deze jonge gasten toenam.
Europa-Pa; wat Nederland in essentie
is, en nu het meest nodig heeft...is NIET meer, Meer, MEER Wilders,
maar wel meer van dit soort creatieve, energieke, en vrolijke
uitbarstingen. En meer Europa natuurlijk, want hoe simpel het ook
lijkt, er is echt wel over nagedacht.
Nederland bestaat WEL! Maar...Limburg
is Nederland, Brabant is Nederland, Zeeland is Nederland, de Randstad
is Nederland, de Kop van NH is Nederland, Flevoland, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen zijn allemaal Nederland en – de
komende paar dagen – en wie weet, hoeveel langer daarna nog –
is natuurlijk Friesland het brandende Hart van Nederland (en dat dan
zonder dat er een Elfstedentocht is)! Hoe mooi zou het zijn als Klein
zou winnen, en er volgend jaar een ESF in Leeuwarden zou worden
georganiseerd!
Om alle problemen het hoofd te kunnen
bieden, draait het om: Creativiteit, Positiviteit, Vriendschap
Samenwerking, Empathie, Optimisme,
Menselijkheid, Multiculturaliteit & Multitaligheid, Jeugd,
Enthousiasme, Durf, Muziek en Cultuur. En vast nog wel enkele zaken
meer, maar dit lijstje lijkt me een aardig begin, en deze gasten
hebben veel van het bovenstaande rijtje in hun mars.
Daarom zeg ik: maak deze jongen, deze
enthousiaste vriendenclub Speciaal Ambassadeur van Nederland en de EU,
en laat het met deze aanstekelijke energie ons land, Europa en een
mooie toekomst promoten!
Dat geeft vele malen meer boost aan
Volk en Vaderland, in een sterker Europa in deze tumultueuze tijden,
dan NOG MEER Wilders, of Mark Rutte als nieuwe voorman van de NAVO...
Daarom; kijk, duim, organiseer wellicht
zaterdag een watch-party met familie, vrienden en bekenden. Bouw een
feestje en breng het enthousiasme van deze gasten over op anderen, in
de hoop dat we dan dadelijk een verrassend positieve golf door land en
continent zullen zien gaan, in plaats van de vele negatieve spiralen
en nieuwe bruine bewegingen die Europa overspoel...
Als je te maken krijgt met mensen als Trump, Putin, Orban, en ja...dus ook met Wilders, dan wordt alles anders en kan je niet meer opereren als 'normaal'...
Dat is wat in bijgaande twee stukken van de Groene Amsterdammer (en Investico) in de Groene van 18 januari 2024 aan de orde komt....Even Nadenken!
‘Is journalism ready?’ Met die woorden opent George Packer zijn stuk in The Atlantic.
Het is het begin van het jaar en een van de meest gerenommeerde
journalisten van de Verenigde Staten blikt vooruit, duidelijk met angst
en beven. Stel dat Donald Trump dit jaar opnieuw de macht krijgt, gaan
hij en zijn mede-journalisten het dan beter doen dan de vorige keer? De
Amerikanen mogen zich die vraag voor de tweede keer stellen, voor de
Nederlandse journalistiek is het voor het eerst dat ze zich moeten
verhouden tot het scenario van een radicaal-rechtse leider die het
initiatief krijgt in een democratie.
Packer maakt in zijn stuk een rondgang over de wereld, duikt ook de
geschiedenis in, spreekt worstelende journalisten in de Filipijnen en
Hongarije en komt uiteindelijk tot een zeer belangrijke conclusie die
mag nagalmen in redactionele lokalen over de wereld: ‘Journalisten
kunnen het publiek geven wat het nodig heeft om zichzelf te regeren,
maar zij kunnen zelf de democratie niet redden.’
Veel jongens en meisjes dromen op scholen van journalistiek van het
‘veranderen van de wereld’, maar de taak die ze na hun
diploma-uitreiking meekrijgen is veel subtieler. Ze zullen, als ze hun
taak goed uitvoeren, niet de wereld veranderen maar de wereld ontwarren
en verklaren. Via tekst, beeld of audio hebben ze de nobele taak om
medeburgers van munitie te voorzien zodat ze goed mee kunnen draaien in
een democratie. De journalist voedt ze en die burgers kunnen dan zelf
besluiten of zíj de wereld willen veranderen. Ze kunnen anders gaan
stemmen, de straat opgaan of juist helemaal niets doen.
Die journalistieke taakopvatting ligt zeer dicht bij de missie van Investico, het platform voor onderzoeksjournalistiek dat aan De Groene
gelieerd is. Op de website staat: ‘Investico voedt het democratische
debat met grondig uitgezochte feiten.’ Niets meer, niets minder. De
hoofdredacteur van dat platform, Thomas Muntz, schrijft in De Groene van deze week
over hoe hij zijn werk ziet nu zich langzaam de contouren beginnen af
te tekenen van een kabinet-Wilders I. Hij stelt zichzelf dezelfde vraag
als Packer: zijn journalisten er klaar voor?
Muntz verzet zich net als Packer tegen morele hysterie onder
journalisten, die moeten niet de boel eigenhandig willen redden, maar
hij wijst ook op het risico van doen alsof er niets is veranderd. Dat
heeft volgens hem ermee te maken dat klassieke journalistieke
verslaggeving vaak neerkomt op ‘zeggen wat je ziet’. In een gezonde
democratie waar het wemelt van de informatie is dat doorgaans geen
slechte houding. Het is de journalistieke stijl waarbij journalisten de
samenleving intrekken om beelden terug te brengen naar burgers opdat ze
een idee hebben van hoe hun democratie in elkaar steekt.
Rondom Wilders zullen we ook moeten noteren wat we níet zien
Ongeveer die relatie kenmerkt ook de relatie tussen de Groene-lezer en de Groene-journalist.
Er is een stilzwijgend begrip dat beide partijen slim genoeg zijn om
zelf tot ideeën te komen en dat er dus niets hoeft te worden
voorgekauwd. Laat de journalist, in dienst van de lezer, maar feiten en
diepe inzichten brengen. Mochten we ernaast zitten? Dan zien we de
gepeperde brieven tegemoet.
Maar Muntz bemerkt ongemak, bij lezers en bij hemzelf, als dit
journalistieke genre al te makkelijk wordt losgelaten op Wilders en zijn
pvv. Daar is namelijk helemaal geen
informatie, er valt schrikbarend weinig op te tekenen. Er zijn geen
partijcongressen, er is geen leiderschapsverkiezing, er is geen interne
tegenspraak en zelfs wanneer de partij persvragen krijgt komen er
nauwelijks antwoorden. Er liggen geen onderbouwde plannen.
De grootste achilleshiel van journalisten met geldingsdrang is dat ze
de leegte zelf gaan opvullen: met interpretatie, met scenario’s, of als
je niet uitkijkt met eigen morele verontwaardiging. Dit blad zal met
dat laatste terughoudend zijn de komende jaren. Verwacht een koele
houding en een blik op de bal. Nog minder opinie en nog meer onderzoek.
Geen alarmisme, maar wel waakzaamheid over hoe de rechtsstaat erbij
staat.
We zullen daarin heel precies optekenen ‘wat we zien’. Maar, zo
schrijft Muntz, meer dan ooit zullen we rondom Wilders ook moeten
noteren wat we níet zien. Journalisten zullen de verleiding moeten
weerstaan om rancuneus of bozig te worden over al die leegte die ze
zullen aantreffen in hun notitieblokken als het gaat om de pvv. Laat ons maar saai zijn, schrijft Muntz. ‘Uiteindelijk moet de leegte doorklinken in onze eigen verhalen.’
Juist bij Wilders is dat de essentiële informatie die burgers moeten kennen.
Een van de vele spectaculaire acties in een zeer aantrekkelijke tweede wedstrijd tussen Heroes Den Bosch en Zorg en Zekerheid Leiden in de Halve Finale TOTO Cup op zondag 20 januari 2024 in de Bossche Maaspoort Uitslag 87-72 (n.v.) (Foto: ZZ Leiden)
Als basketball-liefhebber en relatief neutrale stukjesschrijver tufte ik zondagmiddag...
...richting Maaspoort Den Bosch voor alweer de vierde
Heroes Den Bosch vs. Zorg en Zekerheid Leiden van het BNXT-seizoen
2023-2024...
Den Bosch dus, ´de Maaspoort Sports & Events´,
ook 42 jaar oud kent deze voor Nederlandse begrippen nog altijd
fameuze Basketball-Arena zijn gelijke niet als je het puur vanuit
onze prachtige sport bekijkt – wat toonden Rinus de Jong c.s. ruim
42 jaar geleden toch visie van on-Nederlandse niveau toen ze deze
Basketball-tempel planden en realiseerden!
Je zou haast zeggen: ´Hadden B&W (en ambtenarij)
van de gemeente Leiden maar eens hun licht opgestoken in Den Bosch
hoe je zoiets aanpakt´; dan zou ik nu niet rondlopen met de gedachte
dat als Leiden nog eens een Beleg zoals in 1574 zou moeten doorstaan
het deze keer weleens veel minder goed zou kunnen aflopen...´ (*)
Drijvende kracht achter Heroes Den Bosch – Bob van
Oosterhout – liet alweer jaren geleden in het blad Sport, Bestuur
& Management optekenen: ´Mijn droom is een altijd uitverkochte
Maaspoort´. Ik zei een tijdje daarna tegen hem ´En dan een ring
extra erop hè!´ – grappenderwijs, maar met de serieuze
ondertoon; ´Dan kan je maar beter nu vast gaan plannen...´
De wedstrijd? Als spektakel – zeker voor het
thuispubliek – een plaatje! Al kort na de rust dacht ik: ´Dit zou
zo maar eens een verlenging kunnen worden!´ En dat werd het dus in
dit tweede been van de TOTO Basketball Cup tweestrijd tussen de
eeuwige rivalen Heroes Den Bosch en Zorg en Zekerheid Leiden. Was
donderdag jongstleden de grote verrassing dat het spannend was –
c.q. Dat ZZL de hele winstkansen had en uiteindelijk zelfs door een
complete ineenstorting van HDB een aardig kussentje van 12 punten
wist op te bouwen– zondag was het Heroes dat een onverwacht vaatje
aan teamgeest en vechtlust wist aan te boren. Daardoor wisten de twee
door blessures geteisterde clubs er een aantrekkelijke en voortdurend
spanende halve finale van te maken. Met Den Bosch wel bijna
voortdurend op voorsprong in dit tweede bedrijf, maar met Leiden
overwegend aan de leiding over 80 minuten. Met uiteindelijk – tot
grote vreugde van alles wat maar Bosch was– Heroes als – niet
onverdiende, maar wel ietwat lucky winnaar. Want laten we wel wezen,
je moet de huid nooit verkopen voordat de beer geschoten is, maar
Heroes mag zichzelf meteen favoriet voor de Finale in maart achten...
Bob van Oosterhout zei na afloop: ´Ik ben vooral
blij dat al die mensen die er vandaag bij waren met een goed gevoel
naar huis gingen, en een wedstrijd hebben gezien die alles in zich
had dat onze sport zo mooi maakt!´ En daar had hij groot gelijk in:
de twee ploegen hadden een fraai staaltje klantenbinding afgeleverd.
Ook het redelijk grote contingent Blauwe Brigade en omstreken- zal
teleurgesteld zijn in het niet in eigen huis kunnen houden van die
TOTO Cup, maar er geen spijt van hebben gehad om hun ploeg ook in het
Bossche te zijn gaan ondersteunen.
Datzelfde geldt voor uw schrijver: als echte
basketballliefhebber had ik deze wedstrijd niet willen missen, en er
ontsproot nog wat inspiratie voor dit stukje ook...en die
inspirerende vonk heb ik echt niet bij iedere wedstrijd...
Goed, ´All Bases Covered´ dus? Nee; ik moet het
´relatief neutrale´ uit de kop nog even toelichten...
Voorafgaand aan de eerste thuiswedstrijd van ZZ
Leiden in de Tweede Groepsfase schreef ik – snel, snel: de
inspiratie kwam pas op het allerlaatste moment – voor aanvang van
de ZZ Leiden wedstrijd tegen Oradea in de Fiba EuropeCup – ik een
stukje waar ik het label ´Preview´ aan hing. Je leest het ---
Hier
--- terug.
Op dat stukje kwamen – via sociale media – wat
ietwat venijnige reacties uit Bossche Basketball-sferen die me aan
het denken zetten. Dat confronteerde me met de realiteit dat je
vandaag de dag je woorden op een goudschaaltje moet wegen. Op
zichzelf is dat geen nieuws, maar op dat moment had ik die reacties
niet verwacht. Ook word je wel erg gemakkelijk op basis van weinig in
een kamp ingedeeld. Dus je kunt jezelf wel de relatief neutrale
columnist wanen, daar kunnen anderen anders tegenaan kijken. In het
Nederlandse Basketball-wereldje zijn best veel echte
basketballliefhebbers, maar die zijn en/of voelen (zich) wel voor het
overgrote deel verbonden met een club, of met aan clubs verbonden
andere mensen. Tegenwoordig voelen mensen zich ook al snel
persoonlijk aangesproken – of zelfs geraakt – door iets waar ze
het niet mee eens zijn, terwijl het misschien helemaal niet de
bedoeling was van de schrijver mensen persoonlijk te raken. Sinds
jaar en dag denk ik ook dat Nederland een hokjesland is; als je
duidelijk binnen één bepaald hokje te plaatsen bent, gaat het best
aardig, maar wee je gebeente als dat niet eenduidig het geval is..!
Ik bedacht me na wat overdenkingen dat ik mijn stukje
toen niet alleen het label ´Preview´ had moeten geven, maar ook
´Wrap-up´ – van de Eerste Groepsfase Europees Fiba-basketball –
want dat element had mijn stukje zeker ook in zich...alleen had ik
in de haast om het on-line te zetten dat labeltje er niet
aangehangen.
Het was trouwens de tweede keer in niet al te lange
tijd dat ik in een kamp werd geplaatst waar ik wat mij betreft niet
hoor; afgelopen zomer schreef
ik – na maandenlang alles wat er Groningen rond Donar gebeurde
en ook zoveel mogelijk de reacties erop elders in het land op de voet
gevolgd te hebben, EN me het hoofd te hebben gebroken over de
(mogelijk verstrekkende) gevolgen voor de toekomst van de BNXT en
haar clubs – een
uitvoerig stuk over één en ander. Door enkele lieden van de
Groningse ´Hullie & Zullie-beweging´ werd ik toen ingedeeld bij
de ´vijanden van Donar en zijn geweldige fans´; met naam en toenaam
hoorde ik toen ineens bij een (niet bestaand Bosch collectief) van
journalisten die niet wilden begrijpen ´hoe het zo allemaal gekomen
was´ en ´dat de Groningse fans toch gewoon recht hadden op een
doorstart van hun club´...terwijl ik ieder woord in dat stuk
meermaals gewikt en gewogen had, me in bochten had gewrongen om juist
die grote, hondstrouwe Donar-base van Fans (met een Hoofdletter!)
niet (teveel) op de tenen te trappen...
Het was trouwens de tweede keer in niet al te lange
tijd dat ik in een kamp werd geplaatst waar ik wat mij betreft niet hoor. Afgelopen zomer schreef ik
een uitvoerig stuk over één en ander wat er rond Donar gebeurde. Door enkele lieden van de
Groningse ´Hullie & Zullie-beweging´ werd ik toen ingedeeld bij de ´vijanden van Donar en zijn fans´.
Met naam en toenaam hoorde ik toen ineens bij een (niet-bestaand) Bosch collectief van journalisten
die niet wilden begrijpen ´hoe het zo allemaal gekomen was´. ‘De Groningse fans hadden toch
gewoon recht op een doorstart van hun club´... Terwijl ik ieder woord in dat stuk meermaals gewikt
en gewogen had, me in bochten had gewrongen om juist die grote, hondstrouwe Donar-base van Fans
(met een Hoofdletter!) niet (teveel) op de tenen te trappen...
Net als de mensen met de echte hondenbaan in het
Basketball – de scheidsrechters die een schier onmogelijke taak
hebben om 40 minuten lang (en zondag dus zelfs 45) in splits van
seconden steeds maar weer beslissingen te maken terwijl er heel veel
mensen met een gekleurde bril hen zitten te ´evalueren´ – steek
je als schrijver over het basketball steeds weer je nek uit. Zeker
als je niet al te obligate stukjes wilt schrijven. Hoe scherper je
uit de hoek komt, des te meer reactie je oproept. Aan de ene kant is
dat leuk; als er nooit op gereageerd wordt, hebben je schrijfsels
wellicht iets te weinig om het lijf...aan de andere kant kan het heel
vervelend zijn als je bedoelingen of standpunten worden aangewreven
die mensen even niet zo goed uitkomen.
Vandaar dus dit stukje! Beste basketballliefhebbers:
ik draag het HELE Nederlandse Basketball een warm hart toe. Ik zou
graag zien dat onze sport nóg sneller zou groeien, wens iedere club
het allerbeste toe, en probeer de zaken van alle invalshoeken te
bekijken, en zo nodig te belichten. Als zaken gevoelig liggen, speel
ik zelfs regelmatig advocaat voor de duivel en probeer ik zelfs
tegengestelde invalshoeken in mijn opinies, analyses en concepten te
verwerken. Voor mij geldt dat ´als de beste ploeg wint´ – zeker
als dit met aantrekkelijk basketball gepaard gaat –ik zelf al lang
blij ben. Reclame voor de sport zie ik altijd met vreugde gebeuren.
Wat dat betreft ben ik relatief neutraal...
Waarom dat ´relatief´?
Omdat ik ook erg betrokken ben! Niet alleen bij het
Nederlandse en BNXT-basketball als geheel, maar ook bij alle clubs,
en bij veel mensen bij die clubs. Ik gun iedereen het beste en vooral
´Ons Allemaal Samen´ een glorieuze toekomst! Daarnaast heb ik nogal
eens een lichte voorkeur voor underdogs. Als een Nederlandse club het
boven verwachting goed doet en ook nog eens met aantrekkelijk spel,
kan ik gaandeweg het seizoen toch een beetje fan van die ploeg
worden. Zeker als zo´n club het ook internationaal goed doet! Ook
omdat ik juist dat soort teams relatief vaak live ga bekijken; één
en ander verstrekt elkaar dan...
Daarom zou ik zondag Zorg en Zekerheid Leiden –
team, staf, organisatie en Blauwe Brigade – de eventuele winst meer
dan gegund hebben. Evenzeer gunde ik het ook al zo door blessureleed
geplaagde Heroes Den Bosch – voor mij al drie jaar op rij de grote
favoriet voor de prijzen – de zege en een grote kans op de Beker.
Al helemaal omdat het gisteren gebeurde in 45 minuten spannend en
aantrekkelijk basketball, wat pure reclame voor onze prachtige sport
vormde
Alleen jammer dat het niet op TV was...
Aanstaande zondag (28 januari) speelt
Heroes Den Bosch alweer thuis tegen
Feyenoord Basketball Rotterdam (17h00).
Zorg en Zekerheid Leiden zitt alweer
in een loeizware reeks:
woensdag verloor het verdienstelijk
de zware uitwedstrijd in het prachtige Oradea tegen de klasseploeg
aldaar,
vanavond/zaterdag ( 27 januari,
20h00) thuis tegen Basketball Academie Limburg en
woensdag 31 januari (20h00, ook
gratis te zien via livestream) tegen het uit nog verrassend verslagen
Varese. Dit zou de laatste thuiswedstrijd van ´23-´24 in Europa
kunnen zijn.
AART DEKKER
(*) Dit stukje venijn komt mede voort uit het feit
dat uw scribent – inmiddels toch ietwat op leeftijd en visueel niet
meer zo goed als het ooit was – uit gewoonte, en omdat er bij het
Topsportcentrum 1574 voor een echte topsport-accommodatie
ontoereikend aantal parkeerplaatsen beschikbaar is, zijn auto nog
steeds bij Winkelcentrum parkeert. Laat in de avond voor die goeie
ouwe 5 Mei Hel struikelde ik door het stikkedonker – welke idioot
heeft daar alle verlichting uitgeschakeld?! Wh@tTFv*k?!! –over
een stoeprand en kwam plat op de bek in een perkje met kruidig
geurend struikgewas midden op de rijbaan terecht. Ik had er mijn nek
kunnen breken en zou dan de volgende ochtend pas bevroren en wel
gevonden zijn... Stel u de koppen in het Leidsch Dagblad, andere
periodieken en sociale media dán eens voor! En dat was dan nádat ik
al schuifelend en wel de plassen in Arena 1574 was doorgeploeterd,
want het (hete) water kwam daar op allerlei plekken uit de
verlichting gesijpeld...
’s Werelds hoogste rechtbank heeft Israël deze week opgedragen om genocide in Gaza te voorkomen!
De
rechters waren overduidelijk: 25.700 Palestijnen zijn dood. 1,7 miljoen
mensen zijn ontheemd en voor 93% van de bevolking dreigt een
hongercrisis. De verwoesting is niet te ontkennen.
Totdat Israël de uitspraak respecteert, neemt het risico op genocide met de minuut toe. Maar nu hebben we een manier om dit te stoppen!
De VS is Israëls grootste bondgenoot -- en samen
kunnen we president Biden en andere belangrijke regeringsleiders onder
druk zetten om ervoor te zorgen dat Israël het vonnis respecteert.
Avaaz zet alles op alles om een enorme campagne te lanceren, en met
jouw donatie kunnen we bergen verzetten. Demonstraties, advertenties en
onophoudelijke advocacy… Hoe meer geld we ophalen, hoe meer we van ons
kunnen laten horen.
En er is meer. Journalisten en
mensenrechtengroepen in Gaza hebben keihard financiering nodig om
bewijzen van oorlogsmisdaden te kunnen blijven verzamelen. Wij kunnen camera’s, computers en beschermende kleding doneren en daarmee bijdragen aan een ijzersterke rechtszaak tegen Israël.
Jouw steun is onmisbaar. Alles wat Avaaz doet, wordt volledig gefinancierd door mensen zoals jij.
Gaza wordt naar de poorten van de hel gesleept -- maar samen kunnen we een einde helpen maken aan de verschrikkingen.
Het Internationaal Gerechtshof vindt ook dat de waarschuwingstekens voor genocide niet te missen zijn.
Israël houdt voedsel en medicijnen tegen, onschuldige burgers worden in
koelen bloede doodgeschoten en 85% van de Gazaanse bevolking is
dakloos.
Rechters hebben Israël nu opgedragen urgente
maatregelen te nemen om daden van genocide, zoals het doden van
Palestijnen, te voorkomen, maar ze kunnen het vonnis niet alleen
afdwingen. De VS, de VN en andere landen moeten Israël dwingen
om het vonnis te respecteren -- en wij kunnen ze onder druk zetten door
campagnevoerders, journalisten en mensenrechtengroepen in Gaza en
wereldwijd te steunen.
Als we genoeg geld ophalen, kunnen we:
Een keiharde internationale campagne lanceren om Israëls bondgenoten zover te krijgen dat ze oproepen tot een staakt-het-vuren en humanitaire steun Gaza binnenlaten;
Journalisten ter plekke ondersteunen met beschermende kleding en materiaal, zoals camera’s, computers en opladers op zonne-energie;
Palestijnse mensenrechtengroepen financieren zodat zij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza en andere delen van Palestina kunnen documenteren; en
Advocaten en activisten die wapenleveringen aan Israël aanvechten ondersteunen; en
Ondersteuning bieden aan geweldloze activisten ter plaatse die demonstreren en actievoeren voor vrede en gerechtigheid.
Onze gemeenschap weigert weg te kijken van de verschrikkingen in Gaza.
Avaaz is een internationale burgerbeweging
van 70 miljoen mensen. Wij streven ernaar de inzichten en waarden van
burgers te laten weerklinken in internationale besluitvorming ("Avaaz"
betekent "stem" of "lied" in verschillende talen). Avaaz heeft leden in
alle landen van de wereld, ons team is verspreid over 18 landen in 6
werelddelen en werkt in 17 talen. Lees hier meer over de grootste campagnes van Avaaz, of volg ons op Facebook of Twitter.
De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet...
GROENE ONDERZOEK (2018):
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
Een punt dat Lilian Marijnissen - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP - regelmatig maakte - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor - was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!
Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...
De Groene Amsterdammer - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!
En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...
(AD)
*
Onderzoek
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde
neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van
werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere
financiële avonturiers zijn de lachende derde.
De economische groei gaat
aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een
steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van
links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de
vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat
hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat,
ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische
ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen
valt.
De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van
concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia.
Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van
kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die
keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt
samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of
‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen
komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke
beslissingen.
1. Het geld krijgt de vrijheid
Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere
waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de
Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde
voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en
iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist,
want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus
Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van
kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie,
maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet
alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar
de plek waar het het meest rendeert.
Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de
jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet
langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van
krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’
ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële
instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan
saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere
bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.
Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor
de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de
restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel
brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost
aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting
op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke
voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.
‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso,
niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de
arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.
2. Aandeelhouders mogen het zeggen
Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te
zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen
die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De
aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te
brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen
in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd
gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een
commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf
aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese
overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider
Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van
een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als
gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen
van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in
toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad
voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).
Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook
grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij
voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze
elders hogere rendementen kunnen krijgen.
Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor
snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De
huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers,
benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en
gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf
een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen
van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot
koersstijgingen.’
Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan
te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe
druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want
bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de
aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op
aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie
van het bedrijf.
‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie’
3. Geld wint het bij bedrijven van mensen
Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de
financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met
handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering
die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog
kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt
verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand,
want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt
politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In
plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen
bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven
vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit
naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’
Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport
over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële
maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op
de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen
toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook
niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het
bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de
publieke sector.
Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo
is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg
van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).
4. Monopolies mogen hun gang gaan
Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in
een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het
product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving
moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die
faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf
de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige
praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid.
Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en
overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al
lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van
concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale
overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat
ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het
bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese
mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte
lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’
Econoom Aldert Boonen van de fnv:
‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel
geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen
zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die
toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen:
‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed
daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’
Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de
winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk
Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare
producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar
verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro
per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het
merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De
combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor
lage lonen en hoge winsten.
5. Pensioenfondsen doen mee aan rendementjagen
Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een
graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en
beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen
zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge
rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van
de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot:
‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van
investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat
pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te
maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het
systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen
zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn
moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk
hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij
lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland
belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels
zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’
Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call
bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de
pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was
leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar
pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.
De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en
de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de
onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de
positie van werkenden juist verzwakt.
6. Loonmatiging als heilige graal
Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van
loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren
werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van
de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen
en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets
voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de
arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging
bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer
toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de
lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de
Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de
binnenlandse vraag naar producten en diensten.
En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv.
‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid
en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning
van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook
gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet
alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale
inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur
arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv:
‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk
toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet
welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat,
inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.
Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat
loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo
een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan.
Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is
dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was
om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan
inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie
leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker
aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen
vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten
kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen
hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’
‘We hebben in Nederland meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor ze, leid ze op’
7. De overheid remt lekker mee
De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel
niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van
maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze
anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao
voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet
mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te
verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten
van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk
adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte
stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename
van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf
hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.
De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de
onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide
ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het
minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48
procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de
hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig
steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon
zitten.
Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was
het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan
kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid:
‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan
uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat
betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het
minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van
de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte
van het minimumloon.
8. Door meer werknemers hebben werkgevers meer keus
De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de
afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk
doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken.
Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de
rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht
voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van
pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir
van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren
er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers
vergrootten.
Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers
uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald
kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de
uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en
sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk
alternatief voor werkgevers.
Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks
tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken
om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice
Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan
denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen
die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op,
zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en
makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’
Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa,
ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver
van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een
basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks
bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het
schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme,
flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt
op.
Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van
werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen
overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of
zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel.
De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten,
waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar
bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de
reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’,
zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed
van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.
9. Met minder sociale zekerheid kun je minder eisen
De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de
hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de
oeso, het imf
en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de
onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk
arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en
gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.
Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel
Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de
hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de
afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder
de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland
met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog
forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog
toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van
bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.
Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief
van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden
werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven
inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet
meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen
te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden.
Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk
en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben
sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.
‘Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn’
10. Nederland is kampioen flex
De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken
geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de
helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen
flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de
mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst
hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder
vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden
verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen
flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.
Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen.
Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van
het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te
drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt
aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van
aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van
de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen:
‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna
beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren,
sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks
gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’
Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu),
omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders.
Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de
hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector
marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten
volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.
In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die
voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als
de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf
valt dat personeel niet onder de eigen cao,
en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’
noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van
de Universiteit van Tilburg dat.
11. Werkenden betalen de belastingverlichting van bedrijven
De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en
die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is
gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral
sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk
gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage
van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog
bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder
overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de
gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook
als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen
loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan
de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen
er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald
zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te
verhogen.
12. Een klusjeseconomie voor werklozen
Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel:
wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van
nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw
is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de
arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische
innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor
arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou
zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de
arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per
arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.
Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de
verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten
gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en
alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda.
‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid
boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien
is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die
werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun
niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die
Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het
internationale Institute for New Economic Thinking (inet),
is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen
haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve
klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat
werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens
hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met
technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie
wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit
dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt
hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’
13. De rekening van de crisis daalt eenzijdig neer
Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis
van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen.
Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op
achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden
van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten
sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende
werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun
baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te
verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk
deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van
de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar
dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij
komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de
lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.
Bij de dertien
bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om
beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een
rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice
Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen,
collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is
een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken
mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via
ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet
aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’
Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf
commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten
koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het
sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien
werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel
inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’
‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch
historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor
het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de
markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt
overgelaten.’
Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar
komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf
gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden,
middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken:
woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen,
grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor
arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist
erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is
ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De
periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf
een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist
door een sterke toename van de welvaart.
De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom
toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo
lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn
Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst
van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie
raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge
werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland
door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu
eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een
ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie
onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’
Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect:
‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je
ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen
aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’
Dit is het tweede deel van een serie van Mirjam de Rijk over kapitaal en arbeid. Het eerste deel, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’, stond inDe Groene Amsterdammervan 1 februari. De serie wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden