Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
gisteren: "Femke Bol wint Geen 2x Goud (op de 400m vlak & 400m horden)!".
Eindelijk eens een stelling van Maarten H. van Gent waarvan snel en met 100% zekerheid duidelijk zal worden of deze uitkomt of niet.
Vanavond weten we het...
Aart Dekker heeft het voorrecht
regelmatig zijn oude Frisol/R coach Maarten H. van Gent – a.k.a. Het Orakel
van Porkuni, Estonia – te spreken en vergast te worden met diens
inzichten. Dat ontaardde nogal eens in een weddenschap. En dat leidde
weer tot het inzicht dat je maar beter niet kunt wedden met van Gent,
tenzij die weddenschap in zwart op wit geschreven staat. Aangezien de ouwe
rot daar niet aan begint wordt er tegenwoordig weinig meer gewed...
Maar uitspraken als “100% zeker … wint!” komen nog met
regelmaat uit de mond van de oude wijsgeer. Af en toe deel ik die
hier...
De stand wat betreft Uitgekomen, Gelogenstrafte, dan wel nog Niet te Beoordelen Voorspellingen tot nu (per - - ) toe is:
De snelste vrouw op de 10.000 meter loopt dit WK onder Nederlandse vlag en ze heet Sifan Hassan. Wat zullen Wilders en Baudet ziek zijn. Dertig minuten en zeventien seconden was haar tijd op de 10 kilometer. De meeste mensen die ik ken halen dat op de fiets niet eens, bij tegenwind reken ik mezelf daartoe.
Hassan werd in Ethiopië geboren in 1993, op haar vijftiende kwam ze naar Nederland. Door haar moeder op het vliegtuig gezet, verder wil ze het daar niet over hebben. In het begin zat ze in een opvangcentrum waar ze elke dag heeft gehuild. Als je goed kijkt, zie je dat verdriet nog steeds in haar ogen sluimeren.
In 2013 werd ze als Nederlander geboren, in ieder geval kreeg ze toen de plaatselijke nationaliteit. Nu loopt ze voor Nederlanders, voor hen die van buiten kwamen en zij die geen keuze hadden. Laat ik dat verduidelijken. Migranten hebben, met of zonder een pistool tegen hun hoofd, voor het land van aankomst gekozen. Als ze toegelaten worden, kiest het land ook voor hen. Bij inheemse bewoners had het land noch de bewoner een keuze. Die zitten met elkaar opgescheept. Aangaande een land is de oorspronkelijke bevolking het gedwongen huwelijk en de migrant de gekozen liefde.
Sifan vertegenwoordigt ons allemaal en dat doet ze niet alleen duizelingwekkend snel, maar ook met een tekenende strategie. Na de start neemt ze haar plek achterin het veld en daar blijft ze, alsof ze kiest voor beginnen vanuit achterstand. Als het lijkt of het te laat is, accelereert ze en passeert ze het peloton atleten zoals een renpaard langs dravers zou gaan.
In 2016 koos ze als trainer Alberto Salazar hoewel USADA al een onderzoek naar hem was gestart. Iets met verboden middelen, uiteraard. Met hem in zee gaan, was kiezen voor verdenkingen, dus in die zin koos Hassan ook hier voor een begin met een achterstand. Gevraagd of ze bang is voor die verdenkingen, antwoord ze resoluut „Nee. Ik weet dat ik schoon ben.”
Toen Sifan zaterdag goud op de 10 kilometer won, was Salazar nog in Doha. Maandagnacht werd zijn bevoegdheid afgenomen. Hij is voor vier jaar geschorst. Contact met zijn atleten werd verboden. Woensdag liep Sifan de halve finale van de 1.500 meter zonder trainer, op haar manier: eerst de hele tijd in de achterhoede, dan schijnbaar moeiteloos langs de dravers en met die vederlichte rotgang als eerste over de finish.
Sifan lijkt te lopen zoals ze leeft, vanuit schijnbare achterstand, met een gave voor een lange eindsprint. Ze is nu zesentwintig, Usain Bolt stopte op zijn 33ste. Zij is rond haar zeventiende serieus gaan trainen. Elk moment kan haar lange eindsprint beginnen. Zaterdagavond loopt ze om vijf voor acht de finale van de 1.500 meter, zonder trainer en zonder moeder. Het lijkt me het beste als we dan allemaal kijken, wij Nederlanders van de gekozen liefde en die van het gedwongen huwelijk. Sifan loopt voor ons allemaal, want een snelle vrouw kan meer verbinden dan een volksmenner scheiden kan.
Het grootste deel van mijn tiener-basketball-jaren hing hij in de vorm van een originele Amerikaanse NBA Poster boven mijn bed, naast Julius 'Dr. J.' Erving... Hij was ongeveer van mijn lengte(1.92). Hij was een Held en Voorbeeld voor spelers als Michael 'MJ/Air' Jordan maar ook voor Kobe Bryant, dus ik was in goed gezelschap. Wie kent hem nu nog behalve oude knarren zoals ik..? Daarom, special voor de Jeugd van Nu..! (AD)
Mark Vink in de Slaapkamer waar hij bijna al zijn tijd doorbrengt(VK.nl 2017)
Ik ben zeker geen exhibitionist, en het gaat mij meestal meer om de zaak waarover ik schrijf, of die ik deel, dan om mezelf. Aan de andere kant probeer ik vaak wel mijn persoonlijke beleving te delen, dus de schijn zou kunnen ontstaan dat het wel over 'Me, myself, and I' gaat, maar dat is meestal toch echt niet het geval. Ik ben wel iemand die vaak overal kansen en mogelijkheden ziet, en als je dan eens een goed plan, of een goed idee, denkt te hebben, dan is het ook weleens leuk om dat dan te kunnen realiseren. Met de soort dingen die ik graag tot stand breng gaat vrijwel altijd op dat ik daar andere mensen voor nodig heb...soms zelfs best wel veel mensen...en dan helpt het wel als die mensen je dan goed begrijpen, als ze je kunnen plaatsen.
Dat is nog weleens een probleem. Waarom?
Omdat mijn leven nogal afwijkt van dat van 'gewone' andere mensen, en dat dat van buiten af niet aan mij af te lezen is; als ik me buiten de deur begeef, dan is er niet zoveel afwijkends aan mij te zien, tenminste niet dat mijn leven zo anders is dan dat van het merendeel van de andere mensen. Dat komt doordat ik al heel lang chronisch ziek ben, en dat mijn ziektebeeld ook nog eens zeer complex en samengesteld is uit eigenlijk weinig met elkaar te maken hebbende ziekten/beperkingen. Dat beperkt mij gigantisch in zowel energie, in de tijd die ik in zaken kan steken, en vertraagt mij ook nog eens behoorlijk bij bepaalde bezigheden. Dus daar waar 'een normaal mens' -voor zover die bestaat- toch al snel een uurtje of acht, negen per dag in werk kan steken en daarnaast nog een aantal uren in andere bezigheden -van huishouden, sociale contacten en bijvoorbeeld hobby's- is voor mij mijn actieradius gemiddeld zeker vier tot zes uur per dag beperkter, en op een slechte dag -en die zijn er veel- blijven er misschien slechts een of enkele uren over om echt iets voor elkaar te krijgen. Dus waar er voor de gemiddelde 'druk, druk, druk-persoon' op een dag zomaar een hele lijst met afspraken, telefoontjes, en/of activiteiten in de agenda kunnen staan, en die grotendeels ook nog kunnen worden afgewerkt, zijn er voor mij nogal wat dagen als ik een zo'n punt van mijn lijst kan wegstrepen. En ik heb mezelf aangeleerd om daar dan nog tevreden mee te zijn ook, want dat is beter dan continu te moeten balen dat je bij lange na niet gedaan krijgt van wat je je voor zo'n dag had voorgenomen. Anders groeit de frustratie alleen maar, en daar wordt helemaal niemand wijzer van...
Dus samenvattend: ik zou heel graag heel veel willen doen -en als ik maar even de ruimte hebt doe ik ook veel, soms teveel- maar al te vaak kom ik maar aan een fractie van die gewenste zaken toe. Maar dat ziet eigen lijk niemand aan mij, behalve die paar mensen die mij thuis, of bijvoorbeeld op reis meemaken. Het is zelfs een bizarre gewaarwording -die mij toch regelmatig overkomt- dat ik mij met veel moeite over de drempel sleep om buiten de deur iets te gaan doen, maar dat dat mij heel zwaar valt, dat juist op die momenten mensen tegen mij zeggen "Je ziet er goed uit!"
"Yeah, right...pffff".
Ik hou er ook niet van mensen geen eerlijk antwoord te geven. Hoe vaak vragen mensen je niet, als je ze weer eens tegenkomt: "He, hoe gaat het? Alles goed?"
Als het dan helemaal niet goed gaat, wat zeg je dan? Lastig!
Zo hebben Ferry Steenmetz en ik de gewoonte ontwikkeld -nadat hij mij vele malen had gevraagd "Hey Aart, alles goed?" Waarop mijn antwoord dan in vele verschillende toonaarden was dat het niet zo heel erg goed ging, hij in plaats van zijn standaardvraag, juist ging vragen "Hey Aart, alles slecht?" Zodat ik dan kan zeggen: "Ach, valt eigenlijk wel mee Ferry..!" Klinkt toch gelijk heel anders..?
Ik ben best wel een verteller, geloof ook dat dat me aardig afgaat, maar mijn verhaal is lastig om goed te vertellen, nog lastiger te begrijpen, en maar al te vaak leven er ook nog wel wat vooroordelen...dan wordt het nog ingewikkelder. Dus in de laatste drie decennia heb ik al heel vaak geprobeerd mensen een goed beeld te schetsen van mijn ziekte, en de gevolgen daarvan. Dat kostte heel veel praten, en het is helemaal niet leuk om te doen, maar als je het niet doet, dan hebben mensen geen idee, word je dus niet begrepen, en dat is nog veel lastiger en vervelender...
Op dit moment is mijn situatie zodanig, dat het voor mij best belangrijk is dat veel meer mensen een beetje idee van mij en mijn omstandigheden krijgen, zodat ze me beter begrijpen en kunnen plaatsen. Omdat ik via deze Blog en Social Media nu ook het kanaal heb om met een keer schrijven veel meer mensen kan bereiken dan verbaal en in persoon ooit mogelijk was (en is), doe ik dat met dit stuk, en misschien nog wel een paar meer, dus maar. Dat betekent dat ik energie (en tijd) uitspaar die ik dan voor nuttiger en aangenamer gesprekken kan gebruiken. Dat dus wat betreft van het waarom van deze persoonlijke ontboezeming. Nu nog iets meer inhoudelijks...
Mijn chronische ziekte bestaat uit zware oogklachten, die me vertragen bij met na lezen en schrijven (laat ik dat nu juist veel doen op dit moment), maar ook soms erg vermoeien, en de ziekte die ME/CVS heet; Chronische Vermoeidheid dus, die ook nogal eens gepaard gaat met spier- en gewrichtspijnen, en soms aanzienlijke mentale beperkingen, maar eerst en vooral 'weinig energie', en slecht herstellen van vermoeidheid. Er zijn ook nog wat andere complicerende factoren, maar laat ik die nu maar verder onbesproken laten.
ME/CVS is een syndroom dat in Nederland op de een of andere rare manier 'niet goed valt'; het past niet zo goed bij onze volksaard of zo...want er zijn ook landen -de VS zijn daar een voorbeeld van- waar zowat iedereen bekend is met de ziekte, en de gevolgen ervan, waar je weinig hoeft uit te leggen, omdat een groot deel van de mensen de ziekte kent en goed begrijpt. Niet in Nederland dus, terwijl er wel 40.000 mensen zijn die er - vaak heel zwaar- onder lijden.
Omdat het vaak veel beter werkt om een ander je verhaal te laten doen, hieronder het verhaal van iemand die -net als ik- heel lang een zeer actieve sporter was, een goede baan en een druk leven had, en nu diep in de shit zit door ME/CVS. En nog arts is ook, dus zichzelf nog goed kan testen ook. Om mezelf in perspectief te plaatsen ten opzichte van dit verhaal: heel veel is voor mij heel herkenbaar, maar de mate van mijn klachten wisselt veel sterker dan bij hem, dus soms ben ik echt wel beter af, maar er zijn periodes -soms weken aan een stuk- waarbij ik vrijwel net zo beperkt ben als de hoofdrolspeler in het onderstaande verhaal. Maar mijn complex aan klachten is dan weer wel veel ingewikkelder, en voor een deel ook nog eens definitief, dus zonder enige kans op verbetering.
Ik werd -na een zware oogoperatie begin 1990 erg ziek, herstelde daar nooit meer van, en kwam na een hele lange, nog eens extra uitputtende slag met GAK/UWV die 14 jaar duurde, met terugwerkende kracht volledig in de WAO terecht.
Goed, ik zal het hierbij laten; ik zou zeggen lees het verhaal, dan hoef ik als we elkaar tegenkomen niet zoveel meer over mijn (gebrek aan) gezondheid te vertellen...kunnen we het over leukere zaken hebben....
Bedankt voor de aandacht!
AART DEKKER
***
Originele Volkskrant-artikel, en links naar meer info over deze materie --- Hier ---
Als je CVS hebt is naar de wc gaan al een marathon
Patient en arts Mark Vink over het Chronisch Vermoeid-heidssyndroom
Zo weinig energie hebben dat je maar twee keer per dag even uit bed kunt komen: zo kan Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) eruitzien. Onderzoekers suggereerden dat het om een psychische ziekte gaat. Onzin, zegt arts en CVS-patiënt Mark Vink.
Na die paar meter is hij afgepeigerd, veel erger dan na de marathons die hij ooit liep. Hij was triatleet, had de bruine band judo, werd Nederlands kampioen hockey, totdat hij in 2005 werd geveld door een longontsteking en niet herstelde. Hij had hoofdpijn, was duizelig, kreeg slaapproblemen. Maar het allerergste: na een minieme inspanning herstelden de spieren in zijn benen zich zo abnormaal traag dat hij krachteloos werd. Pas na een paar jaar kwam de diagnose: hij leed aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).
Vorig jaar werd hij genomineerd voor de John Maddox Prijs, een internationale prijs van vakblad Nature voor moedige wetenschappers
Nederland telt zo'n 40 duizend CVS-patiënten, Vink (55) heeft de ziekte in zijn extreemste vorm. Dat weerhoudt hem er niet van om zich te roeren in het internationale wetenschappelijke debat. Als huisarts en verzekeringsarts is hij goed op de hoogte van de medische literatuur. Lezen doet hij 's nachts, als het donker is en stil. Voor het schrijven gebruikt hij een spraakcomputer. Of hij maakt spraakmemo's op zijn mobiele telefoon, die zijn ouders vervolgens uittikken. Twee jaar geleden publiceerde hij in een vakblad voor neurologen de resultaten van het onderzoek dat hij op zichzelf uitvoerde, een analyse van zijn bloed na een inspanningstest, waarbij de inspanning bestond uit zijn tocht naar de badkamer. Vorig jaar werd hij genomineerd voor de John Maddox Prijs, een internationale prijs van vakblad Nature voor moedige wetenschappers. Vorige maand prijkte zijn naam, tussen die van tientallen internationale onderzoekers, in een speciale editie van het Journal of Health Psychology. Het vakblad was geheel gewijd aan het grootste onderzoek dat ooit is gedaan naar een behandeling tegen CVS, de zogeheten PACE-studie. Dat onderzoek, uitgevoerd door twee gerenommeerde Britse psychiaters, wees uit dat een groot deel van de patiënten kan herstellen met een bewegingsprogramma en een vorm van gedragstherapie.
De resultaten, die in 2011 in The Lancet werden gepubliceerd, hadden grote invloed op de behandelrichtlijnen en op het beeld van de ziekte. 'Chronisch moe? Naar buiten en bewegen', kopten de kranten. Patiënten voelden zich geschoffeerd door de bevindingen, die suggereerden dat hun ziekte psychisch is. Sterker: velen hadden bewegingstherapie achter de rug en dat had ze alleen maar verder achteruit gebracht. Onder hen Mark Vink, die definitief bedlegerig werd nadat een fysiotherapeut hem had aangemoedigd om elke dag een stukje verder te lopen en te fietsen. 'Als een deskundige tegen je zegt dat je daarmee je gezondheid terugkrijgt, dan doe je dat. Ik wilde niets liever.' Een jaar geleden oordeelde een Britse rechtbank, na een jarenlange rechtsgang, dat de gegevens uit de studie moesten worden vrijgegeven aan een Australische patiënt en sindsdien ligt het onderzoek onder vuur. Het Journal of Health Psychology vroeg een keur aan wetenschappers om zich over de methodologie van de PACE-studie te buigen. De conclusie was snoeihard: 'een schoolvoorbeeld van slecht uitgevoerd onderzoek', schreef de hoofdredacteur in zijn commentaar. 'De resultaten zijn op zijn best onbetrouwbaar en op zijn slechtst gemanipuleerd om een beter resultaat te bewerkstelligen.'
Nog altijd is er niemand die de ziekte begrijpt
Ook Vink werd benaderd. Hij bestudeerde de gegevens over de patiënten, analyseerde de resultaten, en werkte vervolgens nacht na nacht aan een analyse waarin hij de vloer aanveegt met het onderzoek. 'We zijn allemaal weleens moe. Aanstellerij. Je hebt niks en bent ook niet gemotiveerd om beter te worden.' In de reacties van de artsen die hij de afgelopen tien jaar raadpleegde heeft Vink alle varianten voorbij horen komen. Maar de scheidslijnen lopen niet langer alleen tussen patiënten en artsen, de aandoening verdeelt nu ook de wetenschappelijke wereld. Aan de ene kant staan de artsen en psychiaters die het PACE-onderzoek verdedigen en ervan overtuigd blijven dat een behandeling mogelijk is en aan de andere kant een groeiende groep statistici, psychologen, biochemici en epidemiologen die zich afvragen hoe zo'n 'stuitend amateuristisch onderzoek' ooit in een van de beste vakbladen ter wereld terecht is gekomen. En nog altijd is er niemand die de ziekte begrijpt.
Wat is de belangrijkste kritiek op die PACE-studie?
'De onderzoekers deden niet-geblindeerd onderzoek. De patiënten die therapie kregen wisten dat uiteraard en ook waarvoor. De onderzoekers controleerden het herstel door patiënten vragenlijsten te laten invullen. Daaruit kwam een verschil naar voren in het voordeel van gedrags- en bewegingstherapie. 'Maar tijdens de studie hadden ze nieuwsbrieven rondgestuurd met daarin aanprijzingen van patiënten die vertelden hoe die therapie hen had geholpen. Dat alles moet de resultaten hebben beïnvloed. De onderzoekers hebben bovendien tijdens de studie de scores voor herstel versoepeld en de criteria om te mogen meedoen minder streng gemaakt, wat een overlap opleverde tussen ziekte en herstel: 13 procent van de deelnemers was ziek genoeg om mee te doen, maar tegelijkertijd, door aanpassing van de scores, vreemd genoeg al voor de behandeling gedeeltelijk hersteld. 'De objectieve meetmethoden die werden gebruikt, de stappentest en de zes-minuten-looptest, lieten geen significante verschillen zien tussen de groepen, maar dat werd door de onderzoekers genegeerd. Toen patiënten na twee jaar opnieuw vragenlijsten moesten invullen, was er geen verschil meer tussen de groepen. De patiënten bleken na therapie nog steeds ziek genoeg om opnieuw aan de studie deel te nemen.'
De kritiek op de studie heeft internationaal enorm veel aandacht gekregen. Ziet u iets veranderen?
'Ik bespeur een voorzichtige ommekeer. Er zijn nog altijd veel artsen en wetenschappers die denken dat er met ons niets aan de hand is, maar dat verandert. De CDC, de Amerikaanse gezondheidsdienst, heeft onlangs op de website de informatie over gedrags-en bewegingstherapie verwijderd. Er staat nu dat er niets tegen de ziekte te doen valt. 'Het Amerikaanse Institute of Medicine heeft in een rapport duidelijk gemaakt dat CVS een invaliderende, fysieke ziekte is waar veel te weinig onderzoek naar wordt gedaan. Nu zien we dat steeds meer wetenschappers geïnteresseerd raken, vaak slimme mensen die dit vakgebied toch een imagoboost geven.'
Verandert er voor u persoonlijk iets?
Ik was vroeger nooit ziek, ik had een leuk leven, een goede baan, ik sportte veel. Wat voor reden zou ik hebben om me aan te stellen?
Mark Vink
'Dat zal nog wel even duren. Ik heb uit de hele wereld reacties gekregen op mijn artikel van vorige maand. Patiënten zijn zó blij dat er eindelijk mensen hun mond opentrekken. Dat ik patiënt en arts ben, geeft mijn verhaal kennelijk extra gewicht. 'Als huisarts leerde ik dat patiënten die nooit op het spreekuur kwamen hun eigen problemen oplosten. Als ze wel kwamen, was er echt iets aan de hand. Toch was dat niet de houding die mij ten deel viel toen ik zelf patiënt werd. Ik was vroeger nooit ziek, ik had een leuk leven, een goede baan, ik sportte veel. Wat voor reden zou ik hebben om me aan te stellen? 'Collega's zijn afgehaakt, specialisten verweten me aandachttrekkerij. Mijn huisarts had het wel goed met me voor en verwees me door naar een psychiater, zodat die kon vaststellen dat ik geen psychiatrische problemen heb. Daar kan ik nu aan refereren.'
Wat kwam er uit uw eigen bloedonderzoek?
Mijn verlies aan spierkracht wordt blijkbaar veroorzaakt door ernstige problemen met de productie van energie in mijn cellen
'Al vrij snel na aanvang van de ziekte voelde het alsof mijn benen uit elkaar knalden als ik een korte afstand liep, een enorme verzuring. Ik wilde weten of ik daar een biologische oorzaak voor kon vinden. Daarom heb ik een aantal keer met een vingerprik bloed afgenomen, voordat ik uit bed stapte en naar de badkamer liep en bij terugkomst opnieuw, na 5 minuten en na een half uur. 'Dat bloed heb ik laten onderzoeken. Daaruit bleek dat ik na die minieme inspanning heel lang een torenhoge hoeveelheid melkzuur in mijn bloed had, veel hoger dan een topsporter na een extreme prestatie. Mijn verlies aan spierkracht wordt blijkbaar veroorzaakt door ernstige problemen met de productie van energie in mijn cellen. Moe ben ik niet. Daarom spreek ik ook liever niet over het chronisch vermoeidheidssyndroom maar over ME (myalgische encefalomyelitis, de andere benaming voor deze ziekte, red.). Lang niet alle patiënten ervaren extreme vermoeidheid.'
Duurt een dag niet heel erg lang?
'Mijn dag-nachtritme is omgedraaid. Ik slaap 's nachts nauwelijks, alleen overdag af en toe. Ik kan inderdaad geen tv kijken, geen radio luisteren, geen boeken lezen. Ik lees teksten op mijn telefoon, 's nachts, op een donker schermpje. Overdag kan ik niets anders doen dan liggen en nadenken. Een luide stem, licht dat naar binnen valt, een deur die dichtslaat, het zijn allemaal dingen die de meeste mensen niet eens waarnemen, maar die mijn hersenen irriteren. 'In het begin heb ik een maand of negen knallende hoofdpijn gehad. Als ik negatieve gedachten heb, denk ik daar weleens aan terug. Toen kon ik helemaal niks, nu wel, al beperkt dat zich tot een paar uur per nacht. Dan moet ik wachten tot de volgende nacht voor ik verder kan.'
'Dat ik af en toe een artikel kan publiceren. Het kost me veel tijd, ik kan niet aan mijn laptop achter mijn bureau gaan zitten, maar ik heb een heel simpele telefoon met een spraakprogramma erop en het is verbazingwekkend wat je daarmee kunt doen. En ik heb twee kinderen, met wie ik veel praat en die de buitenwereld meenemen naar mijn slaapkamer. 'Sport was altijd mijn leven en daar ben ik nog steeds gek van. Dat kan ik nu alleen via Twitter volgen, dat zijn maar korte boodschappen, dus weinig prikkels. Ik ben een groot formule-1-fan dus als Max Verstappen moet rijden, verheug ik me daar elke keer weer op. Ik zou zo graag een keer naar een race gaan. Maar ja, als ik de hele dag stilsta bij wat ik allemaal niet meer kan, dan heeft het geen zin meer.' Deze maand worden in Noorwegen twee grote onderzoeken afgerond waar CVS-patiënten wereldwijd op wachten. Oncologen ontdekten daar bij toeval dat twee medicijnen tegen kanker patiënten met CVS vooruit hielpen en de afgelopen jaren hebben ze die middelen bij een grote groep getest. Ook Mark Vink droomt in zijn donkere kamer van een geneesmiddel dat hem zijn leven kan teruggeven. De wereld buiten zijn huis is dichtbij en toch zo ver weg. 'Ik zou het best fijn vinden om te zien en te voelen wat voor weer het is.' Hij geeft een foto mee van lang geleden, genomen vlak na de finish van de marathon van Londen. Een paar jaar later werd hij ziek. 'Ik realiseer me dat ik misschien nooit meer een normaal leven kan leiden. Ik heb geen keus. Maar wat zou ik er veel voor over hebben om een deel van mijn gezondheid terug te krijgen.'
Wat is dan het allerbelangrijkste?
'Mijn onafhankelijkheid.'
Wat is CVS?
Er komen steeds meer aanwijzingen dat het immuunsysteem een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van CVS. Bij driekwart van alle patiënten begint de ziekte na een gewone infectie, bijvoorbeeld met het griepvirus. Wetenschappers vermoeden dat cytokines, stoffen die door immuuncellen worden geproduceerd, de boosdoeners zijn. Cytokines activeren ontstekingen in het lichaam. Dat is in orde als indringers moeten worden bestreden, zoals bij een griep, maar leidt tot onnodige klachten als die indringers er niet (meer) zijn, zoals bij CVS. Amerikaanse onderzoekers van Stanford University concludeerden deze zomer in vakblad PNAS dat bij CVS-patiënten de ernst van hun ziekte samenhangt met de activiteit van 17 verschillende cytokines.
Dit is een artikel van Volkskrant Plus.Volkskrant Plus artikelen zijn exclusief voor abonnees.
"Toeval bestaat niet...", wil ik in een filosofische bui nog weleens zeggen...
'Toevallig' kwam bij mijn opruimacties van de laatste week de Column van Henk Kraaijenhof in Sportweek Magazine naar boven...ik legde het weg om nog eens te gebruiken, misschien wel op deze Blog... En toen -nog geen week later- was daar ineens het Nieuws dat Martina Hingis -al heel jong een Superster Tennister, en al twee keer eerder gestopt- nu voor de derde keer bekend had gemaakt dat ze -nu echt en definitief- zou stoppen met Tennis... Ik wist maar heel vaag dat ze nog steeds/weer tenniste...
"Henk Kraaijenhof?" -een van de , zo niet De Beste Atletiekcoach Ooit in Nederland- zullen sommige jonge lezers vragen "Moet ik die kennen dan?" Misschien niet, maar misschien ook eigenlijk wel; voor Dafne Schippers was er Nellie Cooman -een piepkleine, Surinaamse Supersprintster die voor Nederland Medailles won op de kortste sprintafstanden- en Henk Kraaijenhof was haar coach. Niet alleen van haar trouwens; hij had vele toppers onder zijn hoede -ook buitenlandse toppers- en gold als een autoriteit op zijn vakgebied, en -ik hoop dat ik het goed formuleer- ook wel op dopinggebied, en dat bedoel ik dan niet in beschuldigende zin...
Klik op de Column voor een grotere, beter leesbare versie.
CITAAT(Kraaijenhof beschrijft een Grote Tenniswedstrijd tussen Steffie Graf en de op dat moment 18-jarige Martina Hingis):
"...... En dan is het lijden voor Hingis eindelijk voorbij. Koel als een kikker probeert ze haar tranen in bedwang te houden als ze Graf de hand schudt. Maar ja, ze is toch nog maar achttien, ondanks haar tenniservaring nog bijna een kind en aan de veilige boezem van haar moeder barst ze in snikken uit. Prachtig, ik heb van binnen even met haar meegehuild. Toch staat ze weinige minuten later op het podium, tijdens haar toespraakje, te lachen als het blije kind dat ze is. Verbazingwekkend hoe snel ze zichzelf weer in de hand heeft gekregen. Toch hoor je mensen altijd praten over het zogenaamde 'onsportieve' gedrag van Hingis en haar 'aanstellerij'. Wie deze emoties van een topsporter niet begrijpt, die begrijpt de essentie van de topsport niet en misschien wel niet de essentie van het leven..."
Martina Hingis
(Košice, 30 september 1980) is een tennisspeelster met de Zwitserse
nationaliteit. Zij is een dochter van Tsjecho-Slowaakse ouders,
Melanie ...
Topatlete met magische handen en 'Swiss Miss' Martina Hingis neemt nu echt afscheid van het tennis
Haar finesse, formidabel spelinzicht en ragfijne returns zullen we missen
Het was een afscheid met weemoed. De 37-jarige Martina Hingis
maakte al na haar eerste partij in het dubbelspel op de WTA Finals
bekend dat ze definitief een einde maakt aan haar carrière. De 'Swiss
Miss' stopt voor de derde keer. En nu echt. Hingis verlaat het
vrouwentennis als de nummer 1 van de wereld, al werd ze met haar
Taiwanese partner Chan Yung-jan uitgeschakeld in de halve finales door
de latere kampioenen Babos en Hlavackova.
Door:Robèrt Misset
29 oktober 2017.......
.....
...
Het complete artikel van de Volkskrant over het derde afscheid van Hingis lees je --- Hier ---
Het was de Zomer van 2016, ik zat in Zuid-Oost-Europa, het was bloedheet en zat 'op de Camping', nauwelijks goed Internet, en geen goede Televisie...dus lekker uitgebreid lezen, schrijven en posten op mijn laptopje was lastig. Dus onderstaande post is niet verder uitgewerkt en alweer outdated...maar desalniettemin wel interessant voor in sport geïnteresseerde lieden -en die zijn onder mijn lezers/volgers nu eenmaal zwaar oververtegenwoordigd...
De Volkskrant komt vaak met wetenschappelijk getinte achtergrond- en preview-verhalen, het gaat over Dafne Schippers, zo'n beetje Nederlands Grootste Sport-topper, dus ik neem aan dat veel mensen het onderstaande zeker op prijs zullen stellen, op de Volkskrant-site zelf staat nog veel, en veel meer; zie de Links daarnaartoe!
Wel ff tijd voor uittrekken, want het zijn meerdere lange artikelen, en als je dus ook nog doorklikt naar de VK.site, dan is er wel sprake van een Longread...
artikelTwee kansen op
goud heeft Dafne Schippers. Identiek eremetaal met een onmetelijk
verschil in waarde. Wint ze de 200, of wordt ze de snelste vrouw op
aarde? Een weging van haar kansen op de meest prestigieuze afstand: de
100 meter.
Elke dag om
17.00 het laatste nieuws en analyses vanuit Den Haag in uw mailbox?
Schrijf u in voor onze gratis politieke nieuwsbrief Dagkoersen.
Wat Dafne Schippers alvast
deelt met Usain Bolt: ze heeft de grenzen van het voorstellingsvermogen
verlegd. Een blondine uit Utrecht, olympisch kampioen op een
sprintnummer. Het kan. In Rio de Janeiro strijdt Schippers (24)
tweemaal om goud. Identieke medailles met een onmetelijk verschil in
waarde. De 200 meter? Een olympische plak, één van de 136 die in Rio de
Janeiro worden verdeeld onder vrouwen. De 100 meter? Dé medaille, de
meest begeerde en bezongen hoofdprijs in twee weken topsport.
Schippers weet wat waarschijnlijk
nodig is: harder rennen dan ze ooit heeft gedaan. De tijd waarmee ze
vorig jaar verrassend tweede werd bij de WK atletiek in Peking, 10,81
seconden, volstond het afgelopen decennium meestal niet voor de
hoofdprijs op de 100 meter. Ze moet onder de 10,80, misschien zelfs
onder de 10,70. Dat vooruitzicht stemt haar vrolijk. Ze gelooft
dat het kan. Haar lichaam is er klaar voor. In vergelijking met vorig
jaar is ze minder zevenkampster en meer sprinter. Ze lijkt breder dan
voorheen, maar dat is volgens haar optisch bedrog. De spierkabels in
haar schouders en armen tekenen duidelijker af, omdat haar vetpercentage
lager is. 'Ik heb wel iets meer bovenbenen en billen gekregen,
sprintspieren zeg maar.'
Geen centimeter van de 100 meter is
onbestudeerd gebleven, geen milliseconde onopgemerkt. Elk detail van
haar passen is met laserpistolen en infraroodsensors vastgelegd, duizend
maal per seconde. Ze weet hoe lang haar voet aan de grond behoort te
blijven (minder dan 0,1 seconde op topsnelheid), hoe lang ze tussen elk
contact zweeft (circa 0,125 seconde), en wat haar pieksnelheid is (ruim
38 kilomter per uur). Lang wist ze niet met welk startblok ze in
Rio te maken zou krijgen. De verschillen zijn aanzienlijk. Bij sommige
merken kan ze met haar hele voet afzetten, bij andere steekt haar hiel
boven het blok uit. Om niet afhankelijk te zijn van het toeval is een
extra startblok gekocht. Met de drie belangrijkste merken heeft ze
geoefend. Of Schippers goud pakt hangt af van haar acceleratie,
hoe snel ze op gang komt. Haar race mag dan krap elf seconden duren, na
een tel kan het al voorbij zijn. Ze kan zich geen misstap veroorloven.
Ze moet haar voeten nauwkeuriger plaatsen dan een koorddanseres.
Geen goud
De verkeerde genen Chinezen
blinken uit in tafeltennis, Canadezen in ijshockey, Nieuw-Zeelanders in
rugby en Nederlanders in schaatsen. Die overheersing wordt vrijwel
nooit verklaard uit genetische voordelen, eerder uit de
sociaal-culturele factoren die per land verschillen. Hoe anders
is dat op de sprint. Zwarte atleten overheersen die discipline al
decennia, bij de mannen en de vrouwen. Vaak staat er hooguit één blanke
sprinter in de finale van de 100 meter: bij de WK atletiek streed
Schippers vorig jaar tegen loopsters uit Jamaica, Trinidad, de Verenigde
Staten en Nigeria. De meest gehoorde verklaring van de afgelopen
decennia: zwarte atleten hebben een genetische voorsprong.
Wetenschappers denken daar anders
over. Huidskleur wordt volgens genetici verward met eenvormigheid. In
werkelijkheid zegt een donkere tint weinig over het genenpakket. De
verschillen tussen mensen met Afrikaanse wortels zijn vaak groter dan
tussen blanken onderling, of tussen blanken en Aziaten, of tussen
Latino's en Australiërs. De reden? De meeste mensen zonder
Afrikaanse wortels stammen af van een kleine groep voorouders, mogelijk
minder dan duizend, die Oost-Afrika 80- tot 100 duizend jaar geleden
verlieten en zich verspreidden over de wereld. 'Vanuit een genetisch
perspectief zeg ik graag dat alle Europeanen op elkaar lijken', aldus
geneticus Kenneth Kidd van Yale University in het boek The Sports Gene,
van journalist David Epstein.
Het vermeende voordeel van zwarte
sprinters is de afgelopen vijftien jaar met veel geduld onderzocht door
de Britse hoogleraar Yannis Pitsiladis. Hij heeft het dna van honderden
Amerikaanse, Caribische en Europese topsprinters verzameld en
geanalyseerd, onder wie Usain Bolt. Aanvankelijk in de hoop dat hij
speed genes zou ontdekken. Gaandeweg stelde hij zijn theorie
bij. De meeste sprinters hebben inderdaad snelle spiervezels, stelde hij
vast. Maar hij deed nog een ontdekking. Ook verbluffend veel Aziaten en
blanken beschikken over die vezels. Toch zijn de meesten niet snel (net
als de overgrote meerderheid van de zwarte bevolking). Sprinten is een
complex samenspel tussen botten, pezen, spieren, longen, hart, bloed,
gewrichten en geesteskracht. Pitsiladis' conclusie (getrokken
voor de opkomst van Schippers): 'De genen spelen een belangrijke rol bij
het behalen van topprestaties, dat is ongetwijfeld waar. Maar de
raciale visie is onzin.'
Zwarte sprinters zijn volgens de
hoogleraar sneller, omdat de maatschappelijke voorwaarden voor
sprintsucces in Amerika en Jamaica simpelweg beter zijn dan elders. Het
is een sociaal-culturele kwestie. Vandaar dat Jamaica en Amerika altijd
topsprinters afvaardigen naar de Spelen. Ditmaal: Elaine Thompson
(10,70), Shelly-Ann Fraser-Pryce (10,70), English Gardner (10,74),
Tianna Bartoletta (10,78) en Tori Bowie (10,78).
Het goede dna Schippers
heeft haar dna nooit beschikbaar gesteld aan de Britse professor, al is
haar coach Bart Bennema best nieuwsgierig naar de uitkomst. Niet dat
het lastig raden is. Gezien haar tijden moet ze over snelle spiervezels
beschikken. Ze voldoet ook aan een andere voorwaarde van Pitsiladis: ze
heeft haar ouders goed gekozen. Dafne komt uit een sportief
gezin. Vader Ernst (fysiotherapeut) had aanleg voor alle sporten, al
ontbrak de gedrevenheid uit te blinken. Uit stand kon hij de basketbal
dunken. Bij zwemmen werd hij gevraagd voor de selectie, in het judo werd
hij bijna clubkampioen. Aan de rekstok draaide hij als turner
moeiteloos met gestrekt lijf een rondje. Vader Schippers was volgens
zijn vrouw Karen (onderwijzeres) in zijn jonge jaren 'een Epke met
lengte', 1.92 meter en gespierd. Karen deed zelf niet veel aan
competitiesport, maar zij beschikt volgens haar man van nature over een
goede conditie en spierontwikkeling. Dafnes oudere zus en broer blonken
wel uit. Sanne (30) turnde en voetbalde fanatiek in selectieteams. Derek
(27) trainde als tiener bij hoofdklasseclub Elinkwijk. Hij werd
gevraagd voor de jeugd van PSV.
Dafne kwam door toeval in de
atletiek terecht. Ze deed als 9-jarige aan tennis, nam voor de grap deel
aan een hardloopwedstrijdje, viel op door haar snelheid en kreeg de tip
atletiek eens te proberen. In hun jongste dochter zien haar
ouders veel eigenschappen van zichzelf terug. De atletische bouw van
vader, het prestatiegerichte en ambitieuze van moeder. Ze stimuleerden
haar en staken tijd in haar begeleiding, zoals ze ook bij hun oudere
kinderen hadden gedaan. Karen: 'Ze wilde altijd graag aan wedstrijden
meedoen. We zijn jaren met haar op pad geweest, tot in Groningen voor
wedstrijden in een oude stal.' Schippers ontwikkelde zich
aanvankelijk tot zevenkampster, vanwege de Nederlandse gewoonte om alle
kinderen tot 16 jaar verplicht te laten kennismaken met alle
atletiekdisciplines. Toch kon ze al jong hard rennen. Toen ze acht jaar
geleden de kans kreeg op het sportcentrum Papendal te gaan trainen, kon
ze kiezen tussen zevenkamp en sprint.
De sprint viel af, deels vanwege de
veronderstelde onbereikbaarheid van de wereldtop. Vader Ernst: 'De
zevenkamp is een kleine wereld. Succes is maakbaar. Je moet er veel tijd
in stoppen, je zwakke onderdelen verbeteren. Daarin zou ze ooit de
beste kunnen worden. Maar de sprint? Nee. Ik wist dat ze fantastisch
snel was, maar die Amerikanen en Jamaicanen: het was een wereld verder.' Van dat idee, het diepgewortelde ontzag voor donkere sprinters, heeft Schippers zich bevrijd.
Geen goud
De gebrekkige sprintcultuur Hoeveel
vrouwen doen een poging uit te groeien tot de snelste vrouw op aarde?
Niemand weet het precies. Atletiekfederatie IAAF houdt geen mondiale
cijfers bij. Een betrouwbare uitslagensite als Tilastopaja.org geeft wel
een indruk. In Amerika liepen vorig jaar 920 vrouwen de 100 meter
sneller dan 12,30 seconden (anderhalve seconde langzamer dan Dafne). In
Jamaica 83, in Groot-Brittannië 113, in Nederland 33. Uit die
aantallen blijkt dat er wereldwijd geen miljoenen ambitieuze sprintsters
zijn, mogelijk niet eens enkele tienduizenden. Atletiek is kleiner dan
de sport tijdens de Spelen lijkt. Dat geldt zelfs voor de 100 meter, het
meest tot de verbeelding sprekende baanonderdeel. Wereldwijd
speuren slechts een paar landen serieus en structureel naar talent,
vooral via schoolatletiek. De landen die bekend staan om hun sterke
sprinters hebben, niet toevallig, ook de sterkste schoolcompetities: de
Verenigde Staten en Jamaica.
In beide landen hebben meisjes en
jongens een duidelijke reden om atletiek serieus te nemen. Ze kunnen er
studiebeurzen mee verdienen, soms ter waarde van tienduizenden euro's.
Tot ongeveer een decennium geleden verliep de atletiekloopbaan voor
vrijwel alle Caribische talenten via een studiebeurs in de Verenigde
Staten. Usain Bolt verdiende als jongetje met zijn snelle benen
een studiebeurs voor een basisschool met een beter sportprogramma, een
school die zijn arme ouders niet konden betalen. 'Er is geen
plek in de wereld waar sprinttalent zo systematisch wordt opgeleid als
Jamaica', zei Stephen Francis vier jaar geleden tijdens een bezoek van
de Volkskrant. Hij is de coach van tweevoudig olympisch sprintkampioen
Shelly-Ann Fraser-Pryce. Alleen in enkele warme, zuidelijke staten in
Amerika, zoals Californië, Texas en Florida, gebeurt volgens hem iets
soortgelijks.
Francis gelooft niet dat de zwarte
bevolking beter is gebouwd voor de sprint, net zo min dat hij denkt dat
de natuurlijke selectie in de slaventijd de Jamaicanen extra sterk of
snel heeft gemaakt. Toch slaan die verklaringen bij een groot
deel van de Jamaicaanse bevolking wel aan, weet hij. In Amerika gebeurt
hetzelfde. Het idee dat zwarte atleten genetisch superieur zijn, is
aantrekkelijk in een cultuur waarin de vermeende tekortkomingen van
donkere mensen vaak worden benadrukt. 'Het zijn oppervlakkige,
onlogische verklaringen', stelt Francis. Wat Jamaicanen wel
uniek maakt? Waarom een eiland met drie miljoen inwoners het afgelopen
decennium beter presteerde dan een wereldmacht met ruim driehonderd
miljoen inwoners? Er gaat weinig talent verloren aan andere sporten,
zoals honkbal, basketbal of voetbal. En er is het belangrijkste
sportevenement op Jamaica: de Boys & Girls Championships, het
scholierenkampioenschap voor jongens en meisjes.
Het bestaat sinds 1910 en trekt
tienduizenden toeschouwers. 'Er is televisie', aldus coach Francis.
'Iedereen in je dorp zal je zien, wie meedoet wordt populair en kan
misschien een studiebeurs krijgen voor een Amerikaanse universiteit.
Door dat kampioenschap leren kinderen bovendien al jong om het hele jaar
hard te trainen.' Bolt zei na zijn triomftocht in Peking: 'Als je de Champs hebt doorstaan, zijn de Olympische Spelen kinderspel.'
De modernste faciliteiten De
weelde van een eindeloze stroom toptalent kent Nederland niet. De
meeste kinderen komen door toeval bij een atletiekclub terecht, zoals
Dafne. Elke ruwe diamant wordt gekoesterd. Schippers behoort tot
de eerste generatie die optimaal heeft kunnen profiteren van die
werkwijze. Haar opkomst valt samen met de structuur die de Atletiekunie
acht jaar geleden ontwikkelde onder leiding van toenmalig technisch
directeur Peter Verlooy. In een select aantal disciplines, zoals de
sprint en de meerkamp, worden de beste atleten sindsdien bijgestaan door
fatsoenlijk betaalde, voltijds bondscoaches.
Op sportcentrum Papendal beschikken de atleten over vrijwel alles wat nodig is om hun talent tot ontplooiing te brengen
Op sportcentrum Papendal beschikken
de atleten over vrijwel alles wat nodig is om hun talent tot
ontplooiing te brengen. Van onderdak in het sporthotel tot verantwoorde
voeding in een restaurant. Van gespecialiseerde medische zorg tot
dagelijks beschikbare fysiotherapeuten. Er zijn hypermoderne
krachthonken. Naast de blauwe buitenbaan, gelegen in de Veluwse bossen,
zijn er diverse hallen om in te trainen, in de winter of bij slecht
weer. Er is een werphal en twee sprinthallen. Dat betekent dat Schippers
nooit een training hoeft over te slaan wegens slecht weer. Ze hoeft ook
niet, zoals oud-sprintster Nelli Cooman, uit te wijken naar een
parkeergarage om bij nat weer toch een sprinttraining te kunnen
afwerken.
Daarnaast beschikt de bond over
geld voor buitenlandse trainingskampen. In de winter wijken sprinters
driemaal uit, naar Zuid-Afrika of Florida. Het streven is om drie
maanden in de zon te trainen. Warmte is beter voor de spieren, weet
coach Bennema. Atleten lopen bij dezelfde inspanning harder en ze
herstellen sneller van die inspanning. Door de gestage
ontwikkeling van toptalenten als Schippers en diverse andere sprinters
en meerkampers, weet de Atletiekunie ook ander talent aan zich te
binden. Topcoach Rana Reider, die Amerikanen en Britten naar mondiale
titels en medailles heeft begeleid, is vanuit Groot-Brittannië naar
Nederland gekomen. Zijn topatleten zijn hem gevolgd, zodat Schippers
sindsdien elke dag sparringpartners van wereldniveau heeft.
Ook biomechanicus Paul Brice, die
al jaren samenwerkt met Britse olympisch kampioenen als zevenkampster
Jessica Ennis en verspringer Greg Rutherford, beschouwt het als een
uitdaging om de Nederlandse atleten verder te helpen met zijn kennis en
apparatuur. Hij ziet niet in waarom Dafne de 100 meter niet zou kunnen
winnen. Zevenkampster Ennis (1,64 meter) kreeg te maken met
dezelfde scepsis, zegt Brice: 'Hoe kan zo'n klein meisje zoveel punten
vergaren? Dan kijk je naar objectieve data. Dan zie je dat Jessica en
Dafne niet veel anders doen dan hun concurrenten, ze doen het alleen
beter.'
Geen goud
Chemische hulpmiddelen Schippers
houdt zich aan de spelregels, zegt iedereen die het kan weten. Dat
beeld wordt bevestigd door de circa vijftig dopingcontroles (urine en
bloed) die ze jaarlijks opgewekt doorstaat: alle uitslagen zijn
negatief. Dat ze vaak wordt gecontroleerd heeft een historische reden.
De meeste toptijden van blanke vrouwen zijn gelopen met doping. Verboden middelen zijn nauw verwerven met de sprint. Van de acht snelste
mannen is alleen Usain Bolt nooit geschorst. Ook bij de vrouwen is de
lijst van bedriegers lang, van de Amerikaanse Marion Jones tot de vele
DDR-atletes die hoog op de eeuwige ranglijsten staan: Marita Koch, Heike
Drechsler, Marlies Göhr, Silke Gladisch en Katrin Krabbe. De
dopingaffaires rond Amerikaanse en Jamaicaanse sprinters, en de
gebrekkige dopingcontroles op het Caribische eiland, hebben het geloof
in de natuurlijke aanleg van zwarte sprinters nauwelijks aangetast. Maar
voor blanke sprintsters wordt doping in veel landen gezien als een
voorwaarde om mee te kunnen komen.
De overtuiging heeft bijna een halve eeuw
geleden postgevat in de toenmalige DDR en Sovjet-Unie, buiten Amerika en
Jamaica de belangrijkste plekken waar gedurende enkele decennia actief
en structureel is gezocht naar sprinttalent
De overtuiging heeft bijna een
halve eeuw geleden postgevat in de toenmalige DDR en Sovjet-Unie, buiten
Amerika en Jamaica de belangrijkste plekken waar gedurende enkele
decennia actief en structureel is gezocht naar sprinttalent. De atletes
werden onderworpen aan een zwaar trainingsregime waarvan verboden
middelen standaard deel uitmaakten. Dat bleek uiterst succesvol, mede
door gebrekkige controles. Uit de recente Russische
dopingschandalen blijkt dat de Sovjet-methoden nog steeds in zwang zijn,
vermoedelijk ook in voormalige deelrepublieken. 'Mijn coaches geloven
niet in sporters, ze geloven in doping', zei atlete Yulia Stepanova, de
klokkenluider uit de geruchtmakende ARD-documentaire. Ze werd jarenlang
gedrogeerd. Op hoogtestage mocht ze nooit. 'Veel coaches hebben geen
idee wat ze doen.'
Betekent dit onuitroeibare geloof
in doping dat blanke vrouwen alleen hard kunnen rennen met behulp van
die middelen? Allerminst. De Oostbloklanden hebben alleen bewezen dat er
medailles te winnen zijn met anabole steroïden als Oral Turinabol.
Daarmee staat niet vast dat het onmogelijk is om vrouwen zonder die
middelen hard te laten sprinten. In de DDR kwamen gedurende
enkele decennia (van pakweg 1964 tot 1989) honderdduizenden kinderen via
school in aanraking met atletiek. Een select gezelschap talenten kreeg
via het zogeheten Staatsplanthema 14.25 verboden middelen toegediend. In
alle sporten tezamen zou het gaan om circa 12 duizend sporters. In dezelfde periode, en erna, is het talent van miljoenen blanke
meisjes in Europa en Noord-Amerika nooit aangeboord. Het is denkbaar,
zelfs logisch, dat er verborgen sprinttalent in zo'n grote groep zit.
Wie weet waartoe die meisjes in staat zouden zijn, gezien de huidige
kennis over trainingsmethoden, nieuwe wetenschappelijke inzichten en
betere materialen (als stijve, lichte spikes en harde banen).
Trainers noemen topatleten soms
freaks of nature, vanwege de uitzonderlijke fysieke gaven die de sport
vereist. Veel kampioenen worden bij toeval ontdekt, de meeste talenten
blijven onopgemerkt. Wie zeker van zijn zaak wil zijn, en geen scrupules
kent, creëert kampioenen. De laatste blanke winnares, de omstreden
Wit-Russin Julia Nesterenko, dook bij de Zomerspelen van 2004 uit het
niets op. Ze won de 100 meter en verdween haast net zo snel als ze
gekomen was.
Goud
Technologische hulpmiddelen Lang
duurde het niet voordat coach Bart Bennema het speciale talent van
Dafne Schippers ontdekte. Zij reageerde beter op zijn trainingschema's
dan andere atleten. En ze plaatste zich als tiener al gemakkelijker voor
titeltoernooien: iets wat de meeste atletes nooit lukt. Vijf
jaar geleden, als 19-jarige onderwijzers in opleiding, kon Schippers bij
de WK atletiek uitkomen op vier disciplines: de 100 en 200 meter, de
zevenkamp en de estafette. Ze mocht van haar coach alleen meedoen op de
dubbele sprint en estafette, uit vrees voor overbelasting. Op de 200
meter liep ze de finale mis op slechts 0,07 seconde, al had ze die
afstand nooit eerder buiten de zevenkamp gelopen.
De voorzichtigheid is gebleven.
Bennema's trainingsleer laat zich samenvatten als slim trainen en hard
herstellen. Uit de overlevering kent hij de veeleisende schema's uit de
DDR-tijd. Hij is, net als collega-bondscoach Ronald Vetter, van mening
dat die atletes chronisch overtraind waren. Bennema: 'Daar was het idee:
meer is beter. Hoe meer ik aankan, hoe harder ik ga lopen. Ik gebruik
het principe: less is more.' Bennema behoedt zijn steratlete
voor te veel arbeid. Ze traint negen à tienmaal per week, 's ochtends
hooguit twee uur op de baan, 's middags iets korter in het krachthonk.
Weinig herhalingen is het devies bij alle sessies. Meer dan twee keer
per week test ze haar topsnelheid niet. Soms bestaat een training, na
een lange warming up, uit niet meer dan driemaal 150 meter op
topsnelheid. Of vijf keer voluit starten.
De coach benut de wetenschap. In de
jacht op honderdsten van seconden tijdwinst worden Schippers bewegingen
tot in duizendsten geanalyseerd. Het laserpistool van Laveg levert een
snelheidprofiel van elke sprint op: hoe vlot schiet ze weg uit de
blokken, waar ligt haar piek, wat verliest ze in de slotfase? De
infraroodsensors van Optojump leveren details op over contacttijden,
vluchttijden, paslengtes en snelheid. Dat levert verrassende
inzichten op. Zo blijkt Schippers met haar rechterbeen iets meer
snelheid te ontwikkelen dan met links. Dat been is vermoedelijk sterker
doordat ze als zevenkampster jarenlang met rechts afzette bij het hoog-
en verspringen. Biomechanicus Paul Brice beschikt over data van
andere topsprintsters. Zo kan hij precies zien of Dafne voldoet aan de
maatstaven die gangbaar zijn in de wereldtop. Doet ze over de eerste pas
1,02 seconde? Dat is te langzaam. Ze moet toe naar 0,96 seconde.
De technologie legt volgens Brice
ook bloot waarom Dafne zo hard loopt. De lengte van haar passen is goed
als ze op topsnelheid loopt: circa 2,30 meter per pas. De frequentie is
uitstekend. Haar benen bewegen sneller dan haar mond kan tellen: 48
passen in minder dan 11 seconden. Het contact tussen haar spikes en de
grond is kort, minder dan 0,1 seconde op topsnelheid. Per seconde legt
ze dan 10,75 meter af. Ook bereidt ze haar passen goed voor. Ze
tilt haar knie hoog op en hamert haar dijbeen met een flitsende beweging
tegen de grond, met een kracht die gelijk staat aan vier tot vijfmaal
haar lichaamsgewicht.'She ticks all the boxes', zegt Brice. 'Ze doet
niets anders dan de anderen. Ze doet het alleen heel goed. En ze kaatst
haar been, met een korte contacttijd, met meer kracht tegen de grond dan
haar concurrenten.' Dergelijke kennis ontbreekt volgens Brice
in Jamaica, waar minder waarde wordt gehecht aan wetenschappelijke
hulpmiddelen. In Amerika is het evenmin gemeengoed.
De jamaicaanse parel Opeens
dook ze op, acht jaar geleden. Shelly-Ann Fraser-Pryce. Als een vrijwel
onbekend talent, dat buiten Jamaica genoegen moest nemen met wedstrijden
in Brabantse plaatsjes als Uden, veroorzaakte ze een schok bij de
Jamaicaanse trials voor de Zomerspelen van Peking. Op de 100
meter hield ze Veronica Campbell-Brown buiten de ploeg, de vrouw die in
2004 eerder als eerste Jamaicaanse sprintster olympisch goud veroverde
(op de 200 meter). Even overwoog de bond de uitslag te negeren. Dan zou
niet Fraser-Pryce naar Peking gaan, maar de gekoesterde vedette met de
bijnaam VCB. In Peking bewees Fraser-Pryce hoe misplaatst het
vertrouwen in kampioenen kan zijn. Zij won de 100 meter, als eerste
Jamaicaanse vrouw in de geschiedenis. Als Pocket Rocket (een verwijzing
naar haar geringe lengte: 1,60 meter) groeide ze vervolgens uit tot
beste sprintster van deze eeuw, misschien zelfs aller tijden. Op
de 100 meter heeft Fraser-Pryce (29) inmiddels drie wereldtitels
veroverd, naast twee olympische hoofdprijzen. In Rio aast zij op haar
derde gouden plak op rij. Dat is nog geen vrouw gelukt sinds 1928, de
eerste keer dat vrouwen mochten meedoen aan de sprintafstand.
Zij lijkt ertoe in staat. Ze heeft
motivatie te over. Ze zou dolgraag eens uit de schaduw treden van Usain
Bolt, die zijn successen vrijwel altijd heeft behaald op dezelfde
toernooien als zij. Ze aast op verbetering van haar persoonlijke record
van 10,70. En ze weet dat alleen titels haar positie als beste
sprintster aller tijden kunnen bekrachtigen. Het wereldrecord
van 10,49 is buiten bereik. Die omstreden tijd liep de Amerikaanse
Florence Griffith-Joyner in 1988, officieel zonder rugwind (0.0 volgens
de windmeter). In werkelijkheid had ze naar alle waarschijnlijkheid baat
bij een fikse windvlaag mee; volgens een IAAF-rapport uit 1995 woei het
5 tot 7 meter per seconde. Fraser-Pryce behoort tot een
categorie sprinters die oud-atletiekcoach Henk Kraaijenhof omschrijft
als 'bloeiers'. Anders dan de 'buigers' en de 'brekers' bezwijkt zij
niet onder druk. Ze heeft spanning nodig om tot haar beste prestaties te
komen. Van de zes mondiale finales sinds 2008 won Fraser-Pryce er vijf
overtuigend. Haar winnende tijden varieerden in al die races nauwelijks:
van 10,71 tot 10,78. Mocht Fraser-Pryce onverhoopt falen, dan
staat een mogelijk opvolgster al klaar: trainingsgenoot Elaine Thompson.
Zij werd bij de WK atletiek, vorig jaar, door hun coach Stephen Francis
buiten de Jamaicaanse ploeg gehouden. Naar verluidt omdat zij een
bedreiging zou kunnen vormen voor de olympische kampioene. Bij de
olympische trials, afgelopen maand, bleek Thompson in elk geval sneller.
Ze versloeg Fraser-Pryce in 10,70.
Goud
De Hollandse groeibriljant Dafne
Schippers oogt in balans. Ze heeft aan een woelig jaar genoeg gehad om
te wennen aan het bestaan als bekende Nederlander. Voorbij is de tijd
dat de zinsneden van coach Bennema doorklonken in haar verlegen
antwoorden. Ze heeft haar stem gevonden. Ze is openhartig en
eerlijk tijdens persconferenties. Ze durft zichzelf te zijn en gaat geen
vraag uit de weg. Tegelijkertijd is ze behendig genoeg om potentiële
valkuilen te vermijden. Ze doet geen moeite om zich anders voor te doen
dan ze is, ook niet als ze in ongemakkelijke situaties verzeild raakt.
Bijvoorbeeld als oud-kampioenen, die ze niet kent, komen kennismaken. Schippers: 'Ik ben niet heel goed in de geschiedenis van atletiek. Als
ik het niet weet, dan vraag ik het gewoon. Mooi is wel dat sommige
oud-sporters zich voorstellen met een omschrijving van wat ze doen.'
Ze heeft haar doel duidelijk voor
ogen. Haar vriend Nick Rotteveel treedt als dj Nicky Romero wereldwijd
op voor tienduizenden mensen. Hij leeft 's nachts. Het brengt haar niet
in de verleiding om laat naar bed te gaan of trainingen te laten
schieten. Ook met eten is ze streng voor zichzelf. Sinds ze twee
jaar geleden een cursus sportvoeding volgde, stelt ze haar eigen dieet
samen. Veel eiwitten, veel vers, weinig koolhydraten. Soms kijkt ze met
een schuine blik verlekkerd naar een buffet, maar ze houdt zich aan wat
ze bedenkt. Via een bloedcontrole laat ze af en toe nagaan of ze van de
juiste voedingsstoffen voldoende binnenkrijgt, zoals vitamines. 'Ik voel
me fitter en heb meer energie dan ik had. Dat is mijn graadmeter.'
Ze behoort tot een zeldzaam ras, blind voor huidskleur, immuun voor gedateerde denkbeelden. Waarom zou dat in Rio anders zijn?
Ze straalt vertrouwen uit. Ze
gelooft in haar talent, ze vertrouwt op haar coaches en ze weet zich
veilig bij haar familie en management. Ze is zich bewust van een
zeldzame gave. Als zij voor een finale in de startblokken plaatsneemt,
dan vindt ze rust. Het gebeurt vanzelf, steeds weer, zonder hulp van een
mental coach of sportpsycholoog. Uit die rust ontstaat een
explosie. Op de belangrijkste momenten is die bijna altijd sterker,
zuiverder en gerichter dan in trainingen of series. Ze loopt records in
finales alsof het vanzelf spreekt. Ze behoort tot een zeldzaam ras,
blind voor huidskleur, immuun voor gedateerde denkbeelden. Waarom zou
dat in Rio anders zijn?
CITAAT (Volkskrant, Door: Mark van Driel 5 augustus 2016, hele originele artikel 'Wordt-schippers-de-snelste-vrouw-op-aarde?' ---
href="http://www.volkskrant.nl/sport/wordt-schippers-de-snelste-vrouw-op-aarde~a4350255/">Hier ---) "De verkeerde genen
Chinezen blinken uit in tafeltennis, Canadezen in ijshockey, Nieuw-Zeelanders in rugby en Nederlanders in schaatsen. Die overheersing wordt vrijwel nooit verklaard uit genetische voordelen, eerder uit de sociaal-culturele factoren die per land verschillen.
Hoe anders is dat op de sprint. Zwarte atleten overheersen die discipline al decennia, bij de mannen en de vrouwen. Vaak staat er hooguit één blanke sprinter in de finale van de 100 meter: bij de WK atletiek streed Schippers vorig jaar tegen loopsters uit Jamaica, Trinidad, de Verenigde Staten en Nigeria. De meest gehoorde verklaring van de afgelopen decennia: zwarte atleten hebben een genetische voorsprong.
Wetenschappers denken daar anders over. Huidskleur wordt volgens genetici verward met eenvormigheid. In werkelijkheid zegt een donkere tint weinig over het genenpakket. De verschillen tussen mensen met Afrikaanse wortels zijn vaak groter dan tussen blanken onderling, of tussen blanken en Aziaten, of tussen Latino's en Australiërs.
De reden? De meeste mensen zonder Afrikaanse wortels stammen af van een kleine groep voorouders, mogelijk minder dan duizend, die Oost-Afrika 80- tot 100 duizend jaar geleden verlieten en zich verspreidden over de wereld. 'Vanuit een genetisch perspectief zeg ik graag dat alle Europeanen op elkaar lijken', aldus geneticus Kenneth Kidd van Yale University in het boek The Sports Gene, van journalist David Epstein.
Het vermeende voordeel van zwarte sprinters is de afgelopen vijftien jaar met veel geduld onderzocht door de Britse hoogleraar Yannis Pitsiladis. Hij heeft het dna van honderden Amerikaanse, Caribische en Europese topsprinters verzameld en geanalyseerd, onder wie Usain Bolt. Aanvankelijk in de hoop dat hij speed genes zou ontdekken.
Gaandeweg stelde hij zijn theorie bij. De meeste sprinters hebben inderdaad snelle spiervezels, stelde hij vast. Maar hij deed nog een ontdekking. Ook verbluffend veel Aziaten en blanken beschikken over die vezels. Toch zijn de meesten niet snel (net als de overgrote meerderheid van de zwarte bevolking). Sprinten is een complex samenspel tussen botten, pezen, spieren, longen, hart, bloed, gewrichten en geesteskracht.
Pitsiladis' conclusie (getrokken voor de opkomst van Schippers): 'De genen spelen een belangrijke rol bij het behalen van topprestaties, dat is ongetwijfeld waar. Maar de raciale visie is onzin.'
Zwarte sprinters zijn volgens de hoogleraar sneller, omdat de maatschappelijke voorwaarden voor sprintsucces in Amerika en Jamaica simpelweg beter zijn dan elders. Het is een sociaal-culturele kwestie. Vandaar dat Jamaica en Amerika altijd topsprinters afvaardigen naar de Spelen. Ditmaal: Elaine Thompson (10,70), Shelly-Ann Fraser-Pryce (10,70), English Gardner (10,74), Tianna Bartoletta (10,78) en Tori Bowie (10,78)."
Dafne Schippers is zaterdag bij het atletiekgala uit de Diamond League in het Amerikaanse Eugene op de 200 meter afgetroefd door de Amerikaanse Torie Bowie. De Utrechtse eindigde als tweede in een tijd van 22,11 seconden. Bowie excelleerde en won in 21,98, de beste tijd van dit jaar op de dubbele sprintafstand.
Schippers had tot de wedstrijd in Eugene de beste mondiale tijd staan met haar 22,02 van de FBK Games. De wereldkampioene kwam al op achterstand de bocht uit en kon op het rechte stuk het verschil niet meer goedmaken. Ze verkrampte zelfs wat in de laatste meters, maar passeerde nog wel de Jamaicaanse Elaine Thompson.
Bowie klopte Schippers begin deze maand ook op de 100 meter bij de Diamond League in Doha (10,80 om 10,83).
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden