Commentaar overbodig... https://t.co/yRXtPV6XoS
— Aart Dekker (@AartDekker) September 21, 2025
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Commentaar overbodig... https://t.co/yRXtPV6XoS
— Aart Dekker (@AartDekker) September 21, 2025
De Verenigde Staten (#USA) terug naar de Middeleeuwen in een maand of acht...
Dat is wat we voor onze ogen zien gebeuren in #MAGA #America onder Trump/Vance.
Als de republikeinen er in de Mid-term-verkiezingen volgende jaar een meerderheid bij elkaar weten te frauderen dan is het Over & Uit met de Democratie in het - nu nog - machtigste land in de wereld.
Ik verbaas me soms - als ik weer eens weken, maanden na dato een cartoon terugkijk, omdat ik nu eenmaal vaak achterlig - hoe voorzienend sommige cartoonisten - of schrijvers voor de Groene Amsterdammer - zijn in hun opinie.
Bovenstaande cartoon van John Darkow is van eind juli, inmiddels zijn we alweer 6, 7 weken verder, en zien we wat hij toen tekende (bijna) letterlijk, maar zeker figuurlijk gebeuren...tekent, schrijft of zegt iemand iets wat bij Trump c.s. een klein scheef scheetje veroorzaakt...er wordt een civiele zaak van tientallen miljarden en/of een strafzaak aanhangig gemaakt. En dan heb je nog geluk, want heb je een kleurtje of iets van roots in het buitenland dan zit je voor je het weet op transport naar de hel van een El Salvoriaanse gevangenis...
Oppassen dus..!
(AD)
Op https://t.co/eHWhRt6oBB: "Fokke & Sukke werken bij de #IND in #TerApel..." ...en moeten deze Syriër teleurstellen... https://t.co/tonMy3ZPOo
— Aart Dekker (@AartDekker) December 10, 2024
2 sep 2024 #Film4 #Channel4 #BehindTheScenes
This is a warning. Embark on a cinematic trip to the future in 2073, the new film from Academy Award-winning director Asif Kapadia, starring Samantha Morton. Premiering tomorrow at the 81st Venice International Film Festival. SUBSCRIBE: https://bit.ly/2up0y8g
De #conservatieven sturen aan op 'n soort #Gilead (bekend uit The Handmaid's Tale(Republic of Gilead). #TrumpIsDone leest #Project2025IsTrumpAndVance toch niet(ontkent natuurlijk); gelukkig zijn er de uiterst #Hypocrite- instructiefimpjes; '#Messias' geniet vrijstelling v #crime https://t.co/CbLdVOFrcM
— Aart Dekker (@AartDekker) August 16, 2024
De sfeer tussen demonstrant en autoriteiten verhardt. De politie arresteert en slaat vaker, burgemeesters leggen striktere regels op en demonstranten worden nauwlettend gevolgd. ‘Ze hebben me radicaal gemept.’
– verschenen in nr. 12
David van Benthem, Freyan Bosma, Simon Dequeker, Daphne ten Klooster en Sophie Polm
Van september 2022 t/m maart 2023 hield de masterclass onderzoeksjournalistiek van Investico en De Groene Amsterdammer zich bezig met de vraag: hoe makkelijk kan je nog demonstreren in Nederland? Het onderzoek vond plaats onder begeleiding van Investico-hoofdredacteur Thomas Muntz, Groene-redacteur Coen van de Ven en Investico-redacteur Emiel Woutersen. Voor dit artikel vroegen we honderden brieven van burgemeesters aan demonstranten op, verzamelden we scenario's waarmee de politie protestacties handhaaft en ontvingen we van 67 demonstranten dossiers waarin te zien stond dat de politie hun persoonsgegevens en zelfs die van hun ouders en kinderen verzamelde.
Kees van den Bosch spreekt met Simon Dequeker, Daphne ten Klooster en Thomas Muntz
OF:
Op de verschillende stadhuizen van de drie grootste steden wordt ingrijpend anders gedacht over het inperken van demonstratierecht. Maar over één ding zijn de burgemeesters het eens: de toegenomen overheidsrepressie bij demonstraties ligt vooral aan de samenleving, niet aan henzelf. Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, ‘schrikt’ van onze cijfers van het overheidsoptreden, ‘die toch vooral wijzen op een eruptie van onvrede tijdens corona’. De ongeregeldheden die zich toen bij demonstraties voordeden laten volgens haar Rotterdamse ambtsgenoot Ahmed Aboutaleb een zekere verharding zien. ‘Demonstreren is dan niet meer het uitdragen van een mening, maar het claimen ervan, desnoods met geweld.’
Wordt een demonstratie echt spannend, dan kun je het nooit goed doen voor de publieke opinie, zegt Aboutaleb. ‘Ik wens je geen dag in mijn schoenen toe.’ Heeft de burgemeester ‘informatie dat de bedoelingen verkeerd zijn, dan wenst hij ook hárd in te grijpen, daar moet je niet lullig over doen’. Soms sloeg dat door, erkent hij: ‘Dan namen we een overdaad aan maatregelen. Maar waar gehakt wordt vallen spaanders, dat is all in the game.’
In Amsterdam pakken ze het anders aan. Tijdens coronaprotesten greep Halsema steeds later in. ‘Je wil geen waterkanon richten op mensen die alleen maar knuffelen en met bloemen zwaaien’, zegt ze. ‘We moeten ons realiseren dat mensen diep gevoelde emoties en opvattingen uitdrukken.’ De burgemeester vindt dat we met meer soepelheid met burgerlijke ongehoorzaamheid moeten omgaan. ‘Een blokkade noemen we hier soms een “dynamische demonstratie die heel traag verloopt”. Groepen als Extinction Rebellion en Agractie begrijpen echt wel wat burgerlijke ongehoorzaamheid is.’
Volgens de Haagse burgemeester Jan van Zanen vallen de acties van de klimaatgroep juist niet onder burgerlijke ongehoorzaamheid, ‘want dan zouden ze zich gewillig laten arresteren’. Hij ziet demonstranten die door ‘grote machines mee te nemen, ongehoorzaam gedrag te vertonen of door een bepaalde plek te kiezen hun mening doordrijven. Dat heeft niks met demonstreren te maken.’
‘Demonstreren is een grondrecht’ staat in zowat iedere brief van burgemeesters aan demonstranten. Maar na die gevleugelde woorden doemt een hele lijst van voorwaarden op die vooral wijst op een verlangen naar orde, veiligheid, en gezelligheid. Vreedzame demonstranten die de wet overtreden ziet de overheid als wetsovertreders. De Haarlemse burgemeester Jos Wienen omschrijft XR-acties ‘die de politie zo lang mogelijk moeten bezighouden’ als ‘kinderachtigheden.’
‘Er wordt voortdurend met de vinger gewezen’, zegt Joost Valk, de oud-agent die op het Malieveld de taak had om demonstranten en autoriteiten te verbinden. ‘Maar het is juist belangrijk dat de overheid bezorgde mensen serieus neemt.’ Maatschappelijk onbehagen kun je als overheid niet klein maken, zegt Valk. ‘Als je dat wel probeert, zoals in de coronatijd, dan knakt het vertrouwen en barst de fles, met alle gevolgen van dien.’ Hij vindt ‘het gebrek aan sensitiviteit bij de overheid soms schrikbarend. Werk daar hard aan, want zorgen over ondermijning van de rechtsorde en democratie zijn terecht.’
‘Demonstranten en autoriteiten zijn in een vicieuze cirkel beland’, zegt universitair docent demonstratierecht Roorda. ‘Maar het is aan de overheid om de eerste stap te zetten en demonstranten weer gewoon te vertrouwen.’
Op de Nieuwe Maas in Rotterdam ziet Ruben Schilt de stalen kabels van de Erasmusbrug naderen, onder een strakblauwe lucht varen hij en zijn moeder tijdens de Wereldhavendagen mee op een klipper, aan boord gaan appeltaart en kroketten rond. Politieschepen snellen met veel bombarie onder het imposante bruggenhoofd door. ‘Ze moeten me weer hebben’, zegt Schilt half lachend tegen zijn moeder. Van ME-busjes noch Rammstein is sprake. En toch, de Erasmusbrug kan hij ‘nooit meer’ loskoppelen van de arrestatie waar hij ‘elke week nog wel een keer’ aan terugdenkt. Aan zijn oma durfde hij het nooit te vertellen.
Het voorbije jaar stopte Schilt met studeren: tijdens de tentamens stak hij meer tijd in de klachtenprocedure. Zijn bestuursfunctie bij de sociaal-democraten legde hij neer. Schilt antwoordt ‘nee’ als zijn vrienden hem vragen mee te gaan naar een protest. Hij vult zijn week nu vooral met avondjes schaken en plantaardige burgers serveren in een zaak vernoemd naar het David Bowie-nummer Rebel Rebel.
De namen van de twee anonieme politieagenten, de kastelein en de demonstrant met de gefingeerde naam Henk zijn bekend bij de redactie
Dit artikel is verschenen in De Groene Amsterdammer Nr. 12 / 2023
Lees de geannoteerde versie van dit verhaal met een uitgebreide verantwoording van het onderzoek
Marnix van Rij Staatssecretaris belastingen
Staatssecretaris Marnix van Rij moet de grote problemen bij de Belastingdienst oplossen. Het stelsel vereenvoudigen duurt nog jaren. „Ik begrijp het gevoel dat er geen voortgang is.”
Leestijd 7 minuten
Wat is het nieuws?
De invoering van een nieuw stelsel voor het belasten van vermogen loopt naar alle waarschijnlijkheid opnieuw een jaar vertraging op.
De huidige geplande invoeringsdatum van 1 januari 2026 voor de vernieuwde heffing in box 3 – de zogenoemde ‘spaartaks’ – is praktisch niet haalbaar, zegt staatssecretaris Marnix van Rij.
De oorzaken van het hernieuwde uitstel liggen deels in de vertraging van de modernisering van de nodige ict-systemen. Volgens Van Rij speelt ook mee dat tijdens de formatie van het huidige kabinet-Rutte niet goed is nagedacht over wat het nieuwe stelsel inhoudt.
Lees het volledige nieuwsbericht
Het énige positieve aan afgelopen weekend, zegt CDA’er Marnix van Rij, was dat Feyenoord van Ajax won. Meer wil de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst niet zeggen over de onrust die in zijn partij is ontstaan na de daverende nederlaag bij de Provinciale Statenverkiezingen vorige week, en wat de verdere krimp betekent voor de stabiliteit van de coalitie.
Toch heeft de electorale afstraffing een onverwacht voordeel. Het is „niet cynisch bedoeld”, zegt Van Rij tijdens een gesprek op zijn werkkamer, maar bij een verdeelde Eerste Kamer is de kans klein dat de Belastingdienst de komende tijd grote beleidswijzigingen hoeft door te voeren. En die ademruimte kan Van Rij heel goed gebruiken.
De Belastingdienst verkeert in kritieke staat, schetste NRC de afgelopen maanden. Zo kampt de dienst met grootschalig achterstallig onderhoud aan cruciale ict-systemen, waardoor de belastinginning binnen enkele jaren in gevaar dreigt te komen. Het kabinet kan daardoor ook nauwelijks nieuw fiscaal beleid invoeren. Oplossing van die problemen wordt bemoeilijkt door structurele personeelstekorten, waardoor ook de dienstverlening aan burgers vastloopt.
My guess. pic.twitter.com/M1q1LrixUD
— Jos Collignon (@CollignonJos) August 25, 2023
‘We zitten op de snelweg naar de klimaathel, met de voet op het gaspedaal.’ De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, wond er geen doekjes om in zijn openingstoespraak bij de klimaattop in Egypte. Toch zijn de verwachtingen rondom de top niet bijzonder hooggespannen. De oorlog in Oekraïne en de energiecrisis hebben het klimaat van het podium gestoten. Ondertussen bereikte de wereldwijde CO2-uitstoot vorig jaar een nieuw record. Om de opwarming te beperken tot twee graden is er tot 2030 maar liefst dertig procent meer reductie nodig, meldt het laatste Emissions Gap-rapport: ‘Enkel een urgente systeemtransformatie kan een klimaatramp voorkomen.’
De situatie is dus ronduit zorgwekkend. Maar opvallend genoeg komt het debat daarover enkel op gang als klimaatactivisten zich aan tafels vastlijmen of nationale cultuurschatten besmeuren. En dan gaat het debat alsnog vooral over de legitimiteit van die acties zélf. Mark Thiessen, de gewezen digitale campagneleider van de vvd, vroeg zich af wat er zou gebeuren als iedereen zich zo zou gedragen. ‘Het gevoel dat er een existentiële dreiging is die bestreden moet worden leeft niet alleen bij klimaatactivisten. Dat leeft ook bij complotactivisten’, schreef hij op Twitter. Wordt zo niet de deur opengezet naar steeds radicalere acties?
Hier vond een mooie omkering plaats. Niet de existentiële bedreiging van de klimaatcrisis is hier het belangrijkste gevaar, maar het idee an sich dat er een existentiële bedreiging ís. Wie gelooft in een dergelijk acuut gevaar kan namelijk overgaan tot allerlei radicale acties.
De weerzin die klimaatactivisten oproepen is intrigerend. Het verwijt lijkt vooral te zijn dat ze een absoluut gelijk claimen (dat ze ‘drammen’), en met doemscenario’s op de proppen komen. Alsof we eigenlijk wat meer zelfrelativering en optimisme bij de klimaatactivisten zouden willen zien. Deze grondhouding is eigen aan de politieke cultuur van het midden: de afkeer van de politieke flanken met hun geharnaste overtuigingen en ondergangsprofetieën. Daartegenover stelt het midden vanouds de twijfel, de complexiteit en de nadruk op onzekerheid.
Een goed voorbeeld is het vlot geschreven boek van de journalist en historicus Addie Schulte, De strijd om de toekomst. Hij behandelt daarin een reeks ‘neergangstheorieën’, van migratie tot robotisering, van klimaat tot de neoliberale race to the bottom. Zijn stelling is dat dergelijke doemscenario’s vooral een mobiliserende functie hebben. Het schermen met apocalyptische beelden is noodzakelijk om de achterban te overtuigen van de urgentie van het eigen program. Vanuit dit perspectief behoort Spenglers De ondergang van het Avondland tot eenzelfde categorie als de klimaatrapporten van de Verenigde Naties.
Schulte stelt onder een interview dat hij afnam bij de Canadese journaliste en klimaatactiviste Naomi Klein dat haar boek hem deed denken aan het apocalyptische bijbelboek Openbaringen, met zijn plagen voor de mensheid. Klimaatactivisten beschrijft Schulte als profeten, en ‘iedere profeet vindt dat hij te weinig gehoor krijgt’. Daar tegenover stelt hij een ‘filosofisch pessimisme’, een geloof in onzekerheid. ‘Wie een open toekomst wil zien, zal onzekerheid moeten accepteren.’ Hij raadt klimaatactivisten aan om wat minder stellig en zeker van hun zaak te zijn.
De mensen die op deze manier denken, zijn een soort omgekeerde wappies: ze geloven op een zeer principiële manier in twijfel en nuance en lijken te denken dat doemscenario’s niet tot de empirische werkelijkheid behoren.
Het is een politieke grondhouding die zijn wortels heeft in het liberalisme van de Koude Oorlog. Volgens de Oostenrijkse filosoof Karl Popper was het bovenal het idee van de kenbaarheid van de loop van de geschiedenis dat leidde tot een gesloten samenleving (een dictatuur). Popper keerde zich op beroemde wijze tegen de wetmatige geschiedenisopvatting van Hegel en Marx, en stelde dat de open samenleving juist berustte op voortdurende twijfel en dialoog: ‘Ik kan ongelijk hebben en jij gelijk en met enige moeite komen we misschien samen nader tot de waarheid.’ Vanuit popperiaans perspectief is de klimaatwetenschap een overmoedige poging om de loop van de geschiedenis te voorzien.
De twijfel is nadien tot ideologisch principe verheven. De socioloog Jacques van Doorn, een van de belangrijkste liberale intellectuelen in Nederland, noemde dat de liberale redelijkheid. ‘Dat liberalen zo vaak niet weten hoe het moet, niet zeker zijn van hun gelijk, is juist hun verdienste. Het liberalisme heeft als voornaamste taak, zoals [Ralf] Dahrendorf zegt, te garanderen dat meerdere antwoorden mogelijk blijven, wetende dat het antwoord bij niemand bekend is.’
In principe lijkt me dat een genereuze intellectuele grondhouding, maar je zult toch ergens een lijn moeten trekken. Wat zeg je tegen iemand die klimaatverandering domweg ontkent? Wat zeg je tegen iemand die gelooft in een elite van kwaadaardige reptielen? Ik kan ongelijk hebben en jij gelijk? Soms is redelijkheid juist gebaat bij het vasthouden aan een eigen visie op de werkelijkheid. Soms is het redelijk om bepaalde waarheden met veel geestdrift uit te dragen. Je kunt geen klimaatbeleid stoelen op relativisme.
© Mirjam Vissers Artwork Meer van Mirjam Vissers op haar site --- Hier ---
*
".... Bij de uitloop van de ministerraad afgelopen vrijdagmiddag herhaalde stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) dit zinnetje wel tien keer toen journalisten haar vroegen naar de stemming in het kabinet. Daar heerste al dagen een crisissfeer over haar beleid. „Verder kan ik er niets over zeggen”, zei ze.
Vierenhalf uur later, even over half acht ’s avonds, moest Van der Wal via een pushbericht van de NOS vernemen wat de inhoud van die brief was, die na dagen verhit beraad in de top van het kabinet eindelijk was afgerond.
„Kabinet bouwt pauze in stikstof in”, was de melding. De stikstofminister wist van niets. Premier Mark Rutte (VVD), haar partijleider, had Van der Wal tijdens het finale crisisoverleg niet gebeld of geappt.
Toen Rutte vrijdagavond een toelichting gaf, begreep Van der Wal er nóg minder van. De premier weersprak het NOS-bericht. Er was geen sprake van een pauze, zei hij, het kabinet had juist een „versnelling” van de stikstofaanpak afgesproken.....
..."
Cartoon van Tom Janssen voor Trouw.nl,
Vervolging Worden de schuldigen van de gruwelen in Oekraïne ooit vervolgd? Drie deskundigen zijn optimistisch – mits het Strafhof versterkt wordt.
Leestijd 4 minuten Originele artikel op NRC.nl --- Hier ---
Lichamen van Oekraïense burgers worden opgegraven op het terrein van de kerk van Sint-Andreas in Boetsja, een voorstad van Kiev. Foto Fadel Senna
De internationale reactie op de oorlog in Oekraïne is een volgende fase ingegaan. Na de diplomatie, de sancties en de wapenleveranties staat de schijnwerper sinds de moordpartij in Boetsja en de belegering van Marioepol vol op rechtspleging. Zullen de daders boeten voor hun misdaden? Of ontkomen de Russen in Oekraïne even gemakkelijk aan gerechtigheid als in Syrië?
De terugtrekking van Russische troepen heeft de weg vrijgemaakt voor onderzoeksteams van zowel Oekraïense als internationale experts. Het openbaar ministerie van Oekraïne zoekt naar bewijzen voor oorlogsmidaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dan zijn er onderzoekers van het Internationaal Strafhof in Den Haag en onderzoekers van de VN die in een zogeheten ‘internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme’ werken, zoals dat voor de oorlog in Syrië is opgezet.
De Amerikaanse president Joe Biden zette de kwestie van de gerechtigheid dinsdag verder op scherp toen hij zei dat de daden van Russische militairen in Oekraïne neerkomen op genocide. Het leidde onmiddellijk tot reacties van politici in beide kampen. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky vond dat Biden „als een leider” had gesproken. De Franse president Emmanuel Macron waarschuwde juist tegen een „escalatie van de retoriek”.
Drie experts in het internationaal recht, telefonisch gevraagd, zien de uitspraak van Biden en de reacties erop vooral als politiek wapengekletter. „Op de rechtsgang zal zijn uitspraak geen effect hebben”, zegt Valerie Oosterveld, hoogleraar aan de Canadese Western Law-universiteit. „Een aanklager zal zich hierdoor niet laten afleiden”, zegt David Crane, voormalig hoofdaanklager van het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone.
Of sprake is van genocide in de juridische zin van het woord, is vers twee. Oosterveld zegt voorzichtig dat er in het oorlogsgebied „sommige aanwijzingen voor zijn”. Helen Duffy, hoogleraar internationale mensenrechten te Leiden, zegt dat genocide „niet zo duidelijk, maar niet onmogelijk” is. Crane ziet in de beelden en berichten „eerder soldaten en commandanten die op eigen houtje moorden. Oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid? Vast en zeker. Genocide? Lastig te bewijzen en ik denk van niet.”
Wat maakt het eigenlijk uit hoe je het noemt, zegt Crane erbij. „In Marioepol zijn tienduizend burgers omgekomen. Kan het hun familie schelen of dat een oorlogsmisdaad of genocide was?”
De uitspraak van Biden heeft vooral een politieke bedoeling, denkt Crane: druk zetten op Poetin. Andere landen en leiders duidelijk maken dat wat hij doet, niet kán. Crane zegt zelfverzekerd: „Ik ben de enige aanklager die een zittend staatshoofd heeft aangeklaagd en met succes, president Charles Taylor van Liberia, voor het Sierra Leone-tribunaal.” Hij is even optimistisch over de kans op gerechtigheid in dit geval: „Poetin is binnen een jaar aangeklaagd”, zegt hij. „Hij kan nog altijd een staatshoofd zijn, maar hij is zijn legitimiteit al kwijt en zijn positie wordt alleen maar zwakker.” Oosterveld ziet nog een ander positief gevolg van de uitspraak van Biden: hij helpt de politieke wil te versterken om de daders te vervolgen.
Donderdag kwam de minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) op bezoek bij zijn Amerikaanse collega Antony Blinken. Na afloop zei hij tegen Nederlandse journalisten dat hij blij was dat de Amerikanen willen helpen bij het versterken van de rol die het Internationaal Strafhof kan spelen bij het onderzoek in Oekraïne. „Juist omdat de VS enige afstand hebben tot het Strafhof.”
Formeel erkennen de VS het Strafhof niet. Dat had voorheen alles te maken met de oorlogen waarin de VS zelf verwikkeld waren. Deelnemers aan de geheime oorlog van de CIA in de jaren na de aanslagen van 11 september 2001 konden profiteren van een wettelijke bescherming die uitlevering van Amerikaanse verdachten aan het Strafhof onmogelijk maakten. President Donald Trump tekende zelfs een decreet voor sancties tegen Strafhof-medewerkers die onderzoek wilden doen naar misdaden van de VS of bondgenoten, zoals Israël.
Of de VS ook financiële hulp aan het Strafhof zullen geven, zoals Hoekstra begin deze week wel kreeg van Europese landen, wilde de minister niet zeggen. „Dat is aan de Amerikanen om zich over uit te laten.”
Versterking van het Strafhof is in dit verband geen luxe, zeggen de drie rechtsgeleerden. „Met het huidige budget kan het hof vijf of zes mensen per jaar vervolgen”, zegt Valerie Oosterveld. „Er is geen budget voor onverwachte gebeurtenissen als deze oorlog”, zegt David Crane. „Het Strafhof heeft bovendien een bredere opdracht dan alleen deze oorlog”, onderstreept Helen Duffy.
Crane is voorstander van de instelling van een Speciaal Tribunaal voor Oekraïne, naar analogie van eerdere tribunalen voor bijvoorbeeld Joegoslavië en Rwanda. Hij is betrokken bij gesprekken die daarover op dit moment gaande zijn. Minister Hoekstra zegt desgevraagd dat hij daar niet voor voelt. „Wij denken dat het de beste kans op gerechtigheid is om het Strafhof hier een rol in te laten spelen. Als je iets nieuws gaat optuigen, loop je het levensgrote risico dat je verzandt in procedures, met landen die aan de verkeerde kant staan. Die zo’n tribunaal zullen proberen te blokkeren.” Eerdere tribunalen werden doorgaans opgezet met instemming van de VN-Veiligheidsraad. Daar zit Rusland in als permanent lid met vetorecht. Crane en Oosterveld zeggen dat er ook andere manieren zijn om een Speciaal Tribunaal op te richten, waar de Veiligheidsraad niet aan te pas komt.
Alle drie zien de experts het belang van een coördinerende rol voor het Strafhof, maar ze zien ook een tekort. Het Strafhof heeft bij zijn oprichting geen rechtsmacht waar het aankomt op crimes of aggression. Het feit dat Rusland een niet-uitgelokte oorlog tegen Oekraïne heeft ontketend, is het begin van alle misdaden die daar zijn begaan. „En het brengt je meteen bij de top: Poetin en zijn besluit tot invasie”, zegt Duffy.
Duffy ziet bij de oorlog in Oekraïne een „uitzonderlijke mate van samenwerking” bij het onderzoek naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Intussen hebben 41 landen zich bereid verklaard onderzoek te doen voor zaken die bij het Internationaal Strafhof zouden kunnen eindigen.
Het verheugt haar en stemt tegelijkertijd tot nadenken. Waarom juist deze oorlog? „Er zijn zo veel conflicten waar de misdrijven onbestraft zijn gebleven, zoals de Russische misdaden in Syrië en de Amerikaanse in de oorlog tegen terreur.” De eerdere Amerikaanse houding ten aanzien van het Strafhof heeft de legitimiteit ervan ondermijnd, zegt Duffy, en ze hoopt dat dit nu verandert.
Volgens haar ligt de oplossing vooral in het versterken van het Strafhof en in een uitbreiding van het mandaat, waardoor ook crimes of aggression zouden kunnen worden vervolgd. „Op die manier hoeft de internationale gemeenschap niet elke keer een nieuw vehikel in elkaar te zetten om een nieuwe oorlog te onderzoeken. Dan worden alles misdaden even krachtig vervolgd, zonder aanzien van de nationaliteit van de verdachte.”
David Michael Crane was van 2002 tot 2005 hoofdaanklager van het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone. Hij is met pensioen en als fellow verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Syracuse in New York.
Valerie Oosterveld is hoogleraar aan de Canadese Western Law-universiteit. Eerder was ze voor haar land lid van regeringsdelegaties bij besprekingen inzake het Internationaal Strafhof.
Helen Duffy is hoogleraar internationale mensenrechten aan de Universiteit Leiden. Voorheen was zij werkzaam bij het Joegoslaviëtribunaal en bij Human Rights Watch.
Jurist Philippe Sands: ‘Klaag Poetin en zijn inner circle aan voor de misdaad van agressie’
'Gerechtigheid slachtoffers MH17 in Den Haag'
Aanklagers en rechters staan hier al klaar, schrijft Strafhofinsider Olivia Q. Swaak-Goldman.
Het Joegoslaviëtribunaal bereikte veel, maar geen verzoening
In Zelensky’s speech worden Oekraïne en het Westen één
Lees ook deze NRC-recensie van Pieter Waterdrinkers roman Tsjaikovskistraat 40
Pieter Waterdrinker | Schrijver Schrijver en journalist Pieter Waterdrinker en zijn vrouw keken naar Poetin en hoorden Stalin. Ze verlieten Rusland zo snel ze konden. „Europa wordt nooit meer hetzelfde, hoe dit ook afloopt.”
Jannetje
Koelewijn 1
april 2022 Leestijd 8 minuten - Originele artikel (en nog veel meer gerelateerds) op NRC.nl --- Hier ---
Pieter Waterdrinker (60), schrijver en tot voor kort Rusland-correspondent voor De Telegraaf en Vrij Nederland, zat met zijn vrouw Julia naar Poetin te luisteren, op de bank in hun Sint-Petersburgse tweekamerappartement, bekend van zijn bestseller Tsjaikovskistraat 40, en met de minuut nam hun verbijstering toe. Ze hoorden Stalin praten. Geen Poetin meer. Stalin. Later zou Poetin praten over tegenstanders die als vliegen moeten worden uitgespuwd. Deze maandagavond 21 februari, drie dagen voor de oorlog, kafferde hij het hoofd van de inlichtingendienst uit omdat die de verkeerde mening leek te hebben en kleineerde hem toen die van de zenuwen begon te hakkelen – „praat duidelijk.” „Die avond”, zegt Pieter Waterdrinker, „besloot Julia dat ze wegging, terug naar Frankrijk.”
Want daar hebben jullie ook een huis.
„Het huis van mijn broer, in de Tarn, bij Toulouse. Het staat ons onbeperkt ter beschikking.”
Waar was Julia bang voor?
„Dat ze, als ze ook maar een dag langer bleef, het land niet meer uit zou kunnen. Ze heeft al dertig jaar een Nederlands paspoort, maar haar Russische paspoort heeft ze ook nog, en altijd is er de angst dat op een dag de grenzen dichtgaan en er tegen haar wordt gezegd: jij bent een Russin en jij blijft hier. De volgende dag is ze op het vliegtuig gestapt, met een van de poezen.”
Jij wilde niet weg?
„De vluchten waren overloaded. Op donderdagochtend, ik lag nog in bed, zag ik dat de Russen Oekraïne waren binnengevallen. Ik belde Julia, ze was net aangekomen, en ze begon zo te gillen dat ze haar telefoon liet vallen. Daarna ben ik meteen van alles gaan regelen, praktische zaken, gas en licht betalen voor de komende maanden – dat moet daar cash, op een kantoortje – en vrijdag ben ik met onze andere poes naar Amsterdam gegaan. Onderweg dacht ik: dit zou weleens mijn laatste kans kunnen zijn geweest. Ik heb zoveel oorlogen verslagen – Afghanistan, Tsjetsjenië, Georgië, de Krim, Donbas – dat ik wist: dit gaat helemaal fout. Het vliegveld in Sint-Petersburg was verlaten. Er lag een deken van angst overheen. De volgende dag zijn er nog twee vliegtuigen van Schiphol naar Rusland vertrokken, en die zijn allebei halverwege omgedraaid. Sinds 25 februari is Rusland grotendeels dicht en ons leven zoals het was is voorbij.”
In het begin van de coronatijd zaten jullie vijf maanden vast in Sint-Petersburg.
„Daar schrijf ik over in mijn nieuwe roman, ja.” Die heet Biecht aan mijn vrouw en is deze week verschenen. „Julia zegt nu: wat een gezellige tijd was dat achteraf. We konden het land niet uit en het was in Rusland veel erger dan hier in Nederland, de ziekenhuizen waren barstensvol, de lijken stapelden zich op, net als in het noorden van Italië, waar Ilja Pfeijffer dagelijks over schreef in NRC, maar het was geen oorlog. Al werd er wel over gepraat alsof het een oorlog was. Zeker in het Westen gebeurde dat.”
Ik heb neefjes van 9 en 12, opgevoed met praten in de kring, en straks wordt de dienstplicht weer ingevoerd
Je vrouw moest in die tijd met hoge koorts worden opgenomen in een noodhospitaal.
„In een tentoonstellingsgebouw op het Vasiliuseiland in de Neva, waarover de gruwelijkste verhalen de ronde deden. Het voorgeborchte van de hel. De mensen stierven er als vliegen. Eerstejaarsstudenten geneeskunde werden ingezet als artsen. Voor driehonderd euro vond ik iemand bereid om daar een telefoon naar binnen te smokkelen en uiteindelijk kreeg ik Julia aan de lijn. Ze was niet besmet. Maar ze mocht ook niet naar huis, dat was het protocol. Met nog meer geld heb ik haar kunnen bevrijden en toen ze na vijf dagen met de taxi thuiskwam wilde ze onmiddellijk weg uit Rusland.”
Met de poezen.
„Met de poezen, ja, haha. Die gaan altijd mee. Toen waren het er nog drie.” Hij kijkt naar buiten – we zitten in restaurant de Plantage in Amsterdam – en stelt vast dat het Hitlerweer is. Helder, zonnig, perfect voor een aanval uit de lucht. „Het is zo krankzinnig allemaal. In Tsjaikovskistraat 40 schrijf ik over de mensen die sinds de revolutie van 1917 in dat huis gewoond hebben, wie er moesten vluchten, wie in kampen verdwenen of werden gedood, en nu ben ik zelf ook gevlucht. De geschiedenis herhaalt zich niet, de geschiedenis rijmt, woorden van Mark Twain. Het Kremlin heeft een oekaze uitgevaardigd waarmee mijn appartement geconfisqueerd kan worden en het is de vraag of ik ooit nog terug kan.” Hij zucht. „Mensen als vliegen uitspuwen, dat soort woorden zijn een vrijbrief voor de toch al overal aanwezige en nietsontziende geheime diensten om va-banque te gaan, de terreur zal verschrikkelijk worden. Ik ben weg uit mijn huis, mijn wasgoed zit nog in de trommel, en mijn boeken, mijn brieven, mijn bibelots, mijn foto’s, mijn leven, mijn pensioen ook, want dat zit in mijn huis – misschien ben ik alles wel kwijt.”
In Tsjaikovskistraat 40 en eerder al in Poubelle schrijf je over de mogelijkheid van deze oorlog.
„Wat hier werd afgedaan met ‘hahaha’” – zijn lach klinkt hol – „het zal wel loslopen. We hadden de val van de Muur gehad en Fukuyama met het einde van de geschiedenis, alles zou beter worden, we groeiden naar elkaar toe. Ja, in het Westen. Ik woon, of woonde, in een land, te weten de voormalige Sovjet-Unie, dat helemaal niet naar ons toe groeide. Na Tsjaikovskistraat 40 wordt nu ook Poubelle in het Duits vertaald, en Lenins balsem, en de vertaler mailde me: ‘Du bist profetisch.’ Ergens laat ik een Russisch meisje zeggen dat iedereen in Rusland gedoemd lijkt om de geschiedenis waarover ze op school leerden later in hun leven zelf mee te maken. In het Westen is veel minder historische reflectie. Op weg hierheen liep ik langs de Hollandsche Schouwburg, hoeveel mensen denken er nog aan wat daar gebeurd is? Dat de geschiedenis ons ook achtervolgt, dat lijkt iedereen nu wel te beseffen. Europa wordt nooit meer hetzelfde, hoe dit ook afloopt.”
Hoe loopt het af?
„Het wordt ben ik bang eenzelfde cataclysme als de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Met dat uit de Verlichting voortkomende vooruitgangsideaal van ons, dat denken dat de meeste mensen deugen, zijn we gekaapt door een psychopaat, een calculerende psychopaat die de wereld in gijzeling houdt en zinspeelt op het allerverschrikkelijkste: de inzet van kernwapens. Ik heb neefjes van 9 en 12, ze zijn opgevoed met praten in de kring en zoentje geven als je boos bent, en straks wordt de dienstplicht weer ingevoerd. Kinderen die in de bakfiets worden rondgereden en papa is koffie-artiest, die zullen weer anderhalf jaar gaan moeten dienen op de Duitse hei of in Letland. Maar nu zitten we weer over de oorlog te praten, terwijl ik een nieuwe roman heb geschreven. Ga je daar nog wat over vragen?” Doorpratend: „We hadden net boekenkasten laten maken in Sint-Petersburg, dure boekenkasten. De rotan stoeltjes die ik ooit in Haarlem gekocht heb, de stoel van mijn moeder vroeger, schilderijen, alles is achtergebleven.”
Wat heb je wel meegenomen?
„Niets. Ja, een paar boeken uit de Privé-domeinreeks. Mensen als Nabokov, die na 1917 naar Groot-Brittannië vluchtte, zeiden dat ze hadden geleerd om niet aan materiële zaken te hechten. Dat heb ik ook geleerd, maar nu dit me overkomt, voelt het toch anders. Nou ja, peanuts vergeleken met de mensen van wie de huizen gebombardeerd zijn. Of die opgesloten zitten in Marioepol.”
Je schrijft dat je Poetin twee keer de hand hebt geschud.
„Als journalist ja, in de tijd dat hij mensen nog een hand gaf, lang geleden. Voor een documentaire over de MH17 ben ik naar de woonkazerne gegaan waar hij is opgegroeid, tussen de ratten en de kakkerlakken, een straatschoffie, een paar honderd meter bij mijn huis in Sint-Petersburg vandaan. Zijn vader vocht in de Tweede Wereldoorlog en een oudere broer is omgekomen tijdens de blokkade van Leningrad, negenhonderd dagen, een miljoen doden. En die man, met een broer die is omgekomen door Hitler, zit nu in het Kremlin. Zo dichtbij is de geschiedenis.”
In zijn beleving vecht hij tegen de nazi’s.
„De schofterigheid, de ploertigheid van die redenering. Uitgerekend die man haalt exact hetzelfde uit met Marioepol, met Kiev als het hem lukt, zich baserend op de mythe van het Grote Russische Rijk. Ik herinner me als de dag van gisteren dat hij president werd, 31 december 1999. Julia en ik waren in Moskou en we wilden een oliviersalade maken, geprakte aardappelen, wortelen, augurken, boterhamworst, mayonaise – Russen eten er op oudejaarsavond emmers vol van – maar we hadden niet alles in huis en ik ging naar de supermarkt. Toen belde Julia me. Ik had al een mobiele telefoon. Zoiets raars, zei ze, Jeltsin is afgetreden en hij heeft de macht overgedragen aan Poetin. Je kan zeggen wat je wilt, maar de eerste acht jaren bracht hij de Russen welvaart en stabiliteit, na de jaren negentig, waarin de zaden voor de corruptie, de smerigheid en de excessieve rijkdom van de bankiers en oligarchen werden gezaaid. Was hij in 2008 afgetreden, dan zou hij de geschiedenis in zijn gegaan als – maar laten we het over mijn nieuwe roman hebben. Die gaat over de liefde en ouder worden en de dood, over la condition humaine…” Zichzelf onderbrekend: „In het Westen kunnen we ons niet voorstellen dat het hier ook oorlog kan worden, of dat er een revolutie komt. Dat de rijken hun huis uit worden gesleurd en afgemaakt en in de goot worden gesmeten, zoals in Sint-Petersburg in 1917, of in Parijs in 1789. Maar het kán wel, hè, dat degenen die de grachtenpanden schoonmaken het niet meer pikken en op een dag stenen door de ruiten gaan gooien. De wrok en de rancune van de mensen die niets hebben en zich vernederd voelen zijn grenzeloos.”
In ‘Biecht aan mijn vrouw’ schrijf je ook over de vernederingen in de jeugd van de hoofdpersoon, die Pieter Waterdrinker heet.„Hij logeert in het Schrijvershuis boven de Athenaeum boekhandel op het Spui, ver van zijn vrouw Julia, die in Frankrijk is, en dan wordt hij op faustiaanse wijze op de proef gesteld. Het meisje Jeva dient zich aan en ook zijn geslaagde en schatrijke schoolvriend Otto Brons, en dan denkt hij terug aan zijn jaren op het lyceum in Haarlem, waar iedereen uit Aerdenhout of Heemstede kwam, met een vader die arts of advocaat is, en zijn ouders hebben een kwijnend hotel in Zandvoort en werken zich halfdood, en dan gaat hij studeren in Amsterdam, waar hij het niet leuk vindt, net als ik. Ja, als je de zoon van een tandarts was en je werd lid van het corps, dan kon je een geweldige tijd hebben, maar ik – de eerste keer dat ik van het corps hoorde dacht ik aan een zangkoor. Ik vond mijn studententijd een gruwel.”
De Pieter Waterdrinker in je boek maakt grappen over een zwarte dichter die heel erg woke is.
„En uit een zeer gegoede familie komt, zonder slavernijverleden. Ik houd de lezer graag een spiegel voor, een lachspiegel. Dat is geen pesten, dat is de tijd weergeven. Wokeness, MeToo, het wordt zo serieus genomen – al is de aandacht ervoor sinds de oorlog wel minder geworden. Waarmee ik niet bedoel dat het onbelangrijk is. Maar er is een hiërarchie. Aandacht voor trauma is een uiting van beschaving, mogelijk gemaakt door welvaart, rust en vrede. Die vrede kan zomaar voorbij zijn. Er was een avond in Pakhuis De Zwijger over Stefan Zweig en Die Welt von Gestern. Ik ken zijn werk goed en ik had een filmpje ingesproken over die Habsburgse wereld die Zweig oproept, die in zichzelf zwelgende, welvarende wereld, kaiserlich und königlich, waar nooit een einde aan leek te komen, en waar de Eerste Wereldoorlog toch bruut een einde aan maakte. Wij denken, of dachten ook dat de welvaart eeuwigdurend zou zijn, en tegelijkertijd klagen we over de overgevoeligheid en het verwende gedrag van de jeugd.”
Net als in 1914.
„Iedereen stond te juichen toen het begon, ook intellectuelen als Thomas Mann en Alexander Blok. Mensen gooiden hun strohoedjes in de lucht van vreugde. Ze dachten dat het een korte vrolijke oorlog zou worden, geen idee van loopgraven en mosterdgas. We zitten in de prelude van de prelude. Het is mooi weer, de vogels zingen, maar er zijn al bijna vier miljoen mensen uit Oekraïne gevlucht. Een miljoen Russen willen ook weg.”
Wat drijft Poetin?
„Haat en rancune, doordat hij zich vernederd voelt, zijn hele leven al. Veel Russen hebben een minderwaardigheidscomplex, dat wordt overdekt door gevoelens van superioriteit. Die Kremlin-elite – ze zijn als een groepje oligarchen dat lid wil worden van de Kennemer Golf & Country Club, waar de elite uit Aerdenhout en Heemstede speelt. Ze zijn rijk genoeg om de hele club te kopen, maar ze willen dat het bestuur hen aanneemt. En ze komen niet door de ballotage omdat ze te ordinair zijn.”
Correctie (2 april 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Poetin op 21 februari sprak over ‘tegenstanders die als vliegen moeten worden uitgespuwd’. Die uitspraak deed Poetin op 16 maart. Dat is hierboven aangepast.
De repressie van het bewind van president Loekasjenko werd in augustus ook veel topsporters in Belarus te gortig. Sindsdien bevinden ze zich in een benarde positie. ‘Als je ziet dat er in de straten van jouw land bloed vloeit van onschuldigen, dan moet je echt nadenken welke versie van je land je precies wilt vertegenwoordigen.’
Jarl van der Ploeg18 juni 2021
Ze speelde tussen haar zestiende en vijfendertigste voor het nationale team, kwam uit op Olympische Spelen en wereldkampioenschappen en was het gros van die tijd onbetwist aanvoerder. Tijdens haar laatste wedstrijd, afgelopen februari, was ze bovendien nog de beste speler van het veld. Maar als haar team morgen de laatste poulewedstrijd op het Europees Kampioenschap basketbal in Valencia speelt , laat Katsjaryna Snytsina de televisie uit.
Sterker nog: ze wil er geen seconde meer van zien. Nadat ze deed wat ze deed, werd ze namelijk niet alleen uit de groeps-chat van het nationale team gezet, ze werd zelfs zo onder druk gezet dat ze zich gedwongen voelde haar land te verlaten.
‘Als ik nu terugga naar Belarus, weet ik vrij zeker dat ik wordt opgesloten’, zegt Snytsina vanuit Vilnius, de hoofdstad van het buurland waar ze eerder dit jaar naartoe vluchtte. ‘Ze zeggen wel eens: sport is geen politiek. Maar dat is niet zo. Sport is juist politiek. Wij zijn niet alleen inwoners van ons land, we zijn er vertegenwoordigers van. En als je ziet dat er in de straten van jouw land bloed vloeit van onschuldigen, dan moet je echt nadenken welke versie van je land je precies wilt vertegenwoordigen.’
Het begon allemaal afgelopen augustus toen de Belarussische president Aleksandr Loekasjenko de verkiezingen vervalste waarna er enorme protesten uitbraken. Vanwege het harde optreden van Loekasjenko vielen er sindsdien tientallen doden, werden honderden mensen gearresteerd en zijn in de gevangenissen zeker duizend gevallen van marteling geregistreerd, en honderden gevallen van verkrachting.
Geschrokken door de bruutheid van die acties, besloot ook de sportwereld zich uit te spreken. Sporters zijn immers een belangrijk propagandamiddel in de voormalige Sovjetrepubliek. Vrijwel alle Belarussische sporters zijn in dienst van het leger of een van de ministeries en Loekasjenko viert medailles op grote toernooien doorgaans alsof het militaire overwinningen zijn.
‘Een keer wonnen we een wedstrijd van Rusland’, zegt basketballer Snytsina. ‘En precies dat moment had Loekasjenko een vergadering met Poetin. We hebben later gehoord dat hij die vergadering even onderbrak om tegen Poetin te zeggen: ‘mijn meisjes hebben die van jou verslagen’. Hij was echt trots op ons. We waren zijn baby’s. Zo stonden we ook bekend: Loekasjenko’s baby’s’.
In totaal besloten tweeduizend sporters en coaches zich via een open brief uit te spreken tegen het geweld in hun land. Ook Snytsina, zelf in dienst van het ministerie van Sport, zette haar krabbel. ‘Daarvóór was ik echt totaal niet geïnteresseerd in politiek’, zegt ze. ‘Op Loekasjenko na kende ik geen enkele politicus bij naam. Ik heb zelfs nog nooit in mijn leven gestemd. Maar toen ik voor het eerst beelden zag van het bloed in de straten van Minsk begon er iets te broeien.’
Loekasjenko, die samen met zijn zoon ook voorzitter is van het Nationaal Olympisch Comité, reageerde woest op de brief. Hij stuurde zijn geheime dienst bij honderden topsporters langs voor een zogenoemd ‘opvoedgesprek’ waarbij de sporters gedwongen werden hun recht op demonstratie voortaan op te geven en moesten beloven nooit meer met journalisten te praten zonder toestemming van het ministerie.
Sporters die dat weigerden, waaronder Snytsina, werden direct ontslagen, of erger: sommigen moesten het land ontvluchten en weer anderen, onder wie olympisch medaillewinnaar op de tienkamp, Andrej Krawtsjanka, eindigden in de cel. In Tokio zullen daarom naar verwachting slechts 130 Belarussische atleten deelnemen, tegenover 180 in Rio.
‘Juist als sport zo belangrijk is voor een regime, is sport ook een ideale manier om dat regime pijn te doen’, zegt voormalig handballer Aliaksandr Apeikin. Samen met zwemster en voormalig wereldkampioen op de korte- en langebaan Alexandra Herasimenia, richtte hij in nasleep van de repressiegolf de Belarusian Sport Solidarity Foundation (BSSF) op, een club die onderdrukte Belarussische sporters vanuit het buitenland probeert te helpen.
Zeker honderd ontslagen sporters kregen de afgelopen maanden geld overgemaakt van BSSF, bijvoorbeeld om alsnog een vliegticket te kunnen boeken naar een Olympisch kwalificatietoernooi. BSSF kan dat betalen dankzij donaties of door veilingen. Zo veilde Snytsina haar bronzen medaille van het EK in 2007 teneinde een aantal van haar gevluchte collega’s te helpen.
Neem judoka Aliaksandr Vakhaviak, een zwaargewicht die eerder dit jaar nog tegen Henk Grol vocht, maar sinds hij zijn politieke mening kenbaar maakte persona non grata werd in Belarussische sportkringen. Hij verloor zijn status als topsporter, net als zijn baan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en mocht niet meer meetrainen met het nationale team. ‘Er kwamen mensen naar mij toe die zeiden dat als ik mijn handtekening introk, alles weer normaal zou zijn. Maar dat heb ik nooit serieus overwogen’, zegt hij. ‘Dan had ik mijzelf verraden.’ Dankzij het geld van BSSF kon hij alsnog een trainingsstage in Turkije beleggen waardoor hij toch nog kans maakt zich te plaatsen voor de Spelen.
Belarussisch recordhouder steeplechase Svetlana Kudelich had minder geluk. Zij werd na de brief niet alleen ontslagen bij het ministerie waar ze werkte, ook werden haar al haar nationale records en titels afgenomen, waardoor ze onvoldoende punten had om deel te nemen aan kwalificatietoernooien. ‘Twintig jaar carrière, opeens weg’, zegt ze. ‘Maar toch heb ik geen spijt. Ik wil niet alleen een sporter zijn. Ik wil een vrij persoon zijn. In een vrij land bovendien. En ik wil dat mijn kinderen kunnen opgroeien in een vrij land.’
Na haar laatste wedstrijd voor het Belarussisch basketbalteam, afgelopen februari, heeft Katsjaryna Snytsina nog een keer een vriendschappelijke wedstrijd bekeken, in aanloop naar het EK van dit weekend. Maar al na twee minuten besefte ze dat het klaar was; dat de strijd naast het veld soms belangrijker dan die erop. ‘Ik zag vrienden, mensen met wie ik vijftien jaar heb samengespeeld en ik kon alleen maar denken: waarom houden jullie je mond? Je weet toch wat er met je collega’s is gebeurd? Wat er met je land gebeurt? Ik heb de tv uitgezet en zei tegen mijzelf: ik denk niet dat ik ooit nog zal kijken. In ieder geval niet zolang Loekasjenko president is.’
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .