Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen

vrijdag 15 september 2023

HIPPIETIJD / DRUGS & MUZIEK / THEMANUMMER DE GIDS: The Byrds - Eight Miles High - Jacob Groot / LITERAIR TIJDSCHRIFT /

 

The Byrds - Eight Miles High

9/23/1970 - Fillmore East (Official)

 
18 sep 2014 The Byrds - Eight Miles High Recorded 
 
Live: 9/23/1970 - Fillmore East - New York, NY More The Byrds at Music Vault: http://www.musicvault.com 
 
Subscribe to Music Vault on YouTube: http://goo.gl/DUzpUF 

De Gids
https://www.de-gids.nl › artikelen › to-be-or-not-to-be...


Het bovenstaande Essay stond in het onderstaande Themanummer van 'De Gids'


dinsdag 24 januari 2023

ANALOGIE ONTWIKKELING NAZI-DUITSLAND PUTIN'S RUSLAND: 'De winter van de literatuur' - Uwe Wittstock - 'Februari 1933' / LITERAIRE BESCHOUWING GROENE AMSTERDAMMER 'Dichters & Denkers' - Cyrille Offermans /

  

Afbeelding overgenomen van   ---  Hier  ---

Dichters & Denkers De winter van de literatuur Cyrille Offermans

Groene.nl   7 december 2022 – verschenen in nr. 49  originele artikel   ---  Hier  ---

Dat er op het Europese continent een oorlog zou uitbreken was tot en met de avond van de 23ste februari niet te voorzien. Hoewel Russische legers diezelfde avond op het punt stonden Oekraïne binnen te vallen, dachten talloze deskundigen nog dat het om intimiderende schijnbewegingen ging. Amerikaanse waarschuwingen werden niet serieus genomen, Maarten van Rossem beweerde met veel aplomb dat Poetin heus zo gek niet zou zijn.

Toch zou het te makkelijk zijn om Van Rossem dat – afgezien van die apodictische toon – te verwijten, vrijwel niemand kon zich een dergelijke beschavingsbreuk voorstellen, ook de meeste Oekraïners niet. ‘Vermoedelijk hoort het bij de aard van een beschavingsbreuk dat die moeilijk voorstelbaar is.’ Ik citeer de Duitse literatuurcriticus Uwe Wittstock. Alleen heeft die het niet over de oorlog in Oekraïne, maar over het begin van het nazisme in Duitsland in Februari 1933. Ook toen voorzag vrijwel niemand wat er te gebeuren stond, hoe kortzichtig dat achteraf ook mag lijken.

Het ging razendsnel. Een maand, meer tijd hadden de Duitse antidemocraten niet nodig om de democratie volledig te ontmantelen. Wie eind januari op vakantie ging vanuit een rechtsstaat, aldus Wittstock, kwam vier weken later terug in een dictatuur. Illustratief daarvoor is het lot van Lion Feuchtwanger, een van de succesvolste en door de nazi’s gehate (joodse) romanauteurs uit de Republiek van Weimar. Feuchtwanger ging in november 1932 voor een lezingenreeks naar de Verenigde Staten, hoorde op 30 januari dat Hitler was beëdigd en besloot niet naar zijn pas gebouwde villa in Berlijn terug te keren maar naar Oostenrijk. Daar hoorde hij dat SA’ers hem in Berlijn hadden willen arresteren, uit frustratie alles wat los en vast zat in puin hadden geslagen en het personeel hadden gemolesteerd. Zelf zou hij later via Frankrijk naar de VS vluchten, voorgoed.

‘Maakt u zich geen illusies. De hel regeert’

Natuurlijk is Februari 1933 niet het eerste boek waarin de machtsovername van Hitler wordt beschreven. Maar niet eerder gebeurde dat op deze manier, vanuit het perspectief van een aantal belangrijke schrijvers en letterlijk van dag tot dag. Op grond van dagboekaantekeningen, notities en brieven volgt Wittstock hun reacties op de politieke ontwikkelingen van zeer nabij. ‘Voor alles wat in dit boek wordt verteld bestaan bewijzen.’ Je zou het een vorm van synchrone geschiedschrijving in episch-filmische stijl kunnen noemen: de auteur zoomt bij voorkeur in op gebeurtenissen waar schrijvers elkaar treffen, op feesten, vergaderingen en demonstraties, en beschrijft daarbij hun uiteenlopende opvattingen en emoties. Dat maakt dat het boek bij vlagen eerder leest als een roman, een spannende roman zelfs, dan een studie.

Jammer is het misschien wel dat vroege vluchtelingen door deze opzet niet of nauwelijks in beeld komen. Walter Benjamin bijvoorbeeld wordt zelfs niet één keer genoemd, hij bevond zich in het begin van Wittstocks geschiedenis al in Parijs; Joseph Roth krijgt nog net een korte vermelding. Hij had zojuist zijn Radetzkymars voltooid, illusies over de nazi’s had hij minder dan wie ook. In de prille ochtend van 30 januari vertrok hij onmiddellijk per trein naar Parijs, vanwaar hij zijn talmende vriend Stefan Zweig er per brief van probeerde te overtuigen ook te vluchten: ‘Het is gelukt de barbarij te laten regeren. Maakt u zich geen illusies. De hel regeert.’

Maar Zweig was niet de enige die dat niet kon geloven. Ook Thomas Mann, die in het boek van Wittstock een prominente rol speelt, was niet makkelijk tot vluchten te bewegen. De grote schrijver heeft lang geloofd dat de oeroude Duitse geest en cultuur superieur waren aan de democratie en de westerse beschaving; pas in 1922 kiest hij gedecideerd partij voor de nieuwe democratische republiek. In februari 1933, de maand die Wittstock als ‘de winter van de literatuur’ typeert, bereidt hij een internationale lezingenreeks voor over Richard Wagner, waarin hij de componist in bescherming neemt tegen de nationalisten onder diens aanhangers; hij noemt hem manmoedig een ‘socialist en cultuuroptimist’ en zegt in zijn mythologiserende muziektheater een ‘Europese’, ja zelfs ‘kosmopolitische’ geest te horen.

Intussen vinden er overal demonstraties, plunderingen en aanslagen plaats tegen iedereen die ook maar iets van die Europese geest belichaamt, joden, socialisten, communisten, intellectuelen, kunstenaars. Acht dagen voor een SA-commando met bijlen de deur van zijn Berlijnse woning inslaat, vlucht George Grosz vanuit Bremerhaven naar Amerika, waar hij vrijwel onbekend is en nooit meer zijn oude niveau zal bereiken. Käthe Kollwitz, de geëngageerde beeldhouwer, wordt gedwongen haar lidmaatschap op te zeggen van de Pruisische Akademie. Opvoering van Brechts Heilige Johanna van de slachthuizen in Darmstadt wordt verboden, in Hildesheim bekogelen toeschouwers het toneel van zijn Dreigroschenoper met rotte eieren, waarna de nsdap een verbod van het stuk eist.

Aan het eind van de maand nemen de terreur en het aantal arrestaties snel toe. Op 27 februari brandt het Rijksdaggebouw, op 28 februari worden alle belangrijke grondrechten afgeschaft en begint de dictatuur. Dat is amper dertig dagen na Hitlers beëdiging tot rijkskanselier. Pas op 10 maart begrijpt Thomas Mann dat ook hij moet vluchten, eerst naar Zwitserland, dan naar de VS. Wittstock heeft die verbijsterend snelle afbraak van de democratische republiek overtuigend en beklemmend vastgelegd.

dinsdag 1 november 2022

RAAK! / FOSU; 'Aauuu!!' voor de NS...

 

SHARTIE AART DEKKER; 'Kaputt' & Lijfland 'Tussen drie plagen' / N.A.V. GROENE COLUMN: Mathieu Segers - 'Eland' / ACHTERGRONDEN & HISTORIE VAN OORLOG IN NO-EUROPA IN DE LITERATUUR /

Jaan Kross is een van de beroemdste Estse Schrijvers. De column van Mathieu Segers hieronder  - over de historische achtergronden van Putin's Oorlog in de Ukraïne en hoe de geschiedenis de opstelling van een land als Estland in dat conflict nu bepaalt -  a.h.v. twee boeken, gaat niet over bovenstaand boek, als is de titel daarvan natuurlijk in dit verband veelzeggend...

 

SHARTIE AART DEKKER; 'Kaputt' & Lijfland 'Tussen drie plagen'

ACHTERGRONDEN & HISTORIE VAN OORLOG IN NO-EUROPA IN DE LITERATUUR

N.A.V. GROENE COLUMN: Mathieu Segers - 'Eland'

Zoals volgers bekend is voer ik nogal eens discussies met mijn oude vriend  - het Orakel van Porkuni -  Maarten van Gent. Al vanaf de aanloop naar Putin's inval in Ukraïne  - de gruwelijke 20e eeuwse barbarij die in Rusland nog steeds geen 'oorlog' mag heten -  gaan die gesprekken nogal eens over dat conflict, niet in het minst omdat de oude wijsgeer op 100km van de Russische grens woont, en hij zichzelf ten opzichte van 'al die Nederlanders'  - en dus ook mij -  superieur acht waar het gaat om inzicht in de Russische ziel...

Ik lees graag  - al gaat me dat door mijn oogproblemen stukken minder gemakkelijk af dan vroeger -  en lees tegenwoordig van alles; fictie maar ook geschiedenis, biografieën en heel veel anders. Van Gent niet; die houdt het bij wat hijzelf relevant vindt in de krochten van het internet, en af en toe eens een realistisch boek.

'Dus' vertelde ik hem een tijdje geleden dat ik een boek van de Estse grote schrijver Jaan Kross had gekocht omdat het me in het licht van de oorlog nu interessant leek  - ik ben er helaas nog niet aan toe gekomen -  en zo probeerde ik bij hem ook interesse te wekken voor onderstaande column van Mathieu Segers  - we zien deze hoogleraar en kenner van Europa en de Europese geschiedenis tegenwoordig nogal eens optreden in programma's als Buitenhof en Nieuwsuur als het gaat om wat landen beweegt in de lopende oorlog en alles wat er in de verte mee te maken heeft. Maar bij van Gent ging geen belletje rinkelen, dus was de column  - toch beknopt en gemakkelijk te volgen, én gaande over Estland nu en toen -  niet echt aan hem besteed...het was ook bijna bedtijd, wellicht speel de dat ook een rol...

Daarom dan maar delen op deze wijze... Reageren zoals altijd; Graag!

Ben benieuwd...

AD 


Column Buitenland

Eland

De totaal verschillende schrijvers Curzio Malaparte (1898-1957) en Jaan Kross (1920-2007) waren superieure romanciers, maar ook meesters in het schetsen van de eigenaardigheden van de Europese natiestaten en hun bevolkingen. Bovendien vertellen ze beiden elke keer weer dat ene verhaal. Het verhaal van de opwinding en de wreedheid die de Europese geschiedenissen kleurt met valse glorie. Malaparte en Kross behoren tot de dun gezaaide chroniqueurs van het diepere Europa, het Europa dat de tijdgeest stuwt. In de razende geschiedenis van vandaag zijn hun inzichten waardevol.

Eerst Malaparte. In het blootleggen van de waarheden achter de officiële waarheid is Malaparte meedogenloos. Dat is bijzonder, want voor die Europese waarheden geldt meestal dat zij verstopt blijven, of verpakt worden in tegenspraak, zwijgen en hypocrisie, of in de zachte troost van de melancholie en het vergeten. Bij Malaparte gaat het anders. Bij hem is dit Europese comfort van l’éducation sentimentale slechts aanwezig in de antichambre van de geschiedenis. Wie de echte geschiedenis binnengaat, treft iets heel anders. Zo was het in Europa. Zo is het in Europa, waar alleen de poëzie bestand is tegen de werkelijkheid.

Als oorlogsverslaggever van de Italiaanse krant Corriere della Sera en diplomaat trok Malaparte vrijwel het hele Europese oorlogstoneel over, en dat in de duisterste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Meestal bewoog hij zich direct langs de frontlijn. Zijn boek Kaputt, waaraan hij in 1941 begon in Oekraïne, bevat het onthutsende en macabere verslag van die odyssee, die begint in Italië en Joegoslavië, tot diep in Roemenië en Oekraïne leidt en hem verder voert, tot aan de meren en zeeën van Lapland, Karelië en de Botnische Golf.

Daar, in de ijle Europese geschiedenis van Scandinavië en het Balticum, beleeft de Malaparte van Kaputt een magisch moment. Als hij een keer laat op de avond door Helsinki wandelt ontwaart hij een curieus tafereel. Op de trappen van het stadhuis ligt een groot dier met een imposant gewei. Het is een eland, niet dood, wel ernstig gewond, verdwaald misschien, komend uit Estland.

Het ideaal van de Europese eenheid is nog niet dood

Het corps diplomatique, dat het digestief van de avond verwerkt in de ijskoude buitenlucht, komt langzaam samen rond de eland. Sensatie en zorgen over het majestueuze dier brengen hen bijeen, van vertegenwoordigers van nazi-Duitsland, Zweden en Spanje tot de president van de Finse republiek; meisjes en soldaten zijn er ook. En zo wordt die samenkomst een moment van gedeelde zorgen, kleine genoegens en voorzichtige gebaren. Uiteindelijk belandt de eland in een ambulance. Het ideaal van de Europese eenheid is nog niet dood.

Wat dat ideaal vermag, beseft men nu in diezelfde regio. Europese landen als Finland en Zweden winnen hun onafhankelijkheid niet op eigen kracht. Nee, ze krijgen deze, van de geschiedenis, wanneer die zich zo plooit dat afspraken deze landen de onafhankelijkheid gunnen. Voor Finland en Zweden worden dit nu de afspraken van de Navo, bereikbaar dankzij hun ongeschonden grondgebied, maar ook via de afspraken die zij al hebben in de Europese integratie. Wel of niet deel zijn van die afspraken bepaalt ook de geschiedenis voor landen als Nederland, Albanië, Duitsland en Oekraïne.

Niemand heeft deze realiteit van duwen en trekken rond internationale afspraken, maar ook de verbinding daarvan met het persoonlijke leven van Europeanen, mooier beschreven dan de Estse schrijver Jaan Kross in zijn magistrale historische roman Tussen drie plagen, een kroniek van het zestiende-eeuwse Lijfland – zoals Estland toen heette – een speelbal tussen Rusland, Zweden, Polen en de Duitse cultuur.

Ook bij Kross is weinig wat het lijkt: ‘Het land dat voorwerp was van al dat geduw en getrek, wist daar al die jaren praktisch niets van af.’ Toch blijkt het deze onwetende ‘achtergrond’, bestaande uit gewone Esten, die de ‘voorgrond’ van de internationale politiek kan beïnvloeden, soms zelfs bijna beslissend. Door afspraken mogelijk of onmogelijk te maken. De conclusie van Kross: ‘Waar iets begint en waar iets eindigt, berust alleen maar op afspraken.’ Finland en Zweden willen een nieuwe afspraak, met de Navo. De drang daartoe komt uit de ‘achtergrond’, die plek waar de Europese waarheid achter de officiële sluimert.

Dat dit nu gebeurt is mooi, maar ook omineus. Het lot van de eland zal bepalend zijn voor wat er volgt. Zijn genezing gloort in de vervolgafspraken over zijn verpleging.

 

 

 

vrijdag 7 februari 2020

NRC CARTOONS: Fokke & Sukke - Eindelijk; 'He's Got Them!' / TRUMP

Van NRC.nl op 7 februari 2020, meer NRC FoSu   ---  Hier  ---
en nog veel meer Fokke & Sukke   ---  Hier  ---

zondag 2 april 2017

GROENE-DE GIDS / LITERATUUR / KORT VERHAAL ADRIAAN VAN DIS / AANRADER: 'Schone Handen' (leestijd 3-10min)

Onderstaand kort verhaal van Adriaan van Dis vind ik een aanrader, tipt aan de vluchtelingen-problematiek van nu, en hoe we daar mee om gaan, zelfs als 'we principes hebben'...een aanrader!

Het origineel uit 'De Gids, een uitgave van de Groene Amsterdammer' vind je --- Hier --- en aldaar natuurlijk nog veel meer!

SCHONE HANDEN



Het huis ligt in de bocht van een rivier. De zon weerkaatst op het water en doopt de oevers en de uiterwaarden in een helder licht. 's Avonds hoor je de ganzen gakken in het hoge gras. Je woont alleen, een halfuur rijden van een oude Hanzestad. De dichtstbijzijnde buurman boert een paar honderd meter verderop. Je hebt je eigen wei, twee geiten en kippen in een ren; je verzorgt een grote moestuin. Je parkeert je auto op een stuk gaas, anders knauwt een steenmarter de__kabels door. Een hek houdt de vossen buiten. Alleen de bruine rat slaat soms toe in het kippenhok. Er hangt een kris boven de bijkeukendeur en in de schuur staan twee volle jerrycans benzine, naast de stormlampen en kaarsen. Op zolder liggen zakken rijst en droge bonen. Je houdt je erf angstig schoon. Je poetst en je veegt en je lapt – daar word je rustig van. Alles moet schoon. Het leven is overzichtelijker in stapeltjes. Glans is veiliger dan dof. Je bent bang voor kapot. Je wilt alles heel maken. Je wilt jezelf heel maken. Je moet je kunnen redden in de volgende oorlog.

De nazomer is onverwacht warm. De rozen bloeien voor de derde keer. Er zijn weer aardbeien! En jij maar maaien en harken… Dat moet ook die man hebben gezien…

Ja, hij stond voor het hek en stak zijn rechterhand op. Drie vingers. Van schrik stak ik ook mijn hand op – oud en rimpelig maar heel. De man sprak Engels. Of ik misschien werk voor hem had. Hij woonde in het naburige dorp, op de oude kazerne, waar honderden vluchtelingen waren ondergebracht. Hij had een droge mond – speeksel plakte in zijn mondhoeken – opvallend wit tegen zijn donkere huid. Het was een magere man, benig, ietwat gebogen, met ingevallen wangen; hij droeg een grijze broek, wit overhemd, versleten riem, zwarte schoenen – glanzend gepoetst. Ik opende het hek en nam hem mee naar de buitenkraan, waar we gulzig water dronken. Muggen zoemden om ons heen. Ik plukte een blad van de walnotenboom, wreef het fijn en veegde het sap in mijn nek. Zo hield je de muggen weg. Ik gaf hem een paar bladeren en hij deed hetzelfde. Maar de bladeren vielen uit zijn verminkte handen – ook links miste hij een vinger. Een ongeluk? vroeg ik. Gardening, zei hij. Zijn Engels droeg de klank van een warm land.
We liepen door de moestuin. Ik plukte een appel voor hem. De padden sprongen voor ons uit. Hij zag het lege houthok en een rommelige stapel ruw gezaagde stammen – oogst van de laatste lentestorm. Hout dat wachtte op een bijl. May I please? Hij was een ervaren houthakker. Ik kon het niet weigeren. We liepen naar de schuur waar het gereedschap hangt. Hij keurde de bijlen, een voor een, en koos voor het Finse staal met een steel van essenhout – zijn ogen glommen. Zonder te vragen kliefde hij een stam tot aanmaakhout. Geen gehijg of ook maar een druppeltje zweet. Wel rook ik de warmte in zijn hemd. Hij kliefde nog een stam. Trok zijn hemd erbij uit. Zijn rug was getekend door snoeren wildvlees, als rupsen zo dik. Ik moest me beheersen zijn littekens niet aan te raken.

Deze gehavende man mocht mijn tuinman worden. (Ja mijn, niet als bezit maar om de afstand kleiner te maken, ik zeg ook mijn bakker, mijn werkster, mijn dokter). Alleen kon ik zijn naam niet onthouden – na twee keer vragen werd het: my friend en hello. Gelukkig hoefde ik hem nooit iets op te dragen, hij verstond zijn vak en begreep wat ik wou. Hij mestte zonder te vragen het geitenhok uit en nadat hij me Sarkozy had horen vervloeken, de haan die al mijn hennen kaal naaide door ze met z'n sporen plat tegen de grond te drukken, bood hij aan om hem te slachten – ook al vond-ie Sarko a great boy. Een half woord was dus genoeg. Maar ik schrok van zijn hoge lach toen hij de verkrachter voor de kale hennen ophield – geplukt en wel. Er sijpelde bloed langs zijn pols. En dan het plezier waarmee hij een pad onder zijn schoen plette en aan de enige overgebleven haan voerde. The boy needed that. Sarkozy mocht hij houden. En hij kreeg ook een envelop mee: een week extra loon. Zijn werk zat erop.
Hij weigerde de envelop. Come on… Hoe kon ik zonder hulp? De tuin was te groot en te zwaar voor mijn leeftijd; had de boss gezien dat er een geit mank liep?
Boss? Zat-ie me nou te jennen? 'Spuug uit dat woord,' zei ik lachend.
Hij haalde een priem uit de gereedschapsschuur, nam de geit in de houdgreep en pulkte een kiezel uit het spleethoefje. Er kwam pus vrij. En bloed. Hij zoog de wond uit. Zijn speeksel kleurde rood. Daarna spoelde hij zijn mond aan de kraan. Kreupelrot kon dodelijk zijn.
En zo werd ik bang voor mijn tuinman.

Een vreemde was mijn leven binnengelopen en hij liet me niet meerlos. Hij kende de code van mijn hek, wist waar de sleutel van de schuur hing en had zich het onderhoud van mijn verwilderde erf toegeëigend. Hij wroette niet alleen in mijn grond, maar ook in mij. Soms, als ik achter mijn tafel zat te werken, voelde ik dat hij in de moestuin naar me stond te staren – minutenlang – steunend op een hark. Wist hij dat ik over hem schreef? Ook ik wroette: mijn pen verkende zijn leven. Het viel niet mee, hem niet en mij niet. We waren allebei goed in verhullen.
Nu woedde er in die dagen een discussie op het internet en in kranten over culturele toe-eigening. Een modeterm, passend bij een tijd waarin elites ter verantwoording werden geroepen. Mocht een witte schrijver een zwarte – of een migrant of wat voor minderheid ook – een stem geven? Een groeiend gezelschap gekleurde schrijvers verzette zich daartegen. Witten (ja, witten moest je zeggen en waarom ook niet: nieuwe zeden nieuwe labels) – witten kregen meer kansen in de boekenwereld, ze drongen voor, stalen de show. En dat alles onder het mom van engagement. Diefstal was het – bevoogdend en ijdel bovendien.
Witte schrijvers kunnen zich niet in gekleurde levens verplaatsen, ze denken zich van alles te kunnen verbeelden, maar hebben geen idee hoe het is om dagelijks 'slecht nieuws' te zijn, te worden aangestaard en vernederd. Zo moest je de verwoesting die slavernij in de cultuur van zwarten tot op de dag van vandaag veroorzaakt, aan den lijve hebben ondervonden. Dat was de teneur. En zelfs al heeft een witte schrijver de beste bedoelingen, het lukt hem niet: hij vervalt in clichés, parasiteert, koloniseert, koketteert. Steelt.
Ik schrijf. Levens stelen is mijn beroep en ik maak me wijs dat ik me in iedereen kan verplaatsen, al was het maar om niet mijzelf te hoeven zijn. Dus ben ik ook de schrijver die mij een racist vindt. Of mag dat soms niet?

Maar wat als een zwarte man in je tuin een kip slacht. Een man die zichzelf negro noemt en mij spottend boss – woorden die ik keurig verfoei. Hij houdt van messen en alles wat scherp is. Zijn woede is tastbaar – net als mijn angst misschien. Een woede die ik afkoop voor 12,50 per uur, inclusief pauzes. Hij is mager, heel mager... Zie hem daar toch staan in zijn blote bast… trots en behoedzaam. Zo ken ik hem al mijn hele leven. De littekens op zijn rug zijn de littekens van mijn vader: met wildvlees dat een eigen leven leidde, gegroeid uit stokslagen en een wond die doorroestte van de spijker waaraan hij zich openhaalde toen de Japanners hem als getorpedeerde drenkeling een sloep in hesen. Er zat oorlog onder zijn vel.

Thee sust. We dronken liters thee, mijn tuinman en ik. Eerst buiten, later binnen – al had ik wel de zilveren koekjestrommel verborgen – niet dat ik bang was dat-ie hem zou stelen, maar om minder rijk te ogen. Na de zoveelste dampende beker liet ik hem een foto van mijn vader zien. Een tropenfoto van een jonge soldaat, broodmager en op zijn qui-vive.
Was he in the army?
Heel jong ja, op zijn zestiende al.
Ik hoopte zijn vertrouwen te winnen, maar hij legde de foto onverschillig opzij: So what… Hij was veertien toen hij bij de rebellen werd ingelijfd – daar kwam geen fotograaf aan te pas. You don't know the bush. Een stompje vinger trommelde op tafel. Geen vragen meer.
Mijn vader heette Victor Justin, hij is al zestig jaar dood. Een naam die mijn tuinman langzaam uitsprak. Alsof hij hem proefde. Kon hij die naam niet lenen? Hij zocht een nieuwe naam, een die Nederlanders makkelijker in de mond lag – spot tekende zijn lippen. Hij overrompelde me. Wat een onzin! Maar hij haalde zijn schouders op, namen waren als paspoorten. Hij wou Afrika van zich afschudden.
Afschudden? Maar Afrika had de toekomst.
Hij lachte me uit. Zijn toekomst lag hier. Hij daagde me uit en doopte zich met een spat thee: Victor… zo moest ik hem voortaan noemen.
En daar zaten we dan aan de keukentafel, verbonden dooreen naam. A white name.
I beg your pardon. Ik reageerde gestoken: mijn vader was bruin. 'Kijk dan toch naar die foto.'
Hij gunde hem nauwelijks een blik. Zag-ie dan alleen maar mijn buitenkant, mijn bleke vel, mijn glanzende huis en die Volvo achter het hek? Ik was verwekt onder de palmen. Kind tussen donkere mensen – ik groeide op met hun verhalen, ja, ik kende de geuren van een exotische keuken, de bittere smaak – dat tekende mij! Wit, wit… maar daaronder. Ach, ik wou zo graag bij een tropenkleur horen.
(Tjonge jonge, hoe oud ben je nu? 70 jaar! Stel je niet aan, koket kind. Maar die foto… is je vader wel bruin genoeg? O, ik hoor het al – het ouwe liedje: je trapt hem weer de kampong in.) Ik kneedde de statistieken: slechts 9 procent van de wereldbevolking is wit. Geloof het of niet. Europa zou verkleuren en Afrika zou sterker worden. Afschudden? Afrika schudde ­Europa van zich af. Zo lagen de nieuwe verhoudin­gen. De rekening van het kolonialisme werd opgemaakt en de witten zouden er flink voor betalen. Heus, ik wist waar ik het over had, ik was vaak in Afrika geweest. In de hal… had hij mijn maskerverzameling niet gezien?
Hij grinnikte, schoof de suikerpot naar zich toe en schepte acht lepels in zijn thee. We negroes like it sweet.
Hij dreef verdomme de spot met mij en met mijn maskers… hij trok gekke gezichten. One is supposed to find another life behind a mask… Al roerend keek hij me aan, tergend langzaam krassend in z'n beker: A new life.
En ja hoor: ik voelde me schuldig.

We knipten het dode hout uit de rozen – we is een schuilwoord voor hij. Ik wees aan, hij haalde zijn armen open, propte het snoeisel in de vuurkorf en overgoot het met lampenolie. De vlammen schoten hoog, rook prikte in mijn ogen. De takken knapten in de hitte en sprongen uit de korf. Zeven kapotte vingers harkten ze bijeen. Gloeiend hout op huid.

Mijn tuinman had een verhaal in zijn handen, maar hij wilde het niet met mij delen. Hoe kreeg ik die drie missende vingers boven tafel?
Ik zette mijn vader weer in – betere munitie had ik niet. Ik liet zijn oorlog knallen, sloot hem op in een zinken hok. En de zweep erover, de jungle in, de bush. Ik pikte wat leed her en der, plakte nog meer littekens opzijn rug. Cinema! Ik ook een rol: want mijn vader sloeg mij. Ja, ik kende het gloeiende eelt van zijn hand. Slachtoffer, slachtoffer – wat een prachtige rol.
Ik verleidde mijn tuinman.Wond voor wond.Noemde hem bij zijn nieuwe naam, verhoogde zijn uurloon. En zo kocht ik hem los – de gevangene van zijn verleden en pijn. Tranentrekken hoort bij mijn rol en ik speelde hem goed: hij zwichtte.

We lieten de ketel stomen en schonken onze bekers weer vol – thee om in te staren…
Koudvuur vrat aan zijn vingers – het kwam door de doden. Hun bloed was onder zijn nagels gekropen. Niet weg te wassen. Hij wreef zijn handpalmen op – hoornachtig, vol littekens. Rook ikhet vuur niet? Verschroeid vlees, vooral 's nachts kwam het los. Hij duwde ze onder mijn neus… de handen die houtstapels maakten, die lichamen uit vrachtwagens haalden en naar de vuurmaakplek sleepten. Ze hadden blind naar nekslagaders getast, want soms bewoog er nog een hoofd, opende iemand zijn ogen, maar tegen de avond waren ze allemaal dood genoeg voor het vuur. Mannen vrouwen kinderen, soms vijftig, zestig in één lading. Zes nachten in de week.
Hij verborg zijn gezicht achter zijn handen. Een hikje – even maar – een onverstaanbaar woord. Stilte. Een slok thee. We zaten aan de keukentafel. Buiten ruzieden de kippen. Ik wou hem troosten, maar hij schoof zijn stoel van me weg. Ik vulde zijn afweer met loze klets, vroeg naar zijn land, zijn stad: Konden we niet even op google maps… No, no. You are too inquisitive – like all of you. Ik vroeg te veel.
'Wij verbranden nooit doden. Wij wassen onze doden. Omhelzen ze. Praten met ze. Als we ze niet goed begraven, zullen ze ons achtervolgen.' Maar het ziekenhuis verbood de ­doden mee naar huis te nemen… ze waren besmet. 'Hun huid ademde nog.' Het was zijn eerste job na de oorlog: tuinman van het ziekenhuis. Van geweer naar hark, van het ene groen naar het andere. En, mooie bijkomstigheid: niet bang voor een lijk. Toen de epidemie de stad binnenviel, moest hij de levenden redden door de doden te verbranden. Epidemie, besmetting, infectie. Een naam kreeg het niet. Honderden lichamen drukten op zijn schouders: Too many. Too many.
Nadat het kwaad was uitgeroeid, wilde niemand meer aan de lijkenverbranders herinnerd worden. Victor werd van het terrein verjaagd. De levenden achtervolgden hem met stokken. En hem niet alleen. Tientallen lijkenverbranders moesten vluchten.

We blusten zijn verhaal met een glas whisky. In de tuinkamer, op de blauwe bank waar nooit iemand mag zitten omdat ik niet van deuken in de kussens hou. Zag ons toch eens vertrouwelijk zijn. Al legde ik wel een handdoek neer: er zat roet op zijn broek. Hij leerde me de laatste foefjes op onze mobiele telefoons. Schouder aan schouder. Zijn botten prikten. Zijn vingers tikten naast de letters. Geen gevoel, zei hij. En toch opende hij behendig het deksel van mijn zilveren pillendoosje en schoof me de drie hartpillen toe die hij me aan het eind van de middag al zo vaak had zien innemen – twee langwerpige en één ronde. Hij maakte er een vrolijk gezichtje van: ogen en een ronde mond. Heel vaderlijk. We lieten ijsblokjes in de glazen knappen en keken zwijgend naar de merels die de verschrompelde druiven pikten. Zwarte vogels – ­baldadig en stoeiend. _(Zeg, moet-ie nou een arm om je heen slaan – vuile_flikker… O nee, gelukkig, je mist je vader.) Toen de bodem van de whiskyfles in zicht kwam, gaf ik hem een kasjmieren trui en twee nieuwe overhemden.

Victor poetste de fotolijsten. Vader moeder zussen – een tafeltje vol doden. 'Waarom woont u alleen?' vroeg hij. (Op papier blijft hij u tegen me zeggen maar in het echt werd hij steeds vrijer.) So rich and so alone. Hij keek me argwanend aan.
'Alleen? Ik woon met de dingen.'
Hij wreef mijnpillendoosje op – achttiende-eeuws.
Hoe leg je een arme uit dat ik al heel jong troost vond in dingen. Dat is mijn rijkdom. Ik praatte met de dingen en de dingen spraken terug. In de bontkraag van mijn vliegeniersjekker zat een fluisterende piloot. Die kraag gaf me moed op het schoolplein. En nog steeds zoek ik kracht in het glanzend gezelschap van dingen. Ik vrij met ze. Met mijn kasjmiertruien, mijn veertig paar schoenen, mijn perzen, mijn tafelzilver. Vulpennen – waarmee ik verhalen uit mijn hand laat stromen zonder me vuil te hoeven maken. Mijn bibelots. Mijn zware hek. Het zoevende raam van de kas. De kris boven de deur. Een aai, elke dag. Ik veeg en boen alles heel.
Ik kon niet nalaten even zijn hand aan te raken. Hij trok hem terug.

Victor wilde een selfie van ons maken – wij samen op de blauwe bank, hij in zijn trui. Voor zijn kinderen. Misschien kregen zijn vader en moeder hem ook te zien – de hele familie had zich van hem afgekeerd. Voor zijn vrouw was hij alleen nog goed voor het geld. Hij liet me de selfie zien: we hadden allebei rode ogen.
Voor kerstmis gaf ik Victor een envelop met vijfhonderd euro. Thank you boss. Lachend dit keer. Daarna heb ik hem niet meer teruggezien. Ik ben naar de kazerne gefietst. Maar ze kenden geen Victor aan de balie. En ik kende zijn ware naam niet. Ik liet ze de foto op mijn iPhone zien en kreeg een map met foto's en namen van alle bewoners toegeschoven. Tientallen donkere mannen keken me aan. Allemaal Victor.

vrijdag 2 september 2016

TRIEST NIEUWS / LEZEN / LITERATUUR / NRC JOUNALIST SCHRIJVER / ALS / MEMORIAM-LEZERSBRIEF: Schijver en Journalist Pieter Steinz Overleden aan ALS

DWDD-aflevering Pieter Steinz --- Hier ---

Ik moet de boeken die ik van hem kocht nog (echt) gaan lezen. Maar zijn serie Columns die hij schreef over het verloop van zijn dodelijke ziekte ALS in relatie tot de Meesterwerken van de Literatuur die hij tijdens zijn ziekte herlas, maakte grote indruk op mij. Net als zijn optredens bij DWDD...

Oblomov, in relatie tot de ALS-Columns van Pieter_Steinz

Teruglezen

Teruglezen: de favoriete ‘Lezen met ALS’-columns van de familie Steinz



In NRC verscheen onderstaande brief van een lezer over het trieste nieuws:

"Pieter Steinz

Beslissende invloed

Twee mensen hebben beslissende invloed gehad op mijn literatuursmaak. De eerste is mijn onvolprezen leraar Nederlands op het Charloise Lyceum (R’dam, 1958-1963), de heer Dupuis. Tweede is uw onvolprezen medewerker Pieter Steinz. Zijn enthousiasmerende, stimulerende, van relativerende diepgang getuigende manier van schrijven over literatuur heeft mij diepgaand beïnvloed. Ik ben hem grote dank verschuldigd. De wereld kan hard zijn."


De  site van Pieter Steinz vind je   ---  Hier  ---

Het Memoriam van NRC ter gelegenheid van het overlijden van de man die 22 jaar voor die krant schreef:   ---  Hier  ---

donderdag 3 september 2015

BOEK / MART SMEETS / JEUGD / AANRADER: 'Het Beste Ooit van Mart Smeets' & Bert Wagendorp & Jacob Bergsma

Wat iemand ook over Mart Smeets moge denken - schrijven kan hij; ik heb tientallen boeken van hem op de plank staan, en vrijwel alles gelezen. Nu dus een 'Very Best of', dus eigenlijk een goede samenvatting - door Jacob Bergsma - vvan dat werk, natuurlijk tevens geschikt als 'Teaser' voor mensen die de schrijver Mart Smeets nog niet kennen - en in een moeite door een hoop sportgeschiedenis tot zich willen nemen...een aanrader dus!


The Best of Mart Smeets in bijna drie minuten

Voor Topsport Amsterdam maakte Fabric een kort video-overzicht van de presentatie van ‘Verhaal halen – The Best of Mart Smeets’. De presentatie werd gehouden in de Heineken Experience in Amsterdam.

Deel!
Clipje van de presentatie van het nieuwe boek

Deel!
FacebookTwitterGoogle+LinkedInPinterest


Presentatie ‘Verhaal halen – The Best of Mart Smeets’

In Amsterdam krijgt Mart Smeets het eerste exemplaar van het boek ‘Verhaal halen – The Best of Mart Smeets’ uit handen van Kees Jansma. Jacob Bergsma heeft de samenstelling van het boek voor zijn rekening genomen. En dus is er veel aandacht voor basketball: Michael Jordan, Tom Chestnut, Mike Rowland, Swen Nater, Hamilton 1976, Real Madrid – Levi’s Flamingo’s en Ton Boot.MerijnSoeters-1776

 Voor de jonge - nog niet - lezers; de 'man op rechts' is Bert Wagendorp, een in mijn ogen fantastische schrijver. Iedere jonge sportliefhebber zou in ieder geval het korte verhaal 'de Zwever' moeten lezen!!!

Mijn recensie van dat korte verhaal leest u    ---  Hier  ---



donderdag 17 juli 2014

De lege hemel van Kees Fens (1929-2008)

Kees Fens was de beste recensent/literair criticus van Nederland

door NRC boekenredactie
Kees Fens (1929-2008) overleed zes jaar geleden. Om die reden zond NPO Cultura deze week de film uit die Hans Keller vlak voor het overlijden van de literatuurcriticus en essayist maakte.

donderdag 24 april 2014

Aanrader - 'De Zwever' van Bert Wagendorp; Lezen!!

Vaak koop ik de boekjes uit de serie 'Literaire Juweeltjes' als ik ze tegenkom. Maar het komt niet vaak voor dat ik ze ook direct lees. Deze keer wel en, ik weet niet of het toeval is, of de uitgever ter gelegenheid van Nummer-100 in de serie een extra uit wilde pakken, maar het is echt een 'Juweel'!

Zeker sportliefhebbers, en voormalige sporters, met ook nog een beetje historisch besef, MOETEN dit boekje gewoon lezen. 'Te Druk' is geen excuus, want zelfs ik -als tegenwoordig wat langzame lezer- had het ruim binnen het uur uit, en toen had ik echt iets moois, ruim de moeite waard, achter de kiezen..!

Kaft-voorkant

Bestsellerauteur Bert Wagendorp van Ventoux schreef met De zwever het HONDERDSTE Literaire Juweeltje! En Wagendorp blijkt niet alleen in de psychologie van racefietsers goed thuis te zijn. De zwever is een even fraai als ontroerend portret van een verspringer die verliefd is op Jackie Kennedy en een knieblessure oploopt. In een paar bladzijden weet Wagendorp een fantastische historisch-fictionele kluwen te weven met als verhaaldraden naast Jackie Kennedy: de landing op de maan, de oorlog in Vietnam, het Olympisch verspringrecord (van Bob Beamon), en familieliefde. Een wonderbaarlijk verhaal van ontgoocheling.

ISBN: 9789085163541
Verschenen:26-03-2014
Leverbaar:Direct
Druk: 1e druk
Taal:Nederlands
Uitgever: B for books BV
Aantal paginas:64
Auteur:Bert Wagendorp

Overal te verkrijgen in Boelhandel, en op het Net...

dinsdag 8 april 2014

Goede (1-April)-Grappen; 'Onbekende Jane Austin gevonden'

Op NRC.nl een overzicht van geslaagde 1-april-grappen (2014), dit is wel een hele fraaie:

1-aprilgrappen kunnen ook té groot zijn: Goodreads ontdekt nieuw werk Jane Austen
door Roderick Nieuwenhuis, op NRC.nl
Subtiele grappen glippen vandaag (misschien) nog door de mazen van het net. Die van Goodreads niet. Medewerkers van het Amerikaanse boekenplatform vonden tussen het oud papier ongepubliceerd werk van niemand minder dan Jane Austen (1775-1817).
In een blogpost deelt Goodreads hun vondst vandaag vol trots mee:

“It is with great excitement and a weighty sense of responsibility that we make today’s announcement: Goodreads has acquired and will release a previously unpublished work by Jane Austen. The full-length novel, titled Mirth and Mischief, will be made available to all readers in fall of 2014. We could not be more thrilled to introduce the world to Abigail Branscombe, an irrepressible heroine to join the ranks of Elizabeth Bennet and Emma Woodhouse, whose story of love, and yes, mischief will delight and perhaps shock Austen fans worldwide.”

De opmerkelijke en historische vondst werd ook via Twitter gecommuniceerd:

goodreads Historic news! Goodreads has acquired and will release a previously unpublished work by Jane Austen: http://t.co/HRjCBVm4XD #JaneAusten 1 april 2014″ title=” 1 april” rel=”nofollow”> 1 april


Onbetaalbaar manuscript tussen tweedehands boeken

De onwaarschijnlijke vondst werd volgens Goodreads gedaan in augustus 2013. Na een grootschalige verhuizing van het bedrijf in San Francisco, ontstond de behoefte om alle lege planken op kantoor met boeken te vullen.
Er werden boeken opgekocht bij een lokale makelaar. Tussen de tweedehands boeken troffen medewerkers van Goodreads het manuscript aan van Austen aan. Bijgevoegd zat een brief van haar favoriete oudere broer Henry(1771-1850).
Experts aan Oxford University hebben de authenticiteit van de brief en de roman volgens Goodreads inmiddels bevestigd. Binnen afzienbare tijd moet Austens roman, over het 18-jarige weesmeisje Abigail Branscombe, gepubliceerd worden.

Na publicatie zal Goodreads het ‘onbetaalbare manuscript’ schenken aan Bodleian Library in Oxford, ‘a leading force in Austen scholarship’.

goodreads Many thanks to our friends at Oxford @BodleianLibs for verifying the authenticity of newfound #JaneAusten manuscript! http://t.co/IwuRNVxM4b 1 april 2014″ title=”24 uur geleden” rel=”nofollow”>24 uur geleden