Posts tonen met het label Van Veen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van Veen. Alle posts tonen

maandag 25 mei 2020

Q&A INTERVIEW AART DEKKER MET ERIK BRAAL (DEEL-2): Over zijn Vertrek bij Donar, de Samenwerkingmet Meindert van Veen en meer / BASKETBALL DBL DONAR GRONINGEN /



Een paar weken geleden kwam er een einde aan het tijdperk Erik Braal als coach van Donar Groningen, een ongekend succesvolle periode voor het basketball in Groningen. Een mooi moment om Erik wat vragen te stellen over die vijf seizoenen. Deel-1 verscheen een paar dagen geleden, maar heb ik om technische redenen laten staan, Deel-2 begint na de markering '***', dus degenen die Deel-1 al lazen kunnen skippen naar '***'.
 

Hey_Erik_Braal: een paar weken geleden kwam er een eind aan een periode van vijf seizoenen waarin je Donar Groningen naar nog niet eerder vertoonde successen coachte. En niet alleen was er veel succes; als er gewonnen werd gebeurde dat vaak met oogstrelend teambasketball. Bovendien veranderde de beleving van Internationaal Basketball in het Groningse: hoorde ik relatief kort voor jouw aantreden nogal eens dat 'men' Europese Deelname 'weggegooid geld' vond en/of 'dat Donar daar niets te zoeken had', en was die houding ook zichtbaar in de vorm van grote lege plekken op de tribunes bij Europese wedstrijden, waarna dan een paar dagen later tegen het tweede echalon van de DBL de zaal weer uitpuilde. Dat is nu totaal omgekeerd; het Groninger Publiek heeft Internationaal Basketball omarmd. En nu dan een toch wel abrupt einde aan die periode; het zette me te denken over vragen die ik nog niet in de vele interviews die ik tijdens de afgelopen vijf jaar van je las en zag nog niet (allemaal/zo) gesteld zag worden. En mooi moment om die vragen dus nu te stellen.
 
 
Q: je gaf in ander interview aan dat een soort van Herman vd Belt-rol – in de USA noemen ze zulke mensen 'Lifers' en vooral bij Colleges komen ze nogal eens voor –   je ook wel wat geleken had. Dus...?
 
Erik Braal: Ik niet weet of het bij mij zou passen, maar ik vind het wel een mooi idee. Herman in Zwolle is daavan natuurlijk een voorbeeld, maar ook Greg Popovich bij de San Antonio Spurs. Ik omarm het idee dat je als organisatie samen wint en samen verliest. En dat je als het niet loopt, dan niet direct iets moet veranderen of er moet worden ingegrepen maar dat er vertrouwen is in een graduele verbetering of verandering waardoor de doelen ook worden gehaald. Het vraagt alleen heel veel van alle partijen: geduld en veel vertrouwen. 

Een organisatie legt met zo’n aanpak veel in handen van de coach. Die is niet alleen boegbeeld, maar je laat hem een cultuur neerzetten en bewaken. De coach is de club. Bij veel clubs zal dat niet kunnen, omdat er teveel stromingen zijn. En hoe groter de club hoe meer rumoer en meningen. Dan moet je als bestuur wel heel sterk in je schoenen staan om alle teugels aan een coach te geven.

Ik herlees nu het boek ‘Confidence’ van Moss Kanter. Het is een onderzoek naar waarom organisaties - in topsport en bedrijfsleven - succesvol worden en blijven, en waarom anderen succesvol zijn en dat niet kunnen volhouden. Juist daarin wordt die hoogte en laagte continu naast elkaar gelegd. En belangrijke conclusie is daarbij dat slechte tijden zullen voorkomen, maar dat de reactie van een organisatie bepaalt of succes herhaald kan worden. Is er genoeg oplossend vermogen om problemen in perspectief te zien, er mee te om te gaan en het weer te gebruiken voor nieuwe groei? Dat is een boeiend proces wat mij bijzonder interesseert. Het is bij mijn teams altijd een thema. Hoe ga je om met tegenwind? Hoe handel je als het even allemaal tegenzit? En dat wordt complexer als de club groter is, de fans hebben invloed en de businessclub heeft invloed. Dan kan beleid en ratio worden ingewisseld voor emotie.


Q: je hebt een verleden met Herman, het klikt volgens mij goed tussen jullie, maar er zijn ook flinke verschillen; jij weet dat ongetwijfeld beter dan ik. Zou je jezelf eens willen vergelijken met Herman; overeenkomsten, verschillen, en hoe heeft dat de laatste 5 jaar uitgepakt?

Erik Braal: Ik had in mijn begintijd bij Rotterdam een speler die vroeg of wij tweelingbroers waren. Dat was wel grappig. We hebben veel overeenkomsten, vrij rustig langs de lijn is misschien de meest in het oog springende. Zijn beiden veel bezig met de groepsdynamiek. Hoe reageren spelers naar elkaar, wat gebeurt er in het team als het niet loopt. We kijken beiden strategisch naar het spel. Als we geen concurrenten zouden zijn, maar bijvoorbeeld in een andere sport zouden coachen, dan hadden we waarschijnlijk veel meer contact. Nu beperkt het zich vaak tot goede gesprekken na het seizoen en met praatjes bij de wedstrijden. 

Er zullen ook veel verschillen zijn. Maar het is lastig om die aan te geven. 


Q: denk je dat een overweging van het bestuur van Donar met name het tegenvallende vorige seizoen is geweest?  Als er (even) wat minder gepresteerd wordt, wordt dat in Groningen vaak een beetje overdreven zwaar opgevat – ik zeg weleens “Donar, dat is het Ajax van het Basketball.” Of denk je dat andere overwegingen zwaarder wogen? Ik stel deze vraag mede omdat jullie dit seizoen eigenlijk met een hele nieuwe, flink verjongede groep weer aan het bouwen waren, en mijn indruk was dat de opgaande lijn weer ingezet was.
 
Erik Braal: Ik had ook het idee dat we een duidelijke opgaande lijn te pakken hadden. En we wisten dat die groep tijd nodig had. Er waren nog een aantal hobbels te nemen naar een nog stabieler spel en team. Maar daar waren we in de trainingen goed mee aan de slag. Geen van de (nieuwe) spelers had een kampioenschap gewonnen.  En leren winnen is niet zo eenvoudig, heeft tijd nodig en vraagt veel discipline.

Ik heb een uitgebreide database waarin ik alle teams in de eredivisie analyseer. Als ik in dat dashboard alleen de top-4 naast elkaar zet, dan stonden we er zelfs heel goed voor. Daarom had ik veel vertrouwen in goede play-offs. 

Voor een bestuur is een tegenvallend seizoen natuurlijk altijd een overweging. Dat lijkt me logisch. Ze zullen zich hebben afgevraagd of we weer op hetzelfde niveau konden komen van het jaar ervoor.

Ons “nadeel” was dat we vooral in 2017-2018 een ongewoon goed jaar hadden. Niet alleen wat resultaten, beker en het kampioenschap met een sweep, maar ook de halve finale in de Fiba Europe Cup en winnen van de kampioen van Italie. Dat niveau komt de komende jaren ook niet meer in Nederland voor. Er werd gepresteerd en ongelooflijk mooi gespeeld. Het waren goede spelers die ook als team klikten. Ik denk dat we met het team van dit seizoen weer een eind richting dat spel waren gekomen, maar dat zal ik nooit kunnen bewijzen. En voor de niet-kenner, die alleen kijkt naar de resultaten, is het dan logisch dat er afscheid wordt genomen van mij. Immers, het laatste kampioenschap dateert alweer van 2 jaar geleden. Als je niet bereid bent dieper te kijken, dan klopt dat. 

Er speelt op de achtergrond nog iets. Als je op weg bent om succesvol te worden zoals het eerste jaar, is het makkelijk om optimistisch te zijn. Iedereen voelt het momentum, en is daarmee ook hoopvol voor wat er gaat komen. Je bent jager, en het doel is heel helder. 

Na 3 kampioenschappen op rij veranderde die mindset. Mijn ervaring was dat met het succes, er ook angst insloop om die status te verliezen. ‘Willen winnen’ werd ingeruild voor ‘niet willen verliezen’. Daar schuilt een hang naar controle in, die in topsport niet bestaat. Van jager op jacht naar prijzen, wordt je een prooi die probeert achtervolgers voor te blijven. En elke keer als het dan tegen lijkt te zitten, of die status in gevaar lijkt te komen, kan er reden zijn voor pessimisme of voor negativiteit. Bij alles worden vragen gesteld, er wordt gemicromanaged. Het bestuur komt veel te dicht bij het proces dat het team moet doormaken. Met een nieuwe coach creëer je een nieuwe wind en daarmee weer hoop en optimisme. 


Q: je maakt het zowel jezelf als je spelers niet gemakkelijk; de speelwijze vergt sowieso intelligente, maar misschien ook wel behoorlijk ervaren spelers...in 2018-2019 liep dat fout af, maar ik vond dat je daar uitstekende verklaringen voor had; 'Never change a winning team' is niet voor niets een vrij algemeen geldende wijsheid in de sport...en zo'n beslissing om met zo'n oud team door te gaan neem je neem ik aan niet alleen, daar is een bestuur net zo verantwoordelijk voor. Toch had ik wel het idee dat jouw of jullie inbreng in de keuzes voor spelers groter was dan bij de meeste voorgangers in Groningen het geval was... Zie je het – ondanks dat alles – als mogelijk dat ook dat je nu misschien wel een beetje opbreekt?

Erik Braal: Als je het over het seizoen 2017-2018 hebt, toen was het niet mogelijk om zomaar afscheid te nemen van spelers. Vrij veel spelers hadden doorlopende contracten en we hadden een fantastisch seizoen. Dus logisch dat we dat probeerden op te rekken. Tegelijk wisten we intern dat het (bijna) niet te evenaren was. Er moesten ook wat spelers worden vervangen en was ik me ervan bewust dat die een nieuwe, andere energie moesten brengen. Achteraf hadden we toen Bradford Burgess niet moeten laten gaan. Hij wilde graag blijven, maar op een andere positie spelen. En daar was geen ruimte voor door de contracten die doorliepen met andere spelers. Maar hij was heel belangrijk in het spel dat we wilden spelen. Iemand die, net als Arvin, de volgende pass zag en totaal niet bezig was met zichzelf. Een intelligente speler die basketbal op de juiste manier speelt. En er stond, goed was in belangrijke wedstrijden. Ik had hem moeten overtuigen om toch op de #4 te blijven spelen. Hij zou ons in 2018-2019 heel goed hebben kunnen helpen. Soms weet je pas wat je mist, als het er niet meer is.

Je hebt gelijk dat de speelwijze veel vraagt van de spelers. Ze moeten wel een beetje met verstand basketballen. In de VS noemen ze dit “playing the right way”. Als je in de interviews een gerenommeerde coach als Rick Pitino over de Euroleague en het Europese basketbal hoort praten, en daarbij steeds benadrukt dat deze speelwijze de manier is om basketbal te spelen en hij hier zoveel geleerd heeft, dan is dat precies de brug die spelers over moeten om mee te gaan in die denkwijze. Ze zijn het niet gewend, er is veel meer oog voor het spelen zonder de bal en de pass heeft nog de waarde die het vroeger (ook in de NBA) had. Maar als het lukt, dan is het de mooiste manier, en geeft het enorm veel spelvreugde en herkenning bij het publiek. En dat vind ik een leukere uitdaging dan een stuiteraar de bal geven en kijken of hij ons kan laten winnen. Ik denk dat deze manier van spelen ons Europees competitief heeft gemaakt. De beweging en de passing zorgt dat alle spelers een bijdrage kunnen leveren.

***

Erik Braal (Foto: Donar.nl)


Hey_Erik_Braal_Q: Donar is zo'n echte basketballstad. Adel verplicht (vind ik tenminste). De club heeft natuurlijk het volste recht om zo'n beslissing om een andere weg in te slaan te nemen, maar de manier waarop  (ik vat het even vrij samen 'een tijd niets horen en dan de mededeling dat de club niet met je verder wil, (AD)) moet toch pijn doen. Dat zou toch anders kunnen? Of zie jij het als onvermijdelijk? Ik vraag het ook omdat vorige zomer Arvin Slagter op een (vergelijkbare) niet al te chique wijze vertrok. Wil je daar wat over zeggen? En zou deze manier van handelen uiteindelijk niet ook een klein beetje afbreuk doen aan het imago van de club?

En komt er nog een mooi afscheid voor jullie?

A: De situatie rondom mij en de situatie rondom Arvin waren verschillend. Bij Arvin wilde de club met hem verder en is het in het proces daarna scheef gelopen, bij mij heeft de club nooit over een verlenging gesproken. Dat is wel pijnlijk, omdat je na vijf intensieve jaren hoopt dat er een dialoog is over de voors en tegens. Dat gesprek is er niet geweest. Mijn contract loopt per 1 juni a.s. ten einde.

Over een afscheid is wel gesproken. Ik hoop dat Meindert en ik goed afscheid van de fans kunnen nemen. Maar door de huidige situatie is onduidelijk hoe dat allemaal gaat lopen.

 

Q: Naast vd Belt, heb je ook wel een al lang lopende link  met Marco vd Berg die uit zijn contract is gestapt bij de Orange Lions Academie Mannen (OLA). Ik ben daar persoonlijk niet zo rouwig om, en het is ook niet de eerste keer dat Marco ergens voortijdig vertrekt. Zou de positie bij OLA niets voor jou zijn? Bijvoorbeeld in tandem met Burhan Alibegovic? Ook met Burhan heb je in het verleden (volgens mij goed en prettig) kunnen samenwerken. Zou je eens op dit alles willen reageren?

A: Marco kwam er na een tijdje achter dat zo'n opleiding iets van hem vraagt, wat hij niet kan of wil geven. Hij mistte het coachen van een prestatie team ontzettend. We hebben dit jaar verschillende gesprekken gevoerd, en toen was hij daar al mee bezig. De adrenaline van het coachen van topwedstrijden is iets heel speciaals. Ik kan Marco z'n gevoel hierbij heel goed begrijpen.  Of de positie bij OLA iets is voor mij, is lastig te zeggen. Ik ken de plannen niet goed genoeg om te weten of dat bij mijn ambitie past. Met Burhan werken is iets wat we in Rotterdam met veel plezier en succes hebben gedaan. Het was het eerste team bij Rotterdam dat de 2e ronde van de play-offs en de bekerfinale haalde. Mooie herinneringen..!

 

Q: Inmiddels is duidelijk geworden dat ook je unieke assistent-coach Meindert van Veen verdwijnt bij Donar. Wil je ons eens iets wijzer maken over de langdurige samenwerking met die Icoon?

A: In seizoen 2016-2017 heb ik Meindert benaderd om Donar en mij te helpen bij het analyseren van Europese tegenstanders, het ontbrak aan tijd om zowel de DBL als de FIBA goed en zorgvuldig te doen. Meindert coachte op dat moment de dames van Den Helder en deed het analyseren op afstand erbij. Maar Meindert doet dingen niet half, en wilde graag wat meer betrokken zijn bij de dagelijkse gang van zaken. Daarom is hij in 2017-2018 op de bank komen zitten. Bijzonder natuurlijk, want daarmee veranderde onze rollen naar elkaar. Ik ben, ook als jeugdcoach, vaak bij Meindert geweest in Den Helder om samen met hem basketbal-zaken te bespreken. Daarna was ik assistent bij hem en het Nederlands Dames team. We hebben toen met vallen en opstaan met elkaar leren werken, maar toen dat eenmaal functioneerde hebben we met veel plezier samengewerkt. Er is sowieso veel respect voor elkaar, grote loyaliteit en hierdoor is een diepe vriendschap ontstaan. Wat ik zeer waardeer is dat hij nog steeds open staat voor nieuwe ideeën. Na zo'n carrière en zoveel kampioenschappen zijn er niet veel coaches die zich kunnen aanpassen aan een andere aanpak. Maar bij hem is dat zo. En dat gaat niet alleen over basketbal.


Q: Uit mijn vragen blijkt een zeker patroon: je bent goed in samenwerken. Kun je eens een boom opzetten over samenwerken in de jungle van de topsport? Over vriendschap? Over de manier waarop je mensen zoekt om zo'n samenwerking mee aan te gaan? Welke kwaliteiten je in de betreffende personen zoekt? Zijn die kwaliteiten overwegend steeds dezelfde? Of hangt dat helemaal af van de situatie?

A: Dat is een interessante vraag en observatie. Het is een fijne balans. Ik zeg tegen de mensen met wie ik werk dat het niet altijd vriendelijk en aardig kan, maar dat mijn waardering daarom niet minder is. In het heetst van de strijd zeg of doe ik soms iets waardoor iemand wordt tekort gedaan. Als iemand van de staf opspringt van de bank, en ik wijs iemand daarna terecht, dan kan dat worden geïnterpreteerd als vernederend. Daarom probeer ik in de situaties wanneer het kan, met iedereen normaal om te gaan. We doen met elkaar dingen buiten het basketbal. Gaan uit eten, ze komen bij mij thuis. De deur wordt niet platgelopen, maar een goede relatie is belangrijk. Met een deel van de staf gaan we elke zomer chique uit eten. Dat gaat zeker worden voortgezet na deze periode. En zo zie ik nog steeds mensen van de vorige clubs buiten het basketbal om. We hebben iets bijzonders meegemaakt, een relatie opgebouwd. En mijn interesse is groot genoeg om niet alleen over basketbal te kunnen praten. Dat helpt ook. 

 

Q: Jij en ik gaan ook al decennia terug, ook al hebben we nooit echt samengewerkt... Maar ik denk dat ik je toch aardig ken. In mijn beleving kwam je toch als een ietwat andere man terug uit Oostenrijk. Herken je die stelling? Kan je daar eens op reflecteren? Voor alle duidelijkheid; ik meende dat verschil vooral te zien in bijvoorbeeld je communicatie met de Media, dus niet in onze onderlinge contacten.

A: Toen ik bij Oberwart werkte, heb ik veel geleerd. Het was sowieso goed om buiten Nederland te werken, waar niemand je kent en je op jezelf bent aangewezen. Hoe je denkt, hoe je functioneert, alles wordt op een andere manier bekeken. De invloed van de Balkan is daar heel groot in het basketbal. Er zijn veel spelers en coaches die daar vandaan komen. Dat zorgde ervoor dat ik kritisch werd bekeken en je moet staan voor waar je in gelooft. Die houding maakt je misschien nog wat autonomer, wat anderen weleens verwarren met arrogantie. Mijn zelfbewustzijn is daar zeker toegenomen. Toen Donar mij benaderde, had ik gevoel dat ik daar ook echt aan toe was.


Q: Hier zeg je wat. Mijn indruk was dat Donar je ook eerder al wel benaderd had, maar dat je toen niet toehapte. Klopt dat? En was het alleen omdat jij vond dat je er nog niet aan toe was dat je niet al eerder bij Donar aan de slag ging? Of had het ook met andere omstandigheden, bijvoorbeeld bij de club, te maken dat dat toen nog niet gebeurde?

A: Ik was inderdaad al eerder door Donar benaderd. Maar steeds zaten daar haken en ogen aan. Een keer nadat ik net een contract met een club had verlengd, een andere keer is het tot uitgebreide gesprekken gekomen en hebben ze voor een andere coach gekozen.


Q: William Pomp schreef een verhandeling over je mogelijke opvolgers, uiteindelijk kwam Donar al relatief snel met Ivan Rudez als nieuwe coach. Stel ik je een rare vraag als ik je vraag of je denkt dat jouw erfenis in bij hem in goede handen is?

A: Mooi dat je erfenis zegt. Dat is wel een belangrijke motivatie bij de clubs waar ik heb gewerkt. Je hoopt dat aan het eind je iets hebt toegevoegd en iets kan achterlaten. Volgens mij heb je dan een bijdrage geleverd. Maar ver voor mij waren er bij Donar al grote coaches, zoals Bill Sheridan, Maarten van Gent, Ton Boot en Marco van den Berg. Ik ben trots om ook in dat rijtje te staan. En met de prestaties die we hebben gehad, ben ik onderdeel van de geschiedenis van Donar.

 

Q: Ik miste in zijn rijtje Geert Hammink als serieuze kandidaat, nu als coach aangesteld in Leiden. Zou die zeker gezien jullie resultaten tegen het vakkundig de nek omgedraaide project Dutch Windmills  – waar veel kanttekeningen te maken zijn, maar niet dat Geert Hammink daar geen uitstekend visitekaartje afgaf –  niet als een voor de hand liggende kandidaat zijn geweest? Hoe zie je die (blijkbaar) hypothetische optie voor Donar?


A: Geert heeft zeker indruk gemaakt met zijn team en manier van spelen. Ik denk dat hij een uitstekende coach is. Dat zal hij ook gaan laten zien in Leiden. Hij heeft de know-how, de speelervaring en hij kan spelers raken. Hij had goede US spelers, met zijn achtergrond als agent niet heel raar, maar vooral de Nederlandse spelers hadden toen allemaal goede bijdragen. Dat seizoen heb ik op hem gestemd als Coach van het Jaar.

Maar William Pomp is hem blijkbaar wel vergeten, want anders had hij hem zeker in zijn rijtje opgenomen.

 

Q: Wie en wat ga je hardst missen na die vijf jaar en al die mooie ervaringen?

A: Zeker een aantal mensen uit de staf met de lol en het reizen met elkaar naar Europese wedstrijden. Ik heb heel prettig samengewerkt op dagelijkse basis met Hans Besselink (team-manager), Edwin Keijzer (fysio), Jan Arend Vredeveld (krachttrainer), Wim Heum (verzorger) en natuurlijk Meindert. Verder ook met de mensen op kantoor, Peter, Hayo en Kim. Als je dagelijks met elkaar omgaat, dan is het belangrijk dat het daar ook goed is.


Q: Tenslotte de meest voor de hand liggende vragen; zien we je volgend seizoen – als dat er tenminste komt – weer ergens als coach actief? In Nederland is eigenlijk nog maar een plekje vacant...of richt je je weer op het buitenland? Ik kan me voortellen dat de Corona-situatie alles stukken lastiger maakt, hoe beleef je dat? Of is een sabbatical ook een reële en wenselijke optie voor je?

A: Ik heb goede herinneringen aan mijn vorige sabbatical, dus zoiets zit altijd als optie in mijn achterhoofd. Mijn vorige sabbatical in 2010 heb ik genomen om afstand te hebben tot de dagelijkse gang van zaken en wat meer te reflecteren op mijn functioneren. Ik ben toen bij andere coaches gaan kijken, juist als opfriscursus.

Nu voelt deze periode, tijdens corona, toch ook als afstand nemen en vermoed ik dat aan het einde van deze periode de afstand lang genoeg is geweest om weer fris voor een groep te staan. Dus ik ben bezig om mij te oriënteren op een nieuw team. Ik ben niet echt bezig met waar dat zou moeten zijn, maar vooral welke situatie. Ik wil mij verbinden aan een club met een plan en duidelijke ambitie.

Maar de realiteit is ook dat door corona alles heel langzaam gaat. Veel clubs zijn nog niet zeker hoe hun financiële plaatje eruit gaat zien. Er is nog zoveel onzeker, wanneer en hoe er gespeeld gaat worden, dat iedereen op zijn handen zit en afwacht. Ik heb contact met agenten en clubs, maar alles beweegt heel langzaam. We gaan het zien.


Hey_Erik_Braal: bedankt voor deze antwoorden. Ik wens je heel veel succes bij het vinden van een mooie nieuwe baan, als er wat dat betreft nieuws is hoor ik het graag van je. Dan, of wie weet eerder, kom ik zeker terug met een volgende reeks vragen.

AART DEKKER

zaterdag 22 september 2018

SHARTIE / FIBA CHAMPIONS LEAGUE PLAY-IN: Donar Groningen @ Prishtina, Kosovo / DONAR GRONINGEN INTERNATIONAAL CLUB BASKETBALL 2018-2019


Ik probeerde de Uitwedstrijd van Donar in Kosovo zo goed mogelijk terug te kijken; dat viel niet mee..! Uiteindelijk heb ik de eerste helft grotendeels, en nog wat flarden van de tweede helft gezien. Genoeg...denk ik zo maar...
Een korte beschouwing op basis van wat ik gezien heb:
-De spelers van Prishtina speelden alsof hun contract bij het niet halen van de volgende ronde verscheurd zou worden...
-Het Publiek -de Kosovaarse Fans; ja met een Hoofdletter!- steunden hun team alsof het een Finale betrof...
-en beide stellingen zitten misschien niet heel ver van de waarheid...
-Donar is mijns inziens zeker niet kansloos strakjes Thuis...
...maar zal de steun van HUN Publiek net zo nodig hebben, dus niet alleen...
...hoop ik op een barstensvolle MartiniPlaza...
...ik Hoop (Ja, met een Hoofletter!) dat het Groningse Publiek zichzelf Overtreft, en er een Hel voor de Kosovaren van maakt...
-want het zou toch erg leuk zijn als Donar Groningen, – Groningen überhaupt – dit seizoen een stapje hoge Internationaal Clubbasketball mag ervaren..!

Coaches Erik  Braal & Meindert van Veen,
de Spelers/Het TEAM,
en het Publiek MOETEN Vol Aan de Bak in hopelijk een Volle Bak!



Heya (Hup) Donar!!



AART DEKKER

zondag 15 april 2018

BASKETBALL IN DE LANDELIJKE MEDIA / DAGBLAD TROUW / INTERVIEW: Meindert van Veen - 'De belangrijkste taak van basketbalgoeroe Van Veen is huiswerk maken' / DONAR GRONINGEN / FIBA EUROCUP 2017-2018

Meindert van Veen (Foto: Donar.info)


De belangrijkste taak van basketbalgoeroe Van Veen is huiswerk maken

Home
Fred Buddenberg

Basketbalgoeroe Meindert van Veen is als assistent-coach betrokken bij het succes van Donar. Maar hij is niet het meesterbrein.


Meindert van Veen heeft het ook gehoord en hij kan er wel om lachen. Dat hij het meesterbrein zou zijn achter het succes van Donar, de Groningse basketbalclub die op de drempel staat van de halve finale van de Europe Cup. "Ik vind het leuk om te horen en mijn ego wordt er enorm door gestreeld", zegt de 67-jarige basketbalgoeroe met een glimlach onder zijn grijze snor. "Ik denk alleen dat het niet zo is, ik zie het niet als mijn succes."


Meindert van Veen, eind jaren '90 coach van de basketbal-dames uit Den Helder, wordt door zijn meiden in de feestvreugde betrokken. © ANP



Van Veen werd vorig jaar door Donar-coach Erik Braal gevraagd om te assisteren bij de Europese wedstrijden. Dat pakte goed uit en de man die bijna zijn hele leven als coach in het basketbal heeft gewerkt bleef hangen in Groningen. Dit seizoen is hij 'onderdeel van een succesvolle combinatie'. Vanavond kan Donar zich ten koste van Mornar Bar uit Montenegro plaatsten bij de laatste vier van de Europe Cup.

"Natuurlijk draag ik een steentje bij", zegt Van Veen in Martiniplaza, dat vanavond met 4350 toeschouwers weer tot de laatste stoel is bezet. "Erik is de hoofdcoach en het is zijn taak om mensen om zich heen te zoeken die het team kunnen helpen. Ik heb de wedstrijd van Mornar Bar tegen Rode Ster gedownload en samen met Erik beslissen we hoe we het tactisch gaan aanpakken."

Het maken van huiswerk ziet Van Veen als zijn belangrijkste taak. Hij struint het internet af naar informatie over tegenstanders. Komende zomer mag hij weer coachen als hij in dienst van de basketbalbond met de meisjes onder achttien jaar naar het EK gaat. "Dan heb ik assistenten die het werk doen dat ik nu bij Donar doe. Als er een van hen tijdens een wedstrijd twee leuke opmerkingen maakt ben ik al blij."

In tegenstelling tot Braal, die soms uiterlijk onbewogen langs de kant kan staan, is Van Veen een aanwezige coach. Dat zit in zijn natuur, zegt hij, zo is hij altijd geweest. "Ik zou ook een aantal dingen anders doen dan Erik." Hij haalt een klein voorbeeld aan. "Ik kijk altijd naar wie goed in de wedstrijd zitten. Die gaan de tweede helft spelen. Erik begint de tweede helft altijd gewoon weer met zijn startende vijf."

Dat Braal en hij soms verschillende visies op het spel hebben, is volgens Van Veen alleen maar goed. Zo vullen zij elkaar aan. "Als je alle twee hetzelfde bent als coach kun je net zo goed een spiegel huren", zegt Van Veen, die nog niet weet of hij ook volgend seizoen in dienst is bij Donar. "Die ziet precies hetzelfde en daar heb je helemaal niks aan. Ik ben iemand die heel erg coacht op het voorkomen van fouten en Erik is veel meer bezig met de volgende actie."

Donar moet vanavond in eigen hal een achterstand van zes punten goedmaken, opgelopen vorige week in Montenegro. Geen onmogelijke opgave, denkt Van Veen. "We hebben daar een enorme kans laten liggen om te winnen. Het verwachtingspatroon wordt steeds groter en spelers willen zich waarmaken. Ze moeten leren omgaan met het succes dat we hebben."


Lees ook:

Na een ruime zege tegen het Roemeense Cluj stond Donar begin maart op de drempel van de kwartfinales van de Europe Cup. Die heeft de club inmiddels bereikt.


**

Andere recente artikelen van Trouw over Donar via Topics.nl:  




***
Meer artikelen over Meindert van Veen:

'DVHN.nl/sport/Meindert-van-Veen-Bullebak-of-meesterbrein-van-Donar'

'Denhelderactueel.nl/2015/05/afscheid-meindert-van-veen-groots-gevierd/'

'DVHN.nl/sport/Meindert-van-Veen-in-technische-staf-Donar'

vrijdag 27 januari 2017

DONAR GRONINGEN VS. LUKOIL AKADEMIC SOFIA / FIBA EUROCUP / COLUMN AART DEKKER / INTERVIEWS & KRANTEN: 'Prachtig...Maar waar waren de Landelijke Media?'

Donarspelers bedanken uitverkocht Martiniplaza
na een 8-op-14 Fiba Europe campagne
De vorige keer dat ik schreef over een wedstrijd van Donar op het Europese Platform waarbij ik aanwezig was, ging het over 'een puntje van strijd' tussen de Groningse Donar-coach Erik Braal en een (klein) deel van het Groninger Publiek...'the Times They Are a Changing', dichtte Nobelprijswinnaar Literatuur 2016 Bob Dylan ooit. Welnu, hoe van toepassing is dat op de situatie in Groningen! Voor het eerst in de Groningse Basketball-geschiedenis en uitverkocht huis bij een Internationale clubwedstrijd, en dat bij de laatste Europese wedstrijd van Donar in 2016-2017 -terwijl toch van tevoren bekend was dat de kansen op overleven niet heel groot waren-, een geweldige sfeer, en publiek dat tot zowat de laatste man, en tot en met de laatste minuut in de benen ging en hun team toejuichte en -klapte. En terecht!

Donar Groningen heeft mijns inziens een majeure stap vooruit gemaakt, en dat dan vooral ook omdat het Groninger Publiek die stap lijkt te hebben gemaakt..! En wel juist vooral doordat het publiek het Internationale Basketball begint te waarderen. En ook voor de organisatie Donar Groningen gold nog niet zo lang geleden dat als de keuze moest worden gemaakt tussen Internationaal spelen, en een extra speler die de kans op een Kampioenschap iets groter zou maken, die keus meestal uitviel voor die extra speler.

Donar; het was Mooi! En het was goed zo...zo blijft er nog iets te wensen voor volgende seizoenen. Hopelijk dat dan ook andere DBL-clubs weer kiezen voor, of mogelijkheden zien tot het deelnemen op het Europese Podium! Volgende jaar weer een stap!

Een wedstrijdverslag van Hans Kortekaas met Stats vind je op de DBL-site:   ---  Hier  ---

Als ik de geluiden in de Groningse Businessclub goed beluisterde was men zeer tevreden over de Media-aandacht, ook al liet Ziggo dit toppunt van het Nederlandse Basketball dit seizoen op het laatste moment liggen. De wedstrijd was thuis via andere kanalen ook wel te zien, maar toch wekt zo'n beslissing wel wat vraagtekens... Nou ja, daar kom ik nog weleens op terug, hoop ik...

NRC schreef vooraf een mooi portret van Succescoach Erik Braal (zie hieronder), de Telegraaf had ook een Preview. Maar voor zover ik het kon nagaan bleef het daarbij...

Hoeveel betaald voetbal-clubs zullen het toeschouwersaantal van Donar gisteren -laat staan de ambiance!- veelal niet halen? En welk ander Nederlands clubsportteam tipt er nooit aan? Natuurlijk; er zijn ook nu weer criticasters die gelijk gaan roepen "...dat het Nederlandse Basketball nu eenmaal niets voorstelt..." Ik raad die mensen aan de vorige zinnen nog eens te lezen en tot zich door te laten dringen. En voor die Basketball-liefhebbers die denken "...dat in het Buitenland overal grotere zalen met meer publiek vollopen..."; vergeet dat maar gelijk! Er zijn niet zoveel landen -zelfs meerdere van de traditionele 'Powerhouses'- waar ze hun vingers af zouden likken bij zoveel publiek, zo'n sfeer, en waar het relatieve succes van nu Donar, maar in voorgaande jaren ook wel in Den Bosch, Nijmegen, Amsterdam en Leiden veel beter op waarde wordt geschat dat hier ten lande...

Het is weer voorbij, die mooie Basketball-winter!

Terug naar de DBL.

Nu moet Donar ook daar het hoge niveau zien te handhaven. Dat dat gaat gebeuren heeft er alle schijn van. Toch mag de club dat niet als vanzelfsprekend aannemen, want van Landstede Zwolle verwacht ik dat ze er aan het eind van het seizoen klaar voor zullen zijn, en wie weet wat er nog voor een gekke dingen kunnen gaan gebeuren in Den Bosch...

En Play-Offs zijn in Groningen natuurlijk altijd al een spektakel op zich...

Hieronder -tenminste op mijn Weblog-  nog wat meer bij elkaar geschraapte content.



AART DEKKER


Donar TV:



Met Jason, Chase, Meindert en Maarten van Gent 250117




Press conference Donar Groningen - PBK Lukoil Akademik



Steven Verseput van NRC schreef een lange, mooie voorbeschouwing in NRC en -toeval of niet- zette de twee uitblinkers van Donar op woensdag op de begeleidende foto; Coach Erik Braal en 'Ouwe Getrouwe' Jason Dourisseau...

Hij wil zijn ploegen laten swingen als een jazzorkest

Erik Braal, coach van de Groningse basketbalclub Donar.
Erik Braal basketbalcoach
Erik Braal, coach van het Groningse Donar, is de professor van het Nederlands basketbal. Woensdagavond kan zijn ploeg zich plaatsen voor de achtste finale van de Europe Cup.
Door onze redacteur Steven Verseput | NRC, 25-1-2017, originele artikel   ---  Hier  --- meer van Steven Verseput op NRC.nlnrc:   ---  Hier  ---


Het Noord-Brabantse dorp Werkendam, zo’n 35 jaar terug. Een ventje fietst naar de plaatselijke bibliotheek voor een boek van voetbalcoach Wiel Coerver. De jongen verdiept zich in zijn trainingswijze, de bekende Coerver-methode. En past het toe. Als hij met vrienden gaat voetballen beginnen ze niet direct met een partijtje, zoals gebruikelijk. Op zijn commando doen ze eerst oefeningen: kappen, draaien, kaatsen, passen. Een half uur lang.
De jongen heet Erik Braal en is dan tien jaar.
Hij wordt coach, basketbalcoach. Iemand over wie Ton Boot, Nederlands meest succesvolle basketbaltrainer met veertien landstitels, nu zegt: „Een perfecte coach.” Braal is zijn protegé, ze voerden lange, intense gesprekken. Als de Groningse basketbalclub Donar in 2015 Boot om advies vraagt over het aantrekken van Braal, zegt hij: „Meteen doen.”
Erik Braal (45) staat bekend als een van de meest innovatieve coaches. Eigenzinnig, procesdenker, type professor. Hij is opgeleid als docent bedrijfseconomie, kent geen verleden als prof, is grotendeels autodidact, benadert het spel wetenschappelijk, laat zich inspireren door het boek Moneyball, ging tijdens zijn sabbatical op ontdekkingsreis en bezocht een dirigent om van hem te leren.
Hij is gerijpt, de prijswinnende jaren zijn aangebroken. Vorig seizoen werd hij met Donar Nederlands kampioen, zijn eerste grote titel. En woensdagavond kan de club uit basketbalminnend Groningen de achtste finales bereiken van de Europe Cup, grofweg het vierde Europese niveau.
Na een training gaat Braal zitten en praat twee uur onophoudelijk. Voor het grote publiek is hij misschien wat kleurloos, de datanerd met bril en laptop. Achter dat beeld schuilt een boeiende persoonlijkheid. Hij volgde in zijn sabbatical een cursus filosofie, verdiepte zich in de westerse traditie, las Aristoteles, Socrates, Plato. Hij zeilt, vreet kranten, is liefhebber van klassieke muziek en jazz.
Hij leeft obsessief voor het basketbal, analyseert beelden tot in detail. Hij heeft een latrelatie met zijn vrouw: hij woont aan het Friese Pikmeer, zij woont en werkt in de buurt van Rotterdam. Alleen in de weekenden komt ze over; deels om praktische redenen, ook zodat hij zich volledig op het coachen kan richten. De maniakale Ton Boot woonde in periodes ook afgescheiden van zijn gezin.
Braal groeit op in het streng protestantse Werkendam, sportdorp van ruim 10.000 inwoners, bekend van voetbalclub Kozakken Boys en basketbalclub Virtus. Hij haalt het eerste bij Virtus, maar na een afgescheurde kruisband doet hij een stap terug.
Goede jeugd, maar ook botsende belangen. Met zijn moeder gaat hij zondags mee naar de Hervormde Kerk. Daardoor kan hij niet ingaan op de uitnodiging van de nationale jeugdteams. „Daar werd op zondag getraind. Dat mocht niet van mijn moeder. Dat was pijnlijk. Als je een keer niet komt, is het klaar.”
Braal werkt zich als selfmade coach omhoog. Hij begint als jeugdopleider, twintig jaar terug in Rotterdam. Wordt daar coach van het eerste, bouwt de kleine club om tot een subtopploeg, doet hetzelfde in Bergen op Zoom en Leeuwarden. De wetmatigheid: overal waar Braal instapt, gaan ploegen beter presteren. Met de nuance dat hij bij bijna alle clubs over goede Amerikanen beschikt.
Hij compenseert het gebrek aan kennis en profervaring door te leren van anderen. In zijn vormende jaren bezoekt hij Boot, als een soort student op audiëntie bij de meester. Boot, nu 76 en gestopt: „Hij was een van de weinigen die dat deed.”
Boot is dan, rond 2005, nog coach én Braals tegenstander in de competitie. Braal: „Ton zei letterlijk: ik heb zoveel kennis en jij weet nog helemaal niks, door jouw vragen word ik ook geprikkeld, zo komen we samen tot nieuwe kennis. Achteraf denk ik: dat ik ernaartoe ben gegaan, het is super hooghartig.” Als coaches verschillen ze van elkaar: Boot is hiërarchischer, rücksichtsloser; Braal minzamer, zoekt de samenwerking met spelers.
Boot nam regelmatig een sabbatical, om te ontspannen en ontwikkelen. Braal doet het ook, zes jaar terug. Hij wilde bijleren, vindt zichzelf „wel heel erg een autodidact”. Hij bezoekt het EK en WK basketbal, krijgt inzicht in de machinekamer van grote clubs, kijkt in andere sporten zoals bij het nationale vrouwenhockeyteam en trekt door Indiana, dé basketbalstaat van Amerika.
En hij loopt drie dagen mee met een dirigent bij een orkest in Den Haag. Hij ziet overeenkomsten met het kneden van een basketbalploeg. „Ik zeg soms tegen mijn team: in het begin van het seizoen zijn we een symfonieorkest, je hebt bladmuziek, dat moet je gewoon spelen. Ik zeg hoe aanval één, twee en drie gaan. Langzaam moeten we evolueren tot een jazzorkest. Dan hoor je een thema, je hebt een ritme, een melodie, daarbinnen heb je één iemand die denkt: hé, ik voel het, ik ga voor een solo.”
Basketbal is meer jazz dan klassieke muziek, vindt Braal. „Het is creatief, er wordt gereageerd op elkaar, met veel ritme, tempo. Er bestaat een uitdrukking: basketball was the sports answer to jazz.”
Tijdens het jaar vrijaf gaat hij ook op pad met een managementgoeroe, Mario Bierkens, om te leren van diens presentatietechnieken. Braal is zijn chauffeur naar evenementen, helpt hem bij het opstellen van de beamer, bekijkt de optredens, stelt vragen in de auto. Braal: „Een tsjakka-figuur met inhoud.”
Bierkens houdt hem voor dat 5 procent bewust, gepland gedrag is, tegenover 95 procent onbewust, automatisch gedrag – een schatting van gedragsonderzoeker Ben Tiggelaar. Hier is een wereld te winnen voor coaches, denkt Braal. „Het gaat om, die 95 procent, die vele handelingen. Daar kan je het verschil maken.”
Het is een zelfregulerend proces. Braal: „Het adagium is: het is niet wat je zegt, maar wat je doet.” Het zit hem in kleine dingen. Zo is hij door de lessen van Bierkens nu een half uur voor de training aanwezig, waardoor spelers vanzelf gedwongen worden op tijd te komen.
Ander voorbeeld. Toen hij in de eerste week op het kantoor van Donar rondliep was het daar een „ongelofelijke puinhoop, met dozen en spullen in de gang”. Hij sprak er de verantwoordelijke op aan. „Wij willen toch Nederlands kampioen worden? We hebben hoge doelen voor het team, en niet voor de organisatie zelf? Daar zit die 95 onbewust gedrag in.” De rommel is inmiddels opgeborgen. Braal: „Nu kom je binnen in het kantoor van de landskampioen.”
Hij was een van de eerste coaches in Nederland die serieus data analyseert en gebruikt in zijn tactische besprekingen. Inmiddels doet bijna iedere trainer het. Braal zag het licht bij de Italiaanse topclub Olimpia Milano, waar hij tijdens zijn sabbatical vier weken verbleef. Daar kreeg hij per speler en per situatie inzicht in de effectiviteit van een play, een bepaald spelsysteem voor een aanval.
Hij pakt zijn laptop erbij met de schotdiagrammen van vorig seizoen bij Donar. Uit zijn analyse blijkt dat de schoten uit het ‘middengebied’ – het vlak tussen de driepuntslijn en het gebied direct om de basket – te weinig scores opleveren: tussen de 34 en 38 procent is raak. Conclusie: „Die schoten vermijden we liever.”
Het is beleid op basis van statistieken. Als een speler toch een schotpoging waagt vanuit dat gebied, krijgt hij dat te horen. „Uiteraard.” Het is, wat simplistisch vertaald naar het voetbal, alsof een coach een spits opdraagt niet uit bepaalde gedeeltes in het strafschopgebied te schieten.
De trend om deze zogeheten ‘verre’ tweepunters te mijden is overgewaaid uit de Noord-Amerikaanse competitie NBA, mede doordat het percentage rake driepunters explosief is gestegen. Grofweg is het nu: óf je gaat voor een tweepunter dicht bij de basket óf voor een driepunter.
Recentelijk bleek uit de data van Donar dat het percentage gemaakte schoten bij de hoeken van de driepuntslijn laag ligt, rond 25 procent. „Heel zwak.” Terwijl dat doorgaans de meest efficiënte ‘drietjes’ zijn. Hij confronteerde de spelers met de cijfers. „Nu zie ik dat ze woest aan het trainen zijn op dat hoekschot.”

Erik Braal Kampioen in eerste seizoen bij Donar

Erik Braal is op 16 mei 1971 geboren in Dordrecht. Als speler was hij shooting guard. Hij is 1 meter 86 lang. Sinds medio 2015 is hij coach van het Groningse Donar. In zijn eerste seizoen won hij de landstitel. Afgelopen oktober werd ook de Supercup veroverd. Donar is koploper in de eredivisie, op ruime voorsprong van de concurrentie.
Hij was coach bij Rotterdam (2003-2007), Bergen op Zoom (2007-2010), Leeuwarden (2011-2013) en het Oostenrijkse Oberwart (2013-2015).
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Woensdag, 25 januari 2017, pagina 10 - 11

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Woensdag, 25 januari 2017