Posts tonen met het label Pop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pop. Alle posts tonen

woensdag 3 januari 2024

NRC COLUMNIST MARIJN DE VRIES OVER...´Haantjessport (voetbal) en het Goede Voorbeeld...Basketball!´ Over Cocaches Pop en Becky Hammon (Hall of Fame Speech), Pau Gasol (Brief), Sherida Spitze, Pierre van Hooijdonk, (Kleedkamercultuur en en mannen met lef)


Het ´nationale debat´ nadat Sherida Spitse ´het waagde´ om te zeggen dat ze ooit coach in het mannen voetbal wilde worden...het liefst bij Ajax...en de belachelijke reactie van Pierre van Hooijdonk daarop...

*

Haantjessport (voetbal) en het Goede Voorbeeld...Basketball!

column Marijn de Vries



Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.

Ik weet niet, Sherida, of je de speech kent van Becky Hammon, basketbalcoach uit de Verenigde Staten. Deze zomer werd ze opgenomen in de Hall of Fame. Je weet ongetwijfeld hoe groot basketbal is in de VS. Een echte mannensport, traditioneel, je zou bijna zeggen: een haantjessport.

Becky Hammon is een baanbreker. „Kan niet” en „hoort niet” staan niet in haar woordenboek. Ze is de eerste vrouw in de geschiedenis die als hoofdcoach een mannenteam in de NBA heeft geleid. Dat was in 2020 tijdens de officiële competitie, of eigenlijk in 2015 al, toen ze San Antonio Spurs naar de titel in de Summer League bracht.

In 2014 werd ze door Gregg Popovich, de vaste hoofdcoach van de Spurs, aangesteld als zijn assistent. „Pop, ik ga je niet aankijken”, zei ze in augustus, tijdens haar speech voor de Hall of Fame. Ze moest slikken. Popovich schoot vol. Er klonk applaus, een warm applaus, omdat iedereen wist hoe betekenisvol dit moment was. „Je probeerde niet iets moedigs te doen toen je me aannam. Maar je deed iets wat niemand in de professionele sport ooit deed.”

De hele week is het gesprek dat jij zondag voerde in Studio Voetbal blijven hangen, Sherida. Je gooide het gewoon op tafel: ik wil na mijn voetbalcarrière trainer worden bij de mannen. Het liefst bij Ajax. Ik denk dat ik dat kan. Zo, dacht ik, dat staat. Bravo. Pierre van Hooijdonk dacht dat je dat niet zou kunnen. Dat ligt niet aan jou, maar aan de mannen. Zo verwoordde hij het niet, maar dat is wel wat hij zei: mannen in een haantjessport als voetbal zullen een vrouw voor de groep nooit serieus nemen. En hoe moet dat in de kleedkamer?

Ik moest denken aan sterspeler Pau Gasol van San Antonio, die in 2018 hetzelfde gezeur over Hammon zat was. De kleedkamer werd ook daar aangehaald, en het haantjesgedrag. Bovendien kan het vrouwelijk brein het atletisch vermogen van een man niet bevatten, was een breed gedragen mening onder publiek en pers. Gasol schreef een open brief, waarin hij zei: Becky Hammon is geen vrouwelijke coach, ze is gewoon coach. Een topcoach. Onze coach. Technisch en communicatief begaafd. Door te stellen dat ze niet tegen de kleedkamercultuur zou kunnen, zeg je eigenlijk dat wij niet professioneel zijn.

Gelukkig had niet iedereen aan tafel bij Studio Voetbal dezelfde visie als Van Hooijdonk. NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg sprak zich op z’n Gasols uit: waarom zou Sherida Spitse geen trainer in de Eredivisie kunnen zijn? Als het nog nooit gedaan is, weet je dat toch niet? Ergens moet zoiets beginnen.

Iemand als jij, die haar ambitie zo duidelijk uitspreekt en haar sporen heeft verdiend, zou prima de eerste kunnen zijn. Je moet het niet forceren, je moet kijken naar kwaliteiten – werd er nog aan toegevoegd.

Op moeilijke momenten, waarin de wereld over haar heen viel, kon Hammon altijd bouwen op coach Pop. Het gaat niet over man of vrouw zijn, zei hij dan. Jij bent fantastisch in wat je doet. Dus wees gewoon jezelf. Wees gewoon jezelf.

Ik denk dat ook jij het fantastisch gaat doen als je er eenmaal zit, Sherida, maar in je eentje krijg je die positie niet. Je hebt mannen nodig die erachter staan. Mannen die een coach Pop of een Pau Gasol durven zijn. Mannen met lef.

Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.


Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 16 december 2023

Nog veel meer Columns van Marijn de Vries   ---  Hier  ---


 

 

 

 

zondag 20 augustus 2023

AANRADER! GREAT NAISMITH HALL OF FAME SPEECHES: Tony Parker, Pau Gasol, Dirk Nowitzki, Coach Pop, Becky Hammon en Dwyane Wade @James Naismith Hall of Fame 2023 Enschrinement - The International / SA Spurs edition

Every Hall of Fame Enshrinement Speech from the #23HoopClass

 

zondag 6 augustus 2023

GROENE MEMORIAM LEON VERDONSCHOT & 3x 'Troy': Sinéad O'Connor (8 december1966–26 juli 2023) – Pitchfork; 'She sings and you cannot look away' / PINKPOP & PARKPOP /

Sinéad O'Connor - Troy (Pinkpop Festival 1988)

Het einde Sinéad O’Connor(8 december1966–26 juli 2023) Leon Verdonschot – Pitchfork; 'She sings and you cannot look away'

Sinéad O’Connor had een stem die je dwong te luisteren, zowel op het podium als daarnaast. Ze werd een mikpunt van vrouwenhaat en seksisme.

Leon Verdonschot

2 augustus 2023 – verschenen in nr. 31  Originele column op Groene.nl  ---  Hier  --- 

Sinead O'Connor - Troy (Official Music Video)

De registraties van Troy, in 1988. Sinéad O’Connor had in november van het jaar ervoor haar debuutalbum uitgebracht, The Lion and the Cobra, een verwijzing naar de psalmen in de Hebreeuwse bijbel. Opgenomen toen ze zwanger was van haar eerste kind. Opníeuw opgenomen, om precies te zijn: O’Connor vertrouwde de producer niet die haar platenmaatschappij haar had opgedrongen en begon op eigen kosten de opnamen opnieuw, waardoor de 21-jarige zangeres haar carrière startte met een schuld van honderdduizend pond.

De grote doorbraak kwam pas twee jaar later met het voor vier Grammy Awards genomineerde volgende album, en dan met name de door Prince (die ze één keer ontmoette, waarbij ze letterlijk slaande ruzie kregen) geschreven wereldhit Nothing Compares 2 U. Maar The Lion and the Cobra bevatte al een staalkaart van de stijlen die O’Connor later allemaal zou uitwerken, bijeengehouden door haar stem, die het Amerikaanse muziekwebzine Pitchfork perfect samenvatte: ‘She sings and you cannot look away.’

De kracht van die stem viel in een studio niet volledig te vangen, daarvoor moest je haar live zien. De live-opnamen van Troy uit 1988 tonen haar jong en zonder veel ervaring voor massa’s van tienduizenden mensen, zoals het veld van Pinkpop. Ze pakte die enorme velden volledig in, in haar eentje met haar akoestische gitaar.

Het is simpelweg onmogelijk je ogen van haar af te houden. De halve popmuziek hangt aan elkaar van nummers over dit onderwerp, een echtbreuk, en zeker in het decennium hierna gebeurde wat O’Connor hier doet – fluisteren, schreeuwen, dan weer fluisteren – in zo ongeveer elke hit. Maar hier wordt de breuk niet gedipt in zalvende woorden, en hier staat geen format of formule op het podium, hier staat iemand bij wie elke zin trilt van lading.

Als ze ‘God, I love you’ fluistert, vervolgens haar ogen priemt en dan ‘I’d kill a dragon for you, I’ll die’ eruit schreeuwt, moet je werkelijk van top tot teen uit cynisme zijn opgetrokken om nog enige twijfel te voelen.

Wat ze hier doet, haar mond opensperren en alles eruit gooien, ook de inktzwarte deceptie (‘Make no difference what you say, you’re still a liar’), precies dat wilde haar platenmaatschappij niet zien op haar platenhoes. Geen schreeuwende vrouw: daar houden de mensen niet van.

Ze pakte de velden met tienduizenden mensen volledig in

De terecht veelgeprezen documentaire Nothing Compares van Kathryn Ferguson over Sinéad O’Connor was een documentaire over de zangeres, maar ook een over vrouwenhaat en seksisme. De beelden van O’Connor die door een mensenmenigte in Madison Square Garden wordt uitgejoeld, minutenlang, zijn een even ondraaglijke als treffende illustratie van misogynie. En dan waren dit nota bene fans van Bob Dylan, tegen wil en dank icoon van de protestgeneratie. Op dat podium stond O’Connor in een lange traditie, die zich van heksenverbrandingen uitstrekt richting de trollenhaat tegen vrouwen met een mening. Sinéad O’Connors leven stond in het teken van verzet tegen precies die onderdrukkingsmechanismen. Ook daarvoor gebruikte ze die indrukwekkend luide stem.

Haar verzet tegen het seksueel misbruik van de katholieke kerk, de aanleiding voor haar ontvangst in Madison Square Garden, leidde niet tot een blijvende verwijdering van georganiseerde religie. In de jaren negentig werd ze in de Orthodox Catholic and Apostolic Church tot priester gewijd, twee decennia later bekeerde ze zich tot de islam.

In 2007 vertelde ze in The Oprah Winfrey Show over haar bipolaire stoornis, en over haar zelfmoordpogingen. Een tweede juk: én vrouw in een industrie waar het in haar tijd nog geaccepteerd werd dat een platenmaatschappij een zangeres een abortus probeert aan te praten, én worstelend met mentale problemen in een tijd waarin dat, zeker bij publieke personen, eerder op hoongelach dan op begrip kon rekenen.

Ze werd woensdag dood gevonden in haar nieuwe huis in Dublin, ruim een jaar na de zelfmoord van haar zeventienjarige zoon Shane. Wanneer ze exact is overleden, en waaraan, is nog onduidelijk.

Na haar dood werd ze overladen met lof. Tot ergernis van haar generatiegenoot Morrissey, ex-zanger van The Smiths, en al een leven lang onderwerp van vele controverses.

In een lange blog schrijft hij: ‘Er bestaat een zekere muziekindustriehaat voor zangers en zangeressen die “niet in het plaatje passen”. Die ontvangen nooit lof tof tot hun dood – wanneer ze eindelijk niet meer kunnen terugpraten. Nadat ze zeven miljoen albums voor ze had verkocht, werd ze gedumpt door haar label. De pers noemde haar naargeestig, dik, shockerend, krankzinnig… o, maar niet vandaag! Muziekindustrie-ceo’s die haar niet wilden uitbrengen staan nu in de rij om haar een “feministisch icoon” te noemen. Ze weigerde om in een hokje te worden geduwd, en ze werd vernederd, zoals de enkeling die de wereld werkelijk in beweging zet altijd vernederd wordt.’

In 2021 vroeg The New York Times haar nog eens terug te blikken op het live op tv verscheuren van een foto van paus Johannes Paulus II. Had ze er inmiddels spijt van? Nee. Hoe vond ze haar actie nu, decennia later? ‘Briljant.’


Sinéad @ Parkpop 2013, 

The Netherlands

nov 2013 Sinéad O'Connor @ Parkpop NL, 2013 

 Source: www.omroepwest.nl

donderdag 28 april 2022

JOOP CARTOON & GROENE COLUMNIST VD HOEVEN: 'Rusland-begrijpers' / TRUMP /

Cartoon overgenomen van JOOP.nl, hoort bij het artikel 'Donald-trump-jr-wist-dat-belastende-informatie-van-het-kremlin-kwam' de Cartoon is van @TheoMoudakis  (https://twitter.com/theomoudakis/status/789184056579596290)

*

Column Buitenland

Rusland-begrijpers

Rutger van der Hoeven

nr. 7

Gedachte-experiment: wat als Oekraïne kernwapens had, niet een paar maar bijna tweeduizend, als het ’s werelds op twee na grootste kernarsenaal had, vijf maal zo groot als dat van China? Dit is geen fictief scenario en dit zijn geen willekeurige cijfers. Oekraïne bezat dit kernarsenaal daadwerkelijk, jarenlang. Oekraïense politici, generaals en analisten voerden een vurig debat over de vraag of het verstandig was deze wapens op te geven. ‘Machtsrealisten’ zoals de Amerikaanse politicoloog John Mearsheimer waarschuwden dat Oekraïne vroeg of laat slachtoffer zou worden van Russische agressie als het zijn kernwapens opgaf. Maar Kiev besloot ze vrijwillig naar Rusland te rijden en te vliegen, tot de laatste aan toe.

Dit was halverwege de jaren negentig, nadat de Sovjet-Unie uiteengevallen was en meer dan negentig procent van de Oekraïners bij een referendum had gestemd voor onafhankelijkheid van Rusland. Van de ene op de andere dag was Oekraïne een land. En niet zomaar een: een groot deel van het sovjetarsenaal, bommenwerpers en intercontinentale raketten, plus de infrastructuur om ze te onderhouden, bevond zich in Oekraïne. Het land werd geboren als de derde nucleaire macht ter wereld.

Hier horen wel belangrijke kanttekeningen bij. Rusland had de lanceercodes voor die wapens, wat betekende dat Oekraïne (als het zijn arsenaal werkelijk wilde gebruiken) die codes moest proberen te kraken, of de wapens uit elkaar sleutelen en weer in elkaar zetten – een bijzonder gevaarlijke klus. Kernwapens hebben ook een beperkte houdbaarheid en moeten (om betrouwbaar te blijven) elke tien, twintig, dertig jaar worden vervangen. Dat kon Oekraïne niet. Daarnaast had het verpauperde land op z’n minst internationale isolatie en mogelijk zelfs een Russische invasie te wachten gestaan als het zijn arsenaal gehouden had. Oekraïense historici zijn er niet over uit hoe deze alternative history had uitgepakt. Maar het is helder dat in één verhaallijn Oekraïners behoorlijk anders tegen honderdduizend Russen aan hun grens hadden kunnen aankijken.

Geschiedenis wordt altijd weer dienstbaar gemaakt aan het heden

In de echte geschiedenis gaf Oekraïne zijn kernwapens op in ruil voor een Russische garantie om het land nooit aan te vallen. Op sinterklaasavond 1994 tekenden Rusland, de VS en Groot-Brittannië het Boedapest Memorandum, waarin zij zes punten schriftelijk garandeerden in ruil voor het inleveren van de Oekraïense kernwapens. Punt 1: respecteren van de grenzen en soevereiniteit van Oekraïne, punt 2: de belofte Oekraïne nooit militair te bedreigen, punt 3: de belofte Oekraïne nooit economisch onder druk te zetten en zich niet in de Oekraïense politiek te mengen. Enzovoort. Allemaal punten die Rusland sindsdien heeft geschonden.

De afgelopen maanden hebben Rusland-begrijpers in Nederland voortdurend naar de geschiedenis gegrepen om de Russische dreiging naar Oekraïne te rechtvaardigen. In 1990 zou een Amerikaanse minister, in een compleet andere wereld, een informele belofte over de Navo hebben gedaan die hij overduidelijk niet namens zestien landen en een half miljard stemmers kon doen, maar die desondanks anderhalve generatie later nog steeds als finaal oordeel over deze kwestie wordt aangehaald. Of deze: driekwart eeuw terug hebben de Russen een veel groter aandeel aan de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog gehad dan veel mensen zich (volgens die bewering) realiseren, en dit is zowel het resultaat van een samenzwering als een goede reden waarom Rusland nu mag rommelen bij zijn buren.

Je zou deze Rusland-begrijpers boeken aanraden als In Praise of Forgetting: Historical Memory and Its Ironies van David Rieff, of The Uses and Abuses of History van Margaret MacMillan. In het eerste boek beschrijft essayist Rieff de moeite die hij had om als verslaggever op de Balkan te begrijpen met welke dodelijke ernst 1389 en 1453 (jaartallen volstonden voor de boodschap) werden aangehaald als redenen voor etnisch geweld in het heden; in het tweede zette de gelauwerde historica uiteen hoe geschiedenis altijd weer dienstbaar wordt gemaakt aan het heden, door selectief shoppen voor politiek nut voor vandaag.

We hebben de geschiedenis helemaal niet nodig om tegen een Russische inval in Oekraïne te zijn. Maar als we dan toch naar de geschiedenis willen grijpen, dan ligt het wel voor de hand om de meest relevante erbij te nemen. En die maakt de Russische houding helemaal niet begrijpelijk, maar onverdedigbaar.

dinsdag 18 mei 2021

NBA / HALL OF FAME 2021: Tim Duncan | Hall of Fame Enshrinement Speech(12min) & Career Retrospective(3min)

Tim Duncan | Hall of Fame Enshrinement Speech

16 mei 2021
 
Check out Tim Duncan's full speech following his induction into the Naismith Memorial Basketball Hall of Fame!
*
 

 

Tim Duncan | Hall of Fame Career Retrospective

16 mei 2021

NBA

Take a look back at the legendary career of Tim Duncan as he is inducted into the Naismith Memorial Basketball Hall of Fame!

 

maandag 7 december 2020

TEGENOVER DE TOP2000 STAAT / DE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST(1): Song van het Jaar 2020 - Froukje(live) / VPRO 3voor12 /

 

Froukje - live at Song van het Jaar 2020

6 dec. 2020

 
Groter Dan ik 0:00 
Licht En Donker 2:20 
Ik Wil Dansen 5:05 
 
Wie wordt de opvolger van 'Hou Je Bek En Bef Me', 'Let It Happen', 'Get Lucky', 'Everything Now' en zo nog eens een hele berg aan anthems? 
Wat is het allerbeste liedje van 2020? 
Check hier de hele lijst: https://3voor12.vpro.nl/artikelen/ove... 
 
••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​••​​​•​••​••​••​••​••​​​•​••​••​​​•​​​ 
 
VPRO 3voor12 is het belangrijkste muziekplatform van Nederland. 
 
Check onze website voor muzieknieuws en achtergrondverhalen. 
 
Op NPO 3FM hebben we drie radioprogramma's, waarin we de allerbeste muziek van vandaag én morgen draaien, we bespreken de actualiteit en verwelkomen live in de studio artiesten. 
 
3voor12 Radio: ma t/m do 21u-0-u 
Frank & Eva: ma t/m vr 16u-19u 
Club Carter: za 22u-00u 3voor12 
by Dutch Public Broadcasting Company 
 
Meer 3voor12?
 

donderdag 7 mei 2020

AANRADER VOOR COACHES / CLINIC COACH 'POP' / WABC: Greg Popovic - 'Spurs Philosophy System Basics'(33min) / WORLD ASSOCIATION of BASKETBALL COACHES / FILOSOFIE SA SPURS / TEAM BOUWEN MET SPELERS / COACHING /



The World Association of Basketball Coaches brengt vanaf begin mei elke week twee clinics voor basketbalcoaches via een livestream.

Hier een clinic met Greg Popovich op het programma. Het onderwerp is:

 'Spurs Philosophy System Basics'

Popovich is de legendarische coach van de San Antonio Spurs. Hij pakte in totaal vijf NBA-titels en werd drie keer verkozen tot Coach van het Jaar.

(Met dank aan 'basket360.be')

maandag 1 juli 2019

ANALYSE POPMUZIEK IN EEN LIEDJE: De Kwis: Plagiaat of niet? - Straiway to Heaven e.v.a. Songs / ANALYSE (POP-)MUZIEK / CABARET /


De Kwis - Elk lied lijkt op Stairway to Heaven


SHARTIE AART DEKKER

Woe en van der Laan kunnen dus ECHT Zingen! En het is nog grappig, filerend en erg knap ook

Had het nog niet eerder gezien...

(AD)

dinsdag 26 december 2017

WEER KOUDE KERST VOOR NEDERLANDSE BASKETBALLERS / DAN MAAR VEEL MART SMEETS TROUW: Jan Dekker / NFL / NBA / Coach 'Pop'- Geweten vd Coaches / TRUMP /

Ex-International, Ex-Transol/RZ, Ex-Nashua-DenBosch-Speler&Coach Jan Dekker, in zijn rol als Dean of Instruction, Reedley College en Californië, zie het laatste verhaal van Mart Smeets in Trouw, onderaan deze post.

COLUMN Aart Dekker:

De eerstvolgende twee alinea's zijn vooral bedoeld voor de Jeugd...maar mensen die een beetje nostalgisch aangelegd zijn zullen er ook geen probleem mee hebben.

Er was een tijd dat wij 'Basketball-Liefhebbers' tussen Kerst en Oud & Nieuw -en soms al iets voor de Kerst, of juist nog dagen na Nieuwjaar- massaal naar Haarlem, Rotterdam of Amsterdam trokken om daar in een heerlijke sfeer heel goed basketball te bekijken; de Haarlem Basketball Week(HBW), Holland Basketball Week(HBW) en -op het laatst- de Amsterdam/Haarlem Basketball Week ((A)HBW).

En tussen de wedstrijden door schoof de compacte massa -in vroeger jaren nog compacter dan in latere, omdat de Brandweer steeds strenger werd wat betreft het maximaal toe te laten aantal toeschouwers- van de tribunes naar het Promodorp -later tot 'Experience' omgedoopt, omdat er steeds meer ruimte kwam voor de Jeugd van Toen om oom zelf ook een balletje te gooien-, en velen gingen dan bij het stalletje waar de onder leiding van Mart Smeets samengestelde en uitgegeven Basketball Jaarboeken te koop waren. Als je een fraai Jaarboek gescoord had, dan ging dat mee naar huis, en dan kon je tot diep in de nacht lezen wat er in het voorgaande seizoen allemaal was gebeurd, door wie, en waarom. Mensen die geen nachten wilden braken, konden nog tot lang na 'de Week' napret beleven aan die boeken.

Helaas, helaas; het is allemaal geschiedenis. Geen (A)HBW's meer, en langer geen Jaarboeken van Mart Smeets meer. En om aan te geven wat een groot gat dat heeft geslagen zeg ik weleens "dat een geslaagde HBW zo ongeveer voor de Helft van het Nederlandse Basketball stond", en ook de Jaarboeken droegen zeker bij aan de Basketball-Cultuur in ons land. En hoewel er her en der in het land met heel hard werken op allerlei aspecten zaken zijn gerealiseerd die het gemis een beetje compenseren; hoe kan je zoiets unieks van die omvang ooit compenseren?


Dat is nu natuurlijk allemaal anders; er zijn legio kanalen via welke mensen die het weten te vinden aan informatie over, en beeld van Basketball in al die uithoeken van de planeet kunnen komen. Maar dat is voor Insiders; het algemene sportpubliek weet dat allemaal niet, of doet er de moeite niet voor. En juist in die categorie Sportliefhebbers moet 'Ons Basketball' zieltjes zien te winnen, en dat lukt nog steeds maar in veel te beperkte mate. Niet in het minst doordat de Landelijke Dagbladen -die vroeger best wel aandacht aan Basketball besteedden, en zeker bij Evenementen zoals de (A)HBW- daar zo goed als helemaal mee zijn gestopt. Wie leest er vandaag de dag nog een krant? Zal je misschien denken. Steeds minder mensen, dat is waar. Maar toch nog steeds wel zoveel, dat het een groot gemis is dat de aandacht in al die kranten en bladen zo gedecimeerd is, dat is tenminste mijn overtuigen.

Maar juist Mart Smeets krijgt in Dagblad Trouw, waarvoor hij zo'n beetje zijn hele carrière schreef, met enige regelmaat ruimte voor flinke verhalen over onder andere het Amerikaanse Basketball.

Ook onlangs; de onderstaande twee verhalen laten dat zien. Stukken van Trouw zijn op Trouw.nl, maar ook via Topics.nl te vinden, naast natuurlijk in de papieren Trouw zelf.

AART DEKKER

Dus: in het kader van (weer) geen Basketball Week:

Het originele artikel van Trouw vind je   ---  Hier  ---

Niet iedere sport verbroedert

Home
Trouw, Mart Smeets
 
 

Het American Football bond onlangs in. Maar in het basketbal wordt een hecht blok gevormd tegen president Trump. 'Hij verdient het tegengeluiden vanuit onze sportwereld te krijgen.'


In zijn 2 oktober-uitgave van dit jaar kwam het befaamde Amerikaanse sportblad Sports Illustrated met een opmerkelijke cover. De titel luidde: 'A nation devided, sports united', en als lezer zag je een fotocollage van tien bekende sportpersoonlijkheden waar de profbasketballers LeBron James, Stephen Curry, Steve Kerr en Green Bay Packers-quarterback Aaron Rodgers de bekendsten waren.

Op de voorgrond stond ook Roger Goodell, de baas van alle NFL-football-spelers. Zes weken geleden nog had hij te dealen met tientallen opstandige spelers die als protest knielden bij het aanhoren van het Amerikaanse volkslied. In plaats van een escalatie, kreeg Goodell zijn manschappen terug in hun hok.

De footballwereld boog voor de eisen van de veelal conservatieve eigenaren die, opgewarmd door 'hun vriend' president Donald Trump, een oude strijdwijze oppakten en hoge boetes en ontslag boven hun league hingen. "Ik ben wel jaloers op de NBA", zei footballer Rodgers. "Die jongens worden gesteund door hun omgeving, wij helaas niet."

Terwijl het van het front van de MLB (honkbal) en NHL (ijshockey) wat dit onderwerp aangaat knetterend stil bleef, schroefde de NBA (basketbal) de afgelopen dagen de acties op. Diverse prominente mensen uit die rangen ageerden met niet alleen luide stem, maar ook met directe aanvallen op Trump en de Amerikaanse samenleving die maar de andere kant blijft opkijken bij rasgerelateerde onlusten, moorden en andere ontsporingen.

Steph Curry comments on LeBron James' critical tweet about President Donald Trump | ESPN

Warriors-coach Steve Kerr (wiens vader Malcolm ooit in Beiroet werd vermoord door Arabische sluipschutters) was in dezen fel en uitgesproken. Na een nogal persoonlijk en vooral onvriendelijk Twitter-duel van Trump met de in Amerika beroemde vader (LaVar Ball) van een jonge basketballer die in China was opgepakt wegens een vermeende winkeldiefstal, richtte Kerr zich tot de aanwezige pers rond zich en stelde: "Dit zijn twee mensen die voortdurend aandacht zoeken en krijgen. Het zou prachtig en wenselijk zijn als jullie, de pers in dit land, beide heren niet meer willen quoten. Dat is beter voor het hele land."


Steve Kerr comments on President Trump saying Warriors are not welcome at the White House | ESPN

Een scherpere zienswijze uit het sportkamp in de richting van het getwitter van de Amerikaanse president was er nog niet geweest. Trump had in zijn tweet gemeld: 'Als ik er niet was geweest, zaten de spelers nog vast in China... nu ik deze reactie (van de vader, red.) lees, was het misschien beter geweest als ik niets gedaan had... dan zouden ze nog vele maanden in een Chinese cel hebben moeten zitten.'


Protest

Het is opmerkelijk dat de ketting aan protestgeluiden bij voortduring uit de NBA-hoek komt. Daar waar in 1996 nog speler Mahmoud Abdul-Rauf beboet werd met 31.000 dollar per wedstrijd als hij niet 'recht stond' voor het Amerikaanse volkslied (en na enkele maanden weggeschopt werd uit de NBA en in de Turkse eredivisie zijn heil zocht), lijkt de basketbalwereld een hecht blok in de opmerkelijke tegencultuur die de sportwereld in Amerika thans oplevert.


Watch LeBron James defend calling Trump a bum on Twitter

Waar LeBron James (ruim 38 miljoen Twittervolgers) al grote golven heeft gemaakt toen hij openlijk stelde dat de protesterende footballer Colin Kaepernick een moderne vorm van Martin Luther King voor hem was en daarvoor geëerd diende te worden, stonden ook San Antonio-coach Gregg Popovich en de Warriors-spelers Kevin Durant en Stephen Curry op. Oklahoma Thunder-speler Carmelo Anthony durfde het moeiteloos aan in een nogal grimmige sfeer mee te lopen in een protestmars in Baltimore, zijn geboorteplaats.

Geen van allen hoorde iets van repercussies, noch van hun club, noch van de NBA-leiding. De zeer liberaal opgevoede president daar - Adam Silver, een advocaat van huis uit - houdt al zijn spelers voor dat ze de vrijheid hebben zich ook op politiek gebied uit te spreken.

De eigenaren van de twee NBA-organisaties waar spelers en coaches zich het meest roeren (Warriors en Spurs) in de debatten van heden, zijn beiden hardcore Republikeinen die op ruime wijze Trump financieel steunden tijdens diens verkiezingsstrijd. Tot nu toe hebben zij zich niet bemoeid met de acties van de mensen die bij hen op de loonlijst staan als speler.

Interessant is de reactie van Stephen Curry op een uitspraak van zijn grootste privésponsor, Under Armour-president Kevin Plank. Laatstgenoemde stelde in het openbaar dat Trump 'an asset to America' was (vrij vertaald: een aanwinst voor de Amerikaanse samenleving) waarop Curry zijn sponsor verbeterde door te stellen: "Ik ben het daarmee eens als je de letters E en T weglaat."
Plank moest in de rebound komen met een in vele grote kranten over een volle pagina aangekochte advertentie, waarin hij uitlegt dat zijn woorden niet zorgvuldig gekozen waren. Een driepunter extra voor Curry dus.

De voortdurend op scherp staande en pratende LeBron James krijgt nu ook volgers bij andere ploegen. Washington Wizzard-schutter Bradley Beal en Memphis Grizzlies-ster Mike Conley zijn opgestaan, omdat ze van binnen voelden 'dat het moest', om de Amerikaanse samenleving te tonen dat het nu misgaat.

Conley is sociaal-actief in de politiewereld van Memphis. In San Antonio uit coach Popovich zich. Verleden week stelde hij: "Wij hebben als ploeg al jaren gesprekken over deze zaken, maar hebben die altijd binnen de kleedkamer gehouden. Totdat Trump hier president werd. Toen kwamen we moeiteloos naar voren met onze protestgeluiden. Een man die zijn voorganger in diskrediet brengt en hem openlijk vernedert is dezelfde man die protesterende sporters 'sons of bitches' noemt en voorstelt hen te ontslaan. Hij verdient het tegengeluiden vanuit onze sportwereld te krijgen."

Goed, en waar waren dit dan allemaal  reacties op? Onder andere dit:

President Donald Trump Withdraws Invitation To White House From Stephen Curry | NBC Nightly News

 ***



Gregg Popovich highly critical of President Trump in interview | First Take | ESPN

***

Als Bonus nog een verhaal van Smeets in Trouw uit 2008, van 29 november nog wel(ik heb hem toen gemist, misschien wel vanwege dat het 29 november was)...:



Mart Smeets een paar jaar geleden, voor bewegend beeld van Jan Dekker, kijk onderaan.
Jan Dekker &Mart Smeets

Twee mannen, een bal, een basket en veel herin-neringen

Opinie
Mart Smeets

Opinie
De manager van het Burgess Hotel in Reepley, California, wenste me een ’Happy Thanksgiving’. Ik hield in en wenste hem hetzelfde. Hij keek me even aan en zei: „Hebben jullie deze feestdag ook?" en ik schudde mijn hoofd. Nee, de Amerikanen hadden het alleenvertoningsrecht op deze bijna heilige feestdag.

Ik vroeg de man waarom ze deze dankdag vierden en hij haalde zijn schouders op. Hij was al een jaar of 45, maar waarom hij op de laatste donderdag van november gevulde kalkoen moest eten wist hij eigenlijk niet. Het was immers ieder jaar zo, dus vanavond ook weer.

„Omdat de mensen uit mijn wereld naar dit land kwamen, daarom eten jullie nu gevulde kalkoen. Het waren de pelgrimvaders, weet u nog”, zei ik. Hij keek me verheugd aan, want hij kon het zich het weer herinneren. Hij had het ooit geleerd.

Tien minuten later begon ik mijn Thanksgivingdag. Jan Dekker, ooit topbasketballer in Nederland en nu scheikundeleraar en decaan in dit kleine, onbekende stadje waar bijna zeventig procent van de bevolking van Mexicaanse afkomst is, nam me mee naar zijn school.

Hij had de sleutel van de grote sportzaal en opende een deur; een grote, donkere basketbalzaal lag voor ons. Tien minuten later gooiden twee Nederlandse kerels, vrienden van vroeger, een balletje. Alsof het nooit anders was geweest. Samen waren we 119 jaar oud, samen debuteerden we lang geleden in het Nederlands team.

Dat gebeurde in het toenmalige West-Duitse Giessen, nu bijna veertig jaar geleden. Dekker herinnerde zich nog hoe hij tijdens één van de wedstrijden zo opgefokt en nerveus was dat hij een misselijkheid op voelde komen en vanuit het speelveld in één lange sprint naar het toilet moest rennen. 

Dat was toen, inmiddels hing de basket flink hoog. Dekker was nog actief, speelde in een amateurafdeling en verdraaid, hij had nog dezelfde bewegingen. Dribbeltje naar links, inademen, afdrukken, iets naar de zijkant vallen en scoren. Hij speelde ooit tijdens grote toernooien voor Oranje en werd later coach van Den Bosch.

Totdat hij de gang van de pelgrims volgde. Onverwacht voor velen van zijn vrienden en bekenden, maar het avontuur lokte en hij ging. En hier stonden we dan: Still crazy after all those years. Hij schoot veel raak, ik had moeite met de ring, maar het gevoel samen in die grote, lege zaal bezig te zijn gaf zoveel adrenaline dat de ballen ineens gingen vallen.

Het was donderdagochtend en tevreden dronken we koffie en kletsten we over ons verleden. Over de toernooien van Bremerhaven en Oostende. Daar, in België, speelde Dekker samen met Akerboom en Woudstra de Spanjaarden naar huis tijdens het EK. Spanje stond dit jaar in de olympische finale, Nederland mag nergens meer meedoen in de basketbalwereld.

Hij raadde me aan me als Amerikaan te gedragen in de avonduren. En dus at ik ’s avonds in San Francisco kalkoen met zoete aardappelen en nam pompoentaart met koffie toe.

En ik had staan ballen met een vriend van toen in een lege zaal. Twee kerels die in 1969 tegenover elkaar stonden in de Nederlandse competitie. Twee mannen, een bal, een basket en duizenden herinneringen, die niemand ons ooit kan afnemen. 

De originele versie van dit artikel vind je   ---  Hier  ---

***

Een vrij recent Interview met Jan Dekker t.g.v. Legends Game in Den Bosch.


Jan Dekker Legends Game Eiffel Towers Interview

vrijdag 5 mei 2017

COACH 'POP' SAN ANTONIO SPURS - LEVENDE LEGENDE / SI CROSSOVER NBA / LONGREAD / AANRADER: De Making Of Coach 'Pop'

Plaatje overgenomen van 'nbamania.com'
Een  verhaal van Tim Layden over een man die zo langzamerhand toch wel de status van 'Levende Legende' heeft bereikt: Gregg Popovich. Zijn team -de San Antonio Spurs-, was als 'Small Market NBA- Fransise' ongekend succesvol in de laatste twintig jaar, zelfs/juist ten opzichte van 'Big Market' tegenvoeters als de LA Lakers/Clippers, Chicago Bulls en de New York Knicks en Brooklyn Nets.

'Was' is een feit, en een tweede plaats in de Western Conference en de Halve Finale in de Play-Offs van 'het Westen' is natuurlijk geen flop. Maar nu Tony Parker 'Out for the Season' is, zeker gezien het verloop van de eerste twee wedstrijden tegen de wel heel sterke Houston Rockets, zou het zomaar in deze ronde afgelopen kunnen zijn voor de Spurs.

Zo'n eventuele exit -als is het pas over als 'The Fat Lady Sings The Blues', zal echt geen afbreuk doen aan  het aanzien van en zijn plaats in de geschiedenis van de NBA. Maar het is misschien wel een mooi moment om een achtergrondverhaal te lezen over 'Hoe Gregg Popovich Coach Pop werd'

Je vind het hieronder.

De Originele Post van SI.com/Crossover (februari 2917) vind je   ---  Hier  --- en op die site meer van deze soort 'Content' dan de 'Grootste Echte Basketball Liefhebber' aan kan, dus 'voor elk wat wils', een echte Aanrader dus!




The Man Who Helped Make Pop... And Me

Tim Layden
Monday February 13th, 2017
The list was taped to the wall in a dark corner of an old college gymnasium, the kind with a running track overhanging the corners of the playing surface. The wall was made of ancient, yellowed stones, lacquered for preservation; the paper was a single, unlined white sheet, affixed to the bricks with slices of clear tape. Even nearing midday, there was barely enough light to read the printing on the page, listing the names of those who had earned the right to play on the varsity basketball team at Williams College during the upcoming season.
It was late in the fall of 1976. I was a junior at Williams, a small D-III liberal arts school in Massachusetts, and had been a member of the team the previous year. I had played little in games, and never when the outcome was in doubt. I was slow-footed, with a tenuous handle, but I could score if not guarded too closely and I was a good teammate and a hard worker. Without being told so, I was certain that my position on the roster was safe until graduation. This was a miscalculation. On the previous night there had been an intrasquad scrimmage, ostensibly giving players a last opportunity to prove themselves worthy of inclusion, or to cut themselves by exposing their weaknesses. Time has dulled the memory of that night, but I didn’t convince my coach that I was significantly better than the bench player I had been the year before. And in retrospect, I most certainly was not.
Therefore, the next day my name wasn’t on the list. I stood frozen at the wall for a long time, repeatedly scanning up and down, trying to blink back the tears that were stinging my eyes and making me feel ashamed. A few of the guys silently patted me on the shoulder, but I waited for all of them to leave before turning to face the daylight. I was 20 years old and my entire self-worth was wrapped up in being an athlete. Now that was gone. I would never again wear a uniform with a genuine name on the front ("Freight Heads," my trucking company-sponsored team in an Albany, New York rec league, is not a genuine name). I was adrift. There is nothing in sports quite like being cut, and nothing quite like the cut that tells an athlete that he has officially bumped up against his own personal ceiling. This is as true of the little boy (or girl) who doesn’t make the high school freshman team as it is of Jimmer Fredette in the NBA. You never forget that cut, even as life piles on more important crises, failures and tragedies, as life will inevitably do, and has. Three decades after I was cut, my daughter enrolled at Williams and we walked through the gym, which was no longer used for varsity games. The wall was still there, the bricks were still a pale, shiny yellow. There was no list, but I could see it just the same. I had to take a minute to gather myself. Again. There is a scene in the movie Miracle, where Kurt Russell, as Herb Brooks, makes Ralph Cox the last cut from the 1980 Olympic hockey team. Kills me.
Tim Layden (No. 10), Curt Tong (back row, far right)
Tim Layden (No. 10), Curt Tong (back row, far right)
Tim Layden/SI
On that morning in 1976, as players looked at the list on the wall, my coach sat on the windowsill across the gym floor. His office was only a few feet away, but he sat out in the open where anyone with a gripe could visit without being forced to rap his knuckles on the door. That was a professional touch and it couldn’t have been pleasant. The coach’s name was Curtis Whitfield Tong. Curt. Coach Tong. He was 42 years old and had been, at that point, a college basketball coach for 12 years—nine at Otterbein College in Ohio and three at Williams. I walked across the gym and sat next to him. My father had long drilled it into my head to always be a gentleman, and to always take defeat with class, so I told Coach Tong that I understood why he cut me (which was true, but in my immature youth, I didn’t resent him any less for doing it). Coach Tong thanked me for my hard work, told me I was a good player, just not quite good enough. Promised me there would be better days ahead. We shook hands. I walked out of the gym, cried for a few hours and then got drunk for a week.

The purpose of all this musty storytelling, from a very mediocre player, long grown old?
Coach Tong died on January 16 at a nursing home in Massachusetts. He was 82 years old and succumbed to complications of Alzheimer’s disease, which had afflicted him in the latter years of a very rich and full life. He left behind his wife of 58 years, the former Wavalene Kumler, whom everyone knows as Jinx. They met in college and stayed together, a love story. They had three children, accomplished and successful adults who had seven children of their own, and last spring, Curt's and Jinx’s first great-grandchild, a little girl named Martha. They are a close and beautiful family. Curt coached 18 years at Otterbein and Williams, with a combined record of 242 wins and 141 losses. In 1983, at the age of 49, Curt left Williams to become the athletic director at Pomona-Pitzer, two small California liberal arts colleges that share an athletic department. He spent the last 16 years of his career there, before retiring in 1998. In 2010, he published a memoir, Child Of War, describing in harrowing detail the three years he spent as a child in a World War II Japanese internment camp in the Philippines, where his parents were missionaries.

Those are the details, and they are important details. They are a life’s work, in and out of the office. On and off the court. But details never tell the full story of a coach’s life, because a coach—a teacher, by any measure—is more than the sum of his life’s accomplishments. A coach is his own life, and every life he has ever touched, his words and his lessons melting down through generations, outliving him by decades. Coaches expire every day, but they never die. They live forever. When I talked to Coach Tong on that windowsill in 1976, I knew nothing of the man and nothing of his life—or life, period. I knew only that he had taken away my spot and my identity and I was angry at him for that. (Anyone who has ever been cut from a team reviles the coach who dropped the axe, whether for a moment or for a lifetime. The coach knows this best of all). Over the years he would teach me much more. And he would teach many others, too.
One of them was Gregg Popovich.
When Curt Tong arrived at Pomona-Pitzer in the fall of 1983, he inherited a 34-year-old, fifth-year head basketball coach. Popovich has become one of the most respected coaches in the history of the sport, not only for his five NBA titles, but also for his creativity, stubbornness and, most recently, willingness to put voice to his social conscience. The game’s history will someday write his name on a very short list. But at Pomona-Pitzer he was just a relative novice trying to cobble together victories at a college that was awash in brilliant students, but hadn’t cared about winning or losing in sports for a very long time. His first team had gone 2–22 and lost to Cal Tech, ending that school’s 99–game losing streak. (For a good read on Popovich’s time at Pomona-Pitzer, I recommend this from 2015, by Jordan Ritter Conn for Grantland).
Tong and Popovich were 14 years in age and a generation apart as basketball coaches—Tong was finished and moving on to a new career, Popovich was just getting started. One was the boss and the other was the employee. Their relationship could have been contentious, yet it was very much the opposite. They formed a friendship that lasted the rest of Tong’s life. Curt and Jinx Tong moved back to Massachusetts in retirement and when the Spurs played in Boston, they would spend time with Popovich. (Curt called Popovich "Poppo," his nickname from the Pomona-Pitzer days). In the summer, Popovich would vacation in the Berkshires. Tong attended Spurs’ training camp several times.
Courtesy of Tong Family
When I decided to write about Coach Tong, I hoped that Popovich would participate. Popovich has little use for vacuous banter, but welcomes substantive dialogue. Tong was—and remains—a substantive part of his life. He agreed to talk, which, in itself, speaks volumes. "He’s a great friend, a great mentor,’’ Popovich said in a phone interview last week. "Somebody I love very deeply and miss very, very much.
"I can read people pretty quickly,’’ said Popovich. "Who is full of themselves? Who has gotten over themselves? Who is altruistic and who is not? From the first day I was around Curt, I believed he was a better person than I was. That’s not a humble act or anything, that’s just a fact. His demeanor, his kindness, his love of people, yet at the same time his ability to be disciplined and to have standards, and to demand that standards be kept. That’s a fine line for a lot of people, but Curt did it with grace and intelligence. When you meet a guy like that, you want to be in his presence."
Popovich says it was Tong, with more than a quarter–century as a student and coach at liberal arts colleges, who explained to him the value of immersing himself in the intellectual and social fiber of a vibrant, small campus. "I really enjoyed the campus life," says Popovich. "I enjoyed faculty committees, and I participated in a lot of them. And a lot of the reason is because Curt encouraged me to do it. It made my life so much fuller, and my experience became so much broader than just athletics." Popovich pauses and then broadens the conversational field. "What’s the word? Serendipitous?" he asks. "It’s serendipitous that I wound up in the NBA. But for me, it would have been serendipitous, and just as wonderful, to have stayed at Pomona for the rest of my life. I loved it. I still miss it."
Popovich’s teams rose from hopeless to mediocre, and in the 1985-86 season went 16-12 overall and claimed first place in the Southern California Intercollegiate Athletic Conference, the school’s first title in 68 years of league membership. He took a sabbatical the following year and spent half a season with Larry Brown at Kansas and half with Dean Smith at UNC, and then returned to coach the 1987-88 season at Pomona-Pitzer. In the ensuing offseason, two things happened: First, Popovich was denied a college-sponsored mortgage for which he felt he had qualified. Second, Brown offered him a job with the Spurs. "Sayonara," says Popovich. He talked to Tong before leaving. "He was great," says Popovich. "He said, 'Life is short. This is a great opportunity. Go for it.'"
A young Gregg Popovich (far right) dishes advice to Kansas star Danny Manning.
A young Gregg Popovich (far right) dishes advice to Kansas star Danny Manning.
Popovich took another of Tong’s lessons with him to San Antonio and puts it on display with some frequency. He does not embrace adulation or shrink from criticism and does not allow others to judge his work. He does not suffer fools. "This is what Curt told me," says Popovich. "'Do what you do, do it well and do it with passion. But do not worry about plaudits or condemnation, because both are going to come your way. Whether you’re the manager of the local McDonald’s, the coach at Pomona or Phil Jackson with the Chicago Bulls, you are going to get plaudits and you are going to get condemnation and they’re both false notions. You need to care about how you do your work and how you treat your family and friends. Nothing else matters.
"To this day," says Popovich, "I have never read any articles about any of our championships. I will read an article about Tim Duncan or Kawhi Leonard or Bruce Bowen. My players. But as far as articles that judge 'You’re going to win, you’re going to lose; you’re good, you’re bad.' I have no interest whatsoever. And that’s all Curt Tong."

Back to serendipity, and the curious turns of the road that carry a man from 2–22 at Pomona-Pitzer to five NBA championships. "There are so many who do so well and never get the opportunity to coach D–I or what-have-you,’’ says Popovich. "It’s character that makes people who they are, not the position they hold. Curt Tong has touched just as many people as I have. It’s just that you’ve heard of the ones who I touched."
Tong touched Harry Sheehy, too. Sheehy, 64, is in his seventh year as the athletic director at Dartmouth. He is the best basketball player that Curt Tong ever coached, a spidery, 6'5" guard with leaping ability that belied his physique and a keen sense for finding holes in a defense. He scored 1,449 points in three seasons in the era before freshman eligibility and went on to play for the barnstorming Athletes in Action team.
Cover Image
Open Floor: SI's NBA Show
Knicks, Bucks, and More Mailbag
00:00 / 01:10:00

Like Popovich, Sheehy’s memories trend away from basketball and toward life lessons. Coach Tong’s office in old Lasell Gymnasium was at the front of the building, with a large window that looked out onto the campus. The joke was that Tong knew who every player was dating, just by looking out his window. He also liked to see his players wearing warm hats in the winter. Gerry Kelly, a 1,000-point scorer who played for Tong from '75 to '79, says, "Whenever I would walk past that window, coach would point at his head."
Courtesy of Tong Family
One day, when Sheehy was a high-scoring senior coming off a big game, he walked past the window and Tong waved him inside. "I was feeling pretty good about myself, and I guess it was showing," says Sheehy. "Coach sat me down and said, 'Harry, it strikes me that if you’re really good, you’ll never have to tell anybody.' Man, I went back to my room and flopped on the bed for a long time. That hit me right in the heart."
Most coaches have sayings. One of Coach Tong’s was, "You play Saturday night’s game on Thursday night's sleep." He would say it every Thursday. "We would roll our eyes," says Sheehy. When Tong left for California in 1983, Sheehy was named his replacement as Williams's basketball coach. (Sheehy went on to post a .757 winning percentage in his 17 seasons, and took six teams to the NCAA tournament). "The week before our first game, I gather the team on the bleachers, and what do I say?" says Sheehy. "I tell them they’re playing Saturday’s game on Thursday night’s sleep."

Two weeks after Curt Tong cut me from the team at Williams, he recommended me for a vacant position coaching the junior varsity basketball team at the local high school. I got the gig and spent two years rushing from afternoon classes to Mount Greylock High to coach 14– and 15–year–olds and then rushing back to grab cold food in the dining hall. (One of my players was Tong’s youngest child, a then–bespectacled, brown–haired little boy named Kurt, who is now an adult with three children and a 27–year career in foreign service, currently posted to Hong Kong). Of course there was a reason the job was vacant: We weren’t very good. My Mounties won three games in my first season, but pieced together five victories in the next. It was the most fulfilling experience of my life at the time. I remember every face. Coach Tong knew that would happen and the experience nearly pushed me into coaching; I chose journalism instead, because... well, who knows why we do anything at 21?
Still, I never fully let go of getting cut from my last real team. Thirteen years would pass. I was on my third job in sports journalism, as a writer with Newsday, covering the NCAA Final Four in Indianapolis. It was 1991, the year Duke upset undefeated UNLV and won the title. College coaches in all divisions, past and present, hold their annual convention at the Final Four and stay together in the same hotel. I went to that hotel Sunday between the semifinals and finals to collect some interviews about the upcoming championship game.
As I scuffled around the lobby I heard a woman’s voice, calling my name. It was Jinx Tong. She gave me a hug and hustled me over to a large circle of coaches immersed in conversation. One of them was Curt Tong. He turned and grabbed my hand, beaming. "Everybody,’’ he said to the group, several of whom I had interviewed in my work, "This is Tim Layden. He’s one of my former players." The words rolled off his tongue so easily, and in that moment, the message finally took hold. To Coach Tong—to any true coach—you were not a star or a reserve, and you were not a player who spent four years on his team or were cut after one season. You were a former player. Period. And then you went on to the more important things in life. (I described my Indianapolis meeting to Popovich. He said, "That’s Curt. Hold that one close. Trust me.").
When the Tongs moved back to Williamstown in retirement, they made a tradition of hosting dinners for the children of Curt’s former players who also wound up attending Williams. The Tongs kept a guest book that dated to Curt’s days at Otterbein. In 2009, my daughter signed the book and flipped back many pages to find her father’s signature from a dinner on New Year’s Eve in 1975.
In that same year I attended a game at Williams with the Tongs. I brought a big coffee table book about the history of college basketball and gave it to Curt as a gift. Jinx brought a photo album with team pictures from the '70s. It was a Saturday afternoon, so the crowd was sparse. You could hear sneakers squeak, referee’s whistles and screens called out as we flipped through pages of the album and identified the faces of boys who had long become men. It was a good day. There were no plaudits and no condemnations. Just a coach’s lesson understood many years after it was taught.