![]() |
| Emese Hof in Salamanca, waar ze als prof speelt(Foto: NRC.nl/sport , James Rajotte) |
Interview
‘Als ik begon te janken ging het nooit over basketbal’
Ongeveer tweeënhalf uur rijden ten westen van Madrid ligt Salamanca. Een studentenstad met kronkelige straten, klassieke gebouwen en het beste vrouwenbasketbalteam van Spanje. Op loopafstand van het centrale plein woont de Nederlandse basketbalster Emese Hof (23) in een tweekamerappartement. Met haar blonde lokken en 1,90 meter valt ze tussen de kleinere Spanjaarden, zacht gezegd, op .
„Soms denk ik: hoe ben ik hier terechtgekomen?”, zegt ze in haar woonkamer. „Ik vond het gewoon leuk om te basketballen, en nu zit ik opeens hier.”
Haar basketbalcarrière begon toen ze werd uitgenodigd om te spelen bij CTO Amsterdam, waar talentvolle sporters de kans krijgen voltijds met hun sport bezig te zijn. Om bij dat team te kunnen basketballen moest ze haar ouderlijk huis in Utrecht verlaten en gaan wonen in de hoofdstad. Ze was vijftien jaar oud.
„Opeens moest ik koken, zelf boodschappen en de was doen, letten op mijn geld. In korte tijd maakte ik veel stappen. Niet alleen op het basketbalveld, maar ook persoonlijk. Ik werd een stuk volwassener. Je kan niet de hele week op yoghurtjes of de frituurpan leven.”
Tijdens haar jaren bij CTO toonden Amerikaanse colleges al interesse in de center. Dat ze na haar periode in Amsterdam vertrok naar Miami kwam dan ook voor weinig basketballiefhebbers als een verrassing. Met twee andere Nederlandse sporters en hond Buddy woonde ze tussen de palmbomen in een appartement.
„Ik maakte reuzensprongen met basketbal.
Hoe dat kwam?
Dat weet ik niet zo goed. Het is een beetje hetzelfde als wanneer iemand gaat afvallen. In het begin was je dik en daarna niet meer.
Wanneer ben je dan zoveel afgevallen?
Ergens daar tussenin. In mijn laatste collegejaar leerde ik dat ik wedstrijden voor mijn team kon beslissen. Ik mocht doen wat ik dacht dat goed was. Steeds vaker bleek dat het goede te zijn.”
Maar in de Sunshine State krijgt ze ook last van heimwee.
„Ik heb er een geweldige tijd gehad, maar in het begin heb ik me er ook flink kut gevoeld. Het was een hele verandering om daar te gaan wonen. Daar ben ik in het algemeen niet goed in, dat ik afscheid moet nemen van mensen. Ook al doe ik het mezelf telkens weer aan.”
„In Miami heb ik daarover veel met een sportpsycholoog gesproken. Als ik daar begon te janken, ging het nooit over basketbal. Als ik niet goed speel komt dat meestal door wat anders. Ik miste dingen in Nederland. Dingen waar ik het liefst bij had willen zijn. Maar dat doe ik mijn hele leven al, dingen missen voor mijn sport.”
Ben je gelukkig met het leven in Salamanca?
„Op dit moment wel. Maar als ik drie dagen vrij heb, neem ik het vliegtuig naar Nederland. Ik heb hier buiten basketbal om geen vrienden. Het zijn altijd je teamgenoten. Dat had ik in Miami in het begin ook, en daarvoor in Amsterdam. In het begin had ik het ook hier niet makkelijk. Een vreemde taal, een Spaanse coach [Miguel Ángel Ortega]. Dan liep hij met zijn handen in de lucht te schelden, en ik wist niet precies wat hij zei. Achteraf bleek dan dat ik het allemaal verkeerd begrepen had.”
Wat voor fase is dat?
„Ik blijf leren, dat vind ik echt heel leuk. Het enige is dat ik in dit team toch nog een jonkie ben. Zo ga ik me dan ook gedragen en voelen. Eigenlijk zou ik daar los van moeten breken. Want qua talent en kunnen weet ik dat ik mee kan met de beste speelsters. Maar omdat ik denk dat mensen dat beeld van mij hebben, ga ik me er ook naar gedragen. Dat is niet expres, eerder een self-fulfilling prophecy.”






