Posts tonen met het label SP. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SP. Alle posts tonen

vrijdag 15 mei 2026

#VERZEKERINGSPREMIE´S #WW, #WAO & #WIA ZIJN VAN DE BETALERS! En dus niet van #Heinen van #Jetten om ´leuke dingen mee te doen voor #VVD´ers & #D66´ers´.

 

zaterdag 21 juni 2025

SHARTIE AART DEKKER: SP INTERNATIONALE TOP voor VREDE & 'SP-Gekkies'? Of had de SP Altijd al Gelijk? Even Terug- (&Vooruit-)kijken HOE ZAT DE VOLKSKRANT ERNAAST(in 2018) Linkspopulisme krijgt voet aan grond in Europa: hoelang nog voordat PVV en SP opgaan in de SPVV?

 

Nieuwe linkse beweging in Duitsland beoogt sociale agenda te combineren met een nationalistische

In Duitsland wordt in september een nieuwe linkse beweging gelanceerd die een sociale agenda combineert met een nationalistische inslag. Soortgelijke bewegingen zijn elders in Europa al een succes. En ook Nederland lijkt ontvankelijk voor dit ‘hoefijzermodel’, waarbij het rechter en het linker uiteinde van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen. (Illustratie Bas van der Schot)

*

SHARTIE AART DEKKER: 'SP-Gekkies'? Of had de SP Altijd al Gelijk?

Linkspopulisme krijgt voet aan grond in Europa: 

hoelang nog voordat PVV en SP opgaan in de SPVV? 

Even Terug- (&Vooruit-)kijken HOE ZAT DE VOLKSKRANT ERNAAST(in 2018)   

De meeste mensen die mijn posts bekijken (en misschien zelfs wel (helemaal) lezen, weten het wel ik ben lid van de SP, betrokken lid - maar door gezondheidsperikelen niet heel actief - en ik ben ook bepaald geen hardcore-lid; ik deel niet alle standpunten van de SP...
 
Zo ben ik persoonlijk een hartstochtelijk pleiter voor Vrede, bijna op het pacifistische af , maar ben ik ook een vechter voor de principes waar ik voor sta. 
 
Zo geloof ik dat het in sommige situaties nodig is om te vechten voor Vrijheid en Democratie, en als je dan aangevallen wordt door een brute grote macht  - of het nu gaat om Oekraïne, of om de Palestijnse Gebieden die beetje bij beetje onleefbaar worden gemaakt voor Palestijnen of regelrecht worden afgepakt door criminele kolonisten met support van een fascistische regering - dan kan het nodig zijn om ook gewapenderhand terug te vechten. Liever niet; ik zie 100x liever diplomatie om oorlog te voorkomen, dan diplomatie achteraf als er vele slachtoffers zijn aan beide zijden en hele gebieden in puin liggen...
 
...maar ik geloof niet dat het zinvol is om (on-)mensen als Putin, Netanyahu, ... (vul het rijtje zelf maar verder aan) hun gang te laten gaan, of hun eenzijdige eisen in te willigen 'voor de Lieve Vrede', dit soort Criminele Dictators (al dan niet gekozen) heeft oorlog nodig uit direct eigenbelang, en zal dus nooit ophouden tot ze worden gestopt...
 
Ook geloof ik dat de huidige wereld bondgenootschappen nodig heeft, en zeker dat relatief kleine landen zoals Nederland deel uit moeten maken van grotere gehelen - NAVO en EU dus bijvoorbeeld. Dit geloof ik ik uit praktische overwegingen; want uit principe denk ik juist dat een Wereld Zonder heel veel Wapens, opgedeeld in heel veel kleinere delen, Verenigd in een echte Wereldwijde Organisatie, waarbij het belang van iedereen zo goed mogelijk wordt gediend en de Planeet en Alle Grondstoffen Eerlijk worden Gedeeld, een veel beter model zou zijn.
 
Helaas staan we daar nu weer verder vanaf dan in lange tijd het geval is geweest...
 
Goed, dat gezegd hebbende, op het moment dat ik dit schrijf, zet de SP een  Internationale Yop voor Vrede.tegenover de NAVO-Top Conferentie van a.s. dinsdag. Duurt maar iets korter, maar kost nog geen fractie van de 200 miljoen die voor Rutte Egofeestje wordt uitgegeven...
 
Ik zag het alweer geframed worden als: 

"SP werkt samen met Poetin gezinde partijen" 

Vanzelfsprekend in de Chocoladerletter waar Rechts / Populistisch in grossiert.
 

Dat klopt natuurlijk niet; de SP zegt daar zelf over;

"Nee, de SP (Socialistische Partij) werkt niet samen met partijen die Poetin-gezind zijn. De SP is een socialistische partij die zich inzet voor een rechtvaardige en solidaire samenleving in Nederland. Ze hebben geen banden met partijen die de Russische politiek van Vladimir Poetin steunen. De SP is een onafhankelijke partij en heeft haar eigen visie op de Nederlandse samenleving.

Ik vind de vragen die Jimmy Dijk van de SP stelde bij de op de NAVO-Top voorliggende keuze om het Defensie-budget van 2% in één klap te verhogen naar 5%:
 
- maak eerst maar eens duidelijk wat er precies nodig is en waarom?
 
- en laten we dan stapsgewijs!
 
Niet meer dan terecht.
 

En wat betreft die Internationale Top voor Vrede: het is altijd goed als andere stemmen gehoord worden, en als er gepraat wordt in plaats van geschreeuwd, laat staan geschoten...

Ennuuh... De cartoons hierboven, en het stuk van de Volkskrant hieronder is van 2018 - dat is nog maar 7 jaar geleden! En toch zag deze toch niet van Rechtse Sympathieën te verdenken krant toen een grote verschuiving van Rechts naar Links...
 
Dachten deze intellectuelen dat - omdat Wilders/PVV de sociale hoofdstukken van de SP steevast overschrijft - dat misschien zelfs een fusie van de SP met de PVV voor de hand lag...
 
Dat was toen al absurd; zou de SP NOOIT DOEN; TOEN NIET en NU NIET!! 
 
De tijden mogen veranderen, maar de principes van de SP waaien niet met alle populistische winden mee...
 
En dat waardeer ik heel erg aan 'mijn partij'; je weet wat je aan de SP hebt, zelfs als je het niet op alle punten (volledig) met ze eens... De SP is EERLIJK en Standvastig...! 

(AD)  

Analyse opkomst linkspopulisme

Linkspopulisme krijgt voet aan grond in Europa: hoelang nog voordat PVV en SP opgaan in de SPVV?

Sociaaleconomisch links en cultureel rechts – het is een combinatie die op diverse flankpartijen in Europa aantrekkingskracht uitoefent. In Duitsland, Frankrijk, Engeland en Denemarken groeit de ontvankelijkheid voor een verzorgingsstaat met nationalistische trekken. Ook in Nederland is beweging.

Ariejan Korteweg3 augustus 2018  (Originele artikel op VK.nl   ---  Hier  ---)


Politicologen hebben voor een dergelijke ontwikkeling, waarbij de uitersten van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen, een term gemunt: het hoefijzermodel. Bij de klassieke indeling in links en rechts wordt gedaan alsof opvattingen op een continuüm staan met naar de uiteinden steeds verder toenemende tegenstellingen. Een hoefijzer voegt een tweede dimensie toe: ook de tegenstelling tussen elite – middenpartijen - en buitenstaanders – flanken – wordt zichtbaar.

De verschillen tussen links en rechts worden van oudsher zichtbaar gemaakt aan de hand van sociaaleconomische standpunten. Ruwweg: een overheid die gelijke kansen voor iedereen bevordert, versus de gedachte dat iedereen z’n eigen kansen moet creëren. Twee gebeurtenissen brachten daar verandering in. Het verdrag van Maastricht werkte euroscepsis in de hand, bij het referendum van 2005 uitgedragen door zowel SP als PVV. De linkerflank verwerpt de EU als neoliberaal project, ter rechterzijde worden juist de culturele implicaties benadrukt; Europese eenwording doet afbreuk aan de nationale identiteit en soevereiniteit.

Als gevolg van de aanslagen op het WTC en Pim Fortuyn werden vervolgens cultuur, gedeelde waarden en identiteit belangrijker in het politieke debat: wie zijn we, wat vinden we belangrijk, hoe bereiken we dat? De partijen op de rechterflank ontlenen daaraan goeddeels hun bestaansrecht.

Oerreflex

Dat de flankpartijen nog steeds volgens de klassieke links-rechts verdeling handelen, wordt bevestigd door hun stemgedrag in de Tweede Kamer; PVV en SP zitten gewoonlijk niet op één lijn. De PVV is met haar harde opstelling tegen de islam cultureel rechts, maar wordt in sociaal-economisch opzicht soms voor links versleten. Die ‘linkse’ opvattingen worden vanuit de islamkritiek beargumenteerd, met een redenering als: verzorgingshuizen voor de mensen die Nederland opbouwden, zitten nu vol met vluchtelingen. Op onderwerpen als hypotheekrenteaftrek, bijstandsfraude of schuldhulpverlening is de PVV juist klassiek rechts.

De SP is sociaaleconomisch uitgesproken links, maar haar eigen grootste tegenstander als het om vluchtelingen gaat. De oerreflex is die van een stringent migratiebeleid, omdat nieuwkomers een bedreiging zijn voor de werkgelegenheid van de achterban. Maar toen de stroom vluchtelingen in 2015 door oorlogen groeide, klonken ook andere SP-geluiden.

De strijd om het voorzitterschap tussen Sharon Gesthuizen en Ron Meyer in 2015 was ook een slag om de culturele positie van de partij. Meyer won, de SP hield vast aan een weinig ruimhartige houding jegens vluchtelingen. Op de laatste partijraad sprak SP-Kamerlid Jasper van Dijk over een ‘rechtvaardig, maar ook realistisch asielbeleid’, met een grote rol voor ‘aanmeldcentra in Noord-Afrika.’ Dat lijkt op wat de Duitse politica Wagenknecht voorstelt: ‘Armoede ter plekke bestrijden en perspectieven creëren in de thuislanden.’

Beweging op de flanken

In Nederland is geen SPVV in de maak, maar er is beweging op de flanken. De enige die bij de landelijke verkiezingen werk maakte van de combinatie economisch links en cultureel rechts, was het afvallige PvdA-Kamerlid Jacques Monasch. Zijn partij Nieuwe Wegen richtte zich op ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ en hoopte op ‘PVV-stemmers met het hart op de goede plek.’

Nieuwe Wegen haalde 0,14 procent. Monasch opende onlangs een kunsthandel in Brussel. De PvdA schoof sindsdien wel de door hem gewenste richting op. In juni werd met zusterpartijen uit België, Denemarken, Italië en Oostenrijk afgesproken migratie bij de bron aan te pakken, met de nadruk op opvang in eigen regio – ook de Duitse zusterpartij SPD koerst in die richting, net als de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn.

‘Dat hoefijzermodel is ooit bedacht om aan te tonen dat communisme en fascisme elkaar raken’, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn. ‘De electorale overloop tussen radicaal links en rechts is nu beperkt. Een SP-kiezer die sociaaleconomische thema’s belangrijk vindt, zal niet zomaar om culturele redenen naar de PVV overstappen, en vice versa.’ Zijn verwachting is dat in Nederland op termijn eerder een linkse partij zal sneuvelen. ‘Er is ruimte voor twee stromingen: nationalistisch conservatief links en kosmopolitisch progressief links.’

Wenkend perspectief

De Deense Socialdemokraterne plooiden zich al wel naar het hoefijzermodel. Ze presenteerden in februari een plan dat voorschrijft dat moslimvrouwen naar Deense normen en waarden moeten leven en grenzen stelt aan het aantal niet-westerse bewoners van achterstandswijken. Beleid dat past in het straatje van de rechts-populistische Dansk Folkeparti. Volgens peilingen zijn de sociaaldemocraten nu de grootste partij.

In Frankrijk maakte de linkerflank een vergelijkbare beweging. Jean-Luc Mélenchon, voorman van La France Insoumise, verwijt de Franse socialistische partij (PS) naïef te zijn. ‘Als die lui eenmaal hier zijn, wat wil je dan? Terugjagen de zee in? Dat kan niet. Zorg er dus voor dat ze in eigen land blijven.’ Mélenchon was een van de oorzaken van de ineenstorting van de PS, hij haalde vorig jaar 19,5 procent van de stemmen.

Linkse partijen elders in Europa zullen met argusogen volgen of Wagenknecht ook voor hen een wenkend perspectief kan ontvouwen. 









https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nieuwe-linkse-beweging-in-duitsland-beoogt-sociale-agenda-te-combineren-met-een-nationalistische~b63d04c4/


Nieuws Aufstehen

Nieuwe linkse beweging in Duitsland beoogt sociale agenda te combineren met een nationalistische

In Duitsland wordt in september een nieuwe linkse beweging gelanceerd die een sociale agenda combineert met een nationalistische inslag. Soortgelijke bewegingen zijn elders in Europa al een succes. En ook Nederland lijkt ontvankelijk voor dit ‘hoefijzermodel’, waarbij het rechter en het linker uiteinde van het politieke spectrum naar elkaar toe buigen.

Sterre Lindhout3 augustus 2018, 19:52

Sahra Wagenknecht en haar partij- en echtgenoot Oskar Lafontaine. 

Sahra Wagenknecht en haar partij- en echtgenoot Oskar Lafontaine.Getty Images

De eerste keer dat de Duitse politica Sahra Wagenknecht (49) haar partijgenoten van Die Linke op stang joeg met haar ideeën over migratie, was in het voorjaar van 2016. ‘Wie gastrecht misbruikt, heeft het gastrecht ook verbruikt’, zei ze na de beruchte nieuwjaarsaanrandingen in Keulen, toen vers in het geheugen.

Het was een klap in het gezicht van partijgenoten die alle beperkingen van het recht op asiel als rechtse duvelstoejagerij beschouwen. Wagenknecht weigerde zich voor de opmerking te rechtvaardigen. Sterker, kritiek op de vluchtelingenpolitiek van Merkel werd het lievelingsthema van de politica die door haar onverzettelijke frons, knot en felrode mantelpakken lijkt op een samensmelting van Rosa Luxemburg en Mary Poppins.

Eigen-arbeiders-eerst-mentaliteit

‘Als 800 duizend immigranten naar Duitsland komen en 500 duizend zoeken een baan, versterkt dat natuurlijk de loonconcurrentie’, zei ze in mei op het partijcongres. Opnieuw oogstte ze boegeroep, maar vooral onder Oost-Duitse partijgenoten klonk nu ook applaus voor deze eigen-arbeiders-eerst-mentaliteit.

Deze Sahra Wagenknecht wil nu samen met haar partij- en echtgenoot Oskar Lafontaine (74) een nieuwe linkse beweging beginnen, die een sociale agenda combineert met een nationalistische. Het moet een thuis worden voor gedesillusioneerde politici uit de drie linkse partijen in de Bondsdag: Die Linke, de Groenen en de SPD.

‘Aufstehen’ heet de beweging waarvan de website zaterdag wordt gelanceerd; Opstaan. Over precies een maand, op 4 september, vindt de eerste bijeenkomst plaats. 

De meest concrete informatie over het idee staat in een uitgelekt conceptmanifest. Het document pleit voor restauratie van de verzorgingsstaat en staat vol EU-sceptische retoriek. Tot zover alles klassiek links. ‘Opstaan’, herinnert aan ‘ontwaakt, verworpenen der aarde’, de eerste regel van de Internationale.

Nadelen globalisering

Nieuw is de nadruk op de nadelen van globalisering en het migratievraagstuk. In een passage over probleemwijken: ‘En dan wordt het maatschappelijke klimaat ook nog eens vergiftigd, omdat politici toekijken hoe haatpredikers van een radicale islam kinderen van vijf jaar een wereldbeeld opdringen dat integratie nagenoeg onmogelijk maakt.’ Opvallend is ook de roep om meer politie, en het streven naar ‘het behoud van culturele autonomie met respect voor traditie en identiteit.’

Wagenknecht en co. willen de stemmen terugwinnen die bij de verkiezingen in september vorig jaar verloren gingen aan de rechts-populistische AfD: 400 duizend van Die Linke en 900 duizend van de SPD. ‘Ons doel is andere politieke meerderheden en een nieuwe regering met een sociale agenda’, zei Wagenknecht vrijdag in Der Spiegel, in het enige interview dat ze over de beweging gaf. Of de Duitsers bij de volgende verkiezingen ook op ‘Opstaan’ kunnen stemmen, laat ze in het midden.

Kansrijk

Op papier lijkt zo’n nieuwe linkse beweging in Duitsland kansrijk. De kloof tussen rijk en arm groeit, door de grote lagelonensector, een tekort aan sociale woningen en uitkeringen die niet meegroeien met de stijgende huren. De nieuwe breuklijn loopt tussen winnaars en verliezers van de globalisering, concludeerde de Bertelsmann Stiftung onlangs.

Vooral de sociaaldemocraten worden daarop aangekeken. In 1998, het jaar dat SPD’er Gerhard Schröder kanselier werd, stemde 52 procent van de Duitsers op een linkse partij. Hij versoberde de uitkeringen en dereguleerde de arbeidsmarkt. Economisch bleek het een gouden greep, electoraal een catastrofe die de partij nooit te boven kwam.

In 2017 stemde nog maar 38 procent van de Duitsers links. Van de linkse partijen wonnen alleen de Groenen wat, maar de voor Duitse begrippen ooit radicale partij heeft zich in progressief-liberale richting ontwikkeld. Het was de hoogopgeleide, kosmopolitische Groenen-achterban die in 2015 het hardst juichte voor Merkels Willkommenskultur.

Vooral tegen dit links wil de nieuwe beweging van Wagenknecht zich afzetten. Het ‘morele links’, noemt theatermaker Stegemann het in de Engelse krant The Guardian. ‘We hebben te maken met de absurde situatie dat de winnaars van het liberalisme de verliezers vertellen dat ze humaner moeten zijn.’ Stegemann haalt de oude strijdkreet van Bertolt Brecht van stal: ‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.’

Winnaars liberalisme 

Met de AfD, de grootste oppositiepartij, heeft Duitsland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een grote beweging op de rechterflank. De AfD werft kiezers met teksten als ‘Vluchtelingen zijn verzorgingsstaattoeristen.’ Uit onderzoek blijkt dat vooral Oost-Duitse kiezers, die direct na de val van de muur op Die Linke of de SPD stemden, het idee hebben dat de AfD de enige partij is die voor hun sociaaleconomische belangen opkomt.

De ironie wil dat het economische gedeelte van het verkiezingsprogramma van de AfD vorig jaar liberaler was dan de leuzen deden vermoeden. Maar de partij ontdekt dat er met linkse sociale wetgeving goed te scoren valt. Zo circuleert er een voorstel voor een pensioentoelage van 180 euro per maand, alléén voor Duitse staatsburgers die minstens dertig jaar op de Duitse arbeidsmarkt actief zijn geweest.

De AfD serveert vreemdelingenhaat uit met een zekere trots. Zo ver lijkt de beweging van Wagenknecht niet te gaan, maar ze spelen in op dezelfde sentimenten bij dezelfde groep kiezers.

Linkse politici kritisch 

Veel linkse politici reageren daarom kritisch. ‘Ik zie vooral oude gezichten en hoor populistische ondertonen’, zei SPD-bestuurslid Lars Klingbeil in de Berlijnse krant de Tagesspiegel. Linke-voorzitter Katja Kipping wil dat links ‘een bastion van solidariteit met vluchtelingen’ blijft. En in een interview met de dezelfde krant vraagt ze zich af of de beweging links zal verenigen, zoals Wagenknecht suggereert, ‘of dat het toch gaat om een afsplitsing.’

De angst voor een versplintering van links voert terug naar een politiek trauma van precies een eeuw geleden. Op 9 november 1918 werden in Berlijn gelijktijdig een sociaaldemocratische en een communistische republiek uitgeroepen. Vervolgens liet de verse SPD-kanselier Friedrich Ebert de communisten neerslaan. Van dat ‘verraad’ loopt een rechtstreekse lijn naar Hitlers greep naar de macht in 1933. Een verenigde linkse beweging had dat kunnen voorkomen. Tenminste, zo wordt in Duitsland nog altijd geloofd.


zondag 16 maart 2025

COLUMNIST AART DEKKER / DBL / 4+BUITENLANDERS OP HET VELD: 'Goed, Donar Verloor dus (definitief) met 20-0 bij en tegen Aris Leeuwarden...' / REGELS / OVERTREDINGEN EFFECTIEF BESTRAFFEN

Afbeelding overgenomen van de SP: 'GerWouters.sp.nl/'
...een DBL-(ALV-)/-Bestuursvergadering...een discussie van een paar weken is beslecht.

Iedereen tevreden! …
Toch...Toch?

Of toch niet natuurlijk...


Wat? Nou; of niet natuurlijk!


Ik hoorde pas donderdag -van Matthijs Groot en Adriaan van der Bergen, op de tribune bij Forward Lease Rotterdam ChallengeSports Basketball vs. Landstede Zwolle- toen ik ik de vraag stelde; “Wat is er eigenlijk gisteren besloten op de DBL-bestuursvergadering”.

“Nou, het blijft 20-0“

“Ok...“

Misschien vinden lezers het raar dat ik het op dat moment nog niet wist. Nou dat zit zo: ik ben dan weliswaar een echte basketball-liefhebber, en op mijn manier zeer betrokken, maar ik heb op dit moment wel grotere problemen aan mijn hoofd dat op het vinkentouw gaan zitten wachten tot er zwarte, grijze, dan wel witte rook uit een schoorsteentje van het DBL-conclaaf in Almere komt. Eigenlijk zal het me ook worst zijn wat er besloten werd; als het maar een eind maakt aan een (alweer) imagobeschadigende discussie die eigenlijk nergens over gaat. Maar toch ook weer wel; -of eigenlijk over de manier waarop- vandaar dit stukje. Al zullen er genoeg Donar-Fans zijn die het helemaal 'niet niks' vinden, zo'n 20-0 reglementaire nederlaag, terwijl de gemaakte fout geen enkele invloed had op de wedstrijd en het resultaat van de wedstrijd. Of er ook Aris-Fans zijn die het ook niet niets vinden, weet ik niet(Reageren? Graag!)

Maar laten we wel zijn; als je Erik Braal en Meindert van Veen op de bok hebt zitten, dan is zo'n 'Niet vijf buitenlanders tegelijk op het veld-regeltje' dus blijkbaar stukken ingewikkelder dan er gemakshalve werd aangenomen...

Nog een vraagje aan mijn lezers: “Everybody Happy now?” (Reageren? Graag!)

Ikzelf had -vooral intuïtief- voor de betreffende DBL-bestuursvergadering trouwens een voorkeur voor het terugdraaien van de 20-0, en in plaats daarvan wel een stevige maatregel, bij voorkeur een boete, er zou ook meer rekening gehouden te dienen worden met 'de factor recidiveren'; dus per volgende overtreding steeds zwaardere straf; dat zal ze leren... Maar, alle gekheid op een stokje: als je het zo aanpakt, dan zit het binnen- no-time bij iedereen in de haarvaten, en gaat het nooit meer fout.

Overigens, niet dat ik 'zo voor boetes' ben; de bijnaam van de NBB als 'Nederlandse Boete Bond' is mij al decennia lang een doorn in het oog -en nee, dat is niet de oorzaak van het feit dat ik een oog heb waar ik bijna niets mee zie... Ik ben het er fundamenteel mee oneens dat die boetes -voor tonnen- in de NBB-begroting staan. En trouwens ook dat boetes een fundamenteel onderdeel zijn van overheidsbegrotingen: dat vind ik FUNDAMENTEEL VERKEERD! En volgens mij versiekt dat de verhoudingen in de samenleving(maar dat is een andere discussie; kom ik misschien nog weleens op terug...). In de NBB was ik zelfs meerdere keren van 'Boetcommissies' binnen Rayon West; volgens mij hadden we daar een heel aardig systeem bedacht dat de eenwording binnen de NBB niet heeft overleefd. Hopelijk zal het SportLink-systeem uiteindelijk ook zorgen voor het verdwijnen van veel van de lullige boetes waar velen in de verenigingen vast nog steeds niet blij zullen zijn.

Meer filosofisch: als je regels aanneemt, moet je heel goed nadenken over hoe deze te handhaven, en over eventuele straffen als ze worden overtreden. Niet handhaven is desastreus; dan kan je beter geen regels hebben! Willekeurig handhaven -soms wel, soms niet- zal op termijn veel tumult opleveren op de plekken waar het gebeurt, en willekeurig bestraffen zal -zoals nu al gebleken is- veel tumult achteraf opleveren.

Nog meer filosofie: we hebben het in dit geval over Professionele Sport; dat geldt zeker voor Donar Groningen, en voor nog enkele andere clubs in de DBL, en in iets mindere mate voor de resterende clubs. De belangen zijn navenant financieel of juist meer moreel/sportief: is het wel 'eerlijk'?

En dan nog een filosofische vraag: we hebben het hier over professionele sport. Onze benchmark is dan natuurlijk de NBA, de ACB, of bijvoorbeeld de Israëlische League -waar ze volgens mij ook zo'n regel hebben (gehad?)- hoe denkt u dat een zaak als deze daar afgehandeld zou worden? Mijn gok: in de NBA zou er een gigantische boete worden uitgedeeld, maar het resultaat van de wedstrijd zou zeker niet gewijzigd worden..!

Heel concreet hebben we het hier over een regel en belanghebbende clubs, waarvan de bestraffing uit kan maken of een club wel of niet eerste, tweede of derde op de ranglijst wordt -met navenant voordeel/nadeel in de Play-Offs- dan wel het halen van die Play-Offs. De belangen liggen mijlenver uiteen; voor Donar kan het uitmaken of de club wel of niet Kampioen wordt -met dan in het volgende seizoen of de club in de ene of een andere Europese Cup mee mag doen-, en een of meer thuiswedstrijden meer of minder in de Play-Offs...en dan hebben we het over -zeker naar Nederlandse Basketball-maatstaven- serieus geld!

Hoe pak je overtredingen van de 'Meer-dan-vier-buitenlanders-tegelijk-op-het-veld-overtreding, en eventueel in de toekomst vergelijkbare regelwijzigingen dan wel aan? In dit geval gold: het was een nieuwe regel, Donar had hem al eens zonder straf overtreden, is de enige die op dit moment deze kan overtreden -want de enige met vijf buitenlanders, de andere clubs hebben geen geld, of willen het niet uitgeven aan een speler die je niet altijd op het veld mag hebben staan-, en dat was wel al de tweede keer, dus er moest iets gedaan worden. Mijn idee van een juiste repercussie(zomaar een schetsje): 1e keer een waarschuwing, 2e keer een aardige boete, 3e keer zware boete, 4e keer hele zware boete en 2 punten in mindering, 5e keer...heeft u hem?

Maar voor Aris Leeuwarden -en niet die club alleen!- ver de vraag of wel of niet de Play-Offs gehaald worden...Sportief in het Nederlandse Basketball wel 'een dingetje', maar dus ook -al is het op een heel ander financieel niveau- over financiële belangen... Dus wat dit betreft; 20-0, dus Aris kreeg er twee punten bij! Hebben ze die verdiend? Dacht het niet! Dus is de oplossing van dat probleem: alleen twee punten in mindering voor de club die een regel overtrad.

Met andere woorden: is deze zaak nu afgerond?

Nou, dat staat dus nog te bezien; stel nu eens dat straks -aan het eind van het reguliere seizoen- Donar net deze winstwedstrijd tekort komt voor de eerste plaats? Dan zijn de consequenties fors, en niet alleen voor Donar. Of dat Aris juist door deze 20-0 winst een andere club uit de Play-Offs houdt?

Zijn alle betrokkenen dan zo grootmoedig dat ze denken: “Nou ja, het is All in the Game, er is toen recht gesproken...en daar was de kous mee af; mij hoor je er niet over!“

Want zo zou het moeten zijn. Maar of het ook zo zal gaan..?

Ik hoop het, de tijd zal het leren...

AART DEKKER


zaterdag 1 juni 2024

KOM OP! / EUROPESE VERKIEZINGEN 6 JUNI 2024 / SHARTIE AART DEKKER GOEDE SP-SPOT / RAAK! /

 

KOM OP! - EUROPESE VERKIEZINGEN 6 JUNI 2024

SHARTIE AART DEKKER GOEDE SP-SPOT

Allereerst de slogan; geldt altijd voor iedereen die in een democratie die kans krijgt om te gaan stemmen: gewoon doen!

Traditioneel blinkt de SP uit in het maken van Verkiezingsmateriaal, vaak spectaculaire spots met goede muziek eronder.

Blijkbaar is zelfs de geldkist van de SP niet onuitputtelijk, want dit spotje lijkt me niet erg duur om te maken.

Toch...dit spotje zegt alles wat het zeggen moet, is kort en krachtig; petje af!

(AD)

 

dinsdag 19 maart 2024

SP-verkiezingsprogramma Europese Verkiezingen 2024: ‘Samen voor de werkende klasse’; Minder macht naar Europa, meer macht voor de burger

 

SP-verkiezingsprogramma: ‘Minder macht naar Europa, meer macht voor de burger’

De Europese verkiezingen komen dichterbij en de verkiezingsprogramma’s beginnen langzaam vorm te krijgen. Hoe democratisch is de EU volgens de SP? En wat vindt de partij van de klimaatwetgeving en de aanpak van de migratie?

5 februari 2024 Yves Lacroix (Deze samenvatting is overgenomen van  ---  Hier  ---)

De belangen van het kapitaal domineren de Europese Unie. Dat stelt de Socialistische Partij (SP) in haar concept-verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen: ‘Samen voor de werkende klasse’. Volgens de socialisten bevordert het kapitalisme de uitbuiting van mensen. Het zorgt voor een tweedeling in de samenleving en de vervuiling van het milieu.

En hoewel de SP internationale samenwerking belangrijk vindt, is daar geen Europese integratie voor nodig. De SP wil de macht van de EU aan banden leggen en de soevereiniteit van de landen behouden.

Gooi het roer om

Partijen als Volt of D66 willen een wijziging van de EU-verdragen om de EU meer macht te geven. Maar de SP wil een nieuw Europees verdrag om juist de zelfstandigheid van lidstaten te versterken. De verdragen van Maastricht (1993) en in Lissabon (2009) bepalen hoe de EU werkt. Als het aan de SP ligt, gaat er een streep door heel wat zaken.

De socialisten willen bijvoorbeeld dat de besluitvorming in Brussel transparanter wordt. Het is vaak moeilijk te achterhalen hoe de EU-ministers in raadsvergaderingen gestemd hebben. Daar moet een einde aan komen. Ook moeten de documenten openbaar worden. En in plaats van het Europees Comité van de Regio’s, de spreekbuis van regio’s en steden in de EU, wil de SP een volksraadpleging.

De SP wil ook de Europese Commissie afschaffen. In plaats daarvan moet het Europees Parlement meer macht krijgen. De nationale parlementariërs, in Nederland dus Tweede Kamerleden, krijgen de mogelijkheid tot een dubbelmandaat. Op die manier staan burgers dichter bij besluiten in Brussel.

Kapitalistisch klimaatbeleid

Dat de EU iets kan doen aan de opwarming van de aarde, ontkent de SP niet. Toch uit de partij kritiek op de Europese Green deal, een pakket aan wetgeving dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet maken. De Green Deal steunt immers de belangen van de industrie en grote multinationals. Deze klimaatwetten houden geen rekening met de gewone burger, stelt de SP.

De partij wil zich ontfermen over de gewone Nederlander, die hard getroffen werd door de stijging van energieprijzen. Het allemaal maar overlaten aan de markt, vindt de SP geen goed idee. Door de energie-unie, waarin de concurrentie tussen energiebedrijven aangemoedigd wordt, zijn Nederlandse energiebedrijven geprivatiseerd. De democratische invloed op hun beleid is dus weggevallen, aldus de partij. De SP wil daarom een einde maken aan de energie-unie en lidstaten de kans geven energie publiek te maken.

Vrij verkeer van mensen

EU-burgers die in een andere EU-lidstaat willen werken, moeten weer een werkvergunning krijgen. De SP ziet problemen in het vrije verkeer binnen de Schengenzone. Door ongecontroleerde arbeidsmigratie, stelt de SP, worden werknemers uitgebuit en staan publieke voorzieningen zoals huisvesting onder druk. Jaarlijks moet er volgens de SP dan een vast aantal werkvergunningen beschikbaar zijn.

En vluchtelingen moeten vooral buiten de EU opgevangen worden. Bij voorkeur in de regio. Migratie-deals zijn daarom mogelijk, zolang de opvang op een menswaardige manier gebeurt. Landen in de buurt van conflictgebieden worden daarbij geholpen. De SP is het overigens niet eens met de recent afgesloten Tunesiëdeal. Die deal beantwoordt niet aan de voorwaarden volgens de partij.

Verder moeten vluchtelingen sneller weten of ze kans maken op asiel. Men moet ze sneller terugsturen, wanneer die kans er niet is. Landen die niet meewerken aan de terugkeer moeten sancties opgelegd krijgen, zegt de partij.

zaterdag 20 januari 2024

SHARTIE AARTDEKKER / ACTUELER DAN OOIT / LOON NAAR WERKEN? VOOR DE MEESTE MENSEN NIET! / GROENE ONDERZOEK (2018): Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel - ‘We zijn terug in de negentiende eeuw’ / De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet... /

 

*

SHARTIE AARTDEKKER - ACTUELER DAN OOIT! 

LOON NAAR WERKEN? VOOR DE MEESTE MENSEN NIET!!

De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet...

GROENE ONDERZOEK (2018): 

Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel

‘We zijn terug in de negentiende eeuw’

Een punt dat Lilian Marijnissen  - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP -  regelmatig maakte  - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor -  was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!

Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...

De Groene Amsterdammer  - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten  - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!

En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...

(AD)

*

Onderzoek Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel

‘We zijn terug in de negentiende eeuw’

De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere financiële avonturiers zijn de lachende derde.

Mirjam de Rijk beeld Kamagurka

nr. 9

De economische groei gaat aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat, ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen valt.

De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia. Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of ‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke beslissingen.

1. Het geld krijgt de vrijheid

Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist, want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie, maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar de plek waar het het meest rendeert.

Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’ ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.

Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.

‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso, niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.

2. Aandeelhouders mogen het zeggen

Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).

Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze elders hogere rendementen kunnen krijgen.

Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers, benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot koersstijgingen.’

Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie van het bedrijf.

‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie’

3. Geld wint het bij bedrijven van mensen

Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand, want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’

Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de publieke sector.

Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).

4. Monopolies mogen hun gang gaan

Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid. Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’

Econoom Aldert Boonen van de fnv: ‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen: ‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’

Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor lage lonen en hoge winsten.


5. Pensioenfondsen doen mee aan rendementjagen

Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot: ‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’

Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.

De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de positie van werkenden juist verzwakt.

6. Loonmatiging als heilige graal

Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de binnenlandse vraag naar producten en diensten.

En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv. ‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv: ‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat, inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.

Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan. Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’

‘We hebben in Nederland meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor ze, leid ze op’

7. De overheid remt lekker mee

De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.

De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48 procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon zitten.

Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid: ‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte van het minimumloon.

8. Door meer werknemers hebben werkgevers meer keus

De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken. Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers vergrootten.

Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk alternatief voor werkgevers.

Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op, zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’

Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa, ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme, flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt op.

Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel. De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten, waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’, zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.

9. Met minder sociale zekerheid kun je minder eisen

De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de oeso, het imf en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.

Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.

Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden. Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.

‘Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn’

10. Nederland is kampioen flex

De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.

Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen. Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen: ‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren, sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’

Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu), omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders. Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.

In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf valt dat personeel niet onder de eigen cao, en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’ noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van de Universiteit van Tilburg dat.


11. Werkenden betalen de belastingverlichting van bedrijven

De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te verhogen.

12. Een klusjeseconomie voor werklozen

Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel: wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.

Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda. ‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het internationale Institute for New Economic Thinking (inet), is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’

13. De rekening van de crisis daalt eenzijdig neer

Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen. Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.

Bij de dertien bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen, collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’

Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’

‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt overgelaten.’

Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden, middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken: woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen, grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist door een sterke toename van de welvaart.

De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’

Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect: ‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’


Dit is het tweede deel van een serie van Mirjam de Rijk over kapitaal en arbeid. Het eerste deel, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’, stond in De Groene Amsterdammer van 1 februari. De serie wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877

Meer Cartoons van 'Kamagurka' op Groene.nl  meer 'K' op de Groene   ---  Hier --- 

zaterdag 16 december 2023

TOEN TIEN VOOR DE TWEEDE KAMER NU SP-PARTIJLEIDER: Jimmy Dijk (SP): 'We moeten af van het marktdenken'

Jimmy Dijk (SP): 'We moeten af van het marktdenken'

OOG Groningen

9 mrt 2021 Tweede Kamerverkiezingen 2021 – de Groninger kandidaten (podcast Grote Markt 1)  

In aflevering 13 van Grote Markt 1 praten we met Jimmy Dijk, nummer 10 op de lijst van de SP. Jimmy is al een tijdje gemeenteraadslid van de SP in de gemeente Groningen. Hij heeft een kenmerkende stijl en is vaak in de wijken te vinden om bij de mensen langs te gaan, hun problemen aan te horen en oplossingen te zoeken. Daarbij schuwt Jimmy het conflict niet. Maar wie is de mens Jimmy Dijk? Daar proberen we achter te komen. De podcast is hier te bekijken, maar ook te beluisteren via Spotify, Apple Podcasts en Google Podcasts. 

► Bekijk en luister ook de afleveringen met Sandra Beckerman (SP), Julian Bushoff (PvdA), Sabine Koebrugge (VVD), Wieke Paulusma (D66), Henk Nijboer (PvdA), Anne Kuik (CDA), Stieneke van de Graaf (ChristenUnie) en Stephanie Bennett (GroenLinks) via de pagina over de Tweede Kamerverkiezingen. https://www.oogtv.nl/tk2021/

dinsdag 14 november 2023

HET BELANG VAN BETROKKENHEID BIJ DE POLITIEK / WIJZE LES TINY KOX: 'Iedereen moet zich met de politiek bemoeien' - Tiny Kox(SP), nestor van de Eerste Kamer & president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa

 

Tiny Kox(SP), nestor van de Eerste Kamer & president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa

(Foto: SP-Tribune, Maurits Gemmink)


'Iedereen moet zich met de politiek bemoeien'

Na de provinciale verkiezingen van 15 maart, kiezen de nieuwe Statenleden eind mei de Eerste Kamer. Getrapt kiezen, heet dat. Tiny Kox is de voor­gedragen kandidaat om de lijst van de SP aan te voeren. Een stem op de SP op 15 maart telt dubbel, zegt hij: ‘Je krijgt dan een sterke SP in de provincie, met beter beleid - én een sterke SP in de Eerste Kamer. Gebruik zo’n kans, zeg ik!’

Je bent de nestor van de Eerste Kamer, wat betekent dat?

‘Dat ik sinds 2003 iedereen daar heb zien komen - en velen zien gaan. Ik ben er het hele neoliberale tijdvak bij gebleven, de periode dat de politiek dacht: de samenleving loopt vast, we moeten het anders doen. Allebei waar - maar opeenvolgende regeringen, met steun van de meeste partijen, hebben wél finaal de verkeerde weg gekozen. Als SP hebben we daar al die tijd tegenwicht aan geboden. Wij zijn de partij die nooit is gaan geloven dat het uitverkopen van de publieke zaak aan de markt een duurzame verbetering voor gewone mensen zou opleveren. Anderen zeiden dat we niet met de tijd meegingen. Maar nu is het tijd dat andere politici erkennen dat zíj de verkeerde afslag hebben genomen - en gewone mensen daar de rekening van betalen. Of het nu gaat om te hoge huren, te weinig woningen, een falend milieu- en klimaatbeleid, tekorten in de zorg, problemen in het onderwijs en onzekere pensioenen. Het roer moet nu echt om, om erger te voor­komen en de samenleving eindelijk beter en eerlijker te maken. Kortom: het wordt nu ónze tijd – laten we die tijd gebruiken!’

Wat is het verschil tussen toen je begon en nu?

‘Dat iedereen nu wél begrijpt dat we op een aantal essentiële punten doorgeschoten zijn. Zelfs de minister-president - en die is niet de rapste om zijn ongelijk toe te geven. In coronatijd moesten we ongekend ingrijpende maatregelen nemen om de economie en de samenleving overeind te houden. Met een samenleving waarin de overheid en de gemeenschap meer te vertellen had gehad, was dat een stuk makkelijker geweest. In de financiële crisis zagen we dat de banken zoveel macht hadden, dat we ze met enorm kostbare maatregelen overeind moesten houden. En nu, in de energiecrisis, zien we dat we vrijwel niks te zeggen hebben over onze energievoorziening. Nog niet zo lang geleden waren de energiebedrijven van onze provincies en gemeenten. Maar onder druk van de politiek zijn ze in de uitverkoop gedaan, goeddeels aan buitenlandse bedrijven. Wij hebben dat altijd dom en kortzichtig genoemd. Terecht, zoals nu blijkt.’

Wat moeten we anders doen?

‘De zeggenschap die we hebben weggegeven, weer terugnemen. De kortste uitweg uit een doodlopende straat is omdraaien. Dat geldt voor de energievoorziening, het openbaar vervoer, de ruimtelijke ordening en de aanpak van milieuvervuiling en klimaatverandering. Dan kunnen we het samen beter gaan doen, en hoeven niet alles te vragen aan grote concerns of aan miljardairs die nu over van alles en nog wat de baas menen te mogen spelen. De regie terugnemen, radicaal kiezen voor echte democratische zeggenschap over zaken die van ons alle­maal horen te zijn. Daar ben ik voor. Dat is ook het pleidooi van Lilian Marijnissen in haar boek ‘De winst van eerlijk delen’. Ik vind dat een hoopvolle oproep, waar we met ons allen vol voor moeten gaan. De tijd is er klaar voor.’

Naast Eerste Kamerlid ben je nu ook president van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Wat is dat precies en blijf je dat ook doen?

In de Raad van Europa zitten vertegenwoordigers van de parlementen van 46 Europese lidstaten, van IJsland tot Turkije en van de Noordpool tot de Middellandse Zee. De organisatie heeft samenwerken tot behoud en bevordering van de vrede in heel Europa tot doel – iets waar wij als vredespartij SP ook pal voor staan. De rol die ik als president vervul is ontzettend eervol en belangrijk. Dit jaar wil ik dat dus zeker blijven doen, als ik eind januari tenminste herkozen word door de leden van de parlementaire assemblee. Ik denk dat de meesten tevreden zijn over mijn eerste jaar en dat ze me ook een tweede - en laatste - termijn zullen gunnen. Ik heb nog een stevige agenda! ’

Dat betekent waarschijnlijk hard werken - maar levert het ook resultaten op?

‘In mijn eerste termijn heb ik er nadrukke­lijk aan bijgedragen dat we Rusland uit de organisatie hebben gezet vanwege de oorlog tegen Oekraïne. Hard maar absoluut nodig. Als je vrede moet beschermen, ga je geen aanvalsoorlog beginnen. Punt uit. Ik zet me ook permanent in voor effectieve hulp aan Oekraïne, waar duizenden mensen gedood en gewond zijn en miljoenen mensen op de vlucht. De wederopbouw van dat vernielde land behoeft hoge prioriteit van de internationale gemeenschap. Ik ben daarom kort na de Russische inval al naar Oekraïne gereisd voor overleg met het parlement hierover en overleg nog steeds over wat nodig is. Nu ligt er een actieplan van de Raad van Europa, het grootste ooit.

Ik heb met succes geijverd voor een topconferentie van alle staatshoofden en regeringsleiders van de 46 overgebleven lidstaten, half mei in Reykjavik. Die bijeenkomst - de vorige was in 2005 - zal erover gaan hoe we de multilaterale samenwerking tussen Europese landen herstellen, versterken en waar nodig opnieuw moeten uitvinden. Ook iets waar we ons als SP voor inzetten omdat alleen zo gevaarlijk unilateraal handelen van machtige staten, zoals nu Rusland, en straks wellicht andere staten, aan banden gelegd worden, en landen op basis van gelijkheid samenwerken, in ieders belang. Op die topconferentie mag ik de parlementaire assemblee vertegenwoordigen en onze voorstellen toelichten. Als president zet ik me ook extra in voor betere naleving van het Verdrag ter preventie van geweld tegen vrouwen, in heel Europa. En ik ijver overal voor vrijlating van politieke gevangenen. Mijn motto is dat politici in parlementen en het publieke debat horen, niet achter tralies. Niet in Turkije, niet in Azerbeidzjan, niet in Groot-Brittannië, nergens in Europa.’

Dat klinkt erg ambitieus!

‘Het Europees Verdrag voor de rechten van de mens van de Raad van Europa is prachtig en geldt in heel Europa, ook bij ons, als bindend recht. Landen móeten zich eraan houden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker nu we een bloedige oorlog in Europa meemaken en heel wat lidstaten eerder voor minder mensenrechten en minder democratie lijken te kiezen. Ik heb dus inderdaad een uitdagende job, dat wel.

De parlementaire assemblee geldt als de poli­tieke motor van de Raad van Europa. Hoe beter die werkt, hoe beter het resultaat om de vrede te helpen beschermen en mensenrechten, rechtsstatelijkheid en democratie in heel Europa te versterken. Daar zet ik me voor in, en dat lijkt te lukken. Ik vind het een eer om dit allemaal als SP’er te mogen doen. Het past prima in ons programma. Ik hoop dat ook onze kiezers en leden blij zijn met mijn acties in Europees verband. Zoals gezegd: socialisten horen ook internatio­nalisten te zijn.’

Doen de provinciale verkiezingen er dan wel toe als je tegelijkertijd bezig bent met grote internationale zaken als oorlog en vrede?

‘Er bestaat een raar idee bij sommigen, ook in Den Haag, dat provinciale verkiezingen niet zo veel voorstellen. Ik zeg dat ze juist van groot belang zijn. De provinciale volksvertegenwoordigers gaan over ruimte­lijke ordening, waar we huizen bouwen, bedrijventerreinen aanleggen, de natuur de ruimte geven, ons water herbergen. Over de inrichting van de landbouw, het beschermen van ons milieu, hoe we ons vervoeren, over de infrastructuur. Zeg maar eens dat die zaken niet voor heel veel mensen belangrijk zijn! En daarbij hoop ik dat politici en media de aandacht ook zullen richten op de landelijke component van de provinciale verkiezingen: de verkiezing van de Eerste Kamer en de gevolgen voor het regeringsbeleid. Die kunnen immers groot zijn.

Als we provinciaal goed scoren, kunnen we ook weer aan de knoppen zitten, zoals tussen 2015 en 2019, toen we in de helft van alle provincies meebestuurden. In mijn eigen provincie, Noord-Brabant, konden we toen een aantal verstandige afspraken maken om de negatieve invloed van de landbouw op de omgeving terug te dringen en om de Brabantse natuur beter te beschermen dan de regering wilde. In de afgelopen jaren zijn die afspraken weer deels losgelaten. Heel dom. De SP weet wat boeren zijn, wat burgers zijn en wat buitenlui zijn, wij komen onder alle mensen, dat is onze aard. Opmerkingen over ‘de provincialen van de SP’ heb ik altijd als geuzennaam gedragen. Niks mis met een goede provinciaal. Den Haag is echt niet het epicentrum van de wereld. Politiek pakt uit in je straat, je gemeente, je regio, je provincie - en soms nog veel verder weg. Politiek bemoeit zich met iedereen - daarom moet iedereen zich bij verkiezingen met de politiek bemoeien!’

4x de SP-Senaatsfractie in actie

Dat de Eerste Kamer er toe doet blijkt wel uit deze vier onderwerpen waar de SP-senatoren vol op hebben ingezet.

Huurstop afgedwongen

In coronatijd stelde Tiny Kox voor om een tijdelijke huurstop in te voeren. De meerderheid van de Eerste Kamer was het met hem eens. Minister Ollongren niet – zij weigerde tot twee maal toe de maatregel uit te voeren. Daarop nam de Eerste Kamer, voor het eerst in 145 jaar, een motie van afkeuring, ingediend door Kox, aan. Een jaar later werden de sociale huren bevroren. Helaas slechts voor één jaar dus er is nog meer te doen.

Parlementaire zeggenschap in coronatijd vastgelegd

De regering stelde bijzondere wetgeving op om in de coronatijd lockdowns te kunnen instellen. In eerste instantie zouden de Eerste en de Tweede Kamer daar niet bij betrokken worden. Een motie van SP-senator Rik Janssen eiste echter dat beide Kamers ‘bepalende zeggenschap’ moesten krijgen. Zijn motie werd aangenomen, en in juli 2021 nam de Eerste Kamer een wetsvoorstel daarover bijna unaniem aan. Alleen de VVD stemde tegen.

Digitale overheid moet veilig zijn

Al in 2010 stelde Arda Gerkens - toen nog Tweede Kamerlid voor de SP - vragen over de onveiligheid van DigID. Nog steeds is de veiligheid onvoldoende gewaarborgd volgens haar. Grote bedrijven spelen een te belangrijke rol - die eigenlijk toekomt aan de overheid. Zij krijgen persoonlijke informatie in handen waar ze niets mee mogen doen. Maar omdat ze zo machtig zijn, zijn ze nauwelijks gevoelig voor boetes. Arda Gerkens wil dat er gebruik wordt gemaakt van open source software, zodat duidelijk is wat er met onze informatie gebeurt.

CETA: de draai van de PvdA

Bastiaan van Apeldoorn heeft zich, met veel maatschappelijke organisaties, fel verzet tegen Nederlandse instemming met CETA, het omstreden handelsverdrag met Canada. De SP is niet tegen handel, maar geeft de voorkeur aan eerlijke handel boven vrijhandel, waar veel beschermende regelgeving wordt afgeschaft. Daarnaast zit er in CETA een afspraak dat handelsconflicten niet voor de rechter komen, maar voor een apart hof van arbitrage, met eigen regels. Het verzet in de Eerste Kamer was succesvol – totdat de PvdA in de Eerste Kamer omging en het verdrag toch werd goedgekeurd.