http://www.sportinstad.nl/artikel/Glenn-pinas-is-een-echt-mensenmens
Glenn Pinas is een echt mensenmens
Overgenomen van 'Sport in Stad', Door: Klaas Stoppels 29 maart 2021
Glenn Pinas is bezig aan zijn 70e
levensjaar, een mooi moment om eens een blik te werpen op het
verleden en heden van deze bijzondere man en coach. Kortgeleden sprak
ik met Glenn met als insteek een reis terug in de tijd waarin veel
plaats zou zijn voor de nodige basketbalanekdotes. Dat werd het
echter niet. Vanaf de eerste seconde nam het gesprek een heel andere
wending, wat uiteindelijk resulteerde in een portret van de mens
achter het fenomeen Pinas. Zo werd er gesproken over de zin van
het leven, over wat de mens toch zo uniek maakt, of de reis die je
aflegt bestemd of toch onbestemd is en of de vraag over de zins des
levens eigenlijk niet veel te groot is. Kortom: een kijkje achter de
verf van het schilderij dat Glenn Pinas heet.
We zijn nog geen 10 seconden in het gesprek onderweg of de bekende
lach van Glenn buldert al luid en duidelijk door het pand heen.
“Moeite met ouder worden? Nee hoor, daar heb ik echt totaal geen
moeite mee. Zolang je jezelf maar in shape houdt en dan vooral op het
mentale vlak. Hoe ik dat doe? Door dingen te doen waar je hart van
open gaat, snap je? Dingen doen die er voor jou toe doen. Natuurlijk
weet je dat het ergens eindig is en ja, toen we jong waren stelden we
taken gemakkelijker uit tot de volgende dag. Er was immers altijd een
morgen. Maar naarmate je ouder wordt kun je de dingen minder goed
uitstellen. Misschien is dat stukje bewustwording wel de grootste
verandering in dit proces van ouder worden.”
Glenn is geboren in Paramaribo en kwam uit een onderwijzersnest.
In Paramaribo genoten Glenn en zijn broer een vrij beschermende
opvoeding. “Voetballen op straat? Met moeite hoor. Mijn moeder was
doodsbang dat mijn broer en mij iets zou overkomen. Dus pas als de
hen niet op de heide zat kon ik buiten ongestoord mijn gang gaan.
Mijn vader overleed al toen ik 11 was en mijn broer ging studeren
toen ik ongeveer 14 jaar was en dus bleef ik alleen met mijn moeder
over. Mijn moeder ging toen weer aan het werk als onderwijzeres voor
jongeren met de nodige problemen. Pas veel later bleek dat dit een
voorbode was geweest voor mijn eigen maatschappelijke carrière.
Doordat ze weer aan het werk was en middag- en avonddiensten draaide
kon ik, zonder dat ze dat wist, lid worden van een
basketbalvereniging.” Met een vette knipoog en bijbehorende lach
vervolgt Glenn: ”mijn oma zat ook in het ‘complot’. Zij deed de
was voor mij. Je kon zeggen dat ik al vrij snel doorhad welke mensen
ik om mij heen moest verzamelen.”
Paramaribo bevatte (en bevat nog steeds) een ontzettende
diversiteit aan mogelijkheden. Van arm tot rijk en alles wat
daartussen paste was vertegenwoordigd in de wijk waar Glenn woonde.
Doordat moeder Pinas weer aan het werk was, kreeg Glenn langzamerhand
wat meer vrijheden en dan vooral in de (basketbal)sport. Vanwege de
beperkte mogelijkheden in Suriname voor wat betreft studie en de
vooruitzichten op een maatschappelijk carrière, ging Glenn op zijn
18e zijn broer achterna. Die studeerde, net als vele van zijn
generatiegenoten, inmiddels in Nederland. “Aangezien Suriname een
integraal onderdeel was van ons Koninkrijk en ik de taal kende, lag
Nederland voor de hand, want pas veel later werd Suriname
onafhankelijk.” Toen Glenn in Nederland aankwam had hij het in zijn
hoofd gehaald om het leger in te gaan. Beroepsofficier, dat leek hem
wel wat. “Het avontuur trok me,” vertelt Pinas als antwoord op de
vraag waarom hij het leger in wilde. ”Het was een keuze, maar niet
een heel erg goede doordachte. Na 3 maanden in de opleiding kreeg ik
dan ook het advies: ga wat anders doen, je bent veel te speels, dus
niet geschikt.” Glenn schiet in de lach. In zijn ogen verschijnt
een glinstering. “ik neem je kort even mee, we kregen onze eerste
oefening in november. Een veldtrip. Koud dus. Je werd met twee man
gedropt, kreeg coördinaten en dan maar lopen. Als je goed kon kaart
lezen was het ongeveer 2 uur lopen. Maar ja, ik had nog nooit een
landkaart van dichtbij gezien en mijn maatje ook niet. Lang verhaal
kort. Als het niet aan de leiding had gelegen liepen we nu
waarschijnlijk nog. Tegen 11 uur in de avond waren we er wel klaar
mee. We rolden onze slaapzakjes uit onder een groot Mariabeeld. Daar
legden wij onze vermoeide lijven te ruste. De volgende ochtend werden
we wakker gemaakt door schoolkinderen. Die keken verbaasd naar die 2
militairen en kregen een evenzo verbaasde blik terug.” Letterlijk
einde oefening voor Glenn derhalve.
De beroepsopleiding was dus ten einde, maar Glenn vervulde wel
zijn dienstplicht en bleef in het zuiden gelegerd. Daar kwam hij, in
Weert om precies te zijn, in aanraking met het Nederlandse basketbal.
Na zijn dienstplicht toog Glenn naar het Noorden des lands, ging bij
zijn broer wonen en was voornemens om te gaan studeren. Inmiddels was
de moeder van Glenn ook overleden en dus waren de broers op elkaar
aangewezen. Maar naast de relatie met zijn broer waren andere
relaties ook belangrijk voor Glenn. “Weet je, als je andere
relaties aangaat versterken die je ook weer in wie je bent, wat je
doet en waar je uiteindelijk naartoe gaat.” Zoals gezegd ging Glenn
naar Groningen om te gaan studeren, maar bij aankomst had hij
eigenlijk nog niet echt een idee wat hij zou gaan studeren. Hij had
veel verschillende interesses, maar koos uiteindelijk voor de
Academie sociale studies. Daar kon hij namelijk verschillende kanten
mee op. De kant die bleef trekken was toch het werk wat zijn moeder
had gedaan. “Noem het een soort voorbeeldfunctie, maar werken met
die ‘moeilijke’ jongens waar mijn moeder meewerkte en die ze
weleens mee naar huis nam, dat intrigeerde me. Die jongens keken dan
hun ogen uit. Wij waren namelijk een gezin wat elkaar met respect
behandelde en waar het rustig was. Dat hadden die jongens nooit
gekend. Dat stukje hulpverlening waarin de humaniteit belangrijk was,
dat pakte me. Uiteindelijk heb ik dat maar liefst 15 jaar gedaan in
het UMCG op de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Een periode waar
ik met heel veel plezier en voldoening op terugkijk.”
Tijdens zijn studie zette Glenn zijn basketbalcarrière voort in
Groningen. Hij zat een blauwe maandag bij BVG waar hij onder andere
teamgenoot werd van ene Bill Pijl. Er studeerden in die tijd veel
Surinaamse jongeren in Groningen. Zij hadden wat
subsidiemogelijkheden om van alles te organiseren. Via een stichting
werd er een heuse basketbalvereniging opgestart die luisterde naar de
exotische naam Pokai wat overigens niets anders betekent dan
papegaai. “We speelden ander basketbal dan dat men in Nederland
gewend was. Geen patroontjes, maar op gevoel. En we gunden elkaar de
bal. Als jij ‘aan’ was, zorgden we ervoor dat je ‘aan’ bleef.
We speelden al vrij snel op hoog regionaal niveau en werden in ons
derde jaar dan ook kampioen waarmee we promotie naar de landelijke
eerste divisie afdwongen. En dat stelde toen nog echt iets voor hé,
dus gewoon ploegen met Amerikanen. Daar zag ik voor mezelf voor het
eerst hoe het zou moeten, hoe het kon en hoe je op een creatieve
manier de beperkingen om kon zetten in mogelijkheden.”
Bij Pokai zette Glenn zijn eerste stappen op het coaching vlak.
Hij volgde Rupport Clements op die assistent-coach werd bij Donar.
Glenn had al vrij snel door dat hij het spelletje wel snapte, maar
dat het overbrengen van deze materie hele andere koek was. Ook zag
Glenn dat het team te groot was voor het servet, maar te klein voor
het tafellaken dat eerste divisie heette. “We wilden ons laten
gelden en dus bedachten we allerlei acties om ook een Amerikaan te
halen. Het lukte ons om de benodigde centen bij elkaar te halen en
kwamen via de agent van Lace Strong uit bij John Wallen. Die kwam
halverwege het seizoen en aangezien we geen huizen en dergelijke
konden bieden, nam ik hem eerst in huis. Dat was best een struggle.
John kon de eerste twee weken maar niet wennen aan het dag- en
nachtritme van Nederland. Hij belde vaak in de nachten naar huis
waardoor mijn telefoonrekening sky high was. Nadat ik hem diverse
malen had uitgelegd dat hij dit niet meer moest doen, bleef hij maar
volharden in het naar huis bellen. Toen ik hem weer midden in de
nacht aan de telefoon hoorde praten, liep ik naar beneden en net
voordat ik de woonkamerdeur wilde openen om het gesprek aan te gaan,
hoorde ik hem zeggen dat hij niet snapte dat in ons huis blank en
zwart met elkaar woonden en leefden. Toen ik dat hoorde ben ik eerst
weer naar boven gegaan en toen hij klaar was heb ik met hem gezeten
en uitgelegd dat je met een donkere huidskleur in dit land het best
een keer lastig kan hebben, maar dat je ook gewoon je kans kon
pakken. Uiteindelijk speelde hij maar één wedstrijd voor ons, hij
kon hier gewoon niet wennen.”
Na zijn coaching periode bij Pokai kwam hij via Haren bij Meppel
terecht. Glenn had altijd al de benodigde drive om te presteren, maar
het coachen op het hoogste niveau overkwam hem eigenlijk min of meer.
De eerste keer dat hij zichzelf betrapte in het nadenken over
coaching op het hoogste niveau was toen hij in de promotiedivisie
coachte. “In Meppel heb ik voor het eerst een flard van een
gedachte gehad: hé, we zijn nog maar één stap van het hoogste
niveau af. Toen we daar uiteindelijk op een plek terechtkwamen, welke
recht gaf op promotie, heb ik tegen het toenmalige bestuur gezegd.
Luister, mijn taak zit erop, nu is het een wedstrijd van jullie, het
bestuur, geworden. Gaan we wel of gaan we niet promoveren.”
Uiteindelijk waagde Red Giants de stap naar de eredivisie en zo rolde
Glenn de eredivisie in. In totaal was Glenn maar liefst negen
seizoenen werkzaam in Meppel. “Toen ik daar begon reed ik drie keer
per week op en neer, maar naarmate we steeds op een hoger niveau
kwamen gingen we ook meer trainen. Uiteindelijk kon ik het stuk wel
dromen, maar het verveelde nooit. Ik kreeg altijd op de een of andere
manier energie van Meppel en alles daaromheen. Weet je waarom? Ik ben
een mensen-mens. Ik vind mensen om mij heen en daarmee plezier te
hebben het mooiste wat er is. Ik heb het nodig om vanuit een soort
van ‘echtheidsgevoel’ een relatie met mensen aan te kunnen gaan.
Mensen bewust pijn doen kost me dan ook heel veel moeite, sterker
nog, mensen bewust pijn doen zal ik nooit kunnen. Ik ben dan ook heel
erg bezig met actie en gevolg. Daar denk ik echt veel over na. Als ik
nu dit zeg of doe, wat heeft dat dan tot gevolg bij hem of haar.”
Dat echtheidsgevoel kwam ook terug in zijn coaching. “Er was
ooit eens een speler die mij één of ander lulverhaal ophing. Hij
vertelde mij dat hij niet op tijd terug kon zijn omdat zijn vlucht
vanuit Amerika was vertraagd door hevige sneeuwval. Één druk
op de internetknop leerde mij dat zijn vlucht gewoon op tijd was
vertrokken. Kijk dan word ik woest. Niet eens zozeer voor mijn eigen
persoon maar potverdorie je laat je ploeg in de steek. Daar kon ik zo
pissig om worden. Als je als speler er op dat moment voor kiest open
en eerlijk te zijn dan gaan we kijken hoe we je kunnen helpen. Dan
gaan we schouder aan schouder staan. Maar in plaats van een positieve
oplossing te zoeken zocht hij een negatieve oplossing en nam daarmee
alles en iedereen mee in zijn negatieve gedachten om uiteindelijk een
voor hem ogenschijnlijk positieve oplossing te vinden. Toen hij weer
in de zaal stond heb ik hem een vreselijke uitbrander gegeven en de
eerstvolgende wedstrijd 40 minuten op de kant gezet. Pas jaren later
trok ik de conclusie dat die boosheid, die overigens geheel terecht
was, niet de uiteindelijke oplossing had gebracht en dat vond en vind
ik nog steeds spijtig. Soms duurt het even bij spelers dat ze gaan
snappen welke reis je met hen wil gaan maken. Maar nu nog, 20-30 jaar
na dato zoeken spelers contact en zeggen dan, jeetje coach, ik
begrijp nu pas waar je met ons naar toe wilde. In mijn beleving zijn
er geen goede of slechte coaches. De benaderingen en werkwijze zullen
best verschillen van elkaar maar uiteindelijk ben je als coach altijd
op zoek naar de verbinding in je team. Wie gaat de reis met je maken,
wat kunnen we op die reis tegenkomen maar nog belangrijker wat kunnen
we er mee doen”.
In zijn loopbaan was Glenn werkzaam bij diverse clubs op diverse
niveaus. Bij ieder team was de basis hetzelfde. Glenn zocht vaak een
middenweg als het om hiërarchie ging. “Eerst draagvlak creëren en
dan waar het kon in de groep staan en daar waar het moest duidelijk
erboven. In de topsport vond ik het niet belangrijk om aardig
gevonden te worden. In het normale leven heb ik het ‘aardig
gevonden gehalte’ vrij hoog in het vaandel staan. En vergis je niet
de verschillen in Meppel en Groningen, de beide eredivisieploegen die
ik gecoacht heb, waren immens. Meppel was een vrienden team, daar
bleef een deel van de kern van de ploeg waarmee we begonnen waren
altijd bij de club. Jongens als Gunnink en Haze bijvoorbeeld. Zij
zorgden voor een bijna naturel overdracht naar de zogenaamde imports
toe. Zo zijn onze manieren, zo gaan we hier met elkaar om. Diezelfde
opvatting hoorde je ook vanuit de omgeving. Later dacht ik er wel
eens over na en vroeg mijzelf dan hardop af wat nu eigenlijk
belangrijker was voor een team. Maakt het uit in hoeveel seconden je
een suïcide kan lopen of hoeveel slides je in een minuut kan maken?
Nee, plezier, vertrouwen in elkaar, duidelijk vertellen wat je doelen
zijn dat is wat belangrijk is. Doe de dingen die nodig zijn, train ze
maar schep er plezier in. Vertel je spelers dat ze samen moeten
werken om dingen voor elkaar te krijgen. Dan krijg je vanzelf
succes”.
Meppel was dus meer een ‘vriendenteam’. Er bestond daar dan
ook totaal geen enkele druk. Ieder resultaat werd gekoesterd.
Zodoende kon Glenn in alle luwte bouwen aan iets moois. In het tweede
jaar dat Glenn daar coachte haalde men de play-off door in de
reguliere competitie als vierde te eindigen. “Dat was me toch een
feest! De brandweer moest er aan te pas komen want er zaten veel te
veel toeschouwers in het Vledder. We hadden die hut wel 10 keer
kunnen uitverkopen”. Maar het behalen van resultaten had in Meppel
ook een keerzijde. “Meppel verloor zijn identiteit die ze pas jaren
later weer hebben teruggevonden. Nu zijn het weer de Red Giants zoals
ik ze van vroeger ken. “Bij Donar was het een heel ander verhaal.
Zodra men op het hoogste niveau was teruggekeerd, met uitzondering
van het eerste seizoen, moesten we kampioen worden. Geloof me, dat
was in die tijd echt niet mogelijk. Pas jaren later, toen de
organisatie mee ging groeien met de ambities van de club en doorkreeg
wat er bijvoorbeeld aan budget nodig was werd een kampioenschap
reëel. Wat ik wel in mijn periode als coach heb geleerd is dat
relaties, waarvan je denkt dat je erop kunt bogen, toch breekbaar en
dus eindig blijken te zijn”.
Gedurende zijn jaren in Meppel was Glenn naast het coachen nog
steeds werkzaam in het UMCG. In het derde jaar dat Meppel uitkwam in
de eredivisie trok Glenn de stoute schoenen aan en ging weer
studeren. “In dat laatste jaar Meppel kon ik bij het UMCG met
‘reorganisatie’ ontslag gaan. Ik kon er veilig uitspringen en ben
toen rechten gaan studeren. Bij Donar was ik vanaf het begin full
time coach en kwam mijn maatschappelijke carrière op een wat lager
pitje te staan. Overigens zie ik wel overeenkomsten in het ‘zakelijk’
leven en het leven als (sport)coach. Zodra je met mensen omgaat kom
je dat, in welke constellatie dan ook, weer tegen. Ik denk overigens,
en dat is misschien wel een hele gewaagde uitspraak, dat ik nu een
veel betere coach zou zijn dan al die voorgaande jaren. Ik denk dat
ik nu pas doorheb hoe je het op een goede manier zou kunnen doen. Ik
denk dat ik het beste uit mensen kan halen door ze een kans te bieden
om mee te doen. Ik kan het niet voor ze doen maar ik kan ze
uitnodigen om mee te doen. Ik kan ze de handvatten geven die zij
nodig hebben om tot een prestatie te komen. Daar zit wel een grote
overeenkomst tussen zakelijk en sport. Het aangaan van een relatie
dat eigenlijk het voertuig is waarmee je samen die prestatie kunt
bereiken. Niet omdat ik het wil of omdat ik het zeg. My way of de
high way, je kent die uitspraken wel. En laat er geen misverstand
over bestaan, ook ik heb deze gebezigd en dus veroordeel ik ze niet.
Maar ik ken ze en ik weet waar ze toe leiden. Ze werken in mijn
optiek contraproductief. Het andere, het aangaan van die relatie dus,
kost veel meer tijd, kost ook veel meer energie maar als het van jou
is dan is het rendement vele malen hoger”. Wat drijft deze
mensen, waarom doen ze wat ze doen, en hoe doen ze dat dan. Je kan
dan de spiegel zijn die je ze kunt voorhouden en waarin ze zichzelf
kunnen bekijken maar je kunt ook kijken naar hun behoefte. Okay, ik
zie wat je wil maar vind je dat reëel? Daarmee plaats je de dingen
in perspectief voor de ander en kom je uiteindelijk gezamenlijk tot
die prestatie.
Glenn Pinas, een bevlogen coach, een inspiratiebron voor velen
maar bovenal een mensen-mens. Iemand die het aardig gevonden wil
worden hoog in het vaandel heeft staan. Van Suriname naar Nederland,
van het leger tot psychiatrie, van student rechten tot sportcoach.
Glenn heeft het allemaal gedaan. Nooit of te nimmer heeft hij zich
door welke tegenslag dan ook uit het veld laten slaan. Altijd heeft
hij naar eer en geweten gehandeld. Soms met een traan maar vaak met
een lach. “Weet je, wie iets echt wil laten slagen vindt altijd wel
een weg, wie iets niet wil doen vindt altijd wel een excuus”.
Wijze woorden die passen bij een man van zijn leeftijd. Een man
die bijna 70 jaar geleden is begonnen aan zijn reis en die, mede door
het mentaal in shape blijven, nog niets aan scherpte lijkt te hebben
ingeboet. Zijn reis duurt dan ook hopelijk nog wel even voort.
*
Groningen heeft een lange Basketball-traditie, en is wat publiek betreft absoluut Basketball-stad Nr.1. dus zijn er vele mooie verhalen te vertellen en 'Sport in Stad' is een van de bronnen voor juist de lange mooie Verhalen waar andere platforms en kanalen zich minder op toeleggen: zoek dus --- Hier --- verder.