Posts tonen met het label 2006. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2006. Alle posts tonen

woensdag 22 november 2023

SHARTIE AART DEKKER / VOOR EENIEDER DIE VANWEGE MIGRATIE RECHTS DENKT TE MOETEN STEMMEN...Doe het niet! Want wat Rechts Belooft KAN NIET, hun Mensbeeld vd Afrikaan KLOPT NIET / NRC(KUDO 2006) - ´Niet bang voor de zee´

 

*

SHARTIE AART DEKKER

VOOR EENIEDER DIE VANWEGE MIGRATIE RECHTS DENKT TE MOETEN STEMMEN

Doe het niet! Want wat Rechts Belooft KAN NIET...

...hun Mensbeeld vd Arikaan KLOPT NIET

N.a.v. NRC(KUDO 2 december 2006) - ´Niet bang voor de zee´ 

Ondanks de vele crisissen waar Nederland zich in bevindt, heeft ´Rechts´  - oh, wat is die Rutte doortrapt slim / wat peilt de VVD goed hoe ze ´de kiezer kunnen manipuleren binnen hun frame - is het toch allemaal weer uitgelopen op een Referendum over Migratie.

Dit dus ondanks dat de VVD / PVV #PVVD #wegermee! al (meer dan) 13 jaar deze kaart speelt tijdens campagnes, en ondanks dat de VVD al die tijd al dat domein in de portefeuille heeft, ´de Rechtse-, de Protest- en de Populistische-stemmer trapt er weer in...want: het frame was dat de VVD ´D66-beleid zou uitvoeren...
 
Nou de waarheid is natuurlijk dat ook D66 in het pak genaaid is door Rutte; kijk maar naar de peilingen. Van het D66-programma is nauwelijks iets uitgevoerd.

En die Migratie dan? Tsja, die Migratie was er altijd al, en zal er altijd blijven; zelfs Trump´s Super-muur heeft er niet eentje afgestopt aan de Zuide-grens van de USA, en alle hekken rond Europa ook niet.

Deals dan?

Nou kijk naar ´de Deal van Rutte met Tunesië...de MIGRATIE NAM TOE!
 
Dus bezint eer ge begint, of wel...
 
...denk na alvorens Rechts te stemmen...

Gelooft u me niet?

Lees het onderstaande artikel uit 2006.

Ikzelf heb die wijsheid van een aantal mensen die tot over hun oren ´in Afrika´ zaten/zitten, o.a. mijn omgekomen vriend Rob Meurs, die leefde als een halve Afrikaan en er zijn tweede thuis had...daarnaast heb ik ook al vele jaren zelf veel contacten met Afrikaanse vluchtelingen gehad...ook die hebben mij veel geleerd; i.i.g dat Rechts geen idee heeft hoe deze mensen denken...en dus NOOIT EFFECTIEF BELEID ZULLEN KUNNEN MAKEN!!
 

(AD)

*


Politiek

Niet bang voor de zee

De riskante reis over zee naar Europa schrikt Afrikaanse bootmigranten niet af. ‘Vooruit, we wagen het, je gaat maar één keer dood.’

Hij werkte jaren in de haven van Dakar voordat hij ontslagen werd na een arbeidsconflict. Mansour en zijn team vroegen om salarisverhoging. De baas weigerde niet alleen, maar stuurde iedereen ook onmiddellijk de laan uit. Zo kwam het dat Mansour (42), vader van twee meisjes, nu vier jaar werkloos, zijn oren spitste toen een vriend hem een interessant voorstel deed. Een vissersboot zou binnenkort met een man of tachtig naar de Canarische eilanden vertrekken. De kapitein had een navigator nodig, en Mansour, die een GPS-ontvanger kan bedienen, leek de perfecte kandidaat. Hij mocht gratis mee als hij de boot naar Spaans grondgebied zou koersen.

Een enkeltje Europa, en nog voor niks ook – dit was de kans waar Mansour zo lang op had gewacht. Hij ging naar een internetcafé, printte een zeekaart uit en vroeg een geestenbezweerder een beschermende amulet te maken. De houten boot verliet de kust van Senegal op zondagavond 23 april. De vrouw van Mansour dacht dat hij in het noorden een paar dagen ging vissen. Zijn ouders, bij wie hij in huis woont, wisten van niets.

Zes dagen later was Mansour terug. Een van de twee motoren had het onderweg begeven, en het leek de bemanning niet verstandig om de 1.500 kilometer lange tocht met één motor door te zetten.

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, weet Mansour, die met zijn vrouw en dochtertjes in een tweepersoonsbed slaapt dat bijna hun hele eenkamerwoning in beslag neemt. Aan het voeteneind van het bed staat een metershoge wandkast waaruit hij de zeekaart pakt. Behoedzaam vouwt hij het A4’tje uit om met een vinger de dunne zwarte lijn over de blauwe oceaan naar de gedroomde eilanden te volgen. „Ik ben niet bang voor de zee”, zegt Mansour rustig, peinzend, gebiologeerd door de kaart. „En ik ben ook niet bang voor de dood.”

Niemand kan met zekerheid zeggen hoe en wanneer het precies begon. Maar begin dit jaar doken ze ineens op: de felgekleurde, stampvolle vissersboten die met tachtig, negentig, honderd Afrikanen aan boord aanmeerden op de Canarische eilanden, het dichtstbijzijnde stukje Europees grondgebied voor de West-Afrikaanse kust. Eerst waren het alleen Senegalese vissers, daarna volgden de stadsjongens en de boeren, toen ontdekten de Malinezen, Guineërs, Ivorianen en Liberianen het traject, en tegenwoordig komen de migranten zelfs uit Pakistan en India gevlogen om de boot naar Europa te nemen. In mei hadden ruim negenduizend bootmigranten de Canarische eilanden bereikt; inmiddels wordt hun aantal geschat op ruim 25.000. Het voorlopige record van de bootgolf werd in september genoteerd. In één weekeinde stapten 1.400 Afrikanen aan wal. De meeste bootmigranten zijn, nog steeds, Senegalees.

Migratiestromen zijn als water. Ze zoeken altijd het laagste punt, de weg van de minste weerstand. De populariteit van de riskante zeereis werd onder meer veroorzaakt door het aanscherpen van de grensbewaking in Marokko. Dat land ging harder optreden tegen Afrikaanse migranten na de bestormingen van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla eind vorig jaar. Het succes van de smokkelroutes door de Sahara was niet langer gegarandeerd en de aandacht van de aspirant-migranten verschoof naar de oceaan. Toen ook het buurland Mauretanië onder druk van de Europese Unie intensievere kustpatrouilles ging uitvoeren, kwam het zuidelijk gelegen Senegal in beeld. Met een kustlijn van vijfhonderd kilometer en een eeuwenoude traditie in de visserij bleek Senegal ineens de beste springplank naar het beloofde land.

Hoe wanhopig ben je als je op volle zee een tocht van 1.500 kilometer onderneemt in een open houten boot? Volgens een ruwe schatting van het Rode Kruis zijn het afgelopen jaar drieduizend bootmigranten omgekomen. Honderden jongens verdronken omdat hun boot halverwege schipbreuk leed, anderen stierven door uitputting of uitdroging.

Maar wanhopig? Dat is wat Europeanen denken.

Jonge Senegalezen kijken heel anders aan tegen emigratie. Ze weten dat het vrijwel onmogelijk is geworden een Schengen-visum te krijgen. Konden hun ouders begin jaren zeventig nog gewoon met het vliegtuig naar Frankrijk of Italië, voor hen is dat privilege niet meer weggelegd. Ze kiezen de zee omdat ze vertrouwd zijn met vissersboten. En het is makkelijk om de ogen te sluiten voor de risico’s die ze lopen. Daar wordt simpelweg niet over gepraat. Ze horen alleen de succesverhalen. Ze zien de huizen die de emigranten voor hun ouders laten bouwen. Ze zien de auto’s waarin de emigranten rondrijden als ze in Senegal op vakantie zijn. Ze zien hoe de voormalige nietsnut uit het dorp met geld komt smijten als hij eens in de zoveel jaar zijn vader en moeder bezoekt.

Emigratie is al een fenomeen sinds de koloniale tijd. Van de twaalf miljoen Senegalezen wonen minstens een half miljoen in het buitenland. „De weinige families waarmee het goed gaat, zijn de families die migranten in hun gelederen hebben”, zegt geograaf Papa Demba Fall, die voor het onderzoeksinstituut IFAN migratieroutes in kaart brengt. „De meest gerespecteerde universiteitsdocenten zijn degenen die in Europa hebben gestudeerd. De belangrijkste religieuze leiders zijn degenen die in Europa zijn geweest. Zelfs de voetballers van het nationale elftal spelen allemaal voor Europese clubs. Dat heeft een enorme invloed op onze mentaliteit. Het beeld dat jongeren van Europa hebben, wordt niet alleen bepaald door wat ze op televisie zien, maar ook door de mensen die er zijn geweest. Zo krijgen ze iedere dag de voordelen van emigratie voorgespiegeld.”

Met een vissersboot richting Canarische eilanden vertrekken heet in de volksmond ‘Mbëek’, een woord dat het beeld oproept van een ram die in de aanval gaat. „Mbëek staat voor beuken in de hoop dat het net breekt,” zegt Demba Fall. „Vroeger kon je er omheen, nu kan dat niet meer. Alle middelen zijn dus geoorloofd om het fort open te breken dat rond Europa is opgetrokken.”

Mansour gaf niet op. Kort na de eerste, mislukte poging verkocht hij zijn kostbaarste bezit: het stukje land waarop hij ooit een eigen huis hoopte te bouwen. Het bracht 7.000 euro op, genoeg om voor zichzelf, twee broers en zes halfbroers een kaartje voor de boot te kopen. Wat hij overhield, gaf hij aan zijn vrouw. Deze keer vertelde hij haar wel dat hij van plan was naar de Canarische eilanden te varen. „Ze vroeg: ‘Weet je het zeker?’ Ik zei: ‘Niets is zeker. Als het lukt, is het met de hulp van God’.”

De vrome moslim Mansour is niet ongelukkig in zijn krappe, met foto’s en kunstbloemen versierde eenkamerwoning. „Maar het idee dat ik niets voor mijn dochters kan achterlaten, laat me niet los. Het is heel erg moeilijk om hier een baan te vinden. In Europa kan ik tenminste geld verdienen. Je wilt toch vooruit in het leven. Zo zit de mens nou eenmaal in elkaar.”

De boot zou eind mei vertrekken vanuit een van de kleine vissershavens aan de rand van de stad. Het eten was bij de prijs inbegrepen. Mansour wist dat alles aan boord zou zijn: vaten diesel, zakken rijst, water, gasstellen om op te koken. Ze gingen in het holst van de nacht aan boord, 87 man in totaal. Mansour was een van de oudsten. Het ging vijf dagen goed. Op de zesde dag begon de boot water te maken. Een barst in de boeg. De jonge garde wilde koste was het kost doorvaren. Mansour: „Ze zeiden: ‘Vooruit, we wagen het erop, je gaat maar één keer dood’.” Maar Mansour was het met de kapitein eens dat ze rechtsomkeert moesten maken. Hozend als bezetenen en totaal uitgeput strandden ze uiteindelijk in Mauretanië. Mansour belde zijn vrouw op dat hij nog leefde en nam samen met zijn broers de bus naar Dakar.

Emigratie is een netelige kwestie voor de regering van Senegal, die tot voor kort dan ook angstvallig zweeg over de bootmigranten. Meer dan de helft van de huishoudens leeft onder de armoedegrens. Jongeren die van goedbetaald werk in Europa dromen, zijn vaak van het droge, onvruchtbare platteland naar de hoofdstad getrokken om werk te zoeken in de visserij. Maar de visserij levert steeds minder op en banen ontbreken, ook voor degenen die een diploma hebben. Veertig procent van de stadsjongeren is werkloos. President Abdoulaye Wade heeft zijn beloftes – meer werkgelegenheid, meer koopkracht – niet ingelost. Volgend jaar worden weer presidentsverkiezingen gehouden. Wade mikt op een tweede ambtstermijn. Tot die tijd zal hij zo min mogelijk doen om het probleem aan te pakken, meent de directeur van een buitenlandse hulporganisatie. „Migratie ligt veel te gevoelig. Op het strand pik je de boten die voor migranten gebouwd worden er zo uit. Het zou heel makkelijk zijn om de politie erop af te sturen, maar het is duidelijk geen prioriteit.”

Tekenend voor de huiver van de regering was het fiasco van de eerste repatriëringsvluchten. In mei begon Spanje met het uitzetten van Senegalese migranten die in een opvangcentrum op de Canarische eilanden zaten. Het eerste vliegtuig had 99 geboeide illegalen aan boord. In Dakar werden ze onthaald als martelaars. De Spaanse autoriteiten, zo zeiden ze, hadden hun verteld dat ze naar het Spaanse vasteland zouden worden gevlogen. De Senegalezen waren woedend, de pers sprak van verraad, en de volgende dag zegde de regering de repatriëringsovereenkomst met Spanje op. De kritiek trof niet alleen Spanje, maar ook president Wade, die onder vuur kwam omdat hij een deal met Madrid zou hebben gesloten. Na maanden van moeizaam overleg tussen Senegal, Spanje en de Europese Unie werden de vluchten hervat. Senegal heeft Spanje beloofd 3.000 mensen terug te nemen.

„Op basis van die overeenkomst heeft Wade een boodschappenlijst opgesteld voor Spaanse hulp”, zegt Laurent de Boeck, die verbonden is aan het regionale kantoor van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). „Migratie is inzet geworden van politieke onderhandelingen. Afrikaanse landen zijn er helemaal niet op tegen dat al die werkeloze jongens het land verlaten. Integendeel, als ze eenmaal in Europa zitten, sturen ze miljoenen euro’s naar huis. Emigratie brengt meer geld in het laatje dan ontwikkelingshulp.” In 2002 maakten Senegalezen in het buitenland ongeveer 270 miljoen dollar over, of een kwart van het staatsbudget. Een deel van dat bedrag komt terecht bij de machtige religieuze leiders – marabouts – die op hun beurt goed verdienen aan bootmigranten. Jongens die erin zijn geslaagd naar het buitenland te komen, sturen de rest van hun leven geld naar de marabout die de spirituele wereld gunstig stemde voordat de boot vertrok.

Sinds september speurt nu ook het Europese agentschap voor de buitengrenzen Frontex de Senegalese kust af op bootmigranten. Spanje en Italië hebben patrouilleboten, een vliegtuigje en een helikopter beschikbaar gesteld. Frontex was al actief voor de kust van Mauretanië. Volgens een woordvoerder van het Senegalese leger werden binnen een week 1.400 gelukszoekers van zee gevist. Madrid zegt dat het geen bootmigranten meer kan opnemen. Maar zolang de lidstaten van de Europese Unie het niet eens worden over een gemeenschappelijk immigratiebeleid, blijven de Afrikanen komen, zeggen hulporganisaties.

„Met repressie schiet je weinig op”, zegt De Boeck van het IOM, dat voor een regionale benadering pleit. „Veel Senegalezen zien geen alternatief en migratiestromen zijn per definitie elastisch.” Nu al hebben de patrouilles in Senegal de migranten verder naar het zuiden gedwongen. De nieuwste vertrekpunten zijn Gambia en Guinee-Bissau.

De Senegalese repatrianten van de Canarische eilanden worden tegenwoordig weggemoffeld in Saint Louis, een afgelegen stad in het noorden van Senegal. Pas onlangs sprak president Wade zich uit over het probleem. Met het oog op de verkiezingen heeft hij een ambitieus plan gelanceerd om de zieltogende landbouw nieuw leven in te blazen. De jeugd moet met schoffel en zeis terug naar het platteland. Spanje helpt met de financiering van het miljoenenproject. De bootmigranten „keren hun vaderland de rug toe op het moment dat Afrika hun mankracht het hardst nodig heeft,” zei Wade. Geklets van een hypocriet, schreef een Senegalese jongen verontwaardigd op internet. ‘Abdoulaye Wade heeft jaren in Frankrijk gewoond en kwam terug met een blanke vrouw. Zijn kinderen hebben in Engeland en Zwitserland gestudeerd. En dan durft hij nu te beweren dat het daar niet oké is?!’

Toch gaan ook stemmen op om de exodus te keren. Thiaroye-sur-mer is een haveloos vissersdorp dat via een naar uitlaatgassen stinkende doorgangsweg is vastgegroeid aan Dakar. Hier heeft een groep vrouwen de strijd met emigratie aangebonden. De bekendheid van het vrouwencollectief is vooral te danken aan de daadkracht van voorzitster Yayi Bayam Diouf. Haar enige zoon verdronk eerder dit jaar vlak voor de Spaanse kust. Met een scherp gevoel voor timing viel ze de Franse socialistische presidentskandidate Ségolène Royal snikkend om de hals toen die een bezoek bracht aan de binnenplaats waar de vrouwen couscous en vruchtensap maken. Met de opbrengst van de verkoop proberen de moeders hun gezin draaiende te houden. Ze leggen ook geld opzij voor een pelgrimstocht naar Mekka, waar ze willen bidden voor hun overleden zoons.

„Bijna alle jongens in ons dorp hebben hun visnetten verkocht om te emigreren. Degenen die het niet halen, zijn er erger aan toe dan voorheen. Ze zijn alles kwijt. Nu moeten wij voor hen zorgen. Wij zijn de kostwinners geworden”, zegt vice-voorzitter Abi Samb, die zich puffend koelte toewuift met een plastic waaier. Ze wijst op een lusteloze vrouw die zwijgend op de drempel van het bloedhete kantoor hurkt. „Zij heeft al acht maanden niets van haar zoon gehoord. We gaan ervan uit dat hij is omgekomen.”

De moeders in Thiaroye-sur-mer moedigen hun zoons niet langer aan te vertrekken, zegt Samb. Vroeger deden ze dat wel – allemaal. „Onze echtgenoten zijn polygaam. Sommige mannen hebben vier vrouwen, dus de onderlinge rivaliteit is groot. De succesvolste vrouw is degene die als eerste haar zoons naar Europa stuurt.”

De vrouwen leven op als voorzitter Diouf in een wolk van witte sluiers arriveert. Diouf heeft zojuist gehoord dat een jongen uit het dorp in een opvangkamp op de Canarische eilanden zit. Zijn moeder kreeg vanochtend een telefoontje. Iedereen is opgelucht. Diouf organiseert een openbare bijeenkomst met een imam die het dorp komt toespreken over emigratie. Hij zal de dorpelingen ervan doordringen dat bootmigratie gelijk staat aan zelfmoord, en zelfmoord is een van de ergste zonden in de Koran, vertelt ze.

Haar rechterhand Abi Samb loopt ten afscheid mee naar buiten, naar een zanderig pleintje waar modderige schapen aan een berg vuilnis knabbelen. Samb is een van de gelukkigen. Haar zoon werkt in Italië en stuurt iedere maand geld. Maar hij heeft nog steeds geen huis voor haar gebouwd, zegt ze met een jaloerse blik op het gebouw dat pal naast de coöperatie staat. Het is een splinternieuwe hoekwoning met houten luiken en glanzende witte tegels tot aan het dak. Nergens in Thiaroye-sur-mer staat zo’n mooi huis. „Dat is het huis van een migrant”, verzucht Samb.

Mansour is, zo zegt hij zelf, „stand-by”. Zodra er weer een boot naar de Canarische eilanden vaart, gaat hij mee, al weet hij nog niet waar hij het geld vandaan moet halen. Het is moeilijker geworden, weet Mansour. „De regering moest iets doen omdat de druk van Europa te groot werd.” De eigenaars van de vissersboten, die ruim 13.000 euro per overtocht opstrijken, wachten af. De ronselaars en de gelukszoekers ook. Over een maand of twee zal de storm wel weer zijn gaan liggen, denkt Mansour. Dan grijpt hij zijn kans. „Ik geloof in God.”

woensdag 9 februari 2022

G.O.A.T! / EVEN TERUGKIJKEN NAAR 2018 / COLUMN AART DEKKER: Woest over Wüst(e.v.a.) – Is Nederland wel Topsport(-ers) Waard? / SCHAATSEN OLYMPISCHE SPELEN /

Afbeelding overgenomen via @ireenw (fb) en 

de Paulien van Deutekom Foundation

Woest over Wüst(e.v.a.) – Is Nederland wel Topsport(-ers) Waard?

Aart Dekker bekeek de Olympische Winterspelen van 2018, het Succes van de Team.NL, die van de Schaatsers en Schaatsters, en die van Ireen Wüst in het bijzonder. En verbaasde zich hogelijk over wat er in de twee weken daarna allemaal met haar gebeurde. Bijna alle Schaatsers een maand na de OS werkeloos, en Neerlands Beste Olympiër voorop. Verdient Nederland ‘Vernederland’ eigenlijk wel Topsport als we zo met onze Helden omgaan?

Een land heeft naar mijn mening pas een ‘Echte, Serieuze Sportcultuur’ als het aan een aantal criteria voldoet. Bijvoorbeeld de manier waarmee het met Topsporters, ex-Topsporters, en (ook wel) met Getalenteerde Jeugd omgaat.

Schaatsen -en dan vooral op de Traditionele Lange Baan- is in Nederland meer dan ‘zo maar een sport’; het is een sport die heel veel Nederlanders in het bloed zit. Dat zie je vooral in ‘Echte Nederlandse Schaatswinters’, met liefst natuurlijk ook nog ‘een Tocht der Tochten’; een Elfstedentocht dus. Dat laatste Mega-Event -een Rondtocht langs de Elf Friese Steden, waarvan er tot nu toe slechts vijftien(15!) officiële edities zijn georganiseerd, is dan vooral de ‘Slagroom op de Taart’, en vindt veelal pas plaats nadat er al weken lang, soms zelfs maanden lang, overal in Nederland geschaatst is, meestal door (vele) miljoenen mensen. Op schilderijen van honderden jaren oud kunnen we zien dat dit al eeuwen lang het geval is, en dat jong en oud, en arm en rijk de ijspret deelden; iedereen op dezelfde platen ijs op sloten, grachten, kanalen, plassen, meren en -soms zelfs- rivieren en Zuiderzee/IJsselmeer. Naast de buitensport in de vrieskou zelf, was en is er ook het randgebeuren van ‘Koek en Zopie’, IJsdansen, Arrensleden , IJszeilen, Priksleetjes en het (leren) schaatsen ‘aan den stok’, of achter een stoel. Al met al dus: typisch Nederlandse Sport Cultuur. Dat heeft trouwens niet ‘altijd al’ geleid tot grote dominantie van Nederlandse Topschaatsers op Olympische Spelen en WK’s en EK’s, en de daarbij behorende Oranje-gekte; die stamt van de jaren-60 en -70, en was toen nog lang niet zo totaal als bijvoorbeeld vier jaar geleden in Sotsji het geval was. De Internationale Top van het Schaatsen op de Lange Baan kwam namelijk eerst vooral uit de Noordse Landen en bijvoorbeeld ook uit Rusland. Logisch; omdat daar wel de benodigde ijszekerheid was die in Nederland al heel lang niet meer bestaat, en trouwens ook in vroeger tijden slechts bij perioden het geval was. De ISU(de Internationale Speed Skating Union) bestaat trouwens uit meer dan ‘de Lange Baan’, naast Shorttrack valt bijvoorbeeld het Kunstrijden valt er ook onder, en ook die sport -met afstand het grootste onderdeel van de ISU, en het belangrijkste Schaatsonderdeel Wereldwijd- is sinds Sjoukje&Joan een ondergeschoven kindje geworden bij NOC*NSF. Ook in het IJshockey is Nederland een zeer kleine sport, dus valt er ook op de schaats voor de Nederlandse Sport nog een wereld te winnen, maar daarover een andere keer misschien meer.

Nee, deze inleiding is context voor ‘de Case Ireen Wüst’; Nederlands Grootste Sporter Ooit op de de Sponsor Justlease -die ruim anderhalf jaarsponsorde, en dus relatief goedkoop met de veren van het door de schaatster beloofde en geleverde Goud- kon pronken, omdat Wüst dus zelf het fundament financierde- liet weten dat de coach het verhaal niet goed begrepen had, en dat hij er nu maar helemaal mee stopte…met als reden: ‘men wilde wel door met sponsoren, maar dan moest Kopvrouw Wüst wel vier jaar doorgaan…en omdat ze zich daar nog niet op had willen vastleggen kwam er dus een eind aan de zakelijke relatie.

Olympische Spelen. Deze fantastische Sportvrouw is een voorbeeld als het gaat om toewijding, doorzettingsvermogen en vechtlust. Vier keer Goud op vier opeenvolgende Olypische Spelen is gewoon uniek! Toch voorkwam dat palmares niet dat ze op de eerste dag van het WK, bedoeld als een Grote Feest kort na de Olympische Spelen op de Coolste Baan van Nederland -een tijdelijke 400-meter kunstijsbaan in het Olympische Stadion in Amsterdam, waar het Wereld Kampioenschap All-round werd georganiseerd voor een groot en wild enthousiast publiek-, een onheilstijding kreeg. Het evenement was extra feestelijk omdat men de ‘Gouden Tijden van Weleer’ wilden laten herleven in aanwezigheid van alle nog levende Kampioenen van Vroeger. Een gezelschap waar Wüst’ natuurlijk zodra ze stopt ook toe zal behoren. In plaats daarvan zette haar coach bij voorbaat een ‘doem(-per)’ op haar WK. Hij vertelde haar dat er voor haar in de -nota bene door haar zelf opgerichte, en in beginsel ook door haar mede met eigen geld gefinancierde- ploeg vanaf volgend seizoen geen plaats meer was. Zou dat er wellicht de oorzaak van zijn dat haar startafstand , de 500 meter, volkomen mislukte, en dat ze daardoor het Kampioenschap mis liep(ze werd tweede)? Deze affaire liep in de week na het WK nog verder uit de hand;

Ireen Wüst een beetje te goed voor deze wereld dus? Had ze niet gewoon moeten beloven die vier jaar aan te blijven? Dan had ze later altijd nog af kunnen zwaaien ‘als het echt niet langer meer ging’; kan tenslotte gebeuren met een absolute Topsporterdie over vier jaar 37 jaren zal tellen.

Al met al een diep droevig stemmende behandeling van een Icoon, door een bedrijf dat zich er -na het plukken van het laaghangend fruit- veel te gemakkelijk vanaf maakte. Maar het probleem ligt breder dan alleen deze sponsor; er staan geen andere sponsoren in de rij voor Wüst, noch voor de vele andere Topschaatsers- en schaatsters die Nederland rijk is -een deel van de Jumbo-ploeg van Sven Kramer uitgezonderd- dat is dus een Sponsor die het duidelijk wel begrijpt!

Wat een Volwassen Reactie (bij de NOS)...

 ‘Sponsor Justlease stopt met Wüst: “ik ben te oud” (Video))

...van Echte Topper Ireen Wüst!


Want als Nederland een ‘Echte Sportcultuur’ rijk zou zijn, dan zou het naar mijn idee anders gaan; dan zou de Sponsorwaarde van een Ireen Wüst zich zelf uitstrekken tot ver na haar dagen als actieve sporter. Maar nee; hier geldt meer ‘Nederland, Vernederland’, want zo kan je de de bejegening van de Topper natuurlijk ook typeren. De zelfbeheersing die ze toonde toen het nieuws naar buiten kwam was trouwens bewonderenswaardig; nog een reden die toch tenminste een(1) nieuwe geldschieter zou moeten overtuigen wel met haar in zee te gaan…dan waarschijnlijk wel onder leiding van een andere coach…maar dat lijkt me logisch…

Een sport die ook diep in de Nederlandse Cultuur zit verankerd -totdat de prestaties zwaar tegenvallen; dan wordt het tijdelijk iets minder- is het Mannenvoetbal. Dusdanig, dat die sport meestal apart wordt gecategoriseerd; niet onder de titel ‘Sport’, maar ernaast. In Nederland is (Mannen-) Voetbal ‘Koning, Keizer, Admiraal’ als het goed gaat, en een Mickey Mouse-versie van ‘Soccer is King’ als het niet allemaal niet voor de wind zeilt.

Ook in het Voetbal speelt/speelde even een kwestie die met ‘Respecteren van Toppers’ te maken heeft. Record-International Wesley Sneijder zag het -nadat wel voor zich nadat de nieuwe Bondscoach Ronald Koeman hem liet weten verder geen gebruik meer van zijn diensten als Oranje-klant te willen maken-; onder Koeman -dezelfde coach die hem ooit liet debuteren op het hoogste niveau- op het veld afscheid nemen, en wel bij de aankomende twee Oefeninterlands tegen Portugal en/of Engeland. Niet zo heel raar gedacht door Sneijder lijkt mij. Of toch wel? Koeman heeft er in ieder geval geen oren naar; die is waarschijnlijk zou intens bezig met het maken van een Nieuwe Start voor het Nederlands Elftal, dat…ja wat eigenlijk? Wesley selecteren, laten starten in de interland tegen Portugal -toevalligerwijs ook de tegenstander in Sneijders eerste wedstrijd met het ‘Grote Oranje’- en dan na een kwartiertje wisselen, of juist een aantal minuten voor tijd in laten vallen en dan aan het eind afscheid nemen van Team en Publiek; dat kan toch nooit een domper worden? Misschien zou het zelfs zoveel enthousiasme van de Oranje-fans genereren dat het de start van de nieuwe Bondscoach een extra push zou kunnen geven…

Sneijder zal ongetwijfeld nog wel een keer een officieel afscheid van Oranje krijgen aangeboden.

Maar in een land dat zijn Sporthelden op de juiste wijze koestert, zou er -denk ik tenminste- niet tot zo’n relletje komen; vooral omdat daar eenieder veel meer bezig is met het feit dat ook aan een mooie carrière en eind komt, wanneer dat zou kunnen zijn, en hoe je dat op een respectvolle wijze kan doen.

“Hey Dekker, jij was toch Basketball Columnist?” Zullen enkelen nu misschien denken. Dat klopt (deels). Juist ook in het Nederlandse Basketball heb ik tot op heden -ik begon Basketball te Beleven in 1983, we hebben het dus over een periode van ruim 35 jaar- weinig van Respect naar onze Helden -en al helemaal niet naar de Ex-Internationals toe- gemerkt. Dat was dan ook een reden dat ik -toen Henk Pieterse me vroeg de rol van ‘coach’ van dat gremium over te nemen nadat Rob Meurs omkwam- daar de nodige plannen voor heb ontwikkeld. Helaas zijn ook in het traject dat ik voor ogen had de nodige kinkjes gekomen -positieve, en minder positieve- maar wie weet, misschien komt dat ooit nog weleens goed…daarover later meer.

Wil ik afsluiten met de stelling dat: “Nederland -dat geldt dus zeker ook voor het Nederlandse Basketball- blinkt ook niet uit in de juiste bejegening van onze Jonge Sport-talenten!”

Dan heb ik dat vast gesteld; ik vermoed dat ik er de komende tijd nog weleens op terug zal komen, maar de lengte van dit stukje is alweer ruim die van een standaard column-lengte, dus daar zal ik u nu nog even niet mee lastig vallen.

Zoals altijd,

Reageren? Graag!

AART DEKKER


MEER gerelateerd aan deze Column:

vrijdag 16 juli 2021

EVEN TERUGKIJKEN / GOED VOORBEELD HANDBAL / INTERVIEW(2006) / INITIATOR: Sjors Röttger - 'Een man van doelen, modellen en processen' / MEIDEN MET EEN (GESLAAGDE) MISSIE / OLYMPISCHE SPELEN / KUDO'S / VK-SPORT /

 

Foto uit: 'VAN DROOM NAAR DAAD NEDERLANDSE HANDBALVROUWEN OP JACHT NAAR GOUD. Richard van der Made, Herman Nijman, Eddy Veerman, John Volkers en Henk Seppen - PDF Free Download'

Een man van doelen, modellen en processen

Op eigenzinnige wijze heeft coach Sjors Röttger de Nederlandse handbalsters bij de hand genomen. De extreem gedreven, schreeuwende heerser van weleer heeft geleerd van zijn fouten.... 


Foto overgenomen van: 'Handbaldier-Sjors Rottger-zag-als-militair-gevaar-honger-en-plezier-in-sudan'

Volkskrant-Sport Door Mark Misérus 25 maart 2006

In Kamp Vught kwamen de tranen. Twintig handbalsters en de technische staf van de nationale ploeg stonden in de cel die de geur van de dood ademde. De commandant van het toenmalige SS-concentratiekamp had er in september 1943 83 vrouwelijke gevangenen bestraft voor hun ongehoorzaamheid door ze in een kamertje van nog geen vijf bij vijf meter te persen. Enkele vrouwen stierven.

Bondscoach Sjors Röttger vertelde over de gruwelijkheden en kreeg, net als zijn speelsters en stafleden, tranen in zijn ogen. Een aantal speelsters was zichtbaar aangedaan. 'De sessie heeft behoorlijk wat losgemaakt.'

De keuzeheer van de nationale ploeg had zijn speelsters bewust meegenomen naar Brabant. Hij wilde ze, op die kille en krap bemeten tegelvloer, laten voelen dat ze in de aanloop naar het WK en tijdens het toernooi zelf, afhankelijk van elkaar waren. Als ze het samen in die piepkleine ruimte zouden uithouden, moest de onderlinge verbondenheid wel groeien, voorspelde hij.

Een team is voor Röttger meer dan een stel individuen. De beste speelster is voor hem gelijkwaardig aan de materiaalman. 'Ik ben heel teamgericht en maak daarom iedereen belangrijk. In Vught heb ik ze willen laten voelen dat ze een deel zijn van het geheel. De oude Selinger had daar mooie uitspraken over. Hij zei: een team is meer dan een aantal hoofden, armen en benen. Een team is een team.'

Voor het WK in Sint-Petersburg koos hij, vrij naar bondscoach Van Basten, daarom niet de beste speelsters, maar de speelsters die de beste ploeg vormden. Elly An de Boer mocht met haar 132 interlands in Denemarken blijven, terwijl Maura Visser met haar 15 interlands wel was uitgenodigd.

Röttger wil zijn keuzen niet in detail uitleggen, omdat hij niet graag over speelsters praat als die er niet bij zijn. Maar, zegt hij: 'Het hoeven geen vriendinnen te zijn, dat kan ook niet. Ze moeten wel van een bepaald sociaal niveau zijn en elkaar kunnen en durven aanspreken op hun gedrag.'

Ook zijn begeleidingsteam heeft hij zorgvuldig samengesteld. Bewust kiest hij voor mensen die van elkaar verschillen. 'Mijn assistent (Monique Tijsterman) moet mij niet versterken, want daar heb je niets aan. Terwijl je dat in de voetballerij juist wel vaak terugziet.

'Ik gebruik altijd de tv-beelden van Huub Stevens en Raymond Atteveld (coach en assistent van Roda JC) na het duel met Feyenoord. Stevens wil de fotograaf een klap geven en dertig seconden later zie ik Atteveld hetzelfde doen. Zo moet het dus niet.'

Net 31 jaar was Röttger toen hij Swift Arnhem, zijn eerste eredivisieteam, onder zijn hoede kreeg. 'Ik had zoiets van: poeh Sjors, je bent het twee keer per week trainen net zelf ontgroeid. Maar ik heb er nooit spijt van gehad. Ik vond het niet erg dat ik in het derde jaar met het team degradeerde, want ook die ervaring heeft mijn rugzak gevuld. Later ben ik kampioen geworden met Aalsmeer. Soms moet je verliezen om te kunnen winnen.'

Röttger heeft ook fouten gemaakt. Hij 'gokte verkeerd' in de eerste WK-kwalificatiewedstrijd tegen Spanje (25-24 verlies). Wat exact is misgegaan, wil hij niet vertellen - hij zou er zijn speelsters mee schaden - maar hij heeft er twee nachten wakker van gelegen. 'Ik slaap nooit slecht door het handbal. Maar ik heb niet goed gecoacht en heb in het proces fouten gemaakt. Dat reken ik mezelf aan.'

Hij weet dat geen coach onfeilbaar is. Maar hij had niet verwacht dat hij juist de mist in zou gaan tijdens een cruciale wedstrijd, waarvan het resultaat zo zwaar woog. 'Ik was teleurgesteld, want ik dacht dat het me niet hoefde te overkomen. Grijze haren geven blijkbaar toch geen garanties.'

Op zijn 25ste had hij zich al voorgenomen bondscoach te worden. Hij wilde zich revancheren, omdat hij het zelf nooit tot international had weten te schoppen. Twee jaar nadien zag hij zijn droom uiteen spatten.

'Ik wilde geen meeloper zijn, wilde niet slijmen. En dat moest toen wel om hogerop te komen in het handbal. Ik heb gezegd: ik ga gewoon proberen een goede handbalcoach of -trainer te worden. Dat was veel prettiger, omdat ik geen doel achterna hoefde te rennen.'

Hij was ook niet klaar geweest voor het grote werk, oordeelt hij. 'Een goede coach moet durven geven en nemen. Joop Alberda is daar een goed voorbeeld van. Hij kan zichzelf aanpassen aan datgene dat wenselijk is. Nu kan ik dat, maar 15 jaar geleden niet.

'Ik was Sjors Röttger, een extreem gedreven trainer. Meer een vermaker van mensen dan een coach, want ik ging negen van de tien keer schreeuwen als het niet goed ging. De speelsters vonden het prima dat ik zo dominant aanwezig was, maar een coach is iemand die waarneembaar gedrag beïnvloedt. En dat deed ik niet.'

Bondscoach werd hij uiteindelijk toch. In 2004 volgde hij Olaf Schimpf op, die hij jaren had geassisteerd. Sinds lange tijd stond weer een Nederlander aan het roer van de ploeg waarvan de kern werd gevormd door de speelsters die groot waren geworden door het Oranjeplan van Bert Bouwer.

Met gemengde gevoelens volgden de media de verrichtingen van het team. Er was ook geen reden laaiend enthousiast te zijn. Nederland was afgegleden naar een weinig trotsmakend niveau en had jaren niets laten zien op de belangrijke toernooien. De aanloop naar het WK in 2005, vooral de nederlaag tegen Spanje, werd dan ook met sceptische commentaren begeleid.

'Het heeft ons geholpen', zegt Röttger smalend over de stemming in de pers. 'Speelsters hebben die verhalen ook gelezen en zijn er extra gemotiveerd door geraakt. We hebben jullie teruggepakt, met Spanje-uit.' Conclusie: 'De pers is goed bruikbaar voor mij en het team, en een coach doet met alles wat.'

Hij rekent zichzelf tot de 'Dick Advocaten' van deze wereld. Röttger, in de jaren zestig, zeventig aanvoerder en opbouwer van Swift, was net als Advocaat een verdienstelijk speler in de eredivisie. Maar hij kwam tekort voor het nationale team.

De Achterhoeker kent zijn kwaliteiten en beperkingen. 'Ik ben uiteraard geen Van Basten. Hij is in heel korte tijd bondscoach geworden en behaalt goede resultaten. Maar ik vind het te goedkoop om te zeggen dat hij daarom een goede coach is. Dan zou ik meer inzicht in het proces willen hebben. Topsport is meer dan resultaat. Het is ook de weg die naar het resultaat leidt.'

Sinds de jaren zeventig is Röttger in dienst van de landmacht. Aanvankelijk als sportinstructeur, thans als sportofficier. Zijn collega's en hij doceren alle sporten: van golfen tot duiken. De nadruk ligt op het fysieke gedeelte, maar ook aan het mentale aspect wordt veel waarde gehecht.

De verschillen tussen de krijgsmacht en het nationale handbalteam zijn kleiner dan ze lijken, zegt Röttger in zijn werkkamer op de Bernhardkazerne in Amersfoort. In beide gevallen werkt hij met mensen die een doel nastreven. Al zijn de gevolgen voor een soldaat groter als iets misgaat. 'Als je als militair geen eerste wordt, ben je misschien wel dood.'

Röttger is een man van doelen, modellen en processen. 'Je kunt alleen in de topsport werken als je doelen stelt. Ik zeg altijd: er zijn droomdoelen, resultaatdoelen en procesdoelen.

'Iedere sporter of coach heeft een droomdoel in zijn hoofd, zoals het bereiken van de Olympische Spelen of het behalen van goud op het WK. Dat is prima, hoewel het niet verstandig is te praten over een doel dat zo ver weg ligt.

'Ik heb het met mijn speelsters liever over korte-termijndoelen. Het is makkelijker te zeggen: laten we op 28 mei van Wit-Rusland winnen en ons kwalificeren voor het EK dan te roepen dat we over twee jaar succesvol moeten zijn in Peking. Zo creëer je rust in je hoofd.'

Bij het WK leerde Röttger zijn team van wedstrijd tot wedstrijd werken. De confrontaties met de groepsgenoten werden als losse duels beschouwd. 'En toen we de hoofdfase bereikten, heb ik gevraagd: wat is het volgende doel? Een van de drie wedstrijden winnen, zei ik. Niet twee of drie.

'We hadden Noorwegen kunnen verslaan, maar het werd 30-30. Dus zei ik: we hebben nog steeds niet gewonnen. Van Hongarije verloren we, terwijl we goed speelden. Maar verdomme, we hadden nog niet gewonnen. Begrijp je nu waarom we Zuid-Korea versloegen?' Zijn ogen twinkelen.

Hij spreekt honderduit en zegt blij te zijn zijn verhaal kwijt te kunnen. Maar op aanzien zit Röttger, naar eigen zeggen eens terecht getypeerd als de boerenjongen die bescheiden wil blijven, niet te wachten.

'In het handbal weten velen wie Sjors Röttger is. Daarbuiten niet, want handbal is hier geen grote sport. Nu krijg ik ook reacties van: oh, wat leuk, jij bent de bondscoach. Dat is mooi, maar de stemming kan snel omslaan. Als we verliezen van Wit-Rusland, hakken mensen mijn kop eraf. Nederlanders zijn uitermate resultaatgericht.'

Op 28 mei en 3 juni moet in een dubbele ontmoeting met de gevreesde opponent kwalificatie worden afgedwongen voor het EK in Zweden (december). Als Nederland de eindronde haalt, zullen de verwachtingen een stuk hoger zijn dan bij het WK, waar nog geen handvol journalisten aanwezig was.

Röttger is zich ervan bewust. 'Vanaf nu ligt er druk bij ons. Ik zal er alles aan doen die pressie weg te halen, maar ik lig er zelf niet wakker van. Want ik begrijp dat men verwacht dat we een medaille halen bij het EK. Al kan ik die garantie niet geven.'

Meer over


**

NOG EERDER (2001):

Hollands glorie in handbalparadijs

Vijf Nederlandse meiden strijden vanaf vandaag met GOG Gudme om de Deense landstitel. Hun populariteit houdt gelijke tred met de positie op de ranglijst en die is sinds hun komst naar het eiland Funen anderhalf jaar geleden alleen maar gestegen....

Volkskrant-Sport  door Tynke Landsmeer 28 april 2001

'TILLYKKE', zeggen voorbijgangers als Natasja Burgers woensdagochtend door de binnenstad van Svendborg loopt in de richting van haar stamcafé. 'Tak', antwoordt ze, en lacht. Overal wordt de Nederlandse speelster herkend en gefeliciteerd met de overwinning in de halve finale van de Deense handbal play-offs.

In café Under Uret worden direct de Deense ochtendbladen van de leestafel gepakt. De commentaren over het spel van de Nederlandse handbalvrouwen zijn lovend. Het succes in de Deense competitie verdringt voor heel even het verlangen naar huis. De prijs is groot die Burgers (25) moet betalen om uit te groeien tot een handbaltopper van wereldformaat en zich met Nederland te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2004 in Athene.

Heimwee deed haar vorig jaar bijna besluiten terug te keren naar alles wat haar thuis zo dierbaar is. Dan maar met minder dan de absolute top genoegen nemen, dacht Burgers. De liefde voor het handbal bleek uiteindelijk toch sterker. 'Ik was geblesseerd geraakt en wilde in Nederland revalideren. Toen ik daar eenmaal was, had ik absoluut geen zin meer om terug te gaan', aldus Burgers.

Bondscoach Bert Bouwer moest praten als Brugman voor hij haar ervan overtuigde dat ze niet zomaar onder het contract met de club uit kon. En dat terwijl de coach in eerste instantie juist fel tegen een vertrek naar de buitenlandse competities was geweest. Diegenen die zich een aantal jaar geleden nog weigerden te onderwerpen aan de strikte voorwaarden van het fulltime Oranjeplan, zoals Saskia Mulder destijds, werden zelfs zonder pardon uit de selectie gezet.

Maar tijden en opvattingen veranderen. De dagelijkse trainingen brachten de 'meiden met een missie' weliswaar naar een hoger niveau, maar de Spelen werden niet mee bereikt. Na tweeënhalf jaar afzondering in de sporthal werd daarom schoorvoetend toegegeven dat het de speelsters aan wedstrijdritme en speelplezier ontbrak. Sinds die tijd worden ze in dienst van sponsor Datateam op huurbasis uitgeleend aan buitenlandse clubs.

Burgers koos, samen met Olga Assink, Monique Feijen en Saskia Mulder voor GOG in Gudme, een dorp met slechts 450 inwoners maar met een grote handbaltraditie. Elly-An de Boer (22) volgde een half jaar later. De Boer: 'Als mijn moeder nog had geleefd, was ik misschien nooit vertrokken, maar nu hield eigenlijk niets me in Emmen.'

De aanpassingen aan het Deense leven gingen snel. De taal leerde ze, in tegenstelling tot haar teamgenoten die ervoor naar school gingen, op straat en vrienden plukte ze overal vandaan. Studeren doet ze in Odense en stappen - net als Burgers - in café Under Uret. 'Natasja zegt altijd tegen mij dat ik zelfs in staat ben tegen een lantaarnpaal te lullen, en dat zegt inderdaad wel iets over mij. Ik maak gemakkelijk vrienden.'

Heimwee heeft De Boer nauwelijks. Missen doet ze vooral een broodje kroket, Nederlandse mayonaise en haar vaders kookkunst. Een tijdje deelde ze een huis met Saskia Mulder, nu woont De Boer alleen in het centrum van Svendborg (op tien kilometer afstand van Gudme), dat met twintigduizend inwoners in Denemarken een 'grote' stad mag worden genoemd. 'Ik heb het af en toe nodig om lekker op mezelf te zijn. Mijn leven bestaat niet alleen uit handbal. Ik heb ook een studie nodig en vrienden buiten de sport.'

Burgers, die nog elke mogelijkheid aangrijpt om naar het ouderlijk huis in Landsmeer te vluchten, vond pas een beetje rust in Denemarken toen haar vriend Erik Oosterhof haar achterna reisde. 'Als hij er niet was geweest, had ik het hier niet volgehouden.'

Oosterhof heeft via de sponsor van de Deense club een baan gevonden in Svendborg, net als overigens de partners van Olga Assink en Monique Feijen. De mannen voetballen samen op het naburige eiland Thur en zitten tijdens de wedstrijden van GOG op de tribune. 'De cultuur verschilt niet veel van Nederland en iedereen spreekt Engels. Ik ben hier voornamelijk voor mijn meissie, maar ik wil zelf natuurlijk ook heel graag in 2004 in dat Griekse handbalstadion op de tribune zitten', aldus Oosterhof.

Naast een eigen huis, een auto, een door de club betaalde telefoonrekening (Burgers: 'Gelukkig hoef ik niet te weten hoe hoog die is') en een flink salaris, valt er weinig meer te wensen dan sportief succes. Sinds de Nederlanders - die met hun goede optreden tijdens het WK in Noorwegen in 1999 de belangstelling wekten van aansprekende buitenlandse clubs - naar Gudme kwamen, gaat het weer crescendo met de club. Nog geen anderhalf jaar geleden dreigde degradatie, nu strijden de vrouwen om de landstitel. Dat het Burgers uiteindelijk vooral om olympische deelname te doen is, is geen geheim, maar dat de weg ernaar toe geplaveid kan worden met een Deense titel is een mooie bijkomstigheid.

'En wel meer dan dat.' Kippenvel had Burgers gekregen toen ze dinsdagavond de Gudmehallerne binnenstapte en tweeduizend mensen opstonden om de speelsters toe te juichen. 'Wij kregen direct de bibbers toen we hier de eerste keer binnenkwamen en al die toeschouwers zagen. We stonden strak van de spanning. We hebben geleerd er juist van te genieten. Het is geweldig om voor zo'n enthousiast publiek te mogen spelen.'

De populariteit van het vrouwenhandbal in Denemarken kent sinds de tweede olympische titel op rij nauwelijks grenzen en de Nederlandse speelsters worden daarom op handen gedragen. Elly-An de Boer: 'Als je wint heb je vrienden. Niemand had van die Nederlandse handbalsters gehoord, nu zijn ze dolblij met ons.'

Wedstrijden worden rechtstreeks uitgezonden op tv en gevolgd door zes camera's. Kranten openen de sportpagina's met het succes van GOG (het nieuws van het vermeende dopinggebruik van Edgar Davids is naar pagina 4 verbannen) en bij tegenvallende prestaties zijn de commentaren vernietigend. De druk op de speelsters is daardoor groot.

'De eerste keer kon ik nauwelijks slapen van de spanning', zegt De Boer. 'Daar had ik in Nederland nooit last van. Soms bel ik mijn vader zelfs uit bed om na de wedstrijd nog even stoom af te blazen.'

Handballen is niet langer een vrijblijvende bezigheid. Sinds er flink betaald wordt voor aansprekende resultaten kijkt Burgers met geheel andere ogen tegen een wedstrijd aan. 'Sporten deed ik altijd omdat ik er lol in had. Nu staat er veel meer spanning op omdat het je werk is geworden. Hoe verder we komen in de play-offs, des te meer de mensen van ons verwachten. Dat is heus wel eens lastig. Je kunt niet meer gewoon lekker vrijuit voor je plezier ballen.'

Hoewel de speelsters meer dan voorheen professionaliteit en volwassenheid uitstralen, leidt de harde Deense leerschool volgens Burgers niet automatisch tot successen met het Nederlands team. De eerste kwalificatiewedstrijd op 19 mei tegen Wit-Rusland is daarvoor van doorslaggevend belang. Bij winst mag Nederland deelnemen aan het WK in Italië. Burgers: 'Maar dat duel winnen wij niet zomaar. Daarvoor zal alles op zijn plaats moeten vallen. Een team bestaat uit meer mensen dan alleen wij vijven. En de concurrentie speelt ook allemaal in het buitenland.

'De Deense handbalsters hebben alleen al een enorme voorsprong door hun opleiding bij de jeugd. Ze trainen niet eens zoveel meer als bij ons, maar worden wel door veel betere trainers begeleid. Die meiden kunnen op twaalfjarige leeftijd al bepaalde verdedigingsoefeningen uitvoeren waar ik op die leeftijd nog niet eens van had gehoord', aldus Burgers.

De talentvolle De Boer, die gedurende haar lagere schooltijd lid was van een gymnastiekvereniging, begon op die leeftijd pas met handballen. Toen klasgenootjes haar op een dag meetroonden naar een training in de sporthal was ze op slag verkocht na een uurtje rennen en sjorren met de bal.

Dat zal de Denen niet gebeuren. In de wijde omgeving van Gudme krijgt geen kleuter de kans ongemerkt de sporthal te passeren. De Gudmehallerne heeft twee handbalvelden en biedt plaats aan tweeduizend toeschouwers, ruim vier keer het aantal inwoners van het dorp.

Meer over



dinsdag 23 maart 2021

HISTORY NEVER REPEATS (BUT IT RHYMES...) / CDA VS. LINKS: Vervang Balkenende door Hoekstra, (Leugens over) AOW door WW, en...Bos door Links... / KNIPSEL UIT DE OUDE DOOS (KUDO 2006 /

 

2006_Tom-Trouw_Çharisma (aka Leugens) vh CDA (tegen naïviteit van Links)

*

SHARTIE AART DEKKER

N.a.v. de Verkiezingen van 2021 en een Knipsel Uit De Oude Doos (2006)

CDA vs. Links - History Never Repeats, but It Rhymes;

Vervang Balkenende door Hoekstra, (Leugens over) AOW door WW, en...Bos door Links...

Ik moet toegeven; 'Ik had het helemaal Mis! Ik dacht echt dat we met de club aan CDA-ministers  - o.a. Grapperhaus, de Jonge en Hoekstra -  in Flutte-III een ander soort CDA-politici kregen; ik mocht ze eigenlijk alle drie wel...' (en dat geldt in een bepaalde mate nog steeds voor Grapperhaus en de Jonge, al reden die ook Scheve Schaatsen en schoten ze behoorlijk tekort...

Maar dan Wopke Hoekstra  - over Scheve Schaatsen gesproken; hij zou een 11-Steden-schaatser zijn...(op de Weissensee, zei hij er zelf relativerend bij), maar toen we hem uiteindelijk zagen schaatsen (en hebben we ooit een politicus zou vaak en veel zien schaatsen?!?) begon ik daar toch wel een beetje aan te twijfelen; misschien is het een ontzettende doorzetter, maar zoals hij schaatst is 200km in Bar Weer, met een hoog startnummer...Erg Ver..!
 
En over 'Bar' gesproken; wat een Bar Slechte, Bar Holle, en Bar...acht; Bar, Bar, Barre politicus is die Hoekstra...nou ja, kan je hem wel politicus  - in welke zin dan ook - noemen?!? Natuurlijk, hij had nog nooit campagne gevoerd, en vond zichzelf vorige zomer nog ongeschikt voor de rol van partij-leider en lijst-trekker...maar wat deed hem dan anders denken toen Hugo de Jonge zich terugtrok als voorman  - want hij kan het echt niet -  en aangezien hij als Minister van Financiën ook al Akelig Rechts, Akelig Weinig Empatisch en heel Erg Wereldvreemd bleek te zijn...deze overtreffende trap van Eng & Niets...nou ja; BAR dus... En natuurlijk ligt de schuld voor al die Leegheid, het Gedraai en de Incompetentie niet alleen bij hem, maar ook bij partij en campagneteam...maar toch; voor iemand met zoveel Hersens, toont het wel bar / Bitter Weinig Verstand...en dan nog eens Niet Eerlijk ook...

Brrrrrrrr..!!!

En dan loop ik natuurlijk  - toeval bestaat niet -  net op dat moment op tegen bovenstaande cartoon en onderstaand Trouw-Opinieartikel uit 2006 aan. Opinie van Bert de Vries  - CDA-coryfee dus, en niet uit mijn brein ontsproten...

De Geschiedenis Herhaalt zich Nooit, maar ach en wee; wat Rijmt hij (vaak) wel...

(AD)

*

AOW-discussie / CDA verzwijgt dat de klappen elders vallen (Trouw-Opinie)

Uit angst voor de kiezer belooft het CDA om niet aan de AOW te tornen. Maar de partij vertelt er niet bij dat de rekening naar de zwakkeren gaat.

Leo van Essen12 september 2006, 

het Originele artikel en veel meer op Trouw.nl vind je  ---  Hier  ---

Kan het CDA zich een mild verkiezingsprogram veroorloven omdat het de vergrijzing al jaren serieus neemt, zoals Ab Klink beweert, de auteur van het CDA-verkiezingsprogramma? Of heeft econoom Sweder van Wijnbergen gelijk, die concludeerde dat de spookbeelden over de vergrijzing de afgelopen jaren alleen bedoeld waren om de hervormingsagenda van dit kabinet erdoor te kunnen jagen?

Alarmerend vind ik de plannen voor een ’beter werkende arbeidsmarkt’

De cijfers lijken in elk geval Van Wijnbergen gelijk te geven. Het CPB meldde dit voorjaar dat het vergrijzingsprobleem aanzienlijk groter is dan in 2003 vermoed, vooral door de onverwacht stijgende zorgkosten. Alle effecten van het beleid waarnaar Ab Klink verwijst, zijn in die prognose verwerkt. Als in 2003 volgens het kabinet-Balkenende een hard pakket nodig was, valt moeilijk in te zien waarom dat nu niet het geval zou zijn.

Hoe is die ommezwaai van het CDA te verklaren? Ik zie drie mogelijke redenen. De eerste reden is dat de partij tot het inzicht is gekomen dat een probleem van tussen de 2 en 3 procent over een periode van meer dan 30 jaar allerminst dramatisch is. Het is minder dan een half procent per kabinetsperiode. Ook in historisch perspectief is dat niets bijzonders.

Maar als dat nu waar is, was het ook in 2003 waar. Daarom concludeerde ik ik in mijn boek ’Overmoed en Onbehagen’ dat niet de vergrijzing, maar het verlangen naar een ander soort samenleving het motief moest zijn voor de hervormingsagenda van het kabinet. Het CDA was in de ban van een nieuwe toekomstvisie, waarin we op weg waren naar een netwerksamenleving van geëmancipeerde, goed opgeleide burgers die niet meer uit de voeten konden met de verzorgingsstaat. In de participatiemaatschappij van de toekomst zou de nadruk liggen op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid en zou er minder behoefte zijn aan collectief georganiseerde solidariteit. De belangen van de weerbare middengroepen staan centraal. Er is veel ruimte om te tornen aan inkomensbescherming voor kwetsbare groepen. Daar reken ik ook de goed opgeleide werknemer toe die op zijn 55ste gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkloos wordt en geen schijn van kans heeft op ander werk. Zo iemand afschepen met een uitkering beneden het sociale minimum past niet in mijn opvatting over een solidaire samenleving.

Mijn kritiek op die nieuwe visie is niet door iedereen in dank afgenomen. Ook in de achterban van het CDA leefde echter veel onvrede. Dat is wellicht de reden dat in het nieuwe verkiezingsprogram die nieuwe visie niet nadrukkelijk wordt besproken. Wie goed leest ontdekt echter dat de hervormingsagenda onder het motto van ’investeringsagenda’ gewoon volgens plan wordt afgewerkt.

De tweede mogelijke verklaring voor de ommezwaai van het CDA heet kiezersangst. De dramatische uitslag van 1994, toen de ouderen massaal afhaakten, is niet vergeten. Ouderen worden electoraal een steeds belangrijker doelgroep. Dat kan een onzuiver motief worden om hen te paaien met harde beloften van a) een welvaartsvaste AOW, b) geen fiscalisering en c) geen verhoging van de AOW-leeftijd.

Objectief is de belofte dat de AOW niet zal worden gefiscaliseerd een bewijs van onzindelijk denken. De AOW is namelijk al lang (deels) gefiscaliseerd. Het Paarse kabinet bepaalde in 1998 een plafond voor de AOW-premie, waardoor de premie- inkomsten steeds verder achterblijven bij de -uitgaven. Het gat wordt gevuld uit belastinginkomsten, waaraan ook AOW’ers hun steentje bijdragen. Dit is feitelijk al een garantie dat jongeren niet eenzijdig de rekening gepresenteerd krijgen.

De echte vraag is dus of we met de fiscalisering nog wat verder moeten gaan, bijvoorbeeld door het premieplafond geleidelijk te verlagen. Op basis van de nieuwe prognoses van het CPB is daarvoor wel iets te zeggen. De discussie gaat over de vraag of de lasten van de vergrijzing wel eerlijk worden verdeeld over de generaties. De doemscenario’s waarmee het kabinet de afgelopen jaren de samenleving heeft bestookt hebben bij jongeren de vrees versterkt dat er weinig meer over is tegen de tijd dat zij zelf aan de AOW toe zijn. Iets meer fiscalisering kan helpen hen te overtuigen dat ook ouderen een eerlijk deel van de lasten dragen. Zelfs de Protestants Christelijke Ouderen Bond heeft dat bepleit.

Het stemt niet tot vreugde als er in de politiek over het onderwerp alleen nog op een populistische en demagogische manier kan worden gesproken. Lans Bovenberg – tot voor kort beschouwd als het economisch geweten van het CDA – denkt dat de uitzichtloze discussie over de AOW vraagt om een staatscommissie van oude coryfeeën zoals Lubbers en Kok nog uitkomst kunnen bieden.

De derde verklaring voor de ommezwaai van het CDA is dat schijn bedriegt. Keiharde beloften aan ouderen en eigenwoningbezitters betekenen dan alleen dat de klappen ergens anders vallen. De financiële bijsluiter bij het CDA programma stelt in dat opzicht niet gerust.

Op het eerste gezicht valt het wel mee. Er wordt 3,5 miljard extra voor de zorg uitgetrokken en daar bovenop nog eens 5 miljard voor ander nieuw beleid. Het grootste deel van die extra uitgaven, 6,5 miljard, wordt gefinancierd uit besparingen op de bureaucratie in de zorg en bij de overheid. Van de rest moet 1 miljard komen van een ’beter werkende arbeidsmarkt’.

Ik ben nog geen deskundige tegengekomen die gelooft dat je 6,5 miljard kunt besparen op bureaucratie. Als dat ook uit de doorrekening van het CPB komt, heeft de partij een probleem. Vooral doordat de financiële bijsluiter ook een randvoorwaarde bevat: een structureel begrotingsoverschot van 1 procent moet worden bereikt zonder de collectieve lasten te verhogen. Als die randvoorwaarde het speelveld bepaalt, moeten straks zachte ingrepen door harde worden vervangen. Dan is er minder ruimte voor de investeringen in de zorg. Of de eigen betalingen gaan omhoog.

Alarmerend vind ik de plannen voor die ’beter werkende arbeidsmarkt’. Blijkens de kleine lettertjes wordt zowel de verantwoordelijkheid voor de verzekering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten als voor de WW een zaak voor de sociale partners. Dat levert alleen een flinke besparing op als eerst de WW-aanspraken fors worden beperkt. Werknemers moeten dan hopen dat dat via de cao gerepareerd wordt. Wie niet onder een cao valt, kan dat bij voorbaat vergeten. Groepen die het minst weerbaar zijn, zullen daardoor opnieuw het sterkst worden teruggeworpen op hun zelfredzaamheid.

Ook het plan om in de belastingen de overdraagbare algemene heffingskorting in tien jaar af te schaffen verdient meer aandacht. Voortaan krijgen werkenden belastingvoordeel, nu nog iedereen. Dat heeft forse negatieve koopkrachteffecten voor alleenverdieners. Jongere generaties, die ’erop voorbereid zijn dat zij hun talenten ontplooien in werk’ zullen daar weinig last van hebben. Vooral oudere (en allochtone?) alleenverdieners worden getroffen. Dat roept ook de vraag op wat de gevolgen zijn voor het sociale minimum van gezinnen die van één uitkering moeten leven. Als het CDA dat niet wil verlagen, dreigt er een kanjer van een armoedeval op het moment dat één van de beide partners een baan vindt.

Daardoor zal ook duidelijker worden waarom Mark Rutte vindt dat het schijnbaar ’duffe’ CDA-programma zulke goede aangrijpingspunten biedt voor het realiseren van het VVD programma.

Dr. Bert de Vries is oud-fractievoorzitter van de CDA in de Tweede Kamer.

Meer over

dinsdag 3 september 2019

VPRO / VEEL BETER DAN DIT WORDT HET NIET / MUST-SEE TV: 'Ivo van Hove - VPRO Zomergasten in 6 minuten'



#zomergasten #ivovanhove

Ivo van Hove - VPRO Zomergasten in 6 minuten

CITAAT(NRC Recensie Zomergast-6 2019, Ivo van Hove, 'Gevoelsprecisie-is-bij-ivo-van-hove-de-kern-van-de-zaak'):

"Gevoelsprecisie is bij Van Hove de kern van de zaak. Erin schuilt het besef dat als in een kunstwerk het gevoel niet met de grootste zorgvuldigheid wordt overgebracht, er niets meer overblijft. Dat sloot aan bij wat hij zei over de geprogrammeerde emoties in een toneelvoorstelling en de noodzaak om in kunst steeds naar het allerhoogste te reiken. „Als je het kwaad in jezelf niet toelaat, hou er dan maar mee op.” En: „Je moet wel iets wíllen, iets ontdekken.”

Je zag het in een mooie scène uit de film The Rider, waarin een jonge Amerikaan een weerspannig rodeopaard met aandacht en engelengeduld wist te kalmeren: een liefdesscène, zei Van Hove. Het was een van de vele momenten waarop het woord vertrouwen viel. De regisseur zong verder de lof van geheimen en had veel aandacht voor wat er gebeurt als mensen samen kunst maken, afgezonderd van de buitenwereld: een conflictueuze repetitie van de band Metallica, de Franse regisseur Patrice Chéreau aan het werk.

„Het is wel voorbereid hè, Jezus”, had Van Hove helemaal aan het begin gezegd en dat gold zeker voor het slot. Dat was een schitterend fragment van David Bowie, met wie Van Hove kort voor diens dood de musical Lazarus maakte. Eerder had Van Hove al uitgelegd hoe Bowie op talloze manieren een groot voorbeeld voor hem was geweest."

Meer oven de samenwerking van Ivo van Hove met David Bowie en de dood van Bowie:


Lazarus Director Ivo Van Hove On David Bowie's Death



Sky News Gepubliceerd op 12 jan. 2016
Lazarus director Ivo Van Hove describes how David Bowie wrote music until his death - "He didn't want to die at all. It was not a fight against death, but a struggle for life."

*

De hele NRC-recensie van Afl-6 van VPSO Zomergasten 2019 met Ivo van Hove lees je   ---  Hier  ---

 

De Podcasts van de complete uitzendingen van Zomergasten van de VPRO op NPO2 vind je    ---  Hier  ---

*

Luguber, maar Prachtig:


#DavidBowie #Blackstar #Vevo

David Bowie - Blackstar (Video)


Gepubliceerd op 19 nov. 2015"'Blackstar" off David Bowie's album Blackstar available now on iTunes: http://smarturl.it/blackstar_itunes Amazon: http://smarturl.it/blackstar_amazon Spotify: http://smarturl.it/blackstar_spotify Vinyl: http://smarturl.it/blackstar_vinyl LimitedEdition Lithograph & Music Bundles: http://smarturl.it/blackstar_dbstore Limited Edition Clear Vinyl: http://smarturl.it/blackstar_clearvinyl Follow David Bowie: http://davidbowie.com http://facebook.com/davidbowie http://twitter.com/davidbowiereal http://instagram/davidbowie #DavidBowie #Blackstar #Vevo