In @NRC: #Jetten wil er nog niet aan...maar Fokke & Sukke doen het al; #AutolozeZondag! https://t.co/w9QqstNHOJ
— Aart Dekker (@AartDekker) March 28, 2026
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
In @NRC: #Jetten wil er nog niet aan...maar Fokke & Sukke doen het al; #AutolozeZondag! https://t.co/w9QqstNHOJ
— Aart Dekker (@AartDekker) March 28, 2026
#MAGAAmerica the Land of Make Believe #TrumpOut2026 https://t.co/mmYpp17fm9
— Aart Dekker (@AartDekker) March 23, 2026
Op https://t.co/eHWhRt5QM3 zag ik de volgende interessante gedachte v @fokkeensukke Over #outofthebox denken gesproken! #GazaGenocide #NAVO #NATO & rigoureus ingrijpen. Goed, het geeft wat #trumult, maar leidt weer ff af vd #Ukraine #uitverkoop @Alaska https://t.co/IBOuBVsdJt
— Aart Dekker (@AartDekker) August 12, 2025
https://www.nrc.nl/nieuws/2024/12/23/de-zorg-is-een-speelbal-van-dit-onzorgvuldige-kabinet-a4877634
opinie
Zorgcrisis Al twee keer probeerde dit kabinet ondoordacht fors te bezuinigen op de zorg, zien Thomas Schok en Danka Stuijver. Het is wachten op een langetermijnvisie.
Gepubliceerd op 23 december 2024
Leestijd 2 minuten
Foto Sandra Uittenbogaart / ANP
De Nederlandse gezondheidszorg balanceert al jaren op de rand van een crisis, terwijl de politiek blijft vasthouden aan kortetermijnoplossingen en ad-hoc-bezuinigingen. Ondanks talloze waarschuwingen over een stijgende zorgvraag in combinatie met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, ontbreekt het aan een duurzame visie op de zorg. Het recente, inmiddels ook weer herroepen, besluit om 165 miljoen euro te bezuinigen op na- en bijscholing van zorgprofessionals, zien wij als een pijnlijk voorbeeld hiervan.
![]()
Thomas Schok is chirurg.
![]()
Danka Stuijver is huisarts.
Dat deze bezuiniging bedoeld was om een gat in de onderwijsbegroting te dichten, onderstreept hoe makkelijk de zorg wordt opgeofferd. De voorzitter van de beroepsvereniging voor verzorgenden en verpleegkundigen (V&VN) Bianca Buurman verwoordde dit scherp: „Een onderwijsakkoord sluiten over de rug van verpleegkundigen is zo’n beetje het slechtste idee van 2024.” Nog zorgwekkender is dat politici pas na publieke verontwaardiging en waarschuwingen uit de zorgsector beseften dat deze maatregel vooral verpleegkundigen zou treffen. Dit getuigt van een schrijnend en verontrustend gebrek aan inzicht.
Vrijgevestigde medisch specialisten bekostigen hun nascholing al uit eigen zak. Voor verpleegkundigen en medisch specialisten in loondienst, een werkvorm die veel politieke partijen nota bene prefereren, is nascholing daarentegen geborgd via cao-afspraken en scholingsbudgetten. Het maakt pijnlijk duidelijk dat politieke besluiten worden genomen zonder de gevolgen voor de dagelijkse praktijk echt te begrijpen.
De zorg is al vaker speelbal geweest van beleidswijzigingen die snel weer van tafel werden geveegd. Neem de omstreden bezuiniging van 600 miljoen euro op de ouderenzorg, die uiteindelijk werd geschrapt. Toch blijven nieuwe kortingen op de agenda staan, zoals het plan om 150 miljoen euro te besparen op de beloningen van medisch specialisten. Zelfs ambtenaren wijzen erop dat deze doelstelling onrealistisch is.
Intussen blijft onduidelijk waar de bezuinigingsklappen nu zullen vallen. Minister van Volksgezondheid Fleur Agema (PVV) weet dat de marges in de zorg uiterst klein zijn. Afdelingen kampen al met structurele onderbezetting, zorgverleners werken zich uit de naad, en de uitstroom van personeel blijft onverminderd hoog. Recente arbeidsmarktprognoses laten zien dat het tekort aan zorgpersoneel nog sneller stijgt dan verwacht. De schrijnende toestanden in een verpleeghuis in Amsterdam, met verwaarloosde bewoners en huilende medewerkers, benadrukken de urgente noodzaak tot actie.
Het tekort aan zorgpersoneel stijgt nog sneller dan verwacht
De voortdurende dreiging van bezuinigingen heeft het Integraal Zorgakkoord (IZA) bijna tot instorten gebracht. Dit akkoord, bedoeld als langetermijnvisie, heeft inmiddels het vertrouwen van gemeenten en brancheorganisaties verloren. Zij trokken zich terug vanwege een gebrek aan geld om de ambitieuze doelen te realiseren. Wat overblijft, is chaos. Zonder het IZA stagneren broodnodige hervormingen, terwijl zorgverleners zich in de steek gelaten voelen.
Het eenzijdig schrappen van budgetten ondermijnt niet alleen het zorgakkoord, maar ook het vertrouwen van zorgverleners in de politiek. Het gevolg: zorgpremies zullen stijgen, de toegankelijkheid verslechtert en de kwaliteit gaat achteruit. Uiteindelijk betaalt de samenleving de prijs.
In plaats van te investeren in de zorg van morgen, kiest het kabinet voor onzekerheid en afbraak. Dit is niet alleen onverantwoord, maar ook onbegrijpelijk. Wat de zorg nu nodig heeft, zijn structurele investeringen, geen politieke kortetermijnoplossingen die de sector verder onder druk zetten.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2024.
2 sep 2024 #Film4 #Channel4 #BehindTheScenes
This is a warning. Embark on a cinematic trip to the future in 2073, the new film from Academy Award-winning director Asif Kapadia, starring Samantha Morton. Premiering tomorrow at the 81st Venice International Film Festival. SUBSCRIBE: https://bit.ly/2up0y8g
>#MarjoleinFaber #Marjolein #Faber #noodwet #asielcrisis #Donald #Duck #DonaldDuck @delimburger pic.twitter.com/OLcIEejq6n
— Ruben L. Oppenheimer 🏴☠️ (@RLOppenheimer) September 28, 2024
11 nov 2022 #VPRO
In Plakshot geeft Roel Maalderink met straatinterviews, sketches en parodieën zijn scherpe blik op de actualiteit én legt hij de absurditeit van de media bloot. Plakshot zie je elke vrijdagavond om 21.15 uur op NPO 3.
En op dit kanaal.
https://www.vpro.nl/plakshot
https://www.npo3.nl/plakshot
#VPRO
21 december 2022 – verschenen in nr. 51-52
‘Wat vindt u van die grote crisis die op dit moment plaatsvindt?’ vraagt Roel Maalderink, de meester van het straatinterview, aan toevallige passanten in het tv-programma Plakshot. ‘Je bedoelt die van het milieu?’ antwoordt een vrouw op de markt. ‘Ja, die is er natuurlijk ook, maar ik bedoel die andere crisis’, zegt Maalderink. De achtereenvolgende geïnterviewden opperen een reeks aan crises. De vreemdelingencrisis. De woningen. De boeren. En stikstof. De crisis in het oosten van Europa, die oorlog. De gascrisis en de energiecrisis. Het lerarentekort. Het hele coronagebeuren. De toeslagencrisis. De inflatie en de armoedecrisis. De vertrouwenscrisis en de politieke crisis. Maar telkens weer is het de ándere crisis waar Maalderink op doelt. ‘Ik bedoel die crisis die we voor ons uit schuiven.’ Tot een man het antwoord weet dat eigenlijk geen antwoord is: ‘Ja, door dat vooruitschuiven weten we eigenlijk niet met welke crisis we nu bezig zijn.’
Je kunt vinden dat er sprake is van crisisinflatie – op alles wordt tegenwoordig het etiket ‘crisis’ geplakt. Maar evengoed kun je zeggen dat we in een crisistijd leven, als al die voorbijgangers zonder blikken of blozen een crisis uit de mouw schudden. En nu is er in Nederland – en de wereld – wel vaker sprake van een crisis, maar de opeenstapeling van vandaag is toch uniek. Ook omdat het crisissentiment vergezeld gaat met iets anders: het gevoel dat Nederland niet meer in staat is crises op te lossen. Ons nationale zelfbeeld heeft de afgelopen tijd al de nodige krassen opgelopen – we zijn allang niet meer dat progressieve gidsland – maar we hadden altijd nog het idee dat we in een net landje leefden waar de dingen goed geregeld waren.
Maar of het nu gaat om de toeslagenaffaire, de gedupeerden van de aardbevingen in Groningen of de stikstofcrisis – de crises etteren door en ‘netjes’ gaat het ook niet. Dat zorgt voor een nieuwe deuk in ons zelfbeeld. Het zijn niet alleen de opstandige burgers die roepen dat het daar in Den Haag een zootje is, hoge (ex-)ambtenaren zeggen het hun inmiddels beschaafder na: de overheid is machteloos. Ook de Nationale ombudsman ziet ‘een patroon van onvermogen’.
Die machteloosheid was voor de redactie van De Groene Amsterdammer reden om dit winternummer aan ons zelfbeeld te wijden. Wat vertelt de parade van omgekeerde vlaggen van het afgelopen jaar over de kloof tussen stad en platteland? Is Nederland definitief een boze en verdeelde natie geworden? Wat zegt het dat de voedselbank, die twintig jaar geleden bij haar oprichting als ‘on-Nederlands’ werd beschouwd, nu meer mensen bedient dan ooit? En hoe gaat het met de vvd, de partij die er een sport van heeft gemaakt zich te spiegelen aan het Nederlandse zelfbeeld?
Niet alleen Nederland worstelt met zijn zelfbeeld. Wat te denken van Groot-Brittannië na een jaar van politieke incompetentie en de dood van koningin Elizabeth? Nostalgie naar het Empire van weleer biedt geen soelaas meer. Hoe te duiden dat de nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni zich eerder met Tolkiens Midden-Aarde identificeert dan met Italië’s eigen rijke geschiedenis? De Russische schrijver Alexander Snegirjov bevindt zich nog in Moskou en houdt een dagboek bij. Terwijl veel vrienden en collega’s het land hebben verlaten hoort hij een paar keer per dag het volkslied boven zijn hoofd schallen: de oude bovenbuur die de radio loeihard aan heeft staan. Steevast bonst zijn buurvrouw dan nog harder op het plafond.
In haar prachtige boek Rebelse genieën vertelt Andrea Wulf over ‘de uitvinding van het ik’, zoals de ondertitel luidt, maar beschrijft ze ook hoe de filosoof Fichte zijn ik-filosofie uitbreidt naar de natie. Wij doen min of meer hetzelfde in dit dubbelnummer, maar dan omgekeerd: van collectief naar individueel zelfbeeld. Schrijfster Helen Macdonald reflecteert op de relatie tussen mens en natuur, Arthur Eaton overdenkt het zelf zoals Freud het concipieerde en Arjen van Veelen stelt dat de zelfverliefde Narcissus in deze tijd heeft plaatsgemaakt voor Atlas, die de wereld op zijn rug torst. ‘We zijn ontsnapt aan de fuik van het ik en geven nu de wereld de schuld van alles wat misgaat in ons leven’, schrijft hij. De vraag is of dat een troost is, schrijft hij er meteen bij.
De redactie wenst u hoe dan ook lichte feestdagen en een troostvol nieuwjaar.
PS: Het winternummer biedt leesstof voor drie weken. Op 12 januari ligt opnieuw een dubbeldik nummer in de brievenbus
Nederlandse jongeren behoren tot de minst gemotiveerde lezers ter wereld. Dat is slecht voor de democratie. Een langetermijnvisie van de overheid is nodig.
Tamar de Waal
beeld Milo De Originele Column van Groene.nl lees je --- Hier ---
11 januari 2023 – verschenen in nr. 1-2
Wat gebeurt er met de democratie als burgers niet meer lezen? Deze vraag dringt zich op na (weer) een onderzoek van de Onderwijsinspectie waaruit blijkt dat de leesvaardigheid in Nederland achteruit is gegaan. Van kinderen die de basisschool afronden ‘heeft slechts de helft een taalniveau waarmee zij zich kunnen redden in de maatschappij’, terwijl de nationale ambitie is dat zij dat dan allemaal hebben. Het zijn alarmerende cijfers, maar voor wie het onderwerp langer volgt, bijvoorbeeld door de artikelen van Yra van Dijk en Marie-José Klaver over ‘de leescrisis’ in De Groene te lezen, is het bijna geen nieuws meer. Een op de zes Nederlanders (2,5 miljoen burgers) heeft moeite met lezen en schrijven en het begrijpen van langere teksten. Een kwart van de vijftienjarigen loopt momenteel het risico laaggeletterd te blijven. Boeken lezen doen we allemaal minder, ook leraren lezen weinig.
‘Politici moeten over de bal heen kijken’, zei burgemeester Femke Halsema recent in de NRC-podcast Het uur. Even schoot ze in de lach om de voetbalanalogie, kennelijk houdt ze daar niet van, maar over het onderliggende punt was ze bloedserieus. Langetermijneffecten, op basis daarvan zouden politici hun beleid moeten evalueren. Bereiken we wel wat we willen? Hoe doen we het in vergelijking met andere landen, zijn er alternatieven denkbaar?
Ze heeft gelijk. Politici zonder enige toekomstvisie onderschatten, onder meer, het belang van constante aandacht voor het onderhoud van het sociale domein en de welvaartsstaat. Dat is niet alleen funest voor het welzijn, maar ook voor het hooghouden van burgerschap en democratische waarden. En met het aanbreken van 2023 lijkt vriend en vijand het erover eens: de Haagse politiek is afgelopen decennia nauwelijks gehinderd geweest door oprechte zorgen over later, of het nu over stikstof, ongelijkheid, virusuitbraken, de woningmarkt, vluchtelingenopvang of lerarentekorten ging (deze lijst kan nog langer).
De verwaarlozing van sommige politieke dossiers kan wellicht hersteld worden met wat crisismanagement. Maar met bepaalde maatschappelijke kwesties, zoals generaties burgers die niet goed kunnen lezen en het structureel verbeteren van onderwijs, ben je niet zo snel terug op het benodigde niveau. De slecht lezende generaties hebben inmiddels geen leerplicht meer, een onderwijscultuur heeft wortel geschoten, het domein is moe van de zoveelste ‘vernieuwing’.
Het leesvraagstuk vergt daarom veel meer, denk ik, dan gewoonweg veel geld in de huidige structuren pompen. Een langetermijnvisie van de overheid is nodig. Nederlandse jongeren behoren tot de minst gemotiveerde lezers ter wereld. Wat gaan we eraan doen?
We moeten de vermogens van ons brein blijven trainen, net als spieren
In deze visie verdient de relatie tussen lezen en het functioneren van de democratie aandacht. In de inleiding van de recent verschenen bundel over de Nederlandse leescrisis, Omdat lezen loont, staat: ‘Burgerschap en geletterdheid gaan hand in hand.’ Bij functionele geletterdheid is dat evident. Wie niet goed kan lezen en schrijven kan lastiger informatie vinden en tot zich nemen, begrijpt brieven van de overheid niet en heeft moeite met het vinden van werk. Taal biedt toegang tot veel sociale werelden, (carrière)kansen en emancipatie. Laaggeletterdheid is bovendien een probleem dat lastig te doorbreken is: wie niet goed leest, kan teksten slechter plaatsen, schaamt zich vaak ook – dit alles maakt lezen er niet leuker op.
Uiterst belangrijk, maar er is meer. Ook cruciaal is wat Maryanne Wolf, hoogleraar en onderzoeker naar ‘het lezende brein’, aanduidt met ‘cognitief geduld’: het vermogen om geconcentreerd en op aanhoudende en verdiepende wijze aandacht te besteden aan iets. Cognitief geduld is nodig voor inzicht in complexiteit, reflecteren op ideeën en waarden, het combineren van informatie, creativiteit en fantasie, zelfkennis, synthese – en daarmee vooruitgang, waaronder democratische vooruitgang. (Het is geen toeval dat slechte lezers vatbaarder blijken voor complottheorieën en nepnieuws.)
In haar werk laat Wolf zien dat wat zij ‘diep lezen’ noemt – langdurig verzonken zitten in een boek of lange tekst (zonder, bijvoorbeeld, steeds je telefoon te checken) – een uitstekende manier is om dit vermogen te oefenen. Daarnaast laat zij zien dat de mens genetisch niet uitgerust is op cognitief geduld of het vermogen tot lezen: diepe reflectie en geletterdheid zijn menselijke innovaties geweest en komen voort uit de ‘plasticiteit’ van ons brein. Dit betekent dat we deze vermogens van ons brein moeten blijven trainen, als spieren. Anders verdwijnen ze.
Ontlezing heeft dus bredere gevolgen dan dat steeds minder Nederlanders kunnen lezen. Met de ontlezing verliezen we, zeker in een tijdperk van digitalisering die een aandachtseconomie voortbracht, een vaardigheid die geïnformeerd democratisch debat en kritisch burgerschap ondersteunt: diepe concentratie. Een veelgehoorde tegenwerping is dat films of series toch ook gerichte aandacht kunnen vragen. Dat is zeker waar, maar zoals schrijfster Roxane van Iperen zegt: ‘Een goede film vertelt je iets, een goed boek vraagt je iets.’ Het is daarom te hopen dat Nederlandse politici nog voldoende cognitief geduld bezitten om vooruit te denken. Het tij moet gekeerd. Niet alleen functioneel lezen, maar ook diep lezen moet hoog op de politieke agenda gezet.
Yra van Dijk en Marie-José Klav
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/10/youp5bij3.png)
Niet dat ik ooit overwogen heb om veganistisch te worden, maar nu ik afgelopen week het gedrag van al die groenteknagers bij de Partij voor de Dieren zie weet ik zeker dat ik regelmatig een stukje vlees of een mootje tonijn tot me zal blijven nemen. Met een glaasje melk van de koe. Want je gaat echt raar doen van louter linzen en ongefilterd vlierbessensap.
Vooral dat fossiele dierenpartijbestuur dat inmiddels is opgestapt, is er slecht aan toe. Wat een enge gluipkoppen. Geen van die lieden mag mijn hond uitlaten of op de cavia van mijn kleindochter passen. Iemand die Noord-Koreaanse Koffeman bij Nieuwsuur gezien? Hij is een van de oprichters van het clubje en rommelde met de rest van het bestuur als volleerde KGB’ers in de mailbox van die Ouwehand. Over ‘vermeende integriteitsschendingen’ gesproken. Ik vrees dat deze senator de bedenker van die term is. Daarmee wilden ze Ouwehand wegpesten. Of hebben ze daar met een clubje geitenwollen advocaten een lang weekend in een of andere boomhut op zitten broeden?
Het meest lachwekkende moment in de dierensoap was voormalig bestuurslid Marnix van der Werf afgelopen donderdag bij OP1. Deze advocaat vertelde dat er sowieso zeven aanklachten tegen Esther waren binnengekomen. Dus vroeg de presentator: van wie dan? Antwoord: van de zeven bestuursleden. Toen schoot ik spontaan vol. Van ontroering. Zeven klachten van de zeven bestuursleden. Goed zo jongens. Doortastend opgetreden.
Ik dacht aan 1963. Ik was negen jaar oud en op de vliering van de garage had ik met drie vrienden De Zwarte Hand opgericht. Dat was een Kuifje-achtig genootschap met allerlei vage regels, die absoluut niet overtreden mochten worden. Af en toe kegelden we er een partijlid uit. Waarom? Ik denk wegens vermeende integriteitsschendingen. Of wij net als het dierenclubje ook een integriteitssecretaris hadden? Misschien was ik dat wel. Hoe het met ons genootschap afliep? Opgeheven. Dat is nu ook de beste oplossing.
Of ik voor die Esther ben? Nee, maar ik snap haar wel. Die heeft jarenlang een beetje gezond zitten stoken omdat die gietijzeren plucheklevers in de bestuurskamer niet door hadden dat het inmiddels 2023 is en dat de tijden echt veranderd zijn. Die oudjes hadden allang moeten opschuiven voor jongeren. Maar oudjes voelen dat niet. Dit geldt voor duizenden besturen.
De partij is gegroeid, de klimaatklok staat op twee voor twaalf en de BBB (ook wel de Partij voor de Gemartelde Dieren genoemd) gaat misschien regeren. Kortom: heel veel werk aan de winkel. Je kunt namelijk niet jarenlang uitsluitend vanaf de zijlijn blijven blèren dat Artis dicht moet en Shell moet oprotten. Er moet echt iets gebeuren. Anders word je een soort SP.
Ik hoop, voordat de PvdD definitief van de Haagse radar verdwijnt, nog wel op een roerig congres. Met veel rotte vis over en weer. Van beide kampen. Smurrie van Kamp Koffeman & consorten en stinkende viezigheid uit Kamp Ouwehand. Vooral lekker veel privégedoe. Juice heet dat tegenwoordig. Dat ze in betere tijden elkaar ooit nog besprongen hebben na een motivatiedagje op een Drentse hei. Of met wederzijds goedvinden elkaar vol op de bek gezoend. Dus niet de Spaanse variant.
En ik hoop op stevige scheuren. Niet twee dierenpartijen, maar een stuk of vijf. En ook een voor de nieuwe dieren die door de klimaatverandering tegenwoordig in ons land wonen. Zonder Ter Apel en zonder asiel aan te vragen. Zo begrijp ik dat de scholletjes en de haringen de Noordzee te warm vinden en naar het koudere noorden zijn getrokken. De langoustines heersen nu voor onze kust. En wat te denken van de nieuwe mierensoorten zoals het zwarte en het rode draaigatje, die voor een ware plaag kunnen gaan zorgen. Misschien komt er een ‘Partij voor de Mieren’. Ik kan eerlijk gezegd niet wachten.
Maar eerlijk is eerlijk: een goeie partij voor de dieren is natuurlijk keihard nodig en het is triest dat die door ijdelheid en wanbestuur zomaar implodeert en verdwijnt. Ik hoop dat ze bij Ajax nog net op tijd zijn.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 16 september 2023.
De Tweede Kamer wil dat de Rabobank haar verantwoordelijkheid neemt voor de stikstofcrisis; ze zou mee moeten betalen aan de transitie. En wat doet de Rabobank?
Merijn Oudenampsen beeld Milo
– verschenen in nr. 35
Het Nederlandse laagland verscheen opeens als een duizelingwekkend alpenlandschap. De grootste pieken van Europa bevonden zich hier. Ik bekeek een driedimensionaal kaartje van de Europese stikstofuitstoot. Er waren wel andere uitschieters te vinden in Noord-Italië, België en West-Duitsland, maar de Nederlandse uitstoot was van een andere orde. In die zin is de stikstofcrisis een Nederlandse eigenaardigheid, het gevolg van de uitzonderlijke mate waarin de landbouw hier is geïntensiveerd.
De logica van de stikstofcrisis is echter vrij universeel. Sterker nog, het zal mij niet verbazen als de nabije toekomst zich voordoet als een eindeloze opeenvolging van vergelijkbaar politiek drama. De parallellen met de klimaatcrisis zijn legio. Zo circuleren er op sociale media krantenberichten van dertig jaar terug, waarin politici en wetenschappers zich uitspreken tegen de bandeloze hoeveelheden mest die toen al over het land werden uitgereden. We waren gewaarschuwd, ook op dit dossier. Het bewustzijn dat er grenzen zijn aan wat de natuur aan kan, ontstaat pas als die grenzen al ruimschoots zijn overschreden. En zelfs dan is het voor velen aantrekkelijk om domweg te blijven ontkennen dat die grenzen er zijn. ‘Het is moeilijk om een man iets te doen begrijpen, wanneer zijn salaris afhankelijk is van zijn onbegrip’, schreef de Amerikaanse schrijver Upton Sinclair al eens.
Cruciaal is de rol van het bankwezen. In de NRC verscheen een opiniestuk van Karin van Boxtel en Casper van der Kooi waarin zij stelden dat de uitkoop van boeren in feite een bail-out is. Niet zozeer van die boeren zelf, maar van de Rabobank die zo’n 85 procent van de Nederlandse agrarische sector financiert en daar zo’n veertig miljard aan leningen heeft uitstaan. Vorig jaar maakte de bank 3,7 miljard euro winst. Decennialang heeft de Rabobank boeren aangezet om verder op te schalen en te intensiveren. Veel boerenbedrijven zitten daardoor diep in de schulden. De 7,5 miljard die de overheid opzij heeft gezet voor de uitkoop van boeren dreigt zo bij de financiële architect van de stikstofcrisis terecht te komen. Niet de vervuiler betaalt, maar de vervuiler krijgt betaald.
Ik kan het me goed voorstellen dat individuele boeren de stikstofcrisis niet zagen aankomen. Maar de Rabobank is al meer dan dertig jaar op de hoogte van wat de bank traditiegetrouw het ‘mineralenoverschot’ noemt. De Tweede Kamer riep dan ook onlangs in een motie op om te onderzoeken hoe de bank gedwongen kan worden om mee te betalen. ‘Rabobank heeft de afgelopen jaren de sector willens en wetens de verkeerde kant op geduwd’, stelde pvda-Kamerlid Joris Thijssen. ‘Ze mogen nu meebetalen aan de noodzakelijke transitie.’ De bank wijst elke verantwoordelijkheid van de hand.
Het zal juridisch hout snijden, moreel is het een ander verhaal. De bank heeft politiek gezien altijd een stevige vinger in de pap gehad. De Rabobank en het cda waren lange tijd twee handen op een buik. Vooral de gewezen Rabobank-topman Herman Wijffels gold in de jaren tachtig en negentig als een invloedrijke cda-ideoloog. Onder zijn bewind voerde de Rabobank succesvol campagne tegen voorstellen van vvd-landbouwminister Jozias van Aartsen (1994-1998) om de varkensstapel met een kwart terug te brengen.
Interessant genoeg was Wijffels ook de grote voorganger van het duurzaam ondernemen, koopman en dominee ineen. Op zijn initiatief nam de Rabobank het voortouw in het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wie Wijffels’ biografie leest – De opdracht, geschreven door Jan Smit – ontdekt dat Wijffels een uitzonderlijk zachtmoedig activist was. Wijffels stelde Triodos-oprichter Bart Jan Krouwel aan. Diens pleidooi voor biologische landbouw bleek intern bij de Rabobank niet bijzonder populair. ‘Je kunt kiezen: een kop koffie en ophouden met dat gezeur over biologische landbouw, of direct weer opstappen’, kreeg Krouwel te horen van de directeur Landbouw. ‘We moeten geen klanten verliezen door idealisme.’ Toen hij Wijffels vroeg om zijn gewicht in de schaal te leggen, weigerde deze: ‘Nee, draagvlak creëren, draagvlak creëren.’ Een kwart eeuw later is dat draagvlak er nog steeds niet. De grens tussen duurzaam ondernemen en greenwashing is vaak lastig vast te stellen.
In feite zijn de Rabobank-leningen aan uit te kopen boeren stranded assets. De term duidt op ‘vuile’ investeringen die door klimaatbeleid en overheidsregulering opeens veel minder waard zijn. Banken hebben wereldwijd enorme hoeveelheden stranded assets op hun balansen staan. Ze hebben daardoor, net als de Rabobank, een concreet belang om regulering af te zwakken. Het basale probleem is dat er grote belangen gemoeid zijn bij de bestaande vuile industrieën en dat de belangen van de groene industrie die nog moet komen alleen in abstracte zin bestaan. Enkel grote potten publiek geld zullen de boel in beweging kunnen brengen. In IJsland noemt men dit ‘rokkenkapitalisme’: een verwijzing naar banken en bedrijven die zich in crisistijden achter de rokken van de staat verschuilen.
De hoogtijdagen van het neoliberalisme lijken daarmee voorbij. De staat is terug van weggeweest. Of de wereld daarmee ook rechtvaardiger wordt, valt nog te bezien.
© Mirjam Vissers Artwork Meer van Mirjam Vissers op haar site --- Hier ---
*
".... Bij de uitloop van de ministerraad afgelopen vrijdagmiddag herhaalde stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) dit zinnetje wel tien keer toen journalisten haar vroegen naar de stemming in het kabinet. Daar heerste al dagen een crisissfeer over haar beleid. „Verder kan ik er niets over zeggen”, zei ze.
Vierenhalf uur later, even over half acht ’s avonds, moest Van der Wal via een pushbericht van de NOS vernemen wat de inhoud van die brief was, die na dagen verhit beraad in de top van het kabinet eindelijk was afgerond.
„Kabinet bouwt pauze in stikstof in”, was de melding. De stikstofminister wist van niets. Premier Mark Rutte (VVD), haar partijleider, had Van der Wal tijdens het finale crisisoverleg niet gebeld of geappt.
Toen Rutte vrijdagavond een toelichting gaf, begreep Van der Wal er nóg minder van. De premier weersprak het NOS-bericht. Er was geen sprake van een pauze, zei hij, het kabinet had juist een „versnelling” van de stikstofaanpak afgesproken.....
..."
Fokke & Sukke https://t.co/APn1f97Fid #RutteDoctrine2punt0 #slappeHap #VVDDictatuur #RuttemoetWeg
— Aart Dekker (@AartDekker) October 22, 2022
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2022/06/vries-marijn-de-2022-05-02-700-web.png)
In een sporthal horen piepende sportschoenen. In een sporthal hoort zweetlucht. In een sporthal horen opgewonden kinderstemmen, omdat apenkooi begint. In een sporthal horen joelende supporters. In een sporthal horen overwinningsliederen. In een sporthal horen bittere tranen bij verlies. In een sporthal horen tieners onder de tribune, met oog voor niks anders dan misschien wel hun eerste kus.
In een sporthal horen stuiterende ballen. In een sporthal mag iedereen meedoen en maakt het niet uit als je elkaar niet verstaat. De taal van sport is overal hetzelfde. De stuit van een bal is een brug van hier naar daar. Gooien is even niet denken, is bezig met je lichaam, weg uit dat hoofd. Weg van herinneringen, of verdriet. Rennen is afreageren, en even wat agressie kwijt.
In een sporthal horen schelle scheidsrechtersfluitjes. In een sporthal hoort gescheld op de trainer van de overkant. In een sporthal horen salto’s, radslagen, een koprol op de balk. In een sporthal horen vuurrode kinderwangen, en concentratie bij het leren van wat nieuws. In een sporthal hoort liefde te ontluiken, voor de trampoline, de ringen of de judomat.
In een sporthal hoort geen moeder met een baby van een paar weken. En als ze er al is, dan zou ze er maar kort moeten zijn. Om naar een ouder kind te kijken, bijvoorbeeld, dat voor het eerst naar gymles gaat. Zo’n smalle kleuter met elastieken beentjes, opgewonden huppend – want al die toestellen zien er zo heerlijk spannend uit. De moeder zou trots moeten kijken, van haar kind dat gymles krijgt naar haar baby in de wagen. Lekker slapend. Goed gevoed.
In een sporthal hoort geen moeder met een baby van een paar weken tussen een massa mensen die daar ook maar een poging tot overleven doen. Op zoek naar veiligheid werden ze een desillusie rijker. Hoe geld een land niet rijk maakt, maar bang en hard, doet mij misschien nog wel het meest verdriet.
Had ze een wiegje voor de baby? Genoeg voeding? Ik zie de moeder voor me. De baby in haar armen. In een hoekje zit ze, haar hele lichaam vouwt zich om het kindje heen. Zat het nog maar in haar buik. Daar was alles beter. Daar kon ze het beschermen. Hier lukt dat niet genoeg. Vanuit haar hoekje kijkt de moeder naar de mensen, ze zijn te dichtbij, ze maken te veel lawaai, ze houden geen rekening met haar. En met haar baby. Niet als hij huilt. Niet als hij slapen moet. Niet als ze voeden moet.
Haar ogen dwalen over de gele en blauwe lijnen op de vloer. Naar de twee baskets hoog aan de muur. Daarboven ziet ze stukjes blauwe lucht, door de smalle ramen tegen het plafond. Ze zou willen vliegen, als ze vliegen kon. Weg met haar baby, weg van hier. Vliegen, naar een plek met een groot bed. Met rust. Met licht, en ruimte. Zachte handdoeken en een warm badje voor haar baby. Met lieve mensen, die naar haar kindje zouden kijken en glimlachen. Wat is hij mooi.
Wat gebeurt er met een dode baby in een sporthal? Is er een lijkwagen gekomen met een kistje, niet groter dan een schoenendoos? En wat gebeurt er met de moeder?
Ik denk al dagen honderdduizend zachte armen om haar heen.
Read my lips #spoeddebat #Hoekstra #CDA #stikstofcrisis @DeGroene pic.twitter.com/6YzJdYm8H4
— Joep Bertrams (@joepbertrams) August 24, 2022
Updated version of a classic map of #Europe by cartoonist Andy Davey via @ianbateson pic.twitter.com/5nuZbt44uc
— Andreas Rossbach (@rossbachandreas) June 19, 2018
Andy Davey
UK political and social gag cartoonist. Andy Davey: http://andydavey.comBasketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .