Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Ik ben moslim. Ik ben vrouw. Wat ik mag zeggen is
niet geheel aan mij
8 november 2024, Trouw.nl, Originele (en eerdere) Column(-s) --- Hier ---
Of ik wil vertellen wat ik ervan vind. Het willen kan vervangen
worden door: moet. Ik moet vertellen wat ik ervan vind. Niet omdat ik
dat wil, maar omdat mijn docent economie dat eist. Ik ben 16 jaar oud
en als enige uit de klas moet ik me uitspreken over de Amerikaanse
aanval op Irak. Hij is niet de eerste en zeker ook niet de laatste
die van mij eist dat ik kleur beken. Want dat is het, kleur bekennen.
Ben je met ons of tegen ons? Een antwoord met nuances en
kanttekeningen is niet aan te raden, tenzij je een olifantenhuid hebt
en het je geen verdriet doet als je in het vervolg niet meer wordt
uitgenodigd voor verjaardagen en partijen.
Of ik het ermee eens ben dat moslims beter zijn dan Joden volgens
Allah, vraagt hij tijdens een diner. Ik trap in de val en denk dat
van mij een echt antwoord wordt verwacht. Ik ben nooit meer
uitgenodigd voor het diner. En nee, ik heb geen olifantenhuid, dus
verdriet.
Veilig voor wie?
Het duurde even voordat ik doorhad dat het vrije woord niet echt
vrij is, tenminste niet in mijn handen. Ik ben niet wit. Ik ben
moslim. Ik ben vrouw. Wat ik zeggen mag en wanneer is niet geheel aan
mij. Kritiek op de eigen groep mag, mits ik kan garanderen dat mijn
woorden geen munitie zijn voor islamofoben, racisten. Die garantie
kan ik niet geven. Dus wordt van mij verwacht dat ik mijn woorden
matig ten gunste van ‘mijn’ mannen. De mannen hebben geen flauw
benul hoe verschillend onze wereld is. Op een bijeenkomst in
Amsterdam riepen enkele Nederlands-Afghaanse mannen dat het land nu
veilig is. Veilig voor wie? Of ze doorhadden dat hun definitie van
veiligheid niet per se hetzelfde is als die van (Afghaanse) vrouwen
vroeg ik.
Sinds 7 oktober 2023 is mijn vrije woord nog iets minder vrij.
Daar waar mijn economiedocent in 1990 mij dwong een politieke mening
te hebben, word ik nu geacht mijn politieke mening voor me te houden.
Kritiek op Israël?
Niet als ze voetballen in het Johan Cruijff Stadion, want sport is
geen politiek volgens Ajax. (In hetzelfde stadion werd eerder door
Ajax geld opgehaald voor Oekraïne.)
Niet tijdens het Songfestival, want muziek is geen politiek.
Niet tijdens een lunch op het werk, want de collega’s vinden ‘de
pro-Palestijnen’-woorden bedreigend klinken.
Niet voor je raam; de buren hebben liever geen Palestijnse vlag in
de straat.
Niet een zwart-witte sjaal op de kapstok op het werk. Collega A
wenst geen politieke uitingen op het werk.
Niet. Niet. Niet.
Hoe het hoort als moslim
De Britse zanger Yusuf Islam (Cat Stevens) zong in zijn hit Father
and Son: “From the moment I could talk I was ordered to listen”
(“Vanaf het moment dat ik kon spreken, werd mij bevolen te
luisteren”).
The official music video for Father & Son by Yusuf
Vanaf het moment dat ik kon spreken werd mij verteld hoe het
hoort, hier in ons land. Hoe het hoort als meisje, vrouw. Hoe het
hoort als moslim.
M’n goede moslim zijn bleek geen bescherming tegen huiselijk
geweld, m’n goed geïntegreerde Nederlanderschap geen garantie voor
een bloeiende carrière waarin ik mezelf niet hoefde te verloochenen,
m’n voortreffelijk uitgevoerde vrouwenrol geen roze wolk.
Het vrije woord is pas echt vrij wanneer het in vrijheid mag
worden uitgesproken door hen die wij liever niet horen.
Naeeda Aurangzeb schrijft elke twee weken een column voor
Trouw.
Lees hier haar columns terug.
NSC-KANDIAAT ROSANNE HERZBERGER KRIJGT NU HOOGSTWAARSCHIJNLIJK DE KANS 'HET' BETER TE GAAN DOEN; IK BEN BENIEUWD
Er was eens een van Links tot Rechts zeer gewaardeerde columnist. Hij was wetenschapper, had een column in een seer gerespecteerde krant, trad op als commentator over velerlei onderwerpen in zeer diverse TV- & Radio-shows en bouwde voor zichzelf zo´n reputatie dat hij ministeriabel werd geacht, en aldus geschiedde... PvdA´er Ronald Plasterk - want over deze man heb ik het - werd bepaald geen succes als minister, ik schreef er --- Hier --- al eens iets over, maar gooide zijn geloofwaardigheid pas echt compleet op de mestvaalt vanaf het moment dat hij weer columnist werd, voor dagblad ´De T.´ maar liefst...in niets herken je in de Plasterk van vandaag de dag nog de bevlogen PvdA´er die hij ooit was, tenzij als zeer gefrustreerde, hoererende, ex-PvdA´er, van ´t soort waar er wel meer van rondlopen; die komen dan veelal uiteindelijk uit bij Rechts of zelfs Extremistisch Rechts...ik ga geen namen noemen - tenminste, nog niet - maar...
´Reageren? Graag!´
Er zijn natuurlijk meer voorbeelden van vergelijkbare carrières die minder spectaculair fout lopen, of zelf best wel goed - ik denk hierbij aan de huidige demissionaire minister van Hoger Onderwijs Robbert Dijkgraaf, die zelfs in het rampzalige kabinet Rutte-IV best aardig overeind blijft - maar die is dan weer zo weinig tijd gegeven dat we nu nog niet, en misschien wel nooit zullen weten of hij een succesvolle minister genoemd zal mogen worden of niet.
Goed, na dit aanloopje dan over de vrouw die een nogal vergelijkbaar pad lijkt te gaan - met dat verschil dat zij als jonge wetenschapper en columnist juist behoorlijk Rechts begon.
Rosanne Herzberger staat op een dik verkiesbare plek op de Lijst Omtzigt / Nieuw Sociaal Contract. Dus een nieuwe ronde, nieuwe kansen om te kijken hoe haar pad zich zal voortzetten.
Ik al enkele malen eerder naar aanleiding van haar columns, je leest het --- Hier --- en --- Hier --- en --- Hier
--- deze terugzoekende blaak dat ik nog heel wat andere columns van haar met wat notities
voor een eigen Post in de pijplijn zitten - dus wie weet...wordt
wellicht vervolgd!
Rode draad door al die columns: ze is bepaald niet zuinig geweest met
kritiek op politici, of het nu kamerleden of bewindspersonen betrof. Ze
heeft de lat dus heel hoog gelegd voor zichzelf!
Herzberger schreef zelf ook weleens over Plasterk, bijvoorbeeld in --- Deze Column 'Geef-die-scholier-maar-een-duwtje (2012)' ---
FRAGMENT:
"....
Zelden ben ik het eens met Tweede Kamerlid Ronald Plasterk (PvdA), maar afgelopen zondag had hij toch een punt in Buitenhof,
toen hij voorstelde om zo’n bètastudie financieel aantrekkelijker te
maken. Ik zou zelfs verder willen gaan. Je kiest een aantal
studierichtingen uit waarvan we echt genoeg afgestudeerden hebben in ons
land. Elke student die deze studie kiest, laat je vanaf jaar één een
langstudeerboete betalen. Boodschap: elk jaar dat je aan deze studie
hebt besteed, is er één te veel, of althans, elk jaar dat jij maar
tweeduizend euro collegegeld hebt betaald en dus een bak met subsidie
voor jouw opleiding communicatiewetenschappen hebt ontvangen, is er één
te veel.
Presentatrice Clairy Polak van Buitenhof was, als vanzelfsprekend, volledig ontdaan door het voorstel van Plasterk. De gelijkheid zou in het geding zijn. Animal Farm,
bracht ze ontgoocheld uit – maar uiteindelijk mag een maatschappij best
zijn gemeenschapsgeld uitgeven aan de hand van haar behoeften. Hoeveel
bedrijfseconomen heeft een land écht nodig? Op een bepaald moment zijn
er toch gewoon genoeg communicatiewetenschappers? Het barst van de
organisatiepsychologen, adviseurs, coaches en trainers. Deze
‘mensenmensen’ zijn allemaal op zoek naar een werknemer om te
psychologiseren. Dit land bulkt van de mensen die alleen maar waarde
rondschuiven in plaats van waarde creëren. We leiden containers vol human resources managers
op. Zij moeten uiteindelijk allemaal voor grote instanties en
bedrijven, in dezelfde piepkleine vijver met ingenieurs, vissen naar die
enkeling die een beetje een degelijke assemblagelijn kan ontwerpen.
Dertigduizend mensen in Nederland studeren rechten. Waarom denk je dat
er zo veel regeltjes zijn in dit land? Waar moeten die mensen zich
anders mee bezig houden?....
..."
Maar de meest intrigerende column schreef ze - jaren geleden al - eigenlijk over zichzelf als onderdeel van een groep waar ze nu dus sinds kort bij hoort: ´Als het goed gaat, kloppen politici zich op de borst´ je kunt hem hieronder of op de site van NRC - waar zowel zij zelf als Plasterk ooit - columnist was teruglezen.
Ik volgde haar al lange tijd, nauwelijks nodig om te zeggen dat dat vanaf nu nog meer - met argus-oog, zou ik haast zeggen - het geval is...
...eens kijken of ze tenminste deze door haarzelf geschetste valkuil weet te vermijden!
AART DEKKER
*
Als het goed gaat, kloppen politici zich op de borst
‘Gatti knikt naar de contrabassen en weg stuiven de vijf tonen die
Mahler zo luid mogelijk en ‘wild’ gestreken wilde hebben.” Ik wantrouw
leiders. Daniele Gatti bijvoorbeeld, de nieuwe chef-dirigent van het
Concertgebouworkest die tijd ens zo’n concert de vreemdste bekken trekt
en met zijn armen zwaait alsof zijn leven ervan afhangt. Dat hij zijn
eigen signatuur heeft en hij het orkest vooraf instrueert hoe hij wil
dat Mahlers 2e symfonie klinkt in Amsterdam, dat is duidelijk. Maar op
het moment zelf? Wat als hij in de zaal was gaan zitten? Wat nou als het
orkest niet in vervoering wordt gebracht door het bezwerende spel van
de dirigent maar andersom?
„Het is mijn eigen fout”, zegt José Mourinho, trainer-coach van
Manchester United na de verloren derby tegen Manchester City. Afgelopen
donderdag verloor hij weer, ditmaal tegen Feyenoord. Na het fiasco van
Van Gaal krijgt ook Mourinho het sterrenteam niet aan het winnen en dat
wijt hij aan zichzelf. Maar niemand weet of dat terecht is. Misschien
als Mourinho niet driftig langs de lijn had gestaan maar op de tribune
een potje candy crush had gespeeld, was zijn team wel tot scoren
gekomen.
„Prachtige cijfers.” Zo reageerde Asscher op de nieuwste
werkgelegenheidscijfers. Die lieten weer een mooie stijging zien. 20.000
minder werklozen dan in juli, de laagste cijfers sinds de piek van
februari 2014. „Maar”, voegde hij eraan toe, „we zijn nog niet klaar”.
Asscher is zo’n opgestroopte mouwenman. Net als Justin Trudeau,
Barack Obama, Jesse Klaver. Met zo’n frisse ‘we zetten de schouders
eronder’-houding. Ik vind dat soort doenerigheid griezelig. „Weet u waar
ik naar toe wil met dit land?”, zegt een politicus dan. Dan denk ik:
jij gaat helemaal nergens naar toe met ons land. Jouw taak is op de
winkel te passen, hier en daar wat aan de knoppen te draaien en
Nederlanders niet te veel voor de voeten te lopen.
Wij schrijven heel veel toe aan politici en politici schrijven op hun
beurt weer veel toe aan hun beleid. Dat geldt wereldwijd trouwens. Bill
Clinton roept enthousiast op verkiezingsbijeenkomsten dat de
Amerikaanse economie met democratische presidenten in het Witte Huis
telkens meer groeit en meer banen creëert dan met een Republikein aan
het roer. Toeval, zeggen economen die die bewering onderzochten. Clinton
profiteerde tijdens zijn eigen termijnen vooral van de technologische
bubbel. Die bubbel barstte net toen Bush aantrad, waarna hij ook nog 11
september voor zijn kiezen kreeg en een financiële crisis. Tijdens Obama
was er maar één weg, en die ging omhoog. Niet alleen in Amerika.
Wereldwijd staan leiders zich op de borst te kloppen dat dankzij hun
kundige en daadkrachtige leiding de economie weer in de lift zit. Stuk
voor stuk dirigenten die meedansen op de muziek.
In een land kan je geen gecontroleerde experimenten doen. Je kunt
niet in een parallelle werkelijkheid bekijken wat er was gebeurd als de
Nederlandse regering de hele dag een beetje had zitten candy crushen.
Misschien was de werkeloosheid dan ook wel teruggelopen. Dat er enorm
veel is getrokken en geduwd door Rutte om de werkloosheid binnen de
perken te houden, is duidelijk. Er verdwenen enorm veel banen,
bijvoorbeeld in de thuiszorg. Tegelijkertijd kwam er ook 600 miljoen
euro beschikbaar voor allerhande leerwerkplekken en omscholingstrajecten
om ervoor te zorgen dat werknemers in dienst bleven en zich in de
toekomst weer nuttig konden maken.
Begrijp me niet verkeerd: die gesubsidieerde scholing lijkt mij een
prima besteding van belastinggeld. Opleiding is core business van de
overheid. Het is een goed idee om in tijden van werkloosheid mensen te
stimuleren om nog eens wat bij te leren in plaats van te wachten op een
nieuwe baan. In een hoogtechnologische economie als de Nederlandse is
niemand kwetsbaarder dan ongeschoolde arbeiders. De effecten zijn
moeilijk meetbaar. Misschien zorgde die omscholing voor beter inzetbaar
personeel en lagere werkloosheid. Misschien had je er net zo goed
honderd ecoducten van kunnen aanleggen. Of gewoon alle werkenden een
cadeaubon van tachtig euro kunnen geven om bij Blokker of V&D uit te
geven.
Ooit hoorde ik een voetbalcoach op de radio toegeven dat het best
verstandig was om juist als je team voor staat, extra veel theater te
maken langs de lijn. Dan associëren de mensen jouw gezicht met succes en
kun je bij een volgende club meer geld vragen. Nederlandse politici
zijn van oudsher niet zulke borstkloppers, maar toch is voorzichtigheid
geboden. Zeker nu het verkiezingstijd is. De komende maanden worden de
mouwen weer wat verder opgestroopt en staan onze leiders weer driftig
langs de lijn met hun armen te zwiepen. Vooral als het goed gaat, let
maar op.
N.A.V. NRC-COLUMNIST RUSMAN: 'Een mening als feit verpakt'
FRAMEND POLITIEK TAALGEBRUIK
Gisteren - dinsdag 7 maart 2023 - was het weer eens flink raak, voor de zoveelste keer al deze verkiezingscampagne, en inmiddels ontelbaar vaak in de vele voorgaande verkiezingscampagnes waar Mark Rutte als VVD-leider een belangrijke rol in speelde;
Rutte betichtte in de ochtend de NGO's die bootvluchtelingen/-migranten op de Middellandse Zee redden van 'Geldverdienen aan en samenwerking met de Mensensmokkelaars' die daar actief zijn.
100% gelul natuurlijk; dus al op dezelfde dag moest hij terugkrabbelen; hij kon geen schijn van bewijs leveren. De zoveelste vuige leugen/beschuldiging van een veroordeelde politieke crimineel. Maar daar hebben zijn stemmers weinig boodschap aan; die slikken het voor zoete koek, gaan er op hun beurt mee aan de haal, en zo is volkomen duidelijk waardoor het land steeds verdeelder wordt, partijen en mensen steeds meer tegenover elkaar staan, steeds minder naar elkaar luisteren en met elkaar praten, laat staan samen de problemen oplossen.
Het onderliggende argument inzake migratie is steeds weer: dat 'onze riante voorzieningen een aanzuigende werking zouden hebben' en dat 'je migranten dus moet afschrikken'. Een redenatie die alleen calculerende rechtste Dikke-ik-egoïsten logisch vinden - omdat ze hun eigen motieven en gedragingen op arme sloebers projecteren? Want de wetenschap stelt keer op keer dat de veronderstelde aanzuigende werking en 'het verdienmodel van de mensensmokkelaars' zoals Rutte c.s. betogen helemaal niet zo werken. Ik ben het daar mee eens; want als er al een aanzuigend effect bestaat, dan is dat de aanzuigende kracht van een flink deel van Rutte's eigen aanhang - de ondernemers die graag goedkope buitenlandse werkkracht inzetten. Ook die veronderstelde 'afschrikking van het rechtse rot-beleid' bestaat natuurlijk niet; kijk maar hoe het de afgelopen tien, tientallen jaren heeft gewerkt; 100.000 verdronken mensen op die Middellandse Zee alleen al, massagraven op de plekken waar veel van die drenkeling uiteindelijk terecht komen. Ondanks dat risico stappen toch steeds weer nieuwe mannen, vrouwen en kinderen in krakkemikkige bootjes voor zo'n helletocht met zeer onzekere afloop.
Nederland is een immigratieland, de politiek zou dat moeten erkennen, en de consequenties daarvan moeten omzetten in effectief beleid, regels en wetten. Maar dáár heeft Rutte geen zin in; want dat bekt electoraal tegenover zowel eigen aanhang als de nog extreem-rechtsere/-populistischere concurrentie...
Dus stond Rutte vandaag een neo-fascist met een lullig bosje bloemen op te geilen - is hier een ultra-rechtse romance in de maak? - slapen er straks in zowel Italië als Nederland weer legitieme vluchtelingen buiten, en blijft de huidige noodtoestand in stand...
Soms is framing schaamteloos opzichtig. De ‘intelligente
lockdown’ van maart 2020 bijvoorbeeld, zo genoemd door de uitroeper
van de lockdown zelf, Mark Rutte. Het trucje deed me denken aan mijn
vader, die in mijn kindertijd naar zichzelf verwees als ‘leuke,
lieve papa’. Zoiets werkt misschien bij kinderen, dacht ik, maar
gelooft Mark Rutte werkelijk dat de bevolking zijn positieve
lockdown-typering zomaar overneemt?
Toch had Rutte goed gegokt, want al snel werd in diverse media
over de intelligente lockdown (zonder aanhalingstekens) geschreven
als een feitelijkheid. Hetzelfde kunstje had hij in 2015 geflikt met
het ‘sociaal leenstelsel’ – ook hier een als feit verpakte
mening, want hoe sociaal is een leenstelsel dat studenten een schuld
bezorgt die ze nog jarenlang hindert bij het krijgen van een
hypotheek?
Dat opzichtige framing zich ook tégen kabinetsbeleid kan keren
blijkt uit de levensloop van de ‘dwangwet’, die, zo werd
donderdag bekend, alweer vertraging oploopt. Staatssecretaris Eric
van der Burg (VVD) wil met een combinatie van dwang en beloningen
ervoor zorgen dat meer gemeenten asielzoekers opvangen. De wet had er
1 oktober al moeten zijn, maar opstandige VVD’ers, zowel in de
fractie als in het land, verzetten zich tegen het dwangelement.
Het woord ‘dwangwet’ zal Van der Burg niet geholpen hebben bij
het verdedigen van zijn plannen. Helaas voor hem is het net zo
hardnekkig als de intelligente lockdown en het sociaal leenstelsel:
sinds JA21-lijsttrekker Joost Eerdmans het gebruikte in een
commissiedebat op 1 juli, is het een gangbare term in de media. Van
der Burg probeerde er de laatste weken nog ‘spreidingswet’ van te
maken, maar het lijkt een gelopen race.
Geslaagde framing dwingt het publiek een bepaalde kant op, en
geeft dus een eenzijdige of zelfs misleidende voorstelling van zaken.
Dat is ook hier het geval. Allereerst: ‘dwangwet’ suggereert iets
extreems, maar alle wetten zijn dwangwetten. Ze dwingen burgers of de
overheid immers om iets te doen of te laten. Het is ook geen nieuws
dat het Rijk lokale overheden dwingt om iets te doen. Gemeenten zijn
onder VVD-bewind tot de gekste dingen gedwongen, zoals het aanbieden
van ouderenzorg terwijl werd bezuinigd op het budget.
Nu het om asielzoekers gaat, hechten VVD’ers ineens aan het
‘principe’ dat dwang verkeerd is. De beeldvorming hebben ze mee:
in opvallend veel artikelen wordt naar de VVD verwezen als ‘de
liberalen’, waarschijnlijk om het contrast tussen dwang en vrijheid
extra aan te zetten. Maar het is een dwaas contrast, want liberalen
mogen dan minder van dwang houden dan conservatieven, geen enkele
liberaal wil een wereld zonder wetten.
Dat brengt me op een ander punt. Ja, er is sprake van dwang als
gemeenten de opvang niet kunnen weigeren. Als de meerderheid van de
inwoners tegen de komst van asielzoekers is, dan wordt met gedwongen
opvang inderdaad de lokale democratie overruled. Maar is dat niet het
idee van de liberale(!) democratie – dat niet alleen de democratie
telt, maar ook het recht?
Verdragen als het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag
voor de Rechten van de Mens zijn er om te garanderen dat democratieën
dingen doen die we belangrijk vinden, maar waarvan niemand uit
zichzelf zegt: ja, dat lijkt mij een leuke opdracht. Dat het Rijk die
dwang vervolgens niet kan doorgeven aan lagere overheden is een
weeffout in het systeem. Als asielzoekers nergens terecht kunnen,
bestaat het recht op asiel alleen theoretisch.
De VVD’ers die tegen de ‘dwangwet’ zijn, keren zich dus in
feite tegen de internationale verdragen waarin het recht op asiel is
vastgelegd. Dat kan je overtuiging zijn, maar zolang Nederland nog
meedoet aan die verdragen, kun je als politicus niet zeggen: voor ons
gelden ze niet. Je kunt ook niet alvast minder belasting overmaken
als je strijdt voor belastingverlaging.
Ik moest denken aan Elon Musk, die twee weken geleden in de
Financial Times zei: „Ik ben onderworpen aan letterlijk
een miljoen wetten en regels en ik gehoorzaam bijna 99,99 procent
ervan. Alleen als ik denk dat de wet ingaat tegen het belang van het
volk heb ik er een probleem mee.” Zo lijken de protesterende
VVD’ers ook te redeneren: ze vinden het logisch dat het belang van
het volk, door henzelf ook wel „draagvlak” genoemd, zwaarder
weegt dan het recht. Op eigen houtje besluiten dat bestaande wetten
niet voor jou gelden – is dát niet ondemocratisch?
Dolf Jansen over de lobby van de vleesindustrie | NPO Radio 1
5.519 weergaven6 okt. 2022Dolf Jansen ging beweringen van Linda Verriet factchecken: 'De term de beste boeren van de wereld betekent gezien de feiten niet veel, of hebben ze het beste voor met hun dieren en zijn alle misstanden en de slacht een soort collatoral damage?'
Dit is het officiële YouTube-kanaal van NPO Radio 1. NPO Radio 1 is de nieuws- en sportzender van de Publieke Omroep. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag. #wieluistertweetmeer
Druktemaker Dolf Jansen - Feiten en Emoties
Dolf
Jansen ging beweringen van Linda Verriet factchecken: “De term de beste
boeren van de wereld betekent gezien de feiten niet veel, of hebben ze
het beste voor met hun dieren en zijn alle misstanden en de slacht een
soort collatoral damage?”
Een advies van @MvanRoosmalen voor luisteraars op @nporadio1: Hang maar even geen vlag op. "Alles is een statement en als we in dit land momenteel ergens geen behoefte aan hebben dan is het aan uw mening. Verwerk alle ontwikkelingen maar even in stilte." pic.twitter.com/BKFoiTXhun
SHARTIE AART DEKKER - Niet mijn Mening...Wat vind Jij?
Jos Collignon: 'Wetenschap is ook maar een Mening' - Allemaal Meepraten
Het is al jaren gaande - tenminste 20 jaar; de Pim Fortuyn Revolutie - maar waarschijnlijk - zij het grotendeels onder de radar - Tanend Vertrouwen; zeker in Politiek/Overheid, maar waarschijnlijk toch ook al wel (een beetje) in de Wetenschap.
Toen kreeg je Trump...
en daarna Corona...
en toen was het hek van de dam...
Voor iemand als ik - langjarige WAO'er, veel minder vrijwillige basketball-activiteiten dan ooit het geval was en vrij recent verhuisd naar een compleet nieuwe omgeving; dus al beperkt rondloend in 'de samenleving', wat in die twee corona-jaren nog stukken extremer beperkt werd, zie ik het vooral - maar niet alleen - op (sociale) media. Maar het is overduidelijk dat zelfs mensen waarvan ik het nooit verwacht had (deels) hun 'eigen' mening inmiddels op zijn minst gelijkwaardig vinden aan wat 'de Wetenschap' vindt...
Ik vind dat raar, alhoewel ik de eerste ben om alles - inclusief Wetenschap - door een kritische bril te bekijken, probeer om zelf zoveel mogelijk te begrijpen en om alles van meerdere kanten te proberen te bekijken. En ook ben ik me er heel erg van bewust dat de Wetenschap alleen maar kan functioneren als er continu debat is, en de stand van de wetenschap steeds doorontwikkeld juist door wetenschappelijke kennis continu kritisch te testen.
Maar je hoort en ziet zóveel domheid, zóveel achterlijk gezwets, zóveel meningen over zaken waar in het overgrote deel van de Wetenschap zo'n beetje unaniem over is - querulanten zijn er altijd; óók in de wetenschap, vaak is het niet zo heel moeilijk om uit te dokteren wáárom zo'n wetenschapper met een tegendraadse mening zo tegendraads is; geld, macht, publiciteitsgeilheid en frustratie spelen dan vaak een rol - dat het gewoon pijn doet...
De cartoon van Jos Collignon hierover vind ik geweldig, maar als je dan weer ziet hoe daar door sommigen op wordt gereageerd...
OVERIGENS...VIND IK DAT DE VERKIEZINGEN VAN 17 MAART 2021 MOETEN WORDEN UITGESTELD -
& MARK RUTTE MOET WEG!(1)
Twee dingen die ik de komende weken zal betogen:
1) De Verkiezingen van 17 maart dienen te worden uitgesteld tot een moment later dit jaar.
Waarom? Daar zijn vele redenen voor aan te voeren; zo schijnt nu al de helft van de burgemeesters grote bezwaren te hebben vanwege de organiseerbaarheid op 17 maart. o.a. doordat rond die datum de piek van de Derde Coronagolf wordt verwacht (je leest het via de Link hieronder).
Ik heb hele andere argumenten zoals: a) Mark Rutte moet weg (ik kom er zo op terug), maar fundamenteler b) Goede, eerlijke Verkiezingen vergen de mogelijkheid om een Goede, eerlijke Campagne te kunnen voeren; dat is inmiddels om allerlei redenen zo goed als onmogelijk geworden...de laatste tijd ook maar iets van een politiek debat gezien in welke talkshow dan ook? Ik niet! Iedereen is mat, uitgedoofd en platgeslagen door een jaar coronapolitiek. Er zijn er twee die garen spinnen bij verkiezingen op 17 maart zoals het nu verloopt: Rutte die precies weet hoe hij iedereen moet bespelen, die duikt voor verantwoordelijkheid nemen, anderen de volle laag weet te laten nemen, en dan weer 'de eerst verantwoordelijke' weet te spelen als het b=nergens op slaat, en waar hij ook helemaal niets van meent trouwens...en Wilders die hem heerlijk kan attackeren in ieder debat, daar zichzelf mee profileert en Rutte er ook mee versterkt; een win-win voor beiden. Dus straks weer een 1-op-1-debat op TV arrangeren, en klaar is Kees, uh, sorry zijn Mark en Geert en de rest heeft het nakijken... Dat zijn dus geen eerlijke Verkiezingen, en zo komen we nooit van Markje 'Flutte' Rutte af. Ik zal 2) volgende keren andere argumenten geven waarom dat een zeer slechte zaak zou zijn...
Maar lees om te beginnen eens het Essay/de Analyse van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer van enkele weken geleden (ook hieronder), en huiver...(tenminste dat is wat ik deed)... Je kunt trouwens i.p.v. het lange artikel lezen, ook luisteren naar de Groene Podcast.
Je kunt ook nog deze column van Aukje van Roessel lezen uit dezelfde editie van 'de Groene':
FRAGMENT: "........„We moeten heel simpel zeggen: we gaan dit nu niet doen”, zegt Luc
Winants (CDA), burgemeester van Venray. De burgemeesters van Medemblik,
Echt-Susteren, Zevenaar en Ede sluiten zich daarbij aan. Ze voelen zich
gesteund door ambtgenoten. „Als het ministerie nu aan alle burgemeesters
zou vragen of zij het een goed idee vinden de verkiezingen te laten
doorgaan, denk ik dat je uitkomt op fiftyfifty”, aldus Frank Streng
(Medemblik, VVD)......"
De VVD en de PvdA leven in verschillende morele stelsels.
Dus moest Lodewijk Asscher wel aftreden, van zijn partij, om de
toeslagenaffaire, en kon Mark Rutte gewoon door. Wat willen wij
eigenlijk van hem?
Ach man. Je zal maar net
een biografie van Lodewijk Asscher hebben afgerond. Vorige week maandag
stuurde uitgeverij Ambo Anthos nog een persbericht rond om het
verschijnen van Lodewijk: Portret van een stoïcijns optimist aan te kondigen, het weekend erop had auteur Wilfred Scholten in zijn Twitter-bio de titel al aangepast: Lodewijk: De val van een politiek talent.
Bij Dit is de dag op Radio 1 vertelde Scholten dat hij die
ochtend van Lodewijk Asschers aftreden, afgelopen donderdag, al wakker
was geworden met het geluid van allemaal appjes die tingelend op zijn
telefoon waren binnengekomen. ‘Ik kreeg meteen al zo’n gevoel van: “O
nee, toch?” Nou ja dus.’ De week ervoor had de pvda-leider hem nog verzekerd dat hij niet zou opstappen, ‘want dan klopt jouw boektitel niet meer’.
Asscher had zichzelf in de jaren als fractievoorzitter van de pvda als doel gesteld de partij weer relevant te maken, en leuk. Na de jaren onder Diederik Samsom, die als coalitiepartner met de vvd
meeveerde, wilde Asscher meer strijd leveren, met het kabinet, met
Rutte, met Wilders. In die rol als volksvertegenwoordiger groeide hij
snel, hij werd geprezen om zijn debatteerstijl. Scholten vertelde dat
hij regelmatig met Asscher mee ging toen die een tourtje maakte met zijn
boek Opstaan in het Lloyd Hotel, waarbij Asscher steevast aan
de mensen in de zaal vroeg: wie van u maakt nooit een fout? Dan ging er
geen hand omhoog. ‘Zie je wel’, zei Asscher dan. ‘Ik heb ook fouten
gemaakt, net als u. We zijn maar mensen.’
Dat was uiteindelijk niet heel sterk, vond Scholten, want als een
politicus fouten maakt heeft dat consequenties voor heel veel mensen. Je
kunt niet blijven zeggen: ‘Die fouten zijn mijn erfenis, maar daar
distantieer ik me van.’
De toeslagenaffaire liet zich niet distantiëren. Aanvankelijk leek
Asscher op de dag van zijn getuigenis voor de commissie die de
toeslagenaffaire behandelde gered uit onverwachte hoek; door de
spectaculaire zelfdestructie van Thierry Baudet, die uitgerekend op de
dag van Asschers getuigenis de zuilen van zijn eigen Forum omver trok en
daarmee alle media-aandacht opslurpte. Maar binnen de pvda
groeide stilletjes de onrust, leden maakten duidelijk dat ze geen
vertrouwen meer in hun lijsttrekker hadden. In de peilingen kelderde de
partij.
Luister naar De Groene
In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den
Bosch Joost de Vries over de ongrijpbaarheid van VVD-politicus Mark
Rutte. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen
Als je net een boek over Mark Rutte hebt gemaakt zat je deze dagen toch net iets rustiger op je stoel, goddank. De vvd is de pvda niet. Als in opspraak geraakte vvd’ers een probleem waren geweest, dan was dat wel eerder duidelijk geworden. Sterker nog: als opstappende vvd’ers grote uitzonderingen waren, dan had de site isereenvvderopgestapt.nl vast niet bestaan.
Tot het kabinet vorige week opstapte, was het 301 dagen geleden dat voor het laatst een vvd’er het veld moest ruimen, iets wat vooral aan de luwte van corona zal liggen. Daarvoor waren het:
— 19 maart 2020: minister van Medische Zorg Bruno Bruins opgestapt;
— 6 oktober 2019: Haagse burgemeester Pauline Krikke opgestapt vanwege het uit de hand gelopen vreugdevuur in Scheveningen;
— 5 oktober: vvd-raadslid Nynke Koopmans stapt uit vvd vanwege het stikstofbeleid;
— 24 september 2019: vvd zet omstreden Van Haga uit Kamerfractie;
— 29 augustus 2019: Arno Rutte verlaat Kamer;
— 21 augustus 2019: Rotterdamse wethouder Westvoorne vertrekt na fricties met fractie;
— 1 augustus 2019: regionale vvd’er Huib van Vliet (Flevoland) uit partij gezet na diefstal;
— 3 juli 2019: Zaanse ‘drankwethouder’ stapt op vanwege onrust in partij.
De lijst gaat heel veel verder. Sinds 2013 komt de partij elk jaar
als ‘winnaar’ uit de bus van de ‘Politieke Integriteitsindex’ die de Volkskrant publiceert, waarbij de kwesties waarover vvd’ers
struikelen variëren van minister Halbe Zijlstra die een
datsja-ontmoeting met Poetin fabuleerde tot een ‘ongelijkwaardige
relatie’ van Kamerlid Han ten Broeke met een medewerkster. Tussen 1980
en 2018 kende de vvd 131 van dit soort affaires, aanzienlijk meer dan de tachtig van de pvda en de negentig van het cda. In zijn boek over de vvd, Liberale lessen, weet Elsevier-journalist
Gerry van der List het eraan dat individuele uitglijders vaak laconiek
werden behandeld door de partijleiding, in het bijzonder door Rutte, die
bekendstaat om zijn loyaliteit, ‘wat onder meer tot uiting komt in het
snel steun uitspreken aan vertrouwelingen die deze steun in sommige
gevallen niet echt verdienen’.
Je zou het ook kunnen verklaren uit het feit dat de vvd een veel kleinere partij is dan bijvoorbeeld de pvda
(vorig jaar 23.907 leden om 41.078 leden), waarbij de liberale leden
zich doorgaans minder direct ideologisch verbonden voelen met de partij,
en zo elkaar minder streng in de leer beoordelen. Het falen van één lid
straalt blijkbaar niet af op de populariteit van de partij als geheel.
Je zou ook kunnen zeggen dat de vvd een
partij voor ‘doeners’ is, zoals ze zelf graag zegt, niet voor denkers of
debaters. En wie doet, doet wel iets fout – hakken en spaanders, dat
werk. Dat levert allicht een mentaliteit op die impliceert dat echte
ondernemers nu eenmaal de grenzen van de wet opzoeken, en wie daar eens
overheen schiet – tsja, kan gebeuren.
In ieder geval vertelden de peilingen voor de vvd in het weekend na de val van Rutte III een ander verhaal dan voor de pvda.
De toeslagenaffaire liet zien hoe kansloos de burger is tegen een
rigide overheid, die vanuit systemisch racisme of volkomen
onverschilligheid kil opereert. Rutte benadrukte herhaaldelijk dat hij
hiervoor zijn volledige politieke verantwoordelijkheid nam, fietste naar
de koning, bood het ontslag van zijn volledige kabinet aan, en kon dit
weekend zien hoe zijn partij er in de peilingen één of twee zetels bij had gekregen.
‘Kunt u nog wel verder als lijsttrekker?’ vroegen de verzamelde media
op de persconferentie afgelopen vrijdag massaal aan Rutte. Die
peilingen waren het antwoord op die vraag.
Waarom kleeft zo weinig aan de vvd?
Waarom lijkt geen rel Rutte’s onverstoorbaarheid te breken? Die vragen
kun je het best beantwoorden door terug te gaan in de tijd, toen Rutte
nog niet onverstoorbaar was.
Daarvoor moet je anderhalf decennium terug gaan. Jozias van Aartsen
was partijleider en had een nieuw liberaal manifest opgesteld, Om de vrijheid. Dat was, schreef de Volkskrant indertijd, alsof de vvd
eindelijk de luiken open gooide, ‘een volwassen poging de balans op te
maken na de opstand van de kiezers in 2002’. Van Aartsen pleitte voor
democratische vernieuwing, referenda, een gekozen burgemeester. Het
belastingstelsel moest op de schop, op middelbare scholen moest er meer
vaderlandse geschiedenis onderwezen worden. Weg met het
rechts-links-denken, meerstemmigheid was het devies.
Rutte trok continu door het land om met
verongelijkte mensen bij JOVD-afdelingen te praten, ze te paaien,
‘meeveren’ met hun bezwaren
Nog een keer de Volkskrant: ‘De vvd
is als het ware de salon van Jozias, waar liefhebbers van het politieke
debat als vanzelf naartoe gezogen worden. Dat geldt niet alleen voor
beroepspolitici als Zalm, Van Baalen, Kamp, Hirsi Ali, Rutte, Verdonk,
Schulz of Dales, maar in toenemende mate ook voor denkers en publicisten
als Ankersmit, Docters van Leeuwen, Cliteur, Van Middelaar, Spruyt,
Boekestijn, De Winter, Philipse, Ellian of Rosenthal.’
Dit was 2005, net na Fortuyn en Van Gogh. Het voelt als langer
geleden, al was het maar omdat zoveel van die genoemde denkers en
publicisten inmiddels zo ver bij de vvd vandaan zijn gedreven, naar het buitenland toe, hun pensioen in, en vooral naar het reactionair rechtse toe.
Van Aartsen had wel een kiezersmandaat nodig, vond en stelde hij: ik
moet minstens veertien procent houden bij de gemeenteraadsverkiezingen
van maart 2006. Het werd 13,8 procent. Diezelfde avond maakte Van
Aartsen aan een klein clubje getrouwen bekend dat hij stopte – onder die
getrouwen de jonge staatssecretaris Mark Rutte, de enige vvd’er die de volgende dag al hardop durfde te zeggen dat hij Van Aartsens leiderschap wilde overnemen.
NRC-journaliste Petra de Koning beschrijft in haar recente
Rutte-biografie hoe het premierschap altijd al zijn droom was geweest –
met vrienden op de middelbare school deed hij altijd al politieke
interviews na, waarbij Rutte steevast de premier speelde. Nog voordat
hij lid van de jovd werd – en dus als aspirant-politicus gezien kon worden – schreef Rutte’s boezemvriend een zelf geprint boekje, Het Tsjernenko Complot, waarin de hoofdpersoon Rutte voorman was van de Reactionaire Partij Nederland en voor het leven benoemd premier was.
(Voor het leven benoemd; dat begint al bijna als profetisch aan te voelen. Al is deze ‘premier Rutte’ in Het Tsjernenko Complot gescheiden van Miss Panama.)
Aanvankelijk leek Rutte de enige kandidaat voor het partijleiderschap, maar in de coulissen van de vvd-kantoren
begonnen andere krachten een andere kandidaat naar voren te schuiven.
Eerst zei ze dat ze geen zin had, maar ze liet zich vleien en gooide
haar hoed in de ring: Rita Verdonk. ‘Niet links, niets rechts, maar
recht door zee’ (maar vooral toch heel rechts.)
Net als Rutte was Verdonk door Gerrit Zalm naar Den Haag gehaald – ze
was geen partijcoryfee, maar Zalm was naarstig op zoek naar vrouwen
voor in het kabinet. ‘Kordaat, tevens warm’, noteerde hij na afloop van
zijn gesprek met haar, waarmee hij op de laatste plaats binnen kwam op
het Nederlands Kampioenschap Mensenkennis.
Zalm blikte er later op terug en zei tegen Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing in haar Rutte-biografie, Mark (2016), dat er bij de vvd nooit een ideologische strijdt woedt, zoals bij de pvda, maar dat het om de personen gaat. Ze moeten elkaar liggen, anders is het moord en doodslag: ‘Bij de vvd heb je twee soorten baden: warme baden of bloedbaden.’
In het geval van Rutte versus Verdonk werd het het laatste, een
moddergooicampagne die zeven weken lang het nieuws domineerde. Verdonk
speelde het spel in de media, met handschoenen uit: ‘Wat mij
onderscheidt van Mark Rutte is daadkracht en duidelijkheid.’ Rutte
speelde het meer uit het zicht: in 1988 was hij voorzitter van de jovd
geworden, ruim voor de komst van de mobiele telefoon, wat betekende dat
hij continu door het land trok om met verongelijkte mensen bij jovd-afdelingen
te praten – en ze te paaien, gerust te stellen, ‘meeveren’ met hun
bezwaren en zo ‘de knopen weg masseren’. Dat netwerk dat hij toen
opbouwde had hij onderhouden, en in de strijd tegen Verdonk kwam het
over de brug. Met 51 procent tegen 46 procent kwam hij, live vanuit het
Okura, tot ook zijn eigen verrassing als winnaar uit de bus.
Sitalsing merkte terecht op dat de strijd wel degelijk om de koers draaide, namelijk of de vvd
in de nasleep van de Fortuyn-revolte een kalme, breed georiënteerde
bestuurderspartij bleef (Rutte), of ‘een niet-gouvernementele
volkspartij die avonturiers op rechts de pas afsneed’ (Verdonk). Vandaar
dat Verdonk haar volgers bleef hebben, vandaar dat ze zich met 67.355
meer voorkeurstemmen dan Rutte bij de verkiezingen van 2006 gesterkt
voelde om zijn positie te ondermijnen. Ze vond hem te slap, te links,
hij kon niet tegen Wilders op in het integratiedebat. Pas na een jaar
van interne kritiek extern geuit zette Rutte Verdonk uit de fractie, in
september 2007. Een paar dagen later was er een vvd-congres in Veldhoven, waar de leden zich over zijn leiderschap konden buigen. Het Parool voelde de bui hangen: ‘Het einde van een politicus zonder mening.’ De Telegraaf: ‘Vaarwel, Mark.’
Over Rutte’s onverstoorbaarheid gesproken: op de dag van Veldhoven
zei hij tegen zijn naaste medewerker: ‘Dit wordt onze laatste dag.’ Hij
zei het niet rancuneus, of boos. ‘Wij hebben samen een ongelooflijk
boeiende en mooie tijd gehad. Laten we daar tot het laatste moment van
genieten.’
Maar niet dus. Rutte speechte, kreeg de zaal in Veldhoven achter
zich. Sitalsing: ‘Zijn politieke ontmaagding.’ Ze citeert
campagnestrateeg Jan Driessen: ‘Rita is Marks redding geweest. Niets kan
hem meer deren. Wie zo frustratie heeft moeten wegslikken, kan alles
hebben. Die gaat nooit meer neer.’
Elsevier-redacteur Gerry van der List citeert in Liberale lessen
diezelfde Jan Driessen, over hetzelfde moment, maar bij hem zegt
Driessen diametraal het tegenovergestelde: Rutte was na Rita onzeker en
afwachtend geworden. ‘Bij lezingen vroeg hij zenuwachtig om de
uitgeschreven tekst omdat hij houvast nodig had. Het was maar de vraag
of hij weer de charmante, positieve en vooral strijdvaardige Mark van
vroeger kon worden. Hij was duidelijk zoekende.’
Dat zoekende merkte je aan alles. Hij kwam met plannen voor een
‘groen rechts’, probeerde zich te profileren als denker, door in Elsevier te schrijven over Friedrich von Hayek, en in Opinio
over zijn bewondering voor Isaiah Berlins twee vormen van vrijheid. In
een poging zichzelf als kampioen van het vrije woord te manifesteren
pleitte hij ervoor artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht te
wijzigen, dat belediging en het aanzetten tot haat en discriminatie
verbiedt. Dat dat ook betekende dat holocaustontkenning dan niet langer
strafbaar was, accepteerde hij. De rest van de vvd
vroeg zich af waar hij mee bezig was. De peilingen bleven waardeloos,
meerdere keren hing zijn leiderschap aan een zijden draadje.
Dit waren de jaren dat alles aan Rutte anders moest. Zijn bril, zijn
kapsel, de studentikoze overhemden die hij droeg, zijn vroegoude
gewoonte sigaren te roken. Dit was ook de tijd dat zijn privé-leven nog
een vraagteken was, want hoewel er zo’n drie miljoen alleenstaanden in
Nederland waren, snapte niemand er iets van dat Rutte notoir vrijgezel
was. Roddelbladen doken er bovenop, tegen Privé zei hij dat
zijn type ‘sterke en mooie carrièrevrouwen’ waren, zoals Daphne Deckers,
Sophie Hilbrand en Sacha de Boer. Drie van tevoren bedachte namen.
Rutte probeerde er doorheen te lachen, maar zat er doodongelukkig bij.
Je zou kunnen zeggen dat Rutte die jaren nog in de vvd
zat zoals Van Aartsen die had bedacht: een partij als salon, waar
liberalen van allerlei overtuigingen bij elkaar kwamen en met elkaar van
ideeën konden wisselen over hoe de Nederlandse maatschappij gevormd kon
worden. Dit gold niet alleen voor de vvd
natuurlijk, dit was het hele publieke debat in Nederland van die tijd,
dat zich bovenal centreerde rond de vraag hoe de breuklijnen in de
maatschappij gedicht konden worden die met de Fortuyn-revolte aan het
licht waren gekomen. Rutte wist er zichtbaar geen raad mee. Een open
microfoon pikte op hoe toenmalig vvd-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn tegen Maarten van Rossem zei: ‘Hij heeft geen ideeën. Schokkend, hoor!’
Wat Rutte redde was de kredietcrisis die vanaf begin 2009 echt
opvlamde. Opeens hoefde Rutte het niet meer over de vrijheid van
meningsuiting te hebben, over het intellectuele liberale gedachtegoed.
Rutte kon pas Rutte worden toen de crisis hem ontsloeg van het hebben
van ideeën: it’s the economy, stupid. Hij hoefde alleen nog
maar oppositie te voeren tegen het haperende economische beleid van
Balkenende IV. Grote maatschappelijke ideeën waren niet nodig, alleen
geld en banen – en in de aanloop naar de verkiezingen van 2010 werd de vvd-campagne
gevoed door economen die wisten hoe de rekenmodellen werkten van het
Centraal Planbureau – dat alle verkiezingsprogramma’s doorrekende –
waardoor de vvd het best uit de test kwam. De vvd scoorde met slogans als: ‘De economie kan wel wat meer vvd gebruiken.’
Verdonk was vergeten, en op een bepaalde manier Rutte ook. Als
particuliere lijsttrekker was hij nog steeds niet heel populair bij de
kiezer (lijsttrekkers als Halsema en Pechtold werden bijvoorbeeld veel
hoger gewaardeerd), maar de vvd bleef desondanks groeien in de peilingen. In de versplintering van het politieke landschap bedacht Rutte dat de vvd nog weleens ‘de kleinste grootste partij kon worden’ – wat op zichzelf de kleinste grootste ambitie is.
Waarin Rutte’s onkwetsbaarheid schuilt? Hij
belichaamt geen ideaal en is dus ook nooit het gezicht van een oplossing
die tekortschiet
Die voorspelling klopte. Op 9 juni 2010 haalde de vvd 31 zetels, eentje meer dan de pvda. Verdonks Trots op Nederland haalde de Kamer niet.
Een sprong naar 2020.
Bij het tienjarig jubileum als premier werden in alle profielen,
analyses en commentaren over Mark Rutte drie meningen steeds van stal
gehaald.
Wat vreemd toch dat iemand die zo weinig ideologisch behept was al zo lang premier is.
Wat een fijne crisismanager is hij toch.
Wat is hij toch lekker alledaags.
Dat laatste werd perfect geboekstaafd in de biografie die NRC-journaliste
Petra de Koning schreef. Haar vlotte schets toont de Mark Rutte die
niet om uiterlijk vertoon geeft, die nog steeds in een oude Saab rijdt,
die behoorlijk onder zijn salarisschaal half studentikoos op een etage
woont, nooit zelf kookt, die tijdens een gesprek met Apple-ceo
Tim Cook zijn vooroorlogse Nokia-telefoon tevoorschijn trekt. Mark
Rutte het gewoontedier, die niet alleen weken vooruit plant, maar hele
jaren. Waarvan partijprominenten weten: Mark komt langs dus dan moet
mijn vrouw een pruimentaart bakken, en geen andere taart. Want Mark is
gewend aan een pruimentaart.
‘Een aardige en inderdaad helemaal niet zo bijzondere man’, concludeerde de Volkskrant-recensent.
Maar je zou toch moeten zeggen dat Rutte’s alledaagsheid een
fascinerende, gewapende, monomane alledaagsheid is – waar je eigenlijk
uit kunt concluderen dat ze niet alledaags is. Dat is de unieke paradox:
alle eigenschappen en voorkeuren van Rutte zijn je bekend en vertrouwd,
en toch ken je niemand zoals hij.
Dat tweede punt, van die crisismanager, werd bij zijn tienjarig
jubileum al ongeveer wekelijks beschreven, in alle analyses van het
coronabeleid. In tijden van crises was zijn controledwang buitengewoon
effectief, waardoor iedereen wist waaraan ze toe waren. Ministers van
alle partijen spraken hun bewondering uit. Al in zijn jongere jaren als
voorzitter van de jovd had hij leren
meeveren, gladstrijken, vrede stichten, eindeloos netwerken. Hij had
geleerd nooit deadlines te stellen als ze niet nodig zijn, om nooit
commentaar persoonlijk te nemen, om problemen altijd in eufemismen te
verpakken, waardoor het leek of ze helemaal geen problemen waren. Of op
z’n minst menselijke problemen, geen politieke.
Dat derde punt dat in elk profiel genoemd moet worden, dat Rutte zo
onwaarschijnlijk niet-ideologisch is, heeft een langere aanloop. De
socioloog en politicoloog Merijn Oudenampsen beschrijft het in zijn De conservatieve revolte, een van de meest manmoedige pogingen de politieke ideologische omwentelingen van de laatste twintig jaar te analyseren.
Manmoedig, omdat het iets tegen-de-klippen-op heeft. Zoals
Oudenampsen zelf al schrijft is een kenmerkend aspect van de Nederlandse
politiek dat die graag ver bij intellectuelen en ideologen uit de buurt
blijft. Drie voorbeelden: waar Thatcher en Reagan het neoliberale
vrijemarktdenken in de jaren tachtig in gloedvolle speeches vol
oneliners aan de man brachten, ontmantelde Ruud Lubbers in zijn drie
kabinetten de ‘quasi-publieke goederen’ (sociale zekerheid,
gezondheidszorg, onderwijs) onder de depolitiserende slogan van het
‘no-nonsense-beleid’. Waar Clinton en Blair in de jaren negentig de
sociaal-democratische omarming van de vrije markt vierden als de
geboorte van een nieuwe ideologie riep Wim Kok meteen op ‘niet te
uitbundig met het Derde Weg-etiket te wapperen’. Het zou niet
ideologisch bedoeld zijn, louter pragmatisch. En in het decennium erop
werd tijdens de conservatieve wending van het immigratiedebat de
onverenigbaarheid van de islam en het Westen door rechts gepresenteerd
als vanzelfsprekend ‘realisme’.
Oudenampsen schrijft: ‘Wat telkens op het spel lijkt te staan in het
Nederlandse debat is het geaccepteerd krijgen van de ideeën bij andere
partijen als deel van de consensus. Je presenteert je ideeën daarom niet
als een conservatief of socialistisch of neoliberaal programma, maar
als zakelijkheid, realisme en pragmatisme. Zelfs de partijen op de
linker- en rechterflank presenteren zich als realisten en pragmatici;
het zijn hun tegenstanders die een droombeeld najagen. (…) Ideologie, c’est les autres.’
Ook Van der List schrijft over de buitengewoon niet-ideologische kant van de vvd.
Wetenschappers hebben de neiging zich te concentreren op verkiezings-
en beginselprogramma’s of op publicaties van de Teldersstichting, het
wetenschappelijke bureau van de vvd, en
ontwaren zo meer samenhang en consistentie in de koers van de partij dan
er daadwerkelijk is. Partijpublicaties worden meer geschreven dan
gelezen. Al in 1961 stelde het Liberaal reveil dat het ‘een onloochenbaar feit is dat discussies in liberale kring slechts door hun afwezigheid de aandacht trekken’.
In de lange geschiedenis wijst Van der List erop dat de liberalen van
oudsher een dominante positie in de maatschappij hadden, anders dan
bijvoorbeeld de katholieken en socialisten, en zo dus geen
emancipatiebeweging hoefden te zijn waarin hun identiteit moest worden
verwoord. vvd-congressen zijn omgevormd tot vvd-festivals, waarbij debatten tussen leden niet van hogerhand worden aangemoedigd. De vvd
is veranderd van deftige meneren van de Torenlaan in Blaricum en de
Konijnenlaan in Wassenaar naar vlotte ondernemers uit de provincie,
constateerde Mark Rutte zelf, in een podcast met zijn goede vriend Jort
Kelder, eind 2019. Of zoals Kelder over de vvd-festivals opmerkte: ‘Je heurt er tegenwoordig wel héél veel Brabants.’
In zekere zin wil Oudenampsen betogen dat die ideeënloosheid een
misvatting is. De grootste truc van de duivel was de wereld ervan te
overtuigen dat hij niet bestaat – Oudenampsen wil juist laten zien welke
internationale ideeën via Nederlandse politici en denkers bijna
stilzwijgend worden doorgegeven de politiek in, vooral via figuren als
Cliteur en Hirsi Ali en vooral Bolkestein. Een heel interessante
denkoefening, maar eentje waarvoor Rutte een onmogelijke figuur is: in De conservatieve revolte wordt hij maar vijf keer genoemd, meestal in het voorbijgaan.
Rutte spreekt graag over ‘repertoire’: zinnen die hij te pas en te onpas gebruikt. Een zo’n zin is ‘De vvd is een middel en geen doel.’
Het talent van Mark Rutte is dat het hem gelukt is al die tijd zelden
of nooit te formuleren wat dan wél het doel is. Ja, in
verkiezingsprogramma’s wordt steevast gesproken over een ‘weerbare
maatschappij’, waar mensen niet ‘betutteld’ worden door de overheid.
Maar dat is vage taal waar niemand het mee oneens kan zijn.
Dat talent heeft ook iets cynisch, omdat het de weg vrij maakt voor
een politiek-vrije politiek. Dat politiek-vrije is zichtbaar in het feit
dat hij deze tien jaar moeiteloos, vaak vrolijk lachend heeft geregeerd
met het bonte gezelschap van het cda, de pvv, pvda, d66
en de ChristenUnie. Vaak wordt dat als een uniek pluspunt gezien: zijn
vermogen met iedereen te onderhandelen en elke plooi te kunnen
gladstrijken. Maar wat het cynisch maakt is beter te zien als je hem met
Lodewijk Asscher vergelijkt; een pvda-lijsttrekker
hoort op te komen voor mensen die het economisch zwaar hebben, en
vanuit achterstandsposities de maatschappij in willen treden. Hij staat
zodoende voor een sociaal-democratisch ideaal, en dus zijn er voor hem
consequenties als hij dat ideaal tekortdoet.
In de politiek is een ideaal in feite een ander woord voor een
probleem. Of tenminste: een ideaal betekent dat je het gevoel hebt op
aarde te zijn om een bepaald probleem op te lossen, of een misstand te
verhelpen. Hierin schuilt de onkwetsbaarheid van Rutte: hij belichaamt
geen ideaal, geen concreet idee, en is zodoende ook nooit het gezicht
van een oplossing die tekortschiet, of een misstand die niet verholpen
wordt, of een uitgesproken maatschappelijk idee waarmee je het oneens
bent. Het enige wat Rutte na elf jaar premierschap belichaamt is, nota
bene, het hele politieke systeem an sich – maar dat is er eentje waarin alle genoemde partijen meedoen.
Nog meer repertoire: ‘Ik heb geen talent voor het sombere.’ Je zou
ook kunnen zeggen dat iedere politicus iets sombers hoort te hebben,
want iedere politicus die uit idealen handelt, wordt gedreven door een
probleem dat nog niet opgelost is. Natuurlijk is de toeslagenaffaire
pijnlijker voor Asscher dan voor Rutte, want de vvd is nu eenmaal nooit de partij voor bijstandsmoeders geweest.
Bij zijn jubileum als premier werd in analyses en profielen vooral de
vraag gesteld: ‘Wat wil Mark Rutte nu eigenlijk?’ Waar is het hem om te
doen? Na tien jaar in het Torentje was dat nog steeds niet duidelijk.
Oké, hij heeft als langste vastgehouden aan het afschaffen van de
dividendbelasting. En hij lijkt het verbod op circusdieren in z’n eentje
doorgedrukt te hebben in het regeerakkoord van zijn tweede kabinet.
Bonzo doet de groetjes. Maar dat was het wel zo’n beetje, meer dan dat
lijkt hij niet te willen.
Misschien is het dan tijd om die vraag eens andersom te stellen: wat willen wij eigenlijk van hém?
Dit essay bevat fragmenten uit Joost de Vries’ nieuwste boek De gelukkigste man van Nederland, over Mark Rutte als spiegel van Nederland, dat 1 februari verschijnt bij Prometheus
‘’Zoals roepen
dat je geen vrijheid hebt, omdat je de verantwoordelijkheid die gepaard
gaat met vrijheid niet aankan. Dit noemen we in de volksmond een slap
karakter’’, zegt Soundos El Ahmadi in haar #vrijheidsbericht
bij #ditisM.
pic.twitter.com/7yvHyhCxwb
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden