Posts tonen met het label Onder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onder. Alle posts tonen

donderdag 23 december 2021

SHARTIE AART DEKKER / 3X3 BASKETBALL UIT DE OUDE DOOS (1999): Voor wie dacht dat 3X3 iets nieuws is...Ha-Schi-Ba 'Your Claim to Fame' / DEN HAAG / BV TTD & STG. PHBB /

 

SHARTIE AART DEKKER - 3X3 BASKETBALL UIT DE OUDE DOOS (1999)

Voor wie dacht dat 3X3 iets nieuws is...

Het  Ha-Schi-Ba  'Your Claim to Fame' toernooi

Het 3X3 Basketball in Nederland lijkt de wind in de zeilen te hebben. 

Niet iedereen is daar even blij mee, ik wel  - zij het met wat kanttekeningen. 

In de periode waarin ik zelf superactief was in het Haagse Basketball (en soms flink daar buiten) heb ik me altijd hard gemaakt voor Buitenbasketball, Pleintjesbasketball, Streetball (zoals het later ging heten) en dan vooral voor de 3X3 variant, ook al propageerden we met BV Team Ten Dreamers The Hague(TTD)  en Stichting Promotie Haags Basketball (PHBB) ook vele andere varianten; van 1-tegen-1 (soms King of the Court genoemd), via 2X2, 3X3, en 4X4X4 tot en met de traditionele 5-on-5 en ook nog wel afwijkende vormen daar tussenin en omheen.

De start van grootschalig 3X3 maakten we in 1993 al.

Mijn doelstelling, en die werd in de innige Samenwerking met de gemeente Den Haag gedeeld met die stedelijke overheid. Die samenwerking startte trouwens met een indringend verzoek van de gemeentelijke sport-beleids-makers of ik er niet eens de schouders onder wilde zetten, en was tot en met 1998 meer dan goed, kwam daarna onder druk door het aantreden van een nieuwe wethouder die niet alleen andere prioriteiten stelde maar regelrecht corrupt was. Om die reden kwamen er zo'n beetje rond de eeuwwisseling kinken in de kabel en werden wij medio 2001 gedwongen een punt achter alle activiteiten te zetten.

Maar goed; al in de Jaren '90 was er een veelheid aan 3X3 Basketball-activiteiten in het Haagse; van heel klein op de Pleintjes in de Wijken, tot heel erg groot met bijvoorbeeld de twee Reebok BlackTop Series uitvoeringen die bij ons de subtitel 'Pleinbasketball' hadden omdat ze op 'Plein' naast het Binnenhof plaats hadden en waar meer dan 500 deelnemers in 125 teams in alle mogelijke leeftijden meededen. Dat hadden er gemakkelijk meer kunnen zijn, maar meer veldjes pasten simpelweg niet op 'Plein'... De (bij mijn weten nog steeds) grootste 3X3 toernooien ooit in Nederland waren ook in Den Haag: op de Scheveningse Boulevard speelden we een doorslaggevende rol bij meerdere edities van de NBA 3-on-3, gesponsord door Converse, en die trokken zelfs meer dan 2500 deelnemers!

Er tussenin  - maar wel als onderdeel van het Megaspektakel 'de Haagse Schilderswijk Bazar'; de Ha-Schi-Ba -  zat het toernooi 'Your Claim to Fame' op het Oranjeplein, waar ook het toenmalige Eredivisieteam Haaglanden Cobra's welkom was om zichzelf te promoten aan een nieuw publiek. Het totale aantal bezoekers van de Ha-Schi-Ba? Zo'n 250.000, die trouwens lang niet allemaal een kijkje kwamen nemen bij het Basketball, maar over het aantal kijkers hadden we absoluut niet te klagen.

Dit Evenement heeft wel een speciaal plekje in mijn herinneringen... 

Waarom?

Omdat mij van te voren was verzekerd dat de toenmalige Minister van Grote Stedenbeleid  - de D66'er Roger van Boxtel -  ook een bezoek zou komen brengen aan onze Basketball-activiteit. In die tijd was ik zelf nog lid van die partij  - dat ben ik zo'n 15 jaar geweest -  dus leek het mij een uitstekende gelegenheid om eens te proberen met de goede man in gesprek te komen. Nu was ik ook niet naïef over de tijd die me dan gegeven zou zijn, dus ik had een brief voor hem in mijn achterzak die ik hem wilde overhandigen met meer informatie en een verzoek voor de gelegenheid om ons belangrijke werk in de Oude Wijken van Den Haag verder toe te lichten. In de hoop natuurlijk dat daar wat kortere lijnen en meer mogelijkheden voor structurele ondersteuning van dat werk. 

Van Boxtel kwam uiteindelijk niet op het Oranjeplein. Aangezien de lijntjes binnen D66 overzichtelijk waren paste ik mijn brief een beetje aan en stuurde ik hem naar het huisadres van de minister.

Nu denken wat cynischer ingestelde lieden dan: "Ha...nooit meer iets van vernomen natuurlijk!?"

Toch wel...maar een teleurstelling werd het uiteindelijk toch, en ook de aanleiding tot wat ik achteraf als een inschattingsfout van mezelf zie...

Een week na het versturen van de brief ging de telefoon: aan de lijn de politiek assistent van minister van Boxtel. Met "Slecht nieuws, maar ook advies". Het slechte nieuws was dat de minister weliswaar mijn brief met aandacht en goedkeuring had gelezen, maar "Dat hij zich als minister 'natuurlijk' niet bezig kon houden met individuele activiteiten..." Zo 'natuurlijk' vond ik het niet, en bleek het kort daarna ook daadwerkelijk niet te zijn; de minister kwam namelijk wel op bezoek bij een vergelijkbaar initiatief van tennisser Richard Krajicek, en mijn indruk is dat dat bezoekje Krajiec's Foundation geen windeieren heeft gelegd... Een goed gesprek werd het wel  - dat telefoontje -  waar uiteindelijk het advies uit kwam om eens contact te zoeken met ene Francisca Ravestein voor mij toen een naam die ik kende als politica, maar niet heel goed. De adviseur zei dat ze affiniteit met sport in het algemeen en Basketball in het bijzonder had, veel gedaan had in het Rotterdamse, en sinds kort Tweede Kamerlid... Ik werd er een beetje moe van  - een Tweede Kamerlid staat immers verder van de materie dan de minister, en het leek me alleen maar een grotere omweg naar de mensen waar ik graag mee in contact kwam.

Toen ik later in contact kwam met de voorzitter van het Landelijk Netwerk van Vrouwen in de Sport, en zij niet veel later voorzitter van de NBB werd heb ik nog weleens gedacht: "Misschien had ik toch net dat ene telefoontje meer moeten plegen..?" Tsja...of niet natuurlijk...geen idee...

Mij is in ieder geval wel duidelijk geworden dat het volwassen maken van een sport  - of dat nu lokaal of landelijk betreft -  vele jaren, decennia zelfs, vergt...en dat balletjes soms vreemd rollen...

3X3 is groot geworden, Olympisch zelfs...

En op de afgelopen Tokio Olympische Spelen speelde een uit Den Haag afkomstige 3X3-speler: Arvin Slagter. En die had  - zou het (Belgische) balletje iets anders hebben gerold -  zomaar met een Plak om zijn nek op Scheveningen gehuldigd kunnen worden...

(AD)

 

 

vrijdag 9 juli 2021

'DIT IS AMERIKA' / NRC BOEKEN-RECENSIES: 'Prachtige en schokkende (foto-)boeken over de onderklasse van Amerika' / KUDO 2020 /

 #ChildishGambino #ThisIsAmerica #GuavaIsland

Childish Gambino - This Is America (Official Video)

6 mei 2018

Official Video for "This Is America" by Childish Gambino 
 
Listen to Childish Gambino: https://ChildishGambino.lnk.to/listenYD 
Watch more Childish Gambino videos: https://ChildishGambino.lnk.to/listen...

 *

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/15/hoezo-is-amerika-so-great-a3999781

Recensie

Prachtige en schokkende boeken over de onderklasse van Amerika

Amerika Een fotograaf en een journalist schreven ieder een fascinerend boek over de Amerikaanse onderklasse. Het levert een heel ander Amerika op dan we meenden te kennen.

Een van de foto’s uit het boek Dignity van Chris Arnade.

Een van de foto’s uit het boek Dignity van Chris Arnade. Foto Chris Arnade

Het is me altijd onduidelijk geweest wat Hillary Clinton bedoelde toen ze in 2016 zei dat Amerika „already great” was. Het was vast bedoeld als opbeurende en patriottistische repliek op het door Trump neergezette beeld van Amerika als vermorzeld land, maar het klonk wereldvreemd, geprivilegieerd en, eerlijk gezegd, waanzinnig.

Hoe waanzinnig bedenk ik me al bladerend door Dignity. Seeking Respect in Back Row America van fotograaf Chris Arnade (1965). Hij is een voormalig Wall Street-bankier die eerst uit interesse afreist naar de zwakste buurten van Brooklyn en zich later, nadat hij zijn baan heeft opgezegd, helemaal stort op wat hij ‘back row America’ noemt, de onderkant van de samenleving. In Dignity combineert hij foto’s met essayistische reportages.

Hij laat zien dat er niets ‘great’ is aan Amerika. Niet aan de bovenkant, maar daar kom ik zo op, en zeker niet aan de onderkant.

Het pijnlijkst zijn Arnades foto’s van door drugs vernielde levens en gezichten. Jaarlijks overlijden ruim zestigduizend Amerikanen aan een overdosis – mede daardoor dáált de levensverwachting van witte Amerikanen, maar Arnade heeft zulke cijfers niet nodig om de crisis te laten zien. Hij fotografeert de verweesde gezichten van een gezin dat leeft uit een winkelwagen. Van een jong stelletje dat verslagen in de camera kijkt, in de hoek liggen bierblikjes, op de grond pleisters die het bloeden van de naald moeten stoppen.

Wat een armoedig, vervallen land. Wie dit Amerika wil begrijpen, schrijft hij, moet in de McDonald’s gaan zitten. Wat er nog over is van gemeenschappen zit dáár. McDonald’s als gemeenschapscentrum in steden waar het enige sociale verband nog ellende lijkt te zijn. Arnade praat er met, en fotografeert, daklozen, drugsverslaafden, tienermoeders, bingo-spelende bejaarden, enzovoort.

Dat is wat Dignity zo sterk maakt: het toont Amerika voorbij de verhulling van massacultuur als ware het nog steeds een ongekend rijk land, voorbij de pretenties van politici ook, voorbij de illusies dat het land al great is – of het zomaar weer kan worden. Om rapper Childish Gambino aan te halen: ‘This is America’, in al haar lelijkheid en ellende.

Het is even laf als onmogelijk om politiek uit zo’n verhaal te houden. Dit is geen boek dat de opkomst van Trump wil verklaren, schrijft Arnade aan het begin. Maar je kunt de sociale crisis in Amerika ook niet los zien van Trump (en van Clinton, trouwens), denk ik.

Diagnose

De diagnose van Arnade is dat ‘back row America’ en ‘front row America’, de culturele, politieke en economische elites, uit elkaar zijn gegroeid. De bovenkant kijkt met afgunst naar beneden, de onderkant returns the favour. Arnade pleit voor meer begrip tussen de twee. Maar zou ‘meer met elkaar praten’ echt de oplossing zijn voor de dramatische economische omstandigheden waarin mensen aan de onderkant leven? Die hebben weinig aan goede gesprekken en alles aan een hoger minimumloon, aan gemeenschappen die weer floreren en aan een overheid die zich om hen bekommert.

Dat brengt me bij Amity and Prosperity. Het is vast beroepsdeformatie, maar tijdens het lezen dacht ik steeds: hoe fantastisch moet het als journalist zijn om een boek te schrijven over thema’s als ‘vriendschap’ en ‘welvaart’ dat zich afspeelt in twee gehuchten die precies zo heten? Eliza Griswold (The New Yorker) had dat geluk en schreef een boek dat zich meet met de beste journalistieke boeken die de laatste jaren de teloorgang van Amerika beschreven, zoals Janesville en The Unwinding.

Griswold (1973) beschrijft verhalend de strijd van Stacey Haney, een verpleegster met twee kinderen, die in een oude boerderij woont in Amity, Pennsylvania. Rijd door staten als Pennsylvania en West Virginia en je ziet zulke gehuchten overal. ‘Small town USA’, romantiseert countryster Justin Moore het: ‘everybody knows me and I know them; and I believe that’s the way we were supposed to live’.

Evengoed is dat het Amerika van vervallen huizen en leegstaande fabrieken die als mausolea langs de weg staan. De banen verdwenen en daarmee de welvaart en, zou je met enige overdrijving kunnen zeggen, de Amerikaanse droom. Maar dan!

Boren en delven

Zoals in veel van dit soort gemeenschappen lijkt fracking, het met zware trillingen uit de aarde delven van schalieolie en -gas, uitkomst te bieden. Stacey Haney hoort het van buurtgenoten: laat frackingbedrijf Range boren op je land en je krijgt er goed voor betaald. Kan ze met dat geld dan wél de eindjes aan elkaar knopen?

Wellicht, maar je wordt er ook ernstig ziek van. Plots sterven de dieren van Haney en worden haar kinderen ziek. Het water, ontdekt ze, is vergiftigd.

Maar wie is verantwoordelijk? Het bedrijf Range ontkent alles, laat onderzoeken manipuleren en doet, gesteund door de overheid, niets voor ze.

Haney besluit terug te vechten en gaat een jarenlange juridische strijd aan om haar kinderen en haar gemeenschap te redden. Hoewel, ‘gemeenschap’; haar buren zijn minder enthousiast over haar strijd. Zij verdienen goed geld aan de vergoedingen die de fracking-industrie ze betaalt voor het gebruik van hun land. Daarmee gaat het boek eigenlijk over het tegenovergestelde van vriendschap en welvaart; om verraad en verval.

Amity and Prosperity is het verhaal van een gecorrumpeerde overheid die zich laat leiden door de belangen van grote bedrijven, van een economisch systeem dat zich niets aantrekt van de ecologische en sociale schade die het veroorzaakt – het verhaal van het moderne Amerika dus.

En dan zie je dat het Amerika dat Chris Arnade fotografeert en beschrijft grotendeels hetzelfde is als dat van Amity and Prosperity. Het zijn gebroken levens en gemeenschappen, in een gebroken samenleving, in een land waarvan je je kunt afvragen of het nog geheeld kan worden. Dat is waarom een politieke buitenstaander die belooft het systeem op te blazen voor veel Amerikanen aantrekkelijker is dan een kandidaat die al decennia tot de (gecorrumpeerde) politieke klasse behoort – een klasse die kiezers belooft de Amerikaanse droom weer tastbaar te maken, maar zich onderwijl onderwerpt aan de wensen van het kapitaal. De kracht van Dignity en Amity and Prosperity is dat ze precies dat verraad laten zien.

 

Chris Arnade: Dignity. Seeking Respect in Back Row America. Penguin Putnam, 304 blz. € 26,99

●●●●

 

Eliza Griswold: Amity and Prosperity. One Family and the Fracturing of America. Headline Publishing Group, 336 blz. € 25,99

●●●●●

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 15 mei 2020