Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Er is geen partij waar je alles van je gading zult vinden. Dus al ben het niet op elk punt eens met de @SPnl wbt oplossingen, wel met al deze doelstellingen; omdat de SP consistent is&omdat ik vertrouwen heb in @jimmydijk en zijn mensen gaat mijn stem deze keer weer naar de SP. https://t.co/lW62UeO72T
Ik kwam het stomtoevallig tegen toen ik een lang verhaal van NRC aan het lezen was over het hoe en waarom de Belastingdienst zo´n disfunctionerende overheidsdienst geworden was, waarom de problemen daar maar niet worden opgelost, en wat de rol van Wopke Hoekstra daarin was (groot!) - ´De ‘radicale oplossing’ die er van Wopke Hoekstra moest en zou komen´.
In dat artikel kwam de naam ´Manon Leijten´ als een van de hoofdrol spelers voor. Als Renske Leijten adept riep dat mij mij natuurlijk meteen de vraag op, of die twee iets met elkaar te maken hadden, familie wellicht? Dat bleek niet het geval.
Google leverde wel direct als eerste hit, een fragment(5min) uit het onderzoek van de Parlementaire Onderzoek Commissie ´Toeslagen Kinderopvang´ op waarin de SP-Leijten de Belasting-Leijten ondervroeg op; een heikel, maar typerend stukje...in de titel wordt zelf van mogelijke meineed gerept...
Ik had het nog niet gezien, en deel het dus hier...wat een ellende...
Het Palestijnse gebouw dat geen parlement mag
heten
Vanaf de hoogste verdieping van het enorme gebouw in Aboe Dis ligt
de oude stad van Jeruzalem haast binnen handbereik. De gouden koepel
van de moskee blinkt in de zon. Hemelsbreed is de afstand een
kilometer. Rechts ligt majestueus de Olijfberg.
Op het nog in aanbouw zijnde gebouw hangt een bordje: cultureel
centrum. Maar als we opmerken dat de nu nog raamloze bovenste
verdieping toch best een aardige werkkamer voor president Arafat zou
kunnen zijn, knikken de Palestijnse begeleiders lachend. Beneden is
een groot auditorium en een podium met te weinig plaats voor een
kamerorkest, maar genoeg voor een presidium.
Sommige Israëliërs weten het al zeker: hier, met de oude stad
van Jeruzalem als decor, verrijst het nieuwe Palestijnse parlement.
De Palestijnen ontkennen. ,,Er komen hier economische kantoren'',
legt de projectleider uit. ,,Er komen hier overheidskantoren van het
Palestijns bestuur'', zegt de opzichter, Bassem Moestafa. Hij wordt
pas goed kwaad als we de aantijgingen van Israëlische rechtse
politici herhalen, dat hier het militaire hoofdkwartier van de PLO
komt, en dat er beneden in het gebouw geheime bunkers zijn. ,,Ja en
dan gaan we van hier uit zeker met raketten op Al Koeds, op onze
eigen heilige stad schieten. Wat denken die Israëliërs wel. Die
willen ook nooit vrede! Ze willen niet delen, ze willen al het land
zelf houden.''
Hij wijst vanuit de andere opening naar een kale heuvel achter het
gebouw. ,,Ze beweren dat de grond daar van hen is. Ze willen er een
wijk bouwen, midden in ons gebied. Wij leven hier al drie -,
vierduizend jaar en dan komen die Joden uit Rusland en beweren dat
dit niet mijn land is. Dan zeggen ze 'jij bent Arabier, ga jij maar
naar Jordanië'!''
Bassem Moestafa is net boven de vijftig. Hij was 17 toen de
Israëliërs hem oppakten wegens lidmaatschap van een radicale
Palestijnse groepering. Zeven jaar zat hij gevangen. Toen werd hij
uitgewezen. Hij woonde eerst een tijd in Libanon, trok daarna naar
Koeweit. Tot de Golfoorlog uitbrak en Koeweit de Palestijnen en masse
de deur wees, omdat ze met Saddam zouden samenspannen. Nadat Israël
en de Palestijnen in 1993 hun vredesakkoord hadden gesloten, besloot
Bassem terug te keren. Nu werkt hij bij het Palestijnse ministerie
van woningbouw, ziet hij toe op de bouw van het culturele centrum
alias kantorengebouw, alias parlement.
Het is ochtend. Aboe Dis ligt er nog rustig bij. Vroeger liep hier
de weg doorheen van Jeruzalem naar Jericho. Nu worden de winkeltjes
in de hoofdstraat voornamelijk bezocht door kolonisten uit de
nabijgelegen nederzettingen. Voor het overige was en is Aboe Dis een
onbeduidend gehucht, met een kleine tienduizend inwoners, onder wie
enkele prominenten zoals de voorzitter van het parlement en het hoofd
van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie.
Voor de Palestijnen was het altijd een plaatsje dat behoorde bij
het district Jeruzalem, maar zeker niet deel van de stad was. De
Israëliërs hebben de stadsgrenzen zo opgerekt dat een klein deel
van Aboe Dis binnen de grenzen van Jeruzalem valt. Niemand die dat
ooit echt interesseerde. Maar nu is de exacte definitie van Aboe Dis
ineens van levensbelang, hangt het vredesproces tussen Israël en de
Palestijnen ervan af, heeft hun leider Arafat zelfs de besprekingen
opgeschort omdat hij Aboe Dis opeist en premier Barak het hem (nog?)
niet wil geven.
En om de zaak nog ingewikkelder te maken: het grootste deel van
Aboe Dis is 'B-gebied', zoals dat heet in de bureaucratische
terminologie van de vredesakkoorden. 'B' wil zeggen dat Israël het
aan de Palestijnen heeft teruggegeven, maar nog wel de touwtjes in
handen houdt op veiligheidsgebied. Wie bijvoorbeeld van Aboe Dis naar
Jeruzalem wil moet eerst door de Israëlische controlepost. De
Israëliërs patrouilleren ook nog van tijd tot tijd in de straten
van Aboe Dis.
Arafat had erop gerekend dat Aboe Dis bij de huidige overdracht
van nog eens zes procent land, geheel Palestijns zou worden. Barak
zou het hem zelfs hebben toegezegd, maar erop zijn teruggekomen onder
druk van rechts. De reden dat Arafat het zo ernstig opneemt, is
simpel: De Palestijnse leider wil de discussie over Jeruzalem liever
beginnen op een moment, waarop hij beschikt over de Arabische wijken
rond Jeruzalem.
Om dezelfde reden houdt Barak de wijken als onderpand, om dan
misschien te kunnen zeggen: weet je wat, we geven jullie die wijken,
dan hebben jullie toch een stukje Jeruzalem. Vandaar ook dat de
Israëliërs, en juist de vredesduiven onder hen, het een prima idee
zouden vinden als in Aboe Dis het Palestijnse parlement komt te
staan. In feite staat het gebouw, dat dus geen parlement genoemd mag
worden, voor een klein deel al binnen de stadsgrenzen van Jeruzalem.
's Middags trekt de oprit naar het bouwterrein ineens de
internationale aandacht. Tv-camera's staan opgesteld. Een haag
Palestijnse jongeren schermt de oprit af. Er is bericht gekomen dat
een delegatie Israëlische parlementsleden van de Nationaal
Religieuze Partij, de partij van de kolonisten, onderweg is. Om
precies tien voor drie sluit de haag zich nog sterker aaneen. De
delegatie is gearriveerd, begeleid door Israëlische militaire jeeps.
Kolonistenleider Nissan Smolianski stapt op de Palestijnen af:
,,Waarom laten jullie mij er niet door?'' ,,Omdat je een rechtse
kolonist bent en ons alleen maar wilt provoceren.''
,,Wie geeft jullie het recht mij tegen te houden? Wie zijn
jullie?''
,,Wij zijn de zonen van het Palestijnse volk.''
De haag scandeert: ,,Weg jullie!'' En: ,,Waar is Palestina? Hier
is Palestina!'' Dan zetten ze het strijdlied in: ,,Met bloed en vuur
zullen wij Palestina bevrijden''.
De militaire commandant doet zijn uiterste best de zaak onder
controle te houden. ,,Toe nou jongens'', wendt hij zich tot de
Palestijnen. ,,Jullie willen toch ook niet dat we geweld gebruiken.''
De delegatie blaast onderling stoom af. ,,Dit is toch onaanvaardbaar,
dit kan toch niet, wie denken ze wel dat ze zijn, dat ze ons
tegenhouden.'' Vice-minister van onderwijs, Sjaoel Jahalom, roept
voor de camera's dat dit bewijst waar de toegeeflijkheid van Barak
toe leidt: ,,De Palestijnen eisen alleen maar steeds meer. Aboe Dis
hoort bij Jeruzalem en mag nooit aan de Palestijnen worden gegeven.''
Intussen zijn er nog meer Israëlische militaire jeeps
gearriveerd. De commandant staat te onderhandelen met wat op het
eerste gezicht een opgeschoten jongetje lijkt te zijn. Het is
gezichtsbedrog. Hij is de afgevaardigde van de Palestijnse
veiligheidsdienst. Na een uur komt er beweging in de zaak. De
Palestijnse haag trekt zich onwillig terug tot vlak bij de ingang van
het gebouw. De jeeps rijden nu het terrein op. Op hun beurt vormen de
Israëlische soldaten een haag, voor de Palestijnse haag.
Over een smalle grindstrook rijden de Israëliërs nu langs het
gebouw, naar de kale heuvel erachter. ,,Deze grond is van ons, het is
Joodse grond'', zegt minister Levi, leider van de Nationale
Religieuze Partij. ,,Smolianski's vader bezit hier zelfs een stukje
grond.''
,,Mijn grootvader ook'', roept iemand uit de groep.
De minister bedankt de partijafdeling van Jeruzalem, die dit
oriëntatiebezoek heeft geïnitieerd. De groep spoort de minister aan
om hier meteen een Joodse wijk op te richten. De minister knikt, maar
voegt er verontschuldigend aan toe dat hij daar niet over gaat. Hij
onderstreept wel het belang ervan en belooft zijn best te zullen
doen. ,,Ik heb gehoord'', zegt hij, ,,dat Arafat het gebouw als
hoofdkwartier wil om van hieruit een mars naar Jeruzalem te
beginnen.''
Op de vraag waarom ze nu pas in actie zijn gekomen, terwijl er al
vier jaar aan het gebouw wordt gewerkt, geeft een van de
delegatieleden ruiterlijk toe: ,,We waren ingedut. Nu is het
belangrijk, omdat Barak hen Aboe Dis en de andere wijken wil geven.
Dat moeten we voorkomen.''
De religieuze afgevaardigden besluiten hun bezoek aan de heuvel
met het middaggebed.
Veel meer standpunten van de SP inzake het dossier Groninger Aardbevingen/Bodembeweging in de Tribune --- Hier ---
*
SHARTIE AART DEKKER
En weer debatteert de Tweede Kamer met veel Groningers op de publieke tribune...
...bovenstaande cartoon bewijst welke partij al sinds jaar en dag knokt voor hen knokt!
In een fase van het seizoen waarin wij Basketball Liefhebbers hebben kunnen beleven dat niet alle Aardbevingen in Groningen/voor Groninger Basketball Liefhebbers veroorzaakt worden door het wanbeleid van vele opeenvolgende kabinetten ´Bakken Ellende´ en ´Flutte´, gaat er weer worden gedebatteerd over de afhandeling van de schade die Groningers in het Aardgas-winnings-gebied, toont bovenstaande cartoon aan welke partij als sinds jaar en dag vecht voor de Groningers en Groningen...
In 2006 liet Reid een onervaren senator uit Illinois naar zijn
kamer roepen. In het boek Race of a Lifetime wordt
beschreven hoe Barack Obama en zijn rechterhand elkaar geschrokken
aankeken: „Wat hebben we verkloot?” In de kamer, aldus het boek,
zei Reid tegen Obama: „Hier kom je niet veel verder. Ik weet dat je
niet veel geeft om wat je hier doet.” Na twintig minuten kwam Obama
terug op zijn eigen kamer en vroeg zijn rechterhand: wat wilde Reid
van je? „Harry wil dat ik president word”, zei Obama. De auteurs
noteren ook nog dat Reid ook dacht dat Obama het zou kunnen worden
met zijn „lichte huidskleur” en „zonder zwart accent, tenzij
hij dat wil opzetten”.
Toen Obama inderdaad president werd, was Reid onmisbaar voor het
welslagen van de presidentiële agenda. Met een aanvankelijk
comfortabele meerderheid, de strikte partijdiscipline en zijn kennis
van de regels van de Senaat wist hij in elk geval het bij
Republikeinen zeer impopulaire zorgverzekeringstelsel Obamacare door
de Senaat te loodsen. Reid was daar ongegeneerd trots op. „Deze
acht jaren gaan de annalen in als de Obama-Reid jaren”, zo haalde
The New York Times hem dinsdag aan.
De keerzijde van alle politieke armpje-drukken was dat de vanouds
meer bedaagde, minder partijpolitieke sfeer uit deze kamer van het
Congres verdween. Sindsdien is de Senaat bijna even sterk
gepolariseerd als het Huis van Afgevaardigden. In 2014 vergeleek
The New York Times Reid met de Republikein Newt
Gingrich, die als voorzitter van het Huis in de jaren 90 verbeten
strijd voerde om het presidentschap van Bill Clinton lam te leggen.
OVERIGENS...VIND IK DAT DE VERKIEZINGEN MOETEN WORDEN UITGESTELD(2)
".....En de VVD blijft erin slagen elk conflict te ontlopen door alleen
aandacht voor de coronabestrijding van de komende maanden te vragen.
Zo krijgt de grootste partij, onbedreigd op kop in de tussenstanden,
precies waar ze op uit is: een gedepolitiseerde campagne. Vandaar:
trivia.
Maar minstens zo ontnuchterend was dat het land blijkbaar ook niet
anders verlangt. Een VVD’er raadde me aan de kijkcijfers van het
RTL-debat, afgelopen zondag, te leggen naast die van de laatste
coronapersconferentie van Rutte en De Jonge, vorige week dinsdag. Het
verkiezingsdebat: 1,8 miljoen kijkers. De coronapersconferentie: 6
miljoen kijkers.
It’s all Covid, stupid....."
Dit fragment van onderstaande column van Tom-Jan Meeus in de liberale - dus bepaald niet anti-VVD - krant NRC vorig weekend, en de bijbehorende cartoon van Ruben L. Oppenheimer hierboven zeggen het eigenlijk allemaal: hoe de andere partijen zich ook inspannen en welke schandalen Rutte inmiddels allemaal ook op zijn naam heeft staan...het heeft er met nog maar een paar dagen te gaan voor de Verkiezingen van 17 maart, Mark Rutte blijft - gelijk een 'Trump-light' voor zijn harde kern aanhang een soort van onaantastbare 'messias' en die aanhang stemt op hem, maakt niet uit wat er ook gebeurt. Als het inderdaad zo gaat blijft de VVD met afstand de grootste, en kan Rutte het voortouw in de formatie nemen en in principe kiezen met wie hij een nieuwe coalitie wil vormen. De andere partijen kunnen dit alleen maar voorkomen door in een voldoende groot blok 'Nee' te zeggen, maar zullen dan ongetwijfeld als 'Onverantwoord vanwege de Coronacrisis worden geframed'; en wie wil dat?
Daarnaast wordt er - ook al vanwege Corona - een lagere opkomst dan normaal verwacht, en ook dat is zeker niet in het nadeel van de VVD. Mij lijkt het zeer onwenselijk...
En tenslotte is deze campagne zo kort, dat - zelfs al doen sommige partijen het boven verwachting goed - de punten die zij scoren nauwelijks of niet de tijd hebben bij kiezers die niet op hen voorgesorteerd hadden 'in te dalen', de meeste van deze kiezers zullen de overstap naar zo'n partij dan niet maken en ook dat zou er dan voor zorgen dat alles blijft zoals het was; alle voordeel voor de VVD, ook al schets Meeus in zijn column andere scenario's.
Om al deze redenen denk ik dat de Verkiezingen alsnog uitgesteld zouden moeten worden. Ook al realiseer ik me dat de kans dat dat nu nog gebeurt verwaarloosbaar klein is...
(AD)
*
Een
non-campagne in een crisis – en volop verliezers in de
tussenstanden
Deze week: de
SP als potentiële coalitiepartner, scepsis over de CU, Hoekstra die
moet kiezen tussen Pieter en Pieter, en: wordt Rutte IV slechts een
tussenkabinetje?
Ofwel: politici
die vooruitkijken op de periode na de verkiezingen.
Je kon er deze week moeilijk omheen: blijkbaar is ook de
coronacrisis geen beletsel voor de verdere trivialisering van
verkiezingscampagnes.
Het ging maar door. Maandagavond postte Thierry Baudet hoe Gerard
Joling hem na wat glazen wijn omhelzend
zoende: ‘Partij vd liefde!’ Dinsdag had Koffietijd
(RTL4) een
primeur: ‘Mark Rutte doet eerste coronatest!’ Woensdag volgde
ophef over een
jurk van Sigrid Kaag. Vrijdag zei
een Rotterdams PVV-raadslid in een online gesprek: ‘Wat heeft
Hitler nou met antisemitisme te maken?’
Intussen meldden het onderzoeksprogramma Pointer en De
Groene hoe een geliefd campagnekanaal als Instagram de
armzaligheid slechts
vergroot: politici krijgen van dit sociale medium meer aandacht
als ze geen gewone foto’s maar selfies posten.
Je dacht dat een politicus in crisistijd vooral het hoofd koel
moet houden. In werkelijkheid moet een politicus het hoofd vooral in
beeld houden.
Dit alles in de week waarvan je hoopte dat de officieuze
campagne-aftrap – vorige week vrijdag het NOS-radiodebat, zondag
het RTL-debat – een periode van gezond politiek gevecht inluidde.
Debat over beleid na de crisis, ideeëncompetitie, botsing van
wereldbeelden, strijd over de competenties van lijsttrekkers.
Maar wat je ook kreeg: geen aanvaringen tussen de aanvoerders. Het
kwam zelden verder dan interviews volgens het format van
infotainment, afgewisseld met live online optredens die amper publiek
trokken.
In een campagneteam vergeleken ze die met spreken voor een
halfvolle zaal: de holle klanken, het verliezersgevoel van een te
groot podium.
Het was allemaal wel te verklaren. Het gebrek aan fysieke
interactie met kiezers ontneemt de campagne haar ziel.
En de VVD blijft erin slagen elk conflict te ontlopen door alleen
aandacht voor de coronabestrijding van de komende maanden te vragen.
Zo krijgt de grootste partij, onbedreigd op kop in de tussenstanden,
precies waar ze op uit is: een gedepolitiseerde campagne. Vandaar:
trivia.
Maar minstens zo ontnuchterend was dat het land blijkbaar ook niet
anders verlangt. Een VVD’er raadde me aan de kijkcijfers van het
RTL-debat, afgelopen zondag, te leggen naast die van de laatste
coronapersconferentie van Rutte en De Jonge, vorige week dinsdag. Het
verkiezingsdebat: 1,8 miljoen kijkers. De coronapersconferentie: 6
miljoen kijkers.
It’s all Covid, stupid.
En natuurlijk: niets is nog beslist. Maar je voelde deze week de
gelatenheid groeien. De uitzondering was D66, waar het optreden van
Sigrid Kaag in het RTL-debat vertrouwen in een goede uitslag gaf.
Maar de meeste andere partijen werden met de dag somberder over
hun kansen op een electorale omslag.
Zo gingen de gedachten al voorzichtig uit naar de periode na de
verkiezingen.
CU-leider Gert-Jan Segers voedt de speculaties hierover zelfs
publiekelijk. In Nieuwsuur, bezig met een ijzersterke reeks
lijsttrekkersinterviews, deelde hij deze week VVD en D66 niet in bij
zijn favoriete coalitiepartners.
Hij komt liever uit, beaamde hij, op een samenwerking met
confessionele en progressieve partijen.
Dit herkennen coalitiepartners van de afgelopen periode: hoewel
Segers niet vies is van politieke deals en vaardig kan manoeuvreren,
is hij in de kern een anti-liberaal.
De spanningen met D66 over medisch-ethische zaken haalden veel
publiciteit – en Kaag zei al in diverse interviews dat ze geen
nieuwe formatiedeal met de CU op dit terrein wil.
Maar ook VVD-fractiesecretaris Ockje Tellegen sprak zich laatst in
het Reformatorisch Dagblad uit tegen
opnieuw regeren met de CU. Het leidt, zei ze, bij
medisch-ethische vraagstukken „écht tot een impasse, tot
stilstand’’.
In haar partij heet dit een ‘persoonlijke opvatting’ van de
nummer 10 op de kandidatenlijst. Maar genoeg VVD-Kamerleden hadden de
laatste jaren ook economisch en cultureel moeite met de CU. In de
fractie klaagden ze dat Kamerleden hun grieven over de partij van de
premier moesten inslikken.
Het onderstreept dat hernieuwde samenwerking voor D66, VVD én de
CU zelf bepaald geen automatisme is.
Ook historisch zou continuering van de coalitie trouwens riskant
zijn: kenners van de parlementaire geschiedenis, neem een Mark Rutte,
weten dat dit zelden goed afloopt.
Zodoende gaan optimisten in VVD, CDA en D66 uit van een snelle
formatie: niet dralen wegens de coronabestrijding, en als dat
getalsmatig nodig is samenwerking zoeken met een van de twee linkse
partijen, SP of GroenLinks, die expliciet opteren voor meeregeren.
GroenLinks laat al langer openlijk weten dat het er klaar voor is.
Maar VVD en CDA denken zonder plezier terug aan de mislukte
onderhandelingen met Jesse Klaver in 2017. Toen al bleek dat die
twee, nadat D66-voorman Pechtold het opperde, liever zaken deden met
de SP.
Kabinetten mogen wel wat volkser, vonden zij, ze zagen de SP als
stabieler, en VVD- en CDA-kiezers houden een grotere hekel aan
GroenLinks.
Maar onzekerheid genoeg in deze twee linkse partijen. In zowel SP
als GroenLinks kan de leider onder druk komen te staan na een
nederlaag. In de SP sluimert al langer een
conflict met de jongerenorganisatie, mede over regeringsdeelname.
In GroenLinks heb je altijd strijd en vluchtig wisselende interne
voorkeuren.
En CDA-leider Wopke Hoekstra, door allerlei ongelukjes in een
dalende lijn, wacht meteen na de verkiezingen ook al een ingewikkelde
keuze: met welke Pieter gaat hij de formatieonderhandelingen in –
Omtzigt of Heerma?
Zijn voorgangers als CDA-leider – Buma, Heerma, De Jonge –
ervoeren dat alle keuzes rond Omtzigt gevoelig zijn. Toch wijst veel
erop dat Hoekstra kiest voor Heerma.
Zo kunnen alle trivia niet wegnemen dat deze gedepolitiseerde
campagne twee werkelijkheden voor de grootste partij creëren.
Voorlopig koerst de VVD onbedreigd af op een veilige zege.
Tegelijk versterkt haar depolitiserende tactiek het teleurstellende
resultaat van zoveel potentiële coalitiepartners (CDA, GroenLinks,
SP, PvdA) dat regeren voor de VVD niet makkelijker wordt. Zeker nu
twee andere vermoedelijke winnaars onder de gouvernementele partijen
(D66 en CU) sceptisch zijn met elkaar verder te gaan.
Het gevolg is dat ze in partijen al pseudo-openlijk spreken over
Rutte IV als tussenkabinet, dat uit elkaar valt zodra corona niet
meer noopt tot afremming van de economie en het maatschappelijk
verkeer. Zo beschreef NRC vrijdag hoe ze in de wereld van
Hoekstra nu
al spreken over een nieuwe aanval op het Torentje na de val van
Rutte IV.
Het laat zien hoe beperkt de waarde van deze depolitiserende
campagne kan blijken te zijn. Al
tijdens Rutte III ontstond in Den Haag een bredere wens om van
Rutte af te komen, deze campagne haalt daar tijdelijk een streep
doorheen, maar die wens is daarmee niet weg.
Nog deze week beklaagde
Hoekstra zich tegen nu.nl over het „richtingloze liberalisme’’
van de VVD onder Rutte. Kaag zei
in het AD: „Ik zet me af tegen tien jaar planloos
VVD-beleid.’’
Als dat je twee meest voor de hand liggende coalitiepartners zijn,
zul je hard moeten werken om weer tot een stabiel bestuur te komen.
Niet voor niets blijven sommige liberalen beducht voor een kabinet
zonder de VVD – CDA en D66 die over links gaan. En toeval of niet:
daar hintte CU-voorman deze week dus ook op.
OVERIGENS...VIND IK DAT DE VERKIEZINGEN VAN 17 MAART 2021 MOETEN WORDEN UITGESTELD -
& MARK RUTTE MOET WEG!(1)
Twee dingen die ik de komende weken zal betogen:
1) De Verkiezingen van 17 maart dienen te worden uitgesteld tot een moment later dit jaar.
Waarom? Daar zijn vele redenen voor aan te voeren; zo schijnt nu al de helft van de burgemeesters grote bezwaren te hebben vanwege de organiseerbaarheid op 17 maart. o.a. doordat rond die datum de piek van de Derde Coronagolf wordt verwacht (je leest het via de Link hieronder).
Ik heb hele andere argumenten zoals: a) Mark Rutte moet weg (ik kom er zo op terug), maar fundamenteler b) Goede, eerlijke Verkiezingen vergen de mogelijkheid om een Goede, eerlijke Campagne te kunnen voeren; dat is inmiddels om allerlei redenen zo goed als onmogelijk geworden...de laatste tijd ook maar iets van een politiek debat gezien in welke talkshow dan ook? Ik niet! Iedereen is mat, uitgedoofd en platgeslagen door een jaar coronapolitiek. Er zijn er twee die garen spinnen bij verkiezingen op 17 maart zoals het nu verloopt: Rutte die precies weet hoe hij iedereen moet bespelen, die duikt voor verantwoordelijkheid nemen, anderen de volle laag weet te laten nemen, en dan weer 'de eerst verantwoordelijke' weet te spelen als het b=nergens op slaat, en waar hij ook helemaal niets van meent trouwens...en Wilders die hem heerlijk kan attackeren in ieder debat, daar zichzelf mee profileert en Rutte er ook mee versterkt; een win-win voor beiden. Dus straks weer een 1-op-1-debat op TV arrangeren, en klaar is Kees, uh, sorry zijn Mark en Geert en de rest heeft het nakijken... Dat zijn dus geen eerlijke Verkiezingen, en zo komen we nooit van Markje 'Flutte' Rutte af. Ik zal 2) volgende keren andere argumenten geven waarom dat een zeer slechte zaak zou zijn...
Maar lees om te beginnen eens het Essay/de Analyse van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer van enkele weken geleden (ook hieronder), en huiver...(tenminste dat is wat ik deed)... Je kunt trouwens i.p.v. het lange artikel lezen, ook luisteren naar de Groene Podcast.
Je kunt ook nog deze column van Aukje van Roessel lezen uit dezelfde editie van 'de Groene':
FRAGMENT: "........„We moeten heel simpel zeggen: we gaan dit nu niet doen”, zegt Luc
Winants (CDA), burgemeester van Venray. De burgemeesters van Medemblik,
Echt-Susteren, Zevenaar en Ede sluiten zich daarbij aan. Ze voelen zich
gesteund door ambtgenoten. „Als het ministerie nu aan alle burgemeesters
zou vragen of zij het een goed idee vinden de verkiezingen te laten
doorgaan, denk ik dat je uitkomt op fiftyfifty”, aldus Frank Streng
(Medemblik, VVD)......"
De VVD en de PvdA leven in verschillende morele stelsels.
Dus moest Lodewijk Asscher wel aftreden, van zijn partij, om de
toeslagenaffaire, en kon Mark Rutte gewoon door. Wat willen wij
eigenlijk van hem?
Ach man. Je zal maar net
een biografie van Lodewijk Asscher hebben afgerond. Vorige week maandag
stuurde uitgeverij Ambo Anthos nog een persbericht rond om het
verschijnen van Lodewijk: Portret van een stoïcijns optimist aan te kondigen, het weekend erop had auteur Wilfred Scholten in zijn Twitter-bio de titel al aangepast: Lodewijk: De val van een politiek talent.
Bij Dit is de dag op Radio 1 vertelde Scholten dat hij die
ochtend van Lodewijk Asschers aftreden, afgelopen donderdag, al wakker
was geworden met het geluid van allemaal appjes die tingelend op zijn
telefoon waren binnengekomen. ‘Ik kreeg meteen al zo’n gevoel van: “O
nee, toch?” Nou ja dus.’ De week ervoor had de pvda-leider hem nog verzekerd dat hij niet zou opstappen, ‘want dan klopt jouw boektitel niet meer’.
Asscher had zichzelf in de jaren als fractievoorzitter van de pvda als doel gesteld de partij weer relevant te maken, en leuk. Na de jaren onder Diederik Samsom, die als coalitiepartner met de vvd
meeveerde, wilde Asscher meer strijd leveren, met het kabinet, met
Rutte, met Wilders. In die rol als volksvertegenwoordiger groeide hij
snel, hij werd geprezen om zijn debatteerstijl. Scholten vertelde dat
hij regelmatig met Asscher mee ging toen die een tourtje maakte met zijn
boek Opstaan in het Lloyd Hotel, waarbij Asscher steevast aan
de mensen in de zaal vroeg: wie van u maakt nooit een fout? Dan ging er
geen hand omhoog. ‘Zie je wel’, zei Asscher dan. ‘Ik heb ook fouten
gemaakt, net als u. We zijn maar mensen.’
Dat was uiteindelijk niet heel sterk, vond Scholten, want als een
politicus fouten maakt heeft dat consequenties voor heel veel mensen. Je
kunt niet blijven zeggen: ‘Die fouten zijn mijn erfenis, maar daar
distantieer ik me van.’
De toeslagenaffaire liet zich niet distantiëren. Aanvankelijk leek
Asscher op de dag van zijn getuigenis voor de commissie die de
toeslagenaffaire behandelde gered uit onverwachte hoek; door de
spectaculaire zelfdestructie van Thierry Baudet, die uitgerekend op de
dag van Asschers getuigenis de zuilen van zijn eigen Forum omver trok en
daarmee alle media-aandacht opslurpte. Maar binnen de pvda
groeide stilletjes de onrust, leden maakten duidelijk dat ze geen
vertrouwen meer in hun lijsttrekker hadden. In de peilingen kelderde de
partij.
Luister naar De Groene
In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den
Bosch Joost de Vries over de ongrijpbaarheid van VVD-politicus Mark
Rutte. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen
Als je net een boek over Mark Rutte hebt gemaakt zat je deze dagen toch net iets rustiger op je stoel, goddank. De vvd is de pvda niet. Als in opspraak geraakte vvd’ers een probleem waren geweest, dan was dat wel eerder duidelijk geworden. Sterker nog: als opstappende vvd’ers grote uitzonderingen waren, dan had de site isereenvvderopgestapt.nl vast niet bestaan.
Tot het kabinet vorige week opstapte, was het 301 dagen geleden dat voor het laatst een vvd’er het veld moest ruimen, iets wat vooral aan de luwte van corona zal liggen. Daarvoor waren het:
— 19 maart 2020: minister van Medische Zorg Bruno Bruins opgestapt;
— 6 oktober 2019: Haagse burgemeester Pauline Krikke opgestapt vanwege het uit de hand gelopen vreugdevuur in Scheveningen;
— 5 oktober: vvd-raadslid Nynke Koopmans stapt uit vvd vanwege het stikstofbeleid;
— 24 september 2019: vvd zet omstreden Van Haga uit Kamerfractie;
— 29 augustus 2019: Arno Rutte verlaat Kamer;
— 21 augustus 2019: Rotterdamse wethouder Westvoorne vertrekt na fricties met fractie;
— 1 augustus 2019: regionale vvd’er Huib van Vliet (Flevoland) uit partij gezet na diefstal;
— 3 juli 2019: Zaanse ‘drankwethouder’ stapt op vanwege onrust in partij.
De lijst gaat heel veel verder. Sinds 2013 komt de partij elk jaar
als ‘winnaar’ uit de bus van de ‘Politieke Integriteitsindex’ die de Volkskrant publiceert, waarbij de kwesties waarover vvd’ers
struikelen variëren van minister Halbe Zijlstra die een
datsja-ontmoeting met Poetin fabuleerde tot een ‘ongelijkwaardige
relatie’ van Kamerlid Han ten Broeke met een medewerkster. Tussen 1980
en 2018 kende de vvd 131 van dit soort affaires, aanzienlijk meer dan de tachtig van de pvda en de negentig van het cda. In zijn boek over de vvd, Liberale lessen, weet Elsevier-journalist
Gerry van der List het eraan dat individuele uitglijders vaak laconiek
werden behandeld door de partijleiding, in het bijzonder door Rutte, die
bekendstaat om zijn loyaliteit, ‘wat onder meer tot uiting komt in het
snel steun uitspreken aan vertrouwelingen die deze steun in sommige
gevallen niet echt verdienen’.
Je zou het ook kunnen verklaren uit het feit dat de vvd een veel kleinere partij is dan bijvoorbeeld de pvda
(vorig jaar 23.907 leden om 41.078 leden), waarbij de liberale leden
zich doorgaans minder direct ideologisch verbonden voelen met de partij,
en zo elkaar minder streng in de leer beoordelen. Het falen van één lid
straalt blijkbaar niet af op de populariteit van de partij als geheel.
Je zou ook kunnen zeggen dat de vvd een
partij voor ‘doeners’ is, zoals ze zelf graag zegt, niet voor denkers of
debaters. En wie doet, doet wel iets fout – hakken en spaanders, dat
werk. Dat levert allicht een mentaliteit op die impliceert dat echte
ondernemers nu eenmaal de grenzen van de wet opzoeken, en wie daar eens
overheen schiet – tsja, kan gebeuren.
In ieder geval vertelden de peilingen voor de vvd in het weekend na de val van Rutte III een ander verhaal dan voor de pvda.
De toeslagenaffaire liet zien hoe kansloos de burger is tegen een
rigide overheid, die vanuit systemisch racisme of volkomen
onverschilligheid kil opereert. Rutte benadrukte herhaaldelijk dat hij
hiervoor zijn volledige politieke verantwoordelijkheid nam, fietste naar
de koning, bood het ontslag van zijn volledige kabinet aan, en kon dit
weekend zien hoe zijn partij er in de peilingen één of twee zetels bij had gekregen.
‘Kunt u nog wel verder als lijsttrekker?’ vroegen de verzamelde media
op de persconferentie afgelopen vrijdag massaal aan Rutte. Die
peilingen waren het antwoord op die vraag.
Waarom kleeft zo weinig aan de vvd?
Waarom lijkt geen rel Rutte’s onverstoorbaarheid te breken? Die vragen
kun je het best beantwoorden door terug te gaan in de tijd, toen Rutte
nog niet onverstoorbaar was.
Daarvoor moet je anderhalf decennium terug gaan. Jozias van Aartsen
was partijleider en had een nieuw liberaal manifest opgesteld, Om de vrijheid. Dat was, schreef de Volkskrant indertijd, alsof de vvd
eindelijk de luiken open gooide, ‘een volwassen poging de balans op te
maken na de opstand van de kiezers in 2002’. Van Aartsen pleitte voor
democratische vernieuwing, referenda, een gekozen burgemeester. Het
belastingstelsel moest op de schop, op middelbare scholen moest er meer
vaderlandse geschiedenis onderwezen worden. Weg met het
rechts-links-denken, meerstemmigheid was het devies.
Rutte trok continu door het land om met
verongelijkte mensen bij JOVD-afdelingen te praten, ze te paaien,
‘meeveren’ met hun bezwaren
Nog een keer de Volkskrant: ‘De vvd
is als het ware de salon van Jozias, waar liefhebbers van het politieke
debat als vanzelf naartoe gezogen worden. Dat geldt niet alleen voor
beroepspolitici als Zalm, Van Baalen, Kamp, Hirsi Ali, Rutte, Verdonk,
Schulz of Dales, maar in toenemende mate ook voor denkers en publicisten
als Ankersmit, Docters van Leeuwen, Cliteur, Van Middelaar, Spruyt,
Boekestijn, De Winter, Philipse, Ellian of Rosenthal.’
Dit was 2005, net na Fortuyn en Van Gogh. Het voelt als langer
geleden, al was het maar omdat zoveel van die genoemde denkers en
publicisten inmiddels zo ver bij de vvd vandaan zijn gedreven, naar het buitenland toe, hun pensioen in, en vooral naar het reactionair rechtse toe.
Van Aartsen had wel een kiezersmandaat nodig, vond en stelde hij: ik
moet minstens veertien procent houden bij de gemeenteraadsverkiezingen
van maart 2006. Het werd 13,8 procent. Diezelfde avond maakte Van
Aartsen aan een klein clubje getrouwen bekend dat hij stopte – onder die
getrouwen de jonge staatssecretaris Mark Rutte, de enige vvd’er die de volgende dag al hardop durfde te zeggen dat hij Van Aartsens leiderschap wilde overnemen.
NRC-journaliste Petra de Koning beschrijft in haar recente
Rutte-biografie hoe het premierschap altijd al zijn droom was geweest –
met vrienden op de middelbare school deed hij altijd al politieke
interviews na, waarbij Rutte steevast de premier speelde. Nog voordat
hij lid van de jovd werd – en dus als aspirant-politicus gezien kon worden – schreef Rutte’s boezemvriend een zelf geprint boekje, Het Tsjernenko Complot, waarin de hoofdpersoon Rutte voorman was van de Reactionaire Partij Nederland en voor het leven benoemd premier was.
(Voor het leven benoemd; dat begint al bijna als profetisch aan te voelen. Al is deze ‘premier Rutte’ in Het Tsjernenko Complot gescheiden van Miss Panama.)
Aanvankelijk leek Rutte de enige kandidaat voor het partijleiderschap, maar in de coulissen van de vvd-kantoren
begonnen andere krachten een andere kandidaat naar voren te schuiven.
Eerst zei ze dat ze geen zin had, maar ze liet zich vleien en gooide
haar hoed in de ring: Rita Verdonk. ‘Niet links, niets rechts, maar
recht door zee’ (maar vooral toch heel rechts.)
Net als Rutte was Verdonk door Gerrit Zalm naar Den Haag gehaald – ze
was geen partijcoryfee, maar Zalm was naarstig op zoek naar vrouwen
voor in het kabinet. ‘Kordaat, tevens warm’, noteerde hij na afloop van
zijn gesprek met haar, waarmee hij op de laatste plaats binnen kwam op
het Nederlands Kampioenschap Mensenkennis.
Zalm blikte er later op terug en zei tegen Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing in haar Rutte-biografie, Mark (2016), dat er bij de vvd nooit een ideologische strijdt woedt, zoals bij de pvda, maar dat het om de personen gaat. Ze moeten elkaar liggen, anders is het moord en doodslag: ‘Bij de vvd heb je twee soorten baden: warme baden of bloedbaden.’
In het geval van Rutte versus Verdonk werd het het laatste, een
moddergooicampagne die zeven weken lang het nieuws domineerde. Verdonk
speelde het spel in de media, met handschoenen uit: ‘Wat mij
onderscheidt van Mark Rutte is daadkracht en duidelijkheid.’ Rutte
speelde het meer uit het zicht: in 1988 was hij voorzitter van de jovd
geworden, ruim voor de komst van de mobiele telefoon, wat betekende dat
hij continu door het land trok om met verongelijkte mensen bij jovd-afdelingen
te praten – en ze te paaien, gerust te stellen, ‘meeveren’ met hun
bezwaren en zo ‘de knopen weg masseren’. Dat netwerk dat hij toen
opbouwde had hij onderhouden, en in de strijd tegen Verdonk kwam het
over de brug. Met 51 procent tegen 46 procent kwam hij, live vanuit het
Okura, tot ook zijn eigen verrassing als winnaar uit de bus.
Sitalsing merkte terecht op dat de strijd wel degelijk om de koers draaide, namelijk of de vvd
in de nasleep van de Fortuyn-revolte een kalme, breed georiënteerde
bestuurderspartij bleef (Rutte), of ‘een niet-gouvernementele
volkspartij die avonturiers op rechts de pas afsneed’ (Verdonk). Vandaar
dat Verdonk haar volgers bleef hebben, vandaar dat ze zich met 67.355
meer voorkeurstemmen dan Rutte bij de verkiezingen van 2006 gesterkt
voelde om zijn positie te ondermijnen. Ze vond hem te slap, te links,
hij kon niet tegen Wilders op in het integratiedebat. Pas na een jaar
van interne kritiek extern geuit zette Rutte Verdonk uit de fractie, in
september 2007. Een paar dagen later was er een vvd-congres in Veldhoven, waar de leden zich over zijn leiderschap konden buigen. Het Parool voelde de bui hangen: ‘Het einde van een politicus zonder mening.’ De Telegraaf: ‘Vaarwel, Mark.’
Over Rutte’s onverstoorbaarheid gesproken: op de dag van Veldhoven
zei hij tegen zijn naaste medewerker: ‘Dit wordt onze laatste dag.’ Hij
zei het niet rancuneus, of boos. ‘Wij hebben samen een ongelooflijk
boeiende en mooie tijd gehad. Laten we daar tot het laatste moment van
genieten.’
Maar niet dus. Rutte speechte, kreeg de zaal in Veldhoven achter
zich. Sitalsing: ‘Zijn politieke ontmaagding.’ Ze citeert
campagnestrateeg Jan Driessen: ‘Rita is Marks redding geweest. Niets kan
hem meer deren. Wie zo frustratie heeft moeten wegslikken, kan alles
hebben. Die gaat nooit meer neer.’
Elsevier-redacteur Gerry van der List citeert in Liberale lessen
diezelfde Jan Driessen, over hetzelfde moment, maar bij hem zegt
Driessen diametraal het tegenovergestelde: Rutte was na Rita onzeker en
afwachtend geworden. ‘Bij lezingen vroeg hij zenuwachtig om de
uitgeschreven tekst omdat hij houvast nodig had. Het was maar de vraag
of hij weer de charmante, positieve en vooral strijdvaardige Mark van
vroeger kon worden. Hij was duidelijk zoekende.’
Dat zoekende merkte je aan alles. Hij kwam met plannen voor een
‘groen rechts’, probeerde zich te profileren als denker, door in Elsevier te schrijven over Friedrich von Hayek, en in Opinio
over zijn bewondering voor Isaiah Berlins twee vormen van vrijheid. In
een poging zichzelf als kampioen van het vrije woord te manifesteren
pleitte hij ervoor artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht te
wijzigen, dat belediging en het aanzetten tot haat en discriminatie
verbiedt. Dat dat ook betekende dat holocaustontkenning dan niet langer
strafbaar was, accepteerde hij. De rest van de vvd
vroeg zich af waar hij mee bezig was. De peilingen bleven waardeloos,
meerdere keren hing zijn leiderschap aan een zijden draadje.
Dit waren de jaren dat alles aan Rutte anders moest. Zijn bril, zijn
kapsel, de studentikoze overhemden die hij droeg, zijn vroegoude
gewoonte sigaren te roken. Dit was ook de tijd dat zijn privé-leven nog
een vraagteken was, want hoewel er zo’n drie miljoen alleenstaanden in
Nederland waren, snapte niemand er iets van dat Rutte notoir vrijgezel
was. Roddelbladen doken er bovenop, tegen Privé zei hij dat
zijn type ‘sterke en mooie carrièrevrouwen’ waren, zoals Daphne Deckers,
Sophie Hilbrand en Sacha de Boer. Drie van tevoren bedachte namen.
Rutte probeerde er doorheen te lachen, maar zat er doodongelukkig bij.
Je zou kunnen zeggen dat Rutte die jaren nog in de vvd
zat zoals Van Aartsen die had bedacht: een partij als salon, waar
liberalen van allerlei overtuigingen bij elkaar kwamen en met elkaar van
ideeën konden wisselen over hoe de Nederlandse maatschappij gevormd kon
worden. Dit gold niet alleen voor de vvd
natuurlijk, dit was het hele publieke debat in Nederland van die tijd,
dat zich bovenal centreerde rond de vraag hoe de breuklijnen in de
maatschappij gedicht konden worden die met de Fortuyn-revolte aan het
licht waren gekomen. Rutte wist er zichtbaar geen raad mee. Een open
microfoon pikte op hoe toenmalig vvd-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn tegen Maarten van Rossem zei: ‘Hij heeft geen ideeën. Schokkend, hoor!’
Wat Rutte redde was de kredietcrisis die vanaf begin 2009 echt
opvlamde. Opeens hoefde Rutte het niet meer over de vrijheid van
meningsuiting te hebben, over het intellectuele liberale gedachtegoed.
Rutte kon pas Rutte worden toen de crisis hem ontsloeg van het hebben
van ideeën: it’s the economy, stupid. Hij hoefde alleen nog
maar oppositie te voeren tegen het haperende economische beleid van
Balkenende IV. Grote maatschappelijke ideeën waren niet nodig, alleen
geld en banen – en in de aanloop naar de verkiezingen van 2010 werd de vvd-campagne
gevoed door economen die wisten hoe de rekenmodellen werkten van het
Centraal Planbureau – dat alle verkiezingsprogramma’s doorrekende –
waardoor de vvd het best uit de test kwam. De vvd scoorde met slogans als: ‘De economie kan wel wat meer vvd gebruiken.’
Verdonk was vergeten, en op een bepaalde manier Rutte ook. Als
particuliere lijsttrekker was hij nog steeds niet heel populair bij de
kiezer (lijsttrekkers als Halsema en Pechtold werden bijvoorbeeld veel
hoger gewaardeerd), maar de vvd bleef desondanks groeien in de peilingen. In de versplintering van het politieke landschap bedacht Rutte dat de vvd nog weleens ‘de kleinste grootste partij kon worden’ – wat op zichzelf de kleinste grootste ambitie is.
Waarin Rutte’s onkwetsbaarheid schuilt? Hij
belichaamt geen ideaal en is dus ook nooit het gezicht van een oplossing
die tekortschiet
Die voorspelling klopte. Op 9 juni 2010 haalde de vvd 31 zetels, eentje meer dan de pvda. Verdonks Trots op Nederland haalde de Kamer niet.
Een sprong naar 2020.
Bij het tienjarig jubileum als premier werden in alle profielen,
analyses en commentaren over Mark Rutte drie meningen steeds van stal
gehaald.
Wat vreemd toch dat iemand die zo weinig ideologisch behept was al zo lang premier is.
Wat een fijne crisismanager is hij toch.
Wat is hij toch lekker alledaags.
Dat laatste werd perfect geboekstaafd in de biografie die NRC-journaliste
Petra de Koning schreef. Haar vlotte schets toont de Mark Rutte die
niet om uiterlijk vertoon geeft, die nog steeds in een oude Saab rijdt,
die behoorlijk onder zijn salarisschaal half studentikoos op een etage
woont, nooit zelf kookt, die tijdens een gesprek met Apple-ceo
Tim Cook zijn vooroorlogse Nokia-telefoon tevoorschijn trekt. Mark
Rutte het gewoontedier, die niet alleen weken vooruit plant, maar hele
jaren. Waarvan partijprominenten weten: Mark komt langs dus dan moet
mijn vrouw een pruimentaart bakken, en geen andere taart. Want Mark is
gewend aan een pruimentaart.
‘Een aardige en inderdaad helemaal niet zo bijzondere man’, concludeerde de Volkskrant-recensent.
Maar je zou toch moeten zeggen dat Rutte’s alledaagsheid een
fascinerende, gewapende, monomane alledaagsheid is – waar je eigenlijk
uit kunt concluderen dat ze niet alledaags is. Dat is de unieke paradox:
alle eigenschappen en voorkeuren van Rutte zijn je bekend en vertrouwd,
en toch ken je niemand zoals hij.
Dat tweede punt, van die crisismanager, werd bij zijn tienjarig
jubileum al ongeveer wekelijks beschreven, in alle analyses van het
coronabeleid. In tijden van crises was zijn controledwang buitengewoon
effectief, waardoor iedereen wist waaraan ze toe waren. Ministers van
alle partijen spraken hun bewondering uit. Al in zijn jongere jaren als
voorzitter van de jovd had hij leren
meeveren, gladstrijken, vrede stichten, eindeloos netwerken. Hij had
geleerd nooit deadlines te stellen als ze niet nodig zijn, om nooit
commentaar persoonlijk te nemen, om problemen altijd in eufemismen te
verpakken, waardoor het leek of ze helemaal geen problemen waren. Of op
z’n minst menselijke problemen, geen politieke.
Dat derde punt dat in elk profiel genoemd moet worden, dat Rutte zo
onwaarschijnlijk niet-ideologisch is, heeft een langere aanloop. De
socioloog en politicoloog Merijn Oudenampsen beschrijft het in zijn De conservatieve revolte, een van de meest manmoedige pogingen de politieke ideologische omwentelingen van de laatste twintig jaar te analyseren.
Manmoedig, omdat het iets tegen-de-klippen-op heeft. Zoals
Oudenampsen zelf al schrijft is een kenmerkend aspect van de Nederlandse
politiek dat die graag ver bij intellectuelen en ideologen uit de buurt
blijft. Drie voorbeelden: waar Thatcher en Reagan het neoliberale
vrijemarktdenken in de jaren tachtig in gloedvolle speeches vol
oneliners aan de man brachten, ontmantelde Ruud Lubbers in zijn drie
kabinetten de ‘quasi-publieke goederen’ (sociale zekerheid,
gezondheidszorg, onderwijs) onder de depolitiserende slogan van het
‘no-nonsense-beleid’. Waar Clinton en Blair in de jaren negentig de
sociaal-democratische omarming van de vrije markt vierden als de
geboorte van een nieuwe ideologie riep Wim Kok meteen op ‘niet te
uitbundig met het Derde Weg-etiket te wapperen’. Het zou niet
ideologisch bedoeld zijn, louter pragmatisch. En in het decennium erop
werd tijdens de conservatieve wending van het immigratiedebat de
onverenigbaarheid van de islam en het Westen door rechts gepresenteerd
als vanzelfsprekend ‘realisme’.
Oudenampsen schrijft: ‘Wat telkens op het spel lijkt te staan in het
Nederlandse debat is het geaccepteerd krijgen van de ideeën bij andere
partijen als deel van de consensus. Je presenteert je ideeën daarom niet
als een conservatief of socialistisch of neoliberaal programma, maar
als zakelijkheid, realisme en pragmatisme. Zelfs de partijen op de
linker- en rechterflank presenteren zich als realisten en pragmatici;
het zijn hun tegenstanders die een droombeeld najagen. (…) Ideologie, c’est les autres.’
Ook Van der List schrijft over de buitengewoon niet-ideologische kant van de vvd.
Wetenschappers hebben de neiging zich te concentreren op verkiezings-
en beginselprogramma’s of op publicaties van de Teldersstichting, het
wetenschappelijke bureau van de vvd, en
ontwaren zo meer samenhang en consistentie in de koers van de partij dan
er daadwerkelijk is. Partijpublicaties worden meer geschreven dan
gelezen. Al in 1961 stelde het Liberaal reveil dat het ‘een onloochenbaar feit is dat discussies in liberale kring slechts door hun afwezigheid de aandacht trekken’.
In de lange geschiedenis wijst Van der List erop dat de liberalen van
oudsher een dominante positie in de maatschappij hadden, anders dan
bijvoorbeeld de katholieken en socialisten, en zo dus geen
emancipatiebeweging hoefden te zijn waarin hun identiteit moest worden
verwoord. vvd-congressen zijn omgevormd tot vvd-festivals, waarbij debatten tussen leden niet van hogerhand worden aangemoedigd. De vvd
is veranderd van deftige meneren van de Torenlaan in Blaricum en de
Konijnenlaan in Wassenaar naar vlotte ondernemers uit de provincie,
constateerde Mark Rutte zelf, in een podcast met zijn goede vriend Jort
Kelder, eind 2019. Of zoals Kelder over de vvd-festivals opmerkte: ‘Je heurt er tegenwoordig wel héél veel Brabants.’
In zekere zin wil Oudenampsen betogen dat die ideeënloosheid een
misvatting is. De grootste truc van de duivel was de wereld ervan te
overtuigen dat hij niet bestaat – Oudenampsen wil juist laten zien welke
internationale ideeën via Nederlandse politici en denkers bijna
stilzwijgend worden doorgegeven de politiek in, vooral via figuren als
Cliteur en Hirsi Ali en vooral Bolkestein. Een heel interessante
denkoefening, maar eentje waarvoor Rutte een onmogelijke figuur is: in De conservatieve revolte wordt hij maar vijf keer genoemd, meestal in het voorbijgaan.
Rutte spreekt graag over ‘repertoire’: zinnen die hij te pas en te onpas gebruikt. Een zo’n zin is ‘De vvd is een middel en geen doel.’
Het talent van Mark Rutte is dat het hem gelukt is al die tijd zelden
of nooit te formuleren wat dan wél het doel is. Ja, in
verkiezingsprogramma’s wordt steevast gesproken over een ‘weerbare
maatschappij’, waar mensen niet ‘betutteld’ worden door de overheid.
Maar dat is vage taal waar niemand het mee oneens kan zijn.
Dat talent heeft ook iets cynisch, omdat het de weg vrij maakt voor
een politiek-vrije politiek. Dat politiek-vrije is zichtbaar in het feit
dat hij deze tien jaar moeiteloos, vaak vrolijk lachend heeft geregeerd
met het bonte gezelschap van het cda, de pvv, pvda, d66
en de ChristenUnie. Vaak wordt dat als een uniek pluspunt gezien: zijn
vermogen met iedereen te onderhandelen en elke plooi te kunnen
gladstrijken. Maar wat het cynisch maakt is beter te zien als je hem met
Lodewijk Asscher vergelijkt; een pvda-lijsttrekker
hoort op te komen voor mensen die het economisch zwaar hebben, en
vanuit achterstandsposities de maatschappij in willen treden. Hij staat
zodoende voor een sociaal-democratisch ideaal, en dus zijn er voor hem
consequenties als hij dat ideaal tekortdoet.
In de politiek is een ideaal in feite een ander woord voor een
probleem. Of tenminste: een ideaal betekent dat je het gevoel hebt op
aarde te zijn om een bepaald probleem op te lossen, of een misstand te
verhelpen. Hierin schuilt de onkwetsbaarheid van Rutte: hij belichaamt
geen ideaal, geen concreet idee, en is zodoende ook nooit het gezicht
van een oplossing die tekortschiet, of een misstand die niet verholpen
wordt, of een uitgesproken maatschappelijk idee waarmee je het oneens
bent. Het enige wat Rutte na elf jaar premierschap belichaamt is, nota
bene, het hele politieke systeem an sich – maar dat is er eentje waarin alle genoemde partijen meedoen.
Nog meer repertoire: ‘Ik heb geen talent voor het sombere.’ Je zou
ook kunnen zeggen dat iedere politicus iets sombers hoort te hebben,
want iedere politicus die uit idealen handelt, wordt gedreven door een
probleem dat nog niet opgelost is. Natuurlijk is de toeslagenaffaire
pijnlijker voor Asscher dan voor Rutte, want de vvd is nu eenmaal nooit de partij voor bijstandsmoeders geweest.
Bij zijn jubileum als premier werd in analyses en profielen vooral de
vraag gesteld: ‘Wat wil Mark Rutte nu eigenlijk?’ Waar is het hem om te
doen? Na tien jaar in het Torentje was dat nog steeds niet duidelijk.
Oké, hij heeft als langste vastgehouden aan het afschaffen van de
dividendbelasting. En hij lijkt het verbod op circusdieren in z’n eentje
doorgedrukt te hebben in het regeerakkoord van zijn tweede kabinet.
Bonzo doet de groetjes. Maar dat was het wel zo’n beetje, meer dan dat
lijkt hij niet te willen.
Misschien is het dan tijd om die vraag eens andersom te stellen: wat willen wij eigenlijk van hém?
Dit essay bevat fragmenten uit Joost de Vries’ nieuwste boek De gelukkigste man van Nederland, over Mark Rutte als spiegel van Nederland, dat 1 februari verschijnt bij Prometheus
"En nu een niet-gekozen premier met steun van een niet-gekozen monarch
het gekozen parlement tijdelijk kan uitschakelen op een moment dat ons
buurland een existentiële beslissing neemt, kun je ook denken: hoe is
het mogelijk dat democratiebesef zo makkelijk in elkaar kan storten?"
&
"Brexit was altijd een wonderlijke combinatie van hoogstaande principes
(soevereiniteit) en platvloers machtsspel – premier David of premier
Boris? Je vergeet die dingen, maar nadat David Cameron in 2016 het
Brexit-referendum mede door toedoen van Boris Johnson verloor, poetste Johnson de plaat.
Drie jaar en één gestraalde premier later, ziet ook Johnson dat zijn
referendumbeloften onmogelijk na te komen zijn. Dan de democratie maar
even op slot."
Ik heb er geen enkele moeite mee de Europese Unie een heilig
project te noemen. Heilig in het licht van de barbaarse 20ste eeuw,
waarin Europa in twee wereldoorlogen bijna zelfmoord pleegde. Zij die
zich tegen Europese samenwerking verzetten, en een laconieke
terugkeer bepleiten naar het Europa van onafhankelijke, soevereine
natiestaten, maken zich schuldig aan ahistorisch simplisme. Zeker als
ze geen antwoord hebben op de machtsverschillen tussen grote en
kleine landen, binnen en buiten Europa, die de grondstof zijn voor
conflict en oorlog.
De Europese samenwerking tussen voormalige vijanden mag dan heilig
zijn, dit betekent niet dat alles in Brussel heilig is. Dat al die
duizenden Europese lobbyisten heilig zijn. Dat het Stabiliteitspact
heilig is. Of de fantasie-hotelkosten van Sophie in ’t Veld. Of het
verhuiscircus naar Straatsburg.
Juist omdat het principe van de Europese samenwerking zo
essentieel is, moet het Europees project met grote wijsheid en
prudentie geleid worden. En wel zo, dat het steeds op groot draagvlak
bij de Europese bevolking kan rekenen. Uit cijfers blijkt dat
dit momenteel het geval is. Forse meerderheden in Europa, zeker
ook in Nederland, steunen de Europese Unie. En volgens onderzoek is
die steun zelfs flink toegenomen door de puinhopen van de Brexit. Men
zou zelfs kunnen zeggen: de Europese Unie is saved by the bell door
de Brexit.
Dit soort oude 'kaarten' zijn per oorlog te vinden
Want een periode zag het er minder rooskleurig uit. Steun voor de
EU zat geruime tijd op een groene zeephelling. Eigenlijk sinds de
stroomversnelling van het Verdrag van Maastricht, toen gekozen is
voor een gelijktijdige verdieping en bigbang-uitbreiding van de EU.
Ook nog eens gevolgd door een eurocrisis, een bankencrisis en de
vluchtelingencrisis. Dat alles heeft de legitimiteit en populariteit
van de EU geen goed gedaan.
De Europese Unie raakt in problemen als het meer nationalisme
oproept dan het bestrijdt, en de laatste jaren was dat bijna het
geval. Zie de massale opstand van het zogenaamde nationaalpopulisme
tegen de EU. Pas sinds de chaos van de Brexit, en sinds het
geopolitiek ontwaken van Europa in de Eeuw van Trump en Xi, heeft
zich een kentering voorgedaan. Zo sterk dat de meeste
nationaal-populisten nu eieren voor hun geld hebben gekozen en
niet langer op de ‘exit-koers’ zitten, maar Europa van binnenuit
willen uithollen.
De grote steun mag dan terug zijn, maar pas op! Uit onderzoek
blijkt dat de steun voor de EU oppervlakkig, ongeïnformeerd en
genuanceerd is. Men is niet fanatiek voor, noch fanatiek tegen. Men
is ambivalent. De keuze voor de EU is pragmatisch-rationeel. Vooral
een lifestyle-statement tegen vulgair nationalisme. En een roep om
meer Europees leiderschap op de grote thema’s: klimaat, migratie,
veiligheid.
Het gevaarlijkste wat er kan gebeuren, is het op de spits drijven
van een valse keuze: voor Europa of voor de natiestaat.
Campagnedynamiek en medialogica neigen wel naar zulke zwart-wit-, en
voor-of-tegenkeuzen. Zie de Nieuwsuur-uitzending van afgelopen
vrijdag. Daarin werd nota bene onthuld hoe genuanceerd de steun onder
de Nederlandse bevolking voor de EU daadwerkelijk is, maar dat werd
dan begeleid door een studiodebat tussen de twee Europese
uitersten: Sophie in ’t Veld (D66), honderd procent ongenuanceerd
voor Brussel, en Derk-Jan Eppink (FvD), honderd procent
ongenuanceerd tegen de EU. Tja.
Trap niet in de valkuil: voor de EU of voor de natiestaat. Dat is
het frame van de campagne-uiteinden. Het Europees centralisme van
Macron of het Europa van de pseudosoevereine natiestaten
van de nationaalpopulisten. Die keuze is vals, maar in slordig
EU-discours wordt soms wel de indruk gewekt dat natiestaten
levensgevaarlijk zijn (nationalisme = oorlog), of achterhaald. Te
klein om serieus te nemen. Dat is riskant, zeker daar waar van een
goed georganiseerde, goed geoliede EU helemaal geen sprake is.
Het is een misverstand dat de komende Europese verkiezingen over
het Europees Parlement gaan. Ze gaan over de toekomstkoers van
Europa. De juiste balans tussen Europese samenwerking en
nationale democratie. Ik stem daarom niet op Timmermans, Eickhout of
Eppink, maar op Rutte, Hoekstra en Merkel.
SP vs. PvdA...Spotje Verkiezingen EU 2019 Hans Brusselmans...Linkse Samenwerking Blijft Lastig...
Zoals de meeste mensen die weleens wat van mijn ge-Blog lezen wel weten ben ik al vele jaren een overtuigd SP'er. Nog steeds, al betekent dat niet dat ik het op alle punten met mijn eigen partij eens ben. Wat betreft Europese Politiek heeft de SP zeker valide punten als het om bijvoorbeeld immigratie gaat. Alleen zijn die standpunten - en die heeft de partij al decennia lang, dus ze is zeker koersvast - meestal te genuanceerd om in de korte tijd die de media je van daag de dag gunnen om je boodschap over te brengen goed over tafel te krijgen...
Daarnaast is de leiding over de partij na het tijdperk Jan Marijnissen nu definitief overgegaan naar de volgende generatie, en dat loopt nog niet helemaal lekker. Ik vind dat Lillian Marijnissen het helemaal niet slecht doet, en ben van mening dat Ron Meyer (als voorzitter) heel wat in zijn mars heeft...hij is altijd goed geweest in het organiseren van tegenacties (en marsen), begrijpelijk vanuit zijn vakbondsverleden. En de SP is natuurlijk altijd een activistische partij geweest. Pogingen om de partij regerings-salonwaardig te maken zijn tot op heden gesmoord in de media en de gezamenlijke politieke tegenstand...
Toen Jan M. ook vertrok als voorzitter van Meyer de door de partijtop naar voren geschoven opvolger. Sharon Gesthuizen - niet in alle opzichten een gestaalde SP'er (net als ik dus...), maar erg goed en ontzettend populair (vraag het maar eens aan een oude postbode!) en in staat om andere groepen aan te spreken. Ik heb toen nog e.e.a. geschreven en gemaild; mijn voorstel was om Meyer en Gesthuizen als duo de voorzittersfunctie in te gaan laten vullen; Meyer voor de (harde) actie naar buiten, en Gesthuizen om de partij van binnenuit te versterken. Maar dat was klaarblijkelijk geen optie...
Het was natuurlijk nooit de bedoeling geweest dat er serieuze verkiezingsstrijd zou ontstaan, en Gesthuizen is vast ook tegengewerkt door het SP-apparaat, maar ze was niet kansloos en haar aanhang op het SP-Congres was met 40+% ongedacht groot. Na een tijdje vertrok ze zelfs naar Groen-Links, en naar nu blijkt is haar met haar afserveren een fors gat gevallen; niet alleen in de partij zelf (leden), maar ook electoraal. Komt vast niet alleen door haar vertrek, maar toch...
Het SP-electoraat slonk, terwijl de PvdA nota bene werd weggevaagd. En van Linkse samenwerking komt weer eens weinig terecht. Dat de nieuwe SP-Leiding - na het verraad van Samsom (en daar was Frans Timmermans natuurlijk ook gewoon bij) en bij de recente nederlagen in Verkiezingen een beetje terugkeert naar duidelijke Tegen-politiek - waar de partij ooit groot mee is geworden - is zeker in het licht van dat er ook aan rechtse populisten kiezers kwijtgeraakt zijn en worden, niet zo heel vreemd.
En in het opgaan van de partijen op Links in een grote nieuwe partij heb ik nooit geloofd en ga ik waarschijnlijk ook nooit geloven. Daarvoor is de groei van 'Totaal (extreem) Rechts' ondanks de continue versplintering een te duidelijk bewijs dat eenheid echt niet altijd nodig is voor winst.
Maar dat het wel goed zou zijn als de linkse partijen in ieder geval een Lonkend links Perspectief wel gezamenlijk zouden weten te schetsen, dat lijkt me ook evident...
Maar welke samenwerking? Dat de SP juist Timmermans kiest als
doelwit is ook een vorm van wraak voor een eerder mislukte poging tot
linkse verzoening. Met Job Cohen als PvdA-leider onder het door Geert
Wilders gedoogde kabinet Rutte I leken de linkse oppositiepartijen in
2012 eindelijk bereid om de handen ineen te slaan. Samen pleitten ze
voor ‘een ander Nederland’.
‘Noch vriend, noch links’
Het bleek voor Cohen een fatale flirt, met dank aan Timmermans.
Die stuurde in 2012 een boze brief naar tientallen partijgenoten
waarin hij SP’ers wegzette als ‘linkse cynici’. De kritiek op
de partijkoers lekte uit; Cohen vertrok. Even later stapten de PvdA
en Timmermans in een kabinet met de VVD. SP-voorzitter Ron Meyer nu:
‘Ik werk graag samen met linkse vrienden, maar Frans Timmermans is
noch een vriend, noch links.’ "
**
Het Beruchte Spotje (voor wie het nog niet gezien heeft):
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden