Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
13 sep 2024BRUSSELArbeidsduurverkorting oftewel minder uren per week werken en toch je maandloon behouden, bij AFAS kan het. Maar zullen ook andere bedrijven in de toekomst gaan aanbieden? En wat is de link met automatisering door AI? Professor arbeidseconomie Stijn Baert van UGent @ Work licht toe bij VRT Laat.
00:00 - Waarom bieden sommige bedrijven een vierdaagse werkweek aan?
00:43 - Minder uren werken in plaats van een bedrijfswagen?
01:23 - Zal automatisering via AI niet sowieso leiden tot minder werkuren of jobs?
02:53 - Is de vierdaagse werkweek met behoud van loon haalbaar?
04:22 - In welke bedrijven is arbeidsduurverkorting mogelijk?
*
SHARTIE AART DEKKER - DE TOEKOMST VAN WERK(EN) N.A.V...
Column ´Collectief´ GROENE COLUMNIST ECONOMIE Mirjam de Rijk &
´De vierdaagse werkweek (bij AFAS): minder uren werken voor hetzelfde maandloon´ Professor arbeidseconomie Stijn Baert van UGent(VRT)
Persoonlijk ben ik er al een jaar of 30 van overtuigd dat er maar één oplossing is om heel veel problemen rond werk & inkomen op te lossen: het Basisinkomen.
Maar die inmiddels 30 jaar sinds ik er een tijdje best wel veel tijd heb ingestoken om dat systeem politiek iets dichterbij te brengen, hebben mij er wel van overtuigd dat - alhoewel het systeem bewezen werkt(e) op heel andere plekken van de wereld - Nederland wel een van de allerlaatste landen zal zijn waar het er ooit van komt.
Waarom?
Vanwege de typisch Nederlandse Calvinistische moraal van ´Wie niet werkt die zal niet eten´!
Want zelfs al werkt(e) het systeem al
bewezen goed op andere plekken in de wereld.
Zelfs al zou het de administratieve
last op de beschikbare arbeidscapaciteit aanzienlijk verlichten en
daardoor kostbare menskracht vrijmaken voor nu niet te vervullen
vacatures.
Zelfs al zou het voor talloze mensen
waarvoor dat nu niet opportuun lijkt – of is – het
ondernemerschap stukken dichterbij brengen.
Zelfs al zou het de mogelijkheden om
mensen die nu – door ´vlekjes´, beperkingen of omstandigheden
die in loondienst lastig maken – niet werken, en veelal in
uitkeringen vast zitten, weer betaald werk te laten doen en zo
herintegreren, aanzienlijk vergroten.
En zelfs als het dus eerlijker zou zijn
en ´Werken meer zou laten Lonen´ – is dat niet een
hoofddoelstelling van het huidige kabinet?
In Nederland wil een groot deel van de mensen er niet aan omdat men het anderen domweg niet gunt ´gratis geld´ te krijgen...
Maar goed, dat terzijde...
Dat de toekomst van ´Werken´ er heel anders uit gaat zien, en dat daarbij steeds grotere uitdagingen zullen moeten worden opgelost, dat zullen weinigen weerspreken; 400.000 onvervulbare vacatures in Nederland, vergelijkbare verschijnselen in de hele Westerse - maar daar niet alleen - wereld. AI, robotisering, vergrijzing, migratiedruk door oorlogen en klimaatverandering, om maar een paar oorzaken te noemen zorgen er wel voor dat er heel veel gaat veranderen.
En zo kwam het dat AFAS aankondigde de Vierdaagse Werkweek in te gaan voeren met behoud van een Vijfdaags Salaris... Kijk de clip hierboven, en de column hieronder; genoeg om over na te denken....
19 juni 2024 – verschenen in nr.
25 Originele artikel op Groene.nl en nog veel meer --- Hier ---
Het is de droom van alle voorstanders van arbeidstijdverkorting:
een groot bedrijf dat spontaan de vierdaagse werkweek invoert zonder
dat werknemers er een cent voor hoeven in te leveren. Het Nederlandse
softwarebedrijf Afas gaat het volgend jaar doen. Dit lijkt haaks te
staan op het samenlevingsbrede geworstel met personeelskrapte, maar
dat is schijn. Het is juist de ultieme stunt om in deze barre tijden
personeel te trekken en te behouden. Afas Software kan het zich
financieel veroorloven, het maakte vorig jaar 170.000 euro winst per
medewerker.
Zo kwam er vorige week plots weer wat muziek in de discussie over
de kortere werkweek, een thema dat al een jaartje of veertig zo dood
is als een pier. In Nederland doen we namelijk niet aan
arbeidstijdverkorting, we doen deeltijd. Het verschil: deeltijd kun
je je alleen veroorloven met een hoog uurloon of een goedverdienende
partner. Het mooie van een generieke kortere werkweek is dat die
kortere week wél een volledig salaris oplevert, en dus de
spreekwoordelijke caissière ook kan leven van vier werkdagen per
week. Bijkomend voordeel: leidinggeven in drie of vier dagen wordt
normaler.
In dezelfde week verscheen ook een onderzoek van het
wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging. In Nederland, zo blijkt,
vallen steeds minder werknemers onder een cao, een collectieve
arbeidsovereenkomst. Het gaat hier over werknemers, dus dit staat los
van het toenemend aantal zzp’ers. Steeds meer werkgevers sluiten
geen cao af maar bedenken zelf iets, al dan niet in overleg met een
personeelsvertegenwoordiging. En dat heeft gevolgen. Want anders dan
een cao hebben die afspraken geen wettelijke status – in slechte
tijden kunnen de arbeidsvoorwaarden plots veranderen. Zonder cao
kunnen er bovendien naar hartenlust extra individuele afspraken
gemaakt worden tussen werknemer en werkgever, wat de verschillen
tussen de werknemers al snel vergroot: wie een sterke
onderhandelingspositie heeft is spekkoper, anderen hebben pech.
Nieuwsbrief van de Groene
Ontvang de selectie van de dag, met op zondag een terugblik op
onze belangrijkste verhalen
Inmiddels valt in Nederland nog geen 72 procent van de werknemers
onder een cao. Neem je de zzp’ers mee in de berekening, dan heeft
nog maar zes van de tien werkenden een cao. Ook valt een steeds
kleiner percentage onder een bedrijfstak-cao, oftewel een
overeenkomst die voor de hele bedrijfstak geldt. Dergelijke cao’s
helpen bij het vakbondswerk – het is immers onmogelijk voor de
bonden om in honderdduizenden bedrijven aparte cao’s af te spreken.
Bedrijfstak-cao’s zijn ook van belang voor werkgevers, want ze
zorgen dat bedrijven elkaar niet kapot concurreren op personeel (door
te knijpen op de personeelskosten of juist elkaars personeel weg te
kapen met cadeaus). Als er binnen een branche genoeg werkgevers
meedoen aan zo’n bedrijfstak-cao, wordt deze door de minister van
Sociale Zaken algemeen verbindend verklaard en moet de hele
bedrijfstak meedoen: geen individueel gestunt of geduik meer.
Daarmee zijn we weer bij softwarebedrijf Afas. Want als er één
sector is waar vrijwel niemand onder een cao valt is het wel de ICT.
En inderdaad, Afas is daar geen uitzondering op. In Nederland werken
250.000 mensen bij een ICT-bedrijf en slechts zesduizend van hen
vallen onder een cao. Afas heeft voor haar zeshonderd werknemers
slechts een ‘personeelshandboek’ dat tot stand gekomen is in
overleg met een ‘Raad van inspiratie’ waarin vier medewerkers
zitten. Dus ook geen echte OR. En daarmee valt het bedrijf wel een
beetje door de mand.
Prachtig, medewerkers fulltime te betalen voor vier dagen werken,
maar onttrek je niet aan de basis van goed werkgeverschap.
Fatsoenlijk belasting betalen, een echte cao afsluiten en de
organisatiegraad van werkgevers en werknemers bevorderen zijn de
basis. Daar bovenóp mag je gerust andere goeie dingen doen en jezelf
in de zon zetten.
In een net aangenomen Europese richtlijn (dezelfde die vereist dat
het minimuminkomen in Nederland flink omhoog moet) staat dat tachtig
procent van werknemers in een land onder een cao moet vallen. Dat
wordt hard werken voor Nederland. Ideetje van de
vakbondsonderzoekers: alleen bedrijven met een cao komen nog in
aanmerking voor overheidsaanbestedingen. Voor de ICT-sector is dat
waarschijnlijk heel effectief.
De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet...
GROENE ONDERZOEK (2018):
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
Een punt dat Lilian Marijnissen - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP - regelmatig maakte - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor - was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!
Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...
De Groene Amsterdammer - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!
En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...
(AD)
*
Onderzoek
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde
neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van
werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere
financiële avonturiers zijn de lachende derde.
De economische groei gaat
aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een
steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van
links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de
vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat
hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat,
ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische
ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen
valt.
De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van
concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia.
Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van
kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die
keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt
samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of
‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen
komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke
beslissingen.
1. Het geld krijgt de vrijheid
Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere
waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de
Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde
voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en
iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist,
want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus
Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van
kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie,
maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet
alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar
de plek waar het het meest rendeert.
Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de
jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet
langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van
krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’
ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële
instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan
saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere
bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.
Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor
de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de
restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel
brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost
aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting
op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke
voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.
‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso,
niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de
arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.
2. Aandeelhouders mogen het zeggen
Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te
zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen
die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De
aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te
brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen
in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd
gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een
commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf
aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese
overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider
Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van
een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als
gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen
van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in
toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad
voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).
Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook
grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij
voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze
elders hogere rendementen kunnen krijgen.
Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor
snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De
huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers,
benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en
gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf
een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen
van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot
koersstijgingen.’
Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan
te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe
druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want
bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de
aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op
aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie
van het bedrijf.
‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie’
3. Geld wint het bij bedrijven van mensen
Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de
financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met
handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering
die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog
kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt
verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand,
want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt
politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In
plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen
bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven
vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit
naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’
Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport
over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële
maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op
de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen
toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook
niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het
bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de
publieke sector.
Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo
is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg
van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).
4. Monopolies mogen hun gang gaan
Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in
een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het
product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving
moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die
faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf
de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige
praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid.
Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en
overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al
lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van
concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale
overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat
ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het
bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese
mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte
lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’
Econoom Aldert Boonen van de fnv:
‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel
geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen
zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die
toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen:
‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed
daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’
Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de
winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk
Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare
producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar
verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro
per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het
merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De
combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor
lage lonen en hoge winsten.
5. Pensioenfondsen doen mee aan rendementjagen
Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een
graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en
beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen
zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge
rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van
de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot:
‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van
investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat
pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te
maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het
systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen
zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn
moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk
hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij
lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland
belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels
zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’
Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call
bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de
pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was
leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar
pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.
De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en
de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de
onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de
positie van werkenden juist verzwakt.
6. Loonmatiging als heilige graal
Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van
loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren
werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van
de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen
en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets
voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de
arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging
bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer
toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de
lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de
Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de
binnenlandse vraag naar producten en diensten.
En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv.
‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid
en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning
van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook
gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet
alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale
inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur
arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv:
‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk
toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet
welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat,
inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.
Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat
loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo
een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan.
Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is
dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was
om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan
inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie
leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker
aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen
vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten
kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen
hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’
‘We hebben in Nederland meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor ze, leid ze op’
7. De overheid remt lekker mee
De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel
niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van
maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze
anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao
voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet
mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te
verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten
van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk
adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte
stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename
van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf
hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.
De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de
onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide
ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het
minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48
procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de
hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig
steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon
zitten.
Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was
het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan
kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid:
‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan
uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat
betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het
minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van
de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte
van het minimumloon.
8. Door meer werknemers hebben werkgevers meer keus
De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de
afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk
doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken.
Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de
rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht
voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van
pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir
van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren
er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers
vergrootten.
Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers
uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald
kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de
uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en
sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk
alternatief voor werkgevers.
Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks
tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken
om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice
Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan
denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen
die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op,
zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en
makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’
Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa,
ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver
van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een
basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks
bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het
schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme,
flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt
op.
Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van
werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen
overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of
zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel.
De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten,
waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar
bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de
reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’,
zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed
van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.
9. Met minder sociale zekerheid kun je minder eisen
De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de
hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de
oeso, het imf
en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de
onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk
arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en
gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.
Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel
Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de
hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de
afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder
de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland
met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog
forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog
toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van
bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.
Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief
van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden
werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven
inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet
meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen
te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden.
Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk
en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben
sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.
‘Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn’
10. Nederland is kampioen flex
De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken
geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de
helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen
flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de
mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst
hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder
vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden
verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen
flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.
Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen.
Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van
het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te
drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt
aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van
aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van
de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen:
‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna
beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren,
sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks
gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’
Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu),
omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders.
Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de
hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector
marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten
volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.
In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die
voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als
de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf
valt dat personeel niet onder de eigen cao,
en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’
noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van
de Universiteit van Tilburg dat.
11. Werkenden betalen de belastingverlichting van bedrijven
De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en
die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is
gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral
sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk
gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage
van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog
bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder
overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de
gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook
als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen
loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan
de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen
er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald
zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te
verhogen.
12. Een klusjeseconomie voor werklozen
Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel:
wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van
nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw
is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de
arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische
innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor
arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou
zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de
arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per
arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.
Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de
verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten
gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en
alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda.
‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid
boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien
is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die
werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun
niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die
Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het
internationale Institute for New Economic Thinking (inet),
is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen
haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve
klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat
werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens
hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met
technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie
wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit
dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt
hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’
13. De rekening van de crisis daalt eenzijdig neer
Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis
van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen.
Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op
achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden
van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten
sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende
werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun
baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te
verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk
deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van
de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar
dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij
komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de
lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.
Bij de dertien
bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om
beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een
rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice
Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen,
collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is
een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken
mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via
ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet
aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’
Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf
commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten
koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het
sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien
werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel
inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’
‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch
historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor
het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de
markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt
overgelaten.’
Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar
komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf
gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden,
middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken:
woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen,
grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor
arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist
erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is
ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De
periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf
een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist
door een sterke toename van de welvaart.
De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom
toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo
lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn
Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst
van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie
raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge
werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland
door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu
eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een
ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie
onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’
Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect:
‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je
ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen
aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’
Dit is het tweede deel van een serie van Mirjam de Rijk over kapitaal en arbeid. Het eerste deel, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’, stond inDe Groene Amsterdammervan 1 februari. De serie wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877
Zelden oogstte een kabinet met zulke diepe zakken zo weinig applaus.
De nieuwe regering wil de komende jaren in totaal 75 miljard euro extra
uitgeven. Plus vijf miljard lastenverlichting. Om een idee te krijgen:
dat bedrag is ruim vier keer zo groot als de omstreden bezuinigingen van
het snoeikabinet-Rutte II in de eurocrisis. ‘De kabinetsplannen laten
de financiële lasten voor toekomstige generaties fors toenemen’,
constateert het Centraal Planbureau. De staatsschuld kan hierdoor in
2060 boven de negentig procent uitkomen.
Natuurlijk valt op die waarschuwing het nodige af te dingen. Ten
eerste zijn de Europese begrotingsnorm (maximaal drie procent tekort) en
het schuldenplafond (zestig procent van het bbp) volslagen willekeurig.
De gemiddelde overheidsschuld in de eurozone bedraagt bijna 98 procent.
In plaats van zich blind te staren op zulke getallen doen politici er
verstandiger aan de kosten van hun schulden centraal te stellen, zoals
de prominente econoom Olivier Blanchard voorstelt. Dankzij de lage rente
is lenen nog altijd extreem goedkoop.
De ‘toekomstige generaties’ hebben, ten tweede, wel meer aan hun
hoofd. Het is een typisch voorbeeld van de blikvernauwing die
politicoloog en hoogleraar Daniël Mügge in De Groene hekelt.
Ineens lijkt het debat alleen nog maar over financiële tekorten als
percentage van het heilige bruto binnenlands product te gaan. Terwijl
het oordeel over de kabinetsplannen moet afhangen van de vraag in
hoeverre deze uitgaven de crises van onze tijd bestrijden.
‘Bij Rutte IV hoeven de vervuilers niet te betalen; ze worden betaald’
Dat is waar de schoen werkelijk wringt. Rutte IV trekt 35 miljard
euro uit voor een klimaatfonds. De kinderopvang wordt bijna gratis. Dat
geld gaat rollen op een moment dat de inflatie fors is – in december
lagen de prijzen gemiddeld bijna zes procent hoger dan een jaar geleden.
De werkloosheid is juist uitzonderlijk laag. Waar moeten in zo’n
situatie die extra medewerkers in de kinderopvang vandaan komen? Wie
gaat onze huizen isoleren en zonnepanelen leggen?
‘De kabinetsplannen kunnen leiden tot miljardenverspilling’,
concludeerden zeven economen eerder deze maand in een opiniestuk in de NRC.
Onder hen zitten opvallend genoeg niet alleen conservatieve denkers als
Roel Beetsma en Lex Hoogduin, maar ook keynesianen als Bas Jacobs en
Coen Teulings. ‘Bij Rutte IV hoeven de vervuilers niet te betalen; ze
worden betaald, met vele miljarden’, schrijven zij. ‘Vervuilende
industrie kan op klimaatsubsidies rekenen en boeren worden uitgekocht.’
Zij hebben gelijk. In plaats van met subsidies laat de
klimaattransitie zich effectiever aanjagen door, bijvoorbeeld, een
hogere belasting op CO2-uitstoot. Om de verzwakte publieke sector te
repareren, kunnen de opgezwollen vermogens meer bijdragen. En is het nou
echt onhaalbaar om de investeringsplannen alvast in gereedheid te
brengen, maar het meeste geld pas uit te geven zodra straks de
onvermijdelijke recessie volgt? Dat scheelt euro’s én banen.
Jarenlang was Nederland verdeeld tussen voorstanders van
bezuinigingen en van stimuleren. De pandemie heeft laten zien dat de
overheid in crisistijd wel degelijk de portemonnee kan trekken (bijna 82
miljard euro aan steunmaatregelen) zonder exploderende staatsschuld
(nog altijd onder de zestig procent). Dat succes is geen reden om de
geldkraan altijd en overal wijd open te zetten. Er is niks keynesiaans
of links aan onnodig geld over de balk smijten. Net als dat het niet van
zuinigheid getuigt om, ter wille van een begrotingsoverschot nu, de
planeet er doorheen te jagen.
Ik heb niet veel vrienden, maar wel veel kennissen. Onder die laatste groep zitten er veel die geloven in God. Omdat ik sommigen al dertig jaar of langer ken, hebben we vaak over hun geloof gediscussieerd. Daaruit heb ik de conclusie getrokken dat zij - allemaal redelijk intelligente mensen - niet van hun geloof af te brengen zijn, en ik niet van mijn ongeloof.
Sterker: ik vermoed dat Geloof in je genen zit. Bekend is het verhaal van de twee joden in het concentratiekamp. Ze weten beiden dat ze moeten sterven. De een gaat bidden. Dan vraagt de ander: 'Waarom bid je?' Zegt de ander: 'Om God te danken.' 'Waarvoor?' 'Ik dank God dat ik niet zo ben als zij.' Een mooi verhaal, vooral ook omdat het precies aangeeft wat ik wil beweren: zelfs wanneer je zelf het bewijs bent geworden dat een barmhartige God niet bestaat, zoeken gelovigen nog hun toevlucht tot Hem. Sommige denkbeelden draag je met je mee als een arm, misschien zelfs wel een extra arm of een been, en die wil je dus niet missen. Vermoedelijk heb ik ook van die extra armen en benen, maar het moeten bij mij wel kunstarmen en -benen zijn, want ik heb veel denkbeelden afgezworen. Afgelopen zaterdag zat ik in de tram en reed langs de Beurs, waar er gedemonstreerd werd in het kader van Occupy Wall Street. Ik weet niet precies waartegen werd gedemonstreerd - daar is moeilijk achter te komen - maar het was ongetwijfeld tegen het ongebreidelde kapitalisme, tegen de banken die de schuld zijn van de huidige crisis en waartegen niets wordt ondernomen, want ze krijgen daar nog steeds bonussen, en tegen de mogelijkheid dat mensen zich idioot kunnen verrijken ten koste van anderen. De demonstratie zag eruit als een oude Dylan-song, waar ik trouwens nog steeds graag naar luister. Maar terwijl ik verder naar het Centraal Station tramde, dacht ik weer: waarom kan ik het niet meer? Waarom kan ik niet meer denken zoals deze demonstranten? Natuurlijk, ik vind die bonussen ook belachelijk, tenzij iemand een bonus krijgt waardoor we uit de crisis komen. Je beloont slecht gedrag. Maar goed beschouwd schijnt de oplossing van de huidige economische crisis te zijn dat we Griekenland en die andere landen die het moeilijk hebben ook een bonus geven (extra geld, schuldensanering) voor slecht gedrag, precies zoals de banken bonussen hebben gegeven voor het slechte gedrag van hun bestuurders. Ik krijg dat niet goed bij elkaar in mijn hoofd. Geef bankdirecteuren geen bonus meer, prima, maar geef dan ook geen bonus aan landen die ons bedonderd hebben. Of geef zo'n land een bonus voor slecht gedrag - vind ik ook goed - maar ga dan niet a priori tekeer tegen bonussen voor een financieel expert bij een bank die uitstekend werk aflevert. Als mijn werkster zomaar iets extra's doet, beloon ik haar. Dan geef ik haar een bonus. Ik merk dat mijn werkster dat leuk vindt. Ikzelf heb nog nooit een bonus gekregen voor wat ik doe: het schrijven van stukjes. Ik zou dat (uiteraard) wel willen, maar toch gek vinden. Wat is het principiële verschil tussen de bankdirecteur die een bonus krijgt, mijn werkster, mij en Griekenland? Ik zou me in mijn oordeel kunnen laten leiden door rechtvaardigheid. Maar dan kom ik er niet uit. Mijn werkster geen bonus geven, is namelijk ook rechtvaardig. Ook met een beroep op 'moraliteit' kom ik er niet. Wat is er moreel fout aan het vragen van een bonus? Ik weet het niet. Steeds vaker denk ik dat 'eigenbelang eerst' een goed uitgangspunt is. Dat vindt mijn werkster leuk, de bankdirecteur, Griekenland en ik ook. Over 'eigenbelang eerst' heeft Dylan nooit gezongen. Toch wordt dat door de demonstranten bij de Beurs ook nagestreefd.
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden