Posts tonen met het label Schaamte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schaamte. Alle posts tonen

maandag 8 september 2025

BARBARA STOK EVEN NADENKEN / HERKENBAAR: 'Klimaatwoede' / GROENE-OPINIE / CARTOON/STRIP /

 

Barbara Stok tekent tot nadenken stemmende observaties

kijk op haar eigen site   --- Hier  --- 

Sinds 2024 tekent zo ook voor de Groene Amsterdammer  

Dat vind je o.a.   ---  Hier  --- 

zondag 4 mei 2025

4 Mei - #Dodenherdenking - met #Schoof, #Bosma & al die andere #medeplichtigen aan #genocide #hypocriet op de Eerste Rij; je zou er (haast) van gaan #boycotten... #schaamte!

 

vrijdag 23 december 2022

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE: 'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’ / REPORTAGE GROENE AMSTERDAMMER / NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID /

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

 

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE

NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID

'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’

Kerstmis 2022.
 
Terecht veel aandacht voor de situatie in Oekraïne waar velen onder barbaarse omstandigheden lijden onder de terroristische genocidale vernietigingsoorlogs van de barbaarse oorlogsmisdadiger Putin.
Ook weer een opleving van aandacht voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland en elders.
 
Ook alweer drie gerechtelijke uitspraken die het willens en wetens illegale vluchtelingenbeleid van het kabinet Rutte-IV veroordelen. Brengt dat de politieke criminelen o.l.v. Rutte tot andere gedachten? Welnee; de interne oppositie binnen de VVD weegt zwaarder dan de wet... 
 
Bizar, en om je dood te schamen!
 
Eerder dit jaar een indrukwekkend verhaal in de Groene Amsterdammer waarin een aantal Nederlanders die schaamte over de eigen regering proberen uit te drukken middels een reis door Bosnië waar vele vluchtelingen gestrand zijn.
 
Doel: die mensen het gevoel te geven dat er ook mensen zijn die hen wel als mensen zien door normaal menselijk gedrag.

Eigenlijk zou iedereen dit moeten lezen, en dan natuurlijk diegenen die het illegale beleid legitimeren en/of goedpraten. Dus stuur deze post vooral door mocht je mensen kennen waarvoor dat geldt...

AD


Een walk of shame door Bosnië – ‘Ik kom naar jou’

Drie Nederlanders reizen langs diverse Bosnische steden om vluchtelingen te bezoeken die leven in kraakpanden en tentjes. Ze komen er niet als weldoener, maar willen de vluchtelingen iets teruggeven van hun menselijkheid.

Mounir Samuel

11 mei 2022 – verschenen in de Groene Amsterdammer nr. 19  Het originele artikel op Groene.nl, met nog een schokkende foto extra lees je   ---  Hier ---

‘Je bent gekomen!’ Mubeen (32) raakt er niet over uit. Geëmotioneerd wrijft hij in zijn ogen. Dan herstelt hij zich een beetje. ‘Kom binnen, kom binnen!’

Enthousiast leidt Mubeen ons door een krakkemikkige deur. We betreden een krappe ruimte die het midden houdt tussen een kamer en een schuur en niet veel groter is dan negen vierkante meter. Een straalkachel loeit als een bezetene. Tegen de muren liggen twee smalle eenpersoonsmatrassen met smoezelige dekens. Mubeen, gekleed in een donkerrode polo en merkloze joggingbroek, gaat in kleermakerszit zitten en sommeert ons hartelijk om hetzelfde te doen. Tussen de matrassen staat een minuscuul koelkastje. De snikhete ruimte heeft één klein raam, afgedekt door rode luxaflex. Er is een kleine badkamer, die tevens als keuken fungeert, met een kapotte wc die niet doorspoelt en een open douchebak.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Stephan Sanders Mounir Samuel over de ontberingen van vluchtelingen in Bosnië. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar

‘Dit is mijn vriend’, zegt Mubeen terwijl hij een arm om Rikko Voorberg (41) slaat. Hij kijkt ons stralend aan. De rebelse Amsterdamse predikant, kunstenaar en activist lacht opgelaten, maar slaat dan toch joviaal zijn arm om de schouder van de Pakistaan.

Na 26 uur treinen en een autorit over de grens zijn we gearriveerd in Tuzla, een middelgroot stadje in Bosnië-Herzegovina niet ver van de Kroatische grens. De verschillende bevolkingsgroepen hebben zich hier niet uit elkaar laten drijven. Op een plein staat een moskee, niet veel verderop een imposante Servisch-orthodoxe kerk en daar tegenover weer een katholieke basiliek. De uitgestrekte islamitische begraafplaats grenst aan een veld met christelijke grafzerken. Bij een school zie ik blauw-gele vlaggen en ‘Stop war’ op de muur.

Het is twintig jaar geleden dat hier een wrede burgeroorlog uitbrak. Officieel is het sinds 1995 vrede, maar het is alsof de gevechten pas gisteren zijn gestaakt. Overal staan kapotgeschoten en half verwoeste huizen. Bloemenwinkels zijn er ook veel, maar dan speciaal voor grafboeketten. Volgens schattingen hebben tijdens de oorlog zo’n honderdduizend mensen het leven gelaten.

Begraafplaatsen zijn er overal, midden in de hoofdstraten en op de pleinen van iedere grotere en kleinere plaats en uitgestrekt over de groene bergen rond de steden. De dood lijkt hier springlevend. Bosnië is vergrijsd. De jonge generaties zijn vermoord of weggetrokken. Mubeen is niet de enige die de EU in wil. Ook de Bosniërs zelf zoeken een leven achter het onzichtbare gordijn van dat ene Europa binnen dat andere Europa.

In Tuzla weten ze dat de oorlog in Oekraïne niet de enige is. Het stadje wordt met regelmaat aangedaan door grote aantallen vluchtelingen die in de kerken en moskeeën hulp zoeken en om voedsel en geld bedelen in het winkelcentrum. Het is hier, anders dan in veel Bosnische steden, niet strafbaar om vluchtelingen eten te geven, maar ze mogen niet werken en in cafés en restaurants zijn ze niet welkom. De Bosniërs weten wat het betekent om huis en haard te verlaten. De meesten geven daarom wat ze kunnen en sommigen stellen zelfs hun badkamer en douche beschikbaar, al wordt hun gastvrijheid door het harde EU-beleid zwaar op de proef gesteld. De vluchtelingen blijven komen en kunnen nergens heen. Hierdoor is de ratio tussen vluchtelingen en de lokale bevolking soms zeven op drie.

De Kroatische hoofdstad Zagreb ligt slechts 84 kilometer verderop. Toch lijkt de EU-lidstaat een wereld ver weg. Ook dat weten de inwoners van deze grensplaats als geen ander. Het lukt veel vluchtelingen maar niet om het volgende level in ‘the game’ te bereiken, zoals het mensonterende schaakspel om de EU te betreden wordt genoemd. Ook voor Mubeen lijkt het ‘game over’. Drie jaar zit hij al vast in deze grijze stad. Game na game heeft hij verloren. De laatste keer probeerde hij de ‘taxi-game’. Hij betaalde vierduizend euro om door een auto een vakje verder te komen in dit levensechte Monopoly. Mubeen werd midden in een bos afgezet waar hij door de chauffeur even later zou worden opgehaald. De Kroatische grenspolitie was de taxi voor, pakte hem op, zette hem in een geblindeerde bus en reed hem terug Bosnië in.

Een dergelijke pushback is illegaal. De Kroatische grenswacht doet echter niets anders. Zelfs vluchtelingen die zich netjes bij een Kroatische politiepost aanmelden worden zo weer afgevoerd, zoals een zieke Afghaanse moeder en haar minderjarige kind overkwam die we tegenkomen in Velika Kladusa. Sterker nog, vluchtelingen die Kroatië wél in weten te komen en vervolgens zelfs Slovenië en Italië weten te bereiken, worden vaak op gewelddadige wijze alsnog weer in de bossen van Bosnië gedropt. Dit gebeurt ook met vluchtelingen die volgens alle internationale verdragen recht hebben op asiel, zoals Afghanen en Syriërs, alleenstaande moeders, minderjarige asielzoekers en kleine kinderen.

 

Mubeen (32) rechts en Rikko. Mubeen is al vijf jaar onderweg © Mounir Samuel

Mubeen had bij zijn laatste verloren game nog geluk. De Kroatische grenswacht doet het sinds een opeenstapeling van vernietigende rapporten, shockerende filmpjes op sociale media en een grote reportage van de Nederlandse onderzoeksgroep Lighthouse Reports in samenwerking met de Duitse ard en verschillende andere Europese mediapartners al enkele maanden wat rustiger aan. Mubeen was daarom slechts mild in elkaar geslagen. Zijn moreel kreeg echter veel hardere klappen.

‘Willen jullie koffie, cola?’ Een Pakistaanse kamergenoot wordt op pad gestuurd en komt niet veel later met een tweeliterfles cola terug. Op een gaspitje begint hij gezoete Nescafé met extra suiker te koken. Dan maakt hij zich weer zwijgzaam uit de voeten. We drinken cola, meer cola en dan de mierzoete oplosdrab. Weigeren is geen optie. Zijn gastvrijheid is het laatste wat de berooide Pakistaan nog heeft. Mubeen houdt zijn beker opgetogen omhoog. ‘Met melk, dat is gezond!’

‘Ja, melk is belangrijk, je moet gezond en sterk blijven’, reageert Rikko terwijl hij Mubeen tegen de arm stoot.

Het is Rikko’s derde ontmoeting met Mubeen, die hij een jaar geleden aantrof in een lege goederentrein waar hij samen met een vriend toen al twee jaar in verbleef. Het ontbrak de mannen aan sanitaire voorzieningen, stroom en water. In de wintermaanden vriest het in Bosnië met gemak vijftien graden. Om het toch warm te krijgen stookten ze vuur in de goederenwagon. De kleine, gedrongen Mubeen werd met regelmaat beroofd door bendes (verslaafde) Afghaanse jongens op zoek naar geld en telefoons om hun eigen game te kunnen voortzetten. Vaak waren zij zelf weer slachtoffer van de Kroatische politie, die vluchtelingen met grote regelmaat van hun laatste bezittingen berooft. De vriend zit ondertussen in Italië. Mubeen heeft telkens pech.

In de vijf jaar dat hij op weg is uit Pakistan is Rikko de enige gast die hij ooit heeft mogen ontvangen. ‘Hij is zelfs blijven logeren’, zegt Mubeen. Maar deze keer blijft Rikko niet slapen. We moeten door, naar Sarajevo. Mubeen lijkt ontroostbaar. ‘Ik wilde voor je koken! Samen de avond doorbrengen net zoals de vorige keer.’ Hij vervolgt: ‘In de afgelopen jaren voelde ik me een dier. Ten slotte smeekte ik god om een teken van menselijkheid, en daar was Rikko.’

‘Het grootste effect van ons politieke systeem is ontmenselijking’, zegt Rikko later. ‘Wie ik ook spreek: vanaf het strand op Lesbos tot het azc in Nederland zegt men: “We voelen ons slechter behandeld dan dieren.” Daar hebben deze mensen gewoon een punt. Als Moria bestond uit tienduizend honden was het kamp al lang gesloten.’

We ademen de klamme lucht in. Dan pak ik mijn telefoon en begin verwoed een zegenwens op Google Translate in te typen die ik naar het Urdu laat vertalen. Ik overhandig Mubeen de telefoon. Aandachtig leest hij het bericht en in gebroken Engels vertelt hij over God, als laatste troost en toevlucht, en zijn moeder met wie hij zo veel mogelijk belt. Aanvankelijk reisde Mubeen met zijn neefje, die probeerde aan rekrutering door al-Qaeda te ontkomen en die de EU heeft weten te bereiken. Nu is hij echt alleen. Zijn moeder is op de hoogte van zijn uitzichtloze situatie. De meeste ‘people on the move’ vertellen het thuisfront niets over het duistere schaduwleven waar ze in zijn beland. Het vergroot hun eenzaamheid.

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader. De kinderen slaan hun ogen neer. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

Mubeen toont mij YouTube-video’s van islamitische geestelijken en koranrecitaties die hij dag en nacht bekijkt om zijn dagen te verlichten.

‘Mag ik een dua (zegenbede) voor je doen?’ vraag ik. Mubeen knikt. En dus bidden we. Wij als christenen met de handen braaf gevouwen, hij als moslim met zijn handen geopend. Voor even lost het onderscheid tussen gever en ontvanger, hulpbrenger en hulpbehoevende op en blijft de ontmoeting van mens tot mens over. Dat Mubeen ons als gastheer ontvangt, is het begin van ‘hermenselijking’.

 

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

Na jarenlang tevergeefs campagne te hebben gevoerd onder de noemer ‘We gaan ze halen’ – waarbij werd geprobeerd de Nederlandse overheid te dwingen haar belofte van herplaatsing van vluchtelingen uit kamp Moria in te lossen – besloten Rikko en zijn team zich te bezinnen. Hoe kon het dat de Nederlandse regering ermee wegkwam nog geen kind te halen? Rikko besloot een walk of shame af te leggen naar de wrede buitengrenzen van de EU, om daar ‘tegenover de mensen aan de andere kant van het prikkeldraad te erkennen dat ik mij schaam voor wat overheden in mijn naam doen, dat ik als Europeaan meebetaal en onderdeel ben van een systeem dat hen zo ontmenselijkt’. Ik hoor Rikko tijdens de reis deze woorden telkens weer herhalen, gevolgd door: ‘Omdat jij niet naar mij mag komen, kom ik maar naar jou.’

‘Toen we begonnen aan de walk of shame zag ik het woord schaamte overal terugkomen. Van activisten tot politici, ze bleven maar herhalen dat ze zich schaamden. Schaamte is een negatief woord. Het kan alle lucht uit de longen slaan en leiden tot verlamming. Wanneer in een relatie fouten worden gemaakt en de schaamte daarover open op tafel wordt gelegd is dat het begin van verzoening en herstel. Vanuit de christelijke traditie weet ik dat erkenning van spijt het doel heeft om vrijheid te vinden’, zegt hij. Hij werd in zijn idee gesterkt toen hij zijn schaamte opbiechtte aan de Afghaanse Tawab, die inmiddels als vrijwilliger op Lesbos werkt. ‘Dat jij dit tegen mij zegt verandert mijn hel even in de hemel’, was de reactie van de stateloze Afghaan.

‘Ik kon me dat niet echt voorstellen, maar ik moest hem geloven’, vervolgt Rikko. ‘En ja, misschien heeft hij wel bloemrijkere taal dan ik, maar toch dacht ik: als dit het effect is, dan moet ik dit vaker doen.’ En anders was er de reactie van Rouddy uit Kongo, die zich op Lesbos eveneens als vrijwilliger inzet voor slachtoffers van het Europese systeem. ‘Ik vertrouw de mensen die zich schamen’, zo sprak hij. ‘Omdat ze weten dat het niet klopt.’

Ondertussen is het Rikko’s droom om een vorm van grenspastoraat op te zetten. Niet in de vorm van traditionele geestelijke ondersteuning, maar door oordeelvrij aanwezig te zijn, zoals bedoeld in de ‘presentietheorie’. Deze theorie is ontwikkeld door hoogleraar Andries Baart, die ‘presentie’, net zoals de meeste psychotherapeuten, als het belangrijkste bestanddeel van herstel beschouwt.

De radicale aanwezigheid beperkt zich niet tot de ontmoetingen buiten de groep. We zijn met z’n vieren een nogal opmerkelijk gezelschap. Naast Rikko is daar Minella van Bergeijk (42), die meereist als directeur van de humanitaire ontwikkelingsorganisatie Tearfund Nederland. De derde reisgenoot is Derk Stegeman (56), directeur van Stek, de uitvoeringsorganisatie van de Protestantse Kerk en Diaconie in Den Haag, die zich specifiek richt op armoedebestrijding, ondersteuning van kinderen en jongeren die opgroeien in armoede, aanpak van kansenongelijkheid en hulp aan ongedocumenteerde personen.

Juist in het goddeloze grensgebied van de Europese binnengrens, waar de breuklijnen van de vroegere oorlog zo voelbaar zijn en de ontmoetingen met vluchtelingen en migranten zo pijnlijk zichtbaar maken wat systematische ontmenselijking doet, botsen we op onze eigen onbewuste uitsluitingsmechanismen. Minella is een zwarte vrouw die opgroeide in een witte wereld. Derk is een witte man die als zoon van zendelingen opgroeide in een zwarte omgeving. En dan ben ik er nog, als vreemde identitaire eend in de bijt. Eigenlijk zijn we als reisgezelschap vooral verbonden door deze gemeenschappelijke deler: we zijn allemaal praktiserend christen – al liggen in de geloofsbeleving en -praktijk wellicht nog wel de grootste onderlinge verschillen.

 

Een Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op © Mounir Samuel

De presentietheorie vereist dat je met lege handen aankomt, om juist datgene te ontvangen wat de ander geven wil. ‘Het gevaar met hulp is dat je de mens onbewust tot een nummer maakt’, legt Rikko uit. ‘Stel, je komt er achter dat iemand het koud heeft en je geeft hem een jas – dat voelt goed! Dus ga je nadenken hoe je nog meer mensen kunt helpen. Voor je het weet deel je duizend jassen uit, maar om dat efficiënt en goed te doen moet je lijsten maken, nummertjes uitdelen, een systeem opzetten. Zo raakt de echte aanwezigheid en aandacht weer net zo snel verloren.’

Gewoon zijn dus. Het blijkt een hele uitdaging. Zo dreigt het gevaar onbewust toch in de rol van de weldoener te stappen. ‘Toen ik overal op de wereld mensen interviewde die heel arm waren, heb ik moeten afleren om te vragen wat ik voor hen kon doen’, vertelt Minella, die oud-journalist is. ‘Zij vragen mij toch ook niet wat ze voor mij kunnen doen? Tegelijkertijd moest ik leren om een gelijkwaardig gesprek te creëren. Waarom zou ik hun van alles mogen vragen en zouden zij mij nauwelijks vragen mogen stellen?’

Evengoed zijn de levensomstandigheden die we onderweg tegenkomen deprimerend. Daar waar Mubeen eindelijk over een veilige, afgesloten kamer met stromend water, elektriciteit en verwarming beschikt, treffen we geen andere vluchteling in een dergelijke comfortabele positie aan. Geen van de jongvolwassenen en kinderen die we verstopt in kapotgeschoten of half afgebouwde kraakpanden of illegale tentenkampen in bosjes aantreffen, hebben stroom, drinkwater, veilige en afsluitbare woonruimtes, sanitaire voorzieningen, medische zorg of genoeg voedsel. Ze zijn afhankelijk van anarchistische Italiaanse activisten, lokale Bosnische vrouwen of een Rode Kruis-medewerker die stiekem eten brengen of een ehbo-medewerker langs sturen. De meeste vluchtelingen zijn sterk vermagerd en zitten onder de littekens van de Kroatische politie.

Alles in mij wil iets doen; de portemonnee trekken, kleding geven, praktische hulp aanbieden of voedsel inslaan. Afhankelijk van de nood die we aantreffen doen we dat ook. Maar we komen aanvankelijk steeds met niet veel meer dan wat eten en drinken aan. Om nu juist eens niet de redder te zijn of ons schuldgevoel direct af te kopen maar het ongemak te omarmen, hardop te erkennen en niet in te lossen – omdat het simpelweg zo groot is dat het niet in te lossen valt – is op een gekke manier wellicht wel de meest humane daad die we kunnen verrichten.

Tot mijn verrassing zijn de hulpverleners die we onderweg tegenkomen niet alleen ingenomen met het doel van onze reis, maar in sommige gevallen zelfs jaloers. ‘Wij mogen niets aannemen’, zegt Andrea (28). ‘We moeten iedere minuut kunnen verantwoorden’, vertelt hij. ‘Binnen no-time weer door. Als we iets ontvangen, dan is onze noodhulp niet langer onvoorwaardelijk meer. Dat druist in tegen het hele principe van noodhulp. Maar deze mensen hebben gelijkwaardigheid, erkenning en aandacht nodig. Door hun alleen hulp te geven, blijven ze hulpbehoevend. Ze moeten zich weer mens voelen.’

De Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers haastig een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op. We worden nergens hartelijker ontvangen dan door deze jonge Pakistanen. Met z’n achten gepropt in een kleine tent voor twee personen brengen we met een aantal van hen de avond door, om hun de volgende ochtend boodschappen en ontbijt te brengen. Maar eenmaal aangekomen worden we zelf op chapati en curry op houtvuur getrakteerd.

Even verderop bij hun verstopte tentenkamp ligt een grote begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen vol mijnen, fascistische milities en Kroatische grenswachten niet hebben overleefd. Iedere keer als Rikko in Bosnië is, brengt hij de begraafplaats een bezoek. Om stil te staan bij de gevallenen en tegelijk het aantal gelijkvormige groene grafzerken te tellen.

 

Bihac. Begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen niet hebben overleefd © Mounir Samuel

Nergens ervaar ik de kracht van die hermenselijking zo sterk als bij een Afghaanse familie die we aantreffen in een onafgebouwde woning op een bergtop in de buurt van Velika Kladuša. De openingen van de ramen in de betonnen kamer zijn met vuilniszakken afgeplakt. Het meubilair bestaat uit één houtkachel. De enige verlichting bestaat uit kaarsen en een kleine lamp op batterijen. De vloer is bedekt met vuile kleden en dekens. Deze squat is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voordat ze de grens met Kroatië oversteken. Na het uitwisselen van enkele begroetingen in het Farsi ontdek ik dat het Hazara zijn, de meest onderdrukte en gemarginaliseerde bevolkingsgroep in Afghanistan. Het gezin van zes bestaat uit een vader, moeder, drie dochters van achttien, veertien en tien en een zoontje van dertien. Een oudere zoon verblijft in Parijs. Een reeds getrouwde dochter is met haar man in Afghanistan. >

Er wordt een enveloppe vol foto’s en documenten geopend van de broer van de vader, die diende als commandant in het regeringsleger en die zwaar verwond is door de Taliban. Ze weten niet of hij nog leeft, hij is al maandenlang onvindbaar. De Taliban zijn ondertussen naar andere familieleden op zoek. Dit gezin heeft volgens alle internationale verdragen recht op asiel, maar wordt gewelddadig buiten de deur gehouden. De kinderen hebben al jaren geen onderwijs gehad. Net op het moment dat ik naar de meisjes kijk, trilt mijn telefoon. Een pushbericht van de nos met de melding dat de eerste duizenden Oekraïense kinderen tot het Nederlandse onderwijs zijn toegelaten

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader ons terwijl de kinderen hun ogen neerslaan. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is. Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat’

Het gezin is doodmoe. Ze zijn net terug van een volgende pushback door de Kroatische grenspolitie. Drieënhalf jaar zijn ze al onderweg. Negen maanden zaten ze vast in kamp Moria.

‘Salam.’ Meryam (40) strompelt de kamer binnen, groet ons en het gezin uitgebreid. Ze verblijft samen met haar ‘man’ en neef in een afgeplakte kamer naast het gezin. Ze is een Arabische Iraniër. We kunnen elkaar moeiteloos verstaan, wat de communicatie vergemakkelijkt. Meryam is hoogopgeleid. In Iran werkte ze als tandheelkundige. Ze is om politieke redenen op de vlucht, zegt ze. Als Arabische minderheid in de Islamitische Republiek Iran zijn daar genoeg redenen voor te bedenken, al lijkt haar liefdesleven ook een rol te spelen. Bij een laatste poging om te voet de grens te passeren zat de Kroatische grenspolitie haar met een motor achterna. Ze rende de bossen in en brak haar voet. Die is door een arts alleen voor de vorm gezet. Nu is de voet zichtbaar vergroeid en hinkt ze op een slecht afgestelde kruk.

Maandverband krijgen de vrouwen van Rode Kruis-medewerkers, als ze geluk hebben, antwoordt Meryam op een vraag van Minella. De wc van deze squat bestaat uit een stuk plastic gewikkeld om drie bomen. Er de constante dreiging van seksueel geweld. Er liggen mensenhandelaren op de loer. En dan is er de dreiging van vluchtelingen en migranten zelf, vooral jonge mannen met niets omhanden. Ook de twee oudste dochtertjes van het Afghaanse gezin zouden slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Hun vader is een oude man met een hartafwijking en een dubbele bypass die niet in staat is zijn gezin te beschermen. Ook de twee Iraanse mannen zijn er fysiek slecht aan toe. Als hier een inval door lokale bendes of fascistische milities plaatsvindt, maken de vrouwen en meisjes geen schijn van kans. Voor Meryam reden om uitsluitend overdag te slapen. Ze doet ’s nachts al jaren geen oog dicht.

 

Velika Kladusa. De dochters van een Afghaans Hazara gezin, al drie jaar onderweg, spelen het engelstalig kaartspel wat Rikko meegenomen heeft © Mounir Samuel

De dreiging ervaart Minella als enige vrouw van het gezelschap aan den lijve bij een bezoek aan een groep van zestien Tajikse Afghanen in een donker huis verderop. Jongens zijn het haast nog, de meesten lijken nauwelijks meerderjarig. Ze hangen op matrassen en banken, mobieltjes losjes in de hand. Uitzondering tussen de afgestompte blikken is die van Sahand (25), een zachte man met een zachte stem. Bij een pushback drie maanden eerder heeft de Kroatische politie zijn voet verbrijzeld. Hij wil van alles over onze afkomst weten. Vertelt over zijn dromen om te reizen en de wereld te zien, als een vrijwillige reiziger zoals wij. In plaats daarvan is hij op de vlucht en moet hij zich verschuilen. Niet in de laatste plaats voor de Kroatische grenspolitie die met hulp van de EU zelfs over de grens spionnen, drones en opsporingsapparatuur inzet om de bewegingen van jongens als Sahand te volgen.

‘Als oorzaak wordt vaak gewezen naar hun oorlogstrauma’, zegt Minella. ‘Maar ik denk dat het effect van de dehumansiering onderschat wordt. We behandelen deze jongens de hele tijd als honden. Ze mogen nergens echt plassen, ze moeten eten wat hun wordt toegeworpen, ze dragen onze afgedankte kleding. Het is allemaal bij gratie van een ander dat je wat krijgt. Dus hoe kun je dan verwachten dat ze zich niet als honden gaan gedragen? Ik denk dat hun meest basale behoefte niet eens seks is, maar gewoon liefde, genegenheid, verliefd mogen zijn.’

De directeur, die van oorsprong seksuoloog is, lijkt daarin gelijk te hebben. De ene na de andere man breekt in mijn armen en huilt om zijn moeder. Zoals de Pakistaanse Rashid (20), die ik in een tentenkamp ontmoet. Zijn huidhonger is zo zichtbaar dat ik besluit hem apart te nemen en een kwartier vast te houden. Zijn vermagerde lichaam verdwijnt volledig in het mijne. Na afloop lopen we hand in hand naar het kamp, hij kijkt verlegen maar ook opgelucht. Spiedt om zich heen, tot hij de andere mannen van het kamp ziet en mijn hand loslaat en zijn rug recht.

Veel mannen hebben hun moeder al vijf jaar of langer niet gezien. Vooral de Afghanen zijn vaak jong naar Europa gestuurd om ze uit de handen van de Taliban te houden en de kost te winnen voor het noodlijdende gezin. Ze waren twaalf, dertien toen ze vertrokken en hebben zichzelf groot moeten brengen. Velen zijn verslaafd geraakt. Het zijn kinderen die zijn gedwongen vroegtijdig man te zijn.

In Bihac ontmoeten we Milyar (18). Zes jaar is de Pastum Afghaan al onderweg. Op zijn telefoon toont hij mij een foto van toen hij vertrok. Een kind in traditionele kleding kijkt knipperend tegen de zon de camera in. De onschuld van die jongen lijkt in niets op de adolescent die bewegingloos in zijn stoel zit. Het enige wat hij wil is naar school, zegt hij. In al die jaren heeft hij geen enkel onderwijs gehad.

Bij de laatste game is het zijn zus en zwager gelukt Kroatië te bereiken. Zij zijn nu in Duitsland. Maanden later zit hij nog steeds vast in Bosnië. ‘Hij is zwaar depressief’, vertelt een Bosnische vrouw die hem voor twee weken onderdak wil geven, maar hem daarna ook weer op straat zal zetten. ‘Wat ik hem ook voorschotel, hij wil niets eten.’ Die depressie is niet te missen. Met een doodse blik staart hij voor zich uit. Milyar heeft niets of niemand. Zijn enige steun en toeverlaat is de Nederlandse zendeling Niels van Slooten, die samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen (die ondertussen vlekkeloos Bosnisch spreken) naar Bihac vertrok. Daar waar hij kan, probeert Niels met praktische hulp en pastorale zorg de berooide vluchtelingen te ondersteunen. Hij maakt zich zichtbaar zorgen over Milyar. Probeert hem aan het eten te krijgen, sporten ook. ‘Zijn geest is gebroken. Ik ben bang dat hij het niet gaat redden.’

 

Velika Kladusa, Meryam (40) rechts, met haar neef en ‘man’ in dezelfde onafgebouwde woning waar het Afghaanse Hazara gezin verblijft. Ze slaapt al jaren uitsluitend overdag. Het is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voor ze de grens met Kroatië proberen over te steken © Mounir Samuel

Terug bij het Afghaanse Hazara gezin blijft de gedrongen moeder zich handenwringend verontschuldigen. Ze heeft geen thee. In vrijwel geen cultuur is het belang van thee groter dan in de Afghaanse. Zelfs onder het ergste gruwelbewind en tijdens de zwaarste hongersnood weet een Afghaan zijn bezoek nog thee te serveren. En dan is het ook nog Noroez, het Iraanse en Afghaanse nieuwjaar of voorjaarsfeest, dat normaliter gepaard gaat met een prachtig gedekte tafel vol eten, kunstig gesneden fruit en de gedichten van Hafez. Ik bedenk dat we in de auto nog wat fruit hebben, ren het betonnen geraamte uit en kom terug met een granaatappel, twee sinaasappels en twee citroenen en bied ze de moeder aan. Ze veert op en begint onmiddellijk het fruit te snijden om het ons met bevende handen aan te bieden. Het gezin is uitgehongerd. Toch knik ik, beweeg mijn handpalm naar mijn voorhoofd en dan naar mijn linkerborst, wens het gezin een Noroez mubarak en neem met twee opengevouwen handen buigend het fruit in ontvangst. Er is een honger die erger is dan die van de lege maag en dat is die naar waardigheid. Even verschijnt er een zweem van een glimlach op het gezicht van de vrouw.

‘Het ontroert mij iedere keer weer dat deze mensen direct alles geven, zelfs datgene wat ze net van ons hebben ontvangen. Ze weten heel goed wat geven is terwijl wij nauwelijks weten hoe te ontvangen’, peinst Derk later hardop. ‘Het maakt me verlegen, net zoals ik me schaam voor het gebrek aan echte gastvrijheid in ons land. Ja, nu even, voor de Oekraïners. Maar zouden we dezelfde sympathie hebben voor Oekraïners die ongewassen in de bosjes leven? Ik betwijfel het.’

Die twijfel heeft Derk niet alleen, ontdekken we bij een ontmoeting met Sanella Lepirica (35), die in Sarajevo de stichting Intergreat runt en probeert gestrande vluchtelingen en migranten met taalcursussen en IT-trainingen in Bosnië een toekomst te geven. Anders dan de meeste generatiegenoten wil ze in haar land blijven. Toch heeft ze een vluchtkoffer klaar. ‘Voor mijn zoontje. Zelf zou ik altijd in Bosnië blijven, maar als alleenstaande moeder waak ik over zijn veiligheid.’

Door de oorlog in Oekraïne laait het smeulende vuur van de burgeroorlog ook hier op. De Bosnisch-Servische bevolking is pro-Russisch terwijl de Bosniakse en de Bosnisch-Kroatische bevolking pro-Oekraïens zijn. Sanella maakt zich op voor het ergste, en niet alleen zij. ‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is’, zegt de Kroatische predikant Tomislav Dobutović (45), die het protestantse vluchtelingennetwerk leidt. ‘Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat.’

‘Als ik vertrek, ga ik naar het zuiden’, zegt Sanella resoluut. ‘Ik ben moslim. Niemand heeft het erover, maar we weten allemaal dat dit de grote reden is waarom er zo verschillend met mensen wordt omgegaan. Dat… en kleur.’

‘Ik geloof dat ik als vluchteling ook liever in Kameroen zou worden opgevangen dan hier in Nederland’, zegt Derk na afloop van het gesprek. ‘De staat van het land is belabberd en de overheid zou niets voor je doen, maar de mensen wél. Daar is nog een groot informeel circuit. Dat hebben we in Nederland volledig kapotgemaakt.’

De zon zakt achter de bergen. In de verte zie ik Kroatië. Tien minuten kost het om met mijn bloedrode paspoort de EU binnen te zijn. We arriveren bij een op het oog verlaten pand. Eenmaal binnen hoor ik de liefdesliedjes van de Egyptische zanger Abdel Halim Hafez. Ik schraap mijn keel en roep luid een groet.

‘Edgol!’ roept een stem. (’Kom binnen.’) Daar ligt Meryam met haar kruk op haar matrasje zwijmelend bij de mierzoete teksten. ‘Ik heb deze muziek zo lang niet meer geluisterd’, zegt ze. Ze klopt met haar hand uitnodigend op de matras. ‘Kom habiby, vertel me over je liefdesleven.’ Terwijl ik vertel, voegen ook haar neef en ‘man’ zich bij haar. Ik schep op en zij lachen.

Ondertussen gaan Rikko en Minella de kamer van de Afghanen binnen. Ze hebben tassen vol boodschappen bij zich: groenten, fruit en natuurlijk thee. De moeder haast zich de tassen van hen over te nemen en begint direct voor haar gezin te koken. Dan haalt Rikko een Engelstalig kaartspel van zijn kinderen uit zijn zak. ‘Ik heb iets voor jullie’, zegt hij tegen de meisjes. Verlegen maar zichtbaar nieuwsgierig volgen ze hem naar buiten, weg dat donkere huis uit. Binnen vijf minuten weten ze ondanks de taalbarrière het woordenspel te spelen. ‘Taco, cat, cheese, goat, pizza!’ roepen ze zachtjes, maar steeds zelfverzekerder. Minella schaterlacht. Derk knutselt een beetje aan Meryams kruk.

Eerder die middag is een arts langs geweest die Rikko via zijn contacten heeft weten te regelen. Eigenlijk moet haar voet opnieuw gezet, maar voor nu is die in ieder geval stevig ingetapet. Wanneer we een uur later in het donker vertrekken is het pand gevuld met gelach. Het gezicht van de vader glimt terwijl hij naar zijn kinderen kijkt, die nu binnen verder spelen bij het schaarse licht van een batterijlamp. Die nacht is het weer tijd voor de echte game.

Vanwege veiligheidsredenen worden de vluchtelingen en migranten in deze reportage uitsluitend bij de voornamen genoemd. Vanuit het gelijkheidsprincipe koos de auteur ervoor bij iedereen de voornaam te gebruiken


donderdag 2 juni 2022

SHARTIE AART DEKKER: Krokedilletranen - Eindelijk 'schaamt' Rutte zich ook over de Vluchtelingenopvang in Nederland, dus over bijna 20 jaar van eigen beleid N.A.V: REDACTIONEEL COMMENTAAR De Groene Amsterdammer: 'Onze beschamende vluchtelingenopvang is onnodig '

 

De Groene Amsterdammer 7 april 2022

Onze beschamende vluchtelingenopvang is onnodig

Illustratie:  'Milo'

SHARTIE AART DEKKER: Krokedilletranen - De 'Schaamte' van Rutte

Eindelijk 'schaamt' Rutte zich ook over de Vluchtelingenopvang in Nederland, dus over bijna 20 jaar van eigen beleid

Het is kromme tenen-trekkend: dat de premier van je land zegt dat hij zijn eigen beleid van 20 jaar 'beschamend' vindt. Want zo is het natuurlijk: in zijn deels geslaagde pogingen om stemmer weg te halen bij Populistisch Rechts, is hij al 20 jaar zelf Populistisch Rechts (Light), al moet je dat 'lichte' relativeren; voor vluchtelingen (en hun helpers in Nederland) is het alles behalve 'licht'; het is onmenselijk...

En nu geeft Rutte dat dus zelf toe...

De vraag is voor mij: waarom nu ineens wel? Hebben de peilers van de VVD gepeild dat een meerderheid van de eigen potentiële kiezers de hypocrisie inmiddels ook stuitend vindt? Dat ze overwegen de volgende verkiezingen beslist geen Rutte/VVD meer te gaan stemmen..?
Of concluderen ze inmiddels massaal dat de ongelijke behandeling  - in dit geval tussen gevluchte Oekraïners en ander vluchtelingen -  te gek voor woorden is? Of steker nog: dat  - wat iedere blinde al vele jaren kon zien -  dat het beleid NIET WERKT? Dat de zogenaamde 'aanzuigende werking' en fabeltje is, dat vluchtelingen om hele andere  - reële redenen -  de vlucht nemen en voor een heel klein gedeelte in Nederland uitkomen?

Of ziet inmiddels een meerderheid van de Nederlanders is dat intenties en uitvoering van het Vluchtelingenbeleid gewoon een geldverslindend wanbeleid is dat ook nog eens een keer niet werkt..?

Naar aanleiding van onderstaand redactioneel commentaar van de Groene Amsterdammer.,

(AD)

*


 

In het nieuws

Onze beschamende vluchtelingenopvang is onnodig

Irene van der Linde beeld Milo

nr. 14

Weer is het chaos rond de opvang van asielzoekers in Nederland. In aanmeldcentrum Ter Apel moeten mensen op stoelen slapen, duizenden asielzoekers zijn ondergebracht in tenten en hallen zonder privacy en rust, in bomvolle asielzoekerscentra zijn de hygiënische omstandigheden bar en boos, mensen voelen zich onveilig, melden berovingen en bedreigingen, procedures duren te lang, statushouders schuiven niet door naar een woning. Het gevolg, al vaak geconstateerd: veel asielzoekers lopen tijdens hun asielverblijf in Nederland een nieuw trauma op.

En dit komt niet door de oorlog in Oekraïne. Het speelt al jaren. Afgelopen najaar trok het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (coa) ook al aan de bel. Ook toen was de druk op Ter Apel te hoog, verbleven mensen onder mensonterende omstandigheden in hallen, tenten en stacaravans, en werden gemeenten opgeroepen meer opvangplekken te creëren.

Het komt ook niet doordat er plotseling een enorme toeloop van asielzoekers naar Nederland is. Er is namelijk geen sprake van een migratiecrisis zoals in 2015, maar van een opvangcrisis. ‘Er is weinig terechtgekomen van afspraken tussen gemeenten, het rijk en het coa over een flexibelere opvang’, zei Monique Kremer, voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken al in het najaar tegen de nos. Voor een idee van de aantallen: op 1 maart zaten er in totaal 37.465 mensen in een coa-locatie – niet meer dan in een gemiddeld voetbalstadion passen – hiervan zijn er zo’n 25.000 asielzoeker, de anderen zijn statushouders die wachten op een woning.

Gemeenten wordt al sinds 2019 gevraagd om extra opvangplekken, maar slechts één op de zes gemeenten heeft een vorm van asielopvang. De vrijblijvendheid van het Nederlandse opvangmodel werkt dus niet. ‘Er moeten echt instrumenten komen dat het rijk dwang kan uitoefenen en kan aanwijzen richting een gemeente van: u gaat nu deze mensen opnemen want het gaat zo niet verder’, zei voorzitter Hubert Bruls vorige week na afloop van het veiligheidsberaad.

Gemeenten wijzen naar de wooncrisis, daardoor zouden ze te weinig statushouders een woning kunnen bieden. Maar dat is lang niet het hele verhaal. In 2015 en 2016 sloot het coa met veel gemeenten contracten af voor opvang. Onder druk van burgerprotesten beloofden gemeentebesturen toen dat het voor maximaal vijf jaar zou zijn. Veel van die contracten lopen nu dus af. Per 1 april zijn weer dertien contracten opgezegd. Nieuwe plekken krijgt het coa slechts mondjesmaat aangeboden en dan vaak alleen voor tijdelijke noodopvang. Per 1 mei dreigen nog eens negen azc’s te sluiten.

Vandaar de frustratie van de 25 veiligheidsregio’s. Door de tienduizenden Oekraïense vluchtelingen is het probleem nog nijpender geworden, maar wordt ook zichtbaar dat veel gemeenten best geschikte locaties hebben. ‘Er zijn gemeenten waar honderden plekken beschikbaar zijn die ze niet beschikbaar stellen’, zei Koen Schuiling, voorzitter van Veiligheidsregio Groningen afgelopen week tegen de nos. ‘En dus moet het rijk kunnen zeggen: gij zult meewerken aan de opvang van statushouders of asielzoekers.’ Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Eric van der Burg (vvd) gaat gemeenten nu inderdaad dwingen om op korte termijn duizenden statushouders te huisvesten.

Daarmee is het onderliggende probleem echter niet opgelost. Al jaren gaan de kabinetten-Rutte om met vluchtelingen alsof het een kortstondige crisis betreft. Maar als de asielopvang zich kan aanpassen aan wisselende aantallen, zou het niet steeds zo’n chaos zijn. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken drong daar al in 2017 op aan in het rapport Pieken en dalen: ontwikkel een langetermijnvisie, met structurele financiering van de opvang en de ind, in plaats van direct af te schalen als er even minder asielzoekers zijn. De talrijke burgerinitiatieven die Oekraïense vluchtelingen helpen en de tienduizenden mensen die bereid zijn Oekraïners in huis te nemen, laten zien dat er in de samenleving veel meer draagvlak is dan politici denken. De beschamende beelden van vluchtelingen in koude tenten zijn helemaal niet nodig.

Veel meer over het dossier 'Vluchtelingen' van de Groene Amsterdammer   --- Hier  ---

 

zaterdag 4 mei 2019

ACTUEEL / FOKKE & SUKKE OP 4 MEI: FoSu Moeten Zich Schamen....GOT / NRC CARTOON /

Van NRC.nl op 4 mei 2019, meer NRC FoSu   ---  Hier  ---
en nog veel meer Fokke & Sukke   ---  Hier  ---

zondag 24 december 2017

CITAAT #MeToo / SPECIAL '2017 HET JAAR VAN DE SCHAAMTE' GROENE AMSTERDAMMER: ' MeToo en de rol van omstanders; Erbij staan en ernaar kijken' -- "........In mijn voetbaltijd kon ik kleedkamerhumor ook niet uitleggen aan anderen......"

Small bystanderv4CITAAT(Groene Amsterdammer, Winterspecial 'Het Jaar van de Schaamte', 2017):
"...reputatieverlies kan in dat opzicht grote gevolgen hebben. Zo’n toneelschool is eigenlijk een klein dorp waar iedereen een bepaalde naam heeft waar geen krassen op mogen komen. Dat staat op het spel als je je nek uitsteekt. Pas als een kwestie opeens openbarst, blijkt dat iedereen wel iets had willen doen. Ook dan gaat het weer over reputatie. Veel mensen zijn dan gemotiveerd om een getuigenverklaring tegen daders af leggen. Dat komt deels voort uit hetzelfde mechanisme: schaamte, schuld en herstel van reputatie.’
 
Theatermaker en schrijver Rory de Groot worstelt daarmee, met zijn eigen passieve houding in de periode dat hij op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie zat. Hij ging in 2005, na een carrière als profvoetballer, naar de Amsterdamse Toneelschool onder leiding van artistiek leider en regisseur Ruut Weissman. Bij docent en regisseur Jappe Claes volgde hij in zijn derde jaar de ‘Tsjechov-workshop’. Toen in 2015 oud-leerling Anne van Veen in de Volkskrant met het verhaal over haar getroebleerde relatie met Jappe Claes naar buiten kwam, schrok hij daar enorm van. Hij wist hier weliswaar al langer van, maar dat zij tijdens de verhouding en daarna eronder had geleden ontdekte hij pas toen hij haar getuigenis las in de krant en later in haar boek. ‘In onze groepsapp werden er in eerste instantie grappen over gemaakt. Dat hij een enorme flirt was en ongepast gedrag vertoonde was wel een algemeen bekend feit, waar tijdens de workshop ook veel over werd gesproken en gegrapt. Hij maakte duidelijk onderscheid tussen mannen en vrouwen. Maar zijn gedrag was eigenlijk geaccepteerd. Tegelijk stond hij hoog aangeschreven als acteur en als docent.’


Hij wil eerst iets duidelijk stellen. ‘De toneelopleiding is heel fysiek en intiem. Je lichaam is je instrument; onder “professionele voorwaarden” is er veel lichamelijk contact, en alle emoties worden benoemd en geduid. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. Voor buitenstaanders is die cultuur en ons taalgebruik vaak onbegrijpelijk. We leerden in een workshop bijvoorbeeld de oefening breathing through your asshole; dat klinkt misschien zweverig, binnen onze opleiding is dat normaal – maar er werd wel degelijk veel over gesproken. Er werd ook aan getwijfeld. Alleen: iedereen deed het en hield zijn mond tijdens de lessen. Ook dit werd “geaccepteerd”. Het hoorde erbij. Bij de toneelschool, bij ons. In mijn voetbaltijd kon ik kleedkamerhumor ook niet uitleggen aan anderen.’

Zo’n opleiding is een bubbel en daar gelden eigen regels, zegt hij. ‘Alles moet in vier jaar en aan het einde ligt de belofte van de top. Dat idee wordt je ook voorgehouden. Status is in de toneelwereld heel belangrijk. Ruut Weismann zei ook altijd: “Dit is de duurste opleiding van Nederland samen met de pilotenopleiding” – veel contacturen en zeer intensief. Het is niet studiestof die je moet leren, je moet jezelf leren kennen, uit elkaar halen en binnenstebuiten keren. Kwaliteit is bovendien subjectief. Als artistiek leider bepaalde Ruut Weissman de norm. Hij kon mensen maken en breken op school, althans zo voelde iederee..............................
..........................
................."

Het hele Groene-artikel lees je   ---  Hier  ---

De inhoudsopgave van de hele 'Special - Het Jaar van de Schaamte':   ---  Hier  ---