Posts tonen met het label Sleepwet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sleepwet. Alle posts tonen

woensdag 25 april 2018

CITAAT / SCOOP GROENE AMSTERDAMMER / M. MISDAAD ANONIEM / COLUMNIST AART DEKKER: 'Onderzoek: De handel in anonieme misdaadtips Achter de blauwe poort' / ONBETROUWBARE/MISLEIDENDE OVERHEID / SLEEPWET VS. KLIKLIJN /


CITAAT(Groene Amsterdammer, verschenen in nr. 16 , 'Achter de blauwe poort'):
"...Bovendien is die informatie niet betrouwbaar, het is soms ook de verkoop van geruchten. ‘Alle anonieme informatie van M. is ongecontroleerde informatie’, zegt docent Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij promoveerde in 2014 op ‘Startinformatie in het strafproces’, en zijn belangrijkste conclusie was dat die informatie steeds schimmiger aan het worden is. Zeker de deugdelijkheid van een melding bij Meld Misdaad Anoniem is dubieus. ‘De mogelijkheid bestaat immers dat de beller al dan niet bewust onware informatie doorgeeft.’ Bijvoorbeeld die buurman waar je laatst ruzie mee had, of een wraakzuchtige ex. ‘Een melder kan om wat voor een reden dan ook iemand een hak willen zetten en daarom valse informatie doorgeven.’

Maar ook de politie zelf kan bellen als een onderzoek vastloopt, volgens Brinkhoff. Door de nieuwe tip kan de officier van justitie wellicht wél overgaan tot die huiszoeking. ‘Het is niet te achterhalen.’ Anoniem blijft anoniem, tenzij de melder zichzelf meldt. In november 2015 belde officier van justitie Lucas van Delft met Meld Misdaad Anoniem, bekende hij later in een interview met NRC Handelsblad. Onder valse naam meldde hij dat aanklager Van Delft, hijzelf dus, uit de weg zou worden geruimd. Met hulp van de overheid dook Van Delft met zijn gezin onder. Later bleek dus voor niets. De valse melding kwam voort, zei Van Delft later, uit overspannenheid.

Ook criminelen zélf kunnen bellen naar de kliklijn, bijvoorbeeld om een wietplantage van de concurrent te laten verdwijnen. ‘Informatie is informatie’, zegt directeur Visser van M. ‘Daar kun je op verschillende manieren tegenaan kijken. Wat ik vaak hoor is: dan komt het maar van een crimineel, maar we hebben wel die informatie.’

Het is namelijk niet te achterhalen wie er meldt en waarom..."

&

"Wie beschermt degene over wie anoniem wordt gemeld? In maart 2010 zei Ybo Buruma, destijds nog hoogleraar strafrecht, daarover op het platform Mr. voor juristen: ‘Wij hebben inmiddels een systeem ingebouwd waarin lasteraars meer worden beschermd en geloofd dan onschuldige mensen die eigenlijk zichzelf moeten vrijpleiten. Vroeger beschermde het recht ons tegen valse aangiften, maar die tijd is helaas voorbij.’ Ik heb Buruma, die nu raadsheer is bij de Hoge Raad, tevergeefs benaderd voor dit artikel."

**

Medium hh 49270925
Afb. overgenomen van van de Groene.nl, © Mark Adams / Millennium / HH
Eerlijk gezegd vond ik het -op het eerste gehoor- best wel een Scoop van de Groene Amsterdammer, wat zeg ik? Een SCOOP! En het nieuws werd ook best groot gebracht -tenminste via de Kanalen van de NPO; hoe het daarbuiten werd opgepakt weet ik eerlijk gezegd niet helemaal....

Maar het doofde ook binnen korte tijd weer zo goed als helemaal uit, dus waarschijnlijk bereikte het niet echt de andere Massa-media, of het publiek vond het niet de moeite waard... En precies dat vind ik -in een tijd waarin een meerderheid tegen de Sleepwet stemde; waarop het kabinet Flutte-III de inmiddels aan het pluche gewende achterwerken afveegde met biljetten waarop de stemmen waren uitgebrachte, en dat was precies wat iedereen verwachtte, dus waarom zou je je er nog druk over maken? "De Politiek trekt zich toch niets van ons aan..!" Dat effect misschien?

Ik leefde in de veronderstelling dat de Kliklijn 'Meldt Misdaad Anoniem' 100% Overheid was,
tenminste de communicatie erover gaf mij die indruk...

Welk beeld had jij erbij? Was dat anders dan het mijne?

Hoever zat ik ernaast!

Maar de Overheid financiert de lijn wel grotendeels, en heeft volgens mij niets gedaan om ons duidelijk te maken dat het een private onderneming was, die met de aangeleverde tips kon doen wat zij wil. Zoals verkopen dus...

In de beperkte campagne voor het Referendum over de Sleepwet, zag ik nauwelijks onafhankelijke mensen die 'Voor' waren; die paar zogenaamde 'deskundigen' die argumenten aandroegen voor 'Voor' leken mij niet erg onafhankelijk, en hadden eigenlijk maar een argument dat ze in verschillende vorm steeds opnieuw naar voren brachten -naast natuurlijk de 'Angstkaart' die ook standaard gespeeld wordt- 'Onze Overheid is Betrouwbaar...dus nette mensen hebben niets te vrezen'. Belachelijk, naïef, en relatief gemakkelijk te weerleggen; we hebben nota bene een 'mp' - Mark 'Flutte' Rutte, die van LIEGEN zijn meest geliefde sport heeft gemaakt. En als de Baas al overal over liegt, wat kan je dan verwachten van zijn ondergeschikten? Dat zien we nu alweer als het over de 'Niet bestaande Memo's' gaat, die natuurlijk wel bestaan...ze liegen, Liegen en LIEGEN er lekker op los...

Kijk, van Facebook en Google weet ik waar ze hun geld mee verdienen, en al sluit ik niet uit dat er daar onoorbare dingen gebeuren waar ook ik geen idee van heb; ik had het kunnen verwachten, en moet dus voorzichtig zijn met wat ik deel & mail.


Maar nu blijkt er een door de Overheid gelegitimeerde, en gebruikte Kliklijn te bestaan die juist op zo'n gevoelig gebied 'gewoon handelt' in wat Goedgelovige Burgers aanleveren!?!

Het wordt ineens stukken duidelijker hoe het mogelijk is dat in een land als Nederland, anno 2018 steeds opnieuw blijkt dat er mensen langdurig onschuldig vast kunnen blijken te zitten; want dat ook Politie, OM en de Rechterlijke Macht er regelmatig een potje van maken was mij -en ik denk eenieder die de ogen open had en het verstand gebruikte- ook al een tijd steeds meer duidelijk.


Het is een zootje in Nederland, en veel te weinig mensen maken zich er druk om...en dat is toch wel een tikkeltje onrustbarend....

Lees het verhaal over het Onderzoek dat de Groene Amsterdammer met steun van Fonds 187 deed, en laat het eens goed doordringen wat dit beteken...even nadenken dus.

AART DEKKER 

*

Berichtgeving over het onthullende artikel in 'de Groene':

Parool: 'Parool.nl/amsterdam/meld-misdaad-anoniem-handelt-in-misdaadmeldingen'

BNNVARA:  'Kassa.bnnvara.nl/nieuws/tiplijn-meld-misdaad-anoniem-verkoopt-tips-aan-derden'

NOS: 'NOS.nl/artikel/2227902-meld-misdaad-anoniem-handelt-in-tips-om-gat-in-begroting-te-dichten

RTL-Nieuws: 'RTLnieuws.nl/nederland/meld-misdaad-anoniem-verkoopt-binnengekomen-tips'

*

Het lange artikel in de Groene, het originele artikel op de site van de Groene   ---  Hier  --- :


Onderzoek: De handel in anonieme misdaadtips

Achter de blauwe poort



Een tip van Meld Misdaad Anoniem is goud waard voor burgemeesters die zichzelf graag profileren als crimefighters. Gemeenten mogen zélf drugspanden sluiten en de kliklijn komt burgemeesters hierin tegemoet. Tegen betaling.



Duizend wietplanten midden in een woonwijk in Almere. Een ondergrondse hennepkwekerij op vier meter diepte in een pand aan de Kloosterstraat in Landgraaf. Vijf kilo cocaïne (met een straatwaarde van vijfhonderdduizend euro), plus nog een duur merkhorloge als bijvangst in een Haagse woning. Maar ook 55 xtc-pillen en twee nepvuurwapens aan de Wolphaertstraat in Rotterdam. Het is de laatste tijd allemaal door de politie opgespoord en in beslag genomen dankzij tips, anonieme tips welteverstaan die binnenkomen bij M., beter bekend als de lijn Meld Misdaad Anoniem. De lijst successen die de organisatie achter de kliklijn presenteert lijkt eindeloos. Record na record wordt geclaimd. ‘Fors meer anonieme tips over harddrugs’, aldus het Algemeen Nederlands Persbureau over 2015. ‘Recordaantal anonieme tips doorgespeeld aan de politie’, kopte NRC Handelsblad over 2016. En het Eindhovens Dagblad meldde begin dit jaar ‘een explosieve groei van anonieme tips over misdaad in Brabant’.

In het meest recente jaarverslag (2016) stelt Meld Misdaad Anoniem (M.) dat er 16.900 anonieme meldingen zijn doorgespeeld naar de politie en andere opsporingsinstanties. Dat is een stijging van drie procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dankzij alle tips, verkondigt M., zijn in 2016 ‘al 1671 verdachten aangehouden en 1135 misdrijven opgelost of voorkomen’. De kliklijn bestaat ruim veertien jaar en sindsdien, vermeldt de eigen site op een prominente plek, zijn er 174.475 meldingen binnengekomen, 92 procent daarvan is bruikbaar en daardoor zijn 20.442 aanhoudingen verricht.
Het zijn zo op het eerste gezicht indrukwekkende cijfers. Maar welke wereld zit hierachter? Ik begon een zoektocht, aanvankelijk een tikkeltje filosofisch ingestoken met de werktitel ‘Nederland Klikland’. Al snel kwam ik echter tot de onthutsende ontdekking dat een melding geld waard is. M. verkoopt meldingen. Dat gaat kort gezegd zo: iemand belt naar M. om bijvoorbeeld een hennepkwekerij aan te geven. De kliklijn beoordeelt die melding en speelt haar, als ze wordt goedgekeurd, door naar de politie. Maar óók nog naar de energieleverancier (illegaal afgetapte stroom), de verzekeraar (fraude), de Belastingdienst (zwart geld) én de gemeente. Tenminste, als zo’n dienst een abonnement heeft.

Partners, noemt M. deze partijen. Zij betalen jaarlijks een vast bedrag en zijn dan abonnee van de kliklijn. Daarbovenop rekenen gemeenten óók een afgesproken tarief af per melding. Een burgemeester uit Brabant licht anoniem toe wat hij vervolgens doet met zo’n tip over een hennepplantage. ‘Je begint met aanbellen bij zo’n woning. Als de ambtenaar gewoon mag binnenkomen is er niets aan de hand. We kunnen natuurlijk ook even bellen naar de stroomleverancier om te kijken hoe het stroompatroon loopt. Soms wordt zo’n melding alleen al bevestigd door een knipperende straatlantaarn.’

Het past precies in de trend van de burgemeester als crimefighter. Steeds vaker ontpopt de burgemeester zich als misdaadbestrijder, zeker in gebieden waar drugscriminaliteit overal voelbaar aanwezig is, waar criminelen xtc-afval dumpen in gierputten en op zoldertjes van minima wiet kweken. Als de gemeente voldoende aanknopingspunten heeft, kan ze zélf op basis van artikel 13b van de Opiumwet een pand waar drugs aanwezig zijn verzegelen. Daar heeft ze dan geen toestemming voor nodig van het Openbaar Ministerie. ‘Drugspand aan de Langeweg in het Noord-Brabantse Haaren gesloten’, meldde voorlichting trots aan de regionale site Oisterwijk Nieuws. ‘De gemeente Haaren en de politie doen er alles aan om drugscriminaliteit uit te bannen. Dat kan ze niet alleen. Daarom roept de gemeente haar inwoners op zich te melden als ze in hun omgeving een verdachte situatie zien. Dat kan via Meld Misdaad Anoniem.’

Even verderop, in Gilze en Rijen, kregen bewoners van de Irenestraat begin dit jaar een brief in de brievenbus. Op maandag 8 januari was een tip over hun buurt binnengekomen via Meld Misdaad Anoniem. Drie dagen later viel de politie een woning in de straat binnen en trof 132 wietplanten aan. Het pand werd door de gemeente gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Anoniem melden helpt, is hier de boodschap aan omwonenden, de politie en gemeente doen heus wel iets met jullie tips.

Er wordt volop reclame gemaakte om anoniem te klikken. Elk nieuwsbericht wordt aangeklampt. Bij de Misdaadmonitor 2017 van Omroep Brabant bleek dat één op de vijf Brabanders een drugslab bij de buren niet verklikt. ‘Je verlinkt je buurman niet’, reageerde burgemeester Paul Depla van Breda subiet, ‘maar je komt op voor je eigen veiligheid als je een drugslab of hennepkwekerij in de buurt meldt.’ Een paar maanden daarvoor stuurden enkele burgemeesters in Brabant, onder meer van Boxmeer, Cuijk en Oss, een klikbrief naar hun inwoners. ‘Ziet, hoort of ruikt u iets waarvan u denkt dat het niet pluis is? Aarzel niet en maak er een melding van.’ Oud-burgemeester Jan Hamming van Heusden zei: ‘Je bent een held als je meldt.’

De stichting NL Confidential, die Meld Misdaad Anoniem exploiteert, benadrukt op de website dat ‘naamsbekendheid van M. heel belangrijk is. Wij zijn wat dat betreft blij met elke ondersteuning vanuit onze partners.’ De afdeling communicatie helpt dan ook graag verder. ‘Ons logo vermelden op een poster of flyer, een bewonersbrief verspreiden, een tekst plaatsen op een website of een bericht aan de media sturen? Laat het ons weten!’

En zo zijn op dichtgespijkerde drugspanden door heel het land, of het nou op Texel is of in het dorp Dongen, dezelfde posters te zien. ‘Drugspand gesloten’, staat er in grote zwarte letters. Daarnaast is een hennepblad getekend, en een spuit en twee pillen met een dikke rode streep erdoorheen. Maar de burger wordt vooral ook opgeroepen iets te doen. ‘Vermoedens van drugs? Bel de politie’, staat er, ‘of meld misdaad anoniem.’

De poster vermeldt het niet, maar zo’n laatstgenoemde melding staat dus in de verkoop. De kliklijn werkt volgens de eigen site samen met negentien gemeenten. Wat die samenwerking precies inhoudt blijft onduidelijk. De Groene Amsterdammer stuurde daarom naar de negentien partners een setje vragen. Het resultaat van ons onderzoek: allemaal betalen ze een vast bedrag per jaar, alleen verschillen die abonnementsgelden nogal. Hellevoetsluis rekent tweeduizend euro af, Den Helder duizend en Den Bosch twaalfhonderd. Daarnaast nemen ze allemaal meldingen af. Ook hier variëren de tarieven opvallend. Amsterdam betaalt bijvoorbeeld 47,50 euro per melding, maar Utrecht 22,50. Ook de gemeente Tilburg zit in dat lage tarief; de stad kocht in 2017 424 meldingen en betaalde er in totaal 10.125 euro voor, exclusief btw.

‘We worden nou eenmaal gedwongen op zoek te gaan naar geld’, zegt directeur Titus Visser van de stichting NL Confidential. M. krijgt jaarlijks 1,1 miljoen euro subsidie van voornamelijk het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nationale Politie. ‘Maar onze lasten liggen met een totaal van 1,6 miljoen euro hoger. De rest moeten we bij elkaar schrapen.’ De kliklijn is publiek-privaat. In 2012 stapte het Verbond van Verzekeraars, vanaf het begin een hoofdsponsor, eruit. ‘Dat leverde ons een aantal heel problematische jaren op, financieel.’

De oplossing is gevonden in ‘partners’, veelal gemeenten waarmee M. een contract sluit. ‘We zoeken partijen die ook een bijdrage willen leveren in de aanpak van criminaliteit. Dat kan de politie niet alleen, ook andere partijen zijn nodig.’ Visser noemt het belangrijk dat gemeenten een ‘eigenstandige informatiepositie’ hebben. ‘Daardoor kunnen ze vanuit hun bestuurlijke blik ook een bijdrage leveren aan de aanpak van zware criminaliteit.’ En: ‘Wij kunnen ze helpen door die informatie te geven. Dat vind ik prima.’

Die informatie wordt echter niet gegeven, maar verkocht. Bovendien is die informatie niet betrouwbaar, het is soms ook de verkoop van geruchten. ‘Alle anonieme informatie van M. is ongecontroleerde informatie’, zegt docent Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij promoveerde in 2014 op ‘Startinformatie in het strafproces’, en zijn belangrijkste conclusie was dat die informatie steeds schimmiger aan het worden is. Zeker de deugdelijkheid van een melding bij Meld Misdaad Anoniem is dubieus. ‘De mogelijkheid bestaat immers dat de beller al dan niet bewust onware informatie doorgeeft.’ Bijvoorbeeld die buurman waar je laatst ruzie mee had, of een wraakzuchtige ex. ‘Een melder kan om wat voor een reden dan ook iemand een hak willen zetten en daarom valse informatie doorgeven.’

Maar ook de politie zelf kan bellen als een onderzoek vastloopt, volgens Brinkhoff. Door de nieuwe tip kan de officier van justitie wellicht wél overgaan tot die huiszoeking. ‘Het is niet te achterhalen.’ Anoniem blijft anoniem, tenzij de melder zichzelf meldt. In november 2015 belde officier van justitie Lucas van Delft met Meld Misdaad Anoniem, bekende hij later in een interview met NRC Handelsblad. Onder valse naam meldde hij dat aanklager Van Delft, hijzelf dus, uit de weg zou worden geruimd. Met hulp van de overheid dook Van Delft met zijn gezin onder. Later bleek dus voor niets. De valse melding kwam voort, zei Van Delft later, uit overspannenheid.

Ook criminelen zélf kunnen bellen naar de kliklijn, bijvoorbeeld om een wietplantage van de concurrent te laten verdwijnen. ‘Informatie is informatie’, zegt directeur Visser van M. ‘Daar kun je op verschillende manieren tegenaan kijken. Wat ik vaak hoor is: dan komt het maar van een crimineel, maar we hebben wel die informatie.’

Het is namelijk niet te achterhalen wie er meldt en waarom. Het telefoontje van de melder komt terecht in een wit, vrijstaand huis achter een groot blauw hek in Hoevelaken, midden in het groen. Hier houdt de stichting NL Confidential kantoor; maar óók de stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (AVc), een ander publiek-private club waar Visser directeur van is. ‘We delen samen het gebouw en wat overhead, wat personeel en mijzelf’, legt de directeur van beide stichtingen desgevraagd uit. ‘Dat is historisch zo gegroeid.’


‘Ziet, hoort of ruikt u iets waarvan u denkt dat het niet pluis is? Aarzel niet en maak er een melding van’
Zijn voorganger, Guus Wesseling, van AVc, was ook de oprichter van de kliklijn. Toen hij vijf jaar geleden vertrok, besloten de besturen van beide stichtingen opnieuw één directeur te delen. ‘Je hebt één man voor hetzelfde geld, dat is wel zo effectief.’ Visser werkt parttime (33,3 procent) voor de stichting NL Confidential, aldus de jaarrekening. De kliklijnen betalen voor die diensten vijftigduizend euro (loon- en pensioenkosten voor Visser) aan AVc. Ze delen ook een paar partners (lees: sponsors); Transport en Logistiek Nederland en de Bovag bijvoorbeeld, maar ook de Nationale Politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid. ‘Je zit wel een beetje in hetzelfde netwerk, maar de thematiek is heel anders’, zegt Visser.

Op hetzelfde adres, achter de blauwe poort, is sinds oktober 2016 ook Crime Stoppers International gevestigd. Het klinkt als CSI in de Hoevelaakse polder, maar de werkelijkheid is wat saaier. Het betreft een adres voor de internationale koepelorganisatie van kliklijnen. ‘Er was een postbus nodig en iemand die deze af en toe leegmaakt.’ Ruud Smulders, manager van NL Confidential, doet dat. Hij is tevens de directeur van csi. Er zijn 24 landen lid, vooral uit Latijns-Amerika (met name de Cariben). Twee Europese landen doen mee: Nederland en Moldavië. ‘Ruud levert wat hand-en-spandiensten, maar verder hebben we er weinig mee van doen.’

Achter dat blauwe hek, achter de naamloze brievenbus van csi, bevindt zich dus ook het callcenter van Meld Misdaad Anoniem. Maar de stichting NL Confidential exploiteert meer kliklijnen. Het Meldpunt Internet Discriminatie dat via internetformulieren meldingen opneemt. De Vertrouwenslijn waar overheidspersoneel bedreiging, intimidatie en geweld telefonisch kan rapporteren. En Sektesignaal. ‘Daarmee waren we laatst in het nieuws’, zegt Visser. Dat ging over Avatar, een sektarische groep te vergelijken met de Scientology Kerk. Het tv-programma De monitor legde bloot hoe zes ‘democratische scholen’ voor basis- en voortgezet onderwijs worden bestuurd door Avatar-wizards en dáár gaat Sektesignaal nu uitgebreid onderzoek naar doen.

Maar de core business achter het blauwe hek in Hoevelaken is en blijft, benadrukt Visser, Meld Misdaad Anoniem. Telefoontjes die daar binnenkomen worden door medewerkers beoordeeld. ‘Op zich al merkwaardig’, reageert docent strafrecht Sven Brinkhoff, ‘dat mogelijk strafrechtelijke informatie door een burger en niet door de politie wordt getoetst.’ Die ‘gewone’ burger in het callcenter heeft geen opsporingstaak, benadrukt hij. En ook die ambtenaar bij de gemeente niet, die nu rechtstreeks met een anonieme tip aan de slag kan gaan.

Van de kleine vijftigduizend belletjes die M. jaarlijks krijgt, valt zo’n twee derde al af tijdens de eerste controle in Hoevelaken, zegt Visser. ‘We proberen een zo goed mogelijk oordeel te vellen. Het zijn echt geen hit-and-run-gesprekken die we voeren. Ze duren twintig minuten tot een half uur waarin de medewerkers een zo goed mogelijk beeld proberen te krijgen. Drie vragen staan centraal. Is het verhaal geloofwaardig? Is de informatie betrouwbaar? Kan ik de beller anoniem houden?’
De 16.900 meldingen die wel worden doorgespeeld naar de politie (en eventueel ook naar gemeenten, douane, de Belastingdienst, netbeheerders en verzekeraars) zijn slechts een ‘indicatie’, volgens Visser. ‘Het is startinformatie voor de politie. Of als je al onderzoek doet een stukje van de puzzel. Zodat je denkt: hé verrek, maar dit is leuk! Maar de politie moet er altijd zorgvuldig mee omgaan.’
En dat gaat niet altijd goed. Op dinsdag 22 maart 2011 werd Said door een arrestatieteam tegen de grond gedrukt, midden op de dag en vlak bij zijn huis. Hij zou een aanslag op pvv-voorman Geert Wilders aan het voorbereiden zijn. De student werd gearresteerd en verhoord. De politie doorzocht zijn huis en nam zijn telefoon en computer in beslag. Er werd niets gevonden, Said werd de volgende dag vrijgelaten. De jongen, zegt zijn advocaat Nadine Plaisier, had er behoorlijk last van. ‘Hij is midden op straat zeer hardhandig gearresteerd. Dat doet wat met je. Bovendien was hij bang dat alle buren nu dachten dat hij een grote crimineel was.’

De officier van justitie gaf opdracht tot de arrestatie op basis van één tip – die kwam een dag eerder binnen bij Meld Misdaad Anoniem en luidde: ‘Een man van ongeveer 28 jaar, opgeleid aan de Hogeschool (Rechten) in Rotterdam, is zorgwekkend geradicaliseerd.’ Al was aan zijn uiterlijk volgens de melder weinig veranderd. Hij had zich, aldus de anonieme tip, aangesloten bij een groepering die hem wapens gaf. ‘Mogelijk een snipergeweer. Met dit wapen wil de groepering een aanslag plegen op de heer Wilders.’ Een aanleiding voor de melding was niet bekend.

Het Haagse Gerechtshof stelde vijf jaar later in een uitspraak dat de politie hem ten onrechte op basis van één anonieme melding had aangehouden. In urgente gevallen (bijvoorbeeld bij een terroristische aanslag) mag dat wel, maar in deze zaak was daar geen sprake van. Als er zoveel spoed was, waarom arresteerde de politie Said dan pas een dag ná de tip? In de anonieme melding, benadrukte het hof, waren weinig aanwijzingen voor de vermeende radicalisering te vinden. Bovendien was onbekend hoe de beller aan de informatie kwam. Het duurde vijf jaar voor Said in het gelijk werd gesteld. ‘Nooit zijn er excuses gekomen van de politie’, zegt zijn advocaat.

Toen Meld Misdaad Anoniem in 2003 werd opgericht was er nog wel eens kritiek te horen in de media, maar dat geluid verstomde snel. Emeritus hoogleraar Elisabeth Lissenberg kraakte als een van de laatsten in de wetenschap in 2008 de kliklijn, tijdens haar afscheidsrede aan de Universiteit van Amsterdam (Klokkenluiders en verklikkers). ‘Geheim is ook oncontroleerbaar! De stelselmatige nadruk op het belang van veiligheid en op relatief ongrijpbare fenomenen als georganiseerde criminaliteit en terrorisme heeft het taboe op klikken in hoog tempo ondergraven.’ En: ‘Geheime tips wakkeren het onderlinge wantrouwen aan, terwijl integriteit gebaat is bij vertrouwen.’ Tien jaar later is haar mening niet veranderd. ‘Ik ben erg voor openheid en transparantie. Er is weinig zicht op wie en wat klikt.’

Wie beschermt degene over wie anoniem wordt gemeld? In maart 2010 zei Ybo Buruma, destijds nog hoogleraar strafrecht, daarover op het platform Mr. voor juristen: ‘Wij hebben inmiddels een systeem ingebouwd waarin lasteraars meer worden beschermd en geloofd dan onschuldige mensen die eigenlijk zichzelf moeten vrijpleiten. Vroeger beschermde het recht ons tegen valse aangiften, maar die tijd is helaas voorbij.’ Ik heb Buruma, die nu raadsheer is bij de Hoge Raad, tevergeefs benaderd voor dit artikel.

De stichting NL Confidential heeft een raad van toezicht. Daarin zetelen de voorzitter van MKB Nederland, de directeur van Koninklijke Horeca Nederland, de korpsleiding van de Nationale Politie en twee hoge ambtenaren (van Justitie en Veiligheid en Economische Zaken). Alle toezichthouders richten zich op het bestrijden van misdaad, er is in het profiel weinig oog voor de privacy van de burger over wie wordt gemeld. ‘Ik denk niet dat er veel misgaat’, zegt directeur Visser. ‘Alle partijen aan wie wij leveren moeten zich aan de privacywetgeving houden, dat staat contractmatig vast.’ Op de vraag of zo’n melding niet in een systeem bij een gemeente terechtkomt antwoordt hij: ‘Nee, die wordt geverifieerd en daarna meteen weggegooid. Daar zijn natuurlijk allemaal regels voor.’

De Groene vroeg alle gemeenten hoe lang ze de meldingen (let wel: mogelijk onbetrouwbare geruchten) bewaren. De uitkomsten verschilden verrassend. ‘Drie maanden’, meldt de voorlichter van Waalwijk, ‘met de gedachte dat na drie maanden de informatie al weer verouderd is.’ Eindhoven houdt de meldingen twee jaar vast. Den Bosch meldt dat de stad tips, die niet zijn gecontroleerd, vijf jaar bewaart. ‘De gemeente pakt deze meldingen indien mogelijk – samen met de politie – snel en zichtbaar op.’ Tilburg en Utrecht houden eenzelfde bewaartermijn van vijf jaar aan. De Rotterdamse woordvoerder houdt een slag om de arm: ‘Meldingen worden niet langer dan noodzakelijk bewaard.’
Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar recht en informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, ziet risico’s in de verkoop van meldingen. ‘Er kunnen perverse prikkels ontstaan om het product zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Daardoor bestaat het risico dat wat minder wordt gelet op bepaalde waarborgen, zoals een maximale bewaartermijn van drie maanden. Want dat is dan toch commercieel wat minder interessant.’ De verkoop van de anonieme tips ‘verrasst’ hem. ‘Je zou meer transparantie mogen verwachten over dit soort arrangementen, bijvoorbeeld op de website van het meldpunt. Nu moet een journalist er met moeite achter komen hoe het zit. Dat wekt geen vertrouwen.’

Uit de jaarrekening, die ik bij de stichting zelf moest opvragen, blijkt dat de contracten met partners, en dan vooral met de gemeenten, een steeds fundamenteler deel van de inkomsten vormen. En die pot blijft groeien. In 2015 leverden de contracten 397.000 euro op; een jaar later komt daar bijna een ton bij: 496.000 euro. De jaarrekening over 2017 is er nog niet, maar in dat jaar is er een fors aantal gemeenten als partner bij gekomen. ‘We zijn er niet om geld te verdienen’, aldus directeur Visser. ‘We proberen zo financieel stabieler te worden zodat we onze diensten kunnen blijven leveren.’
Maar wat hebben gemeenten aan informatie over een mogelijke wietkwekerij die de politie ook al heeft? ‘Ze kunnen hun ambtenaren een extra brandcontrole laten doen, of eens even kijken of de bouwvergunning nog wel in orde is’, zegt Visser. ‘Als het een horecagelegenheid is kunnen ze een extra controle doen op de horecavergunning. Gemeenten kunnen heel veel meer doen dan alleen met blauw licht de voordeur inslaan. Ze hebben ook veel instrumenten in het kader van zand in de criminele machines gooien.’


‘Een melder kan om wat voor een reden dan ook iemand een hak willen zetten en daarom valse informatie doorgeven’
Het is wéér een middeltje in de strijd tegen de ‘ondermijnende criminaliteit’, verzucht Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het is een gevecht tegen een pleonasme. ‘Want alle criminaliteit is ondermijnend. Het is een frame bedacht door beleidsmakers. Men schuwt geen middel om deze zogeheten ondermijnende criminaliteit aan te pakken.’ Hij wijst erop dat de criminaliteitscijfers juist dalen. Het aantal door de politie geregistreerde misdrijven daalde tussen 2012 en 2017 met dertig procent (van 4,9 miljoen naar 3,8 miljoen), volgens de veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek. ‘En toch zie je allerlei particuliere en private initiatieven ontstaan om de criminaliteit terug te dringen.’

Gemeenten spelen daarbij een grote rol. ‘Burgemeesters doen allerlei zaken die te maken hebben met het bestrijden van misdaad. Sommige manifesteren zich enorm’, zegt Brouwer. Voor die burgemeesters is een anonieme tip goud waard. ‘Er is een commercieel verhaal: de pot van Meld Misdaad Anoniem moet worden gevuld. Maar die burgemeesters, die kunnen met zo’n tip buiten het strafrecht om opereren.’ Ze maken gebruik van het bestuursrecht. En dat werkt anders, vaker in het voordeel van de burgemeester dan in het strafrecht. ‘Het strafrecht kent een systeem van waarborgen, dat wordt zo omzeild. Een burgemeester is geen jurist.’

Gitte Stevens, advocate van onder andere motorclub Bandidos, herkent het beeld. Het drugsbeleid in het bestuursrecht gaat over ‘stenen’, zegt ze. Zijn er drugs in het huis? Dus niet: zijn die drugs van de persoon die erin woont. ‘Ik had een cliënt die drie maanden uit zijn huis werd gezet omdat iemand die op bezoek was drugs en een wapen bij zich had. Mijn onwetende cliënt is niet strafrechtelijk vervolgd, maar moest wel zijn huis uit, via het bestuursrecht.’ Docent strafrecht Brinkhoff: ‘Wie weet belt een ambtenaar van de gemeente naar het meldpunt omdat de bestuurders van een café af willen? Het valt niet uit te sluiten en een burger is niet in staat de anonieme informatie te controleren.’

Begin deze maand berichtte het onderzoeksprogramma Reporter Radio over hoe gemeenten steeds verder de grenzen opzoeken bij het bestrijden van misdaad. Jaarlijks worden meer dan duizend mensen uit hun woning gezet vanwege de vondst van cannabis. ‘In de strijd tegen hennepplantages zijn de bevoegdheden zo uitgebreid dat het lijkt alsof hij op de stoel van de rechter zit’, meldde het programma. ‘Maar die fluit hem nu terug.’ Het betreft hier vooral huisuitzettingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Een burgemeester kan op grond van deze wet iemand uit zijn huis zetten als er meer dan vijf wietplanten worden aangetroffen. Ook al is het voor eigen gebruik.

Michelle Bruijn promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen op onder meer artikel 13b en onderzocht 217 rechterlijke uitspraken: de rechter keurde dertig procent van alle huisuitzettingen af, zo bleek. ‘En dan moet je bedenken dat de meeste mensen niet naar de rechter gaan omdat dit te veel geld kost.’ Volgens Bruijn is Meld Misdaad Anoniem de meest voorkomende tipgever.

En daar kan sinds kort ook via een digitaal formulier worden gemeld. Privacy & Identity Lab onderzocht in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum de haalbaarheid van het digitaal klikken. De conclusie luidde in 2014: ‘Een technisch voldoende veilige inrichting van een anoniem internetmeldpunt is bepaald geen sinecure.’ Toch ging Meld Misdaad Anoniem kort erop ook digitaal.

‘Iedere melding heeft een goed onderzoek nodig’, zegt ict-deskundige Brenno de Winter. ‘Een melding die je online doet is lastiger te verifiëren. Je mist een persoonlijk gesprek met iemand: een niet-pluis-gevoel.’ Visser zegt dit te ondervangen door ‘intelligente formulieren’ die ‘op basis van bepaalde woorden’ doorleiden ‘naar specifieke vragen’. De Winter: ‘Ik zou graag de kunstmatige intelligentie aan het werk zien die dat nu mogelijk maakt. Meestal is een slim formulier niet veel meer dan een goed uitgewerkte standaard.’

Buiten het digitaal melden om stelde het rapport van Privacy & Identity Lab nog iets aan de kaak. Het oorspronkelijke doel van de kliklijn was het opsporen van misdrijven die anders onbekend zouden blijven – omdat mensen bijvoorbeeld uit angst niet naar de politie durven te stappen. Maar er is, aldus de onderzoekers, een groot risico dat de gegevens in een databank bij de politie voor andere doeleinden worden gebruikt. M. speelt daarbij óók informatie door naar publieke en private partners, concluderen de onderzoekers. ‘Het is belangrijk om terughoudend te zijn met het voeden van politiële databanken met ongecontroleerde informatie.’

Toch is NL Confidential méér gaan voeden. En juist aan meer databanken, waaronder die van gemeenten. Hoogleraar strafrecht Henny Sackers van de Radboud Universiteit Nijmegen: ‘Door meldingen te verkopen schiet Meld Misdaad Anoniem haar doel voorbij.’ Hij noemt het een ‘onwenselijk verdienmodel’ dat ten koste gaat van de kwaliteit. ‘Het gaat nu simpelweg om geld, en dan worden wellicht ook de wat minder betrouwbare meldingen doorgespeeld, want er is nou eenmaal een contract.’

De nog actieve strafpleiter Jan Boone, hij is al ver in de zeventig, strijdt al sinds de oprichting tegen de kliklijn. In NRC Handelsblad zei hij tien jaar geleden dat hij ‘ziek werd van de verraderscultuur’ die de lijn met zich meebrengt. Nu zegt hij: ‘De informatie is bedoeld voor opsporing, niet om te verkopen aan burgemeesters. Meld Misdaad Anoniem is de opsporing aan het vercommercialiseren, dat is volstrekt onacceptabel.’

Advocate Stevens noemt de verkoop van tips ‘stuitend’. De anonieme meldingen waren al niet te controleren, zegt ze. ‘Wie weet is het de politie zelf die een anonieme melding doet om een lichte verdenking aan te dikken? Of is er sprake van concurrentie of jaloezie? Nu blijken er ook nog eens economische belangen te spelen bij het doorspelen van die meldingen. Hoe wordt de juistheid van die meldingen gewaarborgd als geld een rol speelt?’ Haar Bredase collega Eric Thomas, onder meer advocaat van motorclub Satudarah: ‘Het gros van de informatie van Meld Misdaad Anoniem was al boterzacht, nu speelt dus ook nog een financieel belang bij het verschaffen van informatie.’

Hoe zit het dan met die mooie resultaten van Meld Misdaad Anoniem, de successen die op de site pronken: de 174.475 binnengekomen meldingen, waarvan 92 procent bruikbaar is en waardoor 20.442 aanhoudingen zijn verricht? In het rapport van Privacy & Identiy Lab wordt gesteld dat M. ‘de bruikbaarheid van de door haar doorgegeven meldingen aanzienlijk hoger inschat’ dan binnen de politiekorpsen zelf wordt gerapporteerd. Terwijl de kliklijn in 2012 zelf stelde dat 92 procent van de meldingen bruikbaar was, rapporteerde de politie dat bij 35 procent van de meldingen actie werd ondernomen, elf procent van alle meldingen heeft een bijdrage geleverd aan de opsporing. Visser reageert dat het bruikbaarheidspercentage een definitiekwestie is.

Een flinke meerderheid van de meldingen die gemeenten ontvangen is in elk geval niet te gebruiken, en wellicht onbetrouwbaar. De ambtenaren, die geen opsporingsbevoegdheden hebben, gaan daarmee aan de slag. Of de tips, vaak ook geruchten, blijven liggen in een archief. Soms wel vijf jaar lang. Visser bezweert dat het niet de bedoeling is ‘allemaal rotzooi’ te leveren. ‘We willen vooral een bijdrage leveren aan de informatiepositie van burgemeesters. Maar ik zeg er ook altijd bij: er staat geen waarheidsstempel op.’


Dit onderzoek kwam mede tot stand met steun van Fonds 1877. De naam Said is gefingeerd


Meld Misdaad Anoniem

Meld Misdaad Anoniem werd eind 2003 opgericht als de publiek-private stichting M. De grootste financiële bijdrage levert van oudsher het ministerie van Justitie (nu Justitie en Veiligheid). Daarnaast was het Verbond van Verzekeraars tot 2012 een hoofdsponsor. Toen dat er in 2012 uit stapte ging de stichting (die nu NL Confidential heet) op zoek naar nieuwe sponsors.

Sinds 2015, blijkt uit het onderzoek van De Groene Amsterdammer, verkoopt de kliklijn per melding. We hebben negentien gemeenten aangeschreven en die hebben allemaal geantwoord en bevestigd dat ze, naast een vast abonnement, een bedrag per melding betalen. De ene gemeente betaalt 22,50 euro, de andere 47,50. In een reactie zegt directeur Titus Visser: ‘We zijn ooit begonnen met een laag tarief. Om echt kostendekkend te opereren, moesten de bedragen omhoog. Nieuwe partners betalen daarom meer.’

Niet alleen gemeenten zijn partner, maar ook netbeheerders en verzekeraars. Zij waren minder geneigd vragen te beantwoorden. De voorlichter van Nationale Nederlanden stelt dat de anonieme tips worden gebruikt voor ‘fraudebestrijding en risico-inschatting’. Hij zegt dat de verzekeraar de postcodes waarover wordt gemeld, bewaart voor de duur van twee jaar. Aantallen geeft hij niet. ‘Ik schat tientallen.’

Bij de informatiedesk van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Fiod) komen jaarlijks gemiddeld 2100 tips binnen via Meld Misdaad Anoniem. ‘Voor deze meldingen is een vast bedrag vastgesteld’, aldus een voorlichter.

**
Dit artikel komt uit:



Web groene 16

Jaargang 142, Nr. 16



***

Meer 'Klik-gerelateerde' stukken van de Groene:   ---   Hier  ---

Meer 'Privacy-gerelateerde' stukken van de Groene:   ---   Hier  ---

Meer over de Overheid als Big Brother in de Groene:   ---  Hier  ---



woensdag 18 april 2018

DEMOCRATIE / NRC OPINIE + LEZERSBRIEF / REFERENDUM SLEEPWET: En 'Ja hoor! Natuurlijk Gaat Flutte-Rutte-III 'gewoon' door met die Sleepwet! MINACHTING VAN DE KIEZERS

We hebben 1x een Raadgevend Referendum gehad (Oekraïne) en de uitkomst daarvan beviel de regenten niet zo best. Dus werd de partij waar Directe Democratie een Parel aan de kroon was -D66- bij Markje 'Flutte' Rutte's derde kabinetje gehaald, zodat zij het Judaswerk mochten opknappen; het afschaffen van de Wet van het Raadgevend Referendum. Het Referendum op de 'Sleepwet' voor de Inlichtingendiensten zou het toch gemakkelijk halen, dus wat leugentjes -ook al deels uit de mond van D66'ster Ollegren!- zouden wel volstaan om de 'Domme en/of Bange Kiezers' 'Tegen' te laten stemmen, verder werd er nauwelijks campagne gevoerd om die Tegenstem binnen te halen...

En voor de zoveelste keer ging het mis; de Kiezers kozen wel degelijk voor 'Tegen'...

Volgens Rutte  ging zijn speeltuintje, ook wel Flutte-III genaamd 'de Uitslag Recht doen', daarmee bedoelde hij "We lullen er een beetje over -of we doen alsof- misschien verzetten we een paar komma's of punten, dan zeggen we dat de Wet 'Flink' is aangepast op de manier die de Nee-stemmers wilden, en dan is het 'Klaar is Kees'.

En aldus geschiedde. Sterker nog; het Flutkabinet heeft niet eens het fatsoen om de Tweede- en Eerste Kamer erover te laten praten en beslissen; ze laten de wet zo snel mogelijk ingaan, en die wijzigingen? 'Ach, dat komt later wel!'

TOTALE MINACHTING van zowel Kiezers als Parlement...ZO KENNEN we Markje 'Flutte' Rutte en zijn vazallen van CDA, D66 en CU weer....

Hieronder nog een Commentaar van de Hoofdredactie van NRC, en een ingezonden brief van een Lezer, beide van vlak voor het Referendum dat niets waard bleek...

AART DEKKER


Brieven


pagina 10 - 11
 
In de brief Alleen deskundigen (21/2) schrijft P.J. Berends dat een gewone burger over onvoldoende kennis beschikt om de argumenten te wegen omtrent ‘ingewikkelde zaken’ zoals Europa of Oekraïne.
Ik ben niet hoog opgeleid maar leerde wel in voldoende mate lezen op de lagere school en de MULO. Ter voorbereiding van het Oekraïnereferendum heb ik het Associatieverdrag doorgenomen, waardoor ik mijn mening kon vormen. Ik vond het verdrag niet vergelijkbaar met andere handelsovereenkomsten, zoals bijvoorbeeld NRC destijds wel stelde. Het verdrag meldde een intensivering van de samenwerking in veiligheids- en defensiebeleid, wat mij onwenselijk leek met oog op de relatie met Rusland. Bovendien vond ik de afspraken omtrent economische samenwerking – erop gericht om Oekraïne in de interne markt van de EU te integreren – te verstrekkend. Roemenië en Bulgarije waren destijds in een kort tijdsbestek lid geworden van de EU (en NAVO), en het leek mij onverstandig ook Oekraïne een opstap te geven naar lidmaatschap. Deze opvatting werd in verschillende discussiefora niet gewaardeerd. Mij bleek dat er nogal wat hoogopgeleiden waren die niet de moeite hadden genomen het verdrag op de consequenties te beoordelen, om vervolgens weg te blijven bij de stemming en laagopgeleiden de schuld te geven van de uitkomst.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag, 24 februari 2018, pagina 10 - 11


***


openbaar bestuur Coalitie bevordert onvrede met afschaffen referendum


pagina 10 - 11
Op weinig verheffende wijze is deze week één van de schaarse pogingen om de burger directer bij het landsbestuur te betrekken ten grave gedragen. Met 76 tegen 69 stemmen nam de Tweede Kamer donderdag de wet aan die het raadgevend referendum weer afschaft. Als de Eerste Kamer binnenkort hetzelfde doet, zal de referendumwet die op 1 juli 2015 in het Staatsblad kwam de geschiedenis ingaan als één van de kortst van kracht geweest zijnde wetten.
Het kabinet had grote haast de kiezer zijn nieuwe recht weer te ontnemen. De plannen die het derde kabinet Rutte heeft, mogen kennelijk niet door referenda in de waagschaal worden gesteld. De volksraadpleging van volgende maand over de nieuwe inlichtingenwet, waarmee de inlichtingendiensten meer bevoegdheden krijgen, zal de laatste zijn.
Illustratief voor de haast van de coalitie was deze week het verrassende voorstel van het Tweede Kamerlid Rob Jetten (D66), in de slotfase van het debat, om de stemming met een dag te vervroegen. Een suggestie die ogenblikkelijk de steun kreeg van de drie andere coalitiepartners. Behalve het bruuskeren van de oppositie diende het met één dag naar voren halen van de stemming geen enkel doel. Of het zou gezien moeten worden in het kader van beul-maak-het-kort. Wat vanuit D66-perspectief wel begrijpelijk zou zijn.
Want de afschaffing van het raadgevend referendum – ooit een mede-initiatief van toenmalig Tweede Kamerlid Boris van der Ham (D66) – is voor deze partij een uiterst pijnlijke vertoning. Vanwege de historie had het in de rede gelegen dat de woordvoerder van D66 met een zak over zijn hoofd in de plenaire vergaderzaal zaal zou zijn verschenen. Het tegendeel was het geval. Kamerlid Jetten verdedigde het wetsvoorstel van zijn partijgenoot minister Kajsa Ollongren (Binnelandse Zaken) om het raadgevend referendum weer af te schaffen, op een wijze alsof dit een aanwinst voor de democratie was. Het pluche hecht wel heel snel bij de Democraten.
Het raadgevend referendum is verre van volmaakt. Dat bleek in 2016 ten tijde van de volksraadpleging over het Oekraïneverdrag, de eerste wet die op basis van het nieuwe instrument aan de kiezer werd voorgelegd. Internationale verdragen, waar ook 27 andere EU-lidstaten over gaan, lenen zich slecht voor een referendum. Bovendien staat in de wet een opkomstdrempel vermeld om de uitkomst geldig te kunnen verklaren. Dit is tegenstrijdig omdat één van de essentiële onderdelen van de wet juist is dat het oordeel een advies betreft en geen gebod.
In plaats van de wet aan te passen – waarvoor twee jaar geleden een parlementaire meerderheid bestond – heeft de coalitie ervoor gekozen het raadgevend referendum bij het bestuurlijke schroot te zetten. Waarmee de Nederlandse democratie op het punt van de vergroting van de kiezersinvloed weer terug bij af is.
Het raadgevend referendum werd indertijd gepresenteerd als facultatieve ‘noodrem’. Of een volksraadpleging past in ons parlementaire stelsel is altijd een terechte vraag geweest. Het referendum, met als kenmerk een digitale ja-of-nee keuze bij één onderwerp, staat op gespannen voet met de representatieve democratie waar gekozenen geacht worden een belangenafweging te maken.
Maar in de huidige hoog ontwikkelde en steeds sneller veranderende maatschappij kan een kiezer die één keer in de vier jaar zijn of haar stem mag uitbrengen moeilijk beschouwd worden als de ultieme vorm van democratie. Zeker als het voor de kiezer nog maar de vraag is wat er vervolgens met die stem gebeurt. Zie de droevige gang van het afgelopen jaar die voor kabinetsformatie doorging, waarbij zeven mannen en een vrouw ver buiten het gezichtsveld van de kiezers Nederland voor de komende vier jaar inrichtten.
De Tweede Kamer heeft het raadgevend referendum afgeschaftmet een door coalitieafspraken geforceerde, minieme meerderheid. Daarmee heeft die meerderheid zichzelf geen dienst bewezen. Te vrezen valt dat door deze houding het virulente ongenoegen over de werking van de parlementaire democratie, onder andere tot uitdrukking komend in een groeiende belangstelling voor het populisme, slechts is aangewakkerd.
In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag, 24 februari 2018, pagina 10 - 11

vrijdag 23 maart 2018

GOED IDEE GROEN LINKS / REFERENDUM SLAAPWET / NRC: 'GroenLinks Presenteerde Al een Alternatief voor inlichtingenwet' - Lijkt me een Goed Idee

GroenLinks presenteert alternatief voor inlichtingenwet

De reparatiewet, waarin het ‘sleepnet’ is geschrapt, moet er volgens de partij komen als kiezers ‘nee’ stemmen in het referendum over de nieuwe Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Tweede Kamerlid van GroenLinks Kathalijne Buitenweg tijdens haar toespraak op de partijbijeenkomst in februari, over de gemeenteraadsverkiezingen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg van GroenLinks heeft zaterdag een alternatief voor de aftapwet gepresenteerd. Die zogenoemde reparatiewet zou moeten worden aangenomen als deze maand een meerderheid ‘nee’ stemt in het referendum over de nieuwe bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
GroenLinks is tegenstander van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

Geen sleepnet

Buitenweg wil dat het ‘sleepnet’ wordt geschrapt. “Het zoeken naar communicatie moet gerichter gebeuren. Met het sleepnet wordt alle informatie die binnen zo’n uitgegooid net valt, meegenomen. De inlichtingendiensten krijgen zo een enorme bevoegdheid, zonder dat daar grenzen aan worden gesteld”, zegt het Tweede Kamerlid zaterdag tegen NRC.

Volgens Buitenweg moeten bepaalde groepen worden beschermd tegen de dataverzameling, zoals journalisten en artsen. “Het zou niet goed zijn als in zo’n ongedefinieerde verzameling ook informatie zit over journalistieke bronnen, of uitspraken van mensenrechtenactivisten of bepaalde bedrijfsgeheimen of -informatie.” 

In de Wiv die onderwerp is van het referendum, kan de verzamelde informatie ook worden gedeeld met buitenlandse geheime diensten. Buitenweg: “Dat gebeurt nog voordat die informatie goed wordt gelezen door onze eigen diensten. Met het sleepnet wordt dus één grote bak communicatie binnengehaald, die vervolgens wordt overdragen aan derden. Terwijl dan nog niet eens alles is uitgelezen. Het is een beetje naïef om te denken dat de buitenlandse veiligheidsdiensten in die bak heel netjes alleen op zoek gaan naar alleen de informatie die ze zeiden te zoeken.”

Garanties in wet vastleggen

Volgens Buitenweg worden met de aanpassingen de belangrijkste bezwaren tegen de nieuwe aftapwet aangepakt. Ze presenteert de reparatiewet voordat over de nieuwe wet gestemd kan worden in het referendum, “zodat kiezers het idee krijgen dat er een Plan B is. Misschien zijn zij tegen een sleepnet, maar willen ze toch dat de inlichtingendiensten worden gemoderniseerd. Ik vind het ook belangrijk dat de diensten zijn toegesneden op de moderne tijd. Maar er is een derde weg”.

In het regeerakkoord staat dat er van het “willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers in Nederland” door de diensten geen sprake mag zijn. “Maar zet die garanties en politieke toezeggingen ook echt in de wet”, zegt Buitenweg. “Dan is het duidelijk.”

Het referendum over de Wiv-wet is op 21 maart, tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen. Als de kiezers dan tegen de wet stemmen, hoopt GroenLinks in de Tweede Kamer op bijval van de PvdA, SP, PVV, Forum voor Democratie en D66 voor de reparatiewet. In die laatste partij, nu onderdeel van de coalitie, heerst verdeeldheid over de inlichtingenwet. Zaterdag komen leden van D66 bijeen tijdens een halfjaarlijks partijcongres.

***

D66, De Partij van Referenda en Directe Verkiezingen, zit natuurlijk in de shit na hun beslissing in de Formatie om weer eens een Kroonjuweel weg te geven. Lees   ---  Hier  --- of op NRC.nl en VK.nl  meer.

WAT EEN SMERIGE, VIEZE, VUILE MANIPULATOR IS DIE BUMA(OOK CDA) TOCH! - 'Nee betekent Geen Wet...' zegt hij, terwijl 'Nee', natuurlijk betekent 'de Oude Wet Blijft'!

Nee Buma was niet degene die zich in de Tweede Kamer probeerde te verhangen, noch denk ik dat hij ooit die soort neigingen zal krijgen -iets te groot Ego- maar toch is deze cartoon er volgens mij een van Buma, waarschijnlijk omdat velen neigingen krijgen zich te verhangen als ze teveel Buma zien... (Cartoon overgenomen van  ---  Hier  ---)
Ik had niet gedacht zo snel na deze post ---  Hier  --- (die heeft me n.l. nogal wat tijd gekost), zo snel alweer te moeten Posten over deze Viezerik. Maar hij dwingt me ertoe;

- zelfs nu het volk -na al zijn intimidatie-tactieken, leugen en gemanipuleer- duidelijk 'NEE' heeft gezegt, gaat hij gewoon op zijn miezerige, respectloze manier door.

- nu zegt hij "NEE', betekent 'GEEN WET', en dat is natuurlijk onverantwoord"

- terwijl 'NEE', natuurlijk betekent dat de Oude Wet geldig blijft', en dat is de Wet waaronder nog nooit een echte aanslag in Nederland heeft plaatsgevonden. (Nu klop ik natuurlijk wel even op blank hout..., want eigenlijk kan je maar beter nooit 'Nooit' zeggen...)!



AART DEKKER

woensdag 21 maart 2018

DE RECHTS-LIBERALE NRC VINDT: 'referendum; Betere inlichtingenwet is gebaat bij een nee-stem'


Een 'Nee'-stem, morgen/woensdag 21 maart is dus geen definitief 'Nee' tegen een betere Inlichtingenwet, maar een 'Nee' tegen 'de Sleepwet', en VOOR een Betere Inlichtingenwet! Als zelfs de Rechts-Liberale NRC -dus eigenlijk de krant voor de intelligente VVD'ers, D66'ers en andere weldenkende mensen, dat vindt; hoe komt het dan dat Jokkebrokje Markje 'Flutte' Rutte zo krampachtig vasthoudt aan deze slordige wet? Heeft hij (weer eens) iets te verbergen soms?

AART DEKKER

NRC: Commentaar van de Hoofdredactie - Referendum; Betere Inlichtingenwet is Gebaat Bij een 'Nee'-stem

NRC, 17&18 maart 2018, pagina 10 - 11, Originele artikel op NRC.nl   ---   Hier  ---
 
Hoeveel mag een overheid van haar burgers weten? Dat is de principiële kernvraag die ten grondslag ligt aan het raadplegend referendum dat woensdag tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen wordt gehouden. De kiezer krijgt de mogelijkheid zich uit te spreken over de wenselijkheid van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 waar de Tweede en Eerste Kamer het afgelopen jaar in grote meerderheid ja tegen zeiden. 

Het zal naar alle waarschijnlijkheid tevens het laatste raadgevend referendum zijn, want met een miniem verschil heeft de Tweede Kamer er vorige maand mee ingestemd dat de pas in 2015 ingevoerde wet weer zal worden afgeschaft. Het ziet er naar uit dat de Eerste Kamer later dit jaar niet anders zal oordelen.

De kiezer mag dus nog één keer zijn of haar stem laten horen in een zaak waarover het parlement zich reeds heeft uitgesproken. Er kan als het ware aan de noodrem worden getrokken hoewel het afgeven van een noodsignaal een betere aanduiding is want de regering heeft het recht de uitslag van het referendum naast zich neer te leggen. 

Vergeleken bij het vorige referendum dat ging over een veelomvattend samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne is de vraag waarover de kiezers zich nu kunnen buigen vele malen eenvoudiger. Natuurlijk, de inlichtingenwet is met zijn 172 artikelen een ingewikkeld stuk, maar welke wet is dat niet? De keuze die met het raadplegend referendum wordt voorgelegd is in elk geval niet ingewikkeld. 

Dat de huidige, uit 2002 daterende, inlichtingenwet aangepast dient te worden behoeft nauwelijks betoog. Begin deze eeuw verliep internationale telecommunicatie nog grotendeels via de ether en konden signalen gemakkelijk met wettelijke toestemming uit de lucht worden geplukt.

Nu het communicatieverkeer overwegend via kabels verloopt, missen de Nederlandse inlichtingendiensten echter de wettelijke mogelijkheid verdachte informatie op de kabel te onderscheppen. Het is geen probleem dat de opsporingsmethoden worden aangepast aan de technologische ontwikkeling. Vanuit dat gezichtspunt is een nieuwe wet dan ook gerechtvaardigd.
Maar, zoals ook door regering wordt erkend, de uitbreiding van de bevoegdheden voor de inlichtingendiensten betekent ontegenzeggelijk een inbreuk op in de Grondwet verankerde rechten zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De diensten kunnen veel meer bekijken dan nu nog mogelijk is. Bij de beoordeling van de wet gaat het om de balans tussen enerzijds de vrijheid van de burger en anderzijds de (inter-) nationale veiligheid. Oftewel: het vinden van een evenwicht tussen de effectiviteit van de veiligheidsdiensten en een effectieve begrenzing van het opereren van die diensten omwille van de privacy. 

In het wetsvoorstel zijn waarborgen ingebouwd die moeten voorkomen dat de overheid ongericht in de digitale huishouding van zijn burgers kan grasduinen. Op onderdelen is zelfs sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Dit neemt niet weg dat veiligheidsdiensten met de nieuwe wet veel meer mogelijkheden krijgen binnen te dringen in het privédomein van de burger. Of ze dat ook zullen doen is een tweede en kan niet zonder toestemming, maar met de nieuwe wet is de deur van het slot. 

Juist op het punt van de waarborgen tegen overmatig gebruik van beschikbare informatie hebben de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak in hun adviezen bij het wetsvoorstel grote vraagtekens gezet. Zo is er kritiek op de bewaartermijn van drie jaar (die zelfs kan oplopen tot zes jaar) van getapte digitale gegevens. In de woorden van de Raad van State: de bewaartermijn dient te voldoen aan het criterium noodzaak en niet aan het criterium mogelijk nuttig. Het is jammer dat de regering tijdens de parlementaire behandeling zo weinig heeft gedaan met deze fundamentele bezwaren.

In het regeerakkoord is als tegemoetkoming aan D66, dat eerder tegen de wet stemde, een passage opgenomen dat indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft additionele waarborgen in de wet komen en het toezicht zal worden versterkt. Een nee-stem bij het referendum zou een aansporing kunnen zijn om niet op de evaluatie te wachten maar direct al extra waarborgen op te nemen en een versterking van het toezicht in te voeren. De verdedigers van de wet vragen om vertrouwen; verankering in de wet is beter.

Veiligheid is een groot goed. Maar privacy is dat ook. Daar kan niet zorgvuldig genoeg mee worden omgegaan.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag, 17 maart 2018, pagina 10 - 11

***
Het hele Dossier over de 'Inlichtingenwet' van NRC vindt je   ---  Hier  ---



zondag 18 maart 2018

SLEEPWET REFERENDUM: Niet Alleen Luisteren 'ze' Niet, Ze Vertellen Je ook nog eens Niet het Hele Eerlijke Verhaal! / AANRADER: DENK NOG EVEN NA!


REFERENDUM SLEEPWET / ...: Neem jij a.s. Woensdag de Kans Uitgeleverd te Worden aan het Amerika van Trump? - Stem dan vooral Voor de Sleepwet, ...maar Anders...Waarom Tegen Te stemmen? / GROENE MSTERDAMMER INVESTICO /

Large 1.2groene dna 1

Originele bericht op Groene.nl   ---  Hier  ---


 

Het referendum over de sleepwet

De DNA-verzameldienst

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wil de AIVD voorzien van een eigen DNA-databank, om bijvoorbeeld zelfmoordterroristen te identificeren. Een grove inbreuk op de privacy van onschuldige burgers. En het kan al op andere manieren.
Het is rond het middaguur op 12 november 2014 als een autobom dood en verderf zaait in het centrum van Bagdad. Een tengere jongen bekijkt de verwoesting van een afstand en slaat doelbewust toe in de chaos. Hij loopt naar het politiebureau en blaast zichzelf op te midden van slachtoffers, hulpverleners en agenten. Het aantal doden wordt geschat op meer dan twintig, maar precieze aantallen zijn er niet. De dader wordt geïdentificeerd als de negentienjarige Sultan Berzel uit Maastricht. ‘De grootste Nederlandse massamoordenaar uit de moderne geschiedenis’, noemde de officier van justitie hem later.

Berzel reisde twee maanden voor zijn terroristische daad met twee andere Maastrichtenaren naar Syrië om mee te doen aan de strijd van Islamitische Staat. Zijn bomgordel was zo krachtig dat er weinig van hem en van de omstanders overbleef. Maar dankzij een vergelijking van het dna dat de Iraakse politie naar Nederland stuurde met dna dat de familie van Berzel afstond, kon zijn identiteit toch worden vastgesteld.

Dit voorbeeld gebruikt de aivd om duidelijk te maken waarom ze onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een eigen dna-databank nodig heeft: om zelfmoordterroristen te kunnen identificeren. ‘Wij gebruiken het dna-profiel om de identiteit van iemand vast te stellen of te controleren’, zei Rob Bertholee, directeur van de inlichtingendienst, deze maand tijdens een debat in de Jacobikerk in Utrecht. ‘Het profiel dat wij maken is zeer beperkt; dat zal iedereen beamen die iets van dna af weet. En als wij de identiteit van een terrorist vastgesteld hebben, vernietigen we het profiel.’ Dit laatste klopt niet helemaal. Volgens de wet hoeft alleen het materiaal waar het dna-profiel uit gedestilleerd is te worden vernietigd; het profiel zelf blijft als een reeks unieke cijfers – dat gezien kan worden als een alternatief burgerservicenummer – opgeslagen in de databank.

Die eigen dna-databank voor de aivd is een van de nieuwe bevoegdheden in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), waarover tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen een referendum wordt gehouden. Tegenstanders spreken over de ‘sleepwet’ omdat er meer dataverkeer over de kabel afgetapt mag worden. Maar over de dna-databank in de wet blijft het opvallend stil, terwijl ook die verregaande nieuwe bevoegdheden omvat. De veiligheidsdienst mag straks dna van ‘targets’ en ‘non-targets’ verzamelen, zelfs als ze daarvoor moet inbreken in een woning. Het gevonden erfelijk materiaal mag de dienst in de vorm van dna-profielen tot dertig jaar in een eigen databank opslaan en uitwisselen met buitenlandse veiligheidsdiensten. Het doel: vaststellen of verifiëren van de identiteit van een persoon. Maar experts waarschuwen voor een glijdende schaal: je dna zegt namelijk niet alleen iets over jezelf, maar ook over je familie, en zelfs je bevolkingsgroep.
Deskundigen vinden de formulering van de nieuwe ‘bijzondere bevoegdheid’ veel te breed, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer. De noodzaak van een eigen dna-databank, los van de bestaande databank die politie, justitie en de veiligheidsdiensten nu al gebruiken, is volstrekt onduidelijk. Als gevolg van de wet zouden dna-profielen heimelijk mogen worden vergeleken met andere databanken, waaronder die van ziekenhuizen. Dat is in theorie mogelijk, bevestigt de aivd. ‘Maar alleen als het ziekenhuis op vrijwillige basis toestemming geeft voor een dergelijke vergelijking.’

‘De dna-databank is de meest verrassende uitbreiding van de bevoegdheden van de geheime diensten. En de meest onnodige.’ Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie aan de Universiteit van Tilburg waar hij onderzoek doet naar privacy in het informatietijdperk. Hij werd eind 2015 door het ministerie van Binnenlandse Zaken gevraagd om de nieuwe inlichtingenwet te onderwerpen aan een privacy impact assessment.

Samen met academische collega’s en experts van onderzoeksbureau tno bracht hij de privacyrisico’s van de nieuwe wet in kaart. ‘Al met al wordt de noodzaak van een dna-databank volstrekt onvoldoende onderbouwd’, was het oordeel van Koops en zijn collega’s. De Tilburgse hoogleraar begrijpt twee jaar later nog steeds niet waarom zo’n eigen databank nu echt noodzakelijk is in de strijd tegen terrorisme. ‘De aivd wil weten wie de dader is na een zelfmoordaanslag, hoor ik steeds. Die daders staan inderdaad niet altijd in de reguliere databank van de politie. Maar je kunt de familie van de vermoedelijke dader ook vragen om een beetje dna af te staan, die heeft ook een groot belang om te weten of het hun zoon of dochter was.’ Zo gebeurde het ook bij de Maastrichtse jihadi Sultan Berzel. Je hebt dus niet per se een databank nodig om iemand te kunnen identificeren. ‘Natuurlijk is het voor de aivd nuttig om de dna-profielen van potentiële aanslagplegers te hebben,’ zegt Koops. ‘Maar nut is niet hetzelfde als noodzaak.’

En zelfs als het noodzakelijk zou zijn om een dna-databank bij te houden van een specifieke groep als zelfmoordterroristen, vraagt hij zich af, waarom is de wet dan zo breed geformuleerd? Om de identiteit van een ‘target’ te achterhalen of te verifiëren mogen de diensten volgens de nieuwe wet een dna-profiel opslaan van dat target zelf, maar ook van diens familie. Iemands identiteit kan immers ook via het dna van de familie worden vastgesteld. En zo’n target hoeft geen potentiële zelfmoordterrorist te zijn, dat kan iedere burger zijn die de aivd in beeld heeft.

Als deze databank zo’n belangrijk middel is tegen zelfmoordterrorisme moet de wet daartoe worden beperkt, vindt Koops. Dan zouden alleen dna-profielen van potentiële aanslagplegers moeten worden opgeslagen. Hij gelooft niet dat de aivd meteen massaal dna van allerlei Nederlanders gaat verzamelen, maar de wet geeft er dus wel de mogelijkheden toe. Koops: ‘Deze wet geeft de diensten buitenproportionele bevoegdheden.’

Lang niet alle aanbevelingen van de Tilburgse hoogleraar en zijn team werden overgenomen. In een reactie op de privacy impact assessment stelt het ministerie simpelweg dat het het wél noodzakelijk acht om een geheime databank op te richten, zonder nieuwe inhoudelijke argumenten. Koops: ‘Juist bij zo’n complexe wet zouden argumenten leidend moeten zijn. Dat is nu niet zo, en daarom zitten we volgens mij met het referendum.’

De aivd is ‘enkele jaren voor 2015’ begonnen met het aanleggen van dna-profielen. Preciezer wil de dienst het niet maken. Ook onder de oude wet mocht de dienst al dna-onderzoek doen om de identiteit van een ‘target’ te achterhalen. Daarvan een databank aanleggen mocht nog niet: profielen moesten vernietigd worden. Maar de dienst hield zich hier niet aan.

In 2015 werd de aivd daarvoor door toezichthouder ctivd op de vingers getikt. Niet alleen voor het aanleggen van de databank, ook voor een onzorgvuldige werkwijze. De dienst gebruikte twee keer dna-materiaal om meer over iemands gezondheid te weten te komen, blijkt uit een toezichtsrapport. Dat mag ook onder de nieuwe wet niet: dna mag alleen worden gebruikt ter identificatie van een verdachte. Volgens toenmalig minister Ronald Plasterk werd het onrechtmatig opgeslagen dna-materiaal in 2015 vernietigd, maar hij drong tegelijkertijd wel aan op het opzetten van een eigen databank.

‘Bij zo’n complexe wet zouden argumenten leidend moeten zijn. Dat is nu niet zo. Daarom zitten we met het referendum’
 
Als Plasterk te rade was gegaan bij zijn Britse collega had hij kunnen weten dat hij zich op glad ijs begaf. De Britse geheime dienst MI5 heeft al sinds 2007 toegang tot de dna-databank van de Britse politie en houdt in samenwerking met de Londense politie ook een counter-terrorism database bij.
In het Verenigd Koninkrijk komt je dna al in de database als je verdacht wordt van het stelen van een kauwgompje of van zwartrijden. En die database wordt ook gerangschikt naar bevolkingsgroep, waarbij de agent bepaalt tot welke groep een verdachte behoort. Het resultaat: in 2006 bleek uit een schatting van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken dat het dna van ruim driekwart van de Britse zwarte jongemannen in de databank stond.

In 2009 was er veel aandacht in de Britse pers voor de 850.000 opgeslagen profielen van mensen die nergens van verdacht werden. Burgerrechtenbeweging Liberty bekritiseerde de opslag van dna-profielen van mensen die daarvoor geen toestemming hadden gegeven. Ook waren er volgens Liberty op dat moment geen goede regels voor het verwijderen van profielen. Onder de nieuwe wet krijgt Nederland dus ook een databank waarin dna-profielen worden bewaard van burgers die niet zijn veroordeeld en nergens van worden verdacht.
Medium 2groene dna 2
In een laboratorium buigen drie medewerkers in witte labjassen, met handschoenen aan en haarnetjes op het hoofd, zich over een stuk touw en een groot mannenoverhemd. ‘De slachtofferruimte’, zegt de Nederlandse dna-goeroe Lex Meulenbroek als hij ons leidt door de ‘dna-straat’ van het Nederlands Forensisch Instituut (nfi) in Den Haag: een ellenlange witte gang met aan weerszijden steriele laboratoria en spaarzaam ingerichte kantoren. Het gebouw in het Haagse Ypenburg wordt ook wel ‘CSI De Polder’ genoemd. Als de geheime dienst erfelijk materiaal wil laten onderzoeken gebeurt dat hier, want een eigen dna-lab heeft de aivd niet.

‘Het gaat er een stuk minder spannend aan toe dan in zo’n gesjeesde Amerikaanse serie, hoor’, verzekert Meulenbroek. ‘In de labs wordt vooral heel veel schoongemaakt en doen robots en computers het meeste werk.’ De laboranten zoeken naar sporen van sperma, speeksel, bloed, zweet of huidcellen. Dat doen ze bij daglicht, en als dat niks oplevert bijvoorbeeld ook met ultraviolet licht. Toch een beetje CSI dus. Alles wat de sporenspecialisten vinden wordt minutieus gefotografeerd en door een vierde medewerker in de computer gezet.

Uit de gevonden sporen wordt vervolgens dna gehaald. Op het kantoor waar naast zijn computer een stapel van door hemzelf geschreven boeken ligt, onder meer over het onderzoek naar de MH17-slachtoffers, laat Meulenbroek zien hoe een dna-profiel eruitziet. Het gaat om vijftien plekken op het dna die door de ouders worden doorgegeven en die voor ieder persoon uniek zijn. Van die plekken wordt de lengte gemeten. Die lengtes geven een reeks unieke cijfers, alleen bij eeneiige tweelingen is deze reeks gelijk. Als het nfi deze code door de computer haalt weten ze binnen een paar seconden of er een match is met een van de profielen die al op hun servers staan.

Dat is eigenlijk het belangrijkste wat je met een dna-profiel kunt, zegt de expert. Omdat de aivd alleen het dna-profiel krijgt, kan de dienst niet aflezen of iemand lang of kort is, blond of zwart haar heeft, of blauwe of groene ogen heeft. Wel of iemand man of vrouw is, en je kunt er verwantschap uit afleiden. ‘Als de helft van de cijfercode overeenkomt, kan dat bijvoorbeeld duiden op een vader-zoonrelatie.

Het nfi beheert de dna-databank die door politie en Openbaar Ministerie wordt gebruikt bij de opsporing van misdadigers. In deze databank staan nu al ruim 350.000 profielen opgeslagen. Een klein deel daarvan komt van sporen uit misdaadonderzoek, zoals kleding van slachtoffers of wapens van verdachten. Het overgrote deel van de profielen haalt het nfi uit wangslijmvlies, dat verdachten van zwaardere vergrijpen zoals moord en doodslag, maar ook inbraak en diefstal, verplicht moeten afstaan. Alleen als de verdachte vrijgesproken wordt, verdwijnt zijn of haar profiel uit de databank. Deze Nederlandse dna-databank staat dus los van de aivd-databank die onder de nieuwe wet legaal is geworden. Maar de aivd kan wel profielen uit haar eigen databank laten vergelijken door het nfi.

Een aantal spraakmakende misdaadzaken zorgde er de afgelopen twee decennia voor dat het nfi steeds ruimere bevoegdheden kreeg voor dna-onderzoek en dat het voor steeds lichtere vergrijpen mag worden ingezet. Dankzij de populariteit van dit type onderzoek bij strafzaken is de vraag veel groter dan wat het nfi kan leveren. ‘Maar dat kan niet de reden zijn dat de veiligheidsdiensten een eigen databank willen’, zegt Meulenbroek. ‘Het is niet zo dat ze nu door drukte op hun dna-profielen moeten wachten.’

Amade M’charek voorziet dat de regels voor de aivd-databank straks op dezelfde manier versoepeld zullen worden als voor de Nederlandse dna-databank. Ze lacht als ze hoort dat er relatief strenge regels zullen gelden voor de aivd. ‘Dat hoorden we in de jaren negentig ook over de databank die het nfi beheert. In eerste instantie kwam je daar alleen in voor vergrijpen als moord en doodslag, maar nu neemt de politie al dna af voor zaken als inbraak of diefstal. We hebben het forensisch dna-onderzoek in Nederland redelijk goed en transparant geregeld. Maar het is wat anders als een organisatie als de aivd vergelijkbare bevoegdheden krijgt en daarmee onschuldige burgers verdacht kan maken.’

M’charek is hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op het gebruik van genetisch materiaal in strafzaken, vertelt ze in haar UvA-kantoor, op de vijfde verdieping van het immense Roeterseilandcomplex met imposant uitzicht over de Amsterdamse binnenstad. Ook leidt ze een groot onderzoeksproject naar hoe je uit dna uiterlijke kenmerken kunt voorspellen. En ze richtte ruim tien jaar geleden de masteropleiding Forensic Science op aan de UvA, waarvoor ze nauw samenwerkte met het nfi, politie en justitie.

Bij het opslaan van een ­DNA-profiel staat een hele familie of bevolkingsgroep in de databank
De Nederlandse databank mag nu ook worden ingezet om via verwantschap de identiteit van een verdachte te achterhalen. Of om uiterlijke kenmerken af te leiden, zoals iemands oog- en haarkleur of een Aziatisch of Noord-Europees voorkomen. Daarvoor moet je wel extra onderzoek doen, een dna-profiel alleen is niet genoeg.

M’charek voorspelt een glijdende schaal. Het is volgens haar veel gemakkelijker om de criteria rondom dna-onderzoek stukje bij beetje te verruimen, dan om die straks bij wet weer te beperken als de bevoegdheden er eenmaal in staan. Te meer omdat alle informatie die de aivd uit het dna mag halen is vastgelegd in een zogenoemde Algemene Maatregel van Bestuur. Als de aivd in de toekomst uiterlijke kenmerken uit het dna wil afleiden, hoeft de regering daar alleen de AMvB voor aan te passen. De Tweede Kamer mag wel meepraten over zo’n AMvB, maar er niet over stemmen. De aivd laat in een reactie weten dat alleen de wetgever in de toekomst kan besluiten tot een verruiming van de reikwijdte of doeleinden van dna-onderzoek, niet zijzelf.

M’charek vindt dat geen geruststelling. ‘Als er morgen een aanslag plaatsvindt, zal iedereen roepen dat al het mogelijke gedaan moet worden om de daders te vinden. Dan vinden we het niet gek als de aivd ook naar uiterlijke kenmerken mag zoeken. Dat zag je in Frankrijk ook na de aanslagen daar.’ Door de noodtoestand zijn de bevoegdheden onder het strafrecht in Frankrijk nu permanent verruimd. ‘Daar moeten we van leren.’

De Tilburgse privacy-expert Bert-Jaap Koops valt M’charek bij. ‘De databank is al een versoepeling van de regels. Hiervoor mochten de diensten dna-profielen nog niet opslaan.’ Volgens Koops zal het nu niet de bedoeling zijn om de functionaliteiten van de databank uit te breiden, maar hij schreef in 2016 al dat de ervaring leert dat databanken er in de politieke werkelijkheid om ‘vragen’ om ook voor andere doeleinden gebruikt te worden. ‘De beste manier om dit risico in te perken, is om geen databank op te richten.’

Ook Vincent Böhre, jurist en directeur van stichting Privacy First, waarschuwt voor zo’n uitbreiding van toepassingen. ‘Dat is het grootste risico rondom privacy en biometrie. Sluipenderwijs verschuift het doel altijd. Iets kan voor één of twee legitieme redenen zijn opgericht, maar in de loop der jaren worden er altijd doelen aan toegevoegd. Die weg moet je dus niet bewandelen als samenleving, daar moet je niet aan beginnen.’

De Tweede Kamer besprak de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten op 8 februari 2017 met toenmalig minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Ook ‘het vrolijke onderwerp van de dna-databank’, zoals de minister het noemde, kwam aan de orde. Hij beschreef de functie van de wet met een voorbeeld. ‘In gebouwen waar voorheen mensen hadden gezeten van wie wij inmiddels wisten dat zij betrokken waren bij jihadistische activiteiten werden objecten in beslag genomen. Denk aan koffiekoppen en dat soort materiaal. Die werden bewaard met het doel om, wanneer iemand zich wellicht ergens zou opblazen, de identiteit te kunnen vaststellen. Dan zou je kunnen reconstrueren of het wellicht degene was die eerder in het safe house had gezeten.’

De bedoelingen van de veiligheidsdiensten zijn goed, verzekerde de minister. ‘De diensten zijn heel erg precies en wettisch en proberen zich aan alles te houden.’ Het enige wat de toezichthouder ctivd verlangde, was dat er een maximale bewaartermijn van de dna-profielen en het dna-materiaal werd gesteld, zodat zij dat juridisch kunnen toetsen, zei Plasterk. De vraag of het überhaupt wenselijk is om dna-materiaal te verzamelen en profielen op te slaan kwam noch tijdens dat debat, noch in andere debatten aan de orde. De noodzaak was een uitgemaakte zaak. In een variant op Margaret Thatchers beroemde woorden ‘there is no alternative’, zei Plasterk: ‘Natuurlijk is er geen andere manier. Stel dat er mensen in een huis in Den Haag hebben gezeten. Er is reden om te denken dat het gevaarlijke lui zijn die terroristische bedoelingen hebben. Dan kan het nuttig zijn om te weten of het dna-spoor dat wij hier hebben hetzelfde is als het dna-spoor van de betrokkenen elders. Dat is nuttig en nodig.’
In een reactie laat de aivd weten dat, als dat mogelijk is, de identiteit van personen ook vastgesteld kan worden met vingerafdrukken. ‘De aivd zal altijd het lichtste middel kiezen, maar omdat dna-onderzoek de meest betrouwbare geaccepteerde identificatiemethode is, is het noodzakelijk om dit middel te kunnen inzetten.’ De dienst spreekt inmiddels ook al niet meer over een dna-databank, zoals Plasterk, maar over ‘een dna-profielenregistratie’, om verwarring te voorkomen.

GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman heeft er nog steeds een onbevredigd gevoel over, zegt ze. Ze betoogde destijds dat de diensten het onder de oude wet ook zonder eigen dna-databank moesten stellen. ‘Waarom zou dat niet voldoende zijn?’ Ook na aandringen van Voortman weigerde de minister in te gaan op het oordeel van de privacy impact assessment van privacydeskundige Koops, die stelde dat een aparte databank niet nodig is. ‘Plasterk gaf eigenlijk nauwelijks argumenten.’ De aivd begon al in 2015 met het illegaal aanleggen van een dna-databank, benadrukt ze. ‘Het voelde toch een beetje als het witwassen van de praktijk. De dienst ging haar bevoegdheden te buiten, dus moest dat maar worden gelegaliseerd. Terwijl je je moet afvragen waarom het in de eerste plaats illegaal was.’

Ook cda-Kamerlid Harry van der Molen stelde vragen over de reikwijdte van de nieuwe wet. ‘Te meer omdat inlichtingen- en veiligheidsdiensten anders omgaan met dna dan de politie. Die doet het onderzoek achteraf bij verdachten, terwijl de veiligheidsdiensten dat juist vooraf doen. Wij zijn te rade gegaan of de randvoorwaarden goed zijn bepaald. Het bleek dat die in orde waren. Het materiaal mag voor niets anders gebruikt worden dan identificatie en er moet altijd toestemming zijn van de minister en toezichthoudende commissies tib en de ctivd.’ Het cda was gerustgesteld.

‘Maar dna is niet alleen van jezelf’, zegt hoogleraar M’charek, ‘het zegt ook iets over je ouders, je familie, je bevolkingsgroep.’ Bij het opslaan van een dna-profiel staat eigenlijk een hele familie of bevolkingsgroep in de databank. dna-onderzoek kan zo gebruikt worden voor profilering. ‘Het gevolg is dat bepaalde groepen sneller de politie op hun drempel krijgen als er iets gebeurt.’

Een dna-databank is dus een grotere inbreuk op iemands privacy dan het opslaan van bijvoorbeeld een burgerservicenummer. Want het geeft veel meer persoonlijke informatie prijs, niet alleen over jezelf, maar over een grotere groep mensen. Ook privacystrijder Vincent Böhre is daar principieel op tegen. ‘Je mag wat ons betreft geen gegevens van onschuldige mensen in het netwerk van de targets gebruiken. Als dat het werk van de diensten bemoeilijkt, dan is dat jammer: het is voor ons een principiële grens.’

In 2008 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de Britse politie geen dna-profielen van onschuldige burgers in hun database mocht bewaren. Als een verdachte onschuldig blijkt, moet zijn of haar dna-profiel worden verwijderd. Volgens M’charek is het geen uitgemaakte zaak dat de aivd-databank in overeenstemming is met die uitspraak van het Hof. M’charek vindt het belangrijk om met een historische blik naar dit soort ontwikkelingen te kijken: ‘dna-onderzoek is een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Als de staat dat ongebreideld mag doen kan het echt misgaan, dat hebben we in het verleden gezien. Het schrikbeeld is eugenetica.’ Dat is hier niet aan de orde, benadrukt ze, ‘maar we moeten daar wel op blijven reflecteren.’

***
Veel meer diepgravende en betrouwbare Onderzoeksjournalistiek van de groene Amsterdammer, o.a:   ---  Hier  ---