|
|
|
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
|
|
|
.jpg)
".... Amerikanen begrijpen níets van ironie. De Volkskrant publiceerde vorig jaar een ingezonden brief van me naar aanleiding van een woke discussie over vrouwenhaat in The Great Gatsby. Ik schreef: zullen we die bladzijden er dan maar uitscheuren? Een dag later plaatsten ze een brief van iemand die zei: hoe durft hij dat te zeggen, dat gebeurt alleen in dictaturen. O, lieve God, ze nemen me serieus. Ik bén serieus, maar je moet de dingen lichtvoetig brengen, vind ik. Daarom is Wislawa Szymborska mijn absolute heldin.” Hij slaat de bundel die voor hem op tafel ligt open en leest de eerste regels van het gedicht Haat voor.
„Dat is toch helemaal… dat is zo fantastisch. Ik kan haar blijven citeren.” Hij laat haar foto op de achterkant zien, een paar jaar voor haar dood. „En ook nog zo’n leuke vrouw. Of mag ik dat niet meer zeggen?” Weer die lach......"
*
#NobelPrize #FamousWomen #brightside
Jeroen Geurts 20 september 2019 NRC-Wetenschap
Tijdens onze huwelijksreis dertien jaar geleden maakte ik een kleine uitstap voor de wetenschap. We verbleven in Rome en ik wilde graag een van mijn neurowetenschappelijke idolen ontmoeten: Rita Levi-Montalcini. Ik kende haar vanuit studieboeken en had geen idee of dit wetenschapsicoon bereikbaar zou zijn voor een jonge, onbekende hersenonderzoeker. Maar ik gokte het erop.
Waarom ik haar wilde ontmoeten? Ze was een grootheid in mijn vak. Ze legde de basis voor het plasticiteitsdenken waarmee mijn hele generatie is opgevoed. Ze won de Nobelprijs in 1986. Ze was ons aller wetenschappelijk grootmoeder. Geboren in Turijn in 1909, legde ze zich toe op de ontwikkelingsbiologie van het zenuwstelsel. Als Joodse werd haar aanstelling aan de universiteit in de oorlog ingetrokken. In haar keuken bouwde ze een laboratorium en daar deed ze cruciale bevindingen aan het kippenembryo. Na de oorlog publiceerde ze en trok zo de aandacht van Viktor Hamburger, eveneens een gevluchte Joodse wetenschapper, werkzaam aan de Washington University te St. Louis. Met microchirurgische technieken verwijderden beide neuro-embryologen kippenvleugeltjes-in-aanleg en keken naar de effecten op zenuwcellen in het ruggenmerg. Die bleken massaal af te sterven. Hamburger dacht dat zenuwcellen de ontwikkelende ledematen nodig hadden om te kunnen overleven en om hun uitlopers te gidsen naar hun bestemming. Na de oorlog vertrok Rita op uitnodiging van Hamburger naar St. Louis en verbleef er uiteindelijk dertig jaar. In zijn lab deed ze, later samen met biochemicus Stanley Cohen, de bevindingen die haar en Cohen naar de Nobelprijs zouden leiden.
Rita en Cohen ontdekten dat Hamburgers geheimzinnige Factor X die zenuwcellen doet uitgroeien een eiwit is: de nerve growth factor (NGF). Inmiddels weten we dat er een heel netwerk van zulke eiwitten is, op complexe wijze interacterend binnen het zenuwstelsel. NGF opende de deur naar later functioneel hersenonderzoek.
Rita ontving me in haar kantoor in Rome. Toen 97 jaar oud had ze nog geen grammetje intellectuele scherpte verloren. We spraken tweeënhalf uur lang over wetenschap en het brein. Ik heb haar in de jaren daarop nog een aantal keer gezien. Ze werkte tot aan haar dood. Ze kon ook niet anders, want de community bleef aan haar trekken. Ze werd voorvechter van vrouwen in de wetenschap. Van fundamenteel onderzoek. Ze werd senator. Rita leed aan wereldfaam.
Niet lang geleden bladerde ik nog eens door haar autobiografie, In praise of imperfection. Een prachtige ontdekkingsroman met een sterk pleidooi voor vrije wetenschap. Maar veel meer dan de eerste keer dat ik het las, werd ik gegrepen door Hamburger. Een schuchtere man, op de achtergrond, liefst bezig met de inhoud van de zaak, wars van politiek en opsmuk. Toch is hij het die de latere Nobelprijswinnaars herkende, die ze naar zijn lab haalde, die ze van de juiste achtergrond en materialen voorzag en die met zijn kennis en ervaring de voorwaarde was voor hun succes.
Hamburger overleed in 2001 op 100-jarige leeftijd. (Rita zelf werd uiteindelijk 103 en Cohen leeft nog, inmiddels 96; je vraagt je af of ze destijds van de groeifactor gesnoept hebben). Hamburger was een grootheid in het veld van de neuroembryologie. Maar hij evenaarde in de verste verten niet de sterrenstatus van Rita of Cohen. Maakt zo’n Nobelprijs dan echt het verschil? Zonder Hamburger hadden ze die prijs niet gekregen, zoveel durf ik wel te zeggen. Door onze eenzijdige focus op Nobelprijzen en andere individuele prijzen en beurzen verliezen we uit het oog dat voor grote wetenschappelijke voortgang meer nodig is dan één briljant individu. Een idee is ook vrijwel nooit ‘van’ één individu. Ik ben altijd verbijsterd als men het tegendeel beweert. We worden allemaal geïnspireerd. Dat is maar goed ook: het gaat er immers niet om wie de wereld verbetert, maar dat de wereld verbetert. Of ben ik nu weer te naïef?
Persoonsverheerlijking in de wetenschap staat maar in de weg van waar het echt om gaat. We hebben de Spinozaprijs al omgedoopt tot (ook) een prijs voor het team. Nu de Nobelprijs nog. Toch veel leuker om het verhaal van het hele team te horen? De verschillende rollen die zijn gespeeld op de weg naar succes. De een is goed met het chirurgisch mes, de ander zorgt voor talentontwikkeling. Mijn punt is: dat is allemaal even belangrijk op de ontdekkingstocht naar het nieuwe.
Ik bewonder Rita nog steeds vurig. Niet zozeer om haar Nobelprijs. Wel om haar vastberadenheid en haar visie. Ze is om allerlei redenen terecht gelauwerd. Tegelijkertijd wens ik de jongere generatie wetenschappers toe dat ze minder gefocust zijn op die ene prijs of ‘de hoogste persoonlijke eer’. Ik wens ze toe dat ze óók met overtuiging kunnen zeggen: „Ik ben een Hamburger!” En dat wij en zijzelf dan precies even trots zijn.
Ik heb deze column de afgelopen jaren met plezier geschreven, maar het wordt hoog tijd om andere zaken weer meer aandacht te geven. Dit was dus mijn laatste. Ik dank alle lezers voor de vele lieve berichten.
*
![]() |
| Bob-Dylan(Foto Rollingstone.com,William-Claxton) - De Recensie van Rolling Stone "One of His Most Timely Albums Ever-‘Rough and Rowdy Ways’ " |
![]() |
|
en nog veel meer Fokke & Sukke --- Hier ---
|
| 17:07 (2 uur geleden) ![]() | ![]() ![]() | ||
| ||||
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .