Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
EVEN NADENKEN OVER MIGRATIEMYTHES VAN BRUIN-1/SCHOOF
Volgens de psychopaten van Bruin-1
- a.k.a. Het kabinet Schoof – zit criminaliteit in de genen van de
tsunami´s aan niet-Nederlandse/Westerse asielzoekers...
Niet alleen
zijn er geen Tsunami´s...
... en is die relatie met criminaliteit te aan te
tonen
-wél die met armoede en kansarm zijn-
in het artikel hieronder
wordt ook nog eens hard gemaakt dat bij onze tegenvoeters in
Nieuw-Zeeland die genetische correlativiteit juist andersom blijkt te
liggen...
Want )fragment':
`.... In de Maori-taal heet het verdrag ‘Te Tiriti o Waitangi’.
Deze versie is geen directe vertaling van het Engelse document, zoals
vaak wordt gedacht. In de Maori-versie staat weliswaar dat de Britse
Kroon het bestuur overneemt, maar dit was volgens historici gericht
op losgeslagen Britse zeehond- en walvisvaarders, die prostitutie,
ziekten, alcohol en wapens introduceerden in Nieuw-Zeeland. Met grote
chaos tot gevolg. Maori-leiders riepen koningin Victoria op om haar
onderdanen te beteugelen.
(AD)
*
achtergrond Onrust in Nieuw-Zeeland over verdrag
met oorspronkelijke Maori-bevolking
achtergrond
Nieuw-Zeeland De relatie tussen de inheemse Maori-bevolking en de
nieuwe regering van premier Chris Luxon staat onder grote druk. Inzet
is de afschaffing van speciaal beleid voor Maori. „Ze willen ons
uitroeien.”
Een „driekoppige taniwha” (driekoppig monster) en de
„vijand van Maori”. Zo noemen Maori-leiders de Nieuw-Zeelandse
regering, die net twee maanden aan de macht is. Het broeit in
Nieuw-Zeeland sinds het aantreden van de coalitieregering, met name
onder de inheemse Maori-bevolking.
De nieuwe regering bestaat uit de conservatieve National Party van
premier Chris Luxon en de populistische partijen New Zealand First en
ACT. Sinds zijn aantreden eind november heeft premier Luxon haast
gemaakt met het terugdraaien van het beleid van zijn voorgangers.
Zijn regering is van plan om verschillende wetten te schrappen die al
jarenlang bestaan om de positie van de inheemse bevolking te
verbeteren.
Specifiek beleid voor de Maori, die zo’n 17 procent van de
bevolking uitmaken, is er volgens deskundigen niet voor niets. Uit de
meest recente volkstelling uit 2018 blijkt dat deze groep het op
veel vlakken slechter doet dan de rest van de bevolking. De
werkloosheid is bijna twee keer zo hoog, de gemiddelde
levensverwachting ligt zeven jaar lager, een onevenredig groot aantal
Maori zit in de gevangenis, en ze zijn veel minder welvarend dan de
rest van de bevolking.
Toch zegt Luxon dat hij „niet gelooft in een apart systeem voor
Maori en een ander systeem voor niet-Maori”. In zijn eerste week
schrapte hij het beleid dat roken op de lange termijn uit de
samenleving moest bannen. Zo’n 20 procent van de inheemse bevolking
rookt, tegenover een nationaal gemiddelde van 8 procent.
Maori-leiders hadden daarom gepleit voor de strenge rookwet.
Ook wil de regering het gebruik van de Maori-taal, het te
reo(de taal), in overheidsinstellingen flink beperken. Het is
een groot contrast met het beleid van oud-Labour premier Jacinda
Ardern, die een jaar geleden afscheid nam, en haar opvolger Chris
Hipkins, onder wiens leiding Labour de laatste verkiezingen verloor.
Zij lieten zich voorstaan op samenwerking met Maori en omarmden de
taal. Er werd zelfs overwogen om Nieuw-Zeeland zijn oorspronkelijke
naam terug te geven: Aotearoa (land van de lange witte
wolk). Dat is onder de nieuwe regering ondenkbaar.
Stichtingsdocument
Maar de grootste ophef gaat over het Verdrag van Waitangi. Dit
verdrag uit 1840 geldt als het stichtingsdocument van Nieuw-Zeeland,
dat geen grondwet heeft. Onlangs lekte de
ontwerptekst van een nieuwe wet uit. De wet, aangedragen door de
radicaal-rechtse coalitiepartij ACT, wil de „principes van het
Verdrag van Waitangi” herzien.
In de voorgestelde wet staat dat de regering de baas is van alle
Nieuw-Zeelanders en dat alle Nieuw-Zeelanders gelijk zijn. Dat klinkt
onschuldig, maar volgens Maori wordt de tekst van het verdrag
opzettelijk uit zijn verband gerukt. „Alle verwijzingen naar de
Maori als de oorspronkelijke bewoners en rechtmatige eigenaren van
het land willen ze uit het verdrag halen”, zegt Margaret Mutu,
hoogleraar Maori-studies aan de Auckland Universiteit aan de
telefoon. „Wat heel duidelijk wordt uit die gelekte tekst is dat we
niet langer wettelijk erkend worden als Maori, maar alleen als
Nieuw-Zeelander. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt. Met andere
woorden: ze willen ons uitroeien.”
Het zorgde voor een golf aan verontwaardiging. Leden van de
Te Pati Maori-partij beschuldigen de regering van „witte
suprematie”. Dat snapt Mutu wel. „Deze wet is bedoeld om ons te
assimileren. Ze proberen ons het recht om Maori te zijn af te nemen.”
Viering
van Waitangi Day in Waitangi, Nieuw-Zeeland, 6 februari 2023.
Jaarlijks vieren Maori de ondertekening van het Verdrag van Waitangi
op 6 februari 1840. Foto Fiona Goodall/Getty Images
Naar verwachting bereiken de verhitte gemoederen de komende dagen
een nieuw hoogtepunt. Dinsdag 6 februari is het Waitangi Dag, dan
wordt de ondertekening van het Waitangi Verdrag tussen de Britse
Kroon en Maori-leiders herdacht. Zaterdag beginnen de activiteiten
waar naar verwachting zo’n tachtigduizend bezoekers op af komen,
twee keer zo veel als gebruikelijk.
Margaret Mutu is al een paar dagen op de historische plek, aan de
oevers van de Waitangi rivier in het hoge noorden van het land. Ze is
lid van de National Iwi Chairs Forum, de koepelorganisatie van
Maori-stammen in heel het land. Een iwi is een stam, die
samengesteld is uit verschillende familiegroepen; zogeheten hapu.
Ze zijn bijeengekomen om de escalerende situatie te bespreken. „We
proberen onze jongeren kalm te houden, maar ze zijn heel kwaad. Als
de regering die wet niet intrekt, kunnen we niet voorkomen dat de
woede overkookt.”
Losgeslagen walvisvaarders
Het is niet de eerste keer dat het verdrag onderwerp van discussie
is. Hoewel het Verdrag van Waitangi internationaal wordt gezien als
een van de belangrijkste verdragen tussen een oorspronkelijke
bevolkingsgroep en zijn kolonisatoren, is er al sinds de
ondertekening onenigheid over de inhoud. Volgens Maori is het
Engelstalige document, dat op 6 februari 1840 werd ondertekend door
kapitein William Hobson, een afgevaardigde van de Britse Kroon, en
ruim veertig Maori-leiders, gebaseerd op een leugen.
In de Maori-taal heet het verdrag ‘Te Tiriti o Waitangi’.
Deze versie is geen directe vertaling van het Engelse document, zoals
vaak wordt gedacht. In de Maori-versie staat weliswaar dat de Britse
Kroon het bestuur overneemt, maar dit was volgens historici gericht
op losgeslagen Britse zeehond- en walvisvaarders, die prostitutie,
ziekten, alcohol en wapens introduceerden in Nieuw-Zeeland. Met grote
chaos tot gevolg. Maori-leiders riepen koningin Victoria op om haar
onderdanen te beteugelen.
Om dat te bereiken, gingen ze akkoord met het plan om de Britten
het bestuur in handen te geven. „Maar Maori hebben nooit ingestemd
met de Engelstalige versie waarin staat dat we onze soevereiniteit
opgeven”, zegt Mutu. De Maori-leiders in Waitangi die het Engelse
verdrag tekenden, dachten dat de tekst overeenkwam met die in het
Maori. Later werd duidelijk dat er essentiële verschillen waren.
„Mijn kleinkinderen hebben
de schaamte definitief van zich afgeschud. Zij dulden geen racisme
meer”
Margaret Mutu hoogleraar Maori-studies
De Maori-versie werd door meer dan vijfhonderd Maori-stamhoofden
in heel het land ondertekend. Hierin stond dat zij de zeggenschap
over hun land, mensen en de schatten, zowel fysiek als immaterieel,
zouden behouden. Al decennialang voeren Maori actie om de naleving
van het originele document ‘Te Tiriti o Waitangi’ af te dwingen.
Ongeacht welke versie van het verdrag hebben de Britse kolonisten
de afspraken uit 1840 meermaals geschonden. De Maori waren gelijke
rechten beloofd, maar toen in 1852 het eerste parlement van
Nieuw-Zeeland werd opgericht, mochten ze niet stemmen. Lang golden er
wetten om Nieuw-Zeeland „zo wit mogelijk” te houden. Inheemse
bewoners werd verboden om hun eigen taal te spreken.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide het
verzet tegen de onderdrukking van de Maori taal en cultuur. De
emancipatiebeweging Nga Tamatoa (de Jonge Strijders) kreeg het voor
elkaar dat de het te reo Maori in 1987 werd erkend als een van de
officiële talen van Nieuw-Zeeland.
Schaamte afgeschud
Josie Keelan (71) was lid van die invloedrijke groep jonge Maori.
„In die tijd waren we nog onzichtbaar, we hebben hard gevochten
voor onze rechten. Het is verdrietig dat de regering nu de klok wil
terugdraaien”, zegt ze aan de telefoon. De groep hield na enkele
jaren op te bestaan, al is Keelan nog steeds lokaal actief. Ze hoopt
dat het huidige debat ook positieve gevolgen heeft. „Hopelijk leren
meer mensen wat er daadwerkelijk in het verdrag staat.”
Margaret Mutu, hoogleraar Maori-studies aan de Auckland
Universiteit,
Er is de afgelopen vijftig jaar veel veranderd, zegt ook Margaret
Mutu (70). „Als kind werd me verteld dat ik dom was omdat ik Maori
was, en dat ik nooit succesvol zou zijn. Ik schaamde me om Maori te
zijn. Ook mijn kinderen herkennen dat gevoel. Maar mijn kleinkinderen
hebben de schaamte definitief van zich afgeschud. Zij dulden geen
racisme meer.”
Nu zijn het opnieuw de jongeren die zich het hardst verzetten.
Zoals het nieuwe parlementslid voor de Te Pati Maori-partij
Hana-Rawhiti Maipi-Clarke, met haar 21 jaar het jongste parlementslid
in Nieuw-Zeeland in 170 jaar. Haar strijdlustige maidenspeech,
waarin ze een haka doet (een ceremoniële Maori-dans) en fel uithaalt
naar de regering, ging de wereld over.
Maandag, de dag voor Waitangi Dag, worden politici verwelkomd in
Waitangi bij de marae, een Maori-gemeenschapshuis. Ook premier Chris
Luxon en zijn coalitiepartner David Seymour van de ACT-partij, die
met het omstreden wetsvoorstel kwam, zijn erbij. De 70-jarige Mutu
verwacht dat vooral jonge Maori de aandacht zullen opeisen. „In de
jaren zeventig haalden we de Nieuw-Zeelandse vlag neer en vervingen
die door de Maori-vlag. Ik weet zeker dat jongeren weer met creatieve
acties komen”, zegt ze. Politici zullen verwelkomd worden, maar
moeten zich volgens Mutu voorbereiden op een pittig debat. „We zijn
klaar voor de strijd.”
Als ik Oekraïner zou zijn, zou ik het wel weten (denk ik)...
N.A.V: Stalin organiseerde de hongersnood in Oekraïne en wist het lange tijd verborgen te houden
HISTORIE (VOLKSKRANT ACHTERGRONDVERHAAL)
'Het debat' over hoe de oorlog in Oekraïne wordt steeds heftiger, en - zoals in alle hete hangijzers - steeds meer gepolariseerd. Er wordt nauwelijks meer echt gedebatteerd en gediscussieerd, iedereen zit allang in zijn eigen loopgraaf - volgens mij precies wat Putin met deze oorlog wilde bereiken - en gepraat wordt er niet meer...
Laat ik voorop stellen dat ik een vredelievende persoon ben, en walg van elke oorlog...
Maar soms heb je geen keus, en moet er gevochten worden...en uiteindelijk zijn het de mensen die de oorlog uitvechten, die bepalen wat er moet/gaat gebeuren. Andere landen kunnen helpen vrede te bereiken, als de betrokken partijen zelf vinden dat de tijd rijp is voor het einde van hun oorlog.
Natuurlijk hebben de criticasters van de oorlog die nu woedt in Oekraïne - en steeds meer toch ook in Rusland - gelijk als ze zeggen dat als het Westen Oekraïne niet op allerlei manieren, maar vooral met wapens en geld, zou steunen de oorlog snel beslist zou zijn in Russisch voordeel... Tenminste, de grootschalige oorlog zoals we die nu zien...want ik ben ervan overtuigd dat het ook dan oorlog blijft, zij het op een andere manier...
In de vele uren die ik met Maarten van Gent - het Orakel van Porkuni - over die kwestie heb gediscussieerd - vertelde ik hem over een gedachtenexperiment dat ik vorig jaar toen de sfeer er tijdelijk een was van 'Oekraïne zet een groot tegenoffensief in, en gaat (al dan niet even) winnen' aan hem voorlegde.
Stel Oekraïne 'wint' - slaagt erin de Russen tot buiten de oorspronkelijke grenzen terug te dringen, is de oorlog dan afgelopen?
Volgens mij niet, als Putin (of eventuele opvolger) er nog steeds zit en niet heel anders gaat denken; dan kan Rusland zijn wonden likken, hergroeperen, aan sterken, en...gewoon opnieuw beginnen. En ik denk dat in dit hypothetische geval dat ook zou gebeuren, omdat Putin deze oorlog namelijk voert omdat hij hem nodig heeft vanwege interne Russische politieke motieven; om zijn eigen volk onder de knoet te houden...
Dan de Oekraïners. Het is natuurlijk onmogelijk om je in de Oekraïners in te leven; zolang je niet zelf aan het front vecht, of in gebieden die regelmatig door de Russen bestookt worden, zolang je zelf geen Oekraïner bent, weet je niet hoe het is, en hoe je zelf zou reageren en denken in deze situatie.
Ik ken wel mensen die al ruim voor de invasie in de loopgraven lagen en vochten - misschien nog steeds wel - in het Oosten. En daar had ik sporadisch contact mee, maar het bleek bijna onmogelijk daar via Appjes over te communiceren. Nogmaals, als je niet zelf...
Maar ik ben er - al 'advocaat voor de duivel' spelend in een ander een gedachtenexperiment - in al van ruim voor de grote invasie van overtuigd dat de gemiddelde Oekraïner niet meer terug hun hok in zal gaan, in de zin van: terug onder de vleugels van het grote Rusland, geleid door een dictator. Daarvoor is de geschiedenis van Oekraïne in relatie tot Rusland te heftig beladen voor, Oekraïne is te vaak speelbal van de geschiedenis geweest, en het Oekraïense volk heeft al veel te vaak miljoenen Oekraïners op afschuwelijke wijze vermoord zien worden - niet alleen, maar wel veel te vaak - door de Russische Beer.
Ook een derde gedachtenexperiment deed ik al voor de invasie: stel dat Putin er wel in slaagt heel Oekraïne in te nemen, en de Oekraïense regering uit te moorden, dan wel verjagen. Heeft Putin dan gewonnen? Ik denk het niet, en dan niet alleen niet in de zin van alle schade en verlies van (kwaliteit van) levens...ik denk namelijk dat er dan een dun bevolkt Oekraïne over zal blijven - heel veel meer nog dan nu al het geval is - Oekraïners zullen dan vluchten, maar (een flink deel van) de achterblijvers zullen dan ondergronds gaan en Rusland zal nog heel lang, misschien wel altijd, meer mankracht en middelen dan ze daadwerkelijk ter beschikking hebben in moeten zetten om de guerrilla-oorlog die er dan ontstaat het hoofd te bieden...
Maar goed, lees hieronder het verhaal van de Volkskrant over één van de vele historische redenen voor het gevecht dat de Oekraïners bereid zijn te vechten.
Maar nogmaals, je weet pas echt wat je zou doen, als je het echt beleefd. Dus ik denk nu dat ik in hun situatie mezelf zou verzetten om mijn onafhankelijkheid te behouden, maar of ik echt zo moedig zou zijn...ik weet het niet...
AART DEKKER
*
Stalin organiseerde de hongersnood in Oekraïne
en wist het lange tijd verborgen te houden
In 1932 en 1933 stierven miljoenen Oekraïners van de honger.
Volgens historicus Anne Applebaum was de rol van de Sovjet-Unie
daarbij veel actiever dan vaak gedacht.
'Een tuin in volle bloei' noemde de linkse Franse politicus
Édouard Herriot Oekraïne, nadat hij in 1933 een bezoek aan het
gebied had gebracht. De Sovjetrepubliek werd op dat moment geteisterd
door een vreselijke hongersnood. Legers uitgemergelde mensen zwierven
rond, wanhopig op zoek naar voedsel. Langs de wegen lagen her en der
lijken - de mensen waren te zwak om ze te begraven - maar Herriot
kreeg alleen weldoorvoede partijleden te zien. In de partijkrant
Pravda werd Herriot aangehaald als bewijs dat alle berichten over een
hongersnood 'leugens van de bourgeoispers' waren.
De
hongersnood die in 1932 en 1933 aan naar schatting 3,9 miljoen mensen
in Oekraïne het leven kostte, vormt het onderwerp van het nieuwste
boek van de Amerikaanse historicus Anne Applebaum: Rode Hongersnood -
Stalins oorlog tegen Oekraïne. Eerder schreef ze al een veelgeprezen
geschiedenis van de Goelag, het systeem van strafkampen in de
Sovjet-Unie waar miljoenen mensen om het leven kwamen onder het
bewind van Jozef Stalin. Maar anders dan de gruwelen van de Goelag
zijn de verschrikkingen van de door het Sovjetbewind veroorzaakte
hongersnood in Oekraïne veel minder bekend in het Westen.
'De Sovjetautoriteiten hebben er alles aan gedaan om de omvang van
de Holodomor, zoals de Oekraïners het noemen, te verbergen en
daarmee hadden ze lange tijd succes', zegt Applebaum tijdens een
bezoek aan Nederland. 'Al een paar jaar na de hongersnood gaf Stalin
opdracht de resultaten van de volkstelling geheim te houden, omdat
daaruit bleek dat er miljoenen Oekraïners moesten zijn omgekomen. In
Oekraïne durfde men er niet over te praten, uit vrees naar het kamp
te worden gestuurd. Toen Chroesjtsjov in 1956 zijn geheime rede hield
waarin hij de misdaden van Stalin onthulde, zei hij geen woord over
de Holodomor, hoewel hij er heel goed van op de hoogte was.'
Dertig
jaar geleden concludeerde de Britse historicus Robert Conquest in
zijn boek The Harvest of Sorrow al dat de hongersnood grotendeels te
wijten was aan de gedwongen collectivisatie van de landbouw onder
Stalin. De boeren moesten hun boerderijen opgeven en zich aansluiten
bij collectieve boerderijen, met chaos op het platteland als gevolg.
Maar op grond van dagboeken, interne partijdocumenten en ander
materiaal dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie is vrijgekomen,
trekt Applebaum een hardere conclusie. Volgens haar ging het om een
opzettelijke hongersnood, een politieke campagne om het Oekraïense
nationalisme de nek om te draaien.
Applebaum: 'Lange tijd werd
de hongersnood verklaard als het gevolg van de rampzalig verlopen
collectivisatie. Dat speelde ongetwijfeld een belangrijke rol, maar
het was ook een gerichte campagne om af te rekenen met het Oekraïense
nationalisme. Ook in andere delen van de Sovjet-Unie veroorzaakte de
gedwongen collectivisatie voedseltekorten, maar tegen Oekraïne
werden speciale maatregelen genomen die de situatie veel erger
maakten. Stalin zag de Oekraïense boeren als dragers van het
Oekraïense nationalisme.'
Non-fictie Anne Applebaum Rode hongersnood - Stalins oorlog
tegen Oekraïne Uit het Engels vertaald door Bep Fontijn en Willem
van Paassen. Ambo Anthos; 412 pagina's; euro 29,99.
Ook in andere delen van de Sovjet-Unie veroorzaakte de
gedwongen collectivisatie voedseltekorten, maar tegen Oekraïne
werden speciale maatregelen genomen die de situatie veel erger
maakten
Anne Applebaum
Om de collectivisatie te propageren onder de boerenbevolking
zwermden overal activisten - de 'vijfentwintigduizenders' werden ze
genoemd - uit over het platteland. De collectivisatie werd
gepresenteerd als iets vrijwilligs, maar al snel ging de campagne met
enorm veel geweld gepaard. De Sovjetautoriteiten merkten dat de
collectivisatie op groot verzet stuitte. Boeren slachtten massaal hun
vee, om te voorkomen dat het in handen kwam van de kolchozen. Soms
braken er complete opstanden uit in dorpen.
Dat was voor de
autoriteiten aanleiding om hard op te treden, vooral tegen de
koelakken, de rijke boeren. In de praktijk viel iedereen die tegen de
collectivisatie was daaronder. Wie het stempel koelak kreeg, raakte
alles kwijt en belandde vaak in een strafkamp van de Goelag. De
bittere ironie was dat sommigen daardoor aan de hongerdood
ontsnapten.
Applebaum: 'Vooral in Oekraïne was het verzet
groot. Tien jaar eerder hadden veel Oekraïners nog tegen het Rode
Leger gevochten. Veel mensen hadden nog wapens in huis. In sommige
dorpen werden activisten die door Moskou waren gestuurd om de
collectivisatie te propageren gelyncht. Dat wekte bij Stalin de vrees
dat er sprake was van een nieuwe Oekraïense opstand, ook al ging het
meestal om spontane uitbarstingen, niet om georganiseerd gewapend
verzet.'
Veel boeren beschouwden de collectivisatie als een terugkeer naar
de lijfeigenschap die in 1861 was afgeschaft. Toen waren zij het
eigendom van grootgrondbezitters, nu werden zij horig aan de staat.
'Dat was het in zekere zin ook', zegt Applebaum. 'De boeren verloren
hun grond, hun vee, alles. Ze kregen hun salaris in voedsel
uitgekeerd, zodat ze niet weg konden uit de kolchozen. De hele
operatie werd dan ook een fiasco. Niemand voelde zich
verantwoordelijk of gemotiveerd, met als gevolg dat de graanoogst
instortte. Maar de Sovjetautoriteiten beschouwden dat als bewuste
sabotage en zagen het als aanleiding om nog strengere maatregelen af
te kondigen.'
In maart 1930 leek het er even op dat Stalin de
kritiek op de campagne ter harte nam. In een artikel onder de kop
'Duizelig van het succes' zong het partijblad Pravda de lof van de
enorme successen van de collectivisatie, maar erkende tegelijkertijd
dat sommige activisten te hard van stapel waren gelopen. Het effect
was anders dan de partijleiding had verwacht: er brak een massale
boerenopstand uit. Boeren overvielen graansilo's en opslagplaatsen,
ze haalden hun vee weg uit de kolchozen, staken staatsboerderijen in
brand en rekenden af met de rode activisten. Voor de partij was dat
het signaal een terreurcampagne te lanceren om de opstand neer te
slaan. 'Anders verliezen we Oekraïne', waarschuwde Stalin in een
brief aan Lazar Kaganovitsj, de leider van de
collectivisatiecampagne.
Anne Applebaum
Oost-Europa is het terrein waar Anne Applebaum (1964) zich het
meest thuis voelt. Als journalist versloeg ze in 1989 de
ineenstorting van het ene na het andere communistische bewind in
Oost-Europa. Voor haar geschiedenis van de Goelag kreeg ze in 2004 de
Pulitzer-prijs. Ze is getrouwd met Radislaw Sikorski, oud-minister
van Buitenlandse Zaken van Polen. Als columnist van The Washington
Post houdt ze er pittige meningen op na, vooral als het om het
volgens haar door en door corrupte bewind van president Poetin gaat.
Applebaum is ervan overtuigd dat Poetin Donald Trump tijdens de
verkiezingen heeft gesteund als onderdeel van een campagne om
verdeeldheid te zaaien in het Westen.
Beeld
Marco Hillen/HH
Er zijn geen documenten die bewijzen dat Stalin bevel heeft
gegeven tot het organiseren van een hongersnood in Oekraïne, erkent
Applebaum. Maar er zijn volgens haar wel veel aanwijzingen. De
partijtop negeerde waarschuwingen van Oekraïense
partijfunctionarissen dat er hongersnood dreigde uit te breken.
Stalin weigerde de graanexport stop te zetten en kondigde in de
herfst van 1932 ondanks alle waarschuwingen toch een reeks nog
strengere maatregelen af. 'Dat duidt erop dat het opzet was. Dorpen
die de opgelegde graanquota niet hadden gehaald, werden op de zwarte
lijst geplaatst. Als straf mochten zij geen petroleum, zout en
lucifers meer kopen. Ook als je dan nog wat voedsel had, kon je het
niet meer koken.'
Soms werden hele districten met wegblokkades
afgesloten om te voorkomen dat dergelijke producten binnengesmokkeld
zouden worden. Al het voedsel werd in beslag genomen. Collectieve
boerderijen die slecht presteerden, werden gedwongen leningen
vervroegd af te betalen. De boeren moesten ook het zaaigoed inleveren
dat ze nodig hadden om volgend jaar te kunnen oogsten. Om te
voorkomen dat ze stiekem wat graan zouden achterhouden, doorzochten
speciale brigades hun boerderijen. Wie betrapt werd, wachtte de
Goelag, sommigen werden ter plaatse geëxecuteerd.
Vaak liep
het uit op regelrechte plunderingen. Hongerende boerengezinnen
moesten toezien hoe activisten de laatste restjes eten in beslag
namen, zelfs uit pannen die op het vuur stonden. Het werd haast
verdacht als je nog in leven was. 'Hoe is het mogelijk dat er in dit
gezin nog niemand is overleden?', wilde een brigade in de provincie
Tsjerkasy van de vader weten.
Mensen werden gemarteld om hen te dwingen te zeggen waar ze
etenswaren verborgen hielden. Als er niets te halen viel, persten de
rode activisten hun geld af. Een vrouw herinnert zich hoe ze haar
moeders vingers tussen de deur hielden en die vervolgens
dichtgooiden. Toen ze flauwviel, gooiden ze water over haar heen en
begonnen ze haar opnieuw te martelen.
Applebaum: 'Sommige
activisten hadden zelf honger, maar er zaten ook mensen tussen die
echt een diepe ideologische haat koesterden tegen de boeren. Zij
moesten worden geëlimineerd omdat ze de vooruitgang in de weg
stonden. Ook de latere Sovjetdissident Lev Kopelev, die destijds zelf
meedeed aan de doorzoekingen, was ervan overtuigd dat de boeren het
arbeidersparadijs in de weg stonden.'
Steden werden overspoeld
door hongerende mensen die het platteland ontvluchtten. Om te
voorkomen dat zij ook in andere delen van de Sovjet-Unie het
droombeeld van de Sovjetcommunisten zouden ontsieren, werd heel
Oekraïne afgegrendeld van de rest van het land.
De Brit
Gareth Jones was de enige westerse journalist die getuige was van de
hongersnood, toen hij in het voorjaar van 1933 een reis door Oekraïne
maakte. Overal kwam hij hongerende mensen tegen die hem vertelden
over de graanvorderingen en de repressie. Terug in het Westen deed
hij verslag van zijn ervaringen.
Sommige activisten hadden zelf honger, maar er zaten ook
mensen tussen die echt een diepe ideologische haat koesterden tegen
de boeren
Anne Applebaum
Onder druk van het Kremlin en misschien ook wel uit professionele
jaloezie schreef de beroemde New York Times-correspondent Walter
Duranty een stuk waarin hij Jones belachelijk maakte en van
overdrijving beschuldigde. 'RUSSEN LIJDEN HONGER MAAR VERHONGEREN
NIET', luidde de kop. Daarmee was de discussie voorbij: Duranty was
veel beroemder dan Jones.
Ook een Italiaanse diplomaat
berichtte over de hongersnood, maar zijn verslagen maakten volgens
Applebaum weinig indruk in het Westen. 'Het was de tijd dat Hitler in
opkomst was. Er speelde ook mee dat sommige politici dachten dat ze
Stalin misschien nog eens nodig zouden hebben.' Uiteindelijk wiste de
Tweede Wereldoorlog, met zijn vernietigingskampen en tientallen
miljoenen slachtoffers, de herinnering aan de Holodomor uit.
Nog
steeds is de Rode Hongersnood een taboe-onderwerp in Rusland. 'Er
wordt nooit over gesproken in de Russische media of op school. Veel
Russen beschouwen het als een verzinsel', zegt Applebaum. Maar onder
de Oekraïners, die tijdens het Sovjetbewind altijd over die
tragische periode hadden moeten zwijgen, was de Holodomor brandstof
voor de onafhankelijkheidsbeweging die eind jaren tachtig opkwam. Zo
resulteerde de terreurcampagne waarmee Stalin wilde voorkomen dat de
Sovjet-Unie Oekraïne zou verliezen, uiteindelijk in het omgekeerde.
'Het Kremlin heeft altijd het gevoel gehad dat een onafhankelijk
Oekraïne een bedreiging voor de Sovjet-Unie zou vormen. Dat klopte,
want toen Oekraïne zich in 1991 weigerde aan te sluiten bij een
nieuw unieverdrag, betekende dat het einde van de Sovjet-Unie.'
Die
angst voor een democratisch, succesvol Oekraïne was volgens
Applebaum ook het motief voor de beslissing van president Poetin de
Krim te annexeren en de pro-Russische separatisten te steunen die in
het voorjaar van 2014 een opstand begonnen tegen Kiev. 'Poetin heeft
een corrupt regime gevestigd in Rusland. Hij was doodsbenauwd dat de
opstand tegen (de pro-Russische) president Janoekovitsj zou overslaan
naar Rusland en zijn regime aan het wankelen zou brengen.'
Er wordt nooit over gesproken in de Russische media of op
school. Veel Russen beschouwen het als een verzinsel
De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet...
GROENE ONDERZOEK (2018):
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
Een punt dat Lilian Marijnissen - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP - regelmatig maakte - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor - was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!
Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...
De Groene Amsterdammer - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!
En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...
(AD)
*
Onderzoek
Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel
‘We zijn terug in de negentiende eeuw’
De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde
neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van
werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere
financiële avonturiers zijn de lachende derde.
De economische groei gaat
aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een
steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van
links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de
vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat
hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat,
ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische
ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen
valt.
De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van
concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia.
Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van
kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die
keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt
samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of
‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen
komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke
beslissingen.
1. Het geld krijgt de vrijheid
Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere
waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de
Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde
voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en
iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist,
want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus
Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van
kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie,
maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet
alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar
de plek waar het het meest rendeert.
Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de
jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet
langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van
krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’
ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële
instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan
saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere
bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.
Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor
de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de
restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel
brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost
aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting
op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke
voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.
‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso,
niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de
arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.
2. Aandeelhouders mogen het zeggen
Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te
zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen
die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De
aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te
brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen
in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd
gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een
commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf
aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese
overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider
Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van
een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als
gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen
van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in
toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad
voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).
Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook
grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij
voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze
elders hogere rendementen kunnen krijgen.
Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor
snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De
huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers,
benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en
gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf
een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen
van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot
koersstijgingen.’
Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan
te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe
druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want
bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de
aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op
aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie
van het bedrijf.
‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie’
3. Geld wint het bij bedrijven van mensen
Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de
financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met
handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering
die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog
kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt
verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand,
want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt
politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In
plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen
bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven
vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit
naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’
Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport
over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële
maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op
de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen
toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook
niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het
bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de
publieke sector.
Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo
is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg
van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).
4. Monopolies mogen hun gang gaan
Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in
een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het
product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving
moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die
faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf
de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige
praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid.
Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en
overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al
lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van
concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale
overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat
ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het
bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese
mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte
lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’
Econoom Aldert Boonen van de fnv:
‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel
geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen
zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die
toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen:
‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed
daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’
Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de
winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk
Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare
producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar
verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro
per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het
merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De
combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor
lage lonen en hoge winsten.
5. Pensioenfondsen doen mee aan rendementjagen
Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een
graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en
beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen
zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge
rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van
de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot:
‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van
investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat
pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te
maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het
systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen
zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn
moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk
hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij
lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland
belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels
zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’
Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call
bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de
pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was
leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar
pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.
De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en
de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de
onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de
positie van werkenden juist verzwakt.
6. Loonmatiging als heilige graal
Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van
loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren
werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van
de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen
en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets
voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de
arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging
bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer
toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de
lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de
Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de
binnenlandse vraag naar producten en diensten.
En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv.
‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid
en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning
van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook
gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet
alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale
inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur
arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv:
‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk
toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet
welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat,
inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.
Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat
loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo
een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan.
Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is
dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was
om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan
inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie
leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker
aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen
vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten
kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen
hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’
‘We hebben in Nederland meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor ze, leid ze op’
7. De overheid remt lekker mee
De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel
niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van
maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze
anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao
voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet
mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te
verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten
van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk
adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte
stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename
van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf
hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.
De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de
onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide
ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het
minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48
procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de
hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig
steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon
zitten.
Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was
het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan
kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid:
‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan
uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat
betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het
minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van
de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte
van het minimumloon.
8. Door meer werknemers hebben werkgevers meer keus
De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de
afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk
doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken.
Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de
rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht
voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van
pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir
van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren
er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers
vergrootten.
Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers
uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald
kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de
uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en
sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk
alternatief voor werkgevers.
Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks
tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken
om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice
Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan
denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen
die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op,
zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en
makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’
Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa,
ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver
van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een
basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks
bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het
schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme,
flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt
op.
Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van
werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen
overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of
zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel.
De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten,
waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar
bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de
reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’,
zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed
van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.
9. Met minder sociale zekerheid kun je minder eisen
De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de
hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de
oeso, het imf
en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de
onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk
arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en
gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.
Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel
Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de
hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de
afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder
de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland
met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog
forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog
toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van
bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.
Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief
van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden
werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven
inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet
meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen
te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden.
Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk
en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben
sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.
‘Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn’
10. Nederland is kampioen flex
De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken
geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de
helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen
flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de
mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst
hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder
vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden
verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen
flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.
Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen.
Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van
het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te
drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt
aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van
aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van
de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen:
‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna
beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren,
sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks
gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’
Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu),
omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders.
Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de
hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector
marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten
volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.
In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die
voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als
de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf
valt dat personeel niet onder de eigen cao,
en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’
noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van
de Universiteit van Tilburg dat.
11. Werkenden betalen de belastingverlichting van bedrijven
De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en
die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is
gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral
sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk
gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage
van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog
bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder
overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de
gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook
als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen
loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan
de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen
er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald
zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te
verhogen.
12. Een klusjeseconomie voor werklozen
Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel:
wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van
nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw
is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de
arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische
innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor
arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou
zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de
arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per
arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.
Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de
verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten
gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en
alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda.
‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid
boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien
is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die
werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun
niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die
Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het
internationale Institute for New Economic Thinking (inet),
is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen
haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve
klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat
werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens
hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met
technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie
wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit
dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt
hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’
13. De rekening van de crisis daalt eenzijdig neer
Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis
van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen.
Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op
achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden
van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten
sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende
werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun
baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te
verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk
deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van
de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar
dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij
komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de
lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.
Bij de dertien
bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om
beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een
rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice
Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen,
collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is
een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken
mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via
ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet
aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’
Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf
commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten
koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het
sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien
werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel
inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’
‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch
historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor
het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de
markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt
overgelaten.’
Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar
komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf
gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden,
middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken:
woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen,
grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor
arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist
erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is
ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De
periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf
een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist
door een sterke toename van de welvaart.
De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom
toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo
lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn
Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst
van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie
raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge
werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland
door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu
eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een
ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie
onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’
Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect:
‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je
ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen
aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’
Dit is het tweede deel van een serie van Mirjam de Rijk over kapitaal en arbeid. Het eerste deel, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’, stond inDe Groene Amsterdammervan 1 februari. De serie wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877
„De
prestatiedrang en vechtlust komen van mijn moeder. Zij nam ook geen
genoegen met het gemiddelde.”
Foto Eveline Jacq
Europa, Nederland, Amsterdam, 29-11-2007
Roel Pieper, oud-bestuurder van onder meer Philips en Compaq, heeft
navigatiebedrijf Road Group opgericht. Het nieuwe bedrijf heeft de
Duitse producent van navigatiesystemen MyGuide overgenomen, een
concurrent van TomTom. Roel Pieper heeft geïnvesteerd in het nieuwe
opinietijdschrift Opinio en de Amsterdamse Eredivisie Basketball Club.
Foto: Evelyne Jacq
*
HET GROTE Arik Shivek INTERVIEW DEEL-6a:
Achtergrond bij de periode van Arik Shivek bij ABC Amsterdam Astronauts
NRC-interview met Vz. Roel Pieper
Voor veel jongere Basketballers en Basketball Liefhebbers zal het klinken als de oudheid - 2007 - voor wat ouderen is het een kwestie van gevoel - voor de een zal het alweer al heel erg lang geleden klinken - voor een ander, ik reken mezelf tot die categorie, is het weliswaar alweer een tijd geleden, maar toch ook nog relatief recente geschiedenis.
Als je Arik Shivek in ons interview hoort in over die periode, dan denk ik dat voor hem ook eerder het tweede geldt dan het eerste, in ieder geval kan hij het allemaal nog heel goed terug halen. Ik heb hem in ieder geval meermaals over die periode horen praten alsof het gisteren was.
Hoe stond het Professionele Nederlandse Mannen Club Basketball er toen ook al weer voor?
Er zat duidelijk groei en ontwikkeling in in die tijd.
Ook toen al was er sprake van een ´Grote 3´ - Donar Groningen, Eiffel Towers Den Bosch, en indertijd dus ook ABC Amsterdam Astronauts - alle drie deze clubs werkten met miljoenen-budgetten, en haalden dure spelers - er waren meerdere Ex-NBA-spelers actief bij meerdere clubs. Maar ook voor de Nederlandse topspelers werden goed betaalde meerjarige contracten uitgeschreven.
Daar hield het niet mee op... Ook bij de clubs onder deze Grote-3 was een duidelijke opgaande lijn waarneembaar. ZZ Leiden kwam op, Landstede Zwolle ontwikkelde zich goed, Rotterdam Basketball zat bij de sub/top, Aris Leeuwarden en Bergen op Zoom Giants ontwikkelden zich goed, ook toen was er een tweedeling tussen de top en de staart, maar wellicht was dat gat toch iets minder groot dan het nu is.
En we hadden toen ook nog de (A)HBW, ook al begon de continuïteit daar wel wat te haperen. De aloude Haarlem Basketball Week werd de Holland Basketball Week en probeerde Rotterdam Ahoy uit als locatie, er werd weleens een jaartje overgeslagen, en hetzelfde groepje zakenmannen dat ABC Amsterdam Astronauts in de vaart der volkeren probeerde op te stuwen - o.a. Ruud Frese, Bert Krabbendam en Roel Pieper - financierde een aantal HBW´s in afwisselend Haarlem en Amsterdam omdat zij het belang van dit evenement voor hun club en het hele Nederlandse Basketball zagen.
Ook toen waren er negativo´s, maar er was toch ook duidelijk een optimistische stroming waarneembaar in het Nederlandse Basketball.
De hieronder door NRC geïnterviewde Roel Pieper lanceerde ook het Plan Pieper om de afhankelijkheid van de landelijke media te verminderen en deze - en de regionale media, die toen voor het Basketball belangrijker werden - te faciliteren...een plan waarin alles gestreamd zou worden met professionele kwaliteit en waarin de media voorzien zouden worden van rechtenvrije content. Dit plan werd in eerste instantie vrijwel unaniem omarmd, maar kalfde later af om diverse redenenen...ik denk nog steeds in het licht van wat volgde een enorme gemiste kans...
En toen sloeg de grote financiële crisis toe, en werden veel stutten onder de positieve ontwikkelingen weggeslagen....
Maar deze context is wel nodig om Arik Shivek helemaal te kunnen begrijpen. Vandaar ook het onderstaande NRC-interview met de venture-capitalist Roel Pieper
(AD)
*
Dit artikel is overgenomen uit het Archief van NRC je vindt het origineel --- Hier ---
Zakenman
Roel Pieper zag in de Verenigde Staten hoe basketbal door de NBA werd
gepromoot, in de media en via het onderwijs. Nu is hij voorzitter van
basketbalclub Amsterdam. „Basketbal is in Nederland ondergewaardeerd.”
Het zijn toevalligheden die ondernemer en investeerder Roel Pieper
(51) van Nederland, via Duitsland en de Verenigde Staten, in Siberië
deden belanden voor zijn nieuwste project. Toch is zijn leven geleid
door twee constanten: basketbal en zeezeilen. In mei mengde hij zich in
het nationale basketbal, door voorzitter te worden van Amsterdam
Astronauts. Het doel reikt verder dan de opmars van de eredivisieploeg
in eigen land en in Europa. „Zeg nu zelf, Nederland zou toch veel meer
basketballers moeten hebben. We moeten meteen keiharde maatregelen nemen
in de eredivisie.”
In gesprek met Pieper in zijn kantoor in het
centrum van Haarlem klinkt plots de ringtone van zijn mobiele telefoon:
‘Sweet Home Alabama’ van de Amerikaanse seventiesrockband Lynyrd
Skynyrd. „Moskou”, verontschuldigt hij zich. Want Pieper investeerde in
het najaar 70 miljoen euro in Russisch bruinkool. Een risicoproject,
stelt hij na het telefoongesprek, maar het is niet de eerste keer dat
hij betrokken is bij pionierswerk.
Pieper behoorde in 1980 tot de
eerste lichting afgestudeerden van de opleiding informatica aan de
Technische Hogeschool Delft. Hetzelfde jaar vertrok hij naar Duitsland,
voor een baan bij Software AG. „Bij software-industrie hadden mensen
toen het beeld dat je in de lingerie ging”, verduidelijkt Pieper, die in
de jaren tachtig directiefuncties vervulde in de Verenigde Staten, bij
AT&T, Tandem Computers en Compaq. Bij zijn terugkeer naar Nederland
in 1999 trad hij in dienst van Philips, als beoogd opvolger van Cor
Boonstra, maar hij stapte na acht maanden op. Dit jaar was Pieper, wiens
privévermogen op enkele tientallen miljoenen wordt geschat, onder
andere betrokken bij de opzet van het nieuwe opinietijdschrift Opinio,
een bedrijf dat volgend jaar luchttaxidiensten moet verzorgen en een
producent van navigatiesystemen.
De meest opvallende bestuurstaak die Pieper dit jaar op zich
nam was die van voorzitter van Amsterdam Astronauts, de noodlijdende
basketbalclub die hij vorig seizoen nog financieel vlot trok. Inclusief
de injectie voor het huidige seizoen stak hij met twee privépersonen 1
miljoen euro in de club, een schijntje vergeleken bij de overeenkomst
die hij in oktober met de gouverneur van Irkoetsk sloot. „Ik wilde best
verder bij de club, maar ik investeer alleen in een bedrijf. Een
verenigingsstructuur begrijp ik niet. Ik wilde een management met
structuur en duidelijke verantwoordelijkheden. Nu kunnen we misschien
aandeelhouders binnenhalen en de club uitbouwen.”
Met de ambitie
verdween de toevoeging Astronauts uit de naam van de in het rood geklede
eredivisieclub, gecoacht door de Israëliër Arik Shivek. MyGuide
Amsterdam heten de basketballers uit de hoofdstad nu, naar de producent
van navigatiesystemen die Pieper tot hoofdsponsor maakte. Het moet
leiden tot een terugkeer aan de Europese top van de ploeg die tussen
1999 en 2005 vijf keer landskampioen werd. „We proberen een combinatie
te maken van sport en bedrijfsmatigheid. De grens tussen sportief en
zakelijk is smal. Ook basketballers kunnen zeggen wat we in en rond de
wedstrijd moeten veranderen. In Sporthallen Zuid hebben we de
zaalindeling veranderd en de businessclub. We hebben een vernieuwde
website en laten stadszender AT5 voor ons werken in plaats van andersom.
De entertainment in de sport moet je exploiteren.”
Amsterdam moet
volgens Pieper een rolmodel worden voor andere clubs die zijn
aangesloten bij de Federatie Eredivisie Basketbal (FEB). „Basketbal is
ondergewaardeerd, terwijl het na voetbal de rijkste sport van Nederland
is. We zijn een lang volk, we zijn mediageoriënteerd en houden van
muziek, die onlosmakelijk is verbonden met basketbal. Dan doen we er dus
niet genoeg mee. Wij zijn een samenwerking met het ROC aangegaan
waardoor honderden jongeren met de sport in aanraking komen. Want
onderwijs en sport horen bij elkaar en maken in Nederland te weinig
gebruik van elkaar.”
Pieper diende bij de FEB een beleidsplan in
waarbij hij onder andere clubs wil verplichten tot de opzet van
jeugdteams. „Drie ploegen, in de leeftijdscategorieën onder twaalf,
onder veertien en onder zestien jaar. Wie niet meewerkt kan straffen
verwachten en de licentie verliezen. In Amsterdam hebben we nu twee
teams met de beste spelers uit de regio in de categorieën onder achttien
en onder twintig jaar. We hebben meer talent dan de club ooit heeft
gehad. Ik verwijt niemand wat, maar wij willen de regio Amsterdam nu
laten zien hoe je basketbal moet spelen. Ook Den Bosch, Groningen en
Nijmegen gaan mee in die ontwikkeling, maar het is nog niet genoeg.”
De
visie van Pieper komt gedeeltelijk overeen met die van bondscoach Marco
van den Berg, die zich stoort aan clubs die met een begroting van zo’n
acht ton een kampioenskandidaat samenstellen met slechts Amerikaanse
spelers. Pieper: „Maar een goede Amerikaan houdt geen Nederlands talent
tegen. Ik vind dat de bondscoach te veel zeurt over het gebrek aan goede
Nederlandse spelers. Dat is het paard achter de wagen spannen. Het is
het gevolg van niet agressief genoeg op de jeugdopleiding hameren. Hij
heeft een aanzet gegeven, maar het is wel een beetje laat. En dat geldt
niet alleen voor hem, maar ook voor de Nederlandse Basketbalbond, hoewel
de nieuwe voorzitter goede initiatieven neerzet.”
Pieper zocht al
contact met zakenvriend James Dolan, eigenaar van de New York Knicks
uit de Amerikaanse profcompetitie NBA. „Toen ik in New York woonde ging
ik altijd kijken bij de Knicks. De NBA heeft in de Verenigde Staten een
fantastische job gedaan met de promotie van basketbal. Dat hoeven we
niet te kopiëren, maar bepaalde dingen kun je voorzichtig in Nederland
uitproberen, zonder veel stampij: media, marketing en merchandising. We
kunnen gegevens uitwisselen over de opleidingsprogramma’s en misschien
een uitwisseling van spelers opzetten.” Lachend: „We hadden het al over
de New Amsterdam Basketball Club.”
De dwingende woorden van
Pieper, erkent hij, komen voort uit de wil voortdurend eerste te zijn.
„Ik heb het altijd gehad. Bij een wedstrijd blijf ik altijd vechten, zo
lang er een kans is om te winnen. Dat is de stijl die in mij zit en daar
kom ik ook niet vanaf. Als ik niet alles kan geven wat ik in me heb,
dan stop ik pas ergens mee. Die instelling heb ik absoluut uit sport
gehaald. Het is tekenend voor de manier waarop je met uitdagingen en
tegenslagen bij andere dingen in het leven omgaat. De prestatiedrang en
de vechtlust komt van mijn moeder. Zij nam ook geen genoegen met het
gemiddelde. Mijn vader was iemand die begeleidde, maar niet echt
uitdaagde. Het overbrengen van informatie – zodat je er iets mee kunt –
heb ik van hem.”
Pieper, geboren in Vlaardingen als oudste van
twee zoons van het hoofd van een monteursopleiding en een telegrafiste,
begon zelf als tiener met basketballen. Een groeispurt had hem het
voetballen bij de lokale club VFC onmogelijk gemaakt. Hij speelde zich
als veertienjarige in het eerste team van Green Eagles Maassluis, met
aanpassingsproblemen als gevolg. „Ik was totaal onervaren en werd
permanent in de maling genomen. In het begin ben ik een aantal keer
helemaal nat gegaan. Toen ik merkte dat lichaamskracht en -gewicht zo
belangrijk waren ben ik daar op gaan trainen. Op mijn zestiende was ik
al twintig kilo zwaarder.”
Bij Juventus Schiedam dwong Pieper als
achttienjarige selectie af voor de nationale jeugdploeg. Maar drie weken
na de uitverkiezing werd hij met een teamgenoot op de motor frontaal
aangereden door een spookrijder. „Mijn hele linkerkant lag aan gruizels.
Met de pijn kon ik later gewoon spelen, maar ik ben motorisch beperkt
gebleven. Ik zeg niet dat ik de eredivisie had gehaald, maar nu was de
promotiedivisie zeker mijn plafond.”
In Duitsland speelde Pieper
als twintiger bij BC Darmstadt in de 2. Bundesliga, waar toen al actie
werd ondernomen tegen het stijgende aantal buitenlandse spelers. „Heel
gek, ik moest met Amerikanen en andere niet-Duitsers knokken voor het
maximum van twee plaatsen.”
In de Verenigde Staten stopte Pieper
met basketballen, maar hervond hij de zeilsport, die hij als jongen met
zijn vader op nationaal niveau had beoefend in de Vrijheidsklasse. In
San Francisco Bay pakte hij in de jaren negentig het wedstrijdzeilen
weer op. Met zijn zeiljacht Favonius, net als een van zijn
investeringsmaatschappijen vernoemd naar de Romeinse God van de
westenwind, won hij als stuurman van een twintigkoppige crew vooral
Amerikaanse regatta’s en heeft hij nu zijn zinnen gezet op de Swan Cup.
„We zijn meerdere malen tweede en derde geworden, maar nog nooit eerste.
Elke keer proberen we het weer. Ook daarin ben ik fanatiek, al is het
wat minder dan een paar jaar geleden. Het leuke van zeilen is de
ervaring van afhankelijkheid van anderen. Als er eentje staat te
rommelen, maakt hij het werk van negentien anderen zwaarder. Een persoon
kan de hele wedstrijd verzieken, dus gaat iedereen voluit.”
Gesteld
voor de keuze tussen de twee sporten kiest Pieper toch voor bal en
houten speelvloer. „Ik heb met basketbal meer het gevoel, de sfeer en de
emotie. Facetten als teamwork, doorzetten en discipline zie je beter
terug. Je leert ook beter je fysieke grenzen kennen. Zeilen is ook een
lichamelijk zware sport, maar ik denk toch meer aan tactiek, strategie
en schaken. Je niet druk maken om dingen die je niet kunt controleren,
zoals de natuur, maar juist wel om je materiaal. Je probeert zo veel
mogelijk risico’s uit te sluiten. De twee sporten samen hebben veel
invloed gehad op hoe ik uitdagingen aanga.”
*
Leeswijzer van het
Grote Arik Shivek Interview
Prelude: UPDATED Column
'Mastercoach'
door Aart Dekker
In welke rol van Arik Shivek het meeste
kunnen betekenen voor het Nederlandse Basketball? Als Hoofd-OLA,
Aanjager van het Masterplan Basketball, Bondscoach Mannen en Coach
van de Coaches!
Deze Column is in licht
aangepaste vorm ten opzichte van de eerdere versie --- Hier
--- te lezen. Online sinds 19 mei 2023
Deel-1: Waarom dit
interview? Waarom kwam Shivek terug naar Nederland?
Wat behelst zijn huidige taak als
Hoofd-coach van de Orange Lions Academy Mannen (OLA)? Wat is OLA
eigenlijk? Hoe werkt het en waar staat OLA nu nationaal en
internationaal? Mening over controverses en het imago van OLA?
Online sinds 19 mei 2023 en ---
Hier --- te lezen.
Deel-2: Anderen over
Shivek(1) – OLA-staffers en -spelers over Arik Shivek.
Hoe is hij als persoon, als coach, als
coach van de coaches en visionair? Hammerstein,
Peters, Ngouateu, De Vaal en Lemes.
Deel-3: Hoe werd Shivek
coach en hoe ontwikkelde hij zich tot een Top-coach? “Hoe
word je een goede coach?”
Arik Shivek over zijn jeugd, zijn start
als coach, leren en het vragen van advies. Over het noodzakelijke
vermogen je aan te passen aan situaties, mensen en culturen. Ari
betekent ´Lion´. En de successen in Israël.
Deel-4: Zijn komst naar
Nederland. Coachen in de (A)HBW en zijn komst naar ABC Amsterdam
Arik verlaat Israël en komt naar
Amsterdam, en wat Piet Meijer daar mee te maken had. Over coachen op
de AHBW en de impact op zijn carrière en de betekenis van de AHBW in
Israël en Nederland.
Deel-5: Coachen bij
Amsterdam, Antwerpen, wederom Amsterdam en Mons.
Over de successen met de Astronauts van
ABC Amsterdam, en het 5-jaren-plan om bij de Europese Top te gaan
horen. Over scheve ogen tegenover ambitie, succes en solidariteit en
het stijgen van het algehele niveau als er een team domineert.
Deel-6: Anderen over
Shivek (2) en publicatie(s) over de periode van Deel-5.
6a - Achtergrond bij de periode van Arik Shivek bij ABC Amsterdam Astronauts - NRC-interview met Vz. Roel Pieper
On-line: 4 juni 2023 Je
vindt het --- Hier ---
6b - Ferry Steenmetz, en anderen.
On-line: rond 28 mei 2023 Je
vindt het --- Hier ---
Deel-7: Het Masterplan
en het opleiden van coaches. De essentie van het Masterplan.
Hoe leidt men in Israël coaches op?
Over het managen van Nationale Jeugd Teams in Nederland en Israël.
Over het opleiden van coaches in Nederland – ´er moet veel
veranderen!´ De essentie van het Masterplan. En hoe Nederland
Internationaal Topbasketball kan terugkrijgen...promoot het (beter)!
On-line: rond 30 mei 2023 Je
vindt het --- Hier ---
Deel-8: Clinic(s)
waarin Shivek de speelstijl neerlegt voor het Nederlandse
Basketball
...deze zou in ieder geval bij alle
Nationale Teams de basis van het spelconcept moeten zijn. (Deze zijn
al te vinden via de NBB-kanalen)
On-line: rond 1 juni 2023 Je
vindt het --- Hier ---
Deel-9: De Toekomst van
het Nederlandse Basketball: meer divers basketball, de rol van de
media en accommodaties en het belang van Samenwerking.
De rol die schoolbasketball speelt in
Israël en de noodzaak van balans brengen voor spelers die op
meerdere niveaus-in meerdere teams (tegelijk) spelen. Het verschil in
media-aandacht in Israël en Nederland. Het belang van samenwerking.
Het belang van meer en betere Basketball-arena´s.
On-line: rond 3 juni 2023 Je
vindt het --- Hier ---
Epiloog
What's next for Arik Shivek? En eventueel laatste ontwikkelingen.
Arik Shivek over
zijn plannen voor de toekomst.
On-line: rond 5 juni 2023 Je
vindt het --- Hier ---
(*) Over automatische vertaling in YouTube:
Om ondertitels bij de
video’s te zien:
klik onderin de YouTube player
op het CC icoon.
Via het tandwiel icoon
kun je de gewenste taal kiezen.
Watching the videos
with subtitles:
click the CC icon in the bottom
part of the YouTube player.
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden