Posts tonen met het label Read. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Read. Alle posts tonen

zaterdag 20 januari 2024

SHARTIE AARTDEKKER / ACTUELER DAN OOIT / LOON NAAR WERKEN? VOOR DE MEESTE MENSEN NIET! / GROENE ONDERZOEK (2018): Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel - ‘We zijn terug in de negentiende eeuw’ / De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet... /

 

*

SHARTIE AARTDEKKER - ACTUELER DAN OOIT! 

LOON NAAR WERKEN? VOOR DE MEESTE MENSEN NIET!!

De SP had (en heeft) Gelijk - Maar kreeg het (alweer) niet...

GROENE ONDERZOEK (2018): 

Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel

‘We zijn terug in de negentiende eeuw’

Een punt dat Lilian Marijnissen  - tijdens haar (vooralsnog) laatste Verkiezingscampagne voor de SP -  regelmatig maakte  - maar niet wist te SCOREN; er was DOMWEG geen ENKELE INTERESSE voor -  was: inmiddels zijn de WINSTEN die in Nederland worden gemaakt in totaal GROTER dan de UITBETAALDE LONEN..!

Als je er over nadenkt een absurditeit van ongekende omvang. Die mening zijn inmiddels zelf vele miljonairs en miljardairs toegedaan, en die vragen er dan ook steeds luider om om eerlijk belast te worden...maar de politiek luistert er nog maar mondjesmaat naar...want die is grotendeels populistisch en bang...of leeft nog in vroeger tijden...

De Groene Amsterdammer  - net als de SP niet zelden jaren voorlopend in zijn Analyses en Remedies - schreef al in 2018 over de tendens dat de Loonsom steeds maar verder afneemt ten opzichte van de Winsten  - de Beloning voor het Kapitaal - dat artikel is dus ACTUELER DAN OOIT!

En daarom zeg ik: een MUST-READ voor IEDEREEN, juist ook voor de mensen die denken dat Rechts ons uit de ELLENDE gaat trekken...

(AD)

*

Onderzoek Dertien oorzaken waarom de lonen niet stijgen en de winsten wel

‘We zijn terug in de negentiende eeuw’

De ook door sociaal-democraten hartstochtelijk ondersteunde neoliberale koers van de afgelopen decennia heeft de positie van werkenden aanzienlijk verzwakt. Werkgevers, aandeelhouders en andere financiële avonturiers zijn de lachende derde.

Mirjam de Rijk beeld Kamagurka

nr. 9

De economische groei gaat aan de meeste mensen voorbij, bedrijven en vermogenden eigenen zich een steeds groter deel van de koek toe. De bezorgdheid daarover neemt van links tot rechts snel toe, maar veel verder dan ‘gossie wat erg’, ‘de vakbonden zijn te zwak’ of ‘de lonen zouden omhoog moeten, maar dat hebben we niet in de hand’ komt het niet. Als het over de oorzaken gaat, ligt het al gauw aan de globalisering of de technologische ontwikkeling, waardoor de indruk ontstaat dat er weinig aan te doen valt.

De stagnerende lonen en stijgende winsten zijn echter het gevolg van concrete politieke keuzes, van het beleid in de afgelopen decennia. Keuzes die de positie van werkenden verzwakten en de positie van kapitaalbezitters en werkgevers versterkten. En ja, de rode draad in die keuzes is neoliberaal gedachtegoed. Maar doordat het daarmee wordt samengevat blijft het bijna even ongrijpbaar als ‘globalisering’ of ‘automatisering’. Daarom een speurtocht naar hoe het zo ver heeft kunnen komen. Dertien oorzaken, die vrijwel allemaal voortkomen uit politieke beslissingen.

1. Het geld krijgt de vrijheid

Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw konden geld en andere waardepapieren moeilijk de landsgrenzen over. Het besluit van de Europese Unie uit 1993 om vrij verkeer van kapitaal toe te staan zorgde voor een enorme versterking van de onderhandelingsmacht van alles en iedereen met kapitaal. ‘Sindsdien is het: “Pas maar op met wat je eist, want we kunnen ons kapitaal zo verhuizen”’, vat economisch historicus Bas van Bavel de veranderde verhoudingen samen. De enorme mobiliteit van kapitaal werd mede mogelijk gemaakt door nieuwe informatietechnologie, maar het waren politieke besluiten die ervoor zorgden dat kapitaal niet alleen de wereld over kón flitsen, maar ook mócht flitsen, op zoek naar de plek waar het het meest rendeert.

Daarnaast werden ook tal van andere financiële restricties in de jaren tachtig en negentig opgeheven. Banken hoefden zich voortaan niet langer te beperken tot het bewaren van spaargeld en het verschaffen van krediet, maar mochten voortaan allerlei financiële ‘producten’ ontwikkelen. Het bracht een stroom van ondoorzichtige financiële instrumenten en advisering op gang, die voor banken lucratiever zijn dan saaie kredietverlening. Ook het opkopen en weer verkopen van andere bedrijven en bedrijfsonderdelen werd gemakkelijker gemaakt.

Een andere vorm van financiële deregulering, met grote gevolgen voor de verhouding tussen bedrijven en werknemers, was het opheffen van de restricties voor ‘Bijzondere Financiële Instellingen’, oftewel brievenbusfirma’s, begin jaren tachtig. De vrijheid voor bfi’s gaf een boost aan belastingontwijking, en daarmee aan de verschuiving van belasting op winst naar belasting op arbeid. Want het geld voor publieke voorzieningen moet ergens vandaan komen, en de bfi’s zorgen ervoor dat bedrijven daar steeds minder aan bijdragen. Het aantal bfi’s groeide van zevenhonderd eind jaren zeventig naar vijftienduizend in 2012.

‘Het gekke is dat de vele instituten die pleiten voor hogere lonen, van de ecb tot het imf en de oeso, niet de relatie leggen met de deregulering van het kapitaal en de arbeidsmarkt als belangrijke oorzaak daarvan’, zegt Ronald Janssen van tuac, het adviesorgaan van de vakbonden bij de oeso.

2. Aandeelhouders mogen het zeggen

Tot in de jaren tachtig hadden aandeelhouders in Nederland weinig te zeggen. Er waren veel minder bedrijven beursgenoteerd – ondernemingen die investeringskapitaal nodig hadden leenden van banken. De aandeelhouders die er waren, hadden wettelijk veel minder in de melk te brokkelen – de leiding van het bedrijf was de baas. Dat veranderde toen in de jaren negentig het zogeheten structuurregime voor bedrijven werd gewijzigd. Ook de code-Tabaksblat van 2004, voorbereid door een commissie onder leiding van Unilever-topman Morris Tabaksblat, gaf aandeelhouders meer macht. Vanuit Europa kwam daar de Europese overnamerichtlijn bij, op initiatief van EU-commissaris en oud-vvd-leider Frits Bolkestein. Fusies, overnames en verandering van de structuur van een bedrijf waren voortaan het domein van aandeelhouders. Met als gevolg dat veel geld van bedrijven gaat naar het overnemen van (delen van) andere bedrijven in plaats van naar lonen of investeringen in toename van de productie. ‘Kwartetten’, noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr) dat in haar onderzoek naar de financialisering van Nederland (2016).

Het eerder genoemde vrij maken van het kapitaalverkeer heeft ook grote effecten op het gedrag van aandeelhouders. Investeerden zij voorheen geduldig in bedrijven in eigen land, nu zijn ze weg zodra ze elders hogere rendementen kunnen krijgen.

Het kapitaal van bedrijven wordt sindsdien meer en meer ingezet voor snelle koersstijgingen in plaats van voor lonen en investeringen. De huidige beurs is een enorme prikkel tégen het belang van werknemers, benadrukt Hans Schenk, emeritus hoogleraar economie in Utrecht en gespecialiseerd in grote bedrijven en hun financiën. ‘Als een bedrijf een loonsverhoging aankondigt betekent dat vrijwel altijd het kelderen van de koers, terwijl het aankondigen van ontslagen meteen leidt tot koersstijgingen.’

Aandeelhouders hoeven hun macht overigens meestal niet letterlijk aan te wenden. Het management van bedrijven anticipeert ook zonder directe druk op de behoeften van de aandeelhouders. Dat is niet zo vreemd, want bij veel bedrijven is de beloning van de top afhankelijk van de aandelenkoers, een rechtstreekse prikkel voor het sturen op aandeelhouderswaarde in plaats van op de toekomstbestendige strategie van het bedrijf.

‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie’

3. Geld wint het bij bedrijven van mensen

Ook ‘gewone’ bedrijven, bedrijven die geen deel uitmaken van de financiële sector, zijn de afgelopen dertig jaar geld gaan verdienen met handel in financiële producten: derivaten en andere vormen van financial engineering die ontstonden dankzij financiële deregulering. Want waarom zou je nog kopjes of auto’s maken als je met financiële beleggingen meer kunt verdienen? Om welk deel van de omzet of de winst het gaat weet niemand, want het wordt nergens geregistreerd. Het is de omgekeerde wereld, stelt politicoloog Angela Wigger van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘In plaats van banken die geld verschaffen aan bedrijven verschaffen bedrijven nu het geld aan de financiële industrie.’ Winst van bedrijven vertaalt zich niet in loon of productieve investeringen, maar vloeit naar financiële instrumenten. Wigger: ‘Werknemers raken buiten beeld, want die heb je voor die financiële handel niet nodig.’

Belangrijker echter is een andere vorm van financialisering, stelt Arnoud Boot, hoofdauteur van het wrr-rapport over financialisering. ‘Bedrijven zijn alles wat ze doen in financiële maatstaven gaan vertalen. Dat zorgt niet alleen voor een enorme focus op de korte termijn, maar ook voor armoedig beleid. En datgene wat mensen toevoegen, namelijk samenwerken, is niet meetbaar en wordt daardoor ook niet erkend. Het is een vorm van financialisering die niet alleen in het bedrijfsleven hoogtij viert, maar evengoed bij de overheid en in de publieke sector.

Volgens Brits onderzoek in opdracht van de internationale arbeidsorganisatie ilo is financiële deregulering en de financialisering die daar het gevolg van is de belangrijkste oorzaak van het achterblijven van de lonen (Why Have Wage Shares Fallen, 2013).

4. Monopolies mogen hun gang gaan

Volgens de gangbare economische theorie komen exorbitante winsten in een vrije markt niet voor, want er zijn altijd concurrenten die het product voor een lagere prijs gaan aanbieden. De mededingingswetgeving moet er bovendien voor zorgen dat bedrijven nooit te groot worden. Die faalt echter hopeloos, meent Arnoud Boot. Want hoewel geen enkel bedrijf de hele markt in handen heeft, is er toch sprake van monopolieachtige praktijken. Boot: ‘Met als gevolg onverdiende winstgevendheid. Grote bedrijven doen er alles aan om concurrentie uit te bannen en overheden helpen hen daarbij. Schaalvergroting van bedrijven gaat al lang niet meer over kostenvoordeel, maar over het uitbannen van concurrentie, bijvoorbeeld door concurrenten op te kopen.’ Nationale overheden zullen hier nooit tegen optreden, analyseert Boot. Soms omdat ze maar wat trots zijn dat ‘hun’ bedrijf groeit, soms uit angst dat het bedrijf anders vertrekt. Boot: ‘De Europese mededingingsautoriteit probeert het soms wel, maar het is verrekte lastig. We hebben een veel te optimistisch beeld van de markteconomie.’

Econoom Aldert Boonen van de fnv: ‘Albert Heijn heeft een derde van de markt in handen. Dat is officieel geen monopolie, maar in de praktijk is het dat wel.’ De supermarktketen zet met haar grote marktaandeel toeleveranciers onder druk, waarop die toeleveranciers aan het bezuinigen slaan op hun werknemers. Boonen: ‘We hebben als vakbeweging die verdekte monopolies en de invloed daarvan op de arbeidsvoorwaarden pas sinds kort op het netvlies.’

Ook de gevoeligheid van consumenten voor merken versterkt de winstgevendheid van bedrijven, stelt Boonen. ‘Neem spijkerbroekenmerk Diesel. Diesel maakt die broeken niet, ze kopen de kant-en-klare producten in Azië voor een paar euro en zijn zelf alleen maar verhandelaar. Maar omdat er Diesel op staat kunnen ze er honderd euro per stuk voor vragen. Een hoge prijs vergroot zelfs de status van het merk, dus tel uit je winst. En de concurrent doet precies hetzelfde.’ De combinatie van merkmacht en het uitbesteden van de productie zorgt voor lage lonen en hoge winsten.


5. Pensioenfondsen doen mee aan rendementjagen

Op het eerste gezicht lijken pensioenen dé manier om werkenden een graantje mee te laten pikken van de hoge winsten en beleggingsrendementen. Toch is het eerder omgekeerd. Pensioenfondsen zijn zich de afgelopen decennia steeds meer gaan richten op snelle hoge rendementen, en daarmee dragen ook zij bij aan de financialisering van de economie, stelt de eerdergenoemde wrr-studie. Arnoud Boot: ‘De fondsen zijn beleggers in waardepapieren geworden in plaats van investeerders gericht op echte economische productie.’ Dat pensioenfondsen zich gedragen zoals ze zich gedragen heeft alles te maken met de Nederlandse regels rond pensioenen. Boot: ‘Het systeem van dekkingsgraden en rekenrente zorgt ervoor dat de fondsen zich richten op een schijnwerkelijkheid. Langetermijninvesteringen zijn moeilijker meetbaar dan snel stijgende aandelenkoersen. Natuurlijk hebben we allemaal belang bij een goed pensioenrendement, maar niet bij lucht.’ Werd er twintig, dertig jaar geleden nog vooral in Nederland belegd in langjarige investeringen in bijvoorbeeld woningen, inmiddels zit bijna alle vermogen in buitenlandse waardepapieren. Boot: ‘En de les uit het verleden is dat je een deel van dat geld altijd kwijtraakt.’

Het faillissement van V&D, een paar jaar geleden, zorgde voor een wake-up call bij de vakbeweging. Vakbonden besturen samen met werkgevers de pensioenfondsen. De warenhuisketen ging failliet nadat ze was leeggezogen door ‘investeringsmaatschappij’ Sun Capital, waar pensioenfondsen in belegden. Tienduizend mensen verloren hun baan.

De financiële deregulering, de toegenomen macht van aandeelhouders en de enorme schaalvergroting van bedrijven vergroten allemaal de onderhandelingspositie en macht van bedrijven. Tegelijkertijd werd de positie van werkenden juist verzwakt.

6. Loonmatiging als heilige graal

Je zou het met de huidige eensgezindheid over de noodzaak van loonstijgingen bijna vergeten, maar een kleine veertig jaar lang zwoeren werkgevers, werknemers en overheid bij loonmatiging. Het beteugelen van de lonen zou zorgen voor meer werkgelegenheid, voor extra investeringen en voor toenemende export. Veertig jaar geleden was daar ook best iets voor te zeggen, de lonen stegen in de jaren zeventig sterker dan de arbeidsproductiviteit en dat gaat niet heel lang goed. Maar loonmatiging bleef ook de heilige graal toen er economisch helemaal geen reden meer toe was, sterker nog, toen er economisch veel voor te zeggen was de lonen flink te laten stijgen. Zonder loon immers geen koopkracht, en de Nederlandse economie is voor zeventig procent afhankelijk van de binnenlandse vraag naar producten en diensten.

En zelfs nu kost het de fnv soms moeite de eigen mensen te overtuigen, zegt Zakaria Boufangacha, dagelijks bestuurder van de fnv. ‘Het idee dat een minder hoge looneis goed is voor de werkgelegenheid en de concurrentiepositie zit diep.’ Op zichzelf hoeft de extra beloning van werkenden niet in directe loonstijging te zitten, er kan ook gekozen worden voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar niet alleen de lonen zelf stagneren, ook het totale deel van het nationale inkomen dat naar werkenden gaat, daalt. Beleidsadviseur arbeidsvoorwaarden Saskia Boumans van de fnv: ‘We hadden te weinig op het netvlies dat ondertussen de winsten sterk toenamen, en dat de aiq daalde.’ De aiq, de arbeidsinkomensquote, meet welk deel van alles wat er wordt verdiend naar de a van arbeid gaat, inclusief flexwerk en zzp. Overigens stelt de fnv inmiddels weer stevige looneisen, van 3,5 procent.

Een belangrijk argument voor loonmatiging was decennialang dat loonstijgingen zorgen voor prijsstijgingen, dus inflatie, en dat er zo een eindeloze vicieuze cirkel van loon- en prijsstijgingen zou ontstaan. Prijsstijgingen leiden immers weer tot nieuwe looneisen. Opmerkelijk is dat de redenering ‘loonstijgingen zorgen voor inflatie’ geen reden was om de lonen te verhogen toen er afgelopen jaren juist gebrek aan inflatie was. Maar het hele idee dat looneisen als vanzelf tot inflatie leiden is een misverstand, stelt Servaas Storm, econoom en onderzoeker aan de TU Delft. ‘Dat gebeurt immers alleen als bedrijven de prijzen vanwege die loonstijgingen moeten verhogen. Maar met de huidige winsten kan de loonstijging makkelijk uit de winst betaald worden, de prijzen hoeven helemaal niet toe te nemen als de lonen omhoog gaan.’

‘We hebben in Nederland meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor ze, leid ze op’

7. De overheid remt lekker mee

De overheid gaat, afgezien van de ambtenarensalarissen, officieel niet over de lonen, maar achtereenvolgende kabinetten hebben met tal van maatregelen sterk bijgedragen aan loonmatiging. Door te dreigen dat ze anders de cao-afspraken niet algemeen bindend zou verklaren (die avb zorgt ervoor dat de cao voor de hele sector geldt, ook bij bedrijven die niet mee-onderhandelden), door het wettelijk minimumloon te bevriezen of te verlagen, en door het psychologisch effect dat uitgaat van het korten van de ambtenarensalarissen. Het Centraal Planbureau, belangrijk adviesorgaan voor het kabinet, schatte tot 2008 de loonruimte stelselmatig te laag in: de werkelijke loonruimte (bestaande uit toename van de arbeidsproductiviteit plus inflatie) bleek jarenlang achteraf hoger te zijn dan wat het cpb inschatte.

De hoogte van het minimumloon is sterk bepalend voor de lonen aan de onderkant. Het minimumloon werd in de jaren tachtig verlaagd en groeide ook daarna niet mee met de gemiddelde welvaartsstijging. In 1976 was het minimumloon nog 68 procent van het gemiddelde loon, inmiddels is dat 48 procent. Tegelijkertijd werden juist meer mensen afhankelijk van de hoogte van het minimumloon, omdat er met name in de jaren negentig steeds meer loonschalen bij kwamen die nauwelijks boven het minimumloon zitten.

Toen het wettelijk minimumloon eind jaren zestig werd ingevoerd, was het criterium dat een gezin met twee kinderen, wonend in de stad, ervan kon leven. Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid: ‘Dat behoeftecriterium is losgelaten. Impliciet of expliciet wordt ervan uitgegaan dat gezinnen minstens anderhalf-verdiener zijn. Maar dat betekent dus wel een lager loon per uur.’ Het verlagen van het minimumloon is gunstig voor de overheidsfinanciën, omdat de hoogte van de bijstand en een paar andere uitkeringen afhankelijk is van de hoogte van het minimumloon.

8. Door meer werknemers hebben werkgevers meer keus

De vijver waaruit werkgevers hun werknemers kunnen kiezen, werd de afgelopen decennia systematisch groter. In de eerste plaats natuurlijk doordat vrouwen vanaf de jaren tachtig veel meer betaald gingen werken. Maar ook door het bevorderen van de komst van arbeidskrachten uit de rest van Europa. Een grotere vijver betekent minder onderhandelingsmacht voor werknemers. De arbeidstijdverkorting van begin jaren tachtig (van pakweg veertig naar 38 uur) zorgde er nog even voor dat het reservoir van arbeidskrachten enigszins binnen de perken bleef, maar daarna waren er slechts bewegingen die de keuzemogelijkheden voor werkgevers vergrootten.

Zo bepaalt de Europese Detacheringsrichtlijn van 1997 dat werknemers uit andere Europese landen die hier komen werken grotendeels betaald kunnen worden volgens de regels van het land van herkomst. Zeker na de uitbreiding van Europa met relatief arme landen met lagere lonen en sociale zekerheid werden werknemers van elders een aantrekkelijk alternatief voor werkgevers.

Onlangs maakte uitzendconcern Randstad bekend dat het jaarlijks tachtigduizend mensen uit Oost- en Zuid-Europa en India wil aantrekken om de tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt op te lossen. Maurice Limmen, voorzitter van het cnv: ‘Dan denk ik: we hebben in Nederland toch ook nog meer dan een miljoen mensen die graag een baan willen. Doe wat moeite voor die mensen, leid ze op, zorg voor herintredende vijftigplussers. Maar het is goedkoper en makkelijker om mensen uit het buitenland te halen.’

Niet alleen vrouwenemancipatie en goedkope arbeid uit Oost-Europa, ook verandering van de studiefinanciering zorgt voor een grotere vijver van arbeidskrachten. Tot begin jaren negentig hadden studenten een basisbeurs én mocht je als student naast die beurs nauwelijks bijverdienen. Door het vrijwel afschaffen van de studiebeurs en het schrappen van de bijverdienregels kwamen er honderdduizenden slimme, flexibele en met weinig loon genoegen nemende studenten de arbeidsmarkt op.

Intrigerend is dat als arbeid overvloediger wordt de macht van werkenden afneemt, maar dat kapitaal geen last heeft van zijn eigen overvloedigheid: er is veel meer geld dan de economie nodig heeft of zelfs aankan, maar toch wordt kapitaal niet minder machtig, integendeel. De simpelste verklaring daarvoor is natuurlijk dat mensen moeten eten, waardoor het stellen van eisen per definitie lastiger is. ‘Maar bovendien heeft het kapitaal een markt voor zichzelf gecreëerd buiten de reële economie, door speculatie en nieuwe financiële instrumenten’, zegt Bas van Bavel. De lage rente is een afspiegeling van de overvloed van kapitaal, maar het geld heeft andere manieren om aan te groeien.

9. Met minder sociale zekerheid kun je minder eisen

De afgelopen decennia zijn de toegang tot sociale zekerheid en de hoogte van de uitkeringen stelselmatig verminderd. En dat, zeggen ook de oeso, het imf en de Europese Commissie, zorgt voor een verslechtering van de onderhandelingspositie van werkenden. Wie werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt heeft minder vangnet om op terug te vallen en gaat daardoor eerder akkoord met slechte arbeidsvoorwaarden.

Socioloog Cok Vrooman, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, onderzocht hoe de hoogte, duur en voorwaarden van de sociale zekerheid zich in de afgelopen decennia ontwikkelden. De inkomenszekerheid van mensen onder de 65 (bijstand, arbeidsongeschiktheid, WW) nam sinds 1980 in Nederland met 34 procent af, berekende hij. Sinds 1990 is de daling zelfs nog forser (38 procent), want tussen 1980 en 1990 nam de zekerheid eerst nog toe. Gecorrigeerd voor inflatie is het sociaal minimum (de optelsom van bijstand plus toeslagen) nu lager dan in 1980.

Het begon allemaal met het rapport Een werkend perspectief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1990. Zelden werd een advies zo snel en grondig omgezet in beleid. ‘Werk boven inkomen’ werd voortaan het adagium. Sociale zekerheid was voortaan niet meer bedoeld als inkomenszekerheid, maar werd een instrument om mensen te ‘prikkelen’ om werk aan te nemen, zowel in hoogte als in voorwaarden. Uitkeringsgerechtigden mogen steeds minder eisen stellen aan het werk en de arbeidsvoorwaarden die ze accepteren, en mensen onder de 27 hebben sinds 2009 in principe geen recht op een uitkering.

‘Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn’

10. Nederland is kampioen flex

De Nederlandsche Bank was er in haar onderzoek van een paar weken geleden helder over: het achterblijven van de lonen is voor pakweg de helft te wijten aan de opmars van flexwerk. Niet alleen krijgen flexwerkers slechter betaald, door de opmars van flex durven ook de mensen die wel een vaste baan hebben minder eisen te stellen uit angst hun baan te verliezen. Bovendien zijn mensen met flexwerk veel minder vaak lid van een vakbond, wat de onderhandelingspositie van vakbonden verslechtert. Nederland is kampioen flexwerk doordat tal van regelingen flex zeer goedkoop maken voor werkgevers.

Naast flex zorgen ook aanbesteding en outsourcing voor lagere lonen. Bedrijven en organisaties die voor hun opdrachten afhankelijk zijn van het winnen van een aanbesteding doen er alles aan om hun prijs te drukken door de lonen zo laag mogelijk te houden. Bovendien zorgt aanbesteding voor meer flex, want wie afhankelijk is van het winnen van aanbestedingen wil zo min mogelijk vast personeel. De balkanisering van de arbeidsmarkt, noemt Ronald Janssen van tuac dat. Janssen: ‘In discussies over gebrek aan loonstijging wordt tegenwoordig bijna beschuldigend naar vakbonden gewezen: jullie hebben macht verloren, sukkels. Maar vergeet niet dat het verlies van macht een rechtstreeks gevolg is van beleid, van hoe werk georganiseerd is.’

Bij de acties in de schoonmaak trokken de vakbonden sámen op met de werkgever van de schoonmakers (bedrijf csu), omdat de werkgever zich ook gemangeld voelde tussen de aanbesteders. Marktwerking en privatisering in de publieke sector hebben de hoeveelheid aanbestedingen sterk opgevoerd. Zodra in een sector marktwerking wordt geïntroduceerd, zoals in de zorg, moeten opdrachten volgens regels van de Europese Unie aanbesteed worden.

In dezelfde lijn ligt het outsourcen van bedrijfsonderdelen die voorheen deel uitmaakten van het eigen bedrijf. Doordat activiteiten als de schoonmaak en de catering worden uitbesteed aan een ander bedrijf valt dat personeel niet onder de eigen cao, en wordt het slechter betaald. Het ‘verdampen van het werkgeverschap’ noemt Ronald Dekker, arbeidseconoom van onderzoeksinstituut Reflect van de Universiteit van Tilburg dat.


11. Werkenden betalen de belastingverlichting van bedrijven

De afgelopen decennia gingen de belastingen voor bedrijven omlaag en die voor werkenden omhoog. De winstbelasting voor bedrijven is gehalveerd en het huidige kabinet wil deze nog verder verlagen. Vooral sinds de crisis van 2008 zijn de lasten voor werkenden juist sterk gestegen, van 19,8 procent naar 22,2 procent (uitgedrukt in percentage van het bruto binnenlands product). Daar komen de pensioenpremies nog bovenop. Dat zorgt er niet alleen voor dat werkenden netto minder overhouden, het beïnvloedt ook de loononderhandelingen. Want door de gestegen lasten op arbeid nemen de loonkosten voor werkgevers toe, ook als de lonen zelf niet stijgen. Werkgevers grijpen die gestegen loonkosten aan om de lonen niet te verhogen: de loonruimte gaat op aan de gestegen premies en belastingen op de lonen, zeggen zij. Ze verzuimen er echter bij te zeggen dat hun eigen belastingen zeer sterk gedaald zijn, waardoor er wel degelijk ruimte is gekomen om de lonen te verhogen.

12. Een klusjeseconomie voor werklozen

Het is een debat voor ingevoerde intimi, maar levendig is het wel: wordt de koek voor werkenden niet vooral kleiner door de opmars van nieuwe technologie? Volgens werkgeversorganisatie vno-ncw is technologie de belangrijkste oorzaak van de daling van de arbeidsinkomensquote. Doordat bedrijven meer uitgeven aan technologische innovaties zijn minder arbeidskrachten nodig, logisch dat de factor arbeid dan een kleiner deel van de taart krijgt. Maar als dat waar zou zijn, zouden de investeringen toenemen. En dat doen ze niet. Ook zou de arbeidsproductiviteit, oftewel de gemiddelde hoeveelheid die per arbeidsuur geproduceerd wordt, flink stijgen, en dat gebeurt evenmin.

Maar technologie heeft wel op een paar andere manieren invloed op de verdeling van de koek. ‘Werkers kunnen gemakkelijker in de gaten gehouden worden en aangestuurd worden om zo hard mogelijk te werken, en alleen op de tijden dat ze echt nodig zijn’, verklaart Wiemer Salverda. ‘De baas weet precies hoe lang de caissière over iedere hoeveelheid boodschappen doet, en weet precies hoe de buschauffeur rijdt.’ Bovendien is er technologische werkloosheid, zoals dat is gaan heten: mensen die werkloos worden door automatisering gaan vervolgens vaak beneden hun niveau en salaris aan het werk. De werkloze bankmedewerker die Deliveroo-fietser wordt. Volgens Adair Turner, voorzitter van het internationale Institute for New Economic Thinking (inet), is dat de belangrijkste verklaring voor de in veel westerse landen haperende arbeidsproductiviteit: de opmars van de laagproductieve klusjes. Zo zorgt technologische ontwikkeling er wel degelijk voor dat werkenden een kleiner deel krijgen van het nationaal inkomen. Volgens hoogleraar Van Bavel heeft dat alles te maken met hoe er met technologische werkloosheid wordt omgegaan en hoe de klusjeseconomie wordt bevorderd. ‘Technologie mag nooit de schuld krijgen van het feit dat werkenden een kleiner deel van de koek krijgen. Want beleid bepaalt hoe technologie uitwerkt, dat bepaalt de technologie echt niet zelf.’

13. De rekening van de crisis daalt eenzijdig neer

Opmerkelijk genoeg veroorzaakte de financiële en economische crisis van 2008 nauwelijks een daling van de winsten van ondernemingen. Tegelijkertijd gingen werkenden er wel op verschillende manieren op achteruit, zowel in de marktsector als in de publieke sector. Het redden van de banken sloeg een gat in de staatsschuld en om het gat te dichten sloeg de overheid aan het bezuinigen. Met als gevolg een stijgende werkloosheid – alleen al in de zorg verloren tachtigduizend mensen hun baan – en stagnerende lonen. Ook werden, om de staatsschuld te verminderen, de belastingen en premies voor huishoudens verhoogd. Welk deel van de daling van de arbeidsinkomensquote precies het gevolg is van de manier waarop de crisis werd bestreden, is moeilijk te zeggen, maar dat het crisisbeleid bijdroeg aan de daling hoeft weinig betoog. Daarbij komt de algemene tendens om in tijden van economische tegenspoed de lonen te matigen, maar in tijden van voorspoed geen inhaalslag te maken.

Bij de dertien bovengenoemde oorzaken gaat het steeds om politieke keuzes, om beleidsbeslissingen. Maar ook meer psychologische aspecten spelen een rol bij de stagnerende lonen en stijgende winsten, benadrukt Maurice Limmen van het cnv: ‘Het idee van samen, collectief zorgen voor goede beloning en goede arbeidsvoorwaarden is een beetje zoek geraakt. Als de werkdruk de spuigaten uit loopt denken mensen eerder dat ze een cursus mindfulness moeten doen dan via ondernemingsraad en vakbond zorgen voor meer collega’s. Als je het niet aankunt, ligt dat zogenaamd aan jezelf.’

Ook bij werkgevers spelen psychologische motieven, weet Schenk, zelf commissaris bij drie bedrijven. ‘Zelfs als loonsverhogingen niet ten koste gaan van de winst bestaat er een grote weerzin tegen. Het sentiment is soms letterlijk: “Ze verdienen het niet.” Ze zien werknemers als mensen die schroefjes indraaien, als intellectueel inferieur, mensen die bij bosjes te krijgen zijn.’

‘Eigenlijk zijn we terug in de negentiende eeuw’, zegt economisch historicus Bas van Bavel. ‘Kenmerkend voor de negentiende eeuw én voor het huidige tijdsgewricht is dat kapitaal en arbeid alleen nog via “de markt” bij elkaar komen en dat de prijs van beide aan de markt wordt overgelaten.’

Arbeid en kapitaal kunnen op tal van andere manieren bij elkaar komen, maar die andere samenwerkingsverbanden om te produceren zijn óf gemarginaliseerd – coöperaties, familiebedrijven, ambachtslieden, middenstanders – óf zijn zelf volgens het marktsysteem gaan werken: woningcorporaties, voormalige coöperatieve banken en verzekeringen, grote delen van de publieke sector. De markt als prijsbepaler voor arbeid en kapitaal is niet ‘modern’, benadrukt Van Bavel, het is juist erg ouderwets. ‘De pure markteconomie die de laatste decennia is ontstaan, tierde ook in de zestiende en zeventiende eeuw welig.’ De periode waarin andere productieverbanden de boventoon voerden – vanaf een eeuw geleden tot pakweg eind jaren zeventig – kenmerkte zich juist door een sterke toename van de welvaart.

De grote vraag, zeker nu de kritiek op de markt als spelbepaler alom toeneemt, is waarom ook links of in ieder geval de sociaal-democratie zo lang is meegegaan in marktdenken en loonmatiging. Socioloog Merijn Oudenampsen, die onlangs startte met een groot onderzoek naar de opkomst van het neoliberalisme: ‘Zowel de bonden als de sociaal-democratie raakten in de jaren tachtig min of meer getraumatiseerd door de hoge werkloosheid. Bovendien werd het neoliberale gedachtegoed in Nederland door de kabinetten-Lubbers heel technocratisch gebracht. Als “het is nu eenmaal voor iedereen de beste oplossing”, in plaats van een ideologische strijd.’ Er was (en is) in Nederland veel minder discussie onder economen dan in andere landen. Oudenampsen: ‘De neoklassieke economen hebben hier ongeveer de hegemonie.’

Arnoud Boot verklaart het meegaan van links vooral uit het bandwagon-effect: ‘Iedereen praat elkaar na en tijd voor reflectie is er niet. En je ongemakkelijke gevoelens kun je altijd sussen door kleine verbeteringen aan te brengen, dan heb je toch je best gedaan.’


Dit is het tweede deel van een serie van Mirjam de Rijk over kapitaal en arbeid. Het eerste deel, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’, stond in De Groene Amsterdammer van 1 februari. De serie wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877

Meer Cartoons van 'Kamagurka' op Groene.nl  meer 'K' op de Groene   ---  Hier --- 

dinsdag 18 april 2023

MUST-HAVE/-READ BOEK 'GAME CHANGERS' in 2e Druk beschikbaar / BASKETBALL TWENTE: Rene Ebeltjes óók een Game Changer; 'Ondanks een veel te korte carrière heeft René Ebeltjes uit Enschede het basketbal in Nederland veranderd' / TUBANTIA /

René Ebeltjes scoort namens Fresno State tegen Utah State.

René Ebeltjes scoort namens Fresno State tegen Utah State. © Todd Allred

Ondanks een veel te korte carrière heeft René Ebeltjes uit Enschede het basketbal in Nederland veranderd

Hij was hard op weg geschiedenis te schrijven in het Nederlandse basketbal. Problemen met spieren en gewrichten als gevolg van voedselvergiftiging maakten echter voortijdig een einde aan de carrière van René Ebeltjes. Toch heeft hij een prominente plek in het boek Game Changers, de canon over het Nederlandse basketbal, die zaterdag 26 november is verschenen.

Tubantia, René Leferink 30-11-22 (Originele artikel   ---  Hier  ---)

Harry Kip was de meest succesvolle Twentse basketballer, de in Enschede geboren René Ebeltjes zonder twijfel de meest talentvolle. Nog een broekie toen hij bij Hatrans uit Haaksbergen en het Enschedese Interbril speelde, begin jaren 80, tijdens de hoogtijdagen van het basketbal in de regio. Na vier jaar college op Fresno State in Amerika, dé belofte van Oranje.

Bal moest naar Ebeltjes

„Ik was de MVP van het Nederlands team op een toernooi in Finland in 1988. Dé man waar de bal naartoe moest.” Hij kon scoren onder het bord, zijn positie met een lengte van 2.08 centimeter. „Maar ook driepunters, al waren die toen nog niet zo ingeburgerd als nu. In die optiek ben ik een beetje een game changer geweest.”

De inmiddels 57-jarige Nijverdaller zegt het met enige weemoed in zijn stem. In Finland speelde hij zijn laatste van in totaal 48 interlands. Hij liep in het land van de duizend meren een voedselvergiftiging op en dat was het begin van het einde van zijn carrière. Zijn spieren en gewrichten werden aangetast. Na zijn periode in Amerika, van (1986 tot 1990) probeerde hij het nog twee seizoenen in de vaderlandse eredivisie bij Weert, maar het lichaam wilde niet meer. „Ik weet niet waar mijn top had gelegen. Dat is heel frustrerend. Had ook altijd een droom op de Spelen van 1992 uit te komen. Ik heb veel moeite gehad dat te verwerken.”



Ik weet niet waar mijn top had gelegen. Dat is heel frustre­rend

René Ebeltjes

Het hoofdstuk in het boek gaat over zijn Amerikaanse periode, hoe hij als mens veranderde en zich als speler ontwikkelde. Frits van Rijn, een van de drie auteurs, tekende de ervaringen op van Ebeltjes en zijn tijdgenoten Jos Kuipers en Peter van Noord, die ook naar college gingen. „Wij waren zo’n beetje de pioniers van de Nederlanders die in de Verenigde Staten op college gingen.” Rik Smits, Nederlands bekendste en meest beroemde basketballer, ging een jaar eerder dan Ebeltjes. „Rik Smits was mijn back-up in Jong Oranje.” Nogmaals een bevestiging van het talent van de geboren Enschedeër.

Compleet ander mens

In de States, de bakermat van het basketbal, werd het jongetje een man. „Een Tukker kijkt de kat uit de boom. Ik ook. Was schuchter en introvert. Maar op Fresno State had ik niemand om op terug te vallen. Ik werd mondiger, kreeg levenservaring, werd een compleet ander mens.”

René Ebeltjes dunkt namens Fresno State in een wedstrijd in 1988.

René Ebeltjes dunkt namens Fresno State in een wedstrijd in 1988. © Terry Pierson

Bovendien kreeg hij een ijzeren discipline en leerde hij prioriteiten stellen. Moest ook wel, aangezien zijn leven alleen maar bestond uit trainen en studeren voor het diploma Elektrotechniek. „Ik was soms zo kapot dat ik in de kleedkamer een uurtje moest bijslapen.” Toch had hij die vier jaar college voor geen goud willen missen. „Als je naar het buitenland kunt gaan, moet je dat doen. Dat adviseer ik iedereen.”

Krachtiger en explosiever

Desondanks vroeg hij zich af of hij na vier jaar Amerika wel een betere speler was geworden. „Op training deden we eigenlijke heel simpele dingen. Vooral gericht op de basistechnieken.” De bevestiging kwam op een training van Oranje. „Ik flitste zo langs spelers heen. Was veel krachtiger en explosiever geworden.”

Hij herinnert zich uit die tijd een uitspraak van Mart Smeets, ook een auteur van het boek. ‘Heer o heer, wat een schouders’, zei de basketbalgoeroe toen hij Ebeltjes na jaren weer tegen het lijf liep. „Ze zagen me voor de periode Amerika als iemand in een streepjespyjama met slechts één streepje. Die pyjama had veel meer streepjes gekregen.”

Alles te danken aan coach

Ebeltjes heeft veel, zo niet alles, te danken aan Ron Adams, zijn coach bij Fresno State en tegenwoordig assistent bij de Golden State Warriors in de NBA. „Mijn debuutjaar was ook zijn eerste jaar als hoofdcoach. Adams rekruteerde veel spelers uit Europa, omdat hij daarvoor coach in België was geweest.”

Ebeltjes en Adams hebben nu, 30 jaar later, nog altijd veel contact. Zo reist de Tukker regelmatig op uitnodiging van Adams naar de States en komt hij bij NBA-wedstrijden achter deuren die voor anderen gesloten blijven. Af en toe ligt zijn oude school op de route. „Op college worden oud-spelers altijd erkend en geëerd, zo anders dan in Nederland.”

Michael Jordan

„En hoe groot basketbal mondiaal gezien ook is, het wereldje is klein.” Zo speelde Ebeltjes aan het einde van zijn periode in Amerika nog samen met Michael Jordan. „Via Ron Higgins, die ook op Fresno studeerde en toen ploeggenoot was van Jordan bij de Chicago Bulls. Hij nam me mee naar een toernooitje buiten het seizoen en daar was Jordan ook, terwijl hij dat van zijn club eigenlijk niet mocht.”

Ik durf zelfs te beweren dat in de jaren 80 voetbal en basketbal in Enschede weinig voor elkaar onder deden

René Ebeltjes

De sluimerende rooftocht op de spieren en gewrichten in het lichaam van Ebeltjes was toen al in gang gezet. Na college opgepikt worden door een NBA-ploeg was toen al geen thema meer. Ebeltjes keerde terug naar Nederland, maar speelde nauwelijks nog. „Toen was basketbal in ons land nog heel populair. Ik durf zelfs te beweren dat in de jaren 80 voetbal en basketbal in Enschede weinig voor elkaar onder deden.”

Avondje uit

„Een eredivisieclub in een stad of dorp bepaalt de cultuur. Dat merk je pas als het gebeurt. Zo was in Haaksbergen een wedstrijd van Hatrans een avondje uit. In die optiek is een eredivisieploeg ook een game changer.” Wat dat betreft is het wachten op een nieuw eredivisie-avontuur in Twente én een opvolger van René Ebeltjes.

Basketbal in Nederland krijgt gezicht met Game Changers

Game Changers beschrijft 126 jaar basketbal in Nederland. Het indrukwekkende boekwerk van 544 pagina’s eert de personen die de sport in Nederland én ver daarbuiten een gezicht hebben gegeven. Met bijzondere verhalen uit verleden en heden, veel uniek fotomateriaal en een schat aan statistische informatie. De verhalen zijn geschreven door Jacob Bergsma, Frits van Rijn en Mart Smeets. Game Changers kost 44,95 euro en is te bestellen via sportsmedia.nl

Ruim aandacht voor basketbal in Oost-Nederland

In Game Changers is ook ruim aandacht voor basketbal in het oosten van het land. „Oost-Nederland was als een van de eerste regio’s aangesloten bij de Nederlandse basbelbalbond. Heel opmerkelijk, want in die tijd was basketbal een echte Amsterdamse aangelegenheid”, vertelt Jacob Bergsma, een van de auteurs. „Klaas de Goede uit Winterswijk was zelfs een van de zes oprichters.” 

Ook is er verspreid door het boek aandacht voor de succesvolle Twentse jaren met Arke Stars, Hatrans en Interbril. „Een heel verhaal met Jimmy Moore over zijn periode bij Arke Stars en een geweldige anekdote over Dave Downey van Hatrans”, licht Bergsma een tipje van de sluier op. Tijdens de presentatie van het boek werden de veel te vroeg overleden Harry Kip en Margreet Visscher postuum geëerd.

 

Veel meer over Twents Basketball op de site van de Tubantia   ---  Hier  ---

Het fantastische boek 'Game Changers' over 75 jaar Basketball in Nederland is in 2e Druk weer te bestellen:   ---  Hier  ---

woensdag 29 maart 2023

AANRADER MARCH MADNESS JUNKIES / MUST-READ VOOR TALENTEN MET NCAA-AMBITIES: Ik las...Back Roads to March - The Unsung, Unheralded, and Unknown Heroes of a Basketball Season, John Feinstein / BASKETBALL WIJSHEID /

The Greatest of All: Love the Process

 

 

SHARTIE AART DEKKER - MUST-READ voor March Madness Junkies

Back Roads to March

The Unsung, Unheralded, and Unknown Heroes of a Basketball Season

John Feinstein

Het was bij lange na niet het eerste boek van John Feinstein over Basketball dat ik las.

Had het al een tijdje liggen, en dacht  - optimistisch als ik ben - een week of twee voordat 'March Madness' van start ging: 'Dit is het moment om dit boek te lezen, dan heb ik het uit als het allemaal begint...'

Veel te optimistisch!

Ik was er pas een week geleden mee klaar, en dan heb ik het eigenlijk nog veel te snel gelezen ook.

Zoals bij zoveel boeken van deze categorie van Feinstein: een ongelofelijke optocht aan namen  - van zalen, scholen, conferences, coaches, spelers en nog veel meer - locaties, wedstrijden, ontmoetingen, wetenswaardigheden, geschiedenissen en verhalen. Wil je ze allemaal een beetje verstouwen  - en dan heb ik het echt nog niet over 'allemaal onthouden' -  dan moet je het eigenlijk veel rustiger doen dan ik nu deed, want het duizelt je af en toe.

Toch kan ik een ieder die een beetje geïnteresseerd is in hoe het Amerikaanse Collegebasketball in elkaar zit, en waarom March Madness altijd weer verrast en vaak sensationeel is, alleen maar aanraden: 'Lees dit boek!'

Want je kan een abonnement nemen op ESPN en het hele seizoen alles wat die zender op dit gebied uitzendt van A-tot-Z met de volle aandacht volgen; je hebt op zijn hoogst een flauw idee van wat er allemaal speelt.

En Feinstein doet het allemaal uit de doeken, duidt het en zorgt ervoor dat je ineens dingen gaat begrijpen. Hij zet je ook aan tot nadenken, en ik durf best te zeggen dat het ook voor jonge talenten die dromen van het spelen van College Basketball in Amerika, hun ouders, coaches en andere begeleiders en adviseurs, een absolute noodzaak is om dit boek te lezen ruim voordat je daadwerkelijk stappen in die richting gaat ondernemen; een Must-Read dus! Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat er geen andere boeken en informatiebronnen bestaan waar je ook deze noodzakelijke kennis mee op kan doen, maar ik denk wel dat dit boek een en ander beknopter en vollediger biedt dan wanneer je zelf alle informatie bij elkaar probeert te zoeken... En dat dus ondanks wat ik in het begin van dit stukje schreef...

Het boek is min of meer opgebouwd rond de plaquette bovenaan  - een absolute Basketball-waarheid/-wijsheid, die te vinden in het Mekka van het College Basketball volgens Feinstein; The Palestra in Philadelphia. Ik kan het er alleen maar mee eens zijn.

Wie weet, kom ik nog weleens terug op de inhoud van dit boek...

(AD)


MEER:

washingtonpost.com/sports/colleges/harvard-vs-yale-at-the-palestra-splendor-in-the-ivy - John Feinstein


The Palestra — Visit Philadelphia

woensdag 4 januari 2023

SHARTIE AART DEKKER / AANRADER! MULTIFUCTIONELE DIKKE PIL T.G.V. 75 jaar NBB: 'Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland

Cartoon 'Koffietafelboek'

Cartoon van 'Kamagurka'

op Groene.nl meer 'K' op de Groene   ---  Hier ---


SHARTIE AART DEKKER

AANRADER!  MULTIFUCTIONELE DIKKE PIL T.G.V. 75 jaar NBB

Het boek 'Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland' is een Monument dat geen zichzelf respecterende Basketball Liefhebber mag missen!

Ik heb het nu een maandje in huis, en heb er nog geen moment spijt van dat ik het voor het introductietarief van Euro 39,99 heb aangeschaft, want het is met recht een Monumentaal Boek.

Waar ik vroeger  - zeg maar in de tijd van de Jaarboeken van Mart Smeets c.s. -  echter uren nachtrust offerde om het nieuw verworven boek  - meestal aangeschaft tijdens de inmiddels Legendarische (A)HBW te Haarlem, Rotterdam of Amsterdam, alhoewel...of dat laatste feitelijk mogelijk was weet ik even niet -  zo snel mogelijk uit te lezen, is dat nu niet het geval.

Een van de eerste nachten dat ik het in huis had las ik de verhalen 'Maarten van Gent en Henk Stolk | De hand van Stolk'  - omdat het gaat over mijn oude coach en huidige ietwat lastige goede verre vriend Maarten van Gent, over mijn helaas overleden geliefde oude Frisol/R-voorzitter Henk Stolk en over het memorabele Eerste Kampioenschap van Donar Groningen waar in het publiek zat -  omdat schrijver Jacob Bergsma van te voren aankondigde dat zelfs de insiders 'Dingen zouden lezen die ze nog nooit gelezen of gehoord hadden, was ik natuurlijk razend benieuwd naar dit verhaal. En Bergsma had niet overdreven; ook al heeft de zich nog weleens herhalende verhalenverteller Maarten van Gent mij er zeker enige tientallen keren over verteld, er zaten inderdaad elementen die ik niet (meer) wist en het verhaal was prachtig opgeschreven en smaakte naar meer...

Dus las ik er direct achteraan het door Bergsma vertaalde verhaal 'Ricky Lewis | De laatste keer' geschreven door Jimmy Moore. Met zowel Ricky als Jimmy heb ik een jaar enkele malen in de week getraind, het waren beiden meer dan uitstekende spelers en bijzondere persoonlijkheden, en over het tragische einde van de Basketball-loopbaan van Ricky Lewis was in de loop der jaren ook veel verteld, maar het fijne ervan wist ik niet. Ook dit verhaal heb ik bijna ademloos gelezen, alvorens het moede hoofd te ruste te leggen...

Want er zit  - zeker voor een eenogige, bepaald niet meer zo gemakkelijk lezende als vroeger, als ik -  toch ook wel nadelen aan dit boek. Het is  - zoals de cartoon hierboven uitbeeldt -  een Echt Koffietafelboek, het equivalent van een stoeptegel, het weegt een kilootje of drie, en het is groot in afmetingen. Voor iemand als ik  - die boeken en tijdschriften liggend pleegt te lezen met de tekst op een centimeter of tien afstand - dus niet op 'normale manier' te lezen. Het betreft lange verhalen, dus het boek in de hand  - nou ja; zeg gerust in twee handen - houdend lezen zit er ook niet in; je krijgt er lamme armen van. De twee bovenstaande verhalen las ik zittend op de bank, met het boek op schoot; ook niet echt comfortabel... Mijn conclusie: voor mij geldt dat het alleen leesbaar is op een verhoogde leestafel, met bijbehorende leesbril. Nou die leestafel heb ik in mijn huis niet paraat staan; dus vergt het boek ter hand nemen altijd wat re-arrangeren, en dat doe ik dus niet iedere dag...

Maar dat heeft dus dan weer als voordeel dat het een hele tijd zal duren voor ik het helemaal uit zal hebben, en er dus lang plezier van zal hebben!

U begrijpt, ik kan het aanschaffen van het boek alleen maar aanraden!

En dat kan nog steeds, bijvoorbeeld   ---  Hier  ---

Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland

€44,99




126 jaar basketball in Nederland heeft gezorgd voor gedenkwaardige hoogte- en dieptepunten. Dit indrukwekkende boekwerk beschrijft de weg die het Nederlandse basketball heeft afgelegd en eert de Game Changers die de sport in ons land én ver daarbuiten een gezicht hebben gegeven. Met bijzondere verhalen uit verleden en heden, veel uniek fotomateriaal en een schat aan statistische informatie.

Auteurs: Jacob Bergsma, Frits van Rijn en Mart Smeets

AD

zondag 25 december 2022

AANRADER! Boekpresentatie Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland

 

MAASPOORT

Boekpresentatie Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland, 26-11-2022 in Den Bosch

 

iBasketball

27 nov 2022 Bestel het boek: https://www.sportsmedia.nl/game-chang... 

Auteur Jacob Bergsma en gastheer Bob van Oosterhout ontvangen de grootste namen uit het Nederlands basketball ter gelegenheid van de lancering van het boek Game Changers - De geschiedenis van basketball in Nederland. 

In de Bossche Maaspoort spreken zij met onder anderen uitgever Michel van Troost (Arko Sports Media), journalist Mart Smeets en fotograaf Peter Smeets. Martin de Vries (Mister Donar) en Nashua-speler en -coach Jan Dekker vertellen over de magische krachten tijdens het Groningse kampioenschap van 1982. 

Rinus de Jong - the Godfather van het Nederlands basketball - en coach Ton Boot vertellen hoe zij Den Bosch aan de wereldtop brachten rond 1979. 

Kees Akerboom sr. en Ton Boot nemen het eerste exemplaar in ontvangst van het boek, uitgereikt door drie kleinkinderen-Akerboom. Kees Akerboom en Ton Boot vormen samen met Rik Smits de top drie van de 75 belangrijkste mensen in de geschiedenis van het Nederlands basketball, zoals samengesteld door een vakkundige jury. 

Ook alle andere 72 personen worden geroemd, op het podium uitgenodigd, of vertegenwoordigd door hun nabestaanden. 

Overleden grootheden zoals Vladimir Heger (oom Vladi), Theo Kinsbergen en Henk Konings worden geëerd. 

Kees Akerboom maakt indruk met zijn speech over coach Jan Janbroers en de diepe betekenis die Janbroers in zijn leven heeft. 

Er is een kennisquiz die wordt gewonnen door Jan Dekker en er zijn live optredens van Günter Weber (saxofoon) en zanger Gerard Alderliefste, beiden voormalig eredivisiespelers. 

Het boek is te bestellen via https://www.sportsmedia.nl/game-chang... 

Camera en geluid: Jeroen Beumer - JBE Productions 

Montage: Arie in 't Veld - iBasketball Foto: Christian Aarts

vrijdag 23 december 2022

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE: 'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’ / REPORTAGE GROENE AMSTERDAMMER / NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID /

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

 

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE

NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID

'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’

Kerstmis 2022.
 
Terecht veel aandacht voor de situatie in Oekraïne waar velen onder barbaarse omstandigheden lijden onder de terroristische genocidale vernietigingsoorlogs van de barbaarse oorlogsmisdadiger Putin.
Ook weer een opleving van aandacht voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland en elders.
 
Ook alweer drie gerechtelijke uitspraken die het willens en wetens illegale vluchtelingenbeleid van het kabinet Rutte-IV veroordelen. Brengt dat de politieke criminelen o.l.v. Rutte tot andere gedachten? Welnee; de interne oppositie binnen de VVD weegt zwaarder dan de wet... 
 
Bizar, en om je dood te schamen!
 
Eerder dit jaar een indrukwekkend verhaal in de Groene Amsterdammer waarin een aantal Nederlanders die schaamte over de eigen regering proberen uit te drukken middels een reis door Bosnië waar vele vluchtelingen gestrand zijn.
 
Doel: die mensen het gevoel te geven dat er ook mensen zijn die hen wel als mensen zien door normaal menselijk gedrag.

Eigenlijk zou iedereen dit moeten lezen, en dan natuurlijk diegenen die het illegale beleid legitimeren en/of goedpraten. Dus stuur deze post vooral door mocht je mensen kennen waarvoor dat geldt...

AD


Een walk of shame door Bosnië – ‘Ik kom naar jou’

Drie Nederlanders reizen langs diverse Bosnische steden om vluchtelingen te bezoeken die leven in kraakpanden en tentjes. Ze komen er niet als weldoener, maar willen de vluchtelingen iets teruggeven van hun menselijkheid.

Mounir Samuel

11 mei 2022 – verschenen in de Groene Amsterdammer nr. 19  Het originele artikel op Groene.nl, met nog een schokkende foto extra lees je   ---  Hier ---

‘Je bent gekomen!’ Mubeen (32) raakt er niet over uit. Geëmotioneerd wrijft hij in zijn ogen. Dan herstelt hij zich een beetje. ‘Kom binnen, kom binnen!’

Enthousiast leidt Mubeen ons door een krakkemikkige deur. We betreden een krappe ruimte die het midden houdt tussen een kamer en een schuur en niet veel groter is dan negen vierkante meter. Een straalkachel loeit als een bezetene. Tegen de muren liggen twee smalle eenpersoonsmatrassen met smoezelige dekens. Mubeen, gekleed in een donkerrode polo en merkloze joggingbroek, gaat in kleermakerszit zitten en sommeert ons hartelijk om hetzelfde te doen. Tussen de matrassen staat een minuscuul koelkastje. De snikhete ruimte heeft één klein raam, afgedekt door rode luxaflex. Er is een kleine badkamer, die tevens als keuken fungeert, met een kapotte wc die niet doorspoelt en een open douchebak.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Stephan Sanders Mounir Samuel over de ontberingen van vluchtelingen in Bosnië. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar

‘Dit is mijn vriend’, zegt Mubeen terwijl hij een arm om Rikko Voorberg (41) slaat. Hij kijkt ons stralend aan. De rebelse Amsterdamse predikant, kunstenaar en activist lacht opgelaten, maar slaat dan toch joviaal zijn arm om de schouder van de Pakistaan.

Na 26 uur treinen en een autorit over de grens zijn we gearriveerd in Tuzla, een middelgroot stadje in Bosnië-Herzegovina niet ver van de Kroatische grens. De verschillende bevolkingsgroepen hebben zich hier niet uit elkaar laten drijven. Op een plein staat een moskee, niet veel verderop een imposante Servisch-orthodoxe kerk en daar tegenover weer een katholieke basiliek. De uitgestrekte islamitische begraafplaats grenst aan een veld met christelijke grafzerken. Bij een school zie ik blauw-gele vlaggen en ‘Stop war’ op de muur.

Het is twintig jaar geleden dat hier een wrede burgeroorlog uitbrak. Officieel is het sinds 1995 vrede, maar het is alsof de gevechten pas gisteren zijn gestaakt. Overal staan kapotgeschoten en half verwoeste huizen. Bloemenwinkels zijn er ook veel, maar dan speciaal voor grafboeketten. Volgens schattingen hebben tijdens de oorlog zo’n honderdduizend mensen het leven gelaten.

Begraafplaatsen zijn er overal, midden in de hoofdstraten en op de pleinen van iedere grotere en kleinere plaats en uitgestrekt over de groene bergen rond de steden. De dood lijkt hier springlevend. Bosnië is vergrijsd. De jonge generaties zijn vermoord of weggetrokken. Mubeen is niet de enige die de EU in wil. Ook de Bosniërs zelf zoeken een leven achter het onzichtbare gordijn van dat ene Europa binnen dat andere Europa.

In Tuzla weten ze dat de oorlog in Oekraïne niet de enige is. Het stadje wordt met regelmaat aangedaan door grote aantallen vluchtelingen die in de kerken en moskeeën hulp zoeken en om voedsel en geld bedelen in het winkelcentrum. Het is hier, anders dan in veel Bosnische steden, niet strafbaar om vluchtelingen eten te geven, maar ze mogen niet werken en in cafés en restaurants zijn ze niet welkom. De Bosniërs weten wat het betekent om huis en haard te verlaten. De meesten geven daarom wat ze kunnen en sommigen stellen zelfs hun badkamer en douche beschikbaar, al wordt hun gastvrijheid door het harde EU-beleid zwaar op de proef gesteld. De vluchtelingen blijven komen en kunnen nergens heen. Hierdoor is de ratio tussen vluchtelingen en de lokale bevolking soms zeven op drie.

De Kroatische hoofdstad Zagreb ligt slechts 84 kilometer verderop. Toch lijkt de EU-lidstaat een wereld ver weg. Ook dat weten de inwoners van deze grensplaats als geen ander. Het lukt veel vluchtelingen maar niet om het volgende level in ‘the game’ te bereiken, zoals het mensonterende schaakspel om de EU te betreden wordt genoemd. Ook voor Mubeen lijkt het ‘game over’. Drie jaar zit hij al vast in deze grijze stad. Game na game heeft hij verloren. De laatste keer probeerde hij de ‘taxi-game’. Hij betaalde vierduizend euro om door een auto een vakje verder te komen in dit levensechte Monopoly. Mubeen werd midden in een bos afgezet waar hij door de chauffeur even later zou worden opgehaald. De Kroatische grenspolitie was de taxi voor, pakte hem op, zette hem in een geblindeerde bus en reed hem terug Bosnië in.

Een dergelijke pushback is illegaal. De Kroatische grenswacht doet echter niets anders. Zelfs vluchtelingen die zich netjes bij een Kroatische politiepost aanmelden worden zo weer afgevoerd, zoals een zieke Afghaanse moeder en haar minderjarige kind overkwam die we tegenkomen in Velika Kladusa. Sterker nog, vluchtelingen die Kroatië wél in weten te komen en vervolgens zelfs Slovenië en Italië weten te bereiken, worden vaak op gewelddadige wijze alsnog weer in de bossen van Bosnië gedropt. Dit gebeurt ook met vluchtelingen die volgens alle internationale verdragen recht hebben op asiel, zoals Afghanen en Syriërs, alleenstaande moeders, minderjarige asielzoekers en kleine kinderen.

 

Mubeen (32) rechts en Rikko. Mubeen is al vijf jaar onderweg © Mounir Samuel

Mubeen had bij zijn laatste verloren game nog geluk. De Kroatische grenswacht doet het sinds een opeenstapeling van vernietigende rapporten, shockerende filmpjes op sociale media en een grote reportage van de Nederlandse onderzoeksgroep Lighthouse Reports in samenwerking met de Duitse ard en verschillende andere Europese mediapartners al enkele maanden wat rustiger aan. Mubeen was daarom slechts mild in elkaar geslagen. Zijn moreel kreeg echter veel hardere klappen.

‘Willen jullie koffie, cola?’ Een Pakistaanse kamergenoot wordt op pad gestuurd en komt niet veel later met een tweeliterfles cola terug. Op een gaspitje begint hij gezoete Nescafé met extra suiker te koken. Dan maakt hij zich weer zwijgzaam uit de voeten. We drinken cola, meer cola en dan de mierzoete oplosdrab. Weigeren is geen optie. Zijn gastvrijheid is het laatste wat de berooide Pakistaan nog heeft. Mubeen houdt zijn beker opgetogen omhoog. ‘Met melk, dat is gezond!’

‘Ja, melk is belangrijk, je moet gezond en sterk blijven’, reageert Rikko terwijl hij Mubeen tegen de arm stoot.

Het is Rikko’s derde ontmoeting met Mubeen, die hij een jaar geleden aantrof in een lege goederentrein waar hij samen met een vriend toen al twee jaar in verbleef. Het ontbrak de mannen aan sanitaire voorzieningen, stroom en water. In de wintermaanden vriest het in Bosnië met gemak vijftien graden. Om het toch warm te krijgen stookten ze vuur in de goederenwagon. De kleine, gedrongen Mubeen werd met regelmaat beroofd door bendes (verslaafde) Afghaanse jongens op zoek naar geld en telefoons om hun eigen game te kunnen voortzetten. Vaak waren zij zelf weer slachtoffer van de Kroatische politie, die vluchtelingen met grote regelmaat van hun laatste bezittingen berooft. De vriend zit ondertussen in Italië. Mubeen heeft telkens pech.

In de vijf jaar dat hij op weg is uit Pakistan is Rikko de enige gast die hij ooit heeft mogen ontvangen. ‘Hij is zelfs blijven logeren’, zegt Mubeen. Maar deze keer blijft Rikko niet slapen. We moeten door, naar Sarajevo. Mubeen lijkt ontroostbaar. ‘Ik wilde voor je koken! Samen de avond doorbrengen net zoals de vorige keer.’ Hij vervolgt: ‘In de afgelopen jaren voelde ik me een dier. Ten slotte smeekte ik god om een teken van menselijkheid, en daar was Rikko.’

‘Het grootste effect van ons politieke systeem is ontmenselijking’, zegt Rikko later. ‘Wie ik ook spreek: vanaf het strand op Lesbos tot het azc in Nederland zegt men: “We voelen ons slechter behandeld dan dieren.” Daar hebben deze mensen gewoon een punt. Als Moria bestond uit tienduizend honden was het kamp al lang gesloten.’

We ademen de klamme lucht in. Dan pak ik mijn telefoon en begin verwoed een zegenwens op Google Translate in te typen die ik naar het Urdu laat vertalen. Ik overhandig Mubeen de telefoon. Aandachtig leest hij het bericht en in gebroken Engels vertelt hij over God, als laatste troost en toevlucht, en zijn moeder met wie hij zo veel mogelijk belt. Aanvankelijk reisde Mubeen met zijn neefje, die probeerde aan rekrutering door al-Qaeda te ontkomen en die de EU heeft weten te bereiken. Nu is hij echt alleen. Zijn moeder is op de hoogte van zijn uitzichtloze situatie. De meeste ‘people on the move’ vertellen het thuisfront niets over het duistere schaduwleven waar ze in zijn beland. Het vergroot hun eenzaamheid.

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader. De kinderen slaan hun ogen neer. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

Mubeen toont mij YouTube-video’s van islamitische geestelijken en koranrecitaties die hij dag en nacht bekijkt om zijn dagen te verlichten.

‘Mag ik een dua (zegenbede) voor je doen?’ vraag ik. Mubeen knikt. En dus bidden we. Wij als christenen met de handen braaf gevouwen, hij als moslim met zijn handen geopend. Voor even lost het onderscheid tussen gever en ontvanger, hulpbrenger en hulpbehoevende op en blijft de ontmoeting van mens tot mens over. Dat Mubeen ons als gastheer ontvangt, is het begin van ‘hermenselijking’.

 

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

Na jarenlang tevergeefs campagne te hebben gevoerd onder de noemer ‘We gaan ze halen’ – waarbij werd geprobeerd de Nederlandse overheid te dwingen haar belofte van herplaatsing van vluchtelingen uit kamp Moria in te lossen – besloten Rikko en zijn team zich te bezinnen. Hoe kon het dat de Nederlandse regering ermee wegkwam nog geen kind te halen? Rikko besloot een walk of shame af te leggen naar de wrede buitengrenzen van de EU, om daar ‘tegenover de mensen aan de andere kant van het prikkeldraad te erkennen dat ik mij schaam voor wat overheden in mijn naam doen, dat ik als Europeaan meebetaal en onderdeel ben van een systeem dat hen zo ontmenselijkt’. Ik hoor Rikko tijdens de reis deze woorden telkens weer herhalen, gevolgd door: ‘Omdat jij niet naar mij mag komen, kom ik maar naar jou.’

‘Toen we begonnen aan de walk of shame zag ik het woord schaamte overal terugkomen. Van activisten tot politici, ze bleven maar herhalen dat ze zich schaamden. Schaamte is een negatief woord. Het kan alle lucht uit de longen slaan en leiden tot verlamming. Wanneer in een relatie fouten worden gemaakt en de schaamte daarover open op tafel wordt gelegd is dat het begin van verzoening en herstel. Vanuit de christelijke traditie weet ik dat erkenning van spijt het doel heeft om vrijheid te vinden’, zegt hij. Hij werd in zijn idee gesterkt toen hij zijn schaamte opbiechtte aan de Afghaanse Tawab, die inmiddels als vrijwilliger op Lesbos werkt. ‘Dat jij dit tegen mij zegt verandert mijn hel even in de hemel’, was de reactie van de stateloze Afghaan.

‘Ik kon me dat niet echt voorstellen, maar ik moest hem geloven’, vervolgt Rikko. ‘En ja, misschien heeft hij wel bloemrijkere taal dan ik, maar toch dacht ik: als dit het effect is, dan moet ik dit vaker doen.’ En anders was er de reactie van Rouddy uit Kongo, die zich op Lesbos eveneens als vrijwilliger inzet voor slachtoffers van het Europese systeem. ‘Ik vertrouw de mensen die zich schamen’, zo sprak hij. ‘Omdat ze weten dat het niet klopt.’

Ondertussen is het Rikko’s droom om een vorm van grenspastoraat op te zetten. Niet in de vorm van traditionele geestelijke ondersteuning, maar door oordeelvrij aanwezig te zijn, zoals bedoeld in de ‘presentietheorie’. Deze theorie is ontwikkeld door hoogleraar Andries Baart, die ‘presentie’, net zoals de meeste psychotherapeuten, als het belangrijkste bestanddeel van herstel beschouwt.

De radicale aanwezigheid beperkt zich niet tot de ontmoetingen buiten de groep. We zijn met z’n vieren een nogal opmerkelijk gezelschap. Naast Rikko is daar Minella van Bergeijk (42), die meereist als directeur van de humanitaire ontwikkelingsorganisatie Tearfund Nederland. De derde reisgenoot is Derk Stegeman (56), directeur van Stek, de uitvoeringsorganisatie van de Protestantse Kerk en Diaconie in Den Haag, die zich specifiek richt op armoedebestrijding, ondersteuning van kinderen en jongeren die opgroeien in armoede, aanpak van kansenongelijkheid en hulp aan ongedocumenteerde personen.

Juist in het goddeloze grensgebied van de Europese binnengrens, waar de breuklijnen van de vroegere oorlog zo voelbaar zijn en de ontmoetingen met vluchtelingen en migranten zo pijnlijk zichtbaar maken wat systematische ontmenselijking doet, botsen we op onze eigen onbewuste uitsluitingsmechanismen. Minella is een zwarte vrouw die opgroeide in een witte wereld. Derk is een witte man die als zoon van zendelingen opgroeide in een zwarte omgeving. En dan ben ik er nog, als vreemde identitaire eend in de bijt. Eigenlijk zijn we als reisgezelschap vooral verbonden door deze gemeenschappelijke deler: we zijn allemaal praktiserend christen – al liggen in de geloofsbeleving en -praktijk wellicht nog wel de grootste onderlinge verschillen.

 

Een Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op © Mounir Samuel

De presentietheorie vereist dat je met lege handen aankomt, om juist datgene te ontvangen wat de ander geven wil. ‘Het gevaar met hulp is dat je de mens onbewust tot een nummer maakt’, legt Rikko uit. ‘Stel, je komt er achter dat iemand het koud heeft en je geeft hem een jas – dat voelt goed! Dus ga je nadenken hoe je nog meer mensen kunt helpen. Voor je het weet deel je duizend jassen uit, maar om dat efficiënt en goed te doen moet je lijsten maken, nummertjes uitdelen, een systeem opzetten. Zo raakt de echte aanwezigheid en aandacht weer net zo snel verloren.’

Gewoon zijn dus. Het blijkt een hele uitdaging. Zo dreigt het gevaar onbewust toch in de rol van de weldoener te stappen. ‘Toen ik overal op de wereld mensen interviewde die heel arm waren, heb ik moeten afleren om te vragen wat ik voor hen kon doen’, vertelt Minella, die oud-journalist is. ‘Zij vragen mij toch ook niet wat ze voor mij kunnen doen? Tegelijkertijd moest ik leren om een gelijkwaardig gesprek te creëren. Waarom zou ik hun van alles mogen vragen en zouden zij mij nauwelijks vragen mogen stellen?’

Evengoed zijn de levensomstandigheden die we onderweg tegenkomen deprimerend. Daar waar Mubeen eindelijk over een veilige, afgesloten kamer met stromend water, elektriciteit en verwarming beschikt, treffen we geen andere vluchteling in een dergelijke comfortabele positie aan. Geen van de jongvolwassenen en kinderen die we verstopt in kapotgeschoten of half afgebouwde kraakpanden of illegale tentenkampen in bosjes aantreffen, hebben stroom, drinkwater, veilige en afsluitbare woonruimtes, sanitaire voorzieningen, medische zorg of genoeg voedsel. Ze zijn afhankelijk van anarchistische Italiaanse activisten, lokale Bosnische vrouwen of een Rode Kruis-medewerker die stiekem eten brengen of een ehbo-medewerker langs sturen. De meeste vluchtelingen zijn sterk vermagerd en zitten onder de littekens van de Kroatische politie.

Alles in mij wil iets doen; de portemonnee trekken, kleding geven, praktische hulp aanbieden of voedsel inslaan. Afhankelijk van de nood die we aantreffen doen we dat ook. Maar we komen aanvankelijk steeds met niet veel meer dan wat eten en drinken aan. Om nu juist eens niet de redder te zijn of ons schuldgevoel direct af te kopen maar het ongemak te omarmen, hardop te erkennen en niet in te lossen – omdat het simpelweg zo groot is dat het niet in te lossen valt – is op een gekke manier wellicht wel de meest humane daad die we kunnen verrichten.

Tot mijn verrassing zijn de hulpverleners die we onderweg tegenkomen niet alleen ingenomen met het doel van onze reis, maar in sommige gevallen zelfs jaloers. ‘Wij mogen niets aannemen’, zegt Andrea (28). ‘We moeten iedere minuut kunnen verantwoorden’, vertelt hij. ‘Binnen no-time weer door. Als we iets ontvangen, dan is onze noodhulp niet langer onvoorwaardelijk meer. Dat druist in tegen het hele principe van noodhulp. Maar deze mensen hebben gelijkwaardigheid, erkenning en aandacht nodig. Door hun alleen hulp te geven, blijven ze hulpbehoevend. Ze moeten zich weer mens voelen.’

De Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers haastig een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op. We worden nergens hartelijker ontvangen dan door deze jonge Pakistanen. Met z’n achten gepropt in een kleine tent voor twee personen brengen we met een aantal van hen de avond door, om hun de volgende ochtend boodschappen en ontbijt te brengen. Maar eenmaal aangekomen worden we zelf op chapati en curry op houtvuur getrakteerd.

Even verderop bij hun verstopte tentenkamp ligt een grote begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen vol mijnen, fascistische milities en Kroatische grenswachten niet hebben overleefd. Iedere keer als Rikko in Bosnië is, brengt hij de begraafplaats een bezoek. Om stil te staan bij de gevallenen en tegelijk het aantal gelijkvormige groene grafzerken te tellen.

 

Bihac. Begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen niet hebben overleefd © Mounir Samuel

Nergens ervaar ik de kracht van die hermenselijking zo sterk als bij een Afghaanse familie die we aantreffen in een onafgebouwde woning op een bergtop in de buurt van Velika Kladuša. De openingen van de ramen in de betonnen kamer zijn met vuilniszakken afgeplakt. Het meubilair bestaat uit één houtkachel. De enige verlichting bestaat uit kaarsen en een kleine lamp op batterijen. De vloer is bedekt met vuile kleden en dekens. Deze squat is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voordat ze de grens met Kroatië oversteken. Na het uitwisselen van enkele begroetingen in het Farsi ontdek ik dat het Hazara zijn, de meest onderdrukte en gemarginaliseerde bevolkingsgroep in Afghanistan. Het gezin van zes bestaat uit een vader, moeder, drie dochters van achttien, veertien en tien en een zoontje van dertien. Een oudere zoon verblijft in Parijs. Een reeds getrouwde dochter is met haar man in Afghanistan. >

Er wordt een enveloppe vol foto’s en documenten geopend van de broer van de vader, die diende als commandant in het regeringsleger en die zwaar verwond is door de Taliban. Ze weten niet of hij nog leeft, hij is al maandenlang onvindbaar. De Taliban zijn ondertussen naar andere familieleden op zoek. Dit gezin heeft volgens alle internationale verdragen recht op asiel, maar wordt gewelddadig buiten de deur gehouden. De kinderen hebben al jaren geen onderwijs gehad. Net op het moment dat ik naar de meisjes kijk, trilt mijn telefoon. Een pushbericht van de nos met de melding dat de eerste duizenden Oekraïense kinderen tot het Nederlandse onderwijs zijn toegelaten

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader ons terwijl de kinderen hun ogen neerslaan. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is. Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat’

Het gezin is doodmoe. Ze zijn net terug van een volgende pushback door de Kroatische grenspolitie. Drieënhalf jaar zijn ze al onderweg. Negen maanden zaten ze vast in kamp Moria.

‘Salam.’ Meryam (40) strompelt de kamer binnen, groet ons en het gezin uitgebreid. Ze verblijft samen met haar ‘man’ en neef in een afgeplakte kamer naast het gezin. Ze is een Arabische Iraniër. We kunnen elkaar moeiteloos verstaan, wat de communicatie vergemakkelijkt. Meryam is hoogopgeleid. In Iran werkte ze als tandheelkundige. Ze is om politieke redenen op de vlucht, zegt ze. Als Arabische minderheid in de Islamitische Republiek Iran zijn daar genoeg redenen voor te bedenken, al lijkt haar liefdesleven ook een rol te spelen. Bij een laatste poging om te voet de grens te passeren zat de Kroatische grenspolitie haar met een motor achterna. Ze rende de bossen in en brak haar voet. Die is door een arts alleen voor de vorm gezet. Nu is de voet zichtbaar vergroeid en hinkt ze op een slecht afgestelde kruk.

Maandverband krijgen de vrouwen van Rode Kruis-medewerkers, als ze geluk hebben, antwoordt Meryam op een vraag van Minella. De wc van deze squat bestaat uit een stuk plastic gewikkeld om drie bomen. Er de constante dreiging van seksueel geweld. Er liggen mensenhandelaren op de loer. En dan is er de dreiging van vluchtelingen en migranten zelf, vooral jonge mannen met niets omhanden. Ook de twee oudste dochtertjes van het Afghaanse gezin zouden slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Hun vader is een oude man met een hartafwijking en een dubbele bypass die niet in staat is zijn gezin te beschermen. Ook de twee Iraanse mannen zijn er fysiek slecht aan toe. Als hier een inval door lokale bendes of fascistische milities plaatsvindt, maken de vrouwen en meisjes geen schijn van kans. Voor Meryam reden om uitsluitend overdag te slapen. Ze doet ’s nachts al jaren geen oog dicht.

 

Velika Kladusa. De dochters van een Afghaans Hazara gezin, al drie jaar onderweg, spelen het engelstalig kaartspel wat Rikko meegenomen heeft © Mounir Samuel

De dreiging ervaart Minella als enige vrouw van het gezelschap aan den lijve bij een bezoek aan een groep van zestien Tajikse Afghanen in een donker huis verderop. Jongens zijn het haast nog, de meesten lijken nauwelijks meerderjarig. Ze hangen op matrassen en banken, mobieltjes losjes in de hand. Uitzondering tussen de afgestompte blikken is die van Sahand (25), een zachte man met een zachte stem. Bij een pushback drie maanden eerder heeft de Kroatische politie zijn voet verbrijzeld. Hij wil van alles over onze afkomst weten. Vertelt over zijn dromen om te reizen en de wereld te zien, als een vrijwillige reiziger zoals wij. In plaats daarvan is hij op de vlucht en moet hij zich verschuilen. Niet in de laatste plaats voor de Kroatische grenspolitie die met hulp van de EU zelfs over de grens spionnen, drones en opsporingsapparatuur inzet om de bewegingen van jongens als Sahand te volgen.

‘Als oorzaak wordt vaak gewezen naar hun oorlogstrauma’, zegt Minella. ‘Maar ik denk dat het effect van de dehumansiering onderschat wordt. We behandelen deze jongens de hele tijd als honden. Ze mogen nergens echt plassen, ze moeten eten wat hun wordt toegeworpen, ze dragen onze afgedankte kleding. Het is allemaal bij gratie van een ander dat je wat krijgt. Dus hoe kun je dan verwachten dat ze zich niet als honden gaan gedragen? Ik denk dat hun meest basale behoefte niet eens seks is, maar gewoon liefde, genegenheid, verliefd mogen zijn.’

De directeur, die van oorsprong seksuoloog is, lijkt daarin gelijk te hebben. De ene na de andere man breekt in mijn armen en huilt om zijn moeder. Zoals de Pakistaanse Rashid (20), die ik in een tentenkamp ontmoet. Zijn huidhonger is zo zichtbaar dat ik besluit hem apart te nemen en een kwartier vast te houden. Zijn vermagerde lichaam verdwijnt volledig in het mijne. Na afloop lopen we hand in hand naar het kamp, hij kijkt verlegen maar ook opgelucht. Spiedt om zich heen, tot hij de andere mannen van het kamp ziet en mijn hand loslaat en zijn rug recht.

Veel mannen hebben hun moeder al vijf jaar of langer niet gezien. Vooral de Afghanen zijn vaak jong naar Europa gestuurd om ze uit de handen van de Taliban te houden en de kost te winnen voor het noodlijdende gezin. Ze waren twaalf, dertien toen ze vertrokken en hebben zichzelf groot moeten brengen. Velen zijn verslaafd geraakt. Het zijn kinderen die zijn gedwongen vroegtijdig man te zijn.

In Bihac ontmoeten we Milyar (18). Zes jaar is de Pastum Afghaan al onderweg. Op zijn telefoon toont hij mij een foto van toen hij vertrok. Een kind in traditionele kleding kijkt knipperend tegen de zon de camera in. De onschuld van die jongen lijkt in niets op de adolescent die bewegingloos in zijn stoel zit. Het enige wat hij wil is naar school, zegt hij. In al die jaren heeft hij geen enkel onderwijs gehad.

Bij de laatste game is het zijn zus en zwager gelukt Kroatië te bereiken. Zij zijn nu in Duitsland. Maanden later zit hij nog steeds vast in Bosnië. ‘Hij is zwaar depressief’, vertelt een Bosnische vrouw die hem voor twee weken onderdak wil geven, maar hem daarna ook weer op straat zal zetten. ‘Wat ik hem ook voorschotel, hij wil niets eten.’ Die depressie is niet te missen. Met een doodse blik staart hij voor zich uit. Milyar heeft niets of niemand. Zijn enige steun en toeverlaat is de Nederlandse zendeling Niels van Slooten, die samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen (die ondertussen vlekkeloos Bosnisch spreken) naar Bihac vertrok. Daar waar hij kan, probeert Niels met praktische hulp en pastorale zorg de berooide vluchtelingen te ondersteunen. Hij maakt zich zichtbaar zorgen over Milyar. Probeert hem aan het eten te krijgen, sporten ook. ‘Zijn geest is gebroken. Ik ben bang dat hij het niet gaat redden.’

 

Velika Kladusa, Meryam (40) rechts, met haar neef en ‘man’ in dezelfde onafgebouwde woning waar het Afghaanse Hazara gezin verblijft. Ze slaapt al jaren uitsluitend overdag. Het is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voor ze de grens met Kroatië proberen over te steken © Mounir Samuel

Terug bij het Afghaanse Hazara gezin blijft de gedrongen moeder zich handenwringend verontschuldigen. Ze heeft geen thee. In vrijwel geen cultuur is het belang van thee groter dan in de Afghaanse. Zelfs onder het ergste gruwelbewind en tijdens de zwaarste hongersnood weet een Afghaan zijn bezoek nog thee te serveren. En dan is het ook nog Noroez, het Iraanse en Afghaanse nieuwjaar of voorjaarsfeest, dat normaliter gepaard gaat met een prachtig gedekte tafel vol eten, kunstig gesneden fruit en de gedichten van Hafez. Ik bedenk dat we in de auto nog wat fruit hebben, ren het betonnen geraamte uit en kom terug met een granaatappel, twee sinaasappels en twee citroenen en bied ze de moeder aan. Ze veert op en begint onmiddellijk het fruit te snijden om het ons met bevende handen aan te bieden. Het gezin is uitgehongerd. Toch knik ik, beweeg mijn handpalm naar mijn voorhoofd en dan naar mijn linkerborst, wens het gezin een Noroez mubarak en neem met twee opengevouwen handen buigend het fruit in ontvangst. Er is een honger die erger is dan die van de lege maag en dat is die naar waardigheid. Even verschijnt er een zweem van een glimlach op het gezicht van de vrouw.

‘Het ontroert mij iedere keer weer dat deze mensen direct alles geven, zelfs datgene wat ze net van ons hebben ontvangen. Ze weten heel goed wat geven is terwijl wij nauwelijks weten hoe te ontvangen’, peinst Derk later hardop. ‘Het maakt me verlegen, net zoals ik me schaam voor het gebrek aan echte gastvrijheid in ons land. Ja, nu even, voor de Oekraïners. Maar zouden we dezelfde sympathie hebben voor Oekraïners die ongewassen in de bosjes leven? Ik betwijfel het.’

Die twijfel heeft Derk niet alleen, ontdekken we bij een ontmoeting met Sanella Lepirica (35), die in Sarajevo de stichting Intergreat runt en probeert gestrande vluchtelingen en migranten met taalcursussen en IT-trainingen in Bosnië een toekomst te geven. Anders dan de meeste generatiegenoten wil ze in haar land blijven. Toch heeft ze een vluchtkoffer klaar. ‘Voor mijn zoontje. Zelf zou ik altijd in Bosnië blijven, maar als alleenstaande moeder waak ik over zijn veiligheid.’

Door de oorlog in Oekraïne laait het smeulende vuur van de burgeroorlog ook hier op. De Bosnisch-Servische bevolking is pro-Russisch terwijl de Bosniakse en de Bosnisch-Kroatische bevolking pro-Oekraïens zijn. Sanella maakt zich op voor het ergste, en niet alleen zij. ‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is’, zegt de Kroatische predikant Tomislav Dobutović (45), die het protestantse vluchtelingennetwerk leidt. ‘Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat.’

‘Als ik vertrek, ga ik naar het zuiden’, zegt Sanella resoluut. ‘Ik ben moslim. Niemand heeft het erover, maar we weten allemaal dat dit de grote reden is waarom er zo verschillend met mensen wordt omgegaan. Dat… en kleur.’

‘Ik geloof dat ik als vluchteling ook liever in Kameroen zou worden opgevangen dan hier in Nederland’, zegt Derk na afloop van het gesprek. ‘De staat van het land is belabberd en de overheid zou niets voor je doen, maar de mensen wél. Daar is nog een groot informeel circuit. Dat hebben we in Nederland volledig kapotgemaakt.’

De zon zakt achter de bergen. In de verte zie ik Kroatië. Tien minuten kost het om met mijn bloedrode paspoort de EU binnen te zijn. We arriveren bij een op het oog verlaten pand. Eenmaal binnen hoor ik de liefdesliedjes van de Egyptische zanger Abdel Halim Hafez. Ik schraap mijn keel en roep luid een groet.

‘Edgol!’ roept een stem. (’Kom binnen.’) Daar ligt Meryam met haar kruk op haar matrasje zwijmelend bij de mierzoete teksten. ‘Ik heb deze muziek zo lang niet meer geluisterd’, zegt ze. Ze klopt met haar hand uitnodigend op de matras. ‘Kom habiby, vertel me over je liefdesleven.’ Terwijl ik vertel, voegen ook haar neef en ‘man’ zich bij haar. Ik schep op en zij lachen.

Ondertussen gaan Rikko en Minella de kamer van de Afghanen binnen. Ze hebben tassen vol boodschappen bij zich: groenten, fruit en natuurlijk thee. De moeder haast zich de tassen van hen over te nemen en begint direct voor haar gezin te koken. Dan haalt Rikko een Engelstalig kaartspel van zijn kinderen uit zijn zak. ‘Ik heb iets voor jullie’, zegt hij tegen de meisjes. Verlegen maar zichtbaar nieuwsgierig volgen ze hem naar buiten, weg dat donkere huis uit. Binnen vijf minuten weten ze ondanks de taalbarrière het woordenspel te spelen. ‘Taco, cat, cheese, goat, pizza!’ roepen ze zachtjes, maar steeds zelfverzekerder. Minella schaterlacht. Derk knutselt een beetje aan Meryams kruk.

Eerder die middag is een arts langs geweest die Rikko via zijn contacten heeft weten te regelen. Eigenlijk moet haar voet opnieuw gezet, maar voor nu is die in ieder geval stevig ingetapet. Wanneer we een uur later in het donker vertrekken is het pand gevuld met gelach. Het gezicht van de vader glimt terwijl hij naar zijn kinderen kijkt, die nu binnen verder spelen bij het schaarse licht van een batterijlamp. Die nacht is het weer tijd voor de echte game.

Vanwege veiligheidsredenen worden de vluchtelingen en migranten in deze reportage uitsluitend bij de voornamen genoemd. Vanuit het gelijkheidsprincipe koos de auteur ervoor bij iedereen de voornaam te gebruiken