Posts tonen met het label Gids. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gids. Alle posts tonen

zaterdag 29 maart 2025

SHARTIE AART DEKKER / REACTIE COLUMN HUGO BLOM VPRO-Gids - 'Verschil'; (als het gaat om het brengen van de #Hitlergroet) ... '#ElonMusk heeft echt GEEN 400 miljard US-dollar 'op de bank'! / EXTRAVAGANTE RIJKDAM & MACHT / #Trump-II / #BigTech /

 

*

Geachte Hugo Blom,

als het om de VPRO gaat, kan wat mij betreft de lat niet hoog genoeg gelegd worden...

Daarom toch nog even een reactie op je column 'Verschil' in de VPRO-Gids van 7 maart 2025.

In die column  - waarin het gaat over de Hitlergroet die Elon Musk maakte - schreef je: 'Musk kwam ermee weg zoals hij met alles wegkomt, omdat hij 400 miljard dollar op de bank heeft staan.' 

Dat klinkt als een feit...

Ik denk  - weet wel zeker! - dat hij al dat geld NIET op de bank heeft staan.

Verder ga ik grotendeels mee met je redenatie, en de associatieve inspiratie voor je column vind ik eigenlijk best wel grappig...

Vriendelijke groeten,


AART DEKKER, Numansdorp

*

Verschil

Ik stond voor de spiegel met de baardtrimmer in mijn hand en staarde twintig seconden in een soort verlamming naar mijn gezicht. Het was niet eens de eerste keer dat dit gebeurde, meer dan tien jaar geleden was het me op een Franse camping ook al eens overkomen. Toen bleek dat een van mijn zoons ‘misschien’ aan de trimmer had zitten frunniken en misschien was daardoor mijn halve baard opeens verdwenen. Met alleen een linkerbaard kon ik niet over de camping. Voordeel was dat de camping mij niet kende, dus kon ik de andere helft er ook wel afhalen. Nu, in mijn badkamer, staarde ik naar een halve snor. Niet eens echt half, er was aan één kant dik twee centimeter verdwenen. Vorige week schreef ik over het neurologisch onderzoek dat had uitgewezen dat onze lichaamsdelen al in beweging komen net voordat het besluit in de hersenen genomen lijkt te zijn.

Hugo Blom

Nu, in mijn badkamer, staarde ik naar een halve snor

Ik dacht deze week nog even terug aan de rechterarm van Elon Musk, die bij de inauguratie van Trump de Hitlergroet bracht of leek te brengen. Ik laat open wat hij deed, omdat ik het niet weet en iedereen die er een commentaar over schreef het ook niet weet. Behalve dat je altijd kunt zeggen: als het eruitziet als een Hitlergroet en iedereen denkt aan een Hitlergroet, dan is het hoogstwaarschijnlijk een Hitlergroet. Musk kwam ermee weg zoals hij met alles wegkomt, omdat hij 400 miljard dollar op de bank heeft staan. Als iemand de Hitlergroet brengt en vervolgens kan doen alsof dat niet de Hitlergroet is, zou ik er dan mee wegkomen wanneer ik aan de andere kant ook twee centimeter snor weghaal en vervolgens met een Hitlersnor op mijn werk kom? Ik koos voor een andere optie en zette de trimmer weer aan. Op mijn werk viel het wel meteen op: ‘Hé, Chriet Titulaer.’ Mijn rechterhand doet gelukkig wat ik wil.

Column overgenomen uit de VPRO-Gids van 7 maart 2025,  ---  Hier  --- leesbaar (voor leden; een lidmaatschap kan ik eenieder alleen maar aanraden, lid worden kan via   ---  Hier  ---)

woensdag 13 november 2024

KUDO's 2010 / PVV TROTS; 14 jaar later, en zijn we wat opgeschoten? / EVEN NADENKEN / KNIPSELS UIT DE OUDE DOOS / CARTOON / VPRO COVERS /

 

Juni 2010 PVV Verkiezingsposter VPRO-GIDS2010.23

Juni 2010 TROTS op Nederland Verkiezingsposter VPRO-GIDS2010.23

KUDO's 2010 / TROTS PVV; 14 jaar later, en zijn we wat opgeschoten? / EVEN NADENKEN / KNIPSELS UIT DE OUDE DOOS / CARTOON / VPRO COVERS /

Juni 2010 TROTS op Nederland Verkiezingsposter VPRO-GIDS2010.23

 

 

Juni 2010 PVV Verkiezingsposter VPRO-GIDS2010.23

 

maandag 29 juli 2024

AANRADER! / UNIEK! / HELE PAGINA 3X3 BASKETBALL OS PARIS2024: Van 29 juli t/m 5 augustus Orange Lions 3X3 Mannen / INTERNATIONAAL BASKETBALL OLYPISCHE SPELEN PARIJS /

 

Als de #VPROGids een hele pagina Basketball heeft...dan hebben we het over iets héél bijzonders; dat is niet helemaal Uniek, maar wel bijna Uniek!


 


(Vandaag = de eerste dag van het 3X3 Toernooi; Dinsdag 30 juli dus)

Op de NBB-site Basketball.nl  een Live-Blog met 

alles, en steeds het laatste nieuws, over de Oranje Mannen 3X3   ---  Hier  --- 

(dus Bookmark deze pagina!)

Speelschema

Dinsdag 30 juli
19.05 uur: Nederland – China

Woensdag 31 juli
18.35 uur: Letland – Nederland

Donderdag 1 augustus
10.05 uur: Nederland - Servië
14.05 uur: Frankrijk – Nederland

Vrijdag 2 augustus
10.35 uur: Polen – Nederland
13.35 uur: Nederland – Litouwen

Zondag 4 augustus
19.05: Verenigde Staten – Nederland
21.30 uur / 22.05 uur: Play-In Games

Maandag 5 augustus
18.00 – 19.30 uur: Halve finales
21.30 uur: Troostfinale
22.30 uur: Finale

vrijdag 15 september 2023

HIPPIETIJD / DRUGS & MUZIEK / THEMANUMMER DE GIDS: The Byrds - Eight Miles High - Jacob Groot / LITERAIR TIJDSCHRIFT /

 

The Byrds - Eight Miles High

9/23/1970 - Fillmore East (Official)

 
18 sep 2014 The Byrds - Eight Miles High Recorded 
 
Live: 9/23/1970 - Fillmore East - New York, NY More The Byrds at Music Vault: http://www.musicvault.com 
 
Subscribe to Music Vault on YouTube: http://goo.gl/DUzpUF 

De Gids
https://www.de-gids.nl › artikelen › to-be-or-not-to-be...


Het bovenstaande Essay stond in het onderstaande Themanummer van 'De Gids'


zondag 15 maart 2020

MIJN FAVORIETE MAGAZINES / RECENSIE COLUMNIST VK: 'De VPRO Gids is nog steeds de VPRO Gids, en doet het tegen de stroom in goed' / HOORT U HET OOK EENS VAN EEN ANDER /

Een VPRO-Gids Cover(een andere dan hier besproken)

De VPRO Gids is nog steeds de VPRO Gids, en doet het tegen de stroom in goed


Wat is lezenswaardig deze week? Veel documentaires, weinig Frans Bauer, in de VPRO Gids. Wel Merel Westrik, die veel opstak van EO-programma Jong.



Paul Onkenhout 11 maart 2020


Het was geen verrassing dat Piet Bakker, oplagefetisjist en voormalig lector Crossmedia & Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht, een jaar geleden concludeerde dat de omroepbladen onder zware druk staan. Breaking news is het niet, gaf hij toe.

Veelzeggend waren de cijfers wel. Net zoals de vrouwentijdschriften verloren rtv-bladen sinds de eeuwwisseling meer dan 60 procent van de betaalde oplage. Met veertien tites is de markt meer dan verzadigd.
vd VPRO
De witte raven in 2019 waren het nieuwe MAX Magazine en, verrassend, de oude VPRO Gids die zowaar een oplagestijging kon noteren van 5 procent. Recente oplagecijfers zijn niet bekend, maar reken er maar op dat er wekelijks zo’n 140 duizend exemplaren worden gedrukt, goed beschouwd een kolossaal aantal.

Eerste conclusie: de VPRO Gids is nog steeds de VPRO Gids. De columnisten zijn Esther Gerritsen, Arnon Grunberg natuurlijk en A.L. Snijders, de stevige bouwstenen kunst, cultuur en media. De onderwerpen zijn merendeels zwaar, waarmee zéker niet is gezegd dat de stukken niet om door te komen zijn. Anders dan in bijvoorbeeld de VARAgids zijn lichte onderwerpen wel spaarzaam. Frans Bauer is hier in geen velden of wegen te bekennen.

Merel Westrik is wel aanwezig. De presentator van Ladies Night wordt in de rubriek ‘Kijken’ geïnterviewd over haar tv-voorkeuren. Ze verlangt terug naar Theo en Thea, keek ademloos naar De wereld van Boudewijn Büch en werd gevormd door Jong, het programma van de EO waarin jonge mensen vertelden over hun ziekte of een andere levensveranderende gebeurtenis. ‘Het heeft m’n blik op mijn eigen leven en ‘leed’ veranderd.’

Maar de VPRO Gids zou de VPRO Gids niet zijn als niet ook zou worden geschreven over een documentaire over het afluisterschandaal Rubikon uit de jaren zeventig, om 00.45 uur uitgezonden door de Duitse ZDF. In het tv-aanbod is uitzonderlijk veel aandacht voor documentaires, niet alleen van eigen makelij en niet alleen te zien op de Nederlandse tv-kanalen.

De pijlers deze week zijn onder meer stukken over de tentoonstelling Black Light in Eye Filmmuseum over de zwarte cinema, de miniserie The Plot Against America op Ziggo naar de roman van Philip Roth en een interview met de Chinese regisseur Diao Yi’nan. In een verhaal over een uitzending van VPRO Tegenlicht over het menu van de toekomst gaat het terloops even over Pringles, de welbekende zoutjes in de kartonnen bus.

Er deugt niks van, zo blijkt. Pringles is een ‘overontwikkeld product, dat staat voor alles wat de perverse voedselindustrie ons heeft gebracht’. Nooit bij stilgestaan.




vrijdag 19 juli 2019

SHARTIE AART DEKKER / CITAAT / VPRO-GIDS COLUMN / NPO VS. POLITIEK: 'Passievrucht' (2min leestijd) / EVEN RELATI.EVEREN /

Afb: van   ---  Hier  ---

CITAAT(Commentaar Hoofdredacteur VPRO-Gids, Hugo Blom, 3 juli 3019):

‘Alle politieke partijen bij elkaar opgeteld hebben evenveel leden als de VPRO in zijn eentje.

**

SHARTIE AART DEKKER

De Strijd tussen de Politiek(VVD voorop) en de Publieke Omroep; Even Relativeren

Het lijkt wel de 80-jarige Oorlog  - die tussen een deel van de Politiek (met de VVD luidkeels Rechts Schreeuwend voorop...maar wel zeer effectief, dat moet (helaas) gezegd worden) -  en de Publieke Omroep.

Dat zit  - denk ik -  zo: de Publieke Omroep moet staan voor Goede en min of meer Onafhankelijke Journalistiek (en nog veel meer trouwens) en dient dus de politiek te onderzoeken en mistanden naar boven halen. Er zijn nogal wat misstanden bij de VVD  - van enkele veroordeelde Criminelen uit de (voormalige) top van de partij tot heel veel Kleine Sjoemelaars die hun zakken weten te vullen, dan wel andere persoonlijke belangetjes dienen dankzij het feit dat ze lid zijn van de grootste partij van Nederland (bij de de meeste recente Verkiezingen)...

Tsja, en omdat niemand het leuk vindt dat zijn of haar wangedrag onder het zonlicht wordt gebracht, voor iedereen zichtbaar dus, zien VVD'ers de NPO als hun natuurlijke vijand die bestreden dient te worden. En dus wordt er nu al vele kabinetten lang enthousiast gehakt en geschaafd aan de budgetten van de Publieke Omroep. Betreffende het huidige kabinet Flutte-III ben ik dus wel een beetje teleurgesteld dat ook CU-minister Arie Slob gehoorzaam meewerkt aan die al dan niet verborgen VVD-agenda...

Mijn stokpaardje betreffende de Publieke Omroep is dat het een Schurkachtige Meesteret is geweest van Gerrit Zalm  - wie anders?!? -  om de Omroepbijdrage af te schaffen en de NPO uit de Belastingen te gaan financieren; dat heeft de deur opengezet voor het (uiteindelijk, want als deze trend doorgezet wordt zal het daar ooit eindigen vrees ik) klein en irrelevant maken van de cruciale rol die een Publieke Omroep vervult in een Democratie.

Die irrelevantie  - die door Rechtse, Populistische en andere Opportunistische politici -  graag nu al wordt aangehaald; in onderstaande Column beschreven met "omroepen verliezen één miljoen leden (over een periode van vijf jaar)"... Onjuist dus, zoals Hugo Blom ook fijntjes aangeeft: maar alleen al de VPRO heeft dus meer leden dan die hele politiek tezamen. 

Dat zou politici  - Slob voorop -  wat nederiger en bescheidener moeten stemmen in hun drang die Publieke Omroep weg te zetten als irrelevant, of te financieel of anderszins te kortwieken..!

Wordt vast en zeker vervolgd...

AART DEKKER


**




Erg gezond!

Passievrucht

, Hugo Blom

Je kunt het van de zure kant bekijken: omroepen verliezen één miljoen leden (over een periode van vijf jaar), en logischerwijs wordt dat dan de kop in NRC. Of van de vrolijke kant: tweeënhalf miljoen mensen zijn lid van een publieke omroep.

De nuancering volgde in het stuk, met voor mij als persoonlijk hoogtepunt de zin: ‘Alle politieke partijen bij elkaar opgeteld hebben evenveel leden als de VPRO in zijn eentje.’ Dat weten we al wat langer dan vandaag, maar daar zullen we geen goede sier mee maken, omdat we geen politieke partij zijn. Appels en peren, en laat de VPRO vooral een passievrucht blijven. Maar dan wel een passievrucht met gevoel voor de realiteit en die is dat het lidmaatschap van wat dan ook een anachronisme aan het worden is. Zoiets als het huwelijk dat levenslang duurt.

Dat bestaat ook nog, ik zie mijn ouders gestaag richting het gevreesde moment gaan dat de burgemeester met een gouden taart voor de deur staat – doe maar niet –, maar hoeveel navolging zullen zij nog krijgen? In dezelfde editie van NRC lees ik over een noviteit in relatieland, de mingle. Dat is iemand die wel een relatie heeft, maar het niet zo noemt en die relatie ook voor de buitenwereld verborgen houdt. Dat doet hij/zij omdat er nog van alles mogelijk is en moet blijven, er kan namelijk zomaar een nog leukere kandidaat voorbijkomen.

Het bracht me op het idee dat we als VPRO volgend jaar misschien niet in alle openbaarheid mee moeten doen aan de race om voor de telling duizenden leden te werven, met al het voorspelbare en onterechte commentaar over het verspillen van belastinggeld dat daarmee gepaard gaat. Laten we met de tijd meebewegen: wilt u onze mingle zijn?

dinsdag 7 mei 2019

GROEI COMPLOTDENKEN / LEZERSBRIEF VPRO-Gids: '...de Landing op de Maan heeft Nooit Plaatsgevonden...'


Lezersbrief uit een VPRO-Gids uit april 2019
Afbeelding overgenomen van: 'Wetenschapsadviseur van Trump, Apollo Moonlandings never happened!'


***
Cartoon van 'HenryPayne.com', originele post   ---  Hier  ---
Dutch/Nederlands: Het Hersenloze Gebrul/Getweet ook zo zat?

Behoefte aan even stoom afblazen,
of om te kunnen lachen om alle idioterie,
of op reacties van gelijkgestemden?

Sluit je aan bij 'Counting Down Trump': dat kan, 'gratis en voor niets' --- Hier ---

**
English/Engels: Also Fed-up from the Brainless Brawling/Tweeting?


Feel the Need to Release some Steam,
to Laugh over all the Madness,
or to Debate with/React to the Likes (like You)?

Join (don't Leave/Delete!!)  'Counting Down Trump': It's for Free! And You Join  --- Here ---

dinsdag 2 april 2019

DIEREN WIJZER DAN MENSEN / WETENSCHAP / HET BELANG VAN LUMMELEN / VOLKSKRANT

Afb. Luiaard, van -- Hier --

(Inleidend) Fragment(VK.nl/de Gids, 'Waarom lummelen van levensbelang is - en wat we in dat opzicht van andere dieren kunnen leren'):

"Waarom lummelen van levensbelang is - en wat we in dat opzicht van andere dieren kunnen leren
De mens is ook een dier, dus zou hij zich best wat meer als zodanig mogen gedragen. Bijvoorbeeld als het gaat om de balans tussen inspanning en ontspanning: ‘Vooral mannelijke leeuwen voeren geen flikker uit.’

VK.nl/de gids, Wilma de Rek, 14 februari 2019

Of hij weleens een depressief dier heeft gezien, was de vraag. Voor het eerst valt Maarten Frankenhuis langer dan dertig seconden stil. De diergeneeskundige en oud-directeur van Artis kijkt peinzend door het raam van de woning in Broek in Waterland die hij na zijn pensionering samen met echtgenote Liesbeth betrok. Achter dat raam strekt zich een groot weiland uit, vanwaar verschillende soorten gevogelte opstijgen. Dan: ‘Stress komt in het dierenrijk volop voor. Maar depressie bij dieren is mij volkomen onbekend.’

En een beest met een burn-out?

‘Nee, dat al helemaal niet. Als verzorgers vroeger zeiden: hij ligt timide in de hoek en hij rent niet naar de voederbak, zoals normaal, dan dacht ik nooit aan een depressie of een burn-out. Dan dacht ik: dat beest is gewoon ziek. Maar je kunt het ze niet vragen, hè. We weten het gewoon niet.’

De afgelopen maanden besteedde de Volkskrant uitgebreid aandacht aan de burn-outepidemie die van sommige geïnterviewden geen epidemie genoemd mocht worden. Twee weken geleden kwam onderzoeksbureau TNO met nieuwe cijfers: in 2017 zei 16 procent van de 8,5 miljoen werkende Nederlanders burn-outklachten te ervaren. Twee jaar eerder was dat 14 procent, in 2007 11 procent.
In de verhalen werden allerlei verklaringen genoemd: prestatiedruk, verminderde autonomie, hoe ingewikkeld het tegenwoordig is om een bevredigend verhaal te weven rond het eigen ik. In vrijwel elk stuk kwam ook de werkdruk ter sprake. Het ging veel over hoe we ons inspannen.

Maar hoe zit het met de manier waarop we ons óntspannen? En wat kunnen mensen in dat opzicht leren van andere dieren?

Want de mens is ook een dier; de homo sapiens bestaat nog maar een paar honderdduizend jaar, als een van de resultaten van de evolutie die al een paar miljard jaar gaande is, en het grootste deel van zijn bestaan verschilde zijn dagelijks leven niet zoveel van dat van andere dieren. We mogen dan nu parmantig in mooie pakjes de wijsneus uithangen, ons lichaam is niet anders dan dat van onze jagende en verzamelende betovergrootouders; evolutie verloopt uiterst traag. In de woorden van Frankenhuis: ‘Die paar generaties dat wij nu vuistbijlen maken, met pijl en boog schieten, boekdrukken, e-mailen: het is een rimpeling in de wordingsgeschiedenis van onze soort.’
.......................
............
..." 

&

Slotfragment:

"......................... 

Het geheim van de luiaard

In de Amsterdamse dierentuin Artis hangt een luiaard aan een boom, met zijn kop naar beneden en zijn pootjes om een tak, want zo hangen luiaards aan bomen; alsof ze een hangmatje zijn. Hij wiegt hypnotiserend zacht heen en weer. Om hem heen is het een drukte van belang. Vijf of zes dwergzijdeaapjes dansen driftig om hem heen, in wanhopige pogingen de luiaard gek te krijgen, maar die grijnst ze alleen maar sloom toe: this aggression will not stand, man.

Als er één dier is dat de kunst van het lummelen onder de knie heeft, is het de luiaard, door katholieke ontdekkingsreizigers vernoemd naar de vierde van de zeven hoofdzonden. Op de grond beweegt de luiaard zich voort met een gemiddelde snelheid van 0,3 kilometer per uur, trager dan een schildpad. Oké: wat meespeelt is dat de luiaard met zijn slecht ontwikkelde oren en ogen in een soort constante roes leeft, schrijft zoöloog Lucy Cooke in Wilde verhalen – De ware aard van onbegrepen beesten (2018). En dan kauwt hij ook nog eens de hele dag op bladeren die alkaloïde bevatten, een spulletje dat ongeveer dezelfde werking heeft als valium: ‘Deze diertjes lijken dus niet alleen stoned, ze zíjn stoned.’

Maar evolutionair is het beest een groot succes. Hij gaat al 64 miljoen jaar mee, schrijft Cooke, en heeft kanonnen als de sabeltandtijger en wolharige mammoet overleefd. Luiaards zijn uitstekende overlevers. ‘Hun geheim? Precies: hun luie aard.’"

Lees het hele artikel uit 'de Gids' van de Volkskrant   ---  Hier  ---

 

zaterdag 16 februari 2019

COLUMNIST A.L. SNIJDERS VPRO-GIDS / KORT: Mosterd - 'Poëzie'


Poëzie

, A.L. Snijders
A.L. Snijders is teleurgesteld in de grote hond van Wim Helsen. 



Toen ik zeventien was vertelde een vriendje me iets wat ik niet wist. Hij was een paar jaar jonger, ik voelde me vernederd. Een vijftienjarige kon en mocht niet meer weten dan een zeventien-jarige, dat was volgens mij een wet van Meden en Perzen. De situatie is trouwens hetzelfde gebleven, het vriendje werd een vriend, die me nog steeds dingen vertelt waar ik nog nooit van gehoord heb. Ik moet erbij zeggen dat elke vorm van triomfalisme bij hem ontbreekt, hij mompelt zijn kennis zonder nadruk, wat misschien wel erger is. Het ging om het woord poëzie, dat kwam volgens hem van het Griekse poiein, maken. Je hoefde het niet met handschoentjes aan te pakken, het betekende gewoon: iets wat gemaakt was. Ik ging meteen naar het etymologisch woordenboek in de schoolbibliotheek – hij had gelijk. 


Gisteravond gebeurde er iets dergelijks. De televisie stond aan, ik keek naar Canvas, Winteruur, een enkele minuten durend literatuurprogramma van Wim Helsen. Een gast leest een korte tekst voor, praat daar eventjes over met de gastheer, en leest het dan nog een keer voor. Einde programma. Deze keer was het de schrijver Bernard Dewulf. Hij las iets voor over een uil die zichzelf aan het huilen zet om tranen te produceren. Als hij genoeg tranen heeft opgevangen, kookt hij ze en maakt er een kopje tranenthee van. Hij houdt van tranenthee. Dit korte verhaal heeft Dewulf voor het eerst gehoord toen hij negentien jaar was. Hij zat op de universiteit en luisterde naar de Nederlandse dichter Ed Leeflang. Die gebruikte het verhaal van de tranenthee trekkende uil om uit te leggen wat poëzie in wezen is: iets wat gemaakt wordt.

Ik riep naar de televisie: ‘Vertel nu ook even iets over de betekenis van poiein.’ Maar Bernard en Wim hoorden me niet en ook de grote hond van Wim, die altijd naast hem op de bank ligt, liet verstek gaan. Dit klinkt misschien raar, maar juist van honden verwacht ik dat ze alles van de mens weten. Ze zijn aanwezig in elk milieu, ze hebben toegang tot alle kamers, ze maken alle opwinding en verzoening mee. Veel meer dan katten, die gedistantieerd zijn gebleven, dichter bij het oerdier. Nee, de hond van Wim Helsen had het de kijkers kunnen vertellen als hij niet zoals altijd had liggen slapen.

Veel meer 'Mosterd' van A.L. Snijders in de VPRO-Gids:   ---  Hier  ---

zaterdag 9 februari 2019

VPRO TV: Vanaf Zondag(10feb2019) - 'Makkelijk Scoren' (= Lubach Sport) / VPRO GIDS COVER / CARTOON / SIGMUND /

Cover VPRO-Gids, 2019 #6, 9 t/m 15 februari
De VPRO komt vanaf zondag 10 februari met een nieuw satirisch programma over sport op NPO 3: Makkelijk Scoren. Presentatoren Tex de Wit, Jonathan van het Reve en Diederik Smit nemen in hoog tempo de sportweek door aan de hand van elkaar. Makkelijk Scoren is perfect voor mensen die elke dag sport kijken, maar ook voor mensen die sport haten of het eigenlijk graag vaker zouden willen kijken maar er in de praktijk haast nooit aan toekomen door de 24-uurs economie. Want sport is leuk, maar niet per se grappig. Tot nu.  
 
Meer over dit nieuwe programma:   ---  Hier  ---

maandag 28 januari 2019

dinsdag 13 maart 2018

zondag 2 april 2017

GROENE-DE GIDS / LITERATUUR / KORT VERHAAL ADRIAAN VAN DIS / AANRADER: 'Schone Handen' (leestijd 3-10min)

Onderstaand kort verhaal van Adriaan van Dis vind ik een aanrader, tipt aan de vluchtelingen-problematiek van nu, en hoe we daar mee om gaan, zelfs als 'we principes hebben'...een aanrader!

Het origineel uit 'De Gids, een uitgave van de Groene Amsterdammer' vind je --- Hier --- en aldaar natuurlijk nog veel meer!

SCHONE HANDEN



Het huis ligt in de bocht van een rivier. De zon weerkaatst op het water en doopt de oevers en de uiterwaarden in een helder licht. 's Avonds hoor je de ganzen gakken in het hoge gras. Je woont alleen, een halfuur rijden van een oude Hanzestad. De dichtstbijzijnde buurman boert een paar honderd meter verderop. Je hebt je eigen wei, twee geiten en kippen in een ren; je verzorgt een grote moestuin. Je parkeert je auto op een stuk gaas, anders knauwt een steenmarter de__kabels door. Een hek houdt de vossen buiten. Alleen de bruine rat slaat soms toe in het kippenhok. Er hangt een kris boven de bijkeukendeur en in de schuur staan twee volle jerrycans benzine, naast de stormlampen en kaarsen. Op zolder liggen zakken rijst en droge bonen. Je houdt je erf angstig schoon. Je poetst en je veegt en je lapt – daar word je rustig van. Alles moet schoon. Het leven is overzichtelijker in stapeltjes. Glans is veiliger dan dof. Je bent bang voor kapot. Je wilt alles heel maken. Je wilt jezelf heel maken. Je moet je kunnen redden in de volgende oorlog.

De nazomer is onverwacht warm. De rozen bloeien voor de derde keer. Er zijn weer aardbeien! En jij maar maaien en harken… Dat moet ook die man hebben gezien…

Ja, hij stond voor het hek en stak zijn rechterhand op. Drie vingers. Van schrik stak ik ook mijn hand op – oud en rimpelig maar heel. De man sprak Engels. Of ik misschien werk voor hem had. Hij woonde in het naburige dorp, op de oude kazerne, waar honderden vluchtelingen waren ondergebracht. Hij had een droge mond – speeksel plakte in zijn mondhoeken – opvallend wit tegen zijn donkere huid. Het was een magere man, benig, ietwat gebogen, met ingevallen wangen; hij droeg een grijze broek, wit overhemd, versleten riem, zwarte schoenen – glanzend gepoetst. Ik opende het hek en nam hem mee naar de buitenkraan, waar we gulzig water dronken. Muggen zoemden om ons heen. Ik plukte een blad van de walnotenboom, wreef het fijn en veegde het sap in mijn nek. Zo hield je de muggen weg. Ik gaf hem een paar bladeren en hij deed hetzelfde. Maar de bladeren vielen uit zijn verminkte handen – ook links miste hij een vinger. Een ongeluk? vroeg ik. Gardening, zei hij. Zijn Engels droeg de klank van een warm land.
We liepen door de moestuin. Ik plukte een appel voor hem. De padden sprongen voor ons uit. Hij zag het lege houthok en een rommelige stapel ruw gezaagde stammen – oogst van de laatste lentestorm. Hout dat wachtte op een bijl. May I please? Hij was een ervaren houthakker. Ik kon het niet weigeren. We liepen naar de schuur waar het gereedschap hangt. Hij keurde de bijlen, een voor een, en koos voor het Finse staal met een steel van essenhout – zijn ogen glommen. Zonder te vragen kliefde hij een stam tot aanmaakhout. Geen gehijg of ook maar een druppeltje zweet. Wel rook ik de warmte in zijn hemd. Hij kliefde nog een stam. Trok zijn hemd erbij uit. Zijn rug was getekend door snoeren wildvlees, als rupsen zo dik. Ik moest me beheersen zijn littekens niet aan te raken.

Deze gehavende man mocht mijn tuinman worden. (Ja mijn, niet als bezit maar om de afstand kleiner te maken, ik zeg ook mijn bakker, mijn werkster, mijn dokter). Alleen kon ik zijn naam niet onthouden – na twee keer vragen werd het: my friend en hello. Gelukkig hoefde ik hem nooit iets op te dragen, hij verstond zijn vak en begreep wat ik wou. Hij mestte zonder te vragen het geitenhok uit en nadat hij me Sarkozy had horen vervloeken, de haan die al mijn hennen kaal naaide door ze met z'n sporen plat tegen de grond te drukken, bood hij aan om hem te slachten – ook al vond-ie Sarko a great boy. Een half woord was dus genoeg. Maar ik schrok van zijn hoge lach toen hij de verkrachter voor de kale hennen ophield – geplukt en wel. Er sijpelde bloed langs zijn pols. En dan het plezier waarmee hij een pad onder zijn schoen plette en aan de enige overgebleven haan voerde. The boy needed that. Sarkozy mocht hij houden. En hij kreeg ook een envelop mee: een week extra loon. Zijn werk zat erop.
Hij weigerde de envelop. Come on… Hoe kon ik zonder hulp? De tuin was te groot en te zwaar voor mijn leeftijd; had de boss gezien dat er een geit mank liep?
Boss? Zat-ie me nou te jennen? 'Spuug uit dat woord,' zei ik lachend.
Hij haalde een priem uit de gereedschapsschuur, nam de geit in de houdgreep en pulkte een kiezel uit het spleethoefje. Er kwam pus vrij. En bloed. Hij zoog de wond uit. Zijn speeksel kleurde rood. Daarna spoelde hij zijn mond aan de kraan. Kreupelrot kon dodelijk zijn.
En zo werd ik bang voor mijn tuinman.

Een vreemde was mijn leven binnengelopen en hij liet me niet meerlos. Hij kende de code van mijn hek, wist waar de sleutel van de schuur hing en had zich het onderhoud van mijn verwilderde erf toegeëigend. Hij wroette niet alleen in mijn grond, maar ook in mij. Soms, als ik achter mijn tafel zat te werken, voelde ik dat hij in de moestuin naar me stond te staren – minutenlang – steunend op een hark. Wist hij dat ik over hem schreef? Ook ik wroette: mijn pen verkende zijn leven. Het viel niet mee, hem niet en mij niet. We waren allebei goed in verhullen.
Nu woedde er in die dagen een discussie op het internet en in kranten over culturele toe-eigening. Een modeterm, passend bij een tijd waarin elites ter verantwoording werden geroepen. Mocht een witte schrijver een zwarte – of een migrant of wat voor minderheid ook – een stem geven? Een groeiend gezelschap gekleurde schrijvers verzette zich daartegen. Witten (ja, witten moest je zeggen en waarom ook niet: nieuwe zeden nieuwe labels) – witten kregen meer kansen in de boekenwereld, ze drongen voor, stalen de show. En dat alles onder het mom van engagement. Diefstal was het – bevoogdend en ijdel bovendien.
Witte schrijvers kunnen zich niet in gekleurde levens verplaatsen, ze denken zich van alles te kunnen verbeelden, maar hebben geen idee hoe het is om dagelijks 'slecht nieuws' te zijn, te worden aangestaard en vernederd. Zo moest je de verwoesting die slavernij in de cultuur van zwarten tot op de dag van vandaag veroorzaakt, aan den lijve hebben ondervonden. Dat was de teneur. En zelfs al heeft een witte schrijver de beste bedoelingen, het lukt hem niet: hij vervalt in clichés, parasiteert, koloniseert, koketteert. Steelt.
Ik schrijf. Levens stelen is mijn beroep en ik maak me wijs dat ik me in iedereen kan verplaatsen, al was het maar om niet mijzelf te hoeven zijn. Dus ben ik ook de schrijver die mij een racist vindt. Of mag dat soms niet?

Maar wat als een zwarte man in je tuin een kip slacht. Een man die zichzelf negro noemt en mij spottend boss – woorden die ik keurig verfoei. Hij houdt van messen en alles wat scherp is. Zijn woede is tastbaar – net als mijn angst misschien. Een woede die ik afkoop voor 12,50 per uur, inclusief pauzes. Hij is mager, heel mager... Zie hem daar toch staan in zijn blote bast… trots en behoedzaam. Zo ken ik hem al mijn hele leven. De littekens op zijn rug zijn de littekens van mijn vader: met wildvlees dat een eigen leven leidde, gegroeid uit stokslagen en een wond die doorroestte van de spijker waaraan hij zich openhaalde toen de Japanners hem als getorpedeerde drenkeling een sloep in hesen. Er zat oorlog onder zijn vel.

Thee sust. We dronken liters thee, mijn tuinman en ik. Eerst buiten, later binnen – al had ik wel de zilveren koekjestrommel verborgen – niet dat ik bang was dat-ie hem zou stelen, maar om minder rijk te ogen. Na de zoveelste dampende beker liet ik hem een foto van mijn vader zien. Een tropenfoto van een jonge soldaat, broodmager en op zijn qui-vive.
Was he in the army?
Heel jong ja, op zijn zestiende al.
Ik hoopte zijn vertrouwen te winnen, maar hij legde de foto onverschillig opzij: So what… Hij was veertien toen hij bij de rebellen werd ingelijfd – daar kwam geen fotograaf aan te pas. You don't know the bush. Een stompje vinger trommelde op tafel. Geen vragen meer.
Mijn vader heette Victor Justin, hij is al zestig jaar dood. Een naam die mijn tuinman langzaam uitsprak. Alsof hij hem proefde. Kon hij die naam niet lenen? Hij zocht een nieuwe naam, een die Nederlanders makkelijker in de mond lag – spot tekende zijn lippen. Hij overrompelde me. Wat een onzin! Maar hij haalde zijn schouders op, namen waren als paspoorten. Hij wou Afrika van zich afschudden.
Afschudden? Maar Afrika had de toekomst.
Hij lachte me uit. Zijn toekomst lag hier. Hij daagde me uit en doopte zich met een spat thee: Victor… zo moest ik hem voortaan noemen.
En daar zaten we dan aan de keukentafel, verbonden dooreen naam. A white name.
I beg your pardon. Ik reageerde gestoken: mijn vader was bruin. 'Kijk dan toch naar die foto.'
Hij gunde hem nauwelijks een blik. Zag-ie dan alleen maar mijn buitenkant, mijn bleke vel, mijn glanzende huis en die Volvo achter het hek? Ik was verwekt onder de palmen. Kind tussen donkere mensen – ik groeide op met hun verhalen, ja, ik kende de geuren van een exotische keuken, de bittere smaak – dat tekende mij! Wit, wit… maar daaronder. Ach, ik wou zo graag bij een tropenkleur horen.
(Tjonge jonge, hoe oud ben je nu? 70 jaar! Stel je niet aan, koket kind. Maar die foto… is je vader wel bruin genoeg? O, ik hoor het al – het ouwe liedje: je trapt hem weer de kampong in.) Ik kneedde de statistieken: slechts 9 procent van de wereldbevolking is wit. Geloof het of niet. Europa zou verkleuren en Afrika zou sterker worden. Afschudden? Afrika schudde ­Europa van zich af. Zo lagen de nieuwe verhoudin­gen. De rekening van het kolonialisme werd opgemaakt en de witten zouden er flink voor betalen. Heus, ik wist waar ik het over had, ik was vaak in Afrika geweest. In de hal… had hij mijn maskerverzameling niet gezien?
Hij grinnikte, schoof de suikerpot naar zich toe en schepte acht lepels in zijn thee. We negroes like it sweet.
Hij dreef verdomme de spot met mij en met mijn maskers… hij trok gekke gezichten. One is supposed to find another life behind a mask… Al roerend keek hij me aan, tergend langzaam krassend in z'n beker: A new life.
En ja hoor: ik voelde me schuldig.

We knipten het dode hout uit de rozen – we is een schuilwoord voor hij. Ik wees aan, hij haalde zijn armen open, propte het snoeisel in de vuurkorf en overgoot het met lampenolie. De vlammen schoten hoog, rook prikte in mijn ogen. De takken knapten in de hitte en sprongen uit de korf. Zeven kapotte vingers harkten ze bijeen. Gloeiend hout op huid.

Mijn tuinman had een verhaal in zijn handen, maar hij wilde het niet met mij delen. Hoe kreeg ik die drie missende vingers boven tafel?
Ik zette mijn vader weer in – betere munitie had ik niet. Ik liet zijn oorlog knallen, sloot hem op in een zinken hok. En de zweep erover, de jungle in, de bush. Ik pikte wat leed her en der, plakte nog meer littekens opzijn rug. Cinema! Ik ook een rol: want mijn vader sloeg mij. Ja, ik kende het gloeiende eelt van zijn hand. Slachtoffer, slachtoffer – wat een prachtige rol.
Ik verleidde mijn tuinman.Wond voor wond.Noemde hem bij zijn nieuwe naam, verhoogde zijn uurloon. En zo kocht ik hem los – de gevangene van zijn verleden en pijn. Tranentrekken hoort bij mijn rol en ik speelde hem goed: hij zwichtte.

We lieten de ketel stomen en schonken onze bekers weer vol – thee om in te staren…
Koudvuur vrat aan zijn vingers – het kwam door de doden. Hun bloed was onder zijn nagels gekropen. Niet weg te wassen. Hij wreef zijn handpalmen op – hoornachtig, vol littekens. Rook ikhet vuur niet? Verschroeid vlees, vooral 's nachts kwam het los. Hij duwde ze onder mijn neus… de handen die houtstapels maakten, die lichamen uit vrachtwagens haalden en naar de vuurmaakplek sleepten. Ze hadden blind naar nekslagaders getast, want soms bewoog er nog een hoofd, opende iemand zijn ogen, maar tegen de avond waren ze allemaal dood genoeg voor het vuur. Mannen vrouwen kinderen, soms vijftig, zestig in één lading. Zes nachten in de week.
Hij verborg zijn gezicht achter zijn handen. Een hikje – even maar – een onverstaanbaar woord. Stilte. Een slok thee. We zaten aan de keukentafel. Buiten ruzieden de kippen. Ik wou hem troosten, maar hij schoof zijn stoel van me weg. Ik vulde zijn afweer met loze klets, vroeg naar zijn land, zijn stad: Konden we niet even op google maps… No, no. You are too inquisitive – like all of you. Ik vroeg te veel.
'Wij verbranden nooit doden. Wij wassen onze doden. Omhelzen ze. Praten met ze. Als we ze niet goed begraven, zullen ze ons achtervolgen.' Maar het ziekenhuis verbood de ­doden mee naar huis te nemen… ze waren besmet. 'Hun huid ademde nog.' Het was zijn eerste job na de oorlog: tuinman van het ziekenhuis. Van geweer naar hark, van het ene groen naar het andere. En, mooie bijkomstigheid: niet bang voor een lijk. Toen de epidemie de stad binnenviel, moest hij de levenden redden door de doden te verbranden. Epidemie, besmetting, infectie. Een naam kreeg het niet. Honderden lichamen drukten op zijn schouders: Too many. Too many.
Nadat het kwaad was uitgeroeid, wilde niemand meer aan de lijkenverbranders herinnerd worden. Victor werd van het terrein verjaagd. De levenden achtervolgden hem met stokken. En hem niet alleen. Tientallen lijkenverbranders moesten vluchten.

We blusten zijn verhaal met een glas whisky. In de tuinkamer, op de blauwe bank waar nooit iemand mag zitten omdat ik niet van deuken in de kussens hou. Zag ons toch eens vertrouwelijk zijn. Al legde ik wel een handdoek neer: er zat roet op zijn broek. Hij leerde me de laatste foefjes op onze mobiele telefoons. Schouder aan schouder. Zijn botten prikten. Zijn vingers tikten naast de letters. Geen gevoel, zei hij. En toch opende hij behendig het deksel van mijn zilveren pillendoosje en schoof me de drie hartpillen toe die hij me aan het eind van de middag al zo vaak had zien innemen – twee langwerpige en één ronde. Hij maakte er een vrolijk gezichtje van: ogen en een ronde mond. Heel vaderlijk. We lieten ijsblokjes in de glazen knappen en keken zwijgend naar de merels die de verschrompelde druiven pikten. Zwarte vogels – ­baldadig en stoeiend. _(Zeg, moet-ie nou een arm om je heen slaan – vuile_flikker… O nee, gelukkig, je mist je vader.) Toen de bodem van de whiskyfles in zicht kwam, gaf ik hem een kasjmieren trui en twee nieuwe overhemden.

Victor poetste de fotolijsten. Vader moeder zussen – een tafeltje vol doden. 'Waarom woont u alleen?' vroeg hij. (Op papier blijft hij u tegen me zeggen maar in het echt werd hij steeds vrijer.) So rich and so alone. Hij keek me argwanend aan.
'Alleen? Ik woon met de dingen.'
Hij wreef mijnpillendoosje op – achttiende-eeuws.
Hoe leg je een arme uit dat ik al heel jong troost vond in dingen. Dat is mijn rijkdom. Ik praatte met de dingen en de dingen spraken terug. In de bontkraag van mijn vliegeniersjekker zat een fluisterende piloot. Die kraag gaf me moed op het schoolplein. En nog steeds zoek ik kracht in het glanzend gezelschap van dingen. Ik vrij met ze. Met mijn kasjmiertruien, mijn veertig paar schoenen, mijn perzen, mijn tafelzilver. Vulpennen – waarmee ik verhalen uit mijn hand laat stromen zonder me vuil te hoeven maken. Mijn bibelots. Mijn zware hek. Het zoevende raam van de kas. De kris boven de deur. Een aai, elke dag. Ik veeg en boen alles heel.
Ik kon niet nalaten even zijn hand aan te raken. Hij trok hem terug.

Victor wilde een selfie van ons maken – wij samen op de blauwe bank, hij in zijn trui. Voor zijn kinderen. Misschien kregen zijn vader en moeder hem ook te zien – de hele familie had zich van hem afgekeerd. Voor zijn vrouw was hij alleen nog goed voor het geld. Hij liet me de selfie zien: we hadden allebei rode ogen.
Voor kerstmis gaf ik Victor een envelop met vijfhonderd euro. Thank you boss. Lachend dit keer. Daarna heb ik hem niet meer teruggezien. Ik ben naar de kazerne gefietst. Maar ze kenden geen Victor aan de balie. En ik kende zijn ware naam niet. Ik liet ze de foto op mijn iPhone zien en kreeg een map met foto's en namen van alle bewoners toegeschoven. Tientallen donkere mannen keken me aan. Allemaal Victor.