Posts tonen met het label 2004. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2004. Alle posts tonen

dinsdag 10 maart 2026

DE GROENE AMSTERDAMMER Agendeert vaak, maar deze was wel héél profetisch! Irak?...Waarover het de komende jaren gaat HET IS IRAN

  

De Groene Amsterdammer loopt vaak voorop als het gaat om het op de kaart zetten van onderwerpen, en slaat de spijker meestal op de kop. Maar 22 jaar van tevoren...is wel heel lang..!

Wat bracht de Groene Amsterdammer nog meer in die editie?

Dit:

 

donderdag 29 december 2022

KUDO 2004 / EVEN TERUGKIJKEN/NADENKEN OVER DE TOEKOMST VAN SPORT: 'Echte Sport' - CITAAT: "Maar die gehandicapten gaan voorop lopen!" / GROENE COLUMNIST OPHEFFER / KNIPSEL UIT DE OUDE DOOS /

Rubriek

Echte sport

Opheffer

17 september 2004 – verschenen in nr. 38  

Originele Column in het archief op Groene.nl   ---  Hier  ---

Wanneer je van sport hield en aan sport deelnam, betekende dat dat je een zeker idealisme had. Je ging uit van de gedachte dat een gezonde geest in een gezond lichaam zat. Dat Hitler zich dolgraag liet zien op de Olympische Spelen kwam voort uit die gedachte: waarschijnlijk was hij ervan overtuigd dat het blanke ras - en met name het Duitse - tot ongekend grote sportprestaties in staat zou zijn, wat tevens zou betekenen dat het blanke ras het gezondste, dus intelligentste zou zijn.

We hebben de sport zien veranderen. Sport heeft niets meer met idealisme te maken maar alles met commercialiteit. Het heeft ook niets meer met een gezond lichaam te maken. Het lichaam is een economisch product geworden - dat was het altijd al, maar via sport en dus je lichaam kun je een veelvoud verdienen. Een Engelse jongen van achttien, een voetballer, wordt verkocht voor 48 miljoen euro. Een Amerikaanse basketballer van 21 jaar brengt al gauw honderd miljoen dollar op. Het lichaam is amusement. Sport is amusement.

Nu gaan zich in de toekomst wat problemen voordoen. Ik keek naar de Paralympics die deze week zijn begonnen en zag een man met een kunstbeen. Nu was dat geen houten geval meer of iets van ijzer met pinnen, maar een schitterend geconstrueerd, computergestuurd apparaat dat feilloos de stap kon imiteren, bijna op iedere gewenste snelheid, en voortgedreven door de sporter zelf.

Mag je op de «gewone» Olympische Spelen met een kunstoor spelen? Of met een kunstoog? Als je mag honkballen met een dikke handschoen, mag je dan ook honkballen met een kunsthand? Als dat allemaal mag, mag je dan ook aan de gewone Olympische Spelen meedoen met een kunstbeen? Waarom niet, zou je zeggen. Wanneer je nu dat kunstbeen zo kunt maken dat het harder loopt dan een gewoon been, heb je dan een onrechtvaardig voordeel op een renner die bijvoorbeeld gezonde benen heeft, maar een kunstoog? Met andere woorden: wanneer ben je eigenlijk nog een gewone sporter?

Een bril mag, contactlenzen mogen ook, maar zou je ook kunstogen mogen hebben waarmee je beter kunt zien? Trouwens, wanneer houdt een mens eigenlijk op een mens te zijn? We hebben al kunstharten, kunstnieren, kunstoren die op muizen worden gekweekt - die zaken worden binnen niet al te lange tijd sterk verbeterd. Wielrenners rijden nu al met een zogenaamd «oortje» in, waarmee ze naar hun trainer kunnen luisteren. Waarom zouden voetballers niet zo’n oortje op het veld kunnen dragen? En als je bij de penaltyreeks nog je laatste invaller mag inzetten, waarom hou je dan straks niet iemand achter de hand met een fantastisch metalen kunstbeen dat schiet op dynamiet en absoluut onhoudbare schoten levert?

Denk ik nu dat in de toekomst de sport door de zogenaamde «cyborgs» gespeeld gaat worden? Die mooie samenstelling tussen mens en machine? Ik vermoed van wel.

We streven naar «zuivere» sporters, maar wat is zuiver? Raszuiver? Hoe ben je consequent in je zuiverheid? Wat mag wel en wat niet? Geen kunstbeen, maar wel een kunstarm? Of geen kunstarm, maar wel een kunstoog? Of zeg je: niets mag? Dat kan, maar de commercie heeft het voor het zeggen. Als wij een mens die voor driekwart uit machines bestaat nog een mens vinden en die mens loopt het hardst en juist dát willen we zien en juist daar willen we voor betalen, dan gaan we daarnaar kijken, en dan is dat fijne, zuivere sportieve lichaam goed voor de amateurs en kan het nooit ingezet worden om er het grote geld mee te verdienen.

Maar als dat mag, als je een kunstarm mag hebben - in de toekomst - wat weerhoudt ons, of vader Krajicek, er dan van om een tennisracket, desnoods tijdelijk, aan de arm van zijn dochter te monteren? En als je een kunstbeen mag hebben - en de techniek schrijdt voort -, waarom dan niet steeds het been van Cruijff overgezet? Of gewoon weer dat kanon dat met dynamiet schiet?

Kijk eens wat een gewone voetballer al aan kunstmatigs heeft. Hij heeft speciale schoenen, hij heeft speciale scheenbeschermers, hij heeft speciale bandages om, hij heeft speciale brillen, en speciale voetbal shirts. En kijk eens naar de zwemmers. Die hebben speciale zwempakken - hoogwaardig technisch vernuft -, speciale zwemkappen en soms speciale zwembrillen. Dat mag allemaal. Wanneer wordt een zwemmer een motorboot? De tijd is niet ver meer dat je dat nauwelijks zult kunnen zien.

Commercieel interessante sport kun je niet meer uitvoeren zonder technische hulpmiddelen. Bij de sporten waar dat wél kan, kun je je afvragen of dat wel sportieve sporten zijn. Darts is populair, maar toch echt geen sport, met die dikke bier drinkende gezelligerds. Judo is een keurige sport, maar daar kijkt niemand naar. Hockey? Hallo zeg, dat is dommig voetbal met een extra houten been.

Laatst was ik bij een vriend en we speelden op de computer voetbal. Ik vond dat net zo spannend als het EK voetbal van afgelopen zomer. Sterker, thuis droomde ik ervan. Ik overweeg de aanschaf van zo'n spelletjescomputer. Er moeten meer mensen zijn zoals ik, die zulks aardiger vinden dan de werkelijke sport. Wat betekent dat voor het voetbal? Nu doet het computerspel het spel in het veld na, maar misschien volgt het voetbal straks de computer.

Ik begon te vertellen over de Paralympics. Daar kijkt geen hond naar. We zien niet graag zieken, tenzij ze, zoals Lance Armstrong in de Tour, een ziekte overwinnen. Maar die gehandicapten gaan voorop lopen - vergeef me het woordspelige karakter van deze zin. De benen die nu nog worden gemist, worden vervangen door exemplaren die straks harder kunnen lopen dan de benen van wie ook. Tijden van acht seconden op de honderd meter liggen in het verschiet. De Olympische Spelen zijn dan veel minder belangrijk dan de Paralympics. Para gaat staan voor snelheid, vernieuwing, technische hoogstandjes. Voor Echte Sport door mensen die Echt Lijden.


woensdag 25 september 2019

KNIPSEL UIT DE OUDE DOOS(2004) / POLITIEK LINKS VS. RECHTS / OPINIE BART PRONK: 'Linkse taak: vervang groei door welvaart' / EVEN TERUGKIJKEN & NADENKEN /

Linkse taak: vervang groei door welvaart

Bart Tromp

Het Waterland-manifest is een sympathieke poging voor nieuwe linkse politiek, maar ontbeert een praktische vertaling, meent Bart Tromp.

Een politiek manifest dient een heldere boodschap te bevatten die niet alleen duidelijk maakt waar het zich tegen afzet, maar ook waar het vóór is. Volgens dit eenvoudige criterium schiet het ’Waterland-manifest’ (Reflex, 11 december)zonder meer te kort, ook al omdat het te lang, te breedsprakig is. De titel is ook al niet erg gelukkig gekozen, met zijn onvermijdelijke associaties met drassigheid. De auteurs maken het zich niet makkelijk door te beginnen met klagen over de zwakheid van links, zonder die nader te specificeren. Het optreden van de PvdA in de Tweede Kamer? De teneur van de hoofdredactionele commentaren in de Volkskrant?


Het manifest omschrijft als doel van de stichting het opnieuw definiëren van de klassieke idealen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit, alsmede een herijking van de verhouding tussen individualisme en gemeenschapsvorming, en de transformatie van culturele diversiteit en collectiviteit tot een positieve kracht.


Dat is een hele mondvol. Als ik het allemaal goed begrepen heb, gaat het om drie thema’s. Het eerste is dat van het ’sociaal-individualisme’, omschreven als ’een linkse aanscherping van het sociaal-liberalisme’. Het tweede is dat van een ’links kapitalisme’, en het derde dat een ’nieuw multiculturalisme’.


Op alle drie geef ik commentaar, onverlet mijn waardering voor deze poging het politiek-inhoudelijk debat in Nederland te stimuleren. Vanaf ’Paars’ is in Nederland immers sprake van aanhoudende ideologische verwarring. Tekenend is dat de politiek van de ’paarse kabinetten’, waarin het neoliberalisme overheerste, achteraf als ’links’ wordt afgeschilderd.


Het Waterland-manifest pleit voor een sociaal-liberalisme als verzoening tussen socialisme en liberalisme. Sympathiek is de stelling dat dit individualisme gecombineerd kan worden met een linkse herverdelingspolitiek. In zijn recente Links, rechts en de vooruitgang heeft Paul Kalma echter veel preciezer en concreter eraan herinnerd dat dit uitgangspunt altijd aan het sociaal-democratisch programma ten grondslag lag. Zonder een zekere gelijkheid aan individuele machtsbronnen is individuele vrijheid immers niet voor iedereen mogelijk. Het manifest herhaalt dit principe, maar biedt geen uitzicht op een politiek die dit beginsel in de huidige omstandigheden recht doet. En het is onscherp, waar het ’sociaal-individualisme’ afzet tegen een ’gemeenschapsdenken’ waarmee zowel GroenLinks, PvdA als CDA behept zouden zijn, maar tegelijk betoogt dat ’vrijheid bestaat bij gratie van de gemeenschap’.


Veel scherper is het tweede thema beschreven. Terecht constateren de auteurs dat aan de linkerzijde, en dat geldt met name de PvdA, het zelfstandig denken over economie en sociaal-economische ordening al jaren lang heeft opgehouden te bestaan. In de klassieke sociaal-democratische opvattingen ging het al sinds begin vorige eeuw niet meer om een alternatief voor het kapitalisme, maar om de ordening ervan, teneinde de economie in dienst te stellen van de samenleving, in plaats van andersom.


Met recht betoogt het manifest dat binnen het huidige kapitalisme wel degelijk verstrekkende politieke keuzen kunnen en moeten worden gemaakt, dat marktwerking en privatisering niet identiek zijn, dat marktordening een noodzakelijke voorwaarde is voor markt werking. Er worden thema’s aan de orde gesteld die uit de politieke discussie welhaast verdwenen zijn: de zeggenschap van arbeid in ondernemingen, de groeiende tegenstelling tussen een Angelsaksisch ’aandeelhouderskapitalisme’ en een Europees/Japans ’betrokkenheids’ (stakeholder)kapitalisme. (De term ’stakeholder capitalism’ komt van een Japanse managementgoeroe uit de jaren negentig. Dit concept is staat al in het Socialisatierapport van de SDAP uit 1920, waar naast aandeelhouders, arbeiders, consumenten en de gemeenschap als gelijkberechtigde belanghebbenden bij een onderneming werden genoemd.)


In de kern herhaalt dit deel van het manifest de klassieke kritiek op het kapitalisme, met de eis dat de kosten van deze productie wijze niet zomaar op mens en natuur mogen worden afgewenteld. Hier wordt geheel overtuigend geargumenteerd dat het uitgangspunt van economische groei door links vervangen moet worden door dat van duurzame welvaart.


Het derde thema is daarentegen allesbehalve helder uitgewerkt. Het manifest keert zich ’tegen een modieuze verwerping van het multiculturele ideaal’, en pleit voor ’een sociaal-individualistische aanscherping ervan’. Waar die op neer komt, is mij duister. Veel verder dan dat een immigrant zelf verantwoordelijk voor het verwerven van kennis en vaardigheden om een zelfstandig bestaan op te bouwen, maar dat de samenleving hem dan wel als gelijke op moet nemen, kom ik niet.


Wat ontbreekt is een vierde thema: emancipatie. Terwijl ’rechts’ traditioneel vindt dat mensen zelf wel weten wat goed voor hen is (al heeft het uiteindelijk algemeen onderwijs als maatschappelijk noodzakelijk geaccepteerd), heeft ’links’ er altijd op gehamerd dat mensen in staat moeten worden gesteld om zich te ontwikkelen. Dat is in de huidige samenleving misschien wel een klemmender zaak dan in die van wijdverspreid analfetisme.


Bart Tromp in: de Volkskrantvan 18-12-2004.

Veel meer van Bart Tromp:   ---  Hier  ---