Climate - 'Santa and melting Arctic Ice' - Environmental Cartoons,
*
NRC.nl Interview Bernice
Notenboom
‘41 graden
onder nul. Dan moet je oppassen’
Bernice Notenboom Ze is net
terug van een expeditie naar de Noordpool, waar de opwarming sneller
gaat dan waar ook. “Het ijs drijft als een gek.”
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2017/05/2005zatbernice_vp2.jpg)
(Foto's Merlijn Doomernik)
Bernice Notenboom (54) groeide op in Rotterdam.
Ze studeerde geografie in Delft, tot aan het kandidaats. Daarna ging
ze naar Amsterdam, communicatiewetenschappen studeren. Ze haalde
vervolgens in de VS een MBA, en werkte bij Microsoft. In 1997 begon
ze een raftingbedrijf. Sinds 2000 maakt ze reisverslagen voor
radio, tijdschriften en tv. Ze stond als eerste Nederlandse
vrouw op de zuidpool (in 2008), als tweede boven op Mount Everest
(2009), en probeerde als eerste vrouw ter wereld van de Noordpool
naar Canada te skiën (in 2014, een route van 800 kilometer, ze moest
na 600 kilometer evacueren). Haar laatste expeditie,
afgelopen april, was van de 88ste breedtegraad naar de geografische
Noordpool.
Bernice Notenboom is er al. We hebben afgesproken in het
hoofdkantoor van energiebedrijf Eneco in Rotterdam. Ze zal er straks
een lezing geven. Over de Noordpoolreis die ze net heeft afgerond,
over de opwarming van de aarde, maar ook over afzien en
doorzettingsvermogen. Nu probeert ze een simpel toegangspasje te
regelen. Een baliemedewerker vraagt voor de vierde keer haar naam, en
voor wie ze ook alweer komt. „Dit vind ik dus pas echt afzien”,
zucht ze. „De regeltjes, en het geneuzel, waar je je hier druk om
moet maken. Dit is niet mijn wereld.”
Zoals Notenboom zijn er niet veel. Ze stond als eerste Nederlandse
vrouw op de zuidpool. Als eerste vrouw ter wereld probeerde ze van de
noordpool naar Canada te skiën, een tocht van 800 kilometer. Dat is
haar wereld. Het eindeloze wit, de leegte, de stilte. De kou ook, het
afzien.
Haar laatste expeditie, afgelopen april, was een weerzien met het
noordpoolgebied. Een somber weerzien. Het is de plek op aarde waar de
opwarming het snelst gaat, en het ijs snel verdwijnt. Ze nodigde 66
bazen van grote Nederlandse bedrijven uit op Spitsbergen om het met
eigen ogen te komen zien. En om hen aan te sporen actie te ondernemen
tegen de opwarming. Het trok veel media-aandacht.
En nu is ze dus terug in die drukke wereld. „Toen ik afgelopen
vrijdag vanuit Spitsbergen in Oslo landde, was het een gekkenhuis.
Iedereen wilde me spreken. Ik ben een paar dagen gevlucht naar mijn
zus in België.”
Een medewerker van Eneco leidt ons naar een soort bioscoopzaal.
Hier zal Notenboom straks spreken. Hij laat ons alleen, waarna
Notenboom vertelt over haar „poolvirus”, vooral voor het arctisch
gebied. „De Zuidpool is heel anders, bijna saai.” We spreken over
de aantrekkingskracht van die extreme gebieden, en waarom ze zichzelf
pijnigt om ze te bezoeken. Over de opwarming van de aarde, die juist
in het noordpoolgebied zichtbaar en dramatisch is. En over haar
anders zijn.
Notenboom vertelt dat ze thuis in het Canadese Fernie een oude
foto heeft hangen van een groep rijke lui op kamelentocht. „Je ziet
een vrouw met handtas en nylonkousen. Totaal onaangepast. Haar blik
is super recalcitrant. Daar hou ik van.”
Lees ook een portret van Bernice Notenboom uit 2015: ‘Ik
ben in het verkeerde land geboren’
In je boek Tegenpolen beschrijf je hoe je na elke
expeditie tijdelijk in een soort trance raakt. Dat je weg bent van de
wereld. Maar dat je daarna ook weer snel onrustig wordt, en een
volgende expeditie zoekt. Hoe is dat nu?
„Zo onrustig ben ik niet meer. Gelukkig worden we allemaal wat
ouder en wijzer. Ik zoek nu meer de rust op.”
En die vind je op de Noordpool?
„Die enorme problemen door de opwarming van de aarde zitten
steeds in mijn hoofd. Ik lees erover, schrijf erover, maak er films
over. Ik weet precies hoe het tien jaar geleden op de Noordpool was,
vijf jaar geleden, drie jaar geleden. Je ziet de veranderingen. Je
probeert de puzzelstukjes, al die data, in elkaar te passen. Dat
raast allemaal door je harses. En dan ben je daar en stopt het even.
Alles valt van je af. Die stilte, die leegte. Je ademt, en gaat de
dialoog met het ijs aan.”
Een dialoog met het ijs? Hoe?
„Je vraagt de Noordpool letterlijk om er te mogen zijn. En je
vraagt je af: kan ik de test doorstaan om op jouw ijs te mogen skiën?
Het is ook een wedstrijd met mezelf: kan ik het aan? Ik heb dit keer
echt geleden. Ik heb bevriezingen. Mijn tenen werken niet. In mijn
vingers heb ik geen gevoel. Ik heb een enorme infectie op mijn lip.
Daar moet ik voor naar het ziekenhuis, die moet weggesneden worden.
Ik ben echt aangetast door die Noordpool. Tegelijkertijd is het zo
prachtig. Er is niks van geur. Het is ook de simpelheid van het
leven. Je moet eten en drinken, en warm en veilig blijven. De rest is
onbelangrijk.”
Je moet eten en drinken, en warm en veilig blijven. De
rest is onbelangrijk
Je moet tijdens poolreizen heel veel eten, zodat je lichaam op
temperatuur kan blijven bij die kou.
„Dat zou je moeten doen, maar dat doe ik niet.”
Dan val je veel af.
„In deze laatste expeditie zo’n zeven kilo in twintig dagen.
In 2014 skiede ik vanuit de noordpool naar Canada. Dat was een lange
trip. Toen ben ik vijftien kilo afgevallen. Het wordt trouwens steeds
lastiger dit soort reizen te maken. Het ijs wordt snel dunner. Je
vindt amper meer piloten die je op het ijs willen afzetten, en je
weer willen ophalen. Ja, misschien de Russische nog. Dat zijn echte
macho mannen.”
Is de laatste expeditie geslaagd?
„Op die verschrikkelijke kou na wel. Toen we begonnen was het 41
graden onder nul. Dan moet je echt oppassen. Je tentstokken breken
zo, rubber verpulvert. Voor de branders hadden we zes pompjes bij
ons. Drie gingen er meteen kapot. We dachten: het zal ons niet
gebeuren dat we meteen moeten evacueren. Wat een afgang zou dat zijn.
We hebben de pompjes onder de oksels de hele nacht warm gehouden. We
hebben niet gegeten, niet gedronken. We zaten te koukleumen in onze
slaapzakken. Maar de volgende ochtend konden we de branders
gebruiken. Gelukkig werd het weer daarna beter.”
Dat klinkt niet zo geslaagd.
Ze lacht. „Het is vooral geslaagd omdat ik voor het eerst zo
uitgebreid heb geholpen met wetenschappelijk onderzoek. Voor de NASA
hebben we de dikte van de sneeuwlaag op het zee-ijs gemeten. Dat moet
je weten om te bepalen hoe snel het ijs smelt. We zaten aan de
Russische kant van het Noordpoolgebied, we waren vanaf Frans Jozef
Land naar de 88ste breedtegraad gebracht. De NASA had voor het eerst
toestemming gekregen van de Russen om hun kant van het arctisch
gebied in kaart te brengen. Wat we nu weten is dat het zee-ijs daar
bijna overal maar 50 centimeter tot een meter dik is.”
Twee jaar geleden zijn twee Nederlandse poolreizigers in het
arctisch gebied omgekomen omdat het zee-ijs dunner was dan gedacht.
Naast poolreiziger vestigt Bernice Notenboom zich steeds
meer als filmmaker. Zo maakte ze in 2010 een film over haar
750 kilometer lange kayaktocht over de Niger, waar ze de gevolgen van
klimaatverandering in beeld bracht. Het meeste succes had ze
met haar documentaire Sea Blind, over vervuiling door de
internationale zeevaart. Die is in 15 landen
uitgezonden.Haar favoriete project was de zesdelige serie
Klimaatjagers, die door de VPRO werd uitgezonden. „Ik ging de
hele wereld over, en sprak 150 wetenschappers over de vraag wat er
met ecosystemen gebeurt als ons klimaat opwarmt.” Notenboom
werkt nu aan een bioscoopfilm over de fragiliteit van de Noordpool.
„Dat is appels met peren vergelijken. Marc en Philip waren in
een ander gebied, en ze waren er later in het jaar, met warmer weer.
Het grootste gevaar voor ons waren de ijsberen. Vroeger kwamen die
maar tot de 82ste, 83ste breedtegraad, nu veel hoger. Dat komt
doordat de Atlantische Oceaan met zijn relatief warme water steeds
verder binnendringt. Er is meer open water. Daardoor komen de
zeehonden steeds hoger. En de ijsberen volgen de zeehonden.”
Zijn jullie ijsberen tegengekomen?
„Wij niet, maar een andere expeditie wel. Hun sleeën zijn
opengescheurd en geplunderd. Ze stonden op vijftien meter van de
beren.”
Je schrijft in Tegenpolen dat je nogal slordig bent. Had
je daar nu last van?
„Ik ben van nature niet zo netjes. Het is een strijd mijn slee
goed in te pakken, zodat ik meteen weet waar ik iets kan vinden. We
moesten nu vaak stoppen om een lawinesonde in het ijs te prikken, en
de sneeuwdikte te meten. Ik had in mijn borstzak een notitieblok en
een potlood. Maar ik had er niet over nagedacht dat het lastig
schrijven is met die dikke handschoenen. De handschoenen moesten vijf
keer per dag uit.”
Ze tilt haar linkerhand op en wijst naar de bruine vlekken onder
haar nagels. „Dan krijg je dit soort bevriezingsverschijnselen.
Tsja, we zijn allemaal mensen.”
Zijn er ook dingen waarin je uitblinkt?
„Ik ben goed in de zakelijke kant. Het organiseren en regelen
van zo’n expeditie. Deze reis kostte 250.000 euro. Ik heb er 22
sponsoren voor weten te vinden. En eenmaal op expeditie kan ik heel
goed doorgaan. Ik ben een buffel. Niks overvalt mij.”
Bernice Notenboom beklom op haar veertiende al bergen in de Alpen.
Ruim tien jaar later, toen ze in de Verenigde Staten studeerde, had
ze er een zomerbaantje bij een reisbureau en was ze voor het eerst
verantwoordelijk voor een groep. „We werden gedropt in the
middle of nowhere in Utah.” Ze hadden, naar later bleek, oude
kaarten bij zich. Op de plek waar een waterput zou zijn, was alleen
een opgedroogd gat. „We zijn ’s nachts gaan lopen en overdag gaan
slapen. We zochten katoenbomen op, daar vind je water diep onder de
wortels. Dat heeft een paar dagen geduurd. We hebben het gered. Ik
was trots op mezelf. Maar ik leerde ook nooit meer met oude kaarten
op pad te gaan.”
Ze reisde daarna door Pakistan, door woestijnen in Saoedi-Arabië
en Jemen, door Mongolië. „Ik vind het interessant te zien hoe
mensen in een harde omgeving proberen te overleven.” In 2000 kreeg
het „poolvirus” haar te pakken. Ze was in het hoge noorden van
Canada op een maandlange kayaktocht met een Inuit. „We jaagden zelf
en aten vooral narwal. De huid bevat veel vitamine C en smaakt een
beetje naar citroen.” De reis maakte diepe indruk op haar. „Ik
dacht, dit is zo mooi.”
Mooier dan de woestijnen?
„Je hebt voor allebei overlevingstechnieken nodig. Maar ik denk
wel dat het in de woestijn makkelijker is te overleven.”
Heb je je wel eens in levensgevaarlijke situaties begeven?
„In de Himalaya ben ik in een gletsjerspleet gevallen. Toen heb
ik moeten vechten voor mijn leven. In Siberië ben ik een keer door
het ijs gegaan. Ik ben steeds gered. Ik heb een aantal near
misses gehad. Vooral sneeuwlawines die langs me heen raasden.”
Waarom zet je je leven op het spel?
„Het is voor mij noodzaak om in die gebieden te kunnen zijn. Dat
staat boven alles. Maar ik bereid mij wel goed voor: verzekeringen,
een tracking device, een base camp manager… Wat niet wegneemt dat
je soms pech kan hebben. De grootste hedendaagse bergbeklimmer, de
Zwitser Ueli Steck, is vorige maand overleden in de Himalaya. Hij was
aan het wandelen, struikelde en viel duizend meter naar beneden.”
Je zet je ook in voor het klimaat. Wanneer begon dat?
„In 2007 zat ik een week vast op het Russische onderzoeksstation
Barneo. Daar waren allerlei wetenschappers, waar ik toen eindeloos
mee heb gepraat. Toen viel het kwartje: mijn wereld gaat verdwijnen!”
Waarom wil je niet met klimaatsceptici praten?
Verontwaardigd: „Ja, dat staat op mijn wiki-pagina, maar die heb
ík niet geschreven. Hij is ooit door iemand aangemaakt, geen idee
wie.”
Ik pak een boek uit mijn rugzak: A farewell to ice, van
de gerenommeerde Britse poolonderzoeker Peter Wadhams. Hij schrijft
dat het arctische gebied in de zomer misschien binnen enkele jaren al
ijsvrij is. Maar dat strookt niet met de meeste computermodellen, die
zo’n situatie ‘pas’ voor over een jaar of 25 voorspellen.
Notenboom omschreef het boek in het tv-programma De Wereld Draait
Door als de bijbel voor de noordpool.
Is dat niet alarmerend?
„Ik zeg niet dat hij gelijk heeft, maar ik vind het wel fijn dat
hij het zegt. Volgens mij weten we het gewoon niet. Want wat doen die
modellen? Ze gooien alle data bij elkaar en dan komt er voor 2030 of
2050 een getal uit. Maar we zien intussen verschijnselen waar de
modellen geen rekening mee houden.”
Welke?
„Dat de warmte van de Atlantische Oceaan de Noordpool
penetreert. Waar we ook nog maar weinig over weten is de
golfactiviteit en de invloed op het smelten van zee-ijs. Het gebied
verandert, en het gaat snel. Dat is wat ik zie, aan de grond. Van de
300 kilometer die ik nu heb geskied, waren er minstens 150 op
relatief dun, eenjarig ijs, met open water. Het ijs drijft als een
gek. Vorige week in Spitsbergen was de oceaan 4 graden. Dat is niet
normaal.”
Lees ook: Over twintig jaar zijn al deze ijsbergen gesmolten
Je hebt op Spitsbergen 66 bazen van Nederlandse bedrijven
rondgeleid. Heeft dat gewerkt?
„Dat denk ik wel. We hebben ze van het comfort van het schip zo
op het ijs gezet. Met verhalen van wetenschappers erbij. Dan komt het
wel binnen. Ze hebben ontberingen gevoeld. Nou ja, het was 5 graden
onder nul. Kinderspel. Haha. Maar voor hen waren het ontberingen. Ze
moesten sneeuwschoenen aan, en hebben toch een uur of drie, vier
gewandeld.”
Wordt er voldoende tegen klimaatopwarming gedaan?
„Het gaat langzaam. Maar neem het Rotterdamse Havenbedrijf. 19
procent van de Nederlandse CO2-uitstoot komt er vandaan, en ze willen
de groenste haven ter wereld worden. Ik ben voor mijn film Sea
Blind in veel havens geweest. Rotterdam neemt echt het voortouw,
met Hamburg en Long Beach. Het Havenbedrijf was met drie mensen op
Spitsbergen. Ze hebben wel ballen. Ze hadden ook nee kunnen zeggen,
zoals Shell deed.”
Wanneer is je volgende expeditie?
„Ik denk dat ik in november naar Antarctica wil. Vanaf de
noordkust naar de zuidpool skiën. Deels met kites. Het
Alfred Wegener Instituut heeft er een station, wellicht kunnen we
iets samen doen. Het schijnt daar fantastisch mooi te zijn. En verder
zit ik ook te denken aan een grote oversteek op de Groenlandse
ijskap.”
In Tegenpolen beschrijf je hoe je je thuis in Fernie
voorbereidt op expedities. Het boek verscheen in 2010. Heb je nog
dezelfde aanpak?
„Ja, je moet zoveel mogelijk de situatie nabootsen waarin je
terecht gaat komen. Bij mij thuis kan het ook heel koud zijn, en er
valt regelmatig sneeuw. Pas nog een meters dik pak. Achter mijn huis
zijn bergen. Dan ga ik zware autobanden naar boven slepen. Vijf, zes
uur per dag.”
Zijn er andere vrouwen zoals jij?
„Niet veel. Ik vind het ongelooflijk dat ik in Nederland geen
opvolgster heb.”
Het is een mannenwereld.
„Totaal. De poolreizigers, maar ook de onderzoekers.”
Misschien zijn vrouwen minder dan mannen bereid om zulke risico’s
te nemen?
„Nee, vrouwen mijden de kou.”