Fokke & Sukke geven @JoeBiden een trapje na... - https://t.co/EeqWfZFfSk https://t.co/EeqWfZFfSk
— Aart Dekker (@AartDekker) July 23, 2024
Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven... Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Fokke & Sukke geven @JoeBiden een trapje na... - https://t.co/EeqWfZFfSk https://t.co/EeqWfZFfSk
— Aart Dekker (@AartDekker) July 23, 2024
23 augustus 2023 – verschenen in nr.
34 Originele artikel op Groene.nl --- Hier ---
Het is niet iedere Amerikaanse president gegeven om naamgever van een economische doctrine te zijn. De huidige is in ieder geval hard op weg. ‘Bidenomics’ is weliswaar gemunt door het Witte Huis zelf, maar een economische transformatie van de Verenigde Staten is daadwerkelijk voelbaar. Een jaar geleden kondigde president Joe Biden ruim vierhonderd miljard dollar aan publieke investeringen aan, alles gericht op ‘schone’ technologie en verduurzaming. Het is de meest oppeppende financiële injectie die Amerika in decennia heeft meegemaakt.
De inzet is een breuk met het verleden: niet langer een systeem dat draait op fossiele brandstoffen en waarin cruciale technologie van ver moet komen. Het is glashelder waarom een grootmacht daarop inzet: de oude verbrandingseconomie is een doodlopend spoor. Mondialisering en opgeknipte productieketens zijn onbetrouwbaar in een instabiele wereld. De Verenigde Staten hebben het door. Misschien laat, maar ze geven als eerste gevolg aan de imperatieven van een nieuwe tijd.
Daarmee is de wereld plotseling weer te bezien als een economische wedloop tussen verschillende modellen, bedacht op de tekentafels van geopolitieke machtscentra. Ook Rusland heeft gekozen voor een economie die wordt gevoed met overheidsuitgaven. Het leger is de voornaamste bestemming van de Kremlin-roebels. Dit militair keynesianisme stelt het land vooralsnog in staat om de gevolgen van economische sancties te doorstaan. De onderliggende boodschap is grimmig: Rusland heeft oorlog nodig om economisch te overleven. Natuurlijk is ook in de VS de defensie-industrie een economische steunbeer. Het cruciale verschil is dat deze onderdeel is van een veel diverser economisch bouwwerk.
Bidenomics is het beste wat een overheid nu te bieden heeft
Het model van Beijing, ondertussen, heeft zijn houdbaarheid overschreden. De afgelopen jaren was geleend geld in vastgoed pompen de voornaamste wijze waarop de Chinese economie overeind bleef. Ook hier ontbreekt een cruciale medespeler bij overheidsuitgaven. China mist een sterke private sector die investeert. De optelsom is een stilvallende economie die inmiddels wordt vergeleken met die van Japan, die na het knappen van een vastgoedzeepbel in de jaren negentig vast bleef zitten in armetierige groei.
Dan Europa. De kleine recessie waar Nederland formeel in verkeert tekent de gehele eurozone: er is werk, er wordt geconsumeerd en de ergste nood wordt gelenigd met sociaal beleid. Alleen wordt alles steeds net een tikje schraler. Bij gebrek aan groei wordt werk minder vergoed, wordt de koopkracht minder en worden de uitkeringen soberder. Omdat er geen acute crisis is, kan het lang zo doorgaan. Wat ontbreekt is het vermogen om een nieuwe economie op te tuigen, waarbij nieuwe productie en nieuwe banen gericht op vergroening een golf van algehele welvaart doen aanzwellen. Hier zit het voornaamste verschil tussen Europa en de VS: de eerste ziet verduurzaming vooral als menselijke opdracht, de tweede als groei- en verdienmodel.
De landkaart van de VS is inmiddels bespikkeld met nieuwe fabrieken en onderzoeksfaciliteiten voor batterijen, halfgeleiders en andere benodigdheden voor een 21ste-eeuwse economie. Opvallend: een groot deel daarvan is opgezet door buitenlandse bedrijven, afkomstig vooral uit Zuid-Korea en Europa. Ze werden gelokt door een gunstig investeringsklimaat en de eis dat wie wil leveren aan de VS ook daar moet produceren. Dat Europese bedrijven hun expansie zoeken aan de andere kant van de oceaan is een duidelijk signaal dat de slag om de toekomst momenteel niet hier te winnen valt.
Dit alles, overigens, is een van de voornaamste redenen waarom Biden door wil gaan. De economische doctrine met zijn naam erop is in wording. Nog vier jaar van hetzelfde en het is de nieuwe realiteit. Niet voor niets gaan bijna alle investeringen naar gebieden waar de Republikeinse kiezers in de meerderheid zijn. Of dat zijn herverkiezing ten goede komt valt te bezien. Maar Bidenomics is het beste wat een overheid op dit moment te bieden heeft.
MEER uit deze editie van de Groene Amsterdammer:
Alles wat tegenwoordig uitgevent wordt als verdienste van de vrije markt – hightech, medicijnen, vaccins, e-auto’s – is in wezen te danken aan publieke investeringen, zo laat econoom Mariana Mazzucato zien. De staat kan meer dan marktgelovigen denken.
– verschenen in nr. 34
Koen Haegens beeld Milo
– verschenen in nr. 34
Zelfs voor vakantiegangers op zoek naar rust en afleiding is er deze zomer geen ontkomen aan. Of het nou in Italië en Spanje was, smeltend onder de hitterecords, op het brandende Rhodos, te midden van de overstromingen in Slovenië of verder weg, de dodelijke catastrofe op het Hawaiiaanse eiland Maui: de gevolgen van klimaatverandering vallen niet meer te ontkennen.
Wie zijn kop in het zand wil steken, kan beter afreizen naar de studeerkamer van de gemiddelde klimaateconoom. Niet dat deze academici de opwarming van de aarde ontkennen. Het zijn de gevolgen van het nakende onheil waarover een flink aantal van hen zich opvallend laconiek toont. In een recente publicatie stelt een groep klimaateconomen dat vier graden opwarming de aarde slechts vier procent groei zal kosten. William Nordhaus, in 2018 winnaar van de (niet-officiële) Nobelprijs voor de economie, noemde 3,5 graden erbij zelfs ‘optimaal’. In dat scenario zijn de extra kosten die klimaatbeleid met zich meebrengt namelijk even hoog als de baten.
‘Er is een wereld waarover klimaateconomen projecties maken, en een wereld waarover klimaatwetenschappers rapporteren’, zo beschrijft hoogleraar economie Dirk Bezemer van de Rijksuniversiteit Groningen deze kloof [in zijn fascinerende artikel](
). Op zoek naar een verklaring komt hij uit bij de gehanteerde economische modellen. Die gaan, ten eerste, uit van ervaringen uit het verleden. Denk aan de samenhang tussen temperatuur en productiviteit tussen 1900 en 2014 − een periode waarin het broeikaseffect een veel minder groot stempel drukte op de planeet.
De tweede reden voor de ogenschijnlijke wereldvreemdheid komt bekend voor. Geheel volgens de dogma’s van de markteconomie nemen de wetenschappers evenwicht, harmonie en geleidelijkheid als uitgangspunt. Of zoals een Nederlander, nota bene auteur van een leerboek over klimaateconomie, het geruststellend poogt uit te leggen: ‘Als je Groningen een graad opwarmt dan ben je in Maastricht, twee graden brengt je naar Parijs.’ Kortom: waar maken we ons druk over?
Grootschalige rampen, de ineenstorting van de economie, laat staan het einde van de groei − dergelijke aardverschuivingen worden simpelweg onvoorstelbaar geacht. Ondertussen trekt de echte wereld zich weinig aan van die achterhaalde theorie. Het risico dat er kritieke kantelpunten optreden, van smeltende poolkappen tot het verdwijnen van het Amazone-regenwoud, groeit met de dag.
In 2008 brak een loodzware crisis uit in de financiële sector. Het was de spreekwoordelijke zwarte zwaan waar de meerderheid van de economen met hun modellen niet op gerekend had. Vijftien jaar later dreigt de geschiedenis zich te herhalen.
Net als toen zal er ook nu ongetwijfeld een correctie komen op de naïviteit van sommige klimaateconomen. Maar dan is het eigenlijk al te laat. Als geen andere wetenschap laten mainstream economen zich voorstaan op hun glazen bol. Die prognoses maken ze tot fluisteraars van de machtigen op aarde, van ceo’s tot premiers tot politieke partijen met hun verkiezingsprogramma’s. Alleen: wat heeft de samenleving aan een vakgebied dat uitgerekend op dit vlak telkens weer achter de feiten blijkt aan te lopen?

Bidens hervormingspolitiek of Trumps autoritairisme: hoe gaan de komende jaren eruitzien? Ondanks de tegenkrachten is telkens de stap vooruit gezet. Dat stemt optimistisch.
12 oktober 2022 – verschenen in nr. 41
© Angel Boligan / Cagle Cartoons
We kunnen het leven niet langer behandelen alsof het ons is komen aanwaaien. We moeten er bewust mee omspringen, het opnieuw ontwerpen en onze methodes en doelen kiezen.’ Dit was de opdracht die een jonge journalist genaamd Walter Lippmann ongeveer een eeuw geleden aan Amerika gaf. Hij schreef een baanbrekend boek waarin hij uitlegde dat de Verenigde Staten ‘op drift’ waren geraakt. Het land had geen greep meer op sociale, economische en technologische veranderingen. In Amerika leefde puissante rijkdom vol in het blikveld van rauwe armoede. Emotie en ratio trokken Amerikanen psychologisch uiteen. Politieke patstelling was het gevolg. Maar Amerika was in staat tot beheersing, betoogde Lippmann, als de juiste politieke keuzes werden gemaakt en noodzakelijke hervormingen werden doorgevoerd. Lippmanns boek heette Drift and Mastery: An Attempt to Diagnose the Current Unrest. Het boek bestempelde het gebrek aan controle als de fundamentele oorzaak van Amerika’s problemen. Het onvermogen om greep te krijgen op levensomstandigheden had Amerikanen nerveus, angstig en boos gemaakt, betoogde Lippmann, en daarmee kwam het Amerikaanse experiment van politieke vrijheid in gevaar.Drift and Mastery verscheen in een tijd die door Mark Twain de gilded age werd gedoopt, het tijdperk waarin grootindustriëlen uit onder andere de staal- en olie-industrie en het bankwezen de Amerikaanse economie domineerden. Op het eerste gezicht leek deze klasse te bestaan uit kampioenen van de vrije markt. In werkelijkheid was hun rijkdom te danken aan goede banden met de politiek. Het waren politici die ze land- en exploitatierechten gaven, hun zakelijke belangen beschermden en hun winsten veiligstelden met lage belastingen. Dit, volgens Lippmann, was corruptie in zijn zuiverste vorm: rijk worden door de macht van politiek en overheid in te zetten voor privaat gewin. Overal zag hij de een-tweetjes terug waarmee sommige Amerikanen rijk werden, op het niveau van stad, staat en natie. De corrupte klasse verdedigde zich door te zeggen dat ze geen wet gebroken had, en dat haar gedrag daarom ook moreel geoorloofd was. Wat onvermeld bleef, was dat deze klasse een stevige vinger in de pap had bij het schrijven van die wetten.
Ongelijkheid was het grote sociaal-economische kenmerk van de gilded age. Amerika’s rijkste één procent had bijna de helft van al het vermogen in Amerika in bezit en haalde jaarlijks twintig procent binnen van alles wat er in Amerika verdiend werd. De problemen van die tijd – armoede, sociale ontrafeling, onderling wantrouwen – vloeiden daaruit voort. Aan het begin van de vorige eeuw werd Amerika ook gekenmerkt door sterke politieke polarisatie. Samenwerking tussen partijen in het Congres was een zeldzaamheid. De Amerikaanse Burgeroorlog ebde nog na, en het idee dat het andere kamp niet bestond uit politieke rivalen maar uit doodsvijanden die het land ten gronde wilden richten vormde de basis voor de politiek in Washington.
Lippmann vond dat Amerika democratie, wetenschap en expertise moest omarmen om het tij te keren. Hij was daarmee een bijzonder denker, omdat hij geloofde in de noodzaak van bestuur door experts én door sterke, inspirerende leidersfiguren. In Lippmanns wereldbeeld konden gevoel en rede zo een verbintenis aangaan, in plaats van elkaars vijanden zijn. Amerika moest zijn democratie versterken, betoogde hij, omdat alleen democratie een alternatief kon bieden voor de situatie waarbij (on)gelijk hebben en krijgen geen kwestie van leven of dood is. En dat betekende volgens hem geen grote politieke vergezichten schetsen, maar kleine hervormingen doorvoeren waar iedere burger een bijdrage aan kon leveren door ervoor de straat op te gaan, door die in praktijk te brengen in het eigen leven en de politieke klasse toe te manen via de stembus.
Drift and Mastery werd een bestseller, en Lippmann werd op jonge leeftijd een van de invloedrijkste stemmen in het Amerikaanse debat. Hij had de veranderende tijdgeest weten te vatten. In de periode dat Lippmanns boek verscheen maakte Amerika ‘een verbijsterende set hervormingen en innovaties mee, die de basis van het huidige Amerika vormen’, schrijft politicoloog Robert Putnam in The Upswing: How America Came Together a Century Ago and How We Can Do It Again. Putnam geeft een selectie: de mogelijkheid om anoniem te stemmen, directe verkiezing van politieke kandidaten en senatoren, vrouwenkiesrecht, nationale inkomstenbelasting, de Federal Reserve, rechten voor werknemers, het minimumloon, anti-monopoliewetgeving, bescherming van natuur, regulering van voedsel en medicijnen, vakbonden en ontelbare andere belangenorganisaties, gratis middelbaaronderwijs, parken, bibliotheken en speeltuinen, kortom een vlechtwerk van instituties dat een stabiele basis onder het land legde. Niet dat Amerika perfect werd – het bleef een land van raciaal geweld, om het grootste onrecht te noemen – maar in ieder geval werd er een beweging naar boven ingezet, als gevolg van ‘de algehele impuls tot kritiek en verandering die overvloedig aanwezig was na 1900’, in de woorden van historicus Richard Hofstadter. Langzaam werd Amerika zo gelijker, eerlijker en minder verdeeld. De gilded age maakte plaats voor de progressive era.
Het Amerika waar ik najaar 2017 arriveerde als correspondent was het product van een tweede gilded age. Na driekwart eeuw ‘upswing’ werd de neerwaartse beweging weer ingezet. Economische verschillen waren toegenomen tot aan een verdeling van inkomen en welvaart die behoorlijk leek op het Amerika van een eeuw geleden. Opnieuw was bijna de helft van het vermogen in bezit van de rijkste één procent. De omslag was begonnen eind jaren zestig, toen het gemiddelde salaris van de bestuurder 28 keer zo hoog was als dat van een werknemer. Dat groeide uit tot 158 keer zoveel, terwijl gezinsinkomens enkel konden bijbenen door van een een- naar tweeverdienersmodel te gaan. Zonder die extra inkomsten zou de inkomensgroei vrijwel stilgevallen zijn. Ook het politieke cliëntelisme, de onvrede over elites en het algehele idee dat het lot meester is over het individu in plaats van andersom keerden terug. Aan de top van dit systeem stond op dat moment een president die van zijn ambt een verdienmodel had gemaakt, door publieke gelden richting zijn privé-ondernemingen te sluizen. Zijn macht diende ter versterking van het merk ‘Trump’. Zijn ministersploeg, de rijkste ooit in de geschiedenis van de VS, liet zich vooral leiden door corporate interests.
Dit Amerika leek ook weinig controle over zichzelf te hebben. De coviduitbraak maakte dit bijzonder duidelijk. Uiteindelijk zou Amerika, de machtigste democratie ter wereld, van alle ontwikkelde landen naar verhouding de meeste doden betreuren omdat het maar geen greep wist te krijgen op het virus. Op 17 mei 2022 registreerde Amerika het miljoenste coronaslachtoffer. Sinds de vaccins beschikbaar kwamen, in april 2021, kwamen er vierhonderdduizend sterfgevallen bij. Vanaf dat moment had Amerika te maken met twee pandemieën. In de districten waar zestig procent van de inwoners op Trump had gestemd, lag het sterftecijfer meer dan twee keer zo hoog als in de delen van Amerika waar Biden de populairste president was, zo becijferde nieuwsdienst npr. In de gebieden waar de steun voor Trump groter was, lag ook het sterftecijfer hoger. Trumpisme, dat vaccinscepsis in het ideologisch repertoire had opgenomen, bleek een onderliggende aandoening te zijn.
Het gebrek aan beheersing toonde zich ook in het collectieve temperament. Ieder verschil van mening leek te worden opgeblazen tot een existentieel conflict. Negen op de tien Republikeinen omschrijft zichzelf als ‘boos of zeer boos’ over de staat van het land, zo peilde cnn in september 2021. Voor Democraten was dat 67 procent. In de jaren daarvoor waren die cijfers ongeveer omgekeerd. Ook in andere statistieken tekent zich een collectieve ontploffing van Amerika af. Vechtpartijen, schietincidenten, geweld tegen hulpverleners: alle uitingen van opgekropte frustratie namen de afgelopen jaren toe. In januari 2022 berichtte de aaa, de Amerikaanse anwb, over een alarmerende toename van agressief rijgedrag. Een derde van de bestuurders gaf toe recentelijk bewust een andere weggebruiker te hebben afgesneden. Het gedrag op de weg spiegelde het gedrag in de politiek, zo lijkt het. Amerika is nog altijd in de ban van politieke road rage.
Mede daarom kon vier jaar lang een boze man ook de machtigste zijn. Trump had door wat anderen in zijn partij over het hoofd zagen – of bewust negeerden. Hij omarmde woede als de drijvende kracht in de politiek. In 2016, toen Trump nog weggelachen werd als mogelijke presidentskandidaat, zei Nikki Haley, destijds de Republikeinse gouverneur van South Carolina, dat het ‘in onzekere tijden verleidelijk is gehoor te geven aan de lokroep van de boze stem’. Volgens Haley moest Amerika die verleiding weerstaan. Het was een toespeling op Trump, die direct de camera’s van cnn onder zijn neus kreeg. ‘Ik ben boos, en vele anderen zijn ook boos, over hoe incompetent dit land wordt bestuurd’, sprak Trump. ‘En wat mij betreft is woede oké, woede is wat dit land nodig heeft.’
Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een Green New Deal
Als president heeft Trump die woede nooit productief aangewend. Toen ik na vier jaar Trump de balans opmaakte van de politieke hervorming die hij als president had doorgevoerd, was ik snel klaar. Helemaal in het begin van zijn presidentschap had hij een belastingverlaging door het Congres geloodst. Uit alle berekeningen, inclusief die van zijn eigen ambtenaren, bleek dat die vooral de hoge inkomens begunstigde. Daarna viel het stil op wetgevend vlak. De grote paradox van de Trump-jaren is dat, ondanks dat ze turbulent aanvoelden, hij de basisstructuren van het land min of meer heeft achtergelaten zoals hij ze aantrof.
© Angel Boligan / Cagle Cartoons
Wel vormde woede de basis van een aanval op de Amerikaanse democratie. Toen ik naar Washington vertrok stond Dat gebeurt hier niet, de roman van Sinclair Lewis uit 1935 waarin het presidentschap wordt gegrepen door een populist, opnieuw op de bestsellerlijsten. ‘Vulgair’, ‘een halve analfabeet’, ‘eenvoudig te betrappen op openlijke leugens’ en ‘met bijna idiote “ideeën”’, zo omschrijft Lewis deze Buzz Windrip, die van Amerika een dictatuur maakt en het volk opzet tegen de pers en de politieke elite en uiteindelijk een machtsgreep pleegt. De suggestie dat Amerika onder Trump in het rijtje van onder andere Rusland, Turkije en Hongarije thuis hoorde, landen waarin autoritair leiderschap een grote aantrekkingskracht had, werd vaak weggewuifd. Maar ook mijn nieuwe gastland toonde zich uiterst vatbaar voor de autoritaire verleiding. Het gebeurde daar wel degelijk.
Ook keerde Amerika naar binnen. Trumps grote project was een grensmuur die, hoewel de bouw nooit echt van de grond kwam, een ultiem symbool was. Het Amerika van het steeds verder oprekken van zijn eigen grenzen had plaatsgemaakt voor een Amerika dat de wereld liever buiten hield. Ook op het gebied van buitenlands beleid nam Trump afscheid van het idee dat Amerika de wereld naar zijn hand kon zetten. Het was een impliciet opgeven van de beheersing waar Lippmann voor pleitte, maar dan op wereldschaal. De Trump-jaren werden zo een geopolitieke herschikking, met voor het eerst een Amerikaanse president met een openlijke minachting voor de Navo, vijandigheid jegens Europa en bewondering voor Rusland, het land dat chaos en vernietiging tot wezenskenmerk heeft gemaakt.
Toch – of juist als gevolg hiervan – besloten de VS te midden van diepe polarisatie Donald Trump, de president die Amerika uiteen spleet, in te ruilen voor Joe Biden, die zich opwierp als de president die een verscheurde natie weer zou kunnen helen. Op de gure januaridag waarop Biden werd ingezworen als 46ste president van de Verenigde Staten kon ik zijn stem horen, afkomstig uit een versterker die iemand had neergezet op een straathoek in Washington. De meeste pers en het grote publiek werden ver weggehouden van de trappen van het Capitool waar Biden zijn eed aflegde. Washington leek een stad onder militaire bezetting, met overal hekken, checkpoints en soldaten. De extreme veiligheidsmaatregelen waren het antwoord op 6 januari, de dag waarop Trump-aanhangers het Capitool waren binnengevallen om het vaststellen van de verkiezingsuitslag te verhinderen. Dat was het voorlopige dieptepunt van het afglijden van Amerika’s democratie, en een wond die zou blijven etteren.
Hoe dan ook gaat Joe Biden de geschiedenis in als de man die de meest omstreden president uit de Amerikaanse geschiedenis bij de stembus versloeg. Alleen al daarom kan hij aanspraak maken op de claim dat hij de autocratie in Amerika, in ieder geval tijdelijk, een halt toeriep. In hoeverre Biden echt in de galerij der groten zal plaatsnemen hangt af van de vraag of zijn onverwacht grote ambities op het gebied van klimaat, economie en raciale gelijkheid worden waargemaakt of dat hij uiteindelijk stuk slaat op de rotsen van Amerika’s politiek van bittere verdeeldheid.
Toen Trump in 2016 verkozen werd, was de grote vraag wat dit zei over Amerika, de huidige tijd en de verhoudingen in de wereld. Als de journalistiek consequent wil zijn is dezelfde vraag nu net zo belangrijk, en gezien het aantal stemmen dat Biden kreeg misschien nog wel belangrijker: een ietwat saaie, oudere man die zijn hele leven in Washington heeft rondgelopen en zich plotseling ontpopt tot hervormer: wat zegt dát over Amerika en de wereld? Als Trump een fundamentele uitdrukking is van Amerika, dan is Joe Biden dat net zo goed. Hoe Trump de democratie in Amerika op haar grondvesten deed schudden heeft een stapel boeken opgeleverd die twee meter aan planken in mijn werkkamer inneemt. De poging van Amerika om weer vaste grond onder de voeten te krijgen dient net zo goed beschreven te worden. Herstel is net zo belangrijk als afbraak.
De president is daarbij slechts een aanleiding, een signaal vanuit welke richting de wind in Amerika deze vier jaar waait. Het verhaal van democratisch herstel, een poging verschillen te verkleinen in plaats van te vergroten en een ‘wij’ boven het ‘zij’ te zetten vindt overal in de Verenigde Staten plaats. Vaak stilletjes en buiten het zoeklicht zijn de wondverzorgers waar Walt Whitman over dichtte volop aan het werk. Of ze slagen, en of Bidens missie als president slaagt, is allesbehalve zeker. De omstandigheden wijzen op een haast onmogelijke opgave. Zestig procent van de Democraten ziet de andere partij als ‘een serieuze bedreiging voor de Verenigde Staten’, zo blijkt uit peilingen. Bij de Republikeinen is dat bijna zeventig procent. Meer dan de helft van de Amerikanen ziet medeburgers als grootste gevaar voor de VS, groter dan natuurgeweld of buitenlandse vijanden. De toekomst van Amerika als functionele democratie hangt af van de mate waarin dat wederzijdse wantrouwen verminderd kan worden.
Inmiddels zijn er in Amerika desondanks nieuwe wegen ingeslagen. Er zijn nog steeds krachten die worden gedreven door Amerika’s zelfgekozen opdracht iedere keer weer te schaven aan de eigen democratie. Alleen een Amerika dat gelooft in gelijkwaardigheid wordt massaal op de been gebracht door de slogan dat ieder leven evenveel waard is. De Black Lives Matterprotesten, die Amerika uit de lockdown trokken, zijn het nieuwe startschot geweest om de eigen geschiedenis van raciaal geweld en onderdrukking in de ogen te kijken. Daarvoor worden letterlijk de graven geopend en de lichamen opgegraven.
Negen op de tien Republikeinen omschrijft zichzelf als ‘boos of zeer boos’ over de staat van het land
De VS zijn op deze manier bezig met het vormen van een nieuwe herinneringscultuur. Daarin verdwijnen militairen die tijdens de Burgeroorlog vochten voor behoud van slavernij van hun sokkel en wordt er stilgestaan bij geweld tegen Afro-Amerikanen in plaats van het weg te moffelen. Montgomery, Alabama, is nu een plek waar uitersten een monumentale uitdrukking krijgen. Je kunt er een bezoek brengen aan het alternatieve Witte Huis, waar tijdens de Burgeroorlog de president van de Confederatie zetelde. Op een steenworp afstand staat het National Memorial for Peace and Justice, zes hectare gevuld met roestbruine gedenkstenen waarop de namen en locaties van honderden lynchpartijen worden herdacht die plaatsvonden tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Alleen een Amerika dat een onleefbaar klimaat vreest bedenkt een Green New Deal. Het restje vitaliteit dat de Amerikaanse democratie nog in zich heeft levert dit soort plannen op: de volledige samenleving mobiliseren om de opwarming van de planeet, voor zover nog mogelijk, tegen te gaan. Biden omarmde de term niet, maar kwam wel met de grootste verduurzamingsoperatie die de VS ooit zijn begonnen. Hij trok de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord naar voren. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen zijn gehalveerd, en Amerika lijkt op weg die missie te halen. Ook stelde hij een plan op om winstbelasting voor bedrijven mondiaal gelijk te trekken, een poging de internationale wedloop om het meest gunstige fiscale tarief een halt toe te roepen.
En ondanks de verlamming in Washington staan er politici op die nog geloven dat Amerika tot grootsheid in staat is, enkel wanneer de overheid het heft in handen neemt en regels uitvaardigt die voorkomen dat het palet aan menselijke tekortkomingen – inhaligheid, egoïsme en kortetermijndenken – minder kans krijgen. Een voorbeeld dus als Elizabeth Warren, senator uit Massachusetts. Zij is de belichaming van een politieke onderstroom die minstens zo sterk is als de maga-beweging. Warren pleit voor kapitalisme met duidelijke spelregels en kaders. Haar economie is er een van grenzen, aan hoeveel bedrijven en individuen kunnen verdienen voordat ze aan meer belastingafdracht worden onderworpen, aan hoe groot het marktaandeel van bedrijven kan zijn voordat er anti-monopoliewetgeving in werking treedt, aan hoeveel schuld een gezin op zich kan nemen en aan hoeveel burgers moeten betalen voor basisvoorzieningen.
Precies dat is in het verleden een recept gebleken waarmee Amerika controle over zichzelf kreeg. Op aandrang van individuele hervormers en politici die naar hen luisterden eindigde begin vorige eeuw een tijdperk van grote economische ongelijkheid, ongebreidelde macht voor het bedrijfsleven en corruptie in de politiek. Op die manier begon wat Robert Putnam ‘de opwaartse beweging’ noemt, een langdurige periode waarin alle belangrijke indexen voor een succesvolle samenleving omhoog gaan: onderling vertrouwen, gelijkheid, gemeenschapszin, sociale cohesie. Putnams these is een historische: als Amerika eerder uit het dal is gekropen, dan kan dat nog een keer gebeuren.
Dat de geschiedenis zich zal herhalen is een kwestie van hoop, en geen wetenschap. Niemand weet of het dieptepunt al bereikt is of nog moet komen. Wel is duidelijk dat Amerika achtereenvolgens twee keer iets nieuws heeft uitgeprobeerd. Het eerste experiment werd afgebroken voordat het een onuitwisbare stempel op de VS kon drukken. Autoritair leiderschap bleef vooralsnog beperkt tot vier jaar. Het stiekeme feit van trumpisme is dat het tot nog toe meermaals een verliesgevend model is gebleken. Trump kon één keer president worden, met het voordeel van de nieuwkomer tegenover een impopulaire tegenstander. De twee verkiezingen die volgden – de midterms van 2018, de presidentsverkiezingen van 2020 – werden verloren door de Republikeinen. Biden is in de peilingen een van de minst populaire presidenten ooit, maar wint volgens diezelfde peilingen nog steeds van Trump.
Ook Biden was een uitprobeersel. Hij stapte vooral in de ring om een tweede Trump-termijn te voorkomen. Hij slaagde tegen de verwachting in. Vervolgens ontpopte Biden zich tot de president met de meest vergaande plannen voor een nieuwe omgang met economie, klimaat en democratie die Amerika in bijna een eeuw tijd gezien heeft. Biden was geen eenzame voorganger. Hij belichaamde de gedeelde mening van zijn partij en achterban, zoals hij dat zijn hele politieke carrière heeft gedaan. Ook in die zin zijn Biden en Trump elkaars spiegelbeeld: allebei zijn ze een uitsnede van verschillende soorten Amerika, het land dat groot genoeg is om vrijwel iedere tegenstelling binnen zijn grenzen te kunnen herbergen. De komende jaren gaan bepalen welke van de twee 21ste-eeuwse Amerikaanse experimenten de toekomst heeft.
Trumps fossiele, conservatieve autoritarisme en Bidens progressieve hervormingspolitiek sluiten elkaar fundamenteel uit. Amerika heeft vaker voor binaire keuzes gestaan: als het ging om slavernij en burgerrechten, bijvoorbeeld. Ondanks de tegenkrachten is telkens de stap vooruit gezet – altijd te laat, maar niettemin werd die stap wel gezet. Dat is reden tot optimisme. Het aantal Amerikanen dat autoritaire politiek afwijst, een rechtvaardiger economie wenst en meent dat het land af moet van de verslaving aan fossiele brandstoffen is numeriek groter dan het andere kamp. Twee derde van het land is ‘ontevreden over hoe welvaart verdeeld is’ en vindt dat de rijken en bedrijven meer belasting moeten afdragen, zo peilde denktank Brookings. Twee derde van Amerika wil dat de overheid meer doet om de opwarming van de planeet tegen te gaan, blijkt uit onderzoeken van Pew Research.
Als het gaat om de fictie van ‘gestolen verkiezingen’ komt diezelfde verdeling terug. In januari 2022 peilde npr in samenwerking met opiniepeiler Ipsos dat ‘een derde van alle kiezers denkt dat president Biden gewonnen heeft met behulp van kiesfraude’.
In het voorjaar van 2022 werd mijn aandacht getrokken door een andere peiling onder Amerikanen. Ontzetting en verbittering trokken op dat moment door de gesprekken in de VS. Aanleiding was een schietpartij op een school in Uvalde, Texas. Een achttienjarige man was een school binnengedrongen en had negentien kinderen en twee docenten doodgeschoten. De dader had een manifest achtergelaten, grotendeels gekopieerd van de teksten die andere gewelddadige rechtsextremisten hadden geschreven. Het document ging over de zogeheten ‘great replacement’, een complottheorie waarin machthebbers de witte bevolking van westerse landen proberen te ‘vervangen’ door niet-witte immigranten en zo verkiezingen proberen te winnen. Associated Press ging na hoeveel Amerikanen dit soort ideeën koesteren. Een op de drie, bleek het antwoord.
Ook die achterdochtige dertig procent belichaamt een Amerikaanse traditie. In Drift and Mastery waarschuwde Lippmann al voor het al te griffe geloof in duistere plannen, bekokstoofd in politieke achterkamertjes. ‘Het is griezelig hoezeer er een gevoel heerst dat er complotten worden gesmeed’, schreef hij in het openingshoofdstuk van zijn boek. ‘Het is niet moeilijk jezelf in een geestesgesteldheid te manoeuvreren waarbij je de wereld ziet als een grote samenzwering en waarbij de dagelijkse gang van zaken wordt verstoord door een alarmerend en knagend gevoel dat het kwaad in ieder hoekje schuilt.’ Lippmann vond deze paranoïde staat on-Amerikaans. Optimisme was volgens hem de nationale karaktertrek, en niet het wantrouwen. Dat de Verenigde Staten de open blik hadden verruild voor de turende ogen lag volgens hem ten grondslag aan het slecht functioneren van de democratie. Immers, als je er bij voorbaat van uitgaat dat iedere politicus eropuit is om jou een loer te draaien en zichzelf te verrijken, waarom zou je dan ooit nog in vertrouwen een stembiljet invullen?
Lippmanns diagnose doet opnieuw opgeld en het is niet zozeer de vraag of de complotdenkers overtuigd kunnen worden van het tegendeel als wel in hoeverre de Republikeinen verkiezingsoverwinningen kunnen baseren op dit derde deel. De volgende test komt aankomende november, tijdens de midtermverkiezingen.

Onderstaande Column van Casper Thomas voor de Groene Amsterdammer had ik ik al lange tijd klaarstaan, moest er alleen nog iets bijschrijven - tenminste, dat was de bedoeling... - datis me dus de afgelopen week/weken niet (op tijd) gelukt... Dus kwam hij onbewerkt en zonder bijpassende Cartoon automatisch on-line te staan, zoals het niet bedoeld was...
Bij deze alsnog dus...
Is Joe Biden een fantastische President?
Waarschijnlijk niet...
De vraag is of er nog wel ergens een Supervrouw/-man te vinden is die in dit stadium van desintegratie van de Amerikaanse politiek/samenleving - en zowel de Amerikaanse politiek als samenleving zijn bepaald de enige niet in het 'democratische westen' waar e.e.a. duidelijk Downhill gaan; alleen al dicht bij huis in ons eigen Nederlandje gaat het nou ook niet bepaald geweldig..! - wèl een 'Geweldige Politieke Leider voor Iedereen' zou kunnen zijn...
Gelukkig zijn er nog landen waar het redelijk tot goed lijkt te gaan; Nieuw-Zeeland misschien? Scandinavië?
Maar in de USA is het dus zowat een onmogelijke opgave geworden...
In ieder geval zorgt Biden voor iets meer rust, probeert hij tenminste nog iets goeds voor zijn gehele bevolking voor elkaar te krijgen...en dat is na Gekkenhuis Trump misschien al heel wat...
27 januari 2021 – verschenen in nr. 4
Het woord ‘liefde’ kwam vier keer voor in Bidens inauguratiespeech. Het woord ‘helen’ drie keer. De teller voor ‘ziel’ stond op zeven en voor ‘eenheid’ zelfs op dertien. Het geeft een idee van de taakopvatting van de nieuwe Amerikaanse president. Het verhaal van Amerika heeft altijd bestaan bij de gratie van een frontier: na het westelijk deel van het continent, de ruimte en een wereld die veilig moet worden gemaakt voor democratie lijkt de grens die nu geslecht moet worden in Amerika’s innerlijke psyche te liggen. Na de cowboy, de astronaut en de soldaat maakt nu de mediator kans om een Amerikaanse held te worden, met Biden als verbinder-in-chief.
Het is opvallend hoe snel de taal van politieke therapie om zich heen slaat in de VS. In de media klinken oproepen om ‘verzoeningscommissies’ in het leven te roepen zoals die ook in Zuid-Afrika na apartheid en in verschillende Latijns-Amerikaanse landen zijn opgericht om verder te gaan na traumatische periodes. In Amerika zouden ze zich moeten buigen over het recente verleden (de verbale en fysieke agressie van de Trump-jaren) en over de veel langere onverkwikkelijke geschiedenis (racisme en de lange doorwerking daarvan). Het zou me niet verbazen als die commissies er komen. Amerika lijkt begonnen aan een fase van zelfonderzoek.
Plotseling worden Bidens zwakke punten zo zijn kracht. Hij zit aan het einde van zijn loopbaan, waarmee zijn presidentschap minder in het teken hoeft te staan van persoonlijke glorie en welzijn. Voorzover met ouderdom mildheid komt, is het passend dat er op dit moment een bijna tachtigjarige president aantreedt. Aan harde oordelen geen gebrek in de VS. Kalmerende taal klinkt bij gratie van het contrast bijzonder luid.
Of Bidens verbindingsmissie slaagt is een open vraag. Weerstand is er in ieder geval genoeg. Online galmen de complottheorieën over malafide elites verder. Conservatieve christenen pruimen de katholieke Biden niet omdat hij niet tegen abortus is. Geharnaste progressieven zijn cynisch. Bidens oproep tot verbinding is niks meer dan ‘wierook om de geur van een rottend lijk te verdrijven’, schreef Nesrine Malik, een columnist bij The Guardian. Zijn beleefdheid en uitgestoken hand zijn volgens haar zinloos omdat miljoenen Trump-stemmers die afwezen bij de stembus.
Verwacht binnen vier jaar Biden hooguit een aanzet tot een nieuw begin
Toch biedt het verleden hoop voor Biden. In The Upswing: How America Came Together a Century Ago and How we Can do it Again laat politiek wetenschapper Robert Putnam zien dat Amerika aan het einde van de negentiende eeuw net zo verdeeld, individualistisch en ongelijk was als nu. Daarna volgde een halve eeuw waarin sociale cohesie, solidariteit en gelijkheid stap voor stap toenamen. Amerika verplaatste zich op wat Putnam de ‘ik-wij’-curve noemt dankzij politieke hervormingen van bovenaf: het breken van de monopoliemacht van grote bedrijven, beleid dat werknemers steunde en bevordering van het kiesrecht. En dat is ongeveer ook wat Biden hoopt te doen.
De belangrijkste boodschap van Putnams boek is dat het aaneensmeden van een samenleving langzaam gaat. Het duurde decennia voordat Amerika de inhaligheid en het wederzijds wantrouwen enigszins achter zich had gelaten. Verwacht dus ook geen wonderen binnen vier jaar Biden, hooguit een aanzet tot een nieuw begin. Daarmee zijn de komende vier jaren wel een interessant experiment, voor Amerika om mee te maken en voor de wereld om te volgen. Het verhaal van een verdeeld Amerika is tot in den treuren opgetekend, zo vaak zelfs dat we niet eens precies weten hoe groot de behoefte is om een nieuwe bladzijde om te slaan. De VS hebben de wereld vaker versteld doen staan. Dat kan zomaar weer gebeuren.
Het is begonnen met woorden. De wat softe taal van liefde en verbinding klinkt traditioneel buiten de cynische wereld van de politiek. Laat harde zaken als geld en oorlog over aan politici en de zorg voor de geestelijke en sociale mens aan maatschappelijke instanties, is al tijdenlang de taakverdeling. Biden wil proberen een liberale democratie nu opnieuw te enten op een ideaal van menselijke verbinding.
Eigenlijk is Joe Biden een radicaal, die breekt met ingesleten normen.
Casper Thomas (1983) is sinds 2010 redacteur bij De Groene Amsterdammer. Momenteel schrijft hij vanuit standplaats Washington DC over de democratie in Amerika en elders in de wereld. Meer
Cartoon @joepbertrams — De Groene Amsterdammer (@DeGroene)
![]() |
| Grumpier Old Men- Biden and Bernie – super_tuesday_2020(Cartoon van Ben Garrisson) |
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .