Posts tonen met het label vd Weijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vd Weijden. Alle posts tonen

zondag 26 augustus 2018

!!!ACITAAT / NRC COLUMNIST YOUP VAN 'T HEK / VVD / NIJPELS-RUTTE-E.V.A: 'Hallucinatiefantasietje' / MAARTEN VAN DER WEIJDEN

CITAAT(Column Youp in NRC, 25 augustus 2018):
"..........Dave dus. Ik vond het wel een interessant hallucinatiefantasietje. Iets met Linda de Mol. In de gele zwembroek van zijn vader? Dat zou leuk zijn. 
 
Maar het was Dave Roelvink niet. Het was de vroegere klimaatneutrale VVD-politicus die vertelde dat hij ooit een half jaar iets amoureus met de zus van John de Mol had gehad. Hij was toen 32 en zij 19. Linda ontkent het trouwens. Zou ik ook doen als ik haar was. Ze hebben volgens haar ooit één keer samen gegeten. Meer niet. Als dat al een verhouding is, dan heb ikzelf een heel rijk seksleven achter de rug. En heel veel vrouwen ook. 

Maar waarom vertelde Ed dit? Waarom wil je zoiets dat volstrekt privé is delen met het kijkersvolk? Toch nog een punt scoren? En bij wie dan? Dat fantaseren is op dit moment een tragische liberalenkwaal. Er zit bij de VVD iets in de bitterballen. Iemand loopt de partijtop te naaien. Wraak van de crematiekeizer? Eerst hadden we Fred en Ivo met hun spookbonnetje, toen Halbe met zijn weekendje bij Poetin, daarna Stef met zijn corpsballenblabla en tussen alles door zwatelt Mark over zijn drammerige dividendbelastingplannen die zelfs de dikste kapitalist niet wil. En die ons twee miljard gaan kosten. Twee miljard! En nu hebben we de natte droom van Edje er nog bij....."

&

"slappe lach van. Maar die kreeg ik ook toen ik de heilige Maarten van der Weijden op de televisie gehuldigd zag worden. Geen kwaad woord over zijn magnifieke prestatie, maar wel over zijn door de NOS in beeld gebrachte gelovigen. Wat een idioten. Ze hadden een nieuwe Messias, een heuse verlosser. Dat kon je heel goed aan zijn voeten zien. Toen ik die zag dacht ik dat hij stiekem een stukje gewandeld had. 

Maarten zelf bleef er gelukkig vrij nuchter onder. Die keek de wereld in alsof hij iets te lang op Lowlands was blijven hangen. Kijkend naar zijn hysterische discipelen dacht ik: wordt het niet tijd dat we de mensheid verplicht gaan inenten met een stofje zodat iedereen weer een beetje nuchter tegen dit soort zaken aankijkt. Dat je Maarten gewoon ziet als een prettig gestoorde gek die veel te lang is gaan zwemmen. Omdat al die zuinige krentenkakkers toen pas wat geld wilden geven. Dus zonder zijn idiote helletocht gaven ze niks? Interessant."



De complete originele Column van Youp op NRC.nl  lees je   ---  Hier  ---

woensdag 22 augustus 2018

HELD! / SPORTMAN V/H JAAR, DE EEUW,....11STEDEN ZWEMTOCHT MAARTEN VAN DER WEIJDEN: Eergister 2.5M, Gister 3.5M en er is 4.5M Nodig...Duhhhs....Juist ja!


Meer van de NPO:   ---  Hier  ---

dinsdag 21 augustus 2018

TER OMLIJSTING VAN MAARTEN VAN DER WEIJDEN'S HEROÏSCHE 11STEDEN-ZWEMTOCHT / ROTZIEKTE KANKER: Stromae - 'quand c'est ?' / MUZIEK / BIJZONDER BEELD



Stromae

Kanker dus, indringend neergezet door Stromae...

...en dan   ---  Hier  --- mijn Shartie -korte column dus- , een NRC Sport Column van Wilfried de Jong, veel Foto's, Video, etc, etc, over de ongelofelijke 11Steden Zwemtocht van Mationale Held Maarten van der Weijden. 

SHARTIE AART DEKKER / HELD MAARTEN VAN DER WEIDEN ZWEMT (BIJNA) 11STEDENTOCHT / NRC-SPORT COLUMNIST WILFRIED DEN JONG(en nog veel meer)

 

'SHARTIE' Aart Dekker - Respect!

Mijn vader schaatste zelf de Friese 11Stedentocht in 1942. Hij leerde mij in 1963 schaatsen -ik was net 4 jaar oud- en zo rond mijn 8e-10e liet hij mij zijn 11Steden-kruisje zien, en ontstond mijn Droom om zelf ook ooit eens de 11Steden te schaatsen. De eerstvolgende Tocht kwam pas in 1985, en omdat ik twee dagen ervoor voor het eerst 125km had geschaatst -mijn voorgaande langste was 100km in de Alblasserwaard- met de Friese 11Meren-tocht, had ik stevig spierpijn en dacht ik dat het (te) lastig zou worden om 'de Tocht' te volbrengen en dus liet ik hem aan me voorbijgaan...ik zat bijna te huilen voor de TV, want 1985 was de gemakkelijkste ooit, en ik dacht 'straks duurt het weer 20+ jaar voor ik weer een kans krijg... Dat viel mee; ik meldde me wel meteen aan als lid, en mijn Lidnummer deed mij starten in Groep-9 in de Tocht van 1986... Het werd zo niet 'de Dag van mijn Leven', dan toch wel een van de Top-3 dagen van mijn nu bijna 59-jarige bestaan.

Ik had voorafgaand aan de Tocht in 1986 ongeveer 600 oefenkilometers op Natuurijs in de benen voor ik op de Bonkevaart het ijs op stapte, en ook in 1985 kwam ik op een aardig aantal schaatskilometers -die winter duurde ook erg lang!- en daarnaast was ik ook wat betreft Basketball-conditie in topvorm. Toevallig was dat in de zomer van 1986 getest door dezelfde inspanningsfysioloog die indertijd ook het Nederlands Elftal testte; mijn zuurstofopname was gelijk aan die van de Oranje-mannetjesputter-Nr.1 -Ruud Gullit- dus met mijn vorm zat het wel goed zou jhe denken... Aan de ene kant: 'Ja'. Aan de andere: 'Toch niet', maar dat is een ander verhaal... Waar het hier om gaat is dat ik erg goed in conditie was toen ik aan de Tocht begon, en er relatief ook nog aardig aan toe was direct na de Tocht. Toch kreeg ik een terugval die maanden duurde, en mij zelfs enkele weken uit de Basketball-competitiewedstrijden en -trainingen hield. Dat is dus wat de Tocht (van 200km) met je lijf kan doen, als je hem schaatst, met 20kmp/uur, dus in -met rustpauzes- in mijn geval in 11 1/2 uur van start tot finish.

Deze inleiding brengt mij bij HELD Maarten van der Weijden, die de tocht op 37km na volbracht als zwemmer. Niet voor niets zag ik Reinier Paping -de Winnaar van de meest Legendarische Tocht der Tochten in 1963 -toen slechts een minimaal aantal mensen de Wedstrijd en de Tourtocht uit wist te schaatsen- op TV zeggen dat "Wat Maarten van der Weijden de afgelopen dagen deed veel zwaarder was dan die Tocht der Tochten in 1963", ik denk dat hij zonder ook maar de geringste twijfel gelijk heeft.

Wat Maarten van der Weijden de afgelopen dagen deed, maar ook de dingen op dit gebied die hij sinds zijn eigen herstel van kanker al eerder deed -alles in het kader van 'Giving Back' omdat hijzelf 'de mazzel had die ROTZIEKTE te overleven' -zijn eigen woorden, want hij is altijd zeer bescheiden waar het gaat om zijn eigen aandeel in dat herstel; ook dat maakt hem tot de Icoon die hij inmiddels is geworden- grenst aan het ongelofelijke...

En dat levert dan Euro 2.500.000,- op om te investeren in verder onderzoek ten behoeve van de bestijding van die ziekte. Een schijntje, als je het mij vraagt -daarom heb ik zojuist ook nog maar een bedragje overgemaakt- en 'de twijfelachtige eer om door mp'tje Markje Rutte ingehaald te worden -waar een camera in flink schijnende spotlights staat is 'onze premier', als die LAMLUL nu bekend had gemaakt dat die paar MILJARD jaarlijks die hij over-vorkt naar buitenlandse aandeelhouders, bij nader inzien toch beter in Kankerresearch kan worden gestoken en dat het kabinet dus terugkomt op het heilloze plan om de Dividendbelasting af te schaffen...ja dan -maar alleen dan!- had hij wat mij betreft recht om daar naast die Echte GROTE HELD van der Weijden te gaan staan...

Maar dat neemt niets weg van de Heroïsche Prestaties van Maarten van der Weijden; in mijn ogen -en ik denk niet alleen in die van mij- zou hij de enige kandidaat mogen zijn voor Sportman, of beter nog Sportpersoon van het jaar 2018... 

Ik hoop ook voor hem dat zijn herstel van de aanslag op zijn fysieke gestel voorspoediger -dus sneller en vollediger- zal zijn dan het mijne in 1986...want je gunt hem niet dat zijn miraculeuze herstel van die rotziekte niet nu voor ook maar een heel klein beetje teniet wordt gedaan door wat hij de laatste dagen, of misschien laatste maanden -de voorbereiding meegenomen- allemaal van zijn grote lijf heeft gevraagd.

Dit wild ik even kwijt, hieronder nog heel veel meer naar aanleiding van de -hoop ik- zwaarste beproevingen die van der Weijden allemaal al onder zijn riem heeft.

AART DEKKER

P.S. Ook al gedoneerd? Zo nee, doe dat dan nog ff als je het je kunt veroorloven...


***

Laat het maar aan NRC Sport Columnist Wilfried de Jong over om een mooie beschouwing te schrijven bij het begin van een Monsterachtige Onderneming op Sportgebied zoals het Zwemmen van de 11Stedentocht:

Opinie






Maarten van der Weijden is een beetje gek
















De brasem, de karper en de zeelt in Friesland schrokken zich rot. Er zwom een nieuw waterdier in hun territorium, de kop van het lange zwartoranje lijf hapte om de zoveel tellen naar adem. Het dier viel niet aan, het dook ook niet naar de bodem. Met lome slagen gleed het over het wateroppervlak, er kwam geen einde aan.

Lees ook: Zwemmer Van der Weijden stopt met Elfstedenzwemtocht
 
Diep in de avond zag ik via een live-verbinding zwemmer Maarten van der Weijden in een zwarte vaart ploeteren. Met een snelheid van ongeveer vier kilometer per uur wilde hij de Elfstedentocht zwemmen om zo geld te genereren voor kankeronderzoek.
Idiote pogingen om in het Guinness Book of Records te komen, hebben mij nooit zo kunnen bekoren. Twee potten pindakaas opslurpen in twee minuten. Met z’n tienen op één rijdende fiets zitten. Op een Puch Maxi over dertig sloopauto’s springen.

Maar hier was iets anders aan de hand.

Dit was een serieuze opvoering door een goed en nederig mens. 

Maarten is aan de dood ontsnapt en sindsdien ontmoet hij die ellendeling iedere dag via anderen. Mensen vertrouwen hem toe dat ze ook kanker hebben. En hij zal zeggen: tegen kanker kun je niet vechten, je moet geluk hebben en de goede medische begeleiding krijgen.

Na zijn winst op de Olympische Spelen zat ik 24 uur met Maarten opgesloten in een televisiestudio. Woorden als ‘hoop, liefde, geloof en gevoel’ zeiden hem niet zoveel. Als wiskundestudent leerde hij me dat je van getallen kon houden. Ik versloeg Maarten met een potje sjoelen terwijl hij in het ziekenhuis toch te boek stond als ‘de sjoelmaster van de kankerafdeling’, zo zei hij.

Met harde, relativerende humor kom je een eind.

Lees ook het interview met Maarten van der Weijden: ‘Ik ben bezeten, ik ben nu geen leuke man, geen toffe vader’
  Maarten is een beetje gek en wat is dat toch een plezierige eigenschap. 200 kilometer zwemmen in een paar dagen is een experiment met zijn lichaam, maar vooral ook met zijn geest. Hij zwemt zich naar onbekende zones in zijn brein en wil weten wat daar te halen is.

Sport is het niet en een uitdaging al helemaal niet; die woorden zijn te eendimensionaal voor wat hij presteert. Het ligt complexer; het is een zoektocht, het is openlijk lijden. Denk ik. Maar vermoedelijk is Maarten de enige die zichzelf begrijpt tijdens deze slopende reis.

Vooral de donkere passages van zijn wateropera konden me bekoren. Als Maarten in de nacht werd beschenen door een lampje en achter hem het riet vergleed. Als hij watertrappelend iets dronk met een houten bruggetje als decor.

Hij maakte zijn eigen soundtrack met het rustgevende plonzen van de zwemslagen. Overal pijn had hij, maar diep vanbinnen stuwde de onverzettelijkheid hem voort. 

Of hij het ging halen, was maar de vraag.

Nederland op z’n mooist, Maarten op zijn best. 

Of het experiment zin had? Voor het binnenhalen van geld voor kankeronderzoek zeker. En voor de zwemmer? 

Dit zei Maarten tijdens ons gezamenlijk etmaal, alweer jaren terug: ‘Uiteindelijk is ons bestaan zinloos.’

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.










***

RTL Voorpaginanieuws



Omroep Brabant
15 uur geleden
***

Nog steeds niet genoeg van de Monstertocht van Maarten van der Weijden?


---  Hier
--- nog veel meer op andere Media.

donderdag 14 september 2017

HELD DIE GEEN HELD WIL HETEN / NRC INTERVIEW / ZIEKTE, GEZONDHEID EN TOPSPORT: Maarten van der Weijden: ‘Ik heb niet gewonnen, ik heb geluk gehad’

Olympisch Goud, maar -naar eigen zeggen- 'Geen Held'; 'Gewoon Geluk Gehad...'
(Afbeelding overgenomen van 'nl.pinterest.com/zwemza/open-water-swimming/')
Natuurlijk heeft Maarten van der Weijden feitelijk waarschijnlijk gelijk, en heeft hij geluk gehad dat hij kanker overleefde, maar ook al zou dat zo zijn, al was hij altijd al 'zo gezond geweest als een super-vis in het water'; dan nog was hij een Held voor alles wat hij daarna heeft gedaan -te beginnen met de Olympische Gouden Medaille- maar nog veel meer vanwege alles weer daarna dat hij deed, en nog steeds doet! Maar het is mooi dat hij het zegt: "Ik heb niet gewonnen, ik heb geluk gehad"...dat ook ja, maar vergelijk het eens met 'die andere held', Lance Armstrong...zie ik toch liever Maarten van der Weijden...

De originele versie van het NRC-Interview hieronder vind je   ---  Hier  ---

‘Ik heb niet gewonnen, ik heb geluk gehad’


Oud-kampioen Maarten van der Weijden zwemt extreme afstanden. „Ik heb het zo veel gedaan, dat zwemmen deel is geworden van mijn identiteit.”
tekst Rinskje Koelewijn foto Frank Ruiter | pagina 6 - 7

In mei dit jaar zwom Maarten van der Weijden vierentwintig uur aan één stuk (99,5 kilometer). In juni zwom-ie van Amsterdam naar Rotterdam (80 kilometer). Vorige week stak hij het kanaal over van Dover naar Calais (51 kilometer), én terug. En nu heeft hij bedacht dat hij volgend jaar de Elfstedentocht wil zwemmen. Tweehonderd kilometer. Hij denkt er twee, drie dagen (en nachten) voor nodig te hebben. Misschien dat hij onderweg op een luchtbedje even moet slapen, maar het liefst doet hij de tocht non-stop. Als het hem lukt, is hij de eerste en de enige die zo lang en zo ver kan zwemmen.
Best veel kilometers voor iemand die in 2008 aankondigde te stoppen als zwemmer. Hij doet het ook niet omdat hij dat zwemmen nou per se zo leuk vindt. Het is meer dat hij het nou eenmaal goed kan.
In z’n leven heeft hij zeker anderhalf keer de wereld rondgezwommen. „Ik heb het zo veel gedaan, dat zwemmen deel is geworden van mijn identiteit. Zwemmen is wie ik ben.” En dat is niet alleen voor hem zo, maar ook voor ons. Want noem maar eens een naam van een bekende Nederlandse zwemmer. Aan wie denk je dan? Vast aan Marcel Wouda. Pieter van den Hoogenband. En wie nog meer? Dikke kans dat je dan niet Ferry Weertman zegt, maar Maarten van der Weijden. Terwijl Weertman dit jaar wereldkampioen openwaterzwemmen werd en vorig jaar Olympisch kampioen. En Maarten van der Weijden negen jaar geleden.
„Mensen zijn meer geïnteresseerd in de sporter met een persoonlijk verhaal, dan in de sporter die wint”, zegt hij. Wij hebben hem onthouden als de sporter die op zijn negentiende acute lymfatische leukemie overwon, en daarna Olympisch goud won. Een wonder. Een held ook, want zoiets was nog nooit iemand gelukt. Nou denkt Maarten van der Weijden helemaal niet in termen van (over)winnen of verliezen. Hij spreekt over geluk en pech. „Ik had 30 tot 50 procent kans te genezen van mijn kanker. Maar wat heb ik gedaan om ervan te herstellen? Ik lag in bed, ik had niet eens de kracht om een half uur rechtop te zitten. Als je zegt dat ik mijn ziekte overwon, noem je de jongens die het niet redden dus verliezers.” Hij schudt van nee met zijn kaalgeschoren hoofd (dat zwemt net ietsje sneller), met twee opvallende deuken erin. Onder zijn hoofdhuid zaten ooit reservoirs met medicatie om de kankercellen in zijn hersenvocht te bestrijden. „Ik heb niet gewonnen, ik heb geluk gehad.”
Dat half jaar in het ziekenhuis had hij alle tijd om na te denken. Over zichzelf, zijn toekomst en de rol die topsport daarin zou spelen. Zwemmen deed hij al vanaf zijn zevende. Bij toeval was zijn talent ontdekt. „Ik was een lui kind, alle sporten vond ik stom. Mijn zus zwom. Ik zwom harder dan zij. Dát vond ik leuk.” Op z’n negentiende was hij al aardig op weg een zwemkampioen te worden. „Hoe wordt iemand een topsporter? Je bent jong en je kunt iets goed. Je wint een prijs, je ouders zijn trots. Dus blijf je doorgaan. Topsport is een volwassen keuze, die genomen moet worden als je er zelf nog veel te jong voor bent. Ouders, trainers, coaches nemen dat besluit.” Het levert, zegt hij, extreem volgzame topsporters op, die blijven doen waar ze goed in zijn omdat dat nou eenmaal makkelijker is dan stoppen.

Lamlendigheid

Wat vast mee heeft geholpen is dat hij erop gebouwd lijkt om heel hard te kunnen zwemmen. Wel lang, niet uitzonderlijk breed of gespierd, maar juist vrij rank. Die 2,02 meter van hem valt op, als hij de Harbour Club in Rotterdam binnenloopt. Je ziet de andere gasten hun geheugen afgraven. Wélke bekende zwemmer is deze lange, kale man ook alweer. We gaan zitten aan een tafel met uitzicht op het park en bestellen ongezien het lunchmenu. Hij besmeert de broodjes afwisselend met boter en tapenade en stapelt die hulpvaardig op mijn bord. Natuurlijk, zegt hij, is er nog een tweede type topsporter. „Die is wat zeldzamer.” Het is de sporter die van jongs af aan extreem op eigen wil en kracht opereert. Maar hij is dus type één? Hij knikt. „Dat was ik.” Door zijn ziekte wérd hij type twee. Daar moest hij twee besluiten voor nemen. Eén: stoppen met zwemmen. En twee: weer gaan zwemmen. En dat niet één, maar twee keer.
De eerste keer dat hij besloot met zwemmen te stoppen, lag hij nog in het ziekenhuis. „Ik dacht: hoe leuk vind ik het eigenlijk om elke dag vier, vijf uur baantjes te trekken in een zwembad? Dat is namelijk best saai.” Eenmaal uit het ziekenhuis ging hij weer bij zijn ouders wonen in Alkmaar om verder te herstellen. Dat hij na een paar weken toch weer in een zwembad lag, kwam voornamelijk door zijn ouders die, volgens hem, moedeloos werden van zijn lamlendigheid en hem smeekten ‘iets’ te gaan doen. Desnoods zwemmen. „Met tegenzin deed ik honderd meter. Daarna nog een baantje. Toch even kijken hoe lang ik erover deed en of het ook harder kon.”
Want dat had hij wel uitgedokterd op zijn ziekbed, het was niet het zwemmen zelf dat hem trok, maar een doel stellen en dat halen, of liever nog, verbeteren. „Het heeft twee jaar geduurd voor ik weer op mijn oude tijden zat van voor mijn ziekte.” Hij was weer topsporter. „Was ik niet ziek geworden, dan had ik misschien nooit de top bereikt. Dan had het me ontbroken aan motivatie.”

In een bubbel

Naast zijn bouw en zijn lengte is zijn longinhoud van twaalf liter, in plaats van de gemiddelde zes, een voordeel bij het zwemmen. Daardoor ligt hij hoger in het water en heeft hij minder weerstand van het water. Hoe efficiënter het zuurstofstransport in zijn bloed, hoe meer voordeel. Dus sliep hij in een hoogtetent waar de lucht hetzelfde is als op vierduizend meter hoogte. Het lichaam maakt dan meer rode bloedlichaampjes aan, waardoor het bloed meer zuurstof opneemt. Toen bleek dat vijftien uur in zo’n tent beter was dan twaalf, ging hij ook overdag de tent in. Niet saai? „Nee hoor, ik ben vrij lui.” De relatie met zijn vriendin – nu zijn echtgenote – ging uit, want zij vond die tent wél irritant. Beetje eng ook, vraag ik. Hij was tenslotte net hersteld van bloedkanker. „Ik heb mijn behandelend artsen gevraagd of het verantwoord was. Die vonden dat een lastige vraag. Maar ze waren er vrij zeker van dat het geen kwaad kon.”
En toen won hij. Eerst goud op het WK, daarna weer goud op de Olympische Spelen. Hij werd uitgeroepen tot sportman van het jaar 2008. Tegen ieders verwachting in maakte hij toen bekend dat hij met zwemmen zou stoppen. Weer. „Doorgaan was makkelijker geweest. Je wordt een koker ingezogen van meer, harder, sneller. Je zit in een bubbel met metgezellen en vertelt elkaar dat het gaaf is wat je doet. Je leeft een egoïstisch bestaan en krijgt er nog applaus voor ook.” Het punt was, hij had er nooit op gerekend dat hij zoveel zou winnen. „Iedereen denkt dat winnen een verdienste is. Dat de psychisch en fysiek sterkere wint. Maar winnen is een kwestie van geluk. Ik had het hele jaar zitten bedenken wat ik zou gaan doen als ik het podium niet zou halen. Nog eens vier jaar zoveel tijd en energie steken in dat zwemmen leek me niet verantwoord. In mijn hoofd had ik al besloten te stoppen. Maar ik won. Dus moest ik door.” Hij liet zijn huis verbouwen tot één grote hoogtetent. „Tot ik me afvroeg: wil ik wel door?”

Doel en middel tegelijk

Groot voordeel: het zwarte gat dat topsporters vrezen na hun carrière boezemde hem geen angst in. Dat gat kende hij al, van toen hij ziek was. Een jaar of vijf heeft hij helemaal niet meer gezwommen. En nee, hij miste het totaal niet. „Ik sta aan of uit. En als ik uitsta, word ik niet onrustig ofzo. Ik heb sport niet nodig.” Voor de lol is hij wel wat gaan hardlopen. „Maar dat ging me toch lang-zaam.” Over de marathon van New York deed hij vier en een half uur, werd hij halverwege ingehaald door „een obese vijftigplusser”.
In die vijf jaar had hij ook een ‘gewone’ baan. Hij was de financiële man bij Unilever, afdeling was- en schoonmaakmiddelen. Vond hij „hartstikke leuk”, hij maakte een prima carrière, er wachtte hem zelfs overplaatsing naar Londen of Jakarta. Maar in 2015 besloot hij toch weer te gaan zwemmen. Zijn laatst gewonnen wedstrijd mocht dan al jaren achter hem liggen, zijn bekendheid was onverminderd. „De vraag naar mijn verhaal bleef.”
Hij is de twee hoofdlijnen uit zijn levensverhaal – zwemmen en kanker – gaan combineren. Zwemmen is nu doel en middel tegelijk. Om zoveel mogelijk bekendheid en geld te genereren voor kankeronderzoek, bedenkt hij steeds uitzinniger uitdagingen – 24 uur zwemmen, op en neer naar Engeland, de Elfstedentocht. Want zonder extreme prikkel blijft hij liever lui.
Maar om zo buitensporig veel te zwemmen, moet hij het toch wel een heel klein beetje leuk vinden? Hij vindt het, zegt hij, een soort van leuk. „Soms is mijn hoofd een chaos. Als ik dan een paar uur zwem, ploft alles op de goede plek. Dan worden dingen duidelijk.” En weer een paar zwemuren verder komt er een rust over hem. Een geconcentreerde trance. „Dan ben ik terug bij wie ik ben.”

De rekening

The Harbour Club
Kievitslaan 25, Rotterdam
1 fles water
3,50
2 verse jus
8,50
2 lunchmenu
56,00
Totaal
68, 00 euro

In het kort

Geboren Alkmaar, 31 maart 1981
Burgerlijke staat
Getrouwd, twee dochters
Woont in Waspik
Opleiding Master wiskunde
Eerste baan Professioneel zwemmer
Vervoermiddel Toyota Prius
Sport Zwemmen
Boek Marte Jacobs van Tim Krabbé
Film Forrest Gump
Muziek Nederlandse liedjes met goede teksten (favoriet is Acda en De Munnik)
Onmisbaar M’n gezin
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag, 26 augustus 2017, pagina 6 - 7