Posts tonen met het label Migratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Migratie. Alle posts tonen

maandag 21 juli 2025

SHARTIE AART DEKKER / IMMIGRATIE IS GOED VOOR DE ECONOMIE met Trump terug naar de Pre-historie KUDO(VK,2018) VK-Opinie: Wat als de Joden de VS niet in hadden gemogen in de 19de eeuw?

 

 

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wat-als-de-joden-de-vs-niet-in-hadden-gemogen-in-de-19de-eeuw~b1677b9b/

*

SHARTIE AART DEKKER / IMMIGRATIE IS GOED VOOR DE ECONOMIE 

Met Trump terug naar de Pre-historie  

KUDO(VK,2018) VK-Opinie: 

Wat als de Joden de VS niet in hadden gemogen in de 19de eeuw? 

Eigenlijk heb ik bij het boven-/onder-staande artikel nauwelijks iets toe te voegen; immigratie is goed voor een samenleving en al helemaal voor een economie van die samenleving, tenzij die immigratie niet goed wordt geregeld door de politiek.

Maar omdat al decennia lang - en vele malen eerder - het thema wordt gekaapt door kwaadwillende politici - en dan hebben we het in Nederland op dit moment echt niet alleen over Wilders; de VVD heeft er ook een handje van en nog diverse andere, kleinere partijen ter rechter zijde doen dit - en er stelselmatig wordt geweigerd om immigratie goed te regelen, blijft alles muurvast zitten, worden problemen niet opgelost en is het gemakkelijk om groepen tegen elkaar op te zetten.

Enkele opmerkingen nog:

- Amerika was niet de supermacht die het nu is voor WO-II - en al helemaal niet voor WI-I - wetenschap en technologie namen pas echt een grote vlucht na die grote oorlogen, en dat werd mede veroorzaakt door immigratie van vele grote (Joodse) wetenschappers die vluchtten voor vervolging in Europa. Op dit moment bewerkstelligt Trump het omgekeerde effect, vandaar de door mij toegevoegde kop... Maar het gaat natuurlijk om de in de Volkskrant al jaren terug - veel beter dan ik dat kan - beargumenteerde stelling...

- ook Nederland had grote bloeitijden te danken aan grote immigratiegolven van elders vervolgde mensen; bijvoorbeeld de Hugenoten. 'Baudet' bijvoorbeeld lijkt mij toch echt geen oer-Hollandse naam... (al is Thierry natuurlijk geen factor die voor vooruitgang zorgt, wellicht dat sommige van zijn voorouders wat meer open-minded waren en wèl iets toevoegde aan vooruitgang?)

- ik heb persoonlijk 10-15 jaar lang heel veel met vluchtelingen - en tweede- en derde-graads nakomelingen van gastarbeiders - te maken gehad. Ik heb zelfs mensen die ongedocumenteerd (dan wel illegaal) in Nederland verbleven geholpen in die tijd; meer dan één van hen is door mijn hulp juist uit Nederland vertrokken - want illegaal in Nederland verblijven was ook toen al geen lolletje; daar waren echt geen Wilders/Faber-wetten voor nodig! (Wilders wil trouwens ook helemaal geen effectieve immigratie-wetten; dan is hij zijn reden van bestaan kwijt, en is het afgelopen met zijn 'macht'', hij wil dus alleen maar chaos en haat.) Maar terug naar het persoonlijke; het overgrote deel van die vluchtelingen, andere migranten en allochtonen (waarom is dit woord eigenlijk inmiddels zo goed als verdwenen uit het debat?) waar ik mee te maken had, waren een verrijking - voor mezelf en voor de samenleving - zelfs tegen de verdrukking in. En ik durf de stelling wel aan dat ze het zelfs gemiddeld beter deden en prettiger waren om mee om te gaan dan de gemiddelde autochtoon in vergelijkbare leefomstandigheden... 

Als die verdrukking zou worden omgezet in stimulansen om mensen uit verdrukking en/of achterstand te halen, en migratie dus goed geregeld zou worden, zou dat goed zijn voor iedereen, ongeacht afkomst. 

Kan de politiek zich ook eindelijk weer eens bezig gaan houden met echte kwesties in plaats van spiegelgevechten en vorm..! 

Go 

(AD) 

Opinie

Opinie: Wat als de Joden de VS niet in hadden gemogen in de 19de eeuw?

De argumenten die tegen immigranten worden gebruikt, klonken in 19de eeuw over Joden. Wat als hen immigratie verboden was, vraagt Bret Stephens.

Door: Bret Stephens20 januari 2018

Tot zijn laatste dag sympathiseerde mijn vaders oom Bern met het communisme. Ik herinner me hem als een vriendelijke oude man, die geen vlieg kwaad zou doen. Maar hij bewonderde veel van de meest moorddadige ideologie van de 20ste eeuw.

Als je Joods bent in Amerika, is de kans groot dat er een oom Bern in je stamboom zit. Zoals de onderzoeker Ruth Wisse opmerkte in het tijdschrift Tablet, werd het Joodse intellectuele leven in de jaren 1930 en '40 grotendeels gekenmerkt door iemands verhouding tot één ding: De Partij. Historici gaan ervan uit dat Joden goed waren voor bijna de helft van het totale lidmaatschap van de Communistische Partij in die jaren, terwijl er ook veel Joodse 'fellow travellers' waren.

De meeste van hen waren, zoals mijn oudoom, misleide idealisten die verder rustige, fatsoenlijke levens leidden. Een handvol anderen, zoals de atoomspion Julius Rosenberg, verraadde Amerika's belangrijkste militaire geheimen aan stalinistisch Rusland en berokkende het land en de wereld grote schade.

Een gedachtenexperiment: zouden de VS beter af zijn geweest als ze Joden eind 19de eeuw hadden verboden te immigreren? De vraag is de moeite waard, omdat zoveel van de argumenten die nu worden gebruikt tegen Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en moslimimmigranten indertijd makkelijk hadden kunnen worden gebruikt tegen Joden.

Kijk even naar de parallellen.

Misdaad? In 1908 veroorzaakte de politiechef van New York een rel door te stellen dat de helft van de criminelen in de stad Joods waren. De waarheid was dat Joodse misdaadcijfers, rond 16 procent, behoorlijk lager waren dan hun aandeel van van de stadsbevolking, circa een kwart. Dat geldt ook vandaag: het aandeel van immigranten dat in de gevangenis zit is bijna de helft lager dan dat van in de VS geboren Amerikanen.

Veel van de argumenten die nu worden gebruikt tegen Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en moslimimmigranten hadden indertijd makkelijk kunnen worden gebruikt tegen Joden

Raciale voorkeuren? Zoals Donald Trump graag meer Noorse immigranten wil en geen immigranten uit 'shithole countries', was de vroeg 20ste-eeuwse eugenetica-expert Madison Grant geobsedeerd door het beschermen van 'Noordse' rassen tegen wat hij noemde 'uitschot', inclusief 'de Slowaak, de Italiaan, de Syriër en de Jood'.

Assimilatie? Deze week vroeg minister van Justitie Jeff Sessions in een interview met Fox News: 'Wat voor zin heeft het om iemand binnen te halen die niet kan lezen of schrijven en die hier een worsteling tegemoetgaat en niet succesvol zal zijn?' Dat lijkt de heersende manier van denken in deze regering.

Vergelijk dat met het artikel uit het tijdschrift McClure uit 1907, met de kop 'De grote Joodse Invasie'. Daarin werd over Russische Joden gezegd: 'geen volk heeft een slechtere voorbereiding gehad, onderwijskundig en economisch, op het Amerikaanse burgerschap.' In 1914 noemde Edward Alsworth Ross, de progressieve socioloog van de Universiteit van Wisconsin, Joden 'moreel kreupelen' en zo gericht op hun eigen groep dat 'ze elke opgepakte schoft van hun eigen ras onmiddellijk te hulp schieten'.

Ondermijning? Tijdens de verkiezingscampagne zei Trump dat Syrische vluchtelingen 'het Paard van Troje kunnen doen verbleken'. Zijn campagne deed toen de beruchte oproep tot een 'totale en complete stop op moslims die de VS binnenkomen totdat onze mensen erachter komen wat hier aan de hand is'.

Soortgelijke beschuldigingen troffen vaak Joden. Henry Ford beschuldigde Joden van het veroorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Een generatie later beschuldigde de vliegenier Charles Lindbergh de Joden ervan de VS een oorlog in te sleuren. Lindbergh was destijds de kampioen van ' America First'. Weer later werden Joodse 'neoconservatieven' om de een of andere reden de schimmige aanstichters van Amerika's oorlogen in het Midden-Oosten.

Er zit vaak een kern van anekdotische of statistische waarheid in etnische stereotypen. Joden wáren oververtegenwoordigd in radicale politieke kringen. Joodse gangsters waren bijna net zo berucht als hun Italiaanse en Ierse vakgenoten.

Maar stel je voor dat de VS het advies hadden gevolgd van de immigratiebeperkers uit de eind 19e eeuw en Joods immigranten in de ban hadden gedaan, in elk geval die uit Centraal-Europa en Rusland, omdat van hen werd gedacht dat ze genetisch inferieur waren. Wat zou er dan, gemeten in bedrijvigheid, genialiteit, verbeeldingskracht, en filantropie verloren zijn gegaan voor Amerika als land? En wat zou uiteindelijk, gezien in termen van menselijke tragedie, op ons geweten rusten?

Tegenwoordig gelden Amerikaanse Joden als een modelminderheid. Iemand zou Jeff Sessions en andere eeuwige fanaten eens kunnen vragen wat er zo verschillend is aan een Salvadoraan, een Iraniër, of een Haïtiaan.


woensdag 23 oktober 2024

RAAK! / NRC-OPINIE COLUMNIST Youp: ´Reinetje in Afrika´ & ´Faber in kringloopkleren´(van voor WO-II) / FABULERENDE PVV-MINISTERS / MIGRATIE & MENSENHANDEL / ASIELZOEKERS/VLUCHTELINGEN / OEGANDA & MENSENRECHTEN/RECHTSTAAT /

 

Reinetje in Afrika

 

Overgenomen van NRC.nl

originele column  19 okt 2024  ---  Hier  ---

Meer Youp op NRC.nl    ---  Hier  ---





Dus die Reinetje Klever heeft in Oeganda helemaal niet gepraat over eventuele vluchtelingenopvang. Hoe geestig is dat? Volgens haarzelf had ze dat namelijk wel gedaan.

Ik had de opening van het stripboek ‘Reinetje in Afrika’ al klaar: een beetje stuurs kijkende Nederlandse mevrouw in een tweedehands kaki tropenpak komt Oeganda binnen en de plaatselijke minister die haar ontvangt zegt enthousiast: „Welkom, welkom, welkom! U komt de apenpokkenvaccinaties brengen?”, waarna onze Klever in het volgende plaatje zegt: „Nee, ik ben de Nederlandse minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, dus daar ga ik niet over.”

De Oegandese minister van Buitenlandse Zaken Jeje Odongo, die bekend staat om zijn flauwe grapjes, vraagt: „Buitenlandse mensenhandel?” Reinetje doet of ze het zouteloze gebbetje niet verstaan heeft en begint snel over haar lucratieve vluchtelingenaanbod. Want daarvoor is ze helemaal naar Oeganda gekomen.

Ze weet dat ze snel met een aantrekkelijke prijs moet komen. Een vriend van haar zit in Zuidlaren in de paardenhandel en heeft haar uitgelegd dat ze niet te hoog moet beginnen. En dat ze moet eindigen met ouderwets handjeklap. Wel opletten want dat gaat snel.

Odongo vraagt al gauw of de te leveren vluchtelingen een beetje gezond zijn. Reinetje belooft dat ze hen in elk geval zal laten vaccineren tegen apenpokken. „Dat is geen enkel probleem voor ons omdat we daar in Nederland hectoliters van in voorraad hebben”, lacht ze monter. Ze kijkt trots en stoer tegelijk. Dan vraagt hij waarom de Nederlandse regering Oeganda heeft uitgekozen. „Wat aardig van jullie premier om aan ons te denken!”, lacht Jeje. Dan wordt er door een wat dikke ambtenaar uit de Nederlandse delegatie iets in Reinetje haar oor gefluisterd.

Ze begint raar te schutteren tegen de Oegandezen, waarop de weldoorvoede ambtenaar sist: „Nu niet liegen, want daar kan je diplomatiek gezeik mee krijgen.”

Hierna volgt een schitterende stotterscène waarin Reinetje probeert uit te leggen dat onze premier van niks weet omdat hij eigenlijk een poppenkastpop van Geert is. Dat hij op dit moment bij de Europese top vooral selfies loopt te maken met de echte leiders en dat hij al die foto’s volgende week in zijn werkkamer hangt.

Dan vraagt ze aan de ambtenaar: „Moet ik gewoon eerlijk zeggen dat Wilders alles bepaalt of ligt hij gevoelig in een zwart land? Hij lijkt me hier niet zo populair.”

Tot zover had ik een vrolijk begin van een satirisch stripboekje in mijn hoofd en ik vond het mooi dat ik er wat realiteit over Dickie in had kunnen verwerken. Paar bladzijden later wilde ik Odongo tegen Reinetje laten zeggen dat Nederland qua politieke structuur prima in Afrika zou passen. En als slotscène dacht ik aan het regeringsvliegtuig dat, bestuurd door onze altijd vrolijke koning, op het vliegveld van Kampala zou landen en dat er louter blije gezichten waren. Bij alle partijen. Vooral bij de vluchtelingen. Die hadden namelijk nog nooit gevlogen! Dat was weer eens wat anders dan een lekke rubberboot!

Maar toen kwam gistermiddag het bericht waarin Odongo vertelde dat hij het met Reinetje wel over vluchtelingen had gehad, maar alleen over de asielzoekers die al in Oeganda wonen. Absoluut niet over de opvang van verse roedels.

Hoe interessant is dit? Wat zit er in de thee in het Catshuis? Is deze baan te zwaar voor de vrouw die ooit omroepbobo bij Ongehoord Nederland was? Is ze toen getraumatiseerd geraakt door die knettergekke Arnold Karskens? Of hoort het gewoon standaard bij iedere PVV’er?

Laatst kwam die gezellige Marjolein Faber ook al raar terug uit Denemarken. Zij had daar borden gezien die daar gewoon niet staan. Het is nog gevraagd aan de regering in Kopenhagen. De Denen waren verbaasd over de vraag. Een ambtenaar zei: „Maar die dame in die kringloopkleren is toch jullie minister?”

En nu dus onze hallucinerende Reinetje. Beide dames moeten hun hele dikke duim toch echt laten nakijken. En ja meneer Omtzigt: dit is het door u gesteunde kabinet. Ik zou er ook doodziek van zijn.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 19 oktober 2024.

vrijdag 27 september 2024

SHARTIE AART DEKKER / EVEN NADENKEN OVER MIGRATIEMYTHES VAN BRUIN-1/SCHOOF: ´Criminele genen van niet-Westerse migranten´ - Het is juist andersom (N.a.v. NRC-achtergrond, Feb 2024, ´Onrust in Nieuw-Zeeland over verdrag met oorspronkelijke Maori-bevolking´)

Een ´Haka´ in lang vervlogen tijden.

Jaarlijks vieren Maori de ondertekening van het Verdrag van Waitangi op 6 februari 1840 (Foto en nog heel veel meer over dit onderwerp: my.christchurchcitylibraries.com/kids-treaty-zone-waitangi-day/)

*

SHARTIE AART DEKKER 

EVEN NADENKEN OVER MIGRATIEMYTHES VAN BRUIN-1/SCHOOF

Volgens de psychopaten van Bruin-1 - a.k.a. Het kabinet Schoof – zit criminaliteit in de genen van de tsunami´s aan niet-Nederlandse/Westerse asielzoekers... 

Niet alleen zijn er geen Tsunami´s...

... en is die relatie met criminaliteit te aan te tonen 

-wél die met armoede en kansarm zijn- 

in het artikel hieronder wordt ook nog eens hard gemaakt dat bij onze tegenvoeters in Nieuw-Zeeland die genetische correlativiteit juist andersom blijkt te liggen...  

Want )fragment':

`.... In de Maori-taal heet het verdrag ‘Te Tiriti o Waitangi’

Deze versie is geen directe vertaling van het Engelse document, zoals vaak wordt gedacht. In de Maori-versie staat weliswaar dat de Britse Kroon het bestuur overneemt, maar dit was volgens historici gericht op losgeslagen Britse zeehond- en walvisvaarders, die prostitutie, ziekten, alcohol en wapens introduceerden in Nieuw-Zeeland. Met grote chaos tot gevolg. Maori-leiders riepen koningin Victoria op om haar onderdanen te beteugelen.

(AD)

*

achtergrond Onrust in Nieuw-Zeeland over verdrag met oorspronkelijke Maori-bevolking

achtergrond

Nieuw-Zeeland De relatie tussen de inheemse Maori-bevolking en de nieuwe regering van premier Chris Luxon staat onder grote druk. Inzet is de afschaffing van speciaal beleid voor Maori. „Ze willen ons uitroeien.”

Een „driekoppige taniwha” (driekoppig monster) en de „vijand van Maori”. Zo noemen Maori-leiders de Nieuw-Zeelandse regering, die net twee maanden aan de macht is. Het broeit in Nieuw-Zeeland sinds het aantreden van de coalitieregering, met name onder de inheemse Maori-bevolking.

De nieuwe regering bestaat uit de conservatieve National Party van premier Chris Luxon en de populistische partijen New Zealand First en ACT. Sinds zijn aantreden eind november heeft premier Luxon haast gemaakt met het terugdraaien van het beleid van zijn voorgangers. Zijn regering is van plan om verschillende wetten te schrappen die al jarenlang bestaan om de positie van de inheemse bevolking te verbeteren.

Specifiek beleid voor de Maori, die zo’n 17 procent van de bevolking uitmaken, is er volgens deskundigen niet voor niets. Uit de meest recente volkstelling uit 2018 blijkt dat deze groep het op veel vlakken slechter doet dan de rest van de bevolking. De werkloosheid is bijna twee keer zo hoog, de gemiddelde levensverwachting ligt zeven jaar lager, een onevenredig groot aantal Maori zit in de gevangenis, en ze zijn veel minder welvarend dan de rest van de bevolking.

Toch zegt Luxon dat hij „niet gelooft in een apart systeem voor Maori en een ander systeem voor niet-Maori”. In zijn eerste week schrapte hij het beleid dat roken op de lange termijn uit de samenleving moest bannen. Zo’n 20 procent van de inheemse bevolking rookt, tegenover een nationaal gemiddelde van 8 procent. Maori-leiders hadden daarom gepleit voor de strenge rookwet.

Ook wil de regering het gebruik van de Maori-taal, het te reo(de taal), in overheidsinstellingen flink beperken. Het is een groot contrast met het beleid van oud-Labour premier Jacinda Ardern, die een jaar geleden afscheid nam, en haar opvolger Chris Hipkins, onder wiens leiding Labour de laatste verkiezingen verloor. Zij lieten zich voorstaan op samenwerking met Maori en omarmden de taal. Er werd zelfs overwogen om Nieuw-Zeeland zijn oorspronkelijke naam terug te geven: Aotearoa (land van de lange witte wolk). Dat is onder de nieuwe regering ondenkbaar.

Stichtingsdocument

Maar de grootste ophef gaat over het Verdrag van Waitangi. Dit verdrag uit 1840 geldt als het stichtingsdocument van Nieuw-Zeeland, dat geen grondwet heeft. Onlangs lekte de ontwerptekst van een nieuwe wet uit. De wet, aangedragen door de radicaal-rechtse coalitiepartij ACT, wil de „principes van het Verdrag van Waitangi” herzien.

In de voorgestelde wet staat dat de regering de baas is van alle Nieuw-Zeelanders en dat alle Nieuw-Zeelanders gelijk zijn. Dat klinkt onschuldig, maar volgens Maori wordt de tekst van het verdrag opzettelijk uit zijn verband gerukt. „Alle verwijzingen naar de Maori als de oorspronkelijke bewoners en rechtmatige eigenaren van het land willen ze uit het verdrag halen”, zegt Margaret Mutu, hoogleraar Maori-studies aan de Auckland Universiteit aan de telefoon. „Wat heel duidelijk wordt uit die gelekte tekst is dat we niet langer wettelijk erkend worden als Maori, maar alleen als Nieuw-Zeelander. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt. Met andere woorden: ze willen ons uitroeien.”

Het zorgde voor een golf aan verontwaardiging. Leden van de Te Pati Maori-partij beschuldigen de regering van „witte suprematie”. Dat snapt Mutu wel. „Deze wet is bedoeld om ons te assimileren. Ze proberen ons het recht om Maori te zijn af te nemen.”

Viering van Waitangi Day in Waitangi, Nieuw-Zeeland, 6 februari 2023. Jaarlijks vieren Maori de ondertekening van het Verdrag van Waitangi op 6 februari 1840. Foto Fiona Goodall/Getty Images

Naar verwachting bereiken de verhitte gemoederen de komende dagen een nieuw hoogtepunt. Dinsdag 6 februari is het Waitangi Dag, dan wordt de ondertekening van het Waitangi Verdrag tussen de Britse Kroon en Maori-leiders herdacht. Zaterdag beginnen de activiteiten waar naar verwachting zo’n tachtigduizend bezoekers op af komen, twee keer zo veel als gebruikelijk.

Margaret Mutu is al een paar dagen op de historische plek, aan de oevers van de Waitangi rivier in het hoge noorden van het land. Ze is lid van de National Iwi Chairs Forum, de koepelorganisatie van Maori-stammen in heel het land. Een iwi is een stam, die samengesteld is uit verschillende familiegroepen; zogeheten hapu. Ze zijn bijeengekomen om de escalerende situatie te bespreken. „We proberen onze jongeren kalm te houden, maar ze zijn heel kwaad. Als de regering die wet niet intrekt, kunnen we niet voorkomen dat de woede overkookt.”

Losgeslagen walvisvaarders

Het is niet de eerste keer dat het verdrag onderwerp van discussie is. Hoewel het Verdrag van Waitangi internationaal wordt gezien als een van de belangrijkste verdragen tussen een oorspronkelijke bevolkingsgroep en zijn kolonisatoren, is er al sinds de ondertekening onenigheid over de inhoud. Volgens Maori is het Engelstalige document, dat op 6 februari 1840 werd ondertekend door kapitein William Hobson, een afgevaardigde van de Britse Kroon, en ruim veertig Maori-leiders, gebaseerd op een leugen.

In de Maori-taal heet het verdrag ‘Te Tiriti o Waitangi’. Deze versie is geen directe vertaling van het Engelse document, zoals vaak wordt gedacht. In de Maori-versie staat weliswaar dat de Britse Kroon het bestuur overneemt, maar dit was volgens historici gericht op losgeslagen Britse zeehond- en walvisvaarders, die prostitutie, ziekten, alcohol en wapens introduceerden in Nieuw-Zeeland. Met grote chaos tot gevolg. Maori-leiders riepen koningin Victoria op om haar onderdanen te beteugelen.

Om dat te bereiken, gingen ze akkoord met het plan om de Britten het bestuur in handen te geven. „Maar Maori hebben nooit ingestemd met de Engelstalige versie waarin staat dat we onze soevereiniteit opgeven”, zegt Mutu. De Maori-leiders in Waitangi die het Engelse verdrag tekenden, dachten dat de tekst overeenkwam met die in het Maori. Later werd duidelijk dat er essentiële verschillen waren.

„Mijn kleinkinderen hebben de schaamte definitief van zich afgeschud. Zij dulden geen racisme meer”

Margaret Mutu hoogleraar Maori-studies

De Maori-versie werd door meer dan vijfhonderd Maori-stamhoofden in heel het land ondertekend. Hierin stond dat zij de zeggenschap over hun land, mensen en de schatten, zowel fysiek als immaterieel, zouden behouden. Al decennialang voeren Maori actie om de naleving van het originele document ‘Te Tiriti o Waitangi’ af te dwingen.

Ongeacht welke versie van het verdrag hebben de Britse kolonisten de afspraken uit 1840 meermaals geschonden. De Maori waren gelijke rechten beloofd, maar toen in 1852 het eerste parlement van Nieuw-Zeeland werd opgericht, mochten ze niet stemmen. Lang golden er wetten om Nieuw-Zeeland „zo wit mogelijk” te houden. Inheemse bewoners werd verboden om hun eigen taal te spreken.

Lees ook

In Aotearoa Nieuw-Zeeland beleeft de Maori-taal een opleving

Drie generaties Maori-vrouwen: Amokura Panoho (midden) werd haar naam en taal ontnomen, ook dochter Monowai (rechts) had angst haar Maori-identiteit uit te dragen, kleindochter Arihia Turei (links) is helemaal ondergedompeld in de cultuur.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide het verzet tegen de onderdrukking van de Maori taal en cultuur. De emancipatiebeweging Nga Tamatoa (de Jonge Strijders) kreeg het voor elkaar dat de het te reo Maori in 1987 werd erkend als een van de officiële talen van Nieuw-Zeeland.

Schaamte afgeschud

Josie Keelan (71) was lid van die invloedrijke groep jonge Maori. „In die tijd waren we nog onzichtbaar, we hebben hard gevochten voor onze rechten. Het is verdrietig dat de regering nu de klok wil terugdraaien”, zegt ze aan de telefoon. De groep hield na enkele jaren op te bestaan, al is Keelan nog steeds lokaal actief. Ze hoopt dat het huidige debat ook positieve gevolgen heeft. „Hopelijk leren meer mensen wat er daadwerkelijk in het verdrag staat.”

Margaret Mutu, hoogleraar Maori-studies aan de Auckland Universiteit,

Er is de afgelopen vijftig jaar veel veranderd, zegt ook Margaret Mutu (70). „Als kind werd me verteld dat ik dom was omdat ik Maori was, en dat ik nooit succesvol zou zijn. Ik schaamde me om Maori te zijn. Ook mijn kinderen herkennen dat gevoel. Maar mijn kleinkinderen hebben de schaamte definitief van zich afgeschud. Zij dulden geen racisme meer.”

Nu zijn het opnieuw de jongeren die zich het hardst verzetten. Zoals het nieuwe parlementslid voor de Te Pati Maori-partij Hana-Rawhiti Maipi-Clarke, met haar 21 jaar het jongste parlementslid in Nieuw-Zeeland in 170 jaar. Haar strijdlustige maidenspeech, waarin ze een haka doet (een ceremoniële Maori-dans) en fel uithaalt naar de regering, ging de wereld over.

Maandag, de dag voor Waitangi Dag, worden politici verwelkomd in Waitangi bij de marae, een Maori-gemeenschapshuis. Ook premier Chris Luxon en zijn coalitiepartner David Seymour van de ACT-partij, die met het omstreden wetsvoorstel kwam, zijn erbij. De 70-jarige Mutu verwacht dat vooral jonge Maori de aandacht zullen opeisen. „In de jaren zeventig haalden we de Nieuw-Zeelandse vlag neer en vervingen die door de Maori-vlag. Ik weet zeker dat jongeren weer met creatieve acties komen”, zegt ze. Politici zullen verwelkomd worden, maar moeten zich volgens Mutu voorbereiden op een pittig debat. „We zijn klaar voor de strijd.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 2 februari 2024

 

vrijdag 20 september 2024

NRC-OPINIE CARTOON Fokke & Sukke: Het door Wilders & Faber geschapen nepdebat... / MIGRATIE ASIEL LEUGENS FEITENVRIJE POLITIEK /

 

Van NRC.nl op  14 september 2024, meer NRC FoSu   ---  Hier  ---

en nog veel meer Fokke & Sukke   ---  Hier  ---

 

vrijdag 2 februari 2024

(RUIM) 1JAAR GELEDEN / GROENE THEMA: In het nieuws - ´(Nederland) In de spiegel´ Xandra Schutte OVER DE VELE CRISISSEN DIE HET LAND VAN RUTTE TEISTER(D)EN / PLAKSHOT /

Wat vindt u van die grote crisis? | Plakshot (S3)

Plakshot | VPRO

11 nov 2022 #VPRO  

In Plakshot geeft Roel Maalderink met straatinterviews, sketches en parodieën zijn scherpe blik op de actualiteit én legt hij de absurditeit van de media bloot. Plakshot zie je elke vrijdagavond om 21.15 uur op NPO 3. 

En op dit kanaal. https://www.vpro.nl/plakshot https://www.npo3.nl/plakshot #VPRO

*

Cartoon van 'Milo' voor 'de Groene' bij het Thema-nr. ´In de spiegel´:

Meer Cartoons van de Groene Amsterdammer   ---  Hier  --

Maar meer over de artiest en meer Cartoons/Beeld van 'Milo'   ---  Hier  ---

*

 

In het nieuws In de spiegel Xandra Schutte beeld Milo

21 december 2022 – verschenen in nr. 51-52

‘Wat vindt u van die grote crisis die op dit moment plaatsvindt?’ vraagt Roel Maalderink, de meester van het straatinterview, aan toevallige passanten in het tv-programma Plakshot. ‘Je bedoelt die van het milieu?’ antwoordt een vrouw op de markt. ‘Ja, die is er natuurlijk ook, maar ik bedoel die andere crisis’, zegt Maalderink. De achtereenvolgende geïnterviewden opperen een reeks aan crises. De vreemdelingencrisis. De woningen. De boeren. En stikstof. De crisis in het oosten van Europa, die oorlog. De gascrisis en de energiecrisis. Het lerarentekort. Het hele coronagebeuren. De toeslagencrisis. De inflatie en de armoedecrisis. De vertrouwenscrisis en de politieke crisis. Maar telkens weer is het de ándere crisis waar Maalderink op doelt. ‘Ik bedoel die crisis die we voor ons uit schuiven.’ Tot een man het antwoord weet dat eigenlijk geen antwoord is: ‘Ja, door dat vooruitschuiven weten we eigenlijk niet met welke crisis we nu bezig zijn.’

Je kunt vinden dat er sprake is van crisisinflatie – op alles wordt tegenwoordig het etiket ‘crisis’ geplakt. Maar evengoed kun je zeggen dat we in een crisistijd leven, als al die voorbijgangers zonder blikken of blozen een crisis uit de mouw schudden. En nu is er in Nederland – en de wereld – wel vaker sprake van een crisis, maar de opeenstapeling van vandaag is toch uniek. Ook omdat het crisissentiment vergezeld gaat met iets anders: het gevoel dat Nederland niet meer in staat is crises op te lossen. Ons nationale zelfbeeld heeft de afgelopen tijd al de nodige krassen opgelopen – we zijn allang niet meer dat progressieve gidsland – maar we hadden altijd nog het idee dat we in een net landje leefden waar de dingen goed geregeld waren.

Maar of het nu gaat om de toeslagenaffaire, de gedupeerden van de aardbevingen in Groningen of de stikstofcrisis – de crises etteren door en ‘netjes’ gaat het ook niet. Dat zorgt voor een nieuwe deuk in ons zelfbeeld. Het zijn niet alleen de opstandige burgers die roepen dat het daar in Den Haag een zootje is, hoge (ex-)ambtenaren zeggen het hun inmiddels beschaafder na: de overheid is machteloos. Ook de Nationale ombudsman ziet ‘een patroon van onvermogen’.

Die machteloosheid was voor de redactie van De Groene Amsterdammer reden om dit winternummer aan ons zelfbeeld te wijden. Wat vertelt de parade van omgekeerde vlaggen van het afgelopen jaar over de kloof tussen stad en platteland? Is Nederland definitief een boze en verdeelde natie geworden? Wat zegt het dat de voedselbank, die twintig jaar geleden bij haar oprichting als ‘on-Nederlands’ werd beschouwd, nu meer mensen bedient dan ooit? En hoe gaat het met de vvd, de partij die er een sport van heeft gemaakt zich te spiegelen aan het Nederlandse zelfbeeld?

Niet alleen Nederland worstelt met zijn zelfbeeld. Wat te denken van Groot-Brittannië na een jaar van politieke incompetentie en de dood van koningin Elizabeth? Nostalgie naar het Empire van weleer biedt geen soelaas meer. Hoe te duiden dat de nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni zich eerder met Tolkiens Midden-Aarde identificeert dan met Italië’s eigen rijke geschiedenis? De Russische schrijver Alexander Snegirjov bevindt zich nog in Moskou en houdt een dagboek bij. Terwijl veel vrienden en collega’s het land hebben verlaten hoort hij een paar keer per dag het volkslied boven zijn hoofd schallen: de oude bovenbuur die de radio loeihard aan heeft staan. Steevast bonst zijn buurvrouw dan nog harder op het plafond.

In haar prachtige boek Rebelse genieën vertelt Andrea Wulf over ‘de uitvinding van het ik’, zoals de ondertitel luidt, maar beschrijft ze ook hoe de filosoof Fichte zijn ik-filosofie uitbreidt naar de natie. Wij doen min of meer hetzelfde in dit dubbelnummer, maar dan omgekeerd: van collectief naar individueel zelfbeeld. Schrijfster Helen Macdonald reflecteert op de relatie tussen mens en natuur, Arthur Eaton overdenkt het zelf zoals Freud het concipieerde en Arjen van Veelen stelt dat de zelfverliefde Narcissus in deze tijd heeft plaatsgemaakt voor Atlas, die de wereld op zijn rug torst. ‘We zijn ontsnapt aan de fuik van het ik en geven nu de wereld de schuld van alles wat misgaat in ons leven’, schrijft hij. De vraag is of dat een troost is, schrijft hij er meteen bij.

De redactie wenst u hoe dan ook lichte feestdagen en een troostvol nieuwjaar.

PS: Het winternummer biedt leesstof voor drie weken. Op 12 januari ligt opnieuw een dubbeldik nummer in de brievenbus

Nr. 51-52 / 2022


 

woensdag 22 november 2023

SHARTIE AART DEKKER / VOOR EENIEDER DIE VANWEGE MIGRATIE RECHTS DENKT TE MOETEN STEMMEN...Doe het niet! Want wat Rechts Belooft KAN NIET, hun Mensbeeld vd Afrikaan KLOPT NIET / NRC(KUDO 2006) - ´Niet bang voor de zee´

 

*

SHARTIE AART DEKKER

VOOR EENIEDER DIE VANWEGE MIGRATIE RECHTS DENKT TE MOETEN STEMMEN

Doe het niet! Want wat Rechts Belooft KAN NIET...

...hun Mensbeeld vd Arikaan KLOPT NIET

N.a.v. NRC(KUDO 2 december 2006) - ´Niet bang voor de zee´ 

Ondanks de vele crisissen waar Nederland zich in bevindt, heeft ´Rechts´  - oh, wat is die Rutte doortrapt slim / wat peilt de VVD goed hoe ze ´de kiezer kunnen manipuleren binnen hun frame - is het toch allemaal weer uitgelopen op een Referendum over Migratie.

Dit dus ondanks dat de VVD / PVV #PVVD #wegermee! al (meer dan) 13 jaar deze kaart speelt tijdens campagnes, en ondanks dat de VVD al die tijd al dat domein in de portefeuille heeft, ´de Rechtse-, de Protest- en de Populistische-stemmer trapt er weer in...want: het frame was dat de VVD ´D66-beleid zou uitvoeren...
 
Nou de waarheid is natuurlijk dat ook D66 in het pak genaaid is door Rutte; kijk maar naar de peilingen. Van het D66-programma is nauwelijks iets uitgevoerd.

En die Migratie dan? Tsja, die Migratie was er altijd al, en zal er altijd blijven; zelfs Trump´s Super-muur heeft er niet eentje afgestopt aan de Zuide-grens van de USA, en alle hekken rond Europa ook niet.

Deals dan?

Nou kijk naar ´de Deal van Rutte met Tunesië...de MIGRATIE NAM TOE!
 
Dus bezint eer ge begint, of wel...
 
...denk na alvorens Rechts te stemmen...

Gelooft u me niet?

Lees het onderstaande artikel uit 2006.

Ikzelf heb die wijsheid van een aantal mensen die tot over hun oren ´in Afrika´ zaten/zitten, o.a. mijn omgekomen vriend Rob Meurs, die leefde als een halve Afrikaan en er zijn tweede thuis had...daarnaast heb ik ook al vele jaren zelf veel contacten met Afrikaanse vluchtelingen gehad...ook die hebben mij veel geleerd; i.i.g dat Rechts geen idee heeft hoe deze mensen denken...en dus NOOIT EFFECTIEF BELEID ZULLEN KUNNEN MAKEN!!
 

(AD)

*


Politiek

Niet bang voor de zee

De riskante reis over zee naar Europa schrikt Afrikaanse bootmigranten niet af. ‘Vooruit, we wagen het, je gaat maar één keer dood.’

Hij werkte jaren in de haven van Dakar voordat hij ontslagen werd na een arbeidsconflict. Mansour en zijn team vroegen om salarisverhoging. De baas weigerde niet alleen, maar stuurde iedereen ook onmiddellijk de laan uit. Zo kwam het dat Mansour (42), vader van twee meisjes, nu vier jaar werkloos, zijn oren spitste toen een vriend hem een interessant voorstel deed. Een vissersboot zou binnenkort met een man of tachtig naar de Canarische eilanden vertrekken. De kapitein had een navigator nodig, en Mansour, die een GPS-ontvanger kan bedienen, leek de perfecte kandidaat. Hij mocht gratis mee als hij de boot naar Spaans grondgebied zou koersen.

Een enkeltje Europa, en nog voor niks ook – dit was de kans waar Mansour zo lang op had gewacht. Hij ging naar een internetcafé, printte een zeekaart uit en vroeg een geestenbezweerder een beschermende amulet te maken. De houten boot verliet de kust van Senegal op zondagavond 23 april. De vrouw van Mansour dacht dat hij in het noorden een paar dagen ging vissen. Zijn ouders, bij wie hij in huis woont, wisten van niets.

Zes dagen later was Mansour terug. Een van de twee motoren had het onderweg begeven, en het leek de bemanning niet verstandig om de 1.500 kilometer lange tocht met één motor door te zetten.

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, weet Mansour, die met zijn vrouw en dochtertjes in een tweepersoonsbed slaapt dat bijna hun hele eenkamerwoning in beslag neemt. Aan het voeteneind van het bed staat een metershoge wandkast waaruit hij de zeekaart pakt. Behoedzaam vouwt hij het A4’tje uit om met een vinger de dunne zwarte lijn over de blauwe oceaan naar de gedroomde eilanden te volgen. „Ik ben niet bang voor de zee”, zegt Mansour rustig, peinzend, gebiologeerd door de kaart. „En ik ben ook niet bang voor de dood.”

Niemand kan met zekerheid zeggen hoe en wanneer het precies begon. Maar begin dit jaar doken ze ineens op: de felgekleurde, stampvolle vissersboten die met tachtig, negentig, honderd Afrikanen aan boord aanmeerden op de Canarische eilanden, het dichtstbijzijnde stukje Europees grondgebied voor de West-Afrikaanse kust. Eerst waren het alleen Senegalese vissers, daarna volgden de stadsjongens en de boeren, toen ontdekten de Malinezen, Guineërs, Ivorianen en Liberianen het traject, en tegenwoordig komen de migranten zelfs uit Pakistan en India gevlogen om de boot naar Europa te nemen. In mei hadden ruim negenduizend bootmigranten de Canarische eilanden bereikt; inmiddels wordt hun aantal geschat op ruim 25.000. Het voorlopige record van de bootgolf werd in september genoteerd. In één weekeinde stapten 1.400 Afrikanen aan wal. De meeste bootmigranten zijn, nog steeds, Senegalees.

Migratiestromen zijn als water. Ze zoeken altijd het laagste punt, de weg van de minste weerstand. De populariteit van de riskante zeereis werd onder meer veroorzaakt door het aanscherpen van de grensbewaking in Marokko. Dat land ging harder optreden tegen Afrikaanse migranten na de bestormingen van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla eind vorig jaar. Het succes van de smokkelroutes door de Sahara was niet langer gegarandeerd en de aandacht van de aspirant-migranten verschoof naar de oceaan. Toen ook het buurland Mauretanië onder druk van de Europese Unie intensievere kustpatrouilles ging uitvoeren, kwam het zuidelijk gelegen Senegal in beeld. Met een kustlijn van vijfhonderd kilometer en een eeuwenoude traditie in de visserij bleek Senegal ineens de beste springplank naar het beloofde land.

Hoe wanhopig ben je als je op volle zee een tocht van 1.500 kilometer onderneemt in een open houten boot? Volgens een ruwe schatting van het Rode Kruis zijn het afgelopen jaar drieduizend bootmigranten omgekomen. Honderden jongens verdronken omdat hun boot halverwege schipbreuk leed, anderen stierven door uitputting of uitdroging.

Maar wanhopig? Dat is wat Europeanen denken.

Jonge Senegalezen kijken heel anders aan tegen emigratie. Ze weten dat het vrijwel onmogelijk is geworden een Schengen-visum te krijgen. Konden hun ouders begin jaren zeventig nog gewoon met het vliegtuig naar Frankrijk of Italië, voor hen is dat privilege niet meer weggelegd. Ze kiezen de zee omdat ze vertrouwd zijn met vissersboten. En het is makkelijk om de ogen te sluiten voor de risico’s die ze lopen. Daar wordt simpelweg niet over gepraat. Ze horen alleen de succesverhalen. Ze zien de huizen die de emigranten voor hun ouders laten bouwen. Ze zien de auto’s waarin de emigranten rondrijden als ze in Senegal op vakantie zijn. Ze zien hoe de voormalige nietsnut uit het dorp met geld komt smijten als hij eens in de zoveel jaar zijn vader en moeder bezoekt.

Emigratie is al een fenomeen sinds de koloniale tijd. Van de twaalf miljoen Senegalezen wonen minstens een half miljoen in het buitenland. „De weinige families waarmee het goed gaat, zijn de families die migranten in hun gelederen hebben”, zegt geograaf Papa Demba Fall, die voor het onderzoeksinstituut IFAN migratieroutes in kaart brengt. „De meest gerespecteerde universiteitsdocenten zijn degenen die in Europa hebben gestudeerd. De belangrijkste religieuze leiders zijn degenen die in Europa zijn geweest. Zelfs de voetballers van het nationale elftal spelen allemaal voor Europese clubs. Dat heeft een enorme invloed op onze mentaliteit. Het beeld dat jongeren van Europa hebben, wordt niet alleen bepaald door wat ze op televisie zien, maar ook door de mensen die er zijn geweest. Zo krijgen ze iedere dag de voordelen van emigratie voorgespiegeld.”

Met een vissersboot richting Canarische eilanden vertrekken heet in de volksmond ‘Mbëek’, een woord dat het beeld oproept van een ram die in de aanval gaat. „Mbëek staat voor beuken in de hoop dat het net breekt,” zegt Demba Fall. „Vroeger kon je er omheen, nu kan dat niet meer. Alle middelen zijn dus geoorloofd om het fort open te breken dat rond Europa is opgetrokken.”

Mansour gaf niet op. Kort na de eerste, mislukte poging verkocht hij zijn kostbaarste bezit: het stukje land waarop hij ooit een eigen huis hoopte te bouwen. Het bracht 7.000 euro op, genoeg om voor zichzelf, twee broers en zes halfbroers een kaartje voor de boot te kopen. Wat hij overhield, gaf hij aan zijn vrouw. Deze keer vertelde hij haar wel dat hij van plan was naar de Canarische eilanden te varen. „Ze vroeg: ‘Weet je het zeker?’ Ik zei: ‘Niets is zeker. Als het lukt, is het met de hulp van God’.”

De vrome moslim Mansour is niet ongelukkig in zijn krappe, met foto’s en kunstbloemen versierde eenkamerwoning. „Maar het idee dat ik niets voor mijn dochters kan achterlaten, laat me niet los. Het is heel erg moeilijk om hier een baan te vinden. In Europa kan ik tenminste geld verdienen. Je wilt toch vooruit in het leven. Zo zit de mens nou eenmaal in elkaar.”

De boot zou eind mei vertrekken vanuit een van de kleine vissershavens aan de rand van de stad. Het eten was bij de prijs inbegrepen. Mansour wist dat alles aan boord zou zijn: vaten diesel, zakken rijst, water, gasstellen om op te koken. Ze gingen in het holst van de nacht aan boord, 87 man in totaal. Mansour was een van de oudsten. Het ging vijf dagen goed. Op de zesde dag begon de boot water te maken. Een barst in de boeg. De jonge garde wilde koste was het kost doorvaren. Mansour: „Ze zeiden: ‘Vooruit, we wagen het erop, je gaat maar één keer dood’.” Maar Mansour was het met de kapitein eens dat ze rechtsomkeert moesten maken. Hozend als bezetenen en totaal uitgeput strandden ze uiteindelijk in Mauretanië. Mansour belde zijn vrouw op dat hij nog leefde en nam samen met zijn broers de bus naar Dakar.

Emigratie is een netelige kwestie voor de regering van Senegal, die tot voor kort dan ook angstvallig zweeg over de bootmigranten. Meer dan de helft van de huishoudens leeft onder de armoedegrens. Jongeren die van goedbetaald werk in Europa dromen, zijn vaak van het droge, onvruchtbare platteland naar de hoofdstad getrokken om werk te zoeken in de visserij. Maar de visserij levert steeds minder op en banen ontbreken, ook voor degenen die een diploma hebben. Veertig procent van de stadsjongeren is werkloos. President Abdoulaye Wade heeft zijn beloftes – meer werkgelegenheid, meer koopkracht – niet ingelost. Volgend jaar worden weer presidentsverkiezingen gehouden. Wade mikt op een tweede ambtstermijn. Tot die tijd zal hij zo min mogelijk doen om het probleem aan te pakken, meent de directeur van een buitenlandse hulporganisatie. „Migratie ligt veel te gevoelig. Op het strand pik je de boten die voor migranten gebouwd worden er zo uit. Het zou heel makkelijk zijn om de politie erop af te sturen, maar het is duidelijk geen prioriteit.”

Tekenend voor de huiver van de regering was het fiasco van de eerste repatriëringsvluchten. In mei begon Spanje met het uitzetten van Senegalese migranten die in een opvangcentrum op de Canarische eilanden zaten. Het eerste vliegtuig had 99 geboeide illegalen aan boord. In Dakar werden ze onthaald als martelaars. De Spaanse autoriteiten, zo zeiden ze, hadden hun verteld dat ze naar het Spaanse vasteland zouden worden gevlogen. De Senegalezen waren woedend, de pers sprak van verraad, en de volgende dag zegde de regering de repatriëringsovereenkomst met Spanje op. De kritiek trof niet alleen Spanje, maar ook president Wade, die onder vuur kwam omdat hij een deal met Madrid zou hebben gesloten. Na maanden van moeizaam overleg tussen Senegal, Spanje en de Europese Unie werden de vluchten hervat. Senegal heeft Spanje beloofd 3.000 mensen terug te nemen.

„Op basis van die overeenkomst heeft Wade een boodschappenlijst opgesteld voor Spaanse hulp”, zegt Laurent de Boeck, die verbonden is aan het regionale kantoor van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). „Migratie is inzet geworden van politieke onderhandelingen. Afrikaanse landen zijn er helemaal niet op tegen dat al die werkeloze jongens het land verlaten. Integendeel, als ze eenmaal in Europa zitten, sturen ze miljoenen euro’s naar huis. Emigratie brengt meer geld in het laatje dan ontwikkelingshulp.” In 2002 maakten Senegalezen in het buitenland ongeveer 270 miljoen dollar over, of een kwart van het staatsbudget. Een deel van dat bedrag komt terecht bij de machtige religieuze leiders – marabouts – die op hun beurt goed verdienen aan bootmigranten. Jongens die erin zijn geslaagd naar het buitenland te komen, sturen de rest van hun leven geld naar de marabout die de spirituele wereld gunstig stemde voordat de boot vertrok.

Sinds september speurt nu ook het Europese agentschap voor de buitengrenzen Frontex de Senegalese kust af op bootmigranten. Spanje en Italië hebben patrouilleboten, een vliegtuigje en een helikopter beschikbaar gesteld. Frontex was al actief voor de kust van Mauretanië. Volgens een woordvoerder van het Senegalese leger werden binnen een week 1.400 gelukszoekers van zee gevist. Madrid zegt dat het geen bootmigranten meer kan opnemen. Maar zolang de lidstaten van de Europese Unie het niet eens worden over een gemeenschappelijk immigratiebeleid, blijven de Afrikanen komen, zeggen hulporganisaties.

„Met repressie schiet je weinig op”, zegt De Boeck van het IOM, dat voor een regionale benadering pleit. „Veel Senegalezen zien geen alternatief en migratiestromen zijn per definitie elastisch.” Nu al hebben de patrouilles in Senegal de migranten verder naar het zuiden gedwongen. De nieuwste vertrekpunten zijn Gambia en Guinee-Bissau.

De Senegalese repatrianten van de Canarische eilanden worden tegenwoordig weggemoffeld in Saint Louis, een afgelegen stad in het noorden van Senegal. Pas onlangs sprak president Wade zich uit over het probleem. Met het oog op de verkiezingen heeft hij een ambitieus plan gelanceerd om de zieltogende landbouw nieuw leven in te blazen. De jeugd moet met schoffel en zeis terug naar het platteland. Spanje helpt met de financiering van het miljoenenproject. De bootmigranten „keren hun vaderland de rug toe op het moment dat Afrika hun mankracht het hardst nodig heeft,” zei Wade. Geklets van een hypocriet, schreef een Senegalese jongen verontwaardigd op internet. ‘Abdoulaye Wade heeft jaren in Frankrijk gewoond en kwam terug met een blanke vrouw. Zijn kinderen hebben in Engeland en Zwitserland gestudeerd. En dan durft hij nu te beweren dat het daar niet oké is?!’

Toch gaan ook stemmen op om de exodus te keren. Thiaroye-sur-mer is een haveloos vissersdorp dat via een naar uitlaatgassen stinkende doorgangsweg is vastgegroeid aan Dakar. Hier heeft een groep vrouwen de strijd met emigratie aangebonden. De bekendheid van het vrouwencollectief is vooral te danken aan de daadkracht van voorzitster Yayi Bayam Diouf. Haar enige zoon verdronk eerder dit jaar vlak voor de Spaanse kust. Met een scherp gevoel voor timing viel ze de Franse socialistische presidentskandidate Ségolène Royal snikkend om de hals toen die een bezoek bracht aan de binnenplaats waar de vrouwen couscous en vruchtensap maken. Met de opbrengst van de verkoop proberen de moeders hun gezin draaiende te houden. Ze leggen ook geld opzij voor een pelgrimstocht naar Mekka, waar ze willen bidden voor hun overleden zoons.

„Bijna alle jongens in ons dorp hebben hun visnetten verkocht om te emigreren. Degenen die het niet halen, zijn er erger aan toe dan voorheen. Ze zijn alles kwijt. Nu moeten wij voor hen zorgen. Wij zijn de kostwinners geworden”, zegt vice-voorzitter Abi Samb, die zich puffend koelte toewuift met een plastic waaier. Ze wijst op een lusteloze vrouw die zwijgend op de drempel van het bloedhete kantoor hurkt. „Zij heeft al acht maanden niets van haar zoon gehoord. We gaan ervan uit dat hij is omgekomen.”

De moeders in Thiaroye-sur-mer moedigen hun zoons niet langer aan te vertrekken, zegt Samb. Vroeger deden ze dat wel – allemaal. „Onze echtgenoten zijn polygaam. Sommige mannen hebben vier vrouwen, dus de onderlinge rivaliteit is groot. De succesvolste vrouw is degene die als eerste haar zoons naar Europa stuurt.”

De vrouwen leven op als voorzitter Diouf in een wolk van witte sluiers arriveert. Diouf heeft zojuist gehoord dat een jongen uit het dorp in een opvangkamp op de Canarische eilanden zit. Zijn moeder kreeg vanochtend een telefoontje. Iedereen is opgelucht. Diouf organiseert een openbare bijeenkomst met een imam die het dorp komt toespreken over emigratie. Hij zal de dorpelingen ervan doordringen dat bootmigratie gelijk staat aan zelfmoord, en zelfmoord is een van de ergste zonden in de Koran, vertelt ze.

Haar rechterhand Abi Samb loopt ten afscheid mee naar buiten, naar een zanderig pleintje waar modderige schapen aan een berg vuilnis knabbelen. Samb is een van de gelukkigen. Haar zoon werkt in Italië en stuurt iedere maand geld. Maar hij heeft nog steeds geen huis voor haar gebouwd, zegt ze met een jaloerse blik op het gebouw dat pal naast de coöperatie staat. Het is een splinternieuwe hoekwoning met houten luiken en glanzende witte tegels tot aan het dak. Nergens in Thiaroye-sur-mer staat zo’n mooi huis. „Dat is het huis van een migrant”, verzucht Samb.

Mansour is, zo zegt hij zelf, „stand-by”. Zodra er weer een boot naar de Canarische eilanden vaart, gaat hij mee, al weet hij nog niet waar hij het geld vandaan moet halen. Het is moeilijker geworden, weet Mansour. „De regering moest iets doen omdat de druk van Europa te groot werd.” De eigenaars van de vissersboten, die ruim 13.000 euro per overtocht opstrijken, wachten af. De ronselaars en de gelukszoekers ook. Over een maand of twee zal de storm wel weer zijn gaan liggen, denkt Mansour. Dan grijpt hij zijn kans. „Ik geloof in God.”

donderdag 26 oktober 2023

NSC OMTZIGT / RAKE ANALYSE: Pieter Derks over de campagnestrategie van Omtzigt: 'Uitstellen van een andere orde' | NPO Radio 1 / VERKIEZINGEN 2023 / COMMENTAAR OVERBODIG /

Pieter Derks over de campagnestrategie van Omtzigt: 'Uitstellen van een andere orde' | NPO Radio 1

NPO Radio 1

25 okt 2023 #wieluistertweetmeer #nporadio1 

 'Pieter Omtzigt is een verdomd briljante mediastrateeg', zegt Pieter Derks in De Nieuws BV. 'Zijn belangrijkste troef is natuurlijk altijd je huiswerk te laat komen inleveren, zodat de hele klas naar je kijkt.' 

Dit is het officiële YouTube-kanaal van NPO Radio 1. NPO Radio 1 is de nieuws- en sportzender van de Publieke Omroep. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag.

 #wieluistertweetmeer 

Volg ons op Twitter:   / nporadio1​   

Volg ons op Facebook:   / nporadio1​   

Volg ons op Instagram:   / nporadio1​   

Volg ons op LinkedIn:   / npo-radio-1   

En abonneer je op dit kanaal! #nporadio1

vrijdag 16 juni 2023

GENIALE CARTOON JOS COLLIGNON! 'Gaat ook de Zuidpool z'n buitengrenzen beter bewaken?' / EVEN NADENKEN / KLIMAAT VLUCHTELINGEN / MIGRATIE 'PROBLEMEN' / EU-/FLUTTE-WANBELEID /

 

Cartoon van Jos Collignon voor de Volkskrant  juni 2023

meer Cartoons van Collignon op --- Hier --- op zijn site

Collignon is een vaste Cartoonist van VK.nl

 

vrijdag 23 december 2022

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE: 'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’ / REPORTAGE GROENE AMSTERDAMMER / NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID /

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

 

SHARTIE AART DEKKER; KERST-SCHAAMTE

NIET ALLEEN OEKRAÏNSE VLUCHTELINGEN VERDIENEN HULP EN MENSELIJKHEID

'Een walk of shame door Bosnië' – ‘Ik kom naar jou’

Kerstmis 2022.
 
Terecht veel aandacht voor de situatie in Oekraïne waar velen onder barbaarse omstandigheden lijden onder de terroristische genocidale vernietigingsoorlogs van de barbaarse oorlogsmisdadiger Putin.
Ook weer een opleving van aandacht voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland en elders.
 
Ook alweer drie gerechtelijke uitspraken die het willens en wetens illegale vluchtelingenbeleid van het kabinet Rutte-IV veroordelen. Brengt dat de politieke criminelen o.l.v. Rutte tot andere gedachten? Welnee; de interne oppositie binnen de VVD weegt zwaarder dan de wet... 
 
Bizar, en om je dood te schamen!
 
Eerder dit jaar een indrukwekkend verhaal in de Groene Amsterdammer waarin een aantal Nederlanders die schaamte over de eigen regering proberen uit te drukken middels een reis door Bosnië waar vele vluchtelingen gestrand zijn.
 
Doel: die mensen het gevoel te geven dat er ook mensen zijn die hen wel als mensen zien door normaal menselijk gedrag.

Eigenlijk zou iedereen dit moeten lezen, en dan natuurlijk diegenen die het illegale beleid legitimeren en/of goedpraten. Dus stuur deze post vooral door mocht je mensen kennen waarvoor dat geldt...

AD


Een walk of shame door Bosnië – ‘Ik kom naar jou’

Drie Nederlanders reizen langs diverse Bosnische steden om vluchtelingen te bezoeken die leven in kraakpanden en tentjes. Ze komen er niet als weldoener, maar willen de vluchtelingen iets teruggeven van hun menselijkheid.

Mounir Samuel

11 mei 2022 – verschenen in de Groene Amsterdammer nr. 19  Het originele artikel op Groene.nl, met nog een schokkende foto extra lees je   ---  Hier ---

‘Je bent gekomen!’ Mubeen (32) raakt er niet over uit. Geëmotioneerd wrijft hij in zijn ogen. Dan herstelt hij zich een beetje. ‘Kom binnen, kom binnen!’

Enthousiast leidt Mubeen ons door een krakkemikkige deur. We betreden een krappe ruimte die het midden houdt tussen een kamer en een schuur en niet veel groter is dan negen vierkante meter. Een straalkachel loeit als een bezetene. Tegen de muren liggen twee smalle eenpersoonsmatrassen met smoezelige dekens. Mubeen, gekleed in een donkerrode polo en merkloze joggingbroek, gaat in kleermakerszit zitten en sommeert ons hartelijk om hetzelfde te doen. Tussen de matrassen staat een minuscuul koelkastje. De snikhete ruimte heeft één klein raam, afgedekt door rode luxaflex. Er is een kleine badkamer, die tevens als keuken fungeert, met een kapotte wc die niet doorspoelt en een open douchebak.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Stephan Sanders Mounir Samuel over de ontberingen van vluchtelingen in Bosnië. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar

‘Dit is mijn vriend’, zegt Mubeen terwijl hij een arm om Rikko Voorberg (41) slaat. Hij kijkt ons stralend aan. De rebelse Amsterdamse predikant, kunstenaar en activist lacht opgelaten, maar slaat dan toch joviaal zijn arm om de schouder van de Pakistaan.

Na 26 uur treinen en een autorit over de grens zijn we gearriveerd in Tuzla, een middelgroot stadje in Bosnië-Herzegovina niet ver van de Kroatische grens. De verschillende bevolkingsgroepen hebben zich hier niet uit elkaar laten drijven. Op een plein staat een moskee, niet veel verderop een imposante Servisch-orthodoxe kerk en daar tegenover weer een katholieke basiliek. De uitgestrekte islamitische begraafplaats grenst aan een veld met christelijke grafzerken. Bij een school zie ik blauw-gele vlaggen en ‘Stop war’ op de muur.

Het is twintig jaar geleden dat hier een wrede burgeroorlog uitbrak. Officieel is het sinds 1995 vrede, maar het is alsof de gevechten pas gisteren zijn gestaakt. Overal staan kapotgeschoten en half verwoeste huizen. Bloemenwinkels zijn er ook veel, maar dan speciaal voor grafboeketten. Volgens schattingen hebben tijdens de oorlog zo’n honderdduizend mensen het leven gelaten.

Begraafplaatsen zijn er overal, midden in de hoofdstraten en op de pleinen van iedere grotere en kleinere plaats en uitgestrekt over de groene bergen rond de steden. De dood lijkt hier springlevend. Bosnië is vergrijsd. De jonge generaties zijn vermoord of weggetrokken. Mubeen is niet de enige die de EU in wil. Ook de Bosniërs zelf zoeken een leven achter het onzichtbare gordijn van dat ene Europa binnen dat andere Europa.

In Tuzla weten ze dat de oorlog in Oekraïne niet de enige is. Het stadje wordt met regelmaat aangedaan door grote aantallen vluchtelingen die in de kerken en moskeeën hulp zoeken en om voedsel en geld bedelen in het winkelcentrum. Het is hier, anders dan in veel Bosnische steden, niet strafbaar om vluchtelingen eten te geven, maar ze mogen niet werken en in cafés en restaurants zijn ze niet welkom. De Bosniërs weten wat het betekent om huis en haard te verlaten. De meesten geven daarom wat ze kunnen en sommigen stellen zelfs hun badkamer en douche beschikbaar, al wordt hun gastvrijheid door het harde EU-beleid zwaar op de proef gesteld. De vluchtelingen blijven komen en kunnen nergens heen. Hierdoor is de ratio tussen vluchtelingen en de lokale bevolking soms zeven op drie.

De Kroatische hoofdstad Zagreb ligt slechts 84 kilometer verderop. Toch lijkt de EU-lidstaat een wereld ver weg. Ook dat weten de inwoners van deze grensplaats als geen ander. Het lukt veel vluchtelingen maar niet om het volgende level in ‘the game’ te bereiken, zoals het mensonterende schaakspel om de EU te betreden wordt genoemd. Ook voor Mubeen lijkt het ‘game over’. Drie jaar zit hij al vast in deze grijze stad. Game na game heeft hij verloren. De laatste keer probeerde hij de ‘taxi-game’. Hij betaalde vierduizend euro om door een auto een vakje verder te komen in dit levensechte Monopoly. Mubeen werd midden in een bos afgezet waar hij door de chauffeur even later zou worden opgehaald. De Kroatische grenspolitie was de taxi voor, pakte hem op, zette hem in een geblindeerde bus en reed hem terug Bosnië in.

Een dergelijke pushback is illegaal. De Kroatische grenswacht doet echter niets anders. Zelfs vluchtelingen die zich netjes bij een Kroatische politiepost aanmelden worden zo weer afgevoerd, zoals een zieke Afghaanse moeder en haar minderjarige kind overkwam die we tegenkomen in Velika Kladusa. Sterker nog, vluchtelingen die Kroatië wél in weten te komen en vervolgens zelfs Slovenië en Italië weten te bereiken, worden vaak op gewelddadige wijze alsnog weer in de bossen van Bosnië gedropt. Dit gebeurt ook met vluchtelingen die volgens alle internationale verdragen recht hebben op asiel, zoals Afghanen en Syriërs, alleenstaande moeders, minderjarige asielzoekers en kleine kinderen.

 

Mubeen (32) rechts en Rikko. Mubeen is al vijf jaar onderweg © Mounir Samuel

Mubeen had bij zijn laatste verloren game nog geluk. De Kroatische grenswacht doet het sinds een opeenstapeling van vernietigende rapporten, shockerende filmpjes op sociale media en een grote reportage van de Nederlandse onderzoeksgroep Lighthouse Reports in samenwerking met de Duitse ard en verschillende andere Europese mediapartners al enkele maanden wat rustiger aan. Mubeen was daarom slechts mild in elkaar geslagen. Zijn moreel kreeg echter veel hardere klappen.

‘Willen jullie koffie, cola?’ Een Pakistaanse kamergenoot wordt op pad gestuurd en komt niet veel later met een tweeliterfles cola terug. Op een gaspitje begint hij gezoete Nescafé met extra suiker te koken. Dan maakt hij zich weer zwijgzaam uit de voeten. We drinken cola, meer cola en dan de mierzoete oplosdrab. Weigeren is geen optie. Zijn gastvrijheid is het laatste wat de berooide Pakistaan nog heeft. Mubeen houdt zijn beker opgetogen omhoog. ‘Met melk, dat is gezond!’

‘Ja, melk is belangrijk, je moet gezond en sterk blijven’, reageert Rikko terwijl hij Mubeen tegen de arm stoot.

Het is Rikko’s derde ontmoeting met Mubeen, die hij een jaar geleden aantrof in een lege goederentrein waar hij samen met een vriend toen al twee jaar in verbleef. Het ontbrak de mannen aan sanitaire voorzieningen, stroom en water. In de wintermaanden vriest het in Bosnië met gemak vijftien graden. Om het toch warm te krijgen stookten ze vuur in de goederenwagon. De kleine, gedrongen Mubeen werd met regelmaat beroofd door bendes (verslaafde) Afghaanse jongens op zoek naar geld en telefoons om hun eigen game te kunnen voortzetten. Vaak waren zij zelf weer slachtoffer van de Kroatische politie, die vluchtelingen met grote regelmaat van hun laatste bezittingen berooft. De vriend zit ondertussen in Italië. Mubeen heeft telkens pech.

In de vijf jaar dat hij op weg is uit Pakistan is Rikko de enige gast die hij ooit heeft mogen ontvangen. ‘Hij is zelfs blijven logeren’, zegt Mubeen. Maar deze keer blijft Rikko niet slapen. We moeten door, naar Sarajevo. Mubeen lijkt ontroostbaar. ‘Ik wilde voor je koken! Samen de avond doorbrengen net zoals de vorige keer.’ Hij vervolgt: ‘In de afgelopen jaren voelde ik me een dier. Ten slotte smeekte ik god om een teken van menselijkheid, en daar was Rikko.’

‘Het grootste effect van ons politieke systeem is ontmenselijking’, zegt Rikko later. ‘Wie ik ook spreek: vanaf het strand op Lesbos tot het azc in Nederland zegt men: “We voelen ons slechter behandeld dan dieren.” Daar hebben deze mensen gewoon een punt. Als Moria bestond uit tienduizend honden was het kamp al lang gesloten.’

We ademen de klamme lucht in. Dan pak ik mijn telefoon en begin verwoed een zegenwens op Google Translate in te typen die ik naar het Urdu laat vertalen. Ik overhandig Mubeen de telefoon. Aandachtig leest hij het bericht en in gebroken Engels vertelt hij over God, als laatste troost en toevlucht, en zijn moeder met wie hij zo veel mogelijk belt. Aanvankelijk reisde Mubeen met zijn neefje, die probeerde aan rekrutering door al-Qaeda te ontkomen en die de EU heeft weten te bereiken. Nu is hij echt alleen. Zijn moeder is op de hoogte van zijn uitzichtloze situatie. De meeste ‘people on the move’ vertellen het thuisfront niets over het duistere schaduwleven waar ze in zijn beland. Het vergroot hun eenzaamheid.

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader. De kinderen slaan hun ogen neer. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

Mubeen toont mij YouTube-video’s van islamitische geestelijken en koranrecitaties die hij dag en nacht bekijkt om zijn dagen te verlichten.

‘Mag ik een dua (zegenbede) voor je doen?’ vraag ik. Mubeen knikt. En dus bidden we. Wij als christenen met de handen braaf gevouwen, hij als moslim met zijn handen geopend. Voor even lost het onderscheid tussen gever en ontvanger, hulpbrenger en hulpbehoevende op en blijft de ontmoeting van mens tot mens over. Dat Mubeen ons als gastheer ontvangt, is het begin van ‘hermenselijking’.

 

Bihac, Milyar (18), al zes jaar onderweg © Mounir Samuel

Na jarenlang tevergeefs campagne te hebben gevoerd onder de noemer ‘We gaan ze halen’ – waarbij werd geprobeerd de Nederlandse overheid te dwingen haar belofte van herplaatsing van vluchtelingen uit kamp Moria in te lossen – besloten Rikko en zijn team zich te bezinnen. Hoe kon het dat de Nederlandse regering ermee wegkwam nog geen kind te halen? Rikko besloot een walk of shame af te leggen naar de wrede buitengrenzen van de EU, om daar ‘tegenover de mensen aan de andere kant van het prikkeldraad te erkennen dat ik mij schaam voor wat overheden in mijn naam doen, dat ik als Europeaan meebetaal en onderdeel ben van een systeem dat hen zo ontmenselijkt’. Ik hoor Rikko tijdens de reis deze woorden telkens weer herhalen, gevolgd door: ‘Omdat jij niet naar mij mag komen, kom ik maar naar jou.’

‘Toen we begonnen aan de walk of shame zag ik het woord schaamte overal terugkomen. Van activisten tot politici, ze bleven maar herhalen dat ze zich schaamden. Schaamte is een negatief woord. Het kan alle lucht uit de longen slaan en leiden tot verlamming. Wanneer in een relatie fouten worden gemaakt en de schaamte daarover open op tafel wordt gelegd is dat het begin van verzoening en herstel. Vanuit de christelijke traditie weet ik dat erkenning van spijt het doel heeft om vrijheid te vinden’, zegt hij. Hij werd in zijn idee gesterkt toen hij zijn schaamte opbiechtte aan de Afghaanse Tawab, die inmiddels als vrijwilliger op Lesbos werkt. ‘Dat jij dit tegen mij zegt verandert mijn hel even in de hemel’, was de reactie van de stateloze Afghaan.

‘Ik kon me dat niet echt voorstellen, maar ik moest hem geloven’, vervolgt Rikko. ‘En ja, misschien heeft hij wel bloemrijkere taal dan ik, maar toch dacht ik: als dit het effect is, dan moet ik dit vaker doen.’ En anders was er de reactie van Rouddy uit Kongo, die zich op Lesbos eveneens als vrijwilliger inzet voor slachtoffers van het Europese systeem. ‘Ik vertrouw de mensen die zich schamen’, zo sprak hij. ‘Omdat ze weten dat het niet klopt.’

Ondertussen is het Rikko’s droom om een vorm van grenspastoraat op te zetten. Niet in de vorm van traditionele geestelijke ondersteuning, maar door oordeelvrij aanwezig te zijn, zoals bedoeld in de ‘presentietheorie’. Deze theorie is ontwikkeld door hoogleraar Andries Baart, die ‘presentie’, net zoals de meeste psychotherapeuten, als het belangrijkste bestanddeel van herstel beschouwt.

De radicale aanwezigheid beperkt zich niet tot de ontmoetingen buiten de groep. We zijn met z’n vieren een nogal opmerkelijk gezelschap. Naast Rikko is daar Minella van Bergeijk (42), die meereist als directeur van de humanitaire ontwikkelingsorganisatie Tearfund Nederland. De derde reisgenoot is Derk Stegeman (56), directeur van Stek, de uitvoeringsorganisatie van de Protestantse Kerk en Diaconie in Den Haag, die zich specifiek richt op armoedebestrijding, ondersteuning van kinderen en jongeren die opgroeien in armoede, aanpak van kansenongelijkheid en hulp aan ongedocumenteerde personen.

Juist in het goddeloze grensgebied van de Europese binnengrens, waar de breuklijnen van de vroegere oorlog zo voelbaar zijn en de ontmoetingen met vluchtelingen en migranten zo pijnlijk zichtbaar maken wat systematische ontmenselijking doet, botsen we op onze eigen onbewuste uitsluitingsmechanismen. Minella is een zwarte vrouw die opgroeide in een witte wereld. Derk is een witte man die als zoon van zendelingen opgroeide in een zwarte omgeving. En dan ben ik er nog, als vreemde identitaire eend in de bijt. Eigenlijk zijn we als reisgezelschap vooral verbonden door deze gemeenschappelijke deler: we zijn allemaal praktiserend christen – al liggen in de geloofsbeleving en -praktijk wellicht nog wel de grootste onderlinge verschillen.

 

Een Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op © Mounir Samuel

De presentietheorie vereist dat je met lege handen aankomt, om juist datgene te ontvangen wat de ander geven wil. ‘Het gevaar met hulp is dat je de mens onbewust tot een nummer maakt’, legt Rikko uit. ‘Stel, je komt er achter dat iemand het koud heeft en je geeft hem een jas – dat voelt goed! Dus ga je nadenken hoe je nog meer mensen kunt helpen. Voor je het weet deel je duizend jassen uit, maar om dat efficiënt en goed te doen moet je lijsten maken, nummertjes uitdelen, een systeem opzetten. Zo raakt de echte aanwezigheid en aandacht weer net zo snel verloren.’

Gewoon zijn dus. Het blijkt een hele uitdaging. Zo dreigt het gevaar onbewust toch in de rol van de weldoener te stappen. ‘Toen ik overal op de wereld mensen interviewde die heel arm waren, heb ik moeten afleren om te vragen wat ik voor hen kon doen’, vertelt Minella, die oud-journalist is. ‘Zij vragen mij toch ook niet wat ze voor mij kunnen doen? Tegelijkertijd moest ik leren om een gelijkwaardig gesprek te creëren. Waarom zou ik hun van alles mogen vragen en zouden zij mij nauwelijks vragen mogen stellen?’

Evengoed zijn de levensomstandigheden die we onderweg tegenkomen deprimerend. Daar waar Mubeen eindelijk over een veilige, afgesloten kamer met stromend water, elektriciteit en verwarming beschikt, treffen we geen andere vluchteling in een dergelijke comfortabele positie aan. Geen van de jongvolwassenen en kinderen die we verstopt in kapotgeschoten of half afgebouwde kraakpanden of illegale tentenkampen in bosjes aantreffen, hebben stroom, drinkwater, veilige en afsluitbare woonruimtes, sanitaire voorzieningen, medische zorg of genoeg voedsel. Ze zijn afhankelijk van anarchistische Italiaanse activisten, lokale Bosnische vrouwen of een Rode Kruis-medewerker die stiekem eten brengen of een ehbo-medewerker langs sturen. De meeste vluchtelingen zijn sterk vermagerd en zitten onder de littekens van de Kroatische politie.

Alles in mij wil iets doen; de portemonnee trekken, kleding geven, praktische hulp aanbieden of voedsel inslaan. Afhankelijk van de nood die we aantreffen doen we dat ook. Maar we komen aanvankelijk steeds met niet veel meer dan wat eten en drinken aan. Om nu juist eens niet de redder te zijn of ons schuldgevoel direct af te kopen maar het ongemak te omarmen, hardop te erkennen en niet in te lossen – omdat het simpelweg zo groot is dat het niet in te lossen valt – is op een gekke manier wellicht wel de meest humane daad die we kunnen verrichten.

Tot mijn verrassing zijn de hulpverleners die we onderweg tegenkomen niet alleen ingenomen met het doel van onze reis, maar in sommige gevallen zelfs jaloers. ‘Wij mogen niets aannemen’, zegt Andrea (28). ‘We moeten iedere minuut kunnen verantwoorden’, vertelt hij. ‘Binnen no-time weer door. Als we iets ontvangen, dan is onze noodhulp niet langer onvoorwaardelijk meer. Dat druist in tegen het hele principe van noodhulp. Maar deze mensen hebben gelijkwaardigheid, erkenning en aandacht nodig. Door hun alleen hulp te geven, blijven ze hulpbehoevend. Ze moeten zich weer mens voelen.’

De Italiaanse arts zet voor een groep Pakistaanse twintigers haastig een tentdouche op een open veld van de lokale vuilstortplaats van het grensplaatsje Bihac op. We worden nergens hartelijker ontvangen dan door deze jonge Pakistanen. Met z’n achten gepropt in een kleine tent voor twee personen brengen we met een aantal van hen de avond door, om hun de volgende ochtend boodschappen en ontbijt te brengen. Maar eenmaal aangekomen worden we zelf op chapati en curry op houtvuur getrakteerd.

Even verderop bij hun verstopte tentenkamp ligt een grote begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen vol mijnen, fascistische milities en Kroatische grenswachten niet hebben overleefd. Iedere keer als Rikko in Bosnië is, brengt hij de begraafplaats een bezoek. Om stil te staan bij de gevallenen en tegelijk het aantal gelijkvormige groene grafzerken te tellen.

 

Bihac. Begraafplaats met een hoekje voor degenen die de twaalfdaagse voetreis door de bossen niet hebben overleefd © Mounir Samuel

Nergens ervaar ik de kracht van die hermenselijking zo sterk als bij een Afghaanse familie die we aantreffen in een onafgebouwde woning op een bergtop in de buurt van Velika Kladuša. De openingen van de ramen in de betonnen kamer zijn met vuilniszakken afgeplakt. Het meubilair bestaat uit één houtkachel. De enige verlichting bestaat uit kaarsen en een kleine lamp op batterijen. De vloer is bedekt met vuile kleden en dekens. Deze squat is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voordat ze de grens met Kroatië oversteken. Na het uitwisselen van enkele begroetingen in het Farsi ontdek ik dat het Hazara zijn, de meest onderdrukte en gemarginaliseerde bevolkingsgroep in Afghanistan. Het gezin van zes bestaat uit een vader, moeder, drie dochters van achttien, veertien en tien en een zoontje van dertien. Een oudere zoon verblijft in Parijs. Een reeds getrouwde dochter is met haar man in Afghanistan. >

Er wordt een enveloppe vol foto’s en documenten geopend van de broer van de vader, die diende als commandant in het regeringsleger en die zwaar verwond is door de Taliban. Ze weten niet of hij nog leeft, hij is al maandenlang onvindbaar. De Taliban zijn ondertussen naar andere familieleden op zoek. Dit gezin heeft volgens alle internationale verdragen recht op asiel, maar wordt gewelddadig buiten de deur gehouden. De kinderen hebben al jaren geen onderwijs gehad. Net op het moment dat ik naar de meisjes kijk, trilt mijn telefoon. Een pushbericht van de nos met de melding dat de eerste duizenden Oekraïense kinderen tot het Nederlandse onderwijs zijn toegelaten

‘Waarom helpen jullie de Oekraïners wel en ons niet?’ vraagt de vader ons terwijl de kinderen hun ogen neerslaan. ‘Hebben wij in Afghanistan geen oorlog?’

‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is. Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat’

Het gezin is doodmoe. Ze zijn net terug van een volgende pushback door de Kroatische grenspolitie. Drieënhalf jaar zijn ze al onderweg. Negen maanden zaten ze vast in kamp Moria.

‘Salam.’ Meryam (40) strompelt de kamer binnen, groet ons en het gezin uitgebreid. Ze verblijft samen met haar ‘man’ en neef in een afgeplakte kamer naast het gezin. Ze is een Arabische Iraniër. We kunnen elkaar moeiteloos verstaan, wat de communicatie vergemakkelijkt. Meryam is hoogopgeleid. In Iran werkte ze als tandheelkundige. Ze is om politieke redenen op de vlucht, zegt ze. Als Arabische minderheid in de Islamitische Republiek Iran zijn daar genoeg redenen voor te bedenken, al lijkt haar liefdesleven ook een rol te spelen. Bij een laatste poging om te voet de grens te passeren zat de Kroatische grenspolitie haar met een motor achterna. Ze rende de bossen in en brak haar voet. Die is door een arts alleen voor de vorm gezet. Nu is de voet zichtbaar vergroeid en hinkt ze op een slecht afgestelde kruk.

Maandverband krijgen de vrouwen van Rode Kruis-medewerkers, als ze geluk hebben, antwoordt Meryam op een vraag van Minella. De wc van deze squat bestaat uit een stuk plastic gewikkeld om drie bomen. Er de constante dreiging van seksueel geweld. Er liggen mensenhandelaren op de loer. En dan is er de dreiging van vluchtelingen en migranten zelf, vooral jonge mannen met niets omhanden. Ook de twee oudste dochtertjes van het Afghaanse gezin zouden slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Hun vader is een oude man met een hartafwijking en een dubbele bypass die niet in staat is zijn gezin te beschermen. Ook de twee Iraanse mannen zijn er fysiek slecht aan toe. Als hier een inval door lokale bendes of fascistische milities plaatsvindt, maken de vrouwen en meisjes geen schijn van kans. Voor Meryam reden om uitsluitend overdag te slapen. Ze doet ’s nachts al jaren geen oog dicht.

 

Velika Kladusa. De dochters van een Afghaans Hazara gezin, al drie jaar onderweg, spelen het engelstalig kaartspel wat Rikko meegenomen heeft © Mounir Samuel

De dreiging ervaart Minella als enige vrouw van het gezelschap aan den lijve bij een bezoek aan een groep van zestien Tajikse Afghanen in een donker huis verderop. Jongens zijn het haast nog, de meesten lijken nauwelijks meerderjarig. Ze hangen op matrassen en banken, mobieltjes losjes in de hand. Uitzondering tussen de afgestompte blikken is die van Sahand (25), een zachte man met een zachte stem. Bij een pushback drie maanden eerder heeft de Kroatische politie zijn voet verbrijzeld. Hij wil van alles over onze afkomst weten. Vertelt over zijn dromen om te reizen en de wereld te zien, als een vrijwillige reiziger zoals wij. In plaats daarvan is hij op de vlucht en moet hij zich verschuilen. Niet in de laatste plaats voor de Kroatische grenspolitie die met hulp van de EU zelfs over de grens spionnen, drones en opsporingsapparatuur inzet om de bewegingen van jongens als Sahand te volgen.

‘Als oorzaak wordt vaak gewezen naar hun oorlogstrauma’, zegt Minella. ‘Maar ik denk dat het effect van de dehumansiering onderschat wordt. We behandelen deze jongens de hele tijd als honden. Ze mogen nergens echt plassen, ze moeten eten wat hun wordt toegeworpen, ze dragen onze afgedankte kleding. Het is allemaal bij gratie van een ander dat je wat krijgt. Dus hoe kun je dan verwachten dat ze zich niet als honden gaan gedragen? Ik denk dat hun meest basale behoefte niet eens seks is, maar gewoon liefde, genegenheid, verliefd mogen zijn.’

De directeur, die van oorsprong seksuoloog is, lijkt daarin gelijk te hebben. De ene na de andere man breekt in mijn armen en huilt om zijn moeder. Zoals de Pakistaanse Rashid (20), die ik in een tentenkamp ontmoet. Zijn huidhonger is zo zichtbaar dat ik besluit hem apart te nemen en een kwartier vast te houden. Zijn vermagerde lichaam verdwijnt volledig in het mijne. Na afloop lopen we hand in hand naar het kamp, hij kijkt verlegen maar ook opgelucht. Spiedt om zich heen, tot hij de andere mannen van het kamp ziet en mijn hand loslaat en zijn rug recht.

Veel mannen hebben hun moeder al vijf jaar of langer niet gezien. Vooral de Afghanen zijn vaak jong naar Europa gestuurd om ze uit de handen van de Taliban te houden en de kost te winnen voor het noodlijdende gezin. Ze waren twaalf, dertien toen ze vertrokken en hebben zichzelf groot moeten brengen. Velen zijn verslaafd geraakt. Het zijn kinderen die zijn gedwongen vroegtijdig man te zijn.

In Bihac ontmoeten we Milyar (18). Zes jaar is de Pastum Afghaan al onderweg. Op zijn telefoon toont hij mij een foto van toen hij vertrok. Een kind in traditionele kleding kijkt knipperend tegen de zon de camera in. De onschuld van die jongen lijkt in niets op de adolescent die bewegingloos in zijn stoel zit. Het enige wat hij wil is naar school, zegt hij. In al die jaren heeft hij geen enkel onderwijs gehad.

Bij de laatste game is het zijn zus en zwager gelukt Kroatië te bereiken. Zij zijn nu in Duitsland. Maanden later zit hij nog steeds vast in Bosnië. ‘Hij is zwaar depressief’, vertelt een Bosnische vrouw die hem voor twee weken onderdak wil geven, maar hem daarna ook weer op straat zal zetten. ‘Wat ik hem ook voorschotel, hij wil niets eten.’ Die depressie is niet te missen. Met een doodse blik staart hij voor zich uit. Milyar heeft niets of niemand. Zijn enige steun en toeverlaat is de Nederlandse zendeling Niels van Slooten, die samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen (die ondertussen vlekkeloos Bosnisch spreken) naar Bihac vertrok. Daar waar hij kan, probeert Niels met praktische hulp en pastorale zorg de berooide vluchtelingen te ondersteunen. Hij maakt zich zichtbaar zorgen over Milyar. Probeert hem aan het eten te krijgen, sporten ook. ‘Zijn geest is gebroken. Ik ben bang dat hij het niet gaat redden.’

 

Velika Kladusa, Meryam (40) rechts, met haar neef en ‘man’ in dezelfde onafgebouwde woning waar het Afghaanse Hazara gezin verblijft. Ze slaapt al jaren uitsluitend overdag. Het is voor veel mensen op de vlucht de laatste rustplaats voor ze de grens met Kroatië proberen over te steken © Mounir Samuel

Terug bij het Afghaanse Hazara gezin blijft de gedrongen moeder zich handenwringend verontschuldigen. Ze heeft geen thee. In vrijwel geen cultuur is het belang van thee groter dan in de Afghaanse. Zelfs onder het ergste gruwelbewind en tijdens de zwaarste hongersnood weet een Afghaan zijn bezoek nog thee te serveren. En dan is het ook nog Noroez, het Iraanse en Afghaanse nieuwjaar of voorjaarsfeest, dat normaliter gepaard gaat met een prachtig gedekte tafel vol eten, kunstig gesneden fruit en de gedichten van Hafez. Ik bedenk dat we in de auto nog wat fruit hebben, ren het betonnen geraamte uit en kom terug met een granaatappel, twee sinaasappels en twee citroenen en bied ze de moeder aan. Ze veert op en begint onmiddellijk het fruit te snijden om het ons met bevende handen aan te bieden. Het gezin is uitgehongerd. Toch knik ik, beweeg mijn handpalm naar mijn voorhoofd en dan naar mijn linkerborst, wens het gezin een Noroez mubarak en neem met twee opengevouwen handen buigend het fruit in ontvangst. Er is een honger die erger is dan die van de lege maag en dat is die naar waardigheid. Even verschijnt er een zweem van een glimlach op het gezicht van de vrouw.

‘Het ontroert mij iedere keer weer dat deze mensen direct alles geven, zelfs datgene wat ze net van ons hebben ontvangen. Ze weten heel goed wat geven is terwijl wij nauwelijks weten hoe te ontvangen’, peinst Derk later hardop. ‘Het maakt me verlegen, net zoals ik me schaam voor het gebrek aan echte gastvrijheid in ons land. Ja, nu even, voor de Oekraïners. Maar zouden we dezelfde sympathie hebben voor Oekraïners die ongewassen in de bosjes leven? Ik betwijfel het.’

Die twijfel heeft Derk niet alleen, ontdekken we bij een ontmoeting met Sanella Lepirica (35), die in Sarajevo de stichting Intergreat runt en probeert gestrande vluchtelingen en migranten met taalcursussen en IT-trainingen in Bosnië een toekomst te geven. Anders dan de meeste generatiegenoten wil ze in haar land blijven. Toch heeft ze een vluchtkoffer klaar. ‘Voor mijn zoontje. Zelf zou ik altijd in Bosnië blijven, maar als alleenstaande moeder waak ik over zijn veiligheid.’

Door de oorlog in Oekraïne laait het smeulende vuur van de burgeroorlog ook hier op. De Bosnisch-Servische bevolking is pro-Russisch terwijl de Bosniakse en de Bosnisch-Kroatische bevolking pro-Oekraïens zijn. Sanella maakt zich op voor het ergste, en niet alleen zij. ‘Jullie realiseren je in het Westen niet dat de Derde Wereldoorlog al begonnen is’, zegt de Kroatische predikant Tomislav Dobutović (45), die het protestantse vluchtelingennetwerk leidt. ‘Het is een kwestie van tijd voordat het ook hier misgaat.’

‘Als ik vertrek, ga ik naar het zuiden’, zegt Sanella resoluut. ‘Ik ben moslim. Niemand heeft het erover, maar we weten allemaal dat dit de grote reden is waarom er zo verschillend met mensen wordt omgegaan. Dat… en kleur.’

‘Ik geloof dat ik als vluchteling ook liever in Kameroen zou worden opgevangen dan hier in Nederland’, zegt Derk na afloop van het gesprek. ‘De staat van het land is belabberd en de overheid zou niets voor je doen, maar de mensen wél. Daar is nog een groot informeel circuit. Dat hebben we in Nederland volledig kapotgemaakt.’

De zon zakt achter de bergen. In de verte zie ik Kroatië. Tien minuten kost het om met mijn bloedrode paspoort de EU binnen te zijn. We arriveren bij een op het oog verlaten pand. Eenmaal binnen hoor ik de liefdesliedjes van de Egyptische zanger Abdel Halim Hafez. Ik schraap mijn keel en roep luid een groet.

‘Edgol!’ roept een stem. (’Kom binnen.’) Daar ligt Meryam met haar kruk op haar matrasje zwijmelend bij de mierzoete teksten. ‘Ik heb deze muziek zo lang niet meer geluisterd’, zegt ze. Ze klopt met haar hand uitnodigend op de matras. ‘Kom habiby, vertel me over je liefdesleven.’ Terwijl ik vertel, voegen ook haar neef en ‘man’ zich bij haar. Ik schep op en zij lachen.

Ondertussen gaan Rikko en Minella de kamer van de Afghanen binnen. Ze hebben tassen vol boodschappen bij zich: groenten, fruit en natuurlijk thee. De moeder haast zich de tassen van hen over te nemen en begint direct voor haar gezin te koken. Dan haalt Rikko een Engelstalig kaartspel van zijn kinderen uit zijn zak. ‘Ik heb iets voor jullie’, zegt hij tegen de meisjes. Verlegen maar zichtbaar nieuwsgierig volgen ze hem naar buiten, weg dat donkere huis uit. Binnen vijf minuten weten ze ondanks de taalbarrière het woordenspel te spelen. ‘Taco, cat, cheese, goat, pizza!’ roepen ze zachtjes, maar steeds zelfverzekerder. Minella schaterlacht. Derk knutselt een beetje aan Meryams kruk.

Eerder die middag is een arts langs geweest die Rikko via zijn contacten heeft weten te regelen. Eigenlijk moet haar voet opnieuw gezet, maar voor nu is die in ieder geval stevig ingetapet. Wanneer we een uur later in het donker vertrekken is het pand gevuld met gelach. Het gezicht van de vader glimt terwijl hij naar zijn kinderen kijkt, die nu binnen verder spelen bij het schaarse licht van een batterijlamp. Die nacht is het weer tijd voor de echte game.

Vanwege veiligheidsredenen worden de vluchtelingen en migranten in deze reportage uitsluitend bij de voornamen genoemd. Vanuit het gelijkheidsprincipe koos de auteur ervoor bij iedereen de voornaam te gebruiken