Mijn Passie? Delen(want 'Gedeelde Vreugd=Dubbele Vreugd & Gedeelde Smart=Halve Smart).Zie mijn Blog-bijdragen dus als mijn middel om wat me interesseert te delen. Als Links, Reposts, en regelmatig in de vorm van Column, Analyse of Commentaar & al dan niet bijtend, ironisch, of roerend statement. Mijn intentie is iedere dag iets van waarde door te geven...
Ik krijg ook graag feedback; dus Volgen en Reageren stel ik zeer op prijs!
Om de column op ware grootte te zien/lezen, even een click op het plaatje.
*
SHARTIE AART DEKKER
(Basketball-) Meiden met een Missie
Vrouwen Orange Lions vs. Estland in EuroBasket-Qualifiers
Woensdag 11 maart 19h30
In mijn eindeloze poging om al mijn Knipsels uit Oude Dozen weg te werken kwam ik - toevallig of niet - de bovenstaande Column van Mart Smeets uit Sportweek tegen.
Het deed me denken over hoeveel er in 10-20 jaar kan veranderen, en hoeveel er ook nauwelijks verandert.
'Sportweek'? Zullen veel - vooral jongere - mensen denken..?
Waar er nu alleen nog een algemeen Sport-Magazine als HELDEN in de bladenschappen staan, een blad dat minder dan tien keer per jaar uitkomt, had je 'Toen' nog SportWeek dat iedere week uitkwam en een aardig beeld gaf van wat er actueel op sportgebied speelde in Nederland - en soms erbuiten.
Daarnaast had je Sport International dat maandelijks verscheen en wat meer de diepte in ging.
Kranten waren toen ook nog heel anders; waar nu de actualiteit grotendeels verdwenen is uit de Landelijke Dagbladen, werd er toen nog 'gewoon 'over wedstrijden en andere actualiteit geschreven.
Ik denk weleens dat het toen op veel gebieden gemakkelijker was voor sportorganisaties...
Goed, nu even inhoudelijk.de Mart Smeets Column toen behandelde op een of andere wijze de voorgaande Week in de Sport en - zegt de titel - werd op het allerlaatste moment voor de deadline geschreven.
Het gaat over Vrouwen-Zaalsport in Amsterdam in toen weer vroeger tijden, maar ook over de actualiteit; het project (Handbal) Meiden met een Missie; een toen baanbrekend project dat veel media-aandacht trok. 'De Meiden' wilden onder bezielende leiding van Bert Bouwer naar de Wereldtop.
En dat is ze uiteindelijk gelukt; de Handbalvrouwen speelden grootse toernooien en Grote Finales, en zitten nog steeds in de Mondiale Top.
Ook het Basketball trachtte zo'n project van de grond te trekken; het doel was de Olympische Spelen van Rio te halen. Deel van de project was wat we nu de Orange Lions Academy in Amsterdam noemen.
Het directe resultaat daarvan was dat er een Europese A-Medaille werd behaald met zo'n beetje de eerste lichting OLA-Meiden, dat dat de mogelijkheid gaf om een WK te organiseren - ook in Amsterdam - en dat de Nederlandse Meiden toen volledig meededen op dat Wereldniveau.
Emese Hof en Laura Cornelius waren ook toen al voortrekkers in dat team. En nu - een jaar of tien later - plukt ook het Nationale Vrouwenteam daar vruchten van; de Vrouwen Orange Lions staan halverwege de eerste Qualifiers voor EuroBasket 2027 in kansrijke positie om de volgende Qualifiers Ronde te gaan halen. Twee van de komende drie wedstrijden winnen, en de volgende ronde is bereikt.
Vanavond 19h30 is de eerste van die drie wedstrijden - tegen Estland - in Almere, daarna volgen nog Letland (thuis) en Slovenië uit.
De wedstrijd is te zien via de NOSSport App en (waarschijnlijk) ook op het open Ziggo-kanaal.
Met zo'n project moet je dus gewoon (even) geduld hebben...maar als er geïnvesteerd (in jeugd) kan dat dus wel degelijk iets opleveren!
Ik wens Oranje Basketball veel succes (en een beetje geluk) en de Fans in de zaal en voor de buis veel plezier.
15/21e van de Nederlandse BNXT-League
Play-offs zijn voorbij; impact? Dichtbij Nul, Noppes, Nada!
Alweer een preview op het nippertje.
Typisch Aart, maar in dit geval zal het weinig uitmaken: dat groepje
compleet maffe Leidenaren die afreizen naar Leeuwarden voor de
mogelijk laatste wedstrijd van hun wisselvallige helden van Zorg en
Zekerheid Leiden 2024/2025 zijn toch allang in het Hoge Noorden, en
in Leeuwarden weet iedereen – die er ook maar een beetje in is
geintresseerd naar de Kalverdome te gaan – allang dat Game/5 daar
heel snel gaat beginnen.
Dus voor wie schrijf ik dit?
Voor de mensen die de potentieel 16e
wedstrijd van de Nederlandse Play-offs eventueel vanuit huis of op
het mobieltje zouden willen kijken via de BNXT.tv-live-stream komt
dit berichtje misschien precies op tijd. En anders is het altijd leuk
om achteraf te lezen hoe die Dekker er weer lekker naast zat met zijn
bespiegelingen..!
Het getal 21 Begint me parten te
spelen; doorlopend wordt ik – vooral in basketball-zin – met dit
getal geconfronteerd. Maar het staat voor het maximale aantal
wedstrijden waaruit – dan – spannende Nederlandse Play-offs in
2025 hadden kunnen bestaan.
´Hadden´, want de realiteit is dat
het nu nog maximaal resterende aantal wedstrijden om het Nederlandse
Mannen Kampioenschap 5X5 zes bedraagt. De beslissende Game/5 van
straks:
LWD Basket vs. ZZ
Leiden Basketball, 19h30
en dan nog maximaal vijd tussen het
rustig toekijkende Heroes Den Bosch en de winnaar van vanavond.
Maximaal 17 wedstrijden dus, en waarschijnlijk zelfs nog één of
twee minder als Heroes Den Bosch in de Finals net zo domineert als in
de Play-offs tot dusver.
En hoe lang heeft het hele spectakel
dan alles bij alles geduurd?
En – en daar gaat het me om! –
hoeveel mensen hebben er buiten de hardcore Fans van de betrokken
clubs enige notie van genomen?
Juist: BIJNA NIEMAND!
Want nauwelijks aandacht van Nationale
Media, en zelf lokaal lijkt de aandacht me beperkt; dat leid ik af
aan het feit dat Arena 1574 te leiden, afgelopen maandag – in wat
toch de laatste thuiswedstrijd van Leiden had kunnen zijn – verre
van vol zat...
Voor wie wordt er nu eigenlijk
professioneel Basketball gespeeld?
Voor de insiders, bestuursleden en
sponsoren van betrokken clubs, of voor schema-makers binnen de
BNXT-organisatie? Voor de Belgen of de Nederlanders? Voor wie
eigenlijk?
Zijn we dan niet een redelijk kleine
sport die nog een wereld daarbuiten te veroveren heeft?
Waarom zetten we daar dan niet alles op
in, en maximaliseren we het aantal mensen dat bereikt wordt bij de
apotheose van het seizoen niet?!?
Want niemand maakt mij wijs dat dat is
wat er bij het uitwerken van het competitieschema – en dan vooral
de afsluitende Play-offs is gebeurd..! Ja, er zullen best flarden in
meegenomen zijn – zoals uitzendschema´s van de NOS en
Sporza...maar is er echt over nagedacht over hoe je die zalen vol
krijgt zodat die eventuele TV-minuten er dan ook echt maximaal
aantrekkelijk uitzien...
Als het anders zit, dan hoor ik graag
van de verantwoordelijken hoe het dan wel zit!
Voor wat betreft de preview van hetgeen
op het veld in Leeuwarden te zien zal zijn; alhoewel het er even op
leek dat ik er 100% naast zat met mijn aanvankelijke voorspelling dat
een en ander ´Volstrekt onvoorspelbaar´ was. Even leek het daarop,
dat ik mis zat...
Maar wie er tegen Heroes Den Bosch in
de Finals zal staan blijft voor mij volstrekt onvoorspelbaar.
Leeuwarden?
Of, toch nog het uiters wisselvallige,
en nu weer behoorlijk door blessures weer behoorlijk gedecimeerde ZZ
Leiden?
Een ding staat vast: Game-4 op maandag
j.l. - I don´t Like Mondays! (als het tenminste gaat om basketball
in Nederland) – was een aantrekkelijke maar volle bizarre
plotwendingen volgestouwde wedstijd. Kans is dat dat vanavond weer
gebeurt. Dus het zou de moeite meer dan waard kunnen zijn toch ff die
stream te bekijken.
Voor wie dat gaan doen: Veel Plezier!
En dat de beste moge winnen!!
AART DEKKER
Interviews na Zorg en Zekerheid Leiden - LWD Basket Leeuwarden, Halve finale G4 (2-1) (26 mei 2025)
3x3-basketbalveld op kunstwerk komt er: ‘Unieke
kans om sport, kunst en duurzaamheid te combineren’
Er is geen sport in Nederland die zo’n groei doormaakt als
3x3-basketbal. Dankzij Worthy de Jongs ‘gouden’ worp in de
laatste seconde van de finale op de Olympische Spelen in Parijs
ontstond bij het Dordtse gemeenteraadslid Wouter van der Spoel het
idee om op het Energieplein in Dordrecht ook een voor die sport
geschikt veld te laten aanleggen, in combinatie met een kunstwerk.
Met succes, want het gaat gebeuren ook.
Folkert van der Krol 08-11-24 Originele artikel en meer op AD.nl
--- Hier
---
Sportwethouder Marc Merx heeft het plan overgenomen. Hij ziet een
3x3-basketbal Art Court op het Energieplein als ‘een unieke kans om
sport, kunst en duurzaamheid te combineren en de stad Dordrecht te
verrijken’, schrijft hij aan de initiatiefnemers. Voor de kosten
heeft hij al een potje gevonden. College en gemeenteraad moeten er
nog wel definitief mee instemmen.
Op het Energieplein staat al een basket. ,,Maar daar gaat niemand
heen, omdat er geen lijnen zijn’’, zei
Van der Spoel daar eerder over. ,,Je kunt daar onmogelijk een
wedstrijdje spelen, met als gevolg dat het Oranjeplein vaak heel
druk is en de buurt daar overlast van ondervindt.’’
Kleur
Volgens hem ontbreekt het op het Energieplein aan kleur. Daarom
stelde hij voor om er, net als in Rotterdam, een 3x3 Art Court aan
te laten leggen. Dat is niet alleen een basketbalveld, waar alle
lijnen op staan die belangrijk zijn voor de puntentelling, maar
tegelijkertijd een kunstwerk. Volgens hem heeft zich al een
kunstenaar gemeld.
Hij heeft uitgerekend dat zijn initiatiefvoorstel 46.000 euro
kost. Daarnaast zou ook nog bijna 27.000 euro moeten worden
geïnvesteerd in samenwerking met 3x3 Unites, een organisatie die
zorgt voor allerlei activiteiten op het basketbalveld. ,,Denk aan de
organisatie van een competitie.’’
".... We slepen er graag van alles bij, maar het draait erom dat Sifan
Hassan ons een aangename zondagochtend op de bank bezorgt, bij
voorkeur door te winnen – als zij wint, winnen wij ook een beetje.
Dat lijkt onbetekenend, maar als je een sportieve ochtendmis opvoert
voor drie miljoen mensen wordt het andere koek. Dan raakt zelfs een
vreemdelingenhater als Geert Wilders in vervoering van een voormalige
Ethiopische asielzoekster en begint hij als een bezetene ‘GOUD!’
te twitteren. Topsport heeft z’n hoerige kanten en laat zich graag
misbruiken.
De kleine Pippa zij gezegend en God verhoede dat ze ooit in die
wereld verzeild raakt."
Originele column op VK.nl (en nog veel meer) --- Hier ---
Op de voorlaatste dag van de Spelen werd mijn beeldschone eerste
kleindochter Pippa geboren. Misschien blijkt dat over 24 jaar een
veelzeggend moment te zijn geweest. Wie is geboren tijdens de tegen
die tijd legendarische Spelen van Parijs, waarin Nederland de
sportgrootmachten Groot-Brittannië, Italië en Duitsland achter zich
liet in het medailleklassement, draagt vanzelfsprekend iets met zich
mee: er hangt dreiging in de lucht. Haar vader is ook nog een
zwartebandjudoka die heeft aangekondigd dat hij Pippa zo rond haar
derde verjaardag de eerste lessen valtechniek zal bijbrengen en dan
belandt zo’n kind al snel in een topsporttraject.
De afgelopen twee weken vroeg ik me af of een mens daar wel
gelukkig van wordt. Ik heb het niet geturfd, maar ik heb tijdens
zestien dagen topsport meer dromen gebroken zien worden dan
levenslange ambities in vervulling zien gaan. Topsport heeft als
nadeel dat achter elke zege altijd meerdere nederlagen zitten. De
lach van de winnaar kan gemakkelijk worden verdronken in de tranen
van de verliezers.
Onze Pippa doet straks hoopvol mee aan het NK voor 4- en 5-jarigen
en ik ga heus wel op de tribune zitten, maar ik hou mijn hart vast.
Ik heb genoeg topsport gezien om te weten dat frustratie en verdriet
onlosmakelijk deel uitmaken van elke carrière en dat er lang niet
genoeg eremetaal beschikbaar is om dat te compenseren. Ze zeggen dat
topsport je vormt voor de rest van je leven, en inderdaad zag ik de
afgelopen dagen opmerkelijk veel narcistische types met een misvormd
zelfbeeld door het beeld schuiven. Zeker, 6,25 meter met de polsstok
is knap, maar je blijft toch een verticale fierljepper.
Het is natuurlijk bewonderenswaardig dat een atleet de mooiste
jaren van zijn of haar leven offert op het altaar van de
medaillespiegel. Ik wist niet dat die ranglijst verreweg de
belangrijkste van de Spelen is, maar toen zelfs het Achtuurjournaal
ermee opende kon ik er niet meer omheen: we hadden de Duitsers
achter ons gelaten! Het bleek één grote landenwedstrijd te zijn
geweest. En wij, dat kleine Nederland, waren het zesde topsportland
ter wereld! Leve Ons.
Topsport is geen methode om landen te rangschikken maar amusement
– en niets anders. Je zou het niet zeggen wanneer je de
commentatoren hoort en de atleten na afloop hun zegje doen voor de
camera. Topsport vraagt zoveel van een mens dat elke relativering als
ongepast wordt gezien. De bloedserieuzigheid spat er steeds vaker
vanaf. In het sportieve religieuze systeem heten de goden Femke en
Harrie en moeten ze met gepaste eerbied worden aanbeden.
We slepen er graag van alles bij, maar het draait erom dat Sifan
Hassan ons een aangename zondagochtend op de bank bezorgt, bij
voorkeur door te winnen – als zij wint, winnen wij ook een beetje.
Dat lijkt onbetekenend, maar als je een sportieve ochtendmis opvoert
voor drie miljoen mensen wordt het andere koek. Dan raakt zelfs een
vreemdelingenhater als Geert Wilders in vervoering van een voormalige
Ethiopische asielzoekster en begint hij als een bezetene ‘GOUD!’
te twitteren. Topsport heeft z’n hoerige kanten en laat zich graag
misbruiken.
De kleine Pippa zij gezegend en God verhoede dat ze ooit in die
wereld verzeild raakt.
Over de auteur Bert
Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant,
oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van
wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich
niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees
hier
onze richtlijnen.
“.... ‘Stel je een volkomen
verwoest gebouw voor. Een complete ruïne. Geen plek meer om te
verdedigen. Dan, als kakkerlakken, komen vier mannen aangerend, die
gaan ergens onder het ijzer liggen. Wij gooien er granaten naar toe.
Ze gillen al. Misschien is er wat afgerukt. Maar niemand komt eruit,
niemand geeft zich over. Ze blijven, weet ik veel, schieten. Dus je
schiet op ze met je machinegeweer. Misschien gaan ze rennen,
schreeuwen, maar het gebeurt nooit dat ze terugtrekken. Ze proberen
altijd nog vooruit te komen. Ze sterven, maar ze blijven
vooruitrennen.”
Aan het woord is Jimmy (36), commandant van een
infanteriecompagnie. Hij voert 114 man aan. Zijn achternaam geeft hij
niet, conform militair voorschrift. Als hij spreekt over ‘wij’,
dan zijn dat de Oekraïense militairen van de 24ste gemechaniseerde
brigade. ‘Zij’ dat zijn Russische militairen die Oekraïne
proberen te veroveren.
Jimmy is geen beroepsmilitair. Voor de
grote oorlog werkte hij in online marketing... “
Oekraïense militair Jimmy (36) vecht aan het
oostfront: ‘Je verliest jezelf in deze oorlog’
reportage
Oorlog in Oekraïne Hij werkte in de marketing en voert nu 114
soldaten aan in het oosten van Oekraïne. Jimmy vertelt over leven
aan het front. „Morgen zal er iemand sterven, en ik zal vredig
slapen.”
Leestijd 8 minuten Originele verhaal op NRC.nl --- Hier ---
Jimmy, commandant van een infanteriecompagnie, ergens in de provincie
Donetsk, 15 juli. Foto Kostyantyn Chernichkin
‘Stel je een volkomen verwoest gebouw voor. Een complete ruïne.
Geen plek meer om te verdedigen. Dan, als kakkerlakken, komen vier
mannen aangerend, die gaan ergens onder het ijzer liggen. Wij gooien
er granaten naar toe. Ze gillen al. Misschien is er wat afgerukt.
Maar niemand komt eruit, niemand geeft zich over. Ze blijven, weet ik
veel, schieten. Dus je schiet op ze met je machinegeweer. Misschien
gaan ze rennen, schreeuwen, maar het gebeurt nooit dat ze
terugtrekken. Ze proberen altijd nog vooruit te komen. Ze sterven,
maar ze blijven vooruitrennen.”
Aan het woord is Jimmy (36), commandant van een
infanteriecompagnie. Hij voert 114 man aan. Zijn achternaam geeft hij
niet, conform militair voorschrift. Als hij spreekt over ‘wij’,
dan zijn dat de Oekraïense militairen van de 24ste gemechaniseerde
brigade. ‘Zij’ dat zijn Russische militairen die Oekraïne
proberen te veroveren.
Jimmy is geen beroepsmilitair. Voor de grote oorlog werkte hij in
online marketing. Daags na de invasie bood hij zich aan bij het
militaire registratiekantoor in Midden-Oekraïne. Hij begon als
soldaat bij de 24ste gevechtsbrigade. Hij werd sergeant, toen
commandant van een peloton, klom nog een stapje op en werd toen naar
de officierstraining gestuurd in Odesa.
De 24ste brigade verdedigt het stadje Tsjasiv Jar, een van de
brandpunten aan het front in de provincie Donetsk. Jimmy’s mannen
waren de laatsten in de woonwijk Kanal, in het oosten van de stad.
Kanal is verschrikkelijk gevaarlijk, er vliegt altijd wel iets rond
dat bedoeld is om te doden. Er is geen beschutting meer; alle
gebouwen zijn verwoest. Dronebeelden tonen een gebied bezaaid met
kraters, puinhopen waar ooit huizen stonden en gevels vol roet.
Uiteindelijk trokken de Oekraïense troepen zich terug naar het
oudere deel van de stad, dat gescheiden is van Kanal door een diepe
watergeul.
„Dit hier is de hemel”, zegt Jimmy. Hij gebaart naar zijn
omgeving, een plattelandshuisje met druivenranken. De artillerie
klinkt ver weg. In de schaduw, op enkele kilometers van het front,
vertelt hij over de oorlog. Over Tsjasiv Jar. Over zijn leven.
Logistiek
„De vijand heeft maar één tactiek: alles helemaal afbreken en
ons eruit gooien. Als we ergens in het bos zitten, of in het veld,
kunnen we ons ingraven. In Kanal kon dat niet. Bijna alles was daar
ingestort. De raketten sloegen in. Tanks vuurden onafgebroken.
Artillerie. Mortiergranaten. En dan komt de infanterie aanrennen.
Enorme aantallen. Nou goed, we vernietigen er zo veel als we kunnen.
„We zitten nu verder van de vijand af, we kunnen ons beter
verdedigen. Maar nu beginnen ze de achterhoede aan te vallen. Sinds
een paar dagen ligt mijn commandopost constant onder vuur.
„Water is een probleem aan het front. Het kan geleverd worden
met drones. Maar als je plastic flessen van een hoogte laat vallen
spatten ze uiteen. Gooi je er zes, dan hou je er drie over. Stel dat
je twintig mensen op een positie hebt, en iedereen heeft anderhalve
liter water per dag nodig. Dan moet je heel veel sturen. Als je droog
eten laat vallen, dan is het flop en klaar. Munitie blijft ook goed
heel. Maar water? Zelfs als je het goed verpakt blijft het breken.
Zodra je even van het front weg bent, ontspan je. Je
hoofd gaat pijn doen, je valt uit elkaar.
„Eigenlijk is water niet eens het probleem. Dat is slaap.
Niemand daar slaapt. Als het twee uur per dag lukt, is dat mooi
meegenomen. De eerste twee, drie dagen is dat het zwaarst. Daarna
wordt het makkelijker, totdat je helemaal niet meer wil slapen.
Ik kan drie, vier, vijf dagen niet eten. Ik weet niet waar de
energie vandaan komt, de zon misschien. Stress. Nu begrijp ik dat
alles went. Ik voel me zelfs beter als ik niet slaap, niet eet. Ik
voel geen pijn. Maar zodra je even van het front weg bent, ontspan
je. Je hoofd gaat pijn doen, je valt uit elkaar.”
Tactiek
„Mijn eerste keer in het veld voerde ik met succes een
bestorming uit in het plaatsje Koerdjoemivka. Eerlijk is eerlijk, ik
werd twee keer bijna vermoord, maar goed. Het was een normaal
vuurgevecht. Er waren normale mortieren. We waren voorbereid. We
hebben ons werk gedaan. Ik wist toen nog niets van drones. Het front
was helder opgedeeld in een rode, oranje en groene zone. Ik wist dat
als ik gewond raakte, ik naar de medische hulp moest, honderdvijftig
meter terug, en dan evacueren.
„Nu zijn alle lessen van tactische geneeskunde nutteloos. Er
zijn geen zones meer. Tot drie kilometer van het front is het al even
gevaarlijk, misschien zelfs gevaarlijker dan op de nullijn. Want daar
heb je verdedigingsposities, daar ben je erop voorbereid. Nu ga je
langs een pad, of door het bos, en de drones zien je. Je kunt niet
naar de medische hulp. De oorlog is volledig veranderd. In Bachmoet
realiseerde ik me voor het eerst: alles schiet op mij.
Jimmy en zijn mannen van de 24ste gemechaniseerde
brigade. „Je kunt je aan niemand hechten, want dan wordt het
moeilijk iemand te verliezen.”
Foto’s Kostyantyn Chernichkin
„Vroeger vlogen de drones nauwelijks ’s nachts. Nu vaak. Het
is normaal geworden om één militair te bestoken met acht drones met
warmtebeeldcamera’s. Die zijn heel duur. Twee tot drieduizend
dollar. Maar de Russen gebruiken ze als wegwerpartikelen. Ze vliegen,
crashen, gaan verloren. Zestienduizend dollar om één van onze
infanteristen te raken. Zo was het eerder niet.
„In [de frontstad] Toretsk merkten we dat zodra ze een auto zien
rijden, ze er zonder treuzelen een vliegtuigbom op gooien. Een auto
tegenover een vliegtuig. Hoe duur is een bom van het
[gevechtsvliegtuig] Soechoj-25? Ik weet het niet.”
De mens
„Waar ik over droom? Aan het begin wilde ik dat alles over zou
zijn. Maar nu, als ik eerlijk ben, maakt het idee van terugkeren naar
het burgerleven me bang. Ik begrijp mensen al niet meer. Het moet een
keer over zijn. Maar hoe verder te leven? Dat is een grote vraag. Dat
is zo mogelijk nog enger dan oorlog.
„Je verliest jezelf in deze oorlog. Je weet niet meer wie je
bent, wat voor gezin je hebt, hoe je kinderen opgroeien. Je kunt niet
goed overweg met je vrouw, je weet niet welke problemen zij heeft,
want daar wil ze niet over vertellen. En ik wil haar niet over de
mijne vertellen. Mijn dochter is vijf. Toen ik het leger in ging was
ze tweeëneenhalf. Dat wil zeggen dat ik haar twee en een half jaar
niet heb gezien. De helft van haar leven. Ik weet niet hoe groot ze
is. Ik weet niets over haar. Dat is slecht.
„Je verliest vrienden, want hoe graag je ook wil, je kunt hier
geen vrienden hebben. Je kunt je aan niemand hechten, want dan wordt
het moeilijk iemand te verliezen. Al deze concepten, waar ik 33 jaar
lang mee leefde, heb ik weggespoeld.
„Morgen zal er iemand sterven, en ik zal vredig slapen. Ik zal
weten dat het een man is, dat ik hem kende, dat ik hem aanstuurde,
hem wat bijleerde, wat orders gaf en dat hij stierf. Het is niet
normaal dat dit gebeurt en dat je op geen enkele manier reageert.
„Er is een psycholoog die komt praten. Het probleem is dat de
meeste psychologen burger zijn. Burgers kunnen de problemen van
militairen niet volledig begrijpen, omdat ze niet in onze omgeving
zijn geweest. Ze stellen vragen zoals ‘hoe warm je je op aan het
front’ – niemand warmt zich op aan het front, want dan laat je
zien waar je bent. De rook en het vuur stijgen op.
Niemand warmt zich op aan het front, want dan laat je
zien waar je bent. De rook en het vuur stijgen op.
„Een psycholoog zoekt naar triggers, agressie. Die zoekt naar
symptomen om ons naar psychiatrische rehabilitatie te sturen. Of een
militair gaat naar de psycholoog en zegt: ‘ik ben hier en hier bang
voor’. Dan zegt de psycholoog: ‘we zijn allemaal mensen, we zijn
allemaal bang’. Dan zegt de militair ‘dat snap ik wel maar ik ben
bang, ik kan niet naar het front’. Maar dat kan niet. Er is een
volledig andere aanpak nodig.
„Soms loopt een jongen weg, vooral nieuwelingen. Die snapt dan
nog niet goed hoe het hier gaat. Zijn psyche is nog niet zo gebroken.
Die kijkt om zich heen en gaat domme dingen doen, zoals wegrennen.
Die denken dat het een uitweg is, maar het is geen uitweg. Van elke
nieuwe lichting is er 3 tot 5 procent die wegrent of weigert. Die zet
je ergens anders neer. Zo iemand is alleen maar ballast als je hem op
een positie neerzet. Dan kruipt zo iemand onder de bosjes en gaat
zitten beven.
„Een commandant is vooral als een vader. Je moet hem kunnen
vertrouwen. Het grootste probleem van een militair die net begint, is
dat hij zijn commandant nog niet vertrouwt. Ik weet niet waarom.
Misschien vrezen ze dat we iedereen willen vermoorden of medailles
proberen te verdienen. Maar ik ben net zo gemobiliseerd als zij.
Foto’s Kostyantyn Chernichkin
„Ik zeg dan: mijn eerste taak is om jullie leven en gezondheid
te bewaken, mijn tweede taak is om de opdracht uit te voeren. Zonder
jou kunnen we de volgende taak niet vervullen. We hebben een groot
probleem met de aanvulling. We zijn altijd onderbezet.
„Dan stellen ze vragen: ‘waarom moeten we graven?’ Niemand
wil graven. Maar ingegraven overleven we. Hoe dieper onder de grond,
hoe groter je kans. Als ze dan levend en wel uit een positie komen,
zeg ik: ‘Zie, je deed wat je werd opgedragen en je bleef in leven’.
Dan zeggen ze: ‘God heeft mij gered’. Of ‘mijn medaillon’,
dan weer ‘een icoon’, of ‘mijn kruisje’. Maar als je niet was
ingegraven, was je lang geleden gestorven. Dan kunnen goddelijke
verschijnselen je niet helpen.”
Russische strijdkrachten
„Eens lagen we twintig meter van de vijand. Ze lachten ons uit.
De hele nacht schreeuwden we heen en weer: ‘Geef je over’. ‘Nee
jullie geef je over’. In de ochtend renden ze op ons af. We schoten
ze dood. Zo is het werk, je moet er klaar voor zijn, te vechten en te
weten dat 90 procent van deze mensen het niet haalt. Ze hebben meer
tijd, ze zijn met veel meer, dat snap ik wel. Maar ze gaan ook bijna
allemaal dood.
Soms denk ik zelfs dat ze het leuk vinden om daar te
rennen en te sterven. Dan denk ik bij mezelf: iemand stond op en
dacht: vandaag ga ik sterven.
„Russen zijn zo brutaal, nergens bang voor, of ze zitten onder
de drugs, misschien worden ze psychisch onder druk gezet. Het komt
voor dat ze de opdracht hebben om van het ene gebouw naar het
volgende te rennen. Ze weten dat bij zo’n actie 90 procent gewond
raakt. Ze rennen zonder kogelvrij vest, zonder helm, zonder
machinegeweer, maar met een rugzak van honderd liter of zo. Dan gaan
ze, één voor één. De eerste haalt het niet, de tweede haalt het
niet, zelfs als er al vijf neergevallen zijn sturen ze nog een zesde.
Onze soldaten hechten veel meer aan het leven, dat is zeker, geen
twijfel, 100 procent.
„Ik heb er veel over nagedacht de afgelopen twee jaar. In het
begin dacht ik dat ze waarschijnlijk geïntimideerd zijn, en bang om
terug te gaan. Toen dacht ik: zijn ze ergens mee geïnjecteerd? Een
of ander medicijn? Inmiddels denk ik dat dit hun leven is. Wie tekent
zo’n contract? Iemand van het platteland, iemand zonder geld die in
zijn leven nog nooit wat heeft gezien, geen opleiding heeft gehad.
Dit leven is voor hen een soort avontuur. Ik weet het niet. Het moet
geld zijn. Ze hebben een contractleger. Dat betekent: zij gaan niet
voor een idee, ze gaan voor geld.
„Soms denk ik zelfs dat ze het leuk vinden om daar te rennen en
te sterven. Dan denk ik bij mezelf: iemand stond om drie uur ’s
morgens op en dacht: ‘ik ga sterven, precies vandaag ga ik sterven.
Wat een mooie dag om te sterven’. Hij doet zijn rugzak op en rent
op ons af. En dan gaat hij.”
Vader LaVar Ball weet: zijn Twitterfittie met
Trump is gratis megareclame voor zijn talentvolle basketbalzoons
Vader LaVar Ball stippelde de basketballoopbaan van zijn drie
zonen al voor hun geboorte uit. Hij huwde expres een lange vrouw. Het
werd een succesverhaal dat nog grotere vormen heeft aangenomen door
de Twitterfittie met president Trump.
Originele artikel en nog veel meer op dit gebied --- Hier ---
Ball Familie
Amerikaanse basketballiefhebbers spreken al enkele jaren
verlekkerd en met weerzin over de broers Lonzo (20), LiAngelo (18) en
LaMelo (16) Ball. Sinds vorige week zijn ze in heel Amerika bekend.
Dankzij Donald Trump. Die ging op Twitter het gevecht aan met hun
flamboyante vader LaVar Ball, de patriarch die de basketballoopbaan
van zijn zoons al voor hun geboorte had uitgestippeld.
Een van Trumps populairste tweets in november (ruim 77 duizend
retweets) ging namelijk niet over Noord-Korea, Hillary Clinton of
migratie, maar over LaVar Ball en hoe ondankbaar hij de
basketbalvader vond. LiAngelo Ball was in China voor een wedstrijd
met zijn universiteitsteam en werd daar met twee andere spelers
betrapt op diefstal van zonnebrillen.
De president zou hen tijdens zijn bezoek aan Azië
hoogstpersoonlijk uit de cel hebben gekregen. Iets dat LaVar Ball zei
te betwijfelen. Liefst vier tweets stuurde de president vorige week
de wereld in over de 'ondankbare gek' Ball. Het werd breed uitgemeten
in Amerikaanse media, zoals veel dat met de Ball-broertjes en hun
uitgesproken vader te maken heeft.
Hun bekendheid begon in 2015 met een programma op de Amerikaanse
zender CBS, waarin het gezin-Ball werd geprofileerd. Daarin vertelt
de 50-jarige Ball over de ontmoeting met zijn vrouw Tina, die net als
hij basketbalde op de universiteit in Los Angeles. Ball meet 1 meter
95, Tina is 1 meter 85 en al snel kreeg hij het plan met haar
basketbalkinderen te krijgen.
'Voordat ze uit de baarmoeder kwamen, zei ik al dat ik er drie
wilde. Hoe ik gebouwd ben, hoe zij gebouwd is. Ik wist dat ik drie
killers zou krijgen. Dit was lang geleden gepland', zei hij. Het
project-Ball was begonnen. Hij zou volgens Business Insider tegen
zijn kinderen hebben gezegd: 'Ik ben personal trainer. Jullie moeder
is gymleraar. Jullie achternaam is Ball. Wat wil je anders gaan
doen?'
Feitjes over de Ball-broers
Lonzo Ball 1 meter 98, 20 jaar, point guard,
speelt bij Los Angeles Lakers
LiAngelo Ball 1
meter 96, 18 jaar, small forward, speelt op universiteit UCLA
LaMelo
Ball 1 meter 91, 16 jaar, point guard, thuis getraind
door vader LaVar Ball
Ball in the Family
Toen LaMelo - de jongste van de drie - 4 jaar oud was, richtte
LaVar een eigen team op, genaamd The Big Ballers, dat hij zelf
leidde. Hij koos zo sterk mogelijke tegenstanders uit en liet zijn
zoons veel van afstand schieten. Het project-Ball omvatte meer dan
basketbal. Sinds deze zomer wordt het leven van het gezin gefilmd
voor de Facebookshow Ball in the Family, geproduceerd door de makers
van de realityserie over jetsetfamilie Kardashian.
Vorig jaar richtte LaVar de Big Baller Brand (BBB) op. Vanaf deze
week is er een heuse Ball-basketbalschoen te bestellen. Te koop voor
495 dollar, exclusief verzendkosten. 'Wie dat niet kan betalen, is
geen Big Baller', twitterde Ball na kritiek op de hoge prijs.
LiAngelo BallBeeld afp
LaVar Ball wil veel geld verdienen via zijn zoons, daar draait hij
niet omheen. In mei van dit jaar zou hij een deal met een groot
sportmerk hebben afgeslagen dat graag schoensponsor van Lonzo Ball
wilde worden. Hij vond het aanbod, tien miljoen dollar, te laag. Een
tegenbod had hij wel: wie zijn zoons van schoeisel wil voorzien,
moest minimaal een miljard op tafel leggen.
Ball is over meer zaken uitgesproken. Na het CBS-interview uit
2015 wisten de media hem te vinden en haalde hij geregeld het nieuws
met de ene na de andere opmerkelijke uitspraak. Hoewel hij zelf nooit
verder kwam dan universiteitsbasketbal zei hij begin dit jaar nog dat
hij basketballegende Michael Jordan 'een-tegen-een zou afmaken'.
Oudste zoon Lonzo noemde hij beter dan NBA-vedette Stephen Curry.
Zijn opschepperige uitspraken en onorthodoxe opvoedmethode maakten
van hem een van de meest polariserende figuren in de Amerikaanse
sport. Sportcolumnist Sally Jenkins van The Washington Post beschouwt
Ball als de zoveelste vader die zich over de rug van zijn kinderen
wil revancheren voor een mislukt sportleven.
Kofie Yeboah van sportblog SB Nation ziet Ball juist als
marketinggenie, omdat hij zo schaamteloos uitgesproken is. Maar het
project-Ball maakt vooral veel los, omdat het een succes lijkt te
worden. Lonzo Ball excelleerde als universiteitsspeler en debuteerde
dit jaar als eerste van de Ball-broertjes in topcompetitie NBA.
Beste universiteitsspelers
Topclub Los Angeles Lakers koos hem in juni als tweede in de
zogeheten draft, wanneer NBA-clubs beurtelings een greep mogen doen
uit de beste universiteitsspelers. Twee weken geleden werd Ball de
jongste NBA-speler ooit met de prestigieuze triple double-statistiek
achter zijn naam, oftewel dubbele cijfers in drie statistieken,
waarmee hij het record van NBA-icoon LeBron James verbrak.
Broertje LiAngelo speelt net als Lonzo voor topuniversiteit UCLA.
De jongste telg, LaMelo, is volgens zijn vader de talentvolste. In
oktober haalde LaVar hem uit het basketbalteam van zijn middelbare
school om hem thuis te trainen, met als doel van hem 'de beste
basketballer ooit' te maken.
LaMelo BallBeeld afp
De drie basketbalbroers zijn in tegenstelling tot hun vader
opvallend ingetogen. Dat ze zich moeilijk kunnen losmaken van de
wrevel die hun vader losmaakt, ervoer Lonzo Ball in zijn eerste
NBA-wedstrijden. Verdedigers pakten hem extra hard aan, fysiek en
verbaal. 'Vanwege zijn vader zien jongens hem als een doelwit', zei
John Wall, speler van de Washington Wizards.
Volgens basketbalkenners heeft LaVar zo nu al een negatief effect
op de NBA-loopbaan van Lonzo. Te midden van de kakofonie van meningen
over de Balls toonde Mark Cuban, eigenaar van NBA-club Dallas
Mavericks, de verfrissendste kijk op het geheel. Hij zag de recente
ruzie tussen president Trump en Ball als een conflict tussen twee
mannen die erg op elkaar lijken, zei hij tegen TMZ Sports.
'Trump zegt wat hij nodig heeft om aandacht te krijgen. LaVar ook.
Logisch dat hij geen excuses maakt, want dan is er niets meer om over
te praten en wat is er beter voor een merk als de president erover
praat?'
Sportmagazine ESPN rekende uit dat de vete met Trump goed was voor
ruim elf miljoen euro aan gratis reclame voor Big Baller Brand. En zo
lacht Ball altijd het hardst, of zijn zoons nou uitgroeien tot
NBA-vedetten of niet.
De zakenman Trump moet dat kunnen waarderen.
Lonzo BallBeeld afp
Richard Williams vader van tennissters Venus
en Serena Williams (30 grandslamtitels)
Earl Woods vader van golfer Tiger Woods (14
majors)
Mike Agassi vader van tennisser Andre Agassi
(8 grandslamtitels)
Gloria Connors moeder van tennisser Jimmy
Connors (8 grandslamtitels)
Petr Krajicek vader van tennisser Richard
Krajicek (1 grandslamtitel)
Jos Verstappen vader van coureur Max
Verstappen (0 wereldtitels)
Anthony Hamilton vader van coureur Lewis
Hamilton (4 wereldtitels)
Joop van Basten vader van voetballer Marco van
Basten (EK 1988, Wereldvoetballer van het Jaar 1992)
LaVar Ball, the father of one of the three UCLA basketball players held in China after they were accused of shoplifting, speaks to CNN's Chris Cuomo in a heated interview about his response to President Donald Trump's tweets about the incident.
Het ´nationale debat´ nadat Sherida Spitse ´het waagde´ om te zeggen dat ze ooit coach in het mannen voetbal wilde worden...het liefst bij Ajax...en de belachelijke reactie van Pierre van Hooijdonk daarop...
*
Haantjessport (voetbal) en het Goede
Voorbeeld...Basketball!
Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.
Ik weet niet, Sherida, of je de speech kent van Becky Hammon,
basketbalcoach uit de Verenigde Staten. Deze zomer werd ze opgenomen
in de Hall of Fame. Je weet ongetwijfeld hoe groot basketbal is in de
VS. Een echte mannensport, traditioneel, je zou bijna zeggen: een
haantjessport.
Becky Hammon is een baanbreker. „Kan niet” en „hoort niet”
staan niet in haar woordenboek. Ze is de eerste vrouw in de
geschiedenis die als hoofdcoach een mannenteam in de NBA heeft
geleid. Dat was in 2020 tijdens de officiële competitie, of
eigenlijk in 2015 al, toen ze San Antonio Spurs naar de titel in de
Summer League bracht.
In 2014 werd ze door Gregg Popovich, de vaste hoofdcoach van de
Spurs, aangesteld als zijn assistent. „Pop, ik ga je niet
aankijken”, zei ze in augustus, tijdens
haar speech voor de Hall of Fame. Ze moest slikken. Popovich
schoot vol. Er klonk applaus, een warm applaus, omdat iedereen wist
hoe betekenisvol dit moment was. „Je probeerde niet iets moedigs te
doen toen je me aannam. Maar je deed iets wat niemand in de
professionele sport ooit deed.”
De hele week is het gesprek dat jij zondag voerde in Studio
Voetbal blijven hangen, Sherida. Je gooide het gewoon op tafel:
ik wil na mijn voetbalcarrière trainer worden bij de mannen. Het
liefst bij Ajax. Ik denk dat ik dat kan. Zo, dacht ik, dat staat.
Bravo. Pierre van Hooijdonk dacht dat je dat niet zou kunnen. Dat
ligt niet aan jou, maar aan de mannen. Zo verwoordde hij het niet,
maar dat is wel wat hij zei: mannen in een haantjessport als voetbal
zullen een vrouw voor de groep nooit serieus nemen. En hoe moet dat
in de kleedkamer?
Ik moest denken aan sterspeler Pau Gasol van San Antonio, die in
2018 hetzelfde gezeur over Hammon zat was. De kleedkamer werd ook
daar aangehaald, en het haantjesgedrag. Bovendien kan het vrouwelijk
brein het atletisch vermogen van een man niet bevatten, was een breed
gedragen mening onder publiek en pers. Gasol schreef
een open brief, waarin hij zei: Becky Hammon is geen vrouwelijke
coach, ze is gewoon coach. Een topcoach. Onze coach. Technisch en
communicatief begaafd. Door te stellen dat ze niet tegen de
kleedkamercultuur zou kunnen, zeg je eigenlijk dat wij niet
professioneel zijn.
Gelukkig had niet iedereen aan tafel bij Studio Voetbal dezelfde
visie als Van Hooijdonk. NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg sprak
zich op z’n Gasols uit: waarom zou Sherida Spitse geen trainer in
de Eredivisie kunnen zijn? Als het nog nooit gedaan is, weet je dat
toch niet? Ergens moet zoiets beginnen.
Iemand als jij, die haar ambitie zo duidelijk uitspreekt en haar
sporen heeft verdiend, zou prima de eerste kunnen zijn. Je moet het
niet forceren, je moet kijken naar kwaliteiten – werd er nog aan
toegevoegd.
Op moeilijke momenten, waarin de wereld over haar heen viel, kon
Hammon altijd bouwen op coach Pop. Het gaat niet over man of vrouw
zijn, zei hij dan. Jij bent fantastisch in wat je doet. Dus wees
gewoon jezelf. Wees gewoon jezelf.
Ik denk dat ook jij het fantastisch gaat doen als je er eenmaal
zit, Sherida, maar in je eentje krijg je die positie niet. Je hebt
mannen nodig die erachter staan. Mannen die een coach Pop of een Pau
Gasol durven zijn. Mannen met lef.
Marijn de Vries is oud-profwielrenner
en journalist.
Hoe Amsterdam de topsporthoofdstad van Nederland werd
Beeld Sjoukje Bierma
27
Amsterdammers haalden bij de laatste Olympische Spelen in Tokio een
medaille, meer dan landen als Turkije of Griekenland. In de stad trainen
dagelijks honderden atleten op topniveau. Hoe groeide Amsterdam uit tot
het tweede grootste topsportcentrum van het land? En waarom kiezen al
die atleten ervoor om juist hier te trainen?
Amsterdam wereldstad zoomt deze week in op de
topsportcultuur van de stad. Want Amsterdam mag dan vooral bekend staan
als kunst- en cultuurstad, het is de laatste jaren óók uitgegroeid tot
het tweede grootste topsportcentrum van Nederland, na Papendal.
Sportverslaggever Thomas Sijtsma en Frank Thewessem (directeur
Topsport Amsterdam) vertellen presentator Lorianne van Gelder hoe dit zo
gekomen is en wat het de stad brengt om zo veel topsporters te
huisvesten en faciliteren. “Dat je Arno Kamminga elke dag kan zien
zwemmen in het Sloterparkbad of de Olympische roeiers tegenkomt op de
Bosbaan heeft een enorme inspirerende waarde. Het laat zien dat jij als
sportend kind in Amsterdam je droom kan waarmaken,” aldus Thewessem.
“3x3 basketbal is letterlijk van the streets naar Tokyo gegaan.”
Sijtsma en Thewessem twijfelen of Amsterdam zelf nog een poging
zou moeten doen om de Spelen te organiseren, maar het topsportbeleid
werpt in ieder geval zijn vruchten af. Sijtsma: “Als Amsterdam een land
zou zijn, was het bij de laatste Olympische Spelen ongeveer als
dertigste geëindigd op de medaillespiegel. Ik denk niet dat er veel
steden zijn die dat kunnen overtreffen.”
Luister ook de andere aflevering van Amsterdam wereldstad of deel je tips en feedback via podcast@parool.nl
SHARTIE AART DEKKER - BEWEGINGSARMOEDE en (GEEN) PREVENTIE
EN WAT DEED DE REGERING? GEEN REET!
Wat kan je verwachten van een pm/VVD´er die...Mark Rutte DANST! : D
N.A.V: ´Over deze pandemie hoor je niemand. Er gaan in Nederland 5.800 mensen per jaar aan dood´(NRC, 20/10/2023)
Het is een beetje flauw misschien want het 14sec lange clipje zal inmiddels door velen gezien zijn, maar wellicht niet voor iedereen... En zelfs als je het al wel hebt gezien...het is alles zeggend..!
Ik vraag me wel af wat wij allemaal (nog) niet te zien hebben gekregen! Wat dat is wel een kwaliteit van Rutte - en dan nog veel meer van zijn zeer uitgebreide ondersteunende team (dat wij voor een aanzienlijk, zo niet overgrote, deel als belastingbetalers financieren!) - dat alle beeld wat het pedante heertje in een ander daglicht zet dan dat van de staatsman, Teflon-Mark, de Fixer, en de grote baas, etc, etc, zet, uit de media weg wordt gehouden. Je ziet het bewijs ervan zelfs in deze 14sec, want toen hem ingefluisterd werd (of hij het zelf doorhad) dat dit niet in zijn voordeel was, stapte hij eruit.
Vooral grappig: de dame achter hem, die uit beleefdheid weg stapt, en dus niet proestend van de lach om deze stoethaspel in beeld wil komen...
Maar goed, mijn punt is: wat kan je verwachten van een pluche-plakker die alles overheeft voor het vasthouden van de macht aan de ene kant, en aan de andere kant iemand die zoveel affiniteit met het belang van Bewegen voor iedereen - en al helemaal voor ieder kind! heeft als hij hier toont?
Juist heel weinig dus!!
En dat blijkt ook uit het uitgebreide verhaal dat NRC een maand geleden had over de ´Pandemie waar je NIEMAND over hoort´.
Dus: stem voor Gezondheid, en dus ook voor het Recht op Leuk en Gezond Voldoende Bewegen voor iedereen, te beginnen die mensen die het het hardst nodig hebben (en niet allemaal zelf kunnen betalen): de Kinderen, de Jeugd, de Jongeren en de mensen aan de Onderkant die vaak leven in omstandigheden waar dat sportaanbod er niet is, en meestal de Ruimte ook niet....
Dus dit was ´Rutte´ de sporter...en nu hebben we ´Dilan die naast je staat´, op een flink verhoog, tegenover Rico Verhoeven, en ja...ze STaat SToer te STaren, STSTST, shit, shit, shit...
Geloof jij dat er ook maar iets gaat veranderen?
(AD)
*
Over deze pandemie hoor je niemand. Er gaan in
Nederland 5.800 mensen per jaar aan dood
Nederland beweegt niet Elk jaar overlijden duizenden mensen omdat
ze te weinig bewegen. Hoe kan die ‘stille ramp’ blijven woekeren?
Dit is het verhaal van een overheid die zichzelf tegenwerkt en de
Tweede Kamer op het verkeerde been zet.
Een land waar de helft van de bevolking vrijwel nooit beweegt of
sport. En er om die reden alleen 5.800 mensen doodgaan, elk jaar
weer. Hun harten kapot. Vaatstelsels verstopt. Hersenen slecht
doorbloed. De binnenkant van bloedvaten beschadigd – virussen die
vrij baan hebben naar longen, darmen, hersenen. Ze krijgen kanker.
Dementie. Verstopte vaten. Hartaanvallen.
Over dit artikel
Voor deze reconstructie werd gesproken met 25
(ervarings)deskundigen, onder wie drie (top)ambtenaren van
het ministerie van VWS, verschillende leden van de Tweede Kamer en
onderzoekers die de wetsgeschiedenis goed kennen. Het Mulier
Instituut verzamelde en deelde gegevens over gemeentelijke- en
Rijksuitgaven aan beweging en sport.
Meer
Een land waar de overheid het volk gezonder zegt te willen maken
door mensen meer te laten bewegen. Duizenden sportcoaches de wijken
in stuurt. Maar waar het landsbestuur waarschuwingen van de eigen
ambtenaren negeert en de persoonlijke ideologie van een minister
steeds weer belangrijker is dan de vraag of beleid mensen echt helpt.
Dat land is Nederland. En dit is hoe het komt.
Een stille ramp
Kanjers! Met dat woord onthaalde Erica Terpstra, van 1994 tot 1998
staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, steevast
sporters die voor Nederland waren uitgekomen op grote toernooien. De
voormalig olympisch zwemster is er bekend mee geworden. Veel minder
bekend is dat Erica Terpstra een einde maakte aan decennia waarin de
overheid zich nauwelijks bemoeide met bewegen en sporten. In de jaren
zestig reden nog auto’s door de straten met luidsprekers die mensen
opriepen om te gaan hardlopen, als medicijn tegen te veel zitten –
in de ‘automobiel’ (vaak rokend), op het werk, achter de
televisie. Daarna bleef de overheid lange tijd sport als een hobby
beschouwen – mensen moeten zelf maar uitzoeken hoe ze die
uitoefenen.
Tot het aantreden van Erica Terpstra. Oud-ambtenaar Loek
Jorritsma, die van 1979 tot 2006 op de directie sport van het
ministerie werkte, herinnert zich hoe onder haar bewind beweging
ineens weer belangrijk werd. Zij was, vertelt Jorritsma aan zijn
eettafel in Hoorn, een van de zeldzame politici voor wie het een
essentieel onderdeel was van een functionerende samenleving. De naam
van het ministerie werd – ondanks de weerzin van premier Kok („Moet
dat echt?”) – Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De overheid bleef sport lange tijd als een hobby beschouwen,
mensen moeten zelf maar uitzoeken hoe ze die uitoefenen
Terpstra ziet dat sporten de samenleving meer kan bieden dan een
aardige vrijetijdsbesteding. Sinds haar nota ‘Wat Sport Beweegt’
voelt de Rijksoverheid zich er verantwoordelijk voor dat mensen meer
bewegen en daardoor gezonder worden. Haar opvolger Margo Vliegenthart
(PvdA-staatssecretaris van VWS, 1998-2002) geeft ambtenaar Mariëtte
van der Voet daarna de opdracht er een
nieuwe nota over te schrijven. Die laat aan duidelijkheid niet te
wensen over: te weinig bewegen blijkt zéér ingrijpende gevolgen te
hebben. Het stuk wordt in 2001 naar de Kamer gestuurd.
„Een tekort aan lichamelijke activiteit is een onafhankelijke
risicofactor voor een groot aantal chronische ziekten”, staat er,
„waarbij moet worden bedacht dat de meeste van deze ouderdoms- en
welvaartsziekten in de toekomst alleen maar zullen toenemen.” Van
der Voet beschrijft dat lichamelijke inactiviteit jaarlijks zorgt
voor duizenden doden. Doel van het beleid zou moeten zijn dat veel
meer Nederlanders voldoende gaan bewegen. Dat is volgens de normen
die dan gelden grofweg 2,5 uur per week matig-intensieve beweging,
zoals wandelen, fietsen of zwemmen.
In twintig jaar zouden bij geslaagd beleid bijna 50.000 doden
voorkomen kunnen worden, rekent
het RIVM later voor. Het zou 30.000 hartinfarcten schelen, 28.000
beroertes, 27.000 gevallen van diabetes type 2 en 4.000 gevallen van
dikkedarmkanker.
In 2006 werden de voordelen van sporten in
de schijnwerpers gezet tijdens de Nationale Sportweek.Foto Rein vanZanen
Op dat moment gaan wereldwijd jaarlijks 5,3 miljoen mensen dood
door te weinig beweging. Meer dan aan de gevolgen van roken (5,1
miljoen). Mensen die te weinig bewegen hebben twintig tot dertig
procent meer kans om kanker te krijgen, een hartaanval, beroerte of
suikerziekte.
„Een stille ramp”, zegt hoogleraar neuropsychologie Erik
Scherder van de Vrije Universiteit Amsterdam, die zich al lang
verdiept in het onderwerp. En toch, zegt Scherder is er nauwelijks
maatschappelijk debat over.
De Nederlandse overheid heeft die ramp dus wél zien aankomen, ver
voor het alarmerende onderzoek in The Lancet van 2012. „We
hoopten dat die kennis alles zou veranderen”, zegt ambtenaar
Mariëtte van der Voet nu.
Schermtijd
Eén op de vier ouders met een baby van 9 maanden tot 1 jaar laat
hun kind twee uur per dag naar
een beeldscherm kijken. Kinderen tot zes jaar brengen gemiddeld
100 minuten per dag door achter een tablet, telefoon of televisie. De
gemiddelde schermtijd neemt al jaren toe. Uit wetenschappelijk
onderzoek blijkt dat er een verband is tussen een hogere schermtijd
en een slechtere gezondheid, zoals overgewicht en bijziendheid.
Een vergeten memo
Lastig is het wel. Bij roken kun je als overheid accijnzen
verhogen (en dat werkt in de praktijk), gezond eten is goedkoper te
maken (daar komt nog weinig van terecht). Maar hoe laat je mensen
meer bewegen?
Na de nota van Van der Voet wordt een grote beweegcampagne opgezet
door het ministerie van VWS: FLASH! (Fietsen, Lopen, Actiemomenten,
Sporten en Huishoudelijke klussen). Postbus 51-spotjes worden
uitgezonden. Er komen FLASH!-scorekaarten voor beweegactiviteiten,
stickers, T-shirts, 2D-beweegwijzers, een Sinterklaasbeweegsoap op
tv, een placemat met beweegideeën.
Voor de campagne worden nota bene Coca-Cola en McDonalds gestrikt
als sponsoren, staat in een
evaluatie. Er komen ‘beweegshows’ op 26 scholen, die worden
geleid door Ronald McDonald, de clownsmascotte van de fastfoodketen
(die daar „geen reclame” maakt voor zijn hamburgers). Bedrijven
gaan hun werknemers meer laten bewegen, en ouderen in verpleeghuizen
gaan aan de slag. Zomaar een hobby is bewegen niet meer – de
overheid wil iets dóén.
Veertien ministeries doen iets met bewegen
Ambtenaar Loek Jorritsma, naaste medewerker van de
bewindspersonen, heeft vlak voor die campagne al wel een risico
gesignaleerd. In een uitgebreid intern memo merkt hij op dat veertien
verschillende ministeries op de één of andere manier iets met
sporten en bewegen doen. Hij beschrijft wat ze allemaal doen, hoe ze
beter zouden kunnen samenwerken, en hoe dat zou kunnen werken –
inclusief juridische onderbouwing.
Er moet een Breed Interdepartementaal Sportberaad komen, waardoor
ministeries elkaar niet meer in de weg zitten met beleid dat elkaar
tegenwerkt, aldus het memo van Jorritsma. Hij ziet namelijk dat al
die departementen op eigen houtje proberen om mensen in beweging te
krijgen. En hij is bang dat ze allemaal zelfstandig potjes geld gaan
verdelen en projecten zullen bedenken. Dan is er straks heel veel
beleid, maar worden ziekte en dood niet voorkomen.
Alle departementen zijn het met Jorritsma eens. Hij krijgt in 2002
groen licht om de noodzakelijke veranderingen door te voeren en te
komen tot één Rijksbeleid voor sport. Maar kort daarna komt er een
nieuw kabinet, een nieuwe directeur Sport bij VWS en een nieuwe
staatssecretaris. In stilte wordt het beraad tussen de ministeries
over sport en bewegen opgeheven.
Het ministerie erkent nu dat het beraad destijds „mede door een
kabinetswissel” niet is doorgezet. Volgens een woordvoerder wordt
sinds kort weer „nadrukkelijker dan in het verleden” gekeken naar
samenwerking met andere ministeries om „de inzet waar mogelijk te
coördineren”.
En wat is er in de tussentijd met zijn memo gebeurd? Die is, zegt
Jorritsma nu, „in een la terechtgekomen”. Niemand heeft er
volgens hem ooit meer naar omgekeken. Er gebeurde precies waarvoor
hij waarschuwde. „En de gevolgen voelen we nog steeds.”
Zitten
Nederlanders zitten gemiddeld 9,1
uur per dag. Bijna de helft van de 9,7 miljoen werkende
Nederlanders heeft een zittend beroep en dat aantal neemt toe.
Jongeren (12 – 19 jaar) en jongvolwassenen (20 – 34 jaar) zitten
gemiddeld 10 uur per dag. Kinderen brengen iedere dag 7,2 uur zitten
door. De laatste acht jaar zijn Nederlanders steeds langer gaan
zitten.
Duizenden sportcoaches
Na de beweegcampagne FLASH! komt er vanaf 2008 een ‘nationaal
actieplan sport en bewegen’ met opnieuw een grote
publiekscampagne (30minutenbewegen) en allerlei beweegprojecten in
wijken, op scholen, in de zorg, bij sportbonden. Peutergym in
Heerenveen, boksen voor vrouwen in Maastricht, een wandelclub in
Tiel, valtraining voor ouderen in Emmen, rolstoeltennis in
Vlissingen, straatbasketbal in Rotterdam. Speeltuinen, ‘groene’
hardlooppaden en fietsroutes, beweegvriendelijke schoolpleinen.
Honderden coaches, trainers en ambtenaren houden zich ermee bezig,
de overheid doet van alles tegelijk. Het geld komt van verschillende
ministeries en van gemeenten. Volgens bewindspersonen, die de Tweede
Kamer regelmatig informeren over de voortgang van alle projecten,
wordt goed samengewerkt tussen de verschillende departementen. Ook
worden „allianties” gesmeed met de meer dan 20.000
sportverenigingen in het land, sportbonden, Staatsbosbeheer, de ANWB,
zorgverzekeraars en andere organisaties.
Met Rijks- en gemeentegeld worden sinds 2007 zo’n 6.000
buurtsportcoaches opgeleid die in het hele land de wijken in worden
gestuurd. ‘Combinatiefunctionaris’ heten ze eerst, omdat ze werk
op scholen combineren met sportlessen in de wijk of bij verenigingen.
Het kabinet trekt er jaarlijks tientallen miljoenen voor uit, dit
jaar bijna 90 miljoen euro, op een VWS-begroting van meer dan 100
miljard.
Langzaam komt Nederland in beweging
Na school en in de pauzes geven ze sportles aan kinderen. Ze staan
op pleintjes met een krat ballen. Organiseren wedstrijden en
toernooitjes. Helpen mensen die van de huisarts moeten sporten aan
een lidmaatschap bij een vereniging. Soms brengen ze mensen
persoonlijk naar een vereniging zodat ze zéker weten dat ze gaan
trainen.
Langzaam lijkt Nederland in beweging te komen. Kabinet na kabinet
deelt spectaculaire cijfers met de Tweede Kamer, op basis van data
uit bevolkingsonderzoek die worden bijgehouden door
onderzoeksinstituut TNO. Het beleid dat is ingezet door
staatssecretaris Terpstra (Kok-I) en is voortgezet door haar
opvolgers in Kok-II, Balkenende-I t/m IV, Rutte-I en II stuwt, zo
lijkt het, het aantal mensen dat de beweegnormen haalt op.
In 2000 beweegt nog maar zo’n 44 procent van de bevolking
voldoende (volgens de toenmalige Nederlandse Norm Gezond Bewegen).
Een paar jaar later, in 2004, is dat al meer dan de helft. Clémence
Ross-Van Dorp (CDA), staatssecretaris van Sport, schrijft dan in een
persbericht dat „de acties om Nederland meer in beweging te krijgen
kennelijk aanslaan”.
In 2009 houdt staatssecretaris Jet Bussemaker (PvdA) een
feestelijke toespraak voor onder meer koningin Beatrix bij het
tienjarig bestaan van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen.
Ze presenteert er opnieuw sensationele cijfers: het aantal
Nederlanders dat aan de beweegnorm voldoet, is volgens haar gestegen
van 52 procent „naar maar liefst 68 procent”. Het bewegen, zegt
ze, staat op de kaart – „een prestatie van formaat!”
De bewindspersonen weten dan nog niet dat die cijfers weinig met
de werkelijkheid te maken hebben. En dat de mensen die hun beleid op
straat moeten uitvoeren al zien dat het de verkeerde kant op gaat.
Overgewicht
De helft van de volwassenen in Nederland heeft
overgewicht. 14 procent is ernstig te zwaar (morbide obesitas).
Sinds 2014 zijn deze percentages niet veranderd. Bijna twintig
procent van de jongeren tussen de 16 en 20 jaar heeft overgewicht,
tussen de 18 en 25 jaar is dat een kwart. Over het algemeen zijn
jongeren de laatste tien jaar zwaarder geworden, vooral
tussen de 18 en 25 jaar.
Ploeteren in Overvecht
Op een zonnige middag loopt Tom Schrurs (42) over de velden van
voetbalvereniging SVO De Dreef in Utrecht. Hij werkt al vijftien jaar
in de wijk Overvecht, eerst als welzijnswerker en ‘beweegmakelaar’,
nu als manager van een team sport- en beweegcoaches. Overal om hem
heen rennen kinderen. Ze doen mee aan een schooltoernooi dat de
buurtsportcoaches hier elk jaar organiseren.
Schoolkinderen, ouderen, mensen die weinig geld hebben, mensen met
een niet-Nederlandse culturele achtergrond, mensen met ernstig
overgewicht – Schurs heeft voor allerlei groepen weleens een plan
bedacht om meer te gaan bewegen. Alle potjes, subsidies, actieplannen
en projecten komen in een wijk als Overvecht voorbij, vertelt hij in
een gesprek tijdens het schooltoernooi, en later nog eens in een
buurthuis, samen met zijn collega’s Viktor Peters (41) en Thirza
Verkerk (23).
Met zijn hoge galerijflats, doorsneden door brede autowegen, met
een groot winkelcentrum in het midden is Overvecht een typische
na-oorloogse hoogbouwwijk. Veel mensen hier ploeteren om rond te
komen. Geen wijk in Utrecht waar minder wordt bewogen, geen wijk waar
mensen korter leven. Elke dag doen Schrurs en zijn collega’s hun
best om dat te veranderen. Maar in al die jaren stuiten zij steeds op
hetzelfde probleem: er is altijd maar éventjes geld. Dan is het
potje leeg, en komt er weer een ánder potje. Alles is tijdelijk.
Nieuwe regering betekent nieuwe plannen
Een wet voor bewegen bestaat niet. Het is niet zoals met de
bijstand of de werkloosheidswet; als een kabinet valt, moet de
volgende coalitie die uitkeringen gewoon doorbetalen. Beweging is
wetteloos, iedere nieuwe minister, iedere nieuwe wethouder begint
weer helemaal opnieuw. Volgens het ministerie van VWS is een wet niet
per se nodig om „consistent beleid” te voeren, zegt een
woordvoerder. En soms wordt beleid van voorgangers door
bewindspersonen inderdaad voortgezet: de buurtsportcoaches worden
bijvoorbeeld al sinds 2008 door verschillende kabinetten ondersteund.
Maar heel vaak lopen beweegprojecten – er waren er in de afgelopen
twintig jaar tientallen – grofweg één regeerperiode. Dan: nieuwe
mensen aan de macht, nieuwe plannen, nieuwe doelen.
Echt goed onderzoeken of sport- en beweegbeleid heeft gewerkt
gebeurt niet altijd, hoewel voor sommige projecten een
‘interventiedatabase’
bestaat waarin de effectiviteit wordt gemeten. Ministers lijken
desondanks volgens (ex-)ambtenaren en onderzoekers lang niet altijd
geïnteresseerd in de werkelijke opbrengst van projecten, zeker niet
als het om ideeën van voorgangers gaat.
In verschillende grote evaluaties merkt het Mulier instituut, dat
sportbeleid onderzoekt, op dat veel onduidelijk blijft over de
werking van het beleid. Het ministerie erkent in een reactie aan NRC:
het is lastig hard te maken wat de invloed is van bepaalde
maatregelen op het beweeggedrag van Nederlanders.
Schrurs, Peters en Verkerk zijn in Overvecht veel mensen
„kwijtgeraakt” door al die losse projecten en acties, vertellen
ze in het buurthuis. Dan hadden ze bijvoorbeeld een project voor
meiden uit gezinnen met een zeer laag inkomen – zij bewegen minder
dan gemiddeld. Geen makkelijke taak. Eerst uitzoeken om welke
kinderen het gaat, dan samen bedenken wat ze leuk zouden vinden,
trainers instrueren, misschien een sporthal regelen en beginnen.
In 2008 is er de landelijke actie ‘Heel
Nederland beweegt’ waarbij mensen op allerlei plekken in het land
tegelijk 30 minuten bewegen.Foto CYNTHIA BOLL
Komen de meiden niet opdagen? Erachteraan bellen. Soms thuis
langsgaan om te kijken waarom ze niet komen. Nog een keer bellen,
appen, net zolang tot het lukt. Schrurs: „Het kan een paar jaar
duren voordat een project bekendheid heeft en succesvol is. Als het
weer stopt omdat de subsidie op is, dan verdwijnen die meiden
letterlijk weer in hun flats en zien we ze nooit meer terug. En dan
hebben we in Overvecht nog het geluk dat we toevallig wat
structurelere subsidie krijgen uit een potje voor wijkverbetering.”
Als een overheid niet kiest voor een wet en beleid goeddeels
afhankelijk is van de zittende bewindspersoon, speelt toeval een
grote rol, zegt ambtenaar Mariëtte van der Voet, die ook
secretaris-directeur is geweest van de Nederlandse Sportraad, een
kabinetsadviseur. „Als één minister of wethouder vindt dat het
anders moet of geld anders moet worden besteed, kan het hele beleid
worden omgegooid”, zegt zij.
Toen de PVV in 2010 gedoogsteun ging verlenen aan het kabinet
Rutte-I, was er een programma ‘meedoen allochtone jeugd’, later
‘meedoen alle jeugd’. De doelstelling was dat kinderen met een
migratieachtergrond meer zouden bewegen.
Dit is een moeilijk bereikbare groep, vooral tienermeiden met een
bi-culturele achtergrond sporten heel weinig. Juist deze groepen
hebben (op latere leeftijd) ook de meeste gezondheidsproblemen. Het
programma kostte 70,5 miljoen euro tussen 2006 en 2010. Er waren elf
steden bij betrokken, negen sportbonden, 538 sportverenigingen – en
het was een groot succes. Bijna 20.000 jongens (een toename van 27
procent op het totaal) en 8.000 meisjes (toename van bijna 40
procent) met een niet-westerse migratieachtergrond schreven zich
dankzij het programma in bij een sportvereniging. De stijging was
veel groter dan bij jongeren zonder migratieachtergrond in diezelfde
periode.
In het regeerakkoord van Rutte-I stond wel dat kinderen en
jongeren zich door sport „gezonder en socialer” ontwikkelen. Dat
het een „belangrijke functie” heeft in de maatschappij. Maar de
partij van Wilders wilde geen programma meer voor deze jongeren,
vertellen verschillende betrokkenen. Dat paste niet in de ideologie
van de PVV. Jarenlang werk bij de verenigingen, in opdracht van de
vorige kabinetten, stond
in één klap stil. En nog altijd is de sportdeelname van mensen
met een niet-westerse migratieachtergrond veel
lager dan gemiddeld.
Overvecht
Minder dan de helft van de mensen in Overvecht voldoet aan de
beweegrichtlijn. Dat is bijna tien procentpunt lager dan het Utrechts
gemiddelde. In Overvecht is 62 procent van de kinderen lid van een
sportvereniging, lager dan het Utrechts gemiddelde en zéker minder
dan in het naastgelegen en welgestelde Tuindorp. Daar is het 95
procent. In Overvecht heeft 19,1 procent van de mensen ernstig
overgewicht, in Utrecht is dat gemiddeld 11,4 procent. Van de 5- en
6-jarigen heeft in Overvecht bijna twintig procent overgewicht. De
gemiddelde levensverwachting in de wijk is 78,6 jaar, drie jaar
korter dan het gemiddelde van de stad en vijf jaar korter dan in
Tuindorp, één spoortunneltje verder gelegen.
Geen extra gymleraren
Mensen zoals Tom Schrurs in Overvecht zeggen vaak dat het enorm
zou helpen als scholen meer gymles gaven. Dan „geef je alle
kinderen een goede start en haal je de beweegnormen veel
makkelijker”. Veel experts zien dit als dé manier om de hele
bevolking in één klap gezonder te maken.
Dat vindt de overheid ook. Door de jaren heen zijn er veel
pogingen, door allerlei kabinetten, geweest om meer gymles op school
mogelijk te maken. In het regeerakkoord van Rutte II (2012 – 2017)
werd acht miljoen euro gereserveerd om op basisscholen ten minste
drie uur gymles aan te bieden.
Het probleem: door ándere ingrepen van diezelfde overheid worden
die pogingen vaak weer tenietgedaan. In 2013 moest volgens de PO-raad
tachtig procent van de scholen bezuinigen. Dat deden ze vaak op
gymlessen, signaleerde de beroepsvereniging van sportdocenten in
dagblad Trouw.
Er waren scholen waar de helft van het aantal gymdocenten werd
ontslagen. Dus op hetzelfde moment dat Rutte II investeerde in extra
gymlessen, schaften veel gemeenten de subsidie voor gymleraren juist
af, omdat ze bezuinigingen opgelegd kregen door diezelfde regering.
In het volgende kabinet, Rutte III, gebeurde dit wéér, maar dan
op een iets andere manier – nu werkten ministeries elkaar tegen.
Invloedrijke
adviesraden hadden gepleit voor meer beweging op school en extra
gymles. Het ministerie van VWS was voor. Maar de minister van
Onderwijs wees het af. Scholen moesten zelf bepalen hoe ze hun
onderwijs inrichtten; de vrijheid van onderwijs zit diep verankerd in
het maatschappijbeeld van vooral de christelijke politieke partijen.
Dat was ook het argument van minister Arie Slob (ChristenUnie).
Uiteindelijk vonden VVD en SP buiten de coalitie om een
meerderheid die twee uur gymles op basisscholen verplicht stelde. Die
verplichting is dit jaar ingegaan, maar uit onderzoek
bleek al dat één op de drie gemeenten niet genoeg gymlokalen heeft
om het daadwerkelijk door te voeren.
In 2002 deelde de Nederlandse Hartstichting
‘Pauze Beweeg Paketten’ uit aan de leerlingen op basisscholen om
ze te stimuleren te bewegen tijdens pauzes.Foto Robin Utrecht
Loek Jorritsma, de ambtenaar die vlak na de eeuwwisseling al
waarschuwde voor versnipperd beleid, heeft gedurende de jaren zijn
gelijk bevestigd gezien. „Natuurlijk heeft ieder kabinet weer
andere doelstellingen, dat hoort bij een democratie. Maar beweging
stimuleren wil iederéén, omdat het zoveel zieken en doden voorkomt.
En dan zie je: de overheid zit zichzelf in de weg. Dat zagen we al
die tijd aankomen, maar de kans om het beter te doen is niet
gegrepen.”
Ook andere ambtenaren vertellen dat ze van de structurele
problemen – vooral de tijdelijke potjes geld – wisten, maar niet
bij machte waren er iets aan te doen. „Projectendiarree” werd het
genoemd door sommigen in de directie Sport van VWS, waarna er weer
nieuwe projecten kwamen. Hoogleraar Scherder noemt het systeem „rot”.
Terwijl Tom Schrurs over het sportveld van SVO De Dreef loopt,
vertelt hij over de mensen in zijn wijk. Hij ziet dat kinderen en
jongeren dikker zijn geworden – ruim een derde van de tien- en
elfjarigen in deze wijk is te zwaar. Ze zitten meer stil, bewegen
niet vaker. En daar hebben ze nú misschien geen last van, maar
Schrurs weet: dit zijn de zieken van de toekomst.
Ondanks de sombere cijfers, blijven coaches Schrurs, Peters en
Verkerk het elke dag weer proberen. Want soms lukt het, en krijgen ze
kinderen, jongeren of volwassenen wél structureel in beweging. Tegen
de voldoening die dat geeft kan weinig op. Maar soms denkt Schrurs:
„Heeft het allemaal wel zin gehad?”
Motoriek
Twintig procent van de basisschoolleerlingen kan
geen bal vangen, bleek uit cijfers van de Onderwijsinspectie die
in 2018 werden gepubliceerd. In tien jaar tijd hebben
basisschoolleerlingen een veel slechtere motoriek gekregen, werd toen
duidelijk. Ze konden minder goed mikken, touwzwaaien, gooien, vangen
en balanceren. Na de coronalockdown waren kinderen in groep 1 en 2
over het algemeen motorisch
minder vaardig dan daarvoor. De overheid wil al langer dat
kinderen meer gaan sporten op school, maar dat
lukt niet. In groep drie tot en met acht werd in het schooljaar
2020/2021 anderhalf uur per week gesport, precies evenveel als in
2012/2013 toen voor het eerst werd gemeten. Kleuters sporten meer
(ongeveer twee uur per week), maar ook daar is geen stijgende lijn
door de jaren heen. Schoolzwemmen, sinds 1985 niet meer verplicht,
gebeurt nog maar op een kwart van de scholen – in 1990 deden bijna
alle kinderen het nog.
Papieren werkelijkheid
Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD)
stuurt in september 2015 een
brief naar de Tweede Kamer waarin „mooie resultaten” worden
gepresenteerd. Nederlanders zijn veel vaker gaan bewegen, schrijft
ze. Vijftien jaar beweeggedrag is geanalyseerd door
onderzoeksinstituut TNO. Driekwart van de volwassen bevolking voldoet
aan de beweegnormen, staat in de brief.
Na Clémence Ross-Van Dorp en Jet Bussemaker is Schippers de derde
bewindspersoon die de Tweede Kamer goed nieuws brengt: eerst bewoog
minder dan de helft van de Nederlanders genoeg, daarna 68 procent en
in 2015 is het 75 procent. „Een sterke groei”, schrijft
Schippers.
Wie dat leest kan maar één conclusie trekken: het gaat
uitstekend.
Maar de cijfers zijn opnieuw niet accuraat. In werkelijkheid zijn
ze veel minder positief. En dat wéét het ministerie.
In 2012 – drie jaar voor de brief van Schippers – blijkt
uit een onderzoek dat de meetmethode van TNO niet goed in staat
is vast te stellen of mensen voldoende bewegen. Vergelijkbaar
onderzoek van onder meer het CBS laat dat beter zien.
TNO Onderzoeksgroep opgeheven
Onderzoeksinstituut TNO erkent dat in 2012,
tijdens een onderzoek waaraan het zelf meedeed, is gebleken dat een
andere vragenlijst „beter voorspellend” was voor lichaamsbeweging
dan de TNO-dataset waarvan het ministerie lange tijd gebruikmaakte.
Op verzoek van VWS is tot 2015 doorgegaan met de verzameling van
gegevens via de ‘oude’ vragenlijst.
Meer
In de vragenlijst ‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’ die TNO
gebruikt, moeten mensen aangeven of ze dertig minuten per dag
bewegen. Maar die vraag klinkt erg naar de grote mediacampagne van de
overheid, die mensen op hetzelfde moment stimuleert om „dertig
minuten” te bewegen. Grote kans, concluderen de onderzoekers, dat
de antwoorden op die vraag vooral laten zien hoe goed mensen de
mediacampagne kennen en dat ze niet per se veel zeggen over hoeveel
mensen daadwerkelijk bewegen.
TNO is altijd eerlijk geweest over de zwaktes in de data. Het
instituut voegde aan zijn rapportages steeds de resultaten van andere
onderzoeken toe, ook als die een minder gunstig beeld gaven.
Gedurende de jaren hebben bewindspersonen die kanttekeningen soms
wel, soms niet gemaakt in hun brieven aan de Tweede Kamer. In de
brief van Schippers in 2015 ontbreken alle mitsen en maren. Erin
staat wel dat het ministerie is overgestapt op andere cijfers, maar
niet dat die een veel minder gunstig beeld geven. Op z’n minst
suggereert haar brief dat het beleid erg succesvol is.
Op dat moment circuleert er al een
SCP-rapport waarin de werkelijke cijfers staan, gemeten volgens
de accuratere methode. Daarin staat dat hooguit 63 procent van de
bevolking voldoende beweegt, niet 75 procent. Geen „sterke groei”,
zoals Schippers schrijft, maar een „lichte stijging”. In een
eerdere brief had Schippers dit rapport, onopvallend, met de
Tweede Kamer gedeeld, als een bijlage.
Het zal nooit duidelijk worden of het misplaatste optimisme van
Schippers gevolgen heeft gehad. Want niemand lijkt door te hebben dat
de data die het beleid stutten weinig met de werkelijkheid te maken
hebben. Geen Kamerlid heeft er ooit naar gevraagd. Geen minister is
er nog op teruggekomen.
Volgens een VWS-woordvoerder is het ministerie altijd transparant
geweest over de nieuwe manier van dataverzameling. Hij gaat niet in
op de vraag waarom ervoor is gekozen om in 2015 achterhaalde cijfers
aan de Tweede Kamer te presenteren. „We hebben de Kamer steeds
geïnformeerd over de cijfers zoals deze worden gerapporteerd.”
In 2017 worden, op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten,
de beweegrichtlijnen nog verder aangescherpt. Het blijkt dat mensen
nog meer moeten bewegen om gezond te blijven. Met de nieuwe richtlijn
in de hand gaat het RIVM terugrekenen. Hoeveel mensen bewegen nu
voldoende ten opzichte van 2001, het jaar waarin de alarmerende nota
van ambtenaar Van der Voet verscheen? Is er vooruitgang geboekt sinds
de jaren dat Erica Terpstra ‘bewegen’ belangrijk had gemaakt en
in Den Haag duidelijk werd dat er ieder jaar duizenden slachtoffers
vallen? Sinds de politiek met honderden projecten en miljoenen euro’s
aan subsidie kwam?
Het antwoord: nauwelijks. Net geen veertig procent van de mensen
(12+) voldeed 22 jaar geleden aan de (aangescherpte)
beweegrichtlijnen. Vorig jaar, bij de laatste meting, was dat 43,1
procent.
Toen de verscherpte richtlijnen ingingen, voldeed 47 procent van
de volwassenen (18+) daaraan. Dat aantal is daarna gedaald,
zo bleek vorige maand, tot 44 procent.
Van de volwassenen beweegt minder dan de helft genoeg.
RIVM-onderzoeker Wanda Wendel-Vos: „Als je met de kennis en
meetmethode van nu naar de hele bevolking kijkt, heeft nooit meer dan
de helft van de mensen voldoende bewogen.” Laat staan de „75
procent” waarover minister Schippers de Tweede Kamer informeerde .
Corona
700.000 Nederlanders die vóór de coronapandemie wekelijks
sportten, doen dat nu niet
meer. Vooral lager opgeleiden (- 7 procentpunt) en adolescenten
van 13- tot en met 18 jaar (- 9 procentpunt) stopten met bewegen. 9,5
miljoen Nederlanders sporten wekelijks. Er waren vorig jaar 22.200
verenigingen in het land, die 4,3 miljoen unieke leden hebben, een
afname van 26.000 ten opzichte van het jaar ervoor.
Niet betuttelen
Neuropsycholoog Erik Scherder schreef brieven aan de Tweede Kamer,
ingezonden stukken in de krant, hij gaf televisiecolleges die door
miljoenen mensen werden bekeken. Hij doet er al jaren alles aan om
het land duidelijk te maken waarom beweging zo’n groot probleem is
– en hij begrijpt niet waarom zijn verhaal nauwelijks aanslaat.
Waarom zien mensen het niet? Tijdens lezingen vraagt hij dat
letterlijk aan zijn publiek. In maart, in theater De Bres in
Leeuwarden, valt hij zijn gehoor bijna aan: „Waarom dóet u niks?
Waarom heeft niemand van u een brief aan een politicus geschreven?”
Hij had gehoopt dat de coronapandemie verschil zou maken. Mensen
met overgewicht en een ongezonde leefstijl liepen toen meer risico om
te overlijden. Bij minimaal
zeventig procent van de oversterfte tijdens de pandemie (2020 –
2022) speelde overgewicht een rol, becijferde economisch
onderzoeksbureau SEO onlangs.
Eindelijk, dacht Scherder, was heel duidelijk zichtbaar dat weinig
beweging gevolgen kan hebben.
Oud-volleybalcoach Joop Alberda, wiens team goud won tijdens de
Olympische Spelen van 1996, maakte zich ook al lang zorgen. Hij belde
in 2020 een aantal beroemdheden die hij uit de sportwereld kende.
Voetbalcoaches Louis van Gaal, Guus Hiddink en Sarina Wiegman, turner
Epke Zonderland, volleyballer Bas van de Goor. En Erik Scherder, als
lid van de Nederlandse Sportraad. Ze schreven een
open brief getiteld ‘Bewegen het Nieuwe Normaal’.
In 2023 worden kinderen gestimuleerd te
bewegen bij de Koningsspelen, die sinds 2013 rond Koningsdag worden
georganiseerd op basisscholen.Foto Eva Plevier
Ze kwamen op televisie en in de krant en binnen een dag hing
waarnemend minister Martin van Rijn (VWS) aan de telefoon. Of ze
wilden langskomen, want dit was een serieus probleem – alsof ze dat
voor het eerst hoorden op het ministerie. Hij zou alle betrokken
ministers uitnodigen.
Eindelijk, dacht Scherder, kreeg hij de kans om op het hoogste
politieke niveau uit te leggen waarom het beleid van de afgelopen
vijftien tot twintig jaar zo slecht werkte – al wist hij toen nog
niet van het gegoochel met verkeerde cijfers. Op 7 juli 2020, op het
ministerie van VWS, legt Scherder alles op tafel: hij zegt hoeveel
mensen ziek worden en overlijden, laat alarmerende cijfers zien over
kinderen die motorisch achteruitgaan, zwaarder worden en minder
bewegen. Hij vertelt waarom hij denkt dat het beleid niet goed werkt.
Enquête
Heeft u in uw werk te maken met de beweegpandemie? Deed u ooit mee
aan een beweegproject? Lukt het u wel, of juist niet, om voldoende te
bewegen? U kunt ons helpen met onze verslaggeving over dit onderwerp
door deze enquête in te vullen: www.nrc.nl/bewegen
De ministers Van Rijn en Arie Slob (Onderwijs),
staatssecretarissen Paul Blokhuis (VWS) en Tamara van Ark (Sociale
Zaken), plus vijf topambtenaren van verschillende ministeries
luisteren. In de notulen staat dat Slob het betoog „inspirerend”
vindt, Blokhuis heeft het gevoel dat hij „in de kleedkamer” zit,
„vlak voor een finale”. Hij vindt dat er „iconische
maatregelen” moeten komen.
Dan neemt Tamara van Ark, die niet veel later naar VWS zal gaan
als opvolger van Martin van Rijn, het woord. Ook zij vindt het een
indrukwekkende presentatie. Maar mensen gedrag opleggen, dat wil ze
niet. Stellig zegt ze: we gaan niet betuttelen.
Precies waar Scherder en Alberda bang voor waren – een minister
die wel zégt het probleem te zien, maar niet echt iets wil doén,
dat is wat ze al jaren zien gebeuren. Het ministerie stelt nu,
terugblikkend: „We vinden dat het niet over betuttelen moet gaan
maar over de vraag hoe we de motivatie om te bewegen zo maximaal
mogelijk kunnen verbeteren.”
Na de bijeenkomst gaat een werkgroep aan de slag. In een
Kamerbrief schrijven verschillende ministers dat het beleid lange
tijd „te versnipperd” is geweest en dat de beweegdoelen in de
toekomst zo niet gehaald zullen worden. Ze willen publiekcampagnes
opzetten en effectieve beweegprogramma’s financieren. Bestaande
programma’s kunnen doorgaan, zoals de buurtsportcoaches en een
programma tegen overgewicht onder jongeren, waar meer dan 200
gemeenten aan meedoen. Bewegen heeft inmiddels ook een plek gekregen
in een aantal zorgakkoorden en bijvoorbeeld een landelijke aanpak
tegen eenzaamheid. Het ministerie van VWS gaat ervan uit dat dit
soort initiatieven door zullen gaan, ongeacht welke regering er zit.
Ambtenaren zijn heel enthousiast, merkt Erik Scherder tijdens een
online bijeenkomst van een werkgroep. Ze hebben het idee dat ze iets
hebben gedaan dat nooit eerder gebeurde: met verschillende
ministeries samenwerken en grote ambities formuleren.
Dat dit al grofweg twintig jaar geprobeerd wordt, blijft
onbesproken. Scherder ziet vooral een overheid die niets oplegt, maar
opnieuw kiest voor tijdelijke subsidies. Die haar burgers niet
beschermt tegen ziekte en overlijden, zoals dat bij roken wél al
jaren gebeurt. Hij zegt tegen de groep: „U gaat weer een hele
generatie opofferen.”
Ongezond eten
In tien jaar tijd is er 30 procent meer aanbod van ongezond
eten op straat, berekende televisieprogramma Pointer in 2021. Het
gaat om ongeveer 3.000 fastfoodrestaurants, donutzaken, ijssalons en
zaken waar ze Turkse pizza’s of kebab verkopen. Het aantal
bakkerijen en groentewinkels nam juist af met 1.200.
‘Wat heeft het allemaal opgeleverd?’
Een van de ‘nieuwe’ ideeën is een „verrijkte schooldag”,
volgens het kabinet „een mooi vehikel om de samenwerking en
verbinding tussen scholen en sportverenigingen […] te versterken.”
Een ‘beweegalliantie’ krijgt van het ministerie de hoofdrol om
Nederland in beweging te krijgen. Het doel is betere samenwerking
„tussen ministeries, partners en lokale initiatieven”.
Oud-topschaatser Carl Verheijen krijgt de leiding.
Klinkt bekend? Al twintig jaar worden publiekscampagnes opgezet en
beweegprogramma’s gesubsidieerd. En: al twintig jaar ligt een memo
in de la, met vrijwel identieke ideeën.
Thuis in Hoorn pakt Loek Jorritsma, de ambtenaar die meer dan 25
jaar in de directie Sport van VWS werkte, het stuk erbij. Daar staat
het: een voorstel om schooldagen te verlengen door sportlessen aan te
bieden. En er staat óók al hoe beter samengewerkt kan worden tussen
ministeries. „Het is gewoon precies wat ik twintig jaar geleden al
heb gedaan. Steeds worden dezelfde afslagen genomen en dezelfde
doelen gesteld.”
Later zal blijken dat het nieuwe en huidig demissionaire kabinet,
Rutte IV, sport en bewegen opnieuw als kleine
post op de begroting zet. Voor de breedtesport – waarvan het
grootste deel naar de buurtsportcoaches gaat – is het budget
vrijwel gelijk gebleven. Gemeenten, verantwoordelijk voor veel
beweegbeleid, geven al heel lang ongeveer hetzelfde uit, zo berekende
het Mulier Instituut op verzoek van NRC. Dit ondanks talloze
‘sportakkoorden’ waarin ze beloven meer te doen om beweging te
stimuleren.
Rutte IV komt met een nieuw
actieplan: Nederland Beweegt. Daarin komt een aantal bekende
initiatieven en ideeën terug. Samenwerking wordt gezocht met andere
ministeries, bijvoorbeeld met Infrastructuur en Waterstaat, waarmee
VWS wil werken aan ‘fiets- en loopstimulering’. Ook de
‘Beweegalliantie’ komt weer veelvuldig terug in de plannen.
Wél helemaal nieuw is het voornemen
om met een sportwet te komen: die de Rijksoverheid verplicht om
mensen in beweging te krijgen en beleid door te zetten, óók als er
een nieuw kabinet komt. Dat zou een einde kunnen maken aan de
vrijblijvendheid, waarvoor ambtenaar Jorritsma jaren geleden
waarschuwde, maar die er nog steeds is.
Het grote doel van de overheid is sinds 2018, toen het
Preventieakkoord werd gesloten, nog steeds hetzelfde:
in 2040 moet 75 procent van de bevolking voldoen aan de beweegnormen
– een doel dat volgens Edith Schippers in 2015 al was bereikt. Maar
er is niemand die dat opmerkt. Die politieke geschiedenis is
stilletjes herschreven, en vervolgens vergeten.
Drie weken nadat ‘Nederland Beweegt’ wordt gepresenteerd, valt
het kabinet. Het voornemen om met een sportwet te komen is dan al op
de lange baan geschoven door VVD en CDA. Hoe de politiek Nederlanders
in beweging zal krijgen, is aan het volgende kabinet.
In (concept-)verkiezingsprogramma’s van de verschillende
partijen is het nauwelijks een thema.
En zo begint alles weer van voren af aan.
Wederhoor Ministerie VWS ‘Meer geld nodig’
Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport reageert namens demissionair minister Conny Helder
(Langdurige zorg en sport, VVD), die formeel ook
verantwoordelijk is voor het beleid van haar voorgangers. Onder meer
ex-minister Tamara van Ark liet aan NRC weten beantwoording van
vragen over te laten aan de huidige minister.
Het ministerie is zich er „zeer bewust van” dat er
meer geld nodig is dan de 100 miljoen die nu wordt uitgetrokken voor
beweegbeleid, maar stelt dat het een „proces is dat tijd
nodig heeft.” Wel is het ministerie er opgetogen over dat de
laatste jaren beweging een plek heeft gekregen in diverse akkoorden,
zoals het ‘ Gezond en Actief Leven Akkoord’, het ‘Integraal
Zorgakkoord’ en het Nationaal Preventieakkoord.
Dat ministeries elkaar tegenwerken „herkent VWS niet”,
zegt een woordvoerder. De ministeries van VWS en Onderwijs „weten
elkaar goed te vinden” als het gaat om bewegingsonderwijs.
Het ministerie erkent dat het percentage Nederlanders dat
voldoende beweegt maar heel licht is gestegen sinds 2001,
maar wil de resultaten niet „nihil” noemen. Zo bewegen
bijvoorbeeld ouderen juist meer.
Volgens het ministerie wordt beleid bij landelijke en
lokale overheden „niet altijd op elkaar afgestemd” en is bewegen
„geen onderdeel van de beleidsafwegingen die verschillende
overheden maken”. Ook wordt „niet altijd van elkaar
geleerd over wat wel en niet werkt.” De woordvoerder: „Dat komt
deels omdat het stimuleren van bewegen een complex probleem is dat
een breed scala aan beleidsdomeinen raakt, waardoor ook geen enkele
partij zich echt verantwoordelijk voelt voor het geheel.” Om die
reden is er in het actieplan ‘Nederand Beweegt’ volgens VWS veel
aandacht voor samenwerking.
Via dit Hoekje van mijn Blog, ben ik Boeken-Handelaar;
Te Geef Boek: Gratis/Tegen Verzendkosten(ophalen gratis) bij mij te verkrijgen Boeken, eBooks:
-TTD-Manifest 'Het Begon op Straat, Eindigt het ook weer op Straat'(2001, .pdf, voor de Early-birds, 1e 100 Gratis)
Zoek Boek: als je een specifiek Boek, tegen een Goede Prijs Zoekt, kan je dat -Hier- melden. Ik ga op Zoek, als ik binnen 2 weken iets voor je gevonden heb, hoor je dat.
Stef Bos zingt in 'Papa' "Misschien ben ik niet geworden wat jij wou". Mijn Pa zag in mij een in Wageningen opgeleide Ir; ik koos de IT. Waarschijnlijker alternatief: dat ik --naast duursporter (hardlopen, schaatsen, langlaufer, (berg-) wandelaar, en basketballer-- organisator, journalist, en/of cabaretier was geworden...
Ik ben een nogal idealistisch ingestelde persoon met een sociale inslag en probeer daar invulling aan te geven door mezelf in te zetten als vrijwilliger; iets doen voor anderen. Met een achtergrond die van jongs af aan het beoefenen van de prachtige sport Basketball omvatte, ligt het vrijwilliger zijn in het basketball natuurlijk voor de hand. Ik begon daar al jong mee, en ben daar tot de dag van vandaag (inmiddels al tientallen jaren). In al die jaren heb ik al van alles gedaan: vrijwilligersfuncties binnen Clubs, de Landelijke en Rayonale Bond, en heb daarnaast zelfstandig allerlei Toernooien, Wedstrijden en andere Activiteiten georganiseerd. Daarnaast schrijf ik ook over basketball in diverse Media. Tenslotte is mijn passie het vinden en helpen ontwikkelen van (Jeugdig Basketball-) Talent.
"Beste vriend, ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd om een korte te schrijven."Johann Wolfgang von Goethe Schrijven als hulpmiddel en uitlaat-klep, het duurde lang voor ik het doorhad; Schrijven werkt voor mij! Ik kan er mijn emoties mee kanaliseren, gedachten door ordenen en (beter door) overbrengen op anderen. Het gaat dan vaak om Basketball (belangrijk in mijn leven), Politiek (zowel een grote ergernis als betrokkenheid voor mij), Muziek, Cabaret, Boeken en Film, en alles dat met mensen te maken heeft zijn ook hobby's en/of fascinaties van me.
Nevendoel van Aart's Blog
Ik ben van mening dat er vandaag de dag te weinig gelezen wordt; kranten, magazines en lange diepgravende artikelen op het Internet...
Alhoewel ik me er heel goed van bewust ben dan mijn Blog die ontwikkeling niet zal keren, wil ik via deze blog toch proberen om mijn lezers (iets) meer te laten lezen. Dus deel ik -behalve eigen teksten- ook stukjes/artikelen&posts van kranten(o.a. NRC, Trouw, Volkskrant), Magazines(o.a. SI, ESPN), en content van Sites en uit mijn 'Oude Doos met Knipsels'. Een beperkte selectie van wat ik de moeite waard vind.
In de hoop dat - al is het maar af en toe een enkel iemand - deze waardevolle Media ontdekt, doorklikt en - vroeger of later - ook zelf naar die media gaat om te lezen...l leest er maar een persoon per post, een(1) stukje meer dan hij/zij anders zou hebben gedaan, dan is mijn moeite niet verspild.
(*) Mocht een van de bronnen van door mij gedeelde content vinden dat mijn delen onrechtmatig is, dan verzoek ik dat mij te melden.
Steun onze club TTD
Jarenlang stopte ik mijn ziel en zaligheid in de Haagse Inner-City-Basketballvereniging Team Ten Dreamers The Hague. We hadden veel succes, en waren een bijzondere, 'Multiculti-club' (and proud about it!) met veel talentvolle jeugd.
Doordat de gemeente Den Haag toegezegde steun uiteindelijk niet nakwam waren we genoodzaakt onze activiteiten te stoppen. Maar TTD slaapt slechts; ooit komen we terug! Steun ons daarbij door hieronder één of meer Sponsorloten te nemen bij de SponsorBingoLoterij! Clicken op de banner, en de rest wijst zichzelf!
Natuurlijk, het is spreken voor eigen parochie. Maar toch, ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Vriendenloterij een leuke loterij vind. Waarom? Omdat ik steeds vaker iets win; mijn 'Winlog' vanaf November 2014:
-nov'14: DVD-pack Penoza
-dec'14:DVD-pack Overspel (s1+2)
-dec'14: Boek'En uit de bergen kwam...echo'
-dec'14: Boek 'de MS van Tess'
-feb'15: DVD-pack Nieuwe Buren
-mrt'15: 2x Cadeaukaart Bloemen
-dec'15: 3x CadeaukaartRituals(2xEuro10,-), Gratis Lot
Dus het loont voor TTD en voor JOU; MEEDOEN ALLEMAAL! (AD)
Zit je op Google+ en wil je op de hoogte blijven van nieuwe TTD-ontwikkelingen? -Hier clicken- TTD-U16Kern rond 1996:
Basketball speelt een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 14 was zag ik voor het eerst een wedstrijd. Ik zag balkunstenaar Jerome Freeman voor Frisol/Rowic tegen (ik meen) Jugglers spelen; mijn leven was veranderd.
Het duurde nog wel even voor ik lid werd van Frisol/R, toen was 15. Het is niet zo dat Basketball voor mij 'alles' was (of is). Het is wel een belangrijk onderdeel; ik werd 'Basketballer', en dat zal ik blijven voor de rest van mijn leven. Daarbij maakt het niet eens veel uit dat ik zelf niet meer kan spelen; ik was Speler en nu doe ik andere dingen in het Basketball.
Hoe het Nederlandse Basketball reilt en zeilt, telt dus voor mij; het houdt mij bezig en ik zou graag beter zien gaan. Dus wil ik daar mijn steentje aan bijdragen.
Het kan zijn door Kinnesinne, Frustratie, Sensatielust, Domme Onwetendheid, Profileringsdrang, Persoonlijke Aversie, enzovoort; er wordt in en rond het Nederlandse Basketball nogal eens met modder gegooid. Daar baal ik weleens van.
Basketball is een schitterende sport; met voetbal de grootste teamsport ter wereld, spectaculair en een mooie metafoor voor het 'gewone leven'; alles zit erin.
Alleen weten in Nederland slechts relatief weinig mensen dat, en dat is jammer, want de sport Basketball verdient een groter en belangrijker podium in de Nederlandse samenleving.
O.a. daarom schrijf/deel ik, op deze Blog of in mijn column op www.iBasketball.nl .
Aanraders; Links naar Familie, Vrienden en Bekenden