Je kunt nog zo hechten aan nationale soevereiniteit – maar de
Haagse politieke verhoudingen zijn, inhoudelijk en electoraal, vrijwel
altijd een restproduct van grote internationale golfbewegingen.
En
veel wijst erop dat de Russische aanval op Oekraïne de wereldorde
zozeer verstoort dat er opnieuw zo’n golfbeweging op volgt.
Dus
de vraag is even waarom Den Haag de binnenlandse politiek van de oorlog
tot nu toe vooral behandelt als economisch thema. Koopkracht, inflatie,
recessie, etc.
Zaken van betekenis – helemaal als je, zoals deze week, de
minister van Financiën in de campagne kunt verwijten dat ze wegblijft
bij een debatje waarvan iedereen weet dat het nooit helderheid kan
opleveren.
Toch sluimert er een veel groter thema: welke
politieke stromingen en media zagen Poetins agressie aankomen, en welke
niet? Ergo: wie kan het morele gelijk claimen?
Het is niet zonder
betekenis. Na de val van de Muur in 1989, de neergang van de
Sovjet-Unie, ging links Nederland mee in het liberale vooruitgangsgeloof
van marktdenken en globalisering. De progressieve hegemonie in het
debat sinds de jaren zestig, werd definitief overgenomen door VVD en
CDA.
Na 9/11 in 2001, de respons van moslim-extremisten op de
Westerse dominantie, zagen ook progressieve partijen, zeker na Pim
Fortuyns succes in 2002, in hun interne peilingen dat
anti-migratie-opvattingen en moslimangst bepalende electorale factoren
waren geworden.
Dit is zo gebleven, met grote gevolgen: het
Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de verkiezingen van 2021 liet zien
dat sindsdien een stabiel radicaal-rechts blok naast VVD en CDA
ontstond dat niet meer zomaar zal verdwijnen. Waar de LPF en Leefbaar
Nederland in 2002 28 zetels haalden, kwamen PVV, FVD en JA21 daar vorig
jaar ook op uit.
Maar de vraag is wel hoe de jarenlange
Poetinvriendelijkheid van dat blok uitpakt nu dezelfde Poetin de
Europese vrede op het spel zet, en ervan wordt beschuldigd dat hij zelfs
een kerncentrale beschiet en een kinderziekenhuis bombardeert.
Meteen
na grote internationale gebeurtenissen, je zag dit de laatste weken
ook, treden Haagse politici graag op als analist. Iedereen G.B.J.
Hiltermann.
Zo ging het ook na de aanslagen op de Twin Towers. Toenmalig VVD-leider Hans Dijkstal zei:
„De geschiedenis neemt vandaag een totaal andere wending.” En
CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer, de latere NAVO-baas: „De wereld zal
niet meer hetzelfde zijn.”
Maar politiek is niet alleen
analyseren, het is ook sturen: wie een grote gebeurtenis met moreel
overwicht kan definiëren, geeft het debat een bepalende wending. De
beste illustratie, een week na de moord op Pim Fortuyn, gaf toenmalig
LPF-voorzitter Peter Langendam in 2002: „De kogel kwam van links.”
Want
hoewel Volkert van der G. dierenactivist was, definieerde hij een
zwakte die links is blijven achtervolgen: Fortuyn was vermoord door
iemand met een progressief wereldbeeld waartegen de LPF-leider streed,
inclusief het multiculturalisme.
Linkse moslimknuffelaars en
theedrinkers werden hierna een geliefd spotobject van radicaal-rechts.
En gaandeweg boog links mee. De Amsterdamse PvdA-wethouder Rob Oudkerk
introduceerde ‘kut-Marokkanen’ (2002), de latere PvdA-leider Diederik
Samsom zei dat zij „een etnisch monopolie op overlast” hadden (2011).
Generalisaties
en valse beschuldigingen over migranten werden zodoende doodnormaal:
Geert Wilders riep op tot ‘minder Marokkanen’ in 2014 (en werd ervoor
vervolgd en veroordeeld). Baudet praatte zijn onjuiste treintweet uit
2020 goed, waarin hij witte conducteurs verwarde met overlast gevende
Marokkanen: het klopte niet, maar, zei hij, het had waar kúnnen zijn.
In
dit klimaat was Poetin voor radicaal-rechts een voorbeeld, vooral ook
omdat hij in 1999 in Tsjetsjenië ongenadig had huisgehouden onder
moslims. Lang niet alleen bij Baudet. „De radicale islam is het fascisme
van deze tijd”, schreef ex-Ruslandcorrespondent Wierd Duk in 2016. „Rusland is niet onze vijand.”
Er ontstond een ecosysteem waarin Poetin de good guy
was, of anders even slecht als Westerse politici. Toen Rutte in 2013 de
mensenrechten bij Poetin aan de orde stelde was dit volgens GeenStijl
„zeveren”. Toen NRC in 2016 de initiators van het Oekraïnereferendum, het Burgercomité EU, naar Poetin vroeg, vonden ze hem
net zo erg als de voorzitter van de Europese Commissie: allebei
„machtswellusteling”. Op sociale media, later op coronademonstraties,
werd het cliché dat de EU „een even grote dictatuur” zou zijn als
Rusland.
De Poetinvriendelijkheid veroorzaakte blindheid. BBC-interviewer John Sweeney onthulde
in 2017 de cognitieve dissonantie bij Wilders door te vragen naar de
grootste terreuraanslag die Nederlanders trof. De PVV-leider was zo vol
van moslimterrorisme dat hij MH17 uit 2014 vergat, waarna Swee-ney hem
zei dat „Poetin in feite hoofdverdachte” is. Een jaar later sloot
Wilders, nadat ook de Franse Le Pen en de Italiaan Salvini toenadering
zochten, officieel vriendschap in Moskou. „Rusland staat aan onze kant”,
zei hij in 2017 tegen EW.
Intussen kregen
Ruslandkritische politici het in het binnenland meer te verduren. Nadat
toenmalig D66-leider Pechtold in 2018 zei dat hij „de eerste Rus” nog
moest tegenkomen „die zijn fout rechtzet”, meende
Leon de Winter dat Pechtold „aanzet tot haat”, zodat hij „vervolging
vanwege groepsbelediging” voorzag. Een etnische Russin uit Donetsk,
woonachtig in Breda, deed als eerste aangifte. Een sepot volgde. Later
bleek dezelfde Russin ook de man te adviseren die in 2020 de stickercampagne ‘NOS Fake news’ groot maakte.
En
toen Sjoerdsma (D66) in 2020 door Rusland werd geweigerd als lid van
een parlementaire delegatie, gaf De Dagelijkse Standaard (DDS) Rusland
groot gelijk. Er was een „vies spelletje gespeeld” om Rusland te
provoceren, aldus DDS.
Nu is de werkelijkheid volledig veranderd.
Poetin, de vriend van radicaal rechts, de vermaarde moslimjager, de
autocraat, blijkt een man van oorlog zonder grondslag; van strijd zonder
beschaving. Juist de vriend van radicaal rechts blijkt ‘een gevaar voor
onze manier van leven’.
En de vier partijen op de
radicaal-rechtse vleugel, PVV, FVD, Groep Van Haga en JA21, blijven in
meer of mindere mate op afstand van de confronterende houding van Kamer
en kabinet. De PVV is sceptisch over sancties, Van Haga is bezorgd over
discriminatie van Russen in Nederland – dat werk.
Eerdere
reflexen blijven in leven. Een man van GeenStijl schreef deze week: „Ik
heb een grotere hekel aan Kaag dan aan Poetin and it’s not even close.”
Ook Wilders herhaalde een oude truc: Kaag is even erg als Poetin. „Zegt
Poetin te bestrijden maar kopieert zijn ondemocratische gedrag.”
En
door torenhoge energieprijzen en een dreigende recessie kán
radicaal-rechts het debat over de oorlog nog steeds in zijn voordeel
ombuigen; daar is Wilders, met steun van de SP, slim genoeg voor.
Maar een enquête
van I&O liet deze week ook zien dat de Poetinvriendelijkheid in het
land minimaal is, de steun voor de NAVO-aanpak groot (ook bij
JA21-kiezers), en dat het vertrouwen in de EU groeit. Niet de NAVO
blijkt hersendood, maar degenen die Poetin de laatste tien jaar
toejuichten.
Ergo: radicaal-rechts heeft zich met zijn Poetinvriendelijkheid niet alleen ernstig vergist, het is ook kwetsbaar.
Als
een opponent nu een oneliner bedenkt naar het voorbeeld van ‘De kogel
kwam van links’ uit 2002, dan kan deze stroming voor het eerst in
twintig jaar in gevaar worden gebracht – omdat haar morele vergissing te
groot was om ooit nog goed te praten.